zondag 29 maart 2020

Gedomesticeerd


De krant waar ik voor schrijf, ’t Groentje, herinnerde me er met alleen de titel van een item aan dat de zomertijd vannacht ingaat. Het was alles wat ik nodig had om met een diepe zucht te denken: daar gaan we weer! Ben ik morgen weer een uur kwijt en twee weken onverklaarbaar van slag, want mijn systeem heeft moeite met die minuscule jetlag van een uur tijdsverschil.
    Waarom bestaat die hele zomertijd eigenlijk nog?

Onvergetelijk
Luchten wil mij nog wel eens helpen, daarom besloten mijn manneke en ik er even omheen te gaan.
    Al kletsend over van alles kan ik maar zo tot verhelderende inzichten komen. Dat zeg ik wel, maar tegenwoordig lijkt één onderwerp alles aan zich te onderwerpen. In ieder gesprek gaat het om één woord, in alles en overal. Het is verbazend hoe dat woord, een half jaar geleden nooit van gehoord, nu ieder gesprek inspireert. Nee, in zijn macht, in de gesprekken houdt. Eén woord vergeten we nooit meer: corona.

Verloren tijd
Toch ging ons gesprek wonderwel ineens over de inkomende zomertijd. Manlief stond prompt stil.
    ‘Oh help, dan missen we zomaar ineens een uur in deze week!’
    ‘In deze week? Zeg maar gewoon morgen. Je vindt dat toch niet echt erg in deze tijd?’, vraag ik hem.
    ‘Natuurlijk wel, wat moet ik nou zonder dat uur?’, zegt ie en steekt zijn handen in zijn haar.
    ‘Genieten van een uur minder corona,’ bedenk ik ter plekke. Sterk bedacht, vind ik zelf.
    ‘Is er tenminste één voordeel te noemen, maar verder mis ik een uur werken aan het tuinpad.’
    ‘Dat tuinpad is sowieso een slecht plan. Je kunt de berg grond niet afvoeren, want door corona is iedereen aan de klus en het afvalscheidingsstation overbelast,’ klink ik wijs, waarop hij zijn wenkbrauwen fronst.
    ‘Oh ja.’
    'Je kunt ook gewoon vroeger opstaan,’ blijft een optie in mijn ogen.
    ‘Een uur slaap missen bedoel je?’ Hij kijkt of hij mij ziet slaapwandelen.

One soul
Ik geef manlief even tijd om te bedenken waar hij zijn uur nu aan wil verliezen en hou mijn mond verder. Al snel huppelen mijn gedachten hun geheel eigen route en ik vraag me af wat er gebeurt als ik de klok gewoon niet verzet. Hoe lang duurt het voordat het problemen geeft? Doorbreekt Marcel ineens mijn gedachten:
    ‘Waar zou het misgaan als we gewoon de klok niet verzetten?’ Het is toch ongelooflijk hoe zelfs onze gedachten samengaan.
    ‘Bij het boodschappen doen?’, vraag ik me hardop af.
    ‘Sta jij dan al trappelend bij de ingang van de Appie voordat ze openen?’
    ‘Nee, wat denk jij. Geen idee hoe laat ze openen en sluiten. Ze zijn altijd open wanneer ik kom. Volgens mij sluiten ze nooit. Ik ga maandag even checken of ze openingstijden hebben.’
    ‘Tja, jij gaat ook gewoon wanneer het je uit komt.’
    ‘Precies en ik zei al, ze zijn altijd open. Handig toch? Niet meegaan in de zomertijd wordt lastig bij het maken van een afspraak voor een telefonisch interview. Nadat de agenda’s van binnen bekeken en gesynchroniseerd zijn, zeg ik tegen de ander: “Ik bel je morgen om 10.00 uur.” Dan zie ik nog geen probleem. Het gaat morgen echter helemaaltotaal fout, want mijn 10.00 uur is bij de ander 11.00 uur, toch? Bel ik eindelijk om mijn 10.00 uur, is de ander boos, waarop ik nog volhoud dat het wel 10.00 uur is. Het staat toch op mijn scherm?'

Moeilijkheid
Wacht, als ik iemand om zijn of haar 10.00 uur moet bellen is het bij mij 09.00 uur, toch? Als ik me dan toch aan de tijd van de ander wil houden, moet ik nog vroeg opstaan ook, anders ben ik niet op tijd klaar. Een uur vroeger op staan? Raak ik daar maar zo een uur van mijn nacht kwijt. Eigenlijk maakt niet meegaan in de zomertijd alles veel te ingewikkeld en het leven is nu al ingewikkeld op zich.

Verheldering
Terug thuis, besloot ik het hele artikel over de zomertijd te lezen. Als trouwe klant van Houtens Nieuws, want ja, ik ben abonnee, lees ik natuurlijk alles! Viel mijn oog op dit stuk:




Ik begrijp ineens waarom ik zo’n moeite heb met de wisseling van tijd. Nee, niet omdat ik een oudere ben. Wel omdat ik gedomesticeerd ben en met mij, mijn maag. Wij willen op tijd eten! Dat geldt het meest voor het ontbijt. Tel daar bovengenoemde vermoeidheid bij op en de ellende is compleet. Lopen we al op eieren, als die tenminste niet uitverkocht zijn in deze coronatijd, moeten we afstand houden uit angst voor ontploffende gedomesticeerde tijdbommen.
    Help onszelf in deze toch al zware tijd: schaf vooral de zomertijd af!

zaterdag 21 maart 2020

Opblaaspop


Het bos, daar moest ik vandaag zijn! Daar wil ik altijd zijn. Marcel ging mee met mij als routeplanner. We wandelden eindelijk een hoek van het bos in, waar ik nooit in mijn eentje kom.
    ‘Wacht even,’ zei ik en pakte mijn man bij zijn arm om hem staande te houden.
    ‘Wat is er?’
    ‘Mijn voelsprieten moeten zich oriënteren, ik weet even de route niet.’
    ‘Ik dacht dat jij dit bos zo goed kende.’
    ‘Absoluut, alleen het gedeelte aan deze kant van het fietspad ken ik niet uit mijn duimpje. Ik wandel hier nooit.’
    ‘Wat is hier mis dan? Ik verwacht jou juist hier.’
    ‘Waarom?’
    ‘Het is hier stil.’
    ‘Precies, dat is het.’
    ‘Hou jij ineens niet meer van stil?’
    ‘Het is hier te stil. Kijk eens om je heen, wat zie je?’ Manlief draaide zich rond en probeerde me te doorzien.
    ‘Ik zie bomen, struiken en… hé wat is dat voor rare modderberg?’
    ‘Dat is een broeihoop voor slangen.’ Ik voelde me trots, want eindelijk wist ik iets beter dan mijn lief. Tot hij het bordje opmerkte dat er vlakbij stond.

Afgelegen
    ‘Even terug naar waarom jij juist dit stukje sereen stille bos niet op je netvlies hebt. Vertel?’
    ‘De stilte is te stil.’
    ‘Werkelijk, Irene, wat is dit? Jij bent echt de weg kwijt.’
    ‘Ik ben geen enkele weg kwijt, we gaan links!’, waarbij ik naar rechts wijs. Dat is mijn manier van routeplannen. Omdat mijn hersenen in spraak links en rechts verwarren, wijs ik non-verbaal aan wat ik bedoel. Marcel weet dat het laatste leidend is over mijn woorden en gaat de andere links. ‘Waar hadden we het over?’
    ‘Dat jij werkelijk een heel moeilijk mens bent. Thuis kan het niet stil genoeg zijn, hier in het bos is het te stil.’
    ‘Oh ja, you want explanation? Hier komt ie: het is hier zo stil, dat als iemand mij hier iets aandoet niemand het in de gaten heeft. In de rest van het bos is meer leven, dat voelt veiliger.’

Boom
Een stukje op de goede weg, wijst Marcel recht vooruit. Rechtdoor is altijd de gemakkelijkste weg.
    ‘Dat bankje daar verderop is echt een bankje voor ons.’
    ‘Dat bankje dat bezet is? Inderdaad, dat is een zalig plekje. Lekker rustig en genieten als de zon schijnt als vandaag. Doe mij die plek.’
    ‘Net was het hier nog te stil.’
    ‘Ik zou het zo doen, met jou erbij, dan ben ik toch veilig?’
    ‘We onthouden dat plekje gewoon.’ In de stilte die vervolgens viel, gingen mijn gedachten hun eigen wijze. Ik heb er gewoon echt last van dat ik vrouw ben. Ik lucht mijn hart maar meteen.
    ‘Misschien zou ik toch, hoe blij ik ben met mijn vrouw-zijn, liever man zijn.’
    ‘Waarom dat?’
    ‘Dan voel ik me veiliger. Jullie mannen hebben geen idee hoe bevoorrecht jullie zijn op dat vlak of hoe kwetsbaar ik me als vrouw kan voelen. Daarbij hè, in de Bijbel las ik laatst teksten waarvan de tranen me over de wangen stroomden. Vrouwen werden als vergelijking gebruikt voor het kwaad. Leuk hoor, vrouw zijn. Mijn troost is deze: de bijbel is geschreven in een door mannen gedomineerde tijd. Alles was voor en door mannen geschreven en welke vergelijkingen werken voor mannen het best? Ja hoor, die met vrouwen. Dat is wat mij betreft gewoon zielig. In dit alles heb ik het nog niet eens gehad over plassen tegen…’

Opblaaspop
    ‘Ja, ik weet het. Die boom lijkt je wel wat hè? Weet je wat jij gewoon nodig hebt?’
    ‘Nou, vertel.’ Ik was een-en-al nieuwsgierigheid naar de komende wijsheid van manlief.
    ‘Jij hebt een pop nodig.’
    ‘Wat? Een pop? Wat voor pop?’
    ‘Zo’n opblaaspop.’
    ‘Ho, wacht! Ik heb jou toch?’
    ‘Ja, maar niet altijd hè?’
    ‘Marcel, echt! Waar wil jij heen? Ik denk nu dat niet ik, maar jij de weg kwijt bent.’
    ‘Zonder jou sowieso. Ik bedoel een opblaaspop, maar niet voor het doeleinde waar jij aan denkt.’
    ‘Ik voel me nog niet opgelucht. Moet het een mannelijke zijn?’
    ‘Ja, tenminste een die de bouw van een man heeft. Die neem je mee als je hierheen gaat.’
    ‘En niet in zijn blootje hè? Ik denk dat ik je begin te begrijpen: hij moet zeker een broek en jas aan. Oh, mag hij dan in ieder geval op jou lijken? Noem ik ‘m Marcellus.’
     ‘Goeie! Ik zie je al lopen met die pop. De armen zwiepen wat mee, de benen bungelen er achteraan. Komt daar een tegenligger…’
    ‘Een tegenwandelaar. Als het maar geen politieagent is.’
    ‘Vraagt ie: wat gaat u doen mevrouwtje?’
    ‘Dan zeg ik gewoon op mijn dit-ben-iks, alsof iedereen met een sekspop onder de arm in het bos loopt: ik ben op weg naar een heel stil plekje.’
    ‘Vraagt die agent: met die pop?’
    ‘Natuurlijk, dat is mijn bodyguard.’


  

zondag 15 maart 2020

Hamsteren


Een dag voordat de winkels leeggeplunderd werden, liep ik de Albert Heijn uit met mijn kar minder vol dan anders. Dat bewijst dat ik niet hoor tot de mensen die als idioten hamsterden. Hoe het woord hamsteren ook past bij mijn favoriete winkel, ik heb geen seconde aan die gekte toegegeven. Ik ben trots op mijn nuchterheid.
    Ik hoor van mensen die twaalf broden onder de arm hadden. Waar zij nog dagenlang oud brood eten, want heb het lef niet datzelfde brood weg te gooien (!!!), zet ik mijn tanden in een verse boterham. Wie is hier nu goed voorbereid? Ik verheug me even extra op mijn boodschappenronde.
    Eerlijk gezegd bedacht ik bij de beelden van lege schappen dat het egoïsme van de één maakt dat het bord van een ander leeg is. Het vroeg voor veel mensen vast en zeker om creatieve oplossingen op tafel. Ik voel pure onbegrip bij het gehamster. Ik heb één vraag: waarom?

Openstelling
Stom genoeg bedenk ik nu pas, dat ik mijn huis open had kunnen stellen voor mensen die naast de groente grepen. Ik heb niet ingeslagen, maar met dat wat ik heb, tover ik wel iets op tafel. Mocht je nog honger hebben, meld je even via Instagram, Facebook, Messenger, Twitter, Website of LinkedIn. Ik heb geen kast vol, maar wel een phone vol kanalen.
    Of doe maandag gewoon boodschappen en laat wat liggen voor de rest. Alsjeblieft zeg! Geen gehamster meer, dan blijft er voor iedereen voldoende over. En Albert Heijn, ik weet niet hoe het met jou is, ik kan het woord hamsteren niet meer horen. Please, schrap het van jullie menu!

Onverantwoord verantwoord
Terug naar mijn boodschappenkar afgelopen donderdag. Daarin zat alles behalve verantwoorde maaltijden. ’s Avonds had ik mum-son-evening en son opperde het geweldige idee om bij de plaatselijk Chinees te eten. Nadien rolden we moeiteloos naar huis.
    Vrijdag aten we opgespaarde left-overs van de afgelopen week, want weggooien is geen optie. Zodoende kocht ik alleen wat eenvoudige dingen voor het weekend en bleven de tassen minder vol.
    Wat er verder nog in mijn tassen te vinden was? Voorraad, wat heel fout klinkt, na wat ik eerder schreef. Er zat echter geen toiletrol of aardappel bij. Ik had koffie, want eindelijk was mijn merk eens in de aanbieding. Net als mijn favoriete smaak wasverzachter. Hupsakee, een paar pakken en flessen in de kar en het gebruikelijk anderhalve brood.


Gekakel
Na de pinbetaling maakte ik mijn gebruikelijke tussenstop bij de poelier om iets kippigs te kopen en even bij te kakelen. Ik klets ze soms echt de oren van de kop. Nu klonk onverwacht links van mij:
    ‘Ik eet vanavond bij jou.’ Een bekende stond gebogen over mijn kar, wat voelde alsof mijn ziel bloot lag. Heel raar om te ervaren dat ik het neuzen in mijn boodschappen als privéterrein zie. Ik herstelde me:
    ‘Ja, lekker hè, die bami schijven en kroketten. De frituur gaat zaterdagavond om een uurtje of acht aan. Zie ik je dan?’ Ik keek lacherig naar de poelier om me een kippenpoot te schrikken. Hij keek me aan of hij het coronavirus in eigen persoon zag staan.
    ‘Réne, gaat ie, moet ik je reanimeren?’, vroeg ik. ‘Hallo, ben je ‘daar?’, riep ik nog eens, waarop de poelier met zijn ogen knipperde en er als de kippen bij was.
    ‘Irene, echt? Bami schijven en kroketten?’
    ‘Uhm ja? Hoezo? Moet ik me schamen om zoveel ongezondheid in mijn kar?’
    ‘Nee, alleen verwachte ik dat niet bij jou.’
    ‘Huh? Wat dan wel?’
    ‘Ik zie jou meer als iemand met in de ene hand een wortel en de andere een komkommer.’
    ‘Jij denkt bij mij aan een gezondheidsfreak? Laat me je daar vanaf helpen. Wat dacht je hiervan? Ik eet elke zondag bij de Kwalitaria patat speciaal. Vraag ze maar. Ze kennen me, ik krijg nog net geen korting.’
    ‘Nee, dat meen je niet.’

Tafeldansen
Ik wil al bijna mijn jas uittrekken, op de toonbank springen en sensueel voor hem swingen als om te zeggen: kijk, dit is een lichaam die elke week patat eet. Maar ik ben a. niet lenig en soepel genoeg om die toonbank op te springen; b. niet geschikt voor modellenwerk, want ik ben niet slank genoeg en heb te weinig tiet. Nee, ik ben niet zielig, ik wilde toch al nooit model worden.
    ‘Nou meneertje, jouw beeld van mij is ernstig vergroenterd. Ik eet echt elke week patat.’
    ‘Klopt er dan echt niets van die komkommer en wortels?’
    ‘Oh zeker wel. Je kunt mij wakker maken voor een bak rauwkost...’
    ‘Dus toch!’
    ‘Ik was nog niet uitgepraat, …en een broodje kroket.’

Welkomstmaaltje
Daarmee weet jij wat je te eten krijgt als je vandaag of morgen met je hongerige maag aan komt wandelen: een broodje kroket met komkommer en wortels. Oh nee, radijs.
Jummie! Eten!!!


zaterdag 7 maart 2020

Onbetrouwbaar


Ze vindt me by far de meest onbetrouwbare vrouw op aarde. Het straalt van haar gezicht af en ik voel me niet eens schuldig. Waarom zou ik? Het is super leuk om haar of anderen te foppen.
    Ik doe het al bijna negen jaar lang. Ja ja, aanstaande maandag begon ik negen jaar geleden met jou bestoken met mijn verzinsels. Oké niet alle blogs zijn alleen maar verzonnen. Het meeste is waargebeurd, maar ik dik het soms aan, overdrijf hier wat, stel het daar rooskleuriger voor en voorzie het van een flinke dosis overdrijfsel. Alles omdat ik een gebeurtenis die in één alinea te beschrijven is, wil upgraden naar om en nabij 800 woorden. Dan is het nodig om er wat extra zaken bij te halen, dat snapt jij toch ook wel?

Feestje?
Kun je ermee leven dat niet alles wat ik schrijf 100% waar is? Mag het? Of moet ieder woord op waarheid berust zijn? Wil je dat ik alle fabel een andere kleur geef en daarmee extra herkenbaar achterlaat? Of is het gewoon helemaal goed zo en gaat het jou net als mij om een momentje fun in het leven dat echt niet elke dag flierefluit-hiep-hoi is?
    Deze waarheid deel ik: mijn leven is geen kijk-mijn-perfecte-leven party. Ik sta niet fluitend om 06.45 uur naast mijn bed en breng de dag niet rollend van het lachen door om onder luid geschater ’s avonds mijn bed weer in te duiken. Dat laatste wel vaak, want mijn lief en ik hebben bijna elke avond een dolletje op de bank, daarmee eindigen we veelal de dag lachend. Ik kan het iedereen aanbevelen.

Verschillend
Terug naar het begin van deze blog: "Ze vindt me by far de meest onbetrouwbare vrouw op aarde."
    Ze is Celine, de ander ben ik. Ik verspeelde bijna het vertrouwen van mijn dochter. De kant waarin ik een ander zo geloofwaardig op een dwaalspoor zet kende ze niet. Het lukt me ook maar bij een paar mensen echt goed, bij anderen moet ik beter mijn best doen, bij weer anderen heb ik het nooit uitgeprobeerd en dan bestaat er de groep mensen waar ik sowieso nooit mijn geloofwaardigheid durf te verspelen. Ik had Celine in de laatste groep moeten plaatsen, maar nee.

Goedgelovig
Heidi, mijn zus die in Amerika woont, is er eentje die sowieso heerlijk goedgelovig is. Ze was vorige maand in Nederland, want kreeg haar zesde kleinkind. Even hè, dat maakt mij voor de zesde keer oudtante. Vreselijk die benaming.
    Heidi, haar zoon en gezinnetje, Celine en ik bezochten Utrecht stad en lunchten daar. Ineens zag Heidi de ring aan Celine’s vinger.
    ‘Van wie is die ring?’, klonk nieuwsgierig.
    ‘Joh, die kreeg ze natuurlijk van Rickketik. Heeft Celine niet verteld dat ze verloofd zijn?’, zei ik beangstigend serieus. Gelukkig keek Heidi mij verbaasd aan, waardoor ze niet zag hoe Celine’s mond zakte tot haar decolleté.
    ‘Echt waar? Is ze verloofd? Wanneer was je van plan het mij te vertellen?’
    ‘Waarom denk je dat Celine hier is?’, antwoordde ik.
    ‘Serieus? Hoe lang hebben jullie wat?’, vroeg ze aan Celine, die zichzelf hersteld had.
    ‘Acht maanden.’
    ‘En dan nu al verloofd?’
    ‘Zeg, ze zijn niet gelijk getrouwd hoor,’ zei ik en keek erbij alsof Heidi een stuk tompouce op haar hoofd had liggen.
    ‘Celine is het echt waar?’
    ‘Wat betekent die ring anders?’, klonk madammeke beslist. Hè hè, eindelijk speelde ze haar rol en nog goed ook. Nu waren we together in crime. Tot ze drie vragen later bezweek.
    ‘Mama, hoe doe je dat? Ik geloof bijna zelf in ons bedrog.’ Waarop Heidi verbaasd opkeek en me quasi boos maar met een grote glimlach om haar mond aankeek.
    ‘Ik geloofde je echt,’ lachte Heidi hard.

Herhaling
Bij deze herroep ik mijn blog “Zuinigjes”. Niet omdat ik daarin gelogen heb, wel omdat ik er nieuwe schoenen bij heb, twee paar nog wel.
    ‘Kijk hoe leuk, ik heb nieuwe schoenen!’, zei ik terwijl ik Celine’s kamer in wandel.
    ‘Mama, heb jij nou twee verschillende schoenen aan?’
    ‘Nee, dit is de nieuwe mode, net als met sokken mag je tegenwoordig twee verschillende kleuren schoenen aan. Je ziet toch duidelijk dat ze hetzelfde merk zijn? Alleen de print is anders.’
    ‘Mama, ben je serieus?’
    ‘Je hoort me toch?’
    ‘Je nept me dus niet? Het is wel echt iets voor jou.’
    ‘Dank je, je ziet toch zelf dat dit één paar is?’
    ‘Waar kocht je ze?’
    ‘Bij Manfield, waarom?’
    ‘Ik wil ze ook! Ik ga er morgen na school gelijk even heen.’
    ‘Celine, echt?’, klonk onverwacht Benjamin achter ons. ‘Trapte je hier werkelijk in?’
    Ziedaar het voorbeeld van iemand die nergens in trapt. Ik heb nog tot 1 april om hem wel te pakken te krijgen. Wie helpt me aan een stunning idee?



zaterdag 29 februari 2020

MAFS


Je kent die afkorting toch wel? Niet? Het staat voor Married At First Sight en staat voor een stom programma. Ik keek met een half oog mee, waardoor ik na de laatste aflevering wist welke twee stellen bij elkaar bleven om vandaag te horen dat zelfs zij er een eind aan maakten. Eén stel gaat wel daten.

Daten
Dat woord date zorgde laatst voor een vragende blik aan mijn adres. Ik vertelde iemand dat ik een date had met een vriendin.
    ‘Een date? Met een vrouw?’, vroeg de ander.
    ‘Ja, met mijn vriendin, dat kan toch?’
    ‘Jij bent toch getrouwd?’
    ‘Nou en of! Ik zit er middenin en dat zonder MAFS, hoezo?
    ‘Toch ga je daten met een vrouw?’
    ‘Huh? Nee, ik heb een date, een afspraak, met mijn vriendin. Een lunchdate is toch niet meteen een liefdesdate? Hou op zeg!’ De ander ontspande. Ik bleef zitten met de vraag of het zo verkeerd is het woord date te gebruiken bij een gewone afspraak met een vriendin. Aan de andere kant misbruik ik wel vaker woorden door ze verkeerd te gebruiken. Wen er aan!

Maf
Alsof MAFS zo’n handige naam is. Kijk gewoon en zie daar staan: MAF. Zo is het concept toch? Mensen die elkaar totaal niet kennen, ontmoeten elkaar in de trouwzaal waar zij direct in een huwelijkstrein treden. Vooraf werkten zij mee aan allerlei onderzoeken en tests die door professionals als een seksuoloog, psycholoog, bioloog en nog een prof werden bekeken. Aan de hand van de uitkomsten werden mensen aan elkaar gematched. De spanning zit in de vraag of de wetenschap het goed heeft.

Meekijker
Ik zou, als ik al beheerder van de afstandsbediening was, nooit bij dat programma blijven hangen. Ik blijf sowieso moeilijk bij de televisie hangen, maar met de laptop op schoot of buigend over een puzzel krijg ik wel meer mafs mee. Ik keek zelfs op bij het opvallende paar Henkie en Wenkie. Dat kon gewoon niet goed komen met die twee.
    Het draaide erop uit dat ik bij de laatste aflevering nieuwsgierig genoeg was om te willen weten wie bij elkaar bleef of niet.
    In de uitzending deelde een stel prachtige liefdesbetuigingen. Het was ronduit emotioneel.
    Of ligt het aan mijn ontoerekeningsvatbaarheid? Ik jank ook bij New Amsterdam en Grey’s Anatomy, terwijl ik een berg verzet boven de strijkplank. Het is om te huilen. Evengoed kan het hooikoorts zijn. Het allergievocht loopt mijn neus en ogen uit, zelf bij zoveel… of is het de regen? Hoe dan ook verschuil ik me niet achter de Fishermens Friend smoes.
    Het is gewoon een optelsom: zeg iets dat raakt, prik me en ik huil.

Match
Zoals bij de liefdesverklaringen van één MAFS koppel. Na Sannes betuiging zat de brok uit mijn keel hoger en kwam al bijna naar buiten. Toen hij zijn antwoord voorlas zwijmelde ik weg. Hun lieve
woorden maakten iets los:
    ‘Marcel, kunnen wij opnieuw trouwen? Ik wil, in mijn bruidsjurk voor jou staan en lieve dingen zeggen. Dat mistte de eerste keer. Ik was toen nog niet de schrijver die ik nu ben. Zullen we ons aanmelden voor MAFS? Ik weet wel wat ik zoek in een man.’
    ‘Oh ja? Wat dan?’
    ‘Hij moet 1.88 m lang zijn en zo slank dat de BMImeter een error aangeeft. Als hij wat kalend in de wereld staat kan ik er mee leven, want ik heb mijn handen vol aan eigen krullen. Daarom hoeft hij naast een donkere haarkleur geen krullen te hebben. Een directeur lijkt me wel wat, maar wel eentje die vijf dagen in de week ophoepelt, zodat ik wat vrijheid heb. Hij moet wel om 17.00 uur thuis zijn. Overwerken is verboden. Hij mag niet van voetbal, alcohol, dure auto’s en kleding houden en met plezier zijn schoenen aandoen voor een bos- of strandwandeling en af en toe een stadsie willen ontdekken. Het meest belangrijk is dat hij zijn gitaar bespeelt zoals hij mij bespeelt. Is dat een match of niet?’
    ‘Die man is perfect, mag hij een minpuntje hebben?’
    ‘Nou vooruit, hij mag snurken, maar niet hard.’
    ‘Ah, dan komt het vast goed. I see you when we match!’
    ‘Wacht even meneertje, jij moet jouw eisen nog noemen.’
    ‘Oh ja, natuurlijk.’ Marcel gaat rechtop zitten. ‘Even denken, ze moet elke dag mijn brood maken.’
    ‘Serieus? Welke vrouw doet dat nog?’
    ‘Jij! Stil nou, het is mijn beurt. Een bos krullen moet haar hoofd sieren, een enkele grijze haar mag uitbreken en éénzijdig doof hoeft geen probleem te zijn. Ze moet een cup…’
    ‘Wacht, weet jij mijn cupmaat?’
    ‘Nee, maar ik gok een B, hoewel C wel mag hoor.’
    ‘Volgens mij komt die match wel goed…’
    ‘Wacht, ik heb nog één ding.’
    ‘Oh wat dan?’
    ‘Ze mag niet in de overgang zijn.’


zaterdag 22 februari 2020

Volger


‘Volg jij me als ik het bos in ga?’, vraag ik Marcel. Hij weet dat mijn angst voor enge mannen nog heel actueel is.
‘Nee, ik blijf thuis.’
‘Je vindt het zeker te winderig.’
‘Ja en koud, saai en zonloos. Waar blijft die zon?’ Die vraag wordt een levensvraag. Kom maar door zon!
‘Je hebt als altijd gelijk, het weer is boring’, erken ik, waarop de mond van manlief in de ik-heb-altijd-gelijk-stand beweegt.
‘Ik heb toch altijd gelijk?’
‘Uhu…’ hum ik. Nu denkt hij dat ik hem gelijk geef.

Spelbreker
De waarheid is dat ik de wind werkelijk een vieze spelbreker vindt. De temperatuur is heerlijk voor deze tijd van het jaar. Het is lente, hoera! Ik hang straks de bloesem buiten, eerst mijn wandelshoes aantrekken.
Al veterstrikkend bedenk ik dat meneer een smoesjesmaker is. Het zijn niet de weersomstandigheden die hem binnen houden. Mijn man is veel, maar geen watje. Zoals het bij mij altijd om één ding gaat, mijn haar, zo telt zijn haar voor hem. Zijn haren zijn geteld, maar niet door mij.

Kroelen
Nou niet gelijk denken dat hij weer kaler werd. Zeker niet, zijn losharigheid staat stil. Geen tranen meer om verloren haren. Waarom de wind dan toch een geduchte vijand is? Nou, net zoals mijn hand door zijn haren een vijand is.
‘Dat is niet fijn,’ zegt Marcel. Ik trek mijn hand terug.
Hij bedoelt: pas op mijn haar! Terwijl ik andersom bijna smeek of hij lekker op mijn koppie wil kroelen. Als ik daar krullen bij verlies, mag hij ze hebben.
Hoor ik zowaar de Irenespecialist zeggen: Niemand mag jouw haar aanraken, want als dat eenmaal goed zit is het afblijven. Klopt, dat is verboden terrein. Iets met: touch my hair, lose one finger. Tot ik ’s avonds op de bank plof, de lucht donker is, het werk gedaan. Hoef ik de deur niet meer uit? Kroelen maar!

Locatie delen
Terug naar de veiligheid waar alles mee begon en meneer die me volgt op mijn weg door het bos, zonder mee te gaan. Ik open Whatsapp, zoek onze levendige chat en druk op de bijlagepaperclip. Tada! Daar staat locatie tussen. Met een paar klikken deel ik mijn locatie met meneer. Zo kan hij me, lui vanaf de bank, acht uur lang in the holes keepen. Dat is Engels voor in de gaten houden.
    Ik ga buiten spelen, wat wandelen voor mij is, omdat ik van verrassing naar verwondering fladder. Wandelen maakt me lichter. Zeker nu de lentekriebels luidkeels opzetten. Ik zie het in een mannetjeseend die almaar rond een vrouwelijke soortgenoot ronddobbert; in de bloesempjes aan een boom; de ontluikende knoppen aan een tak. Er is zoveel moois en groots in alle klein.

Getreuzel
Ik schiet niet op. Dit rondje dat ieder ander in 45 minuten loopt, kost mij het dubbele, omdat ik zo vaak verwonderd stil sta. Kijk die weerkaatsing in het water, de leuke wolkenvorm in de lucht, een blad dat ontluikt, de blubber onder mijn schoenen, hé, waarom zijn die bomen gekapt?  Ik krijg het benauwd en hap naar adem tot ik even verderop, op een aanplakbrief van de gemeente, lees dat het beter is voor de biodiversiteit. Weg zorgen. Ik speel weer verder in de wetenschap dat mijn man er afwezig bij is.
    Eigenlijk best onnodig, want hoe kun je jezelf onveilig voelen als je alleen wandelt? Ik zag niemand anders onderweg. Als ik alleen ben, kan niemand me iets aandoen, toch? Of is iedereen, net als mijn lieverd, bang de wilde haren te verliezen? Doe een muts op en kijk hoe ze blijven zitten.

Kameraad
Bij het nemen van de volgende bocht draaide de wind en vloog ik zowaar de verloren tijd in. Wat is de wind een heerlijk speelse kameraad. De laatste kilometer op huis aan was extra genieten. Met ons huis in het vizier, checkte ik of mijn locatie klopte. Ik zag me een stukje verspringen, alsof ik de wandeling hupte. De app ging uit.
    Zou Marcel als trouwe volger nu al thee maken en de deur openzwaaien zodat ik zorgeloos binnenstap? Knal ik zo met mijn kop tegen de voordeur. Ik zat iets te veel in mijn droom.

Nepperd
Meneer verscheen, wrijvend in zijn ogen, in de gang.
    ‘Ah, je bent thuis. Je was ineens van mijn scherm verdwenen. Ik was zo ongerust, maar gelukkig ben je daar.’
    ‘Dank dat je me volgde, dat voelde fijn.’
 ‘Uhu…’, antwoord hij zonder me aan te kijken en haalde zijn hand door zijn haar.
 ‘Denk je echt dat ik daar in trap?’, verander ik ineens van toon, klink streng en dwing hem mij in de ogen te kijken.
 ‘Heb je in de poep getrapt?’
 ‘Nee, net zo min als jij me hebt gevolgd. Jij deed je schoonheidsslaapje, dat zie ik duidelijk!’ Ik kroel hem door zijn haar.





zondag 16 februari 2020

Vertraging


Als bij het avondeten het gesprek stil valt vraag ik soms:
    ‘Wat was jouw high?’ of ‘Wat was jouw low?’
    Gelukkig antwoordt niemand met: ‘Nou mam, ik was vandaag high, heb eens lekker de drug-addict uitgehangen.’ Alhoewel Celine donderdag op het randje balanceerde. Zij creëerde een prachtige prentenboek en was druk aan het werk met fotolijm.
    ‘Volgens mij ben ik high van de lijm.’ Nooit gedacht dat juist zij zo in mijn huis zou zitten.
    ‘Er uit!’ Ik doe aan een zero-tolerance-beleid. Zouden er meer moeten doen.

Dieptepunt
Over een low gesproken, als we een wedstrijd wie-ervaart de-diepste-low speelden, won Benjamin met stip. Zijn YouTube kanaal met ruim 160.000 abonnees is gehackt. Wat nu?, was dagenlang onze grote vraag. Tot vrijdag bleek dat zijn kanaal niet meer beschikbaar was. En nu?
    Ik zag in één week tijd mijn zoon breken, neervallen, maar ook weer opstaan. Hij dook vrijdagmiddag direct na zijn stage achter zijn computer en kwam er pas zaterdagavond achter vandaan. Zijn nieuwe kanaal was actief.
    Dit weet ik: mijn mannen kunnen vallen, hard op de bek gaan, maar als ze opstaan, dan zetten ze er niet alleen hun schouders onder, maar vooral hun kop en kont bij in. Iets met hoofd, schouders, knie en teen.
    Sterker nog, dit weet ik: Benjamin komt er sterker uit, watch him! Extra mooiïgheidje is dat hij zoveel hartverwarmende reacties krijgt van volgers, fans en abonnees, dat ik een brok waterlanders omhoog voel komen. Ze vinden nog net niet de weg naar mijn ogen.

Hoogtepunten
Tot zo ver de low. Nu de highs, waaronder de ontdekking dat ik enorm flexibel ben geworden.
    Mijn week was met drie grote en twee kleine interviews en vrijwilligerswerk iets te druk naast een sushi-lunch met een vriendin en tijd doorbrengen met mijn zus. Ja, mijn in-Amerika-gehuisveste-zus is weer in Nederland. Ze gaat alweer bijna terug naar Amerika, maar geniet eerst nog van haar nieuwe zesde kleinkind.
    Donderdagavond zette haar komst onze avondmaaltijd compleet op zijn kop. We aten wel, maar vooral met veel gelach, gegil en gejank. Omdat afscheid een ding is, spraken we elkaar vrijdag weer. We wilden samen door de stad struinen en fotogenieke spots vereeuwigen. Tot ze appte dat haar zoon mee wilde.
    Flexibel als ik ben vond ik het helemaal prima. Nu gaan echt bij sommige lezers de wenkbrauwen omhoog: Irene flexibel? Ja! Ik ben werkelijk beangstigend meewerkend geworden. Dat krijg je als je tot een uur voor de maaltijd niet weet wie er wel of niet mee eet of zelfs blijft slapen. Deze zekerheid heb ik: manlief en ik slapen thuis. Voor de rest hangt alles aan losse spijkers. Dat en werken voor de weekkrant maakt me flexibel als een telefoonsnoer – het kan netjes liggen, totaal overhoop of in de knoop, maar het is altijd uit elkaar te pulken.

Afspraak
Zuslief en ik spraken om 10.00 uur af bij de piano op station Utrecht. Tot een appje vroeg of 11.15 uur ook goed was, want haar schoondochter en pasgeborene kwamen mee. Buigzaam antwoordde ik met een ‘natuurlijk’. Ik vroeg me even af of ze 10.15 uur bedoelde en herhaalde de tijd in een antwoord. Ze antwoordde bevestigend.
    Vervolgens volgde een appje dat mijn zus en aanhang al om 11.00 uur bij de piano zouden staan. Meegaand klonk mijn 'goed hoor'.
    Onder ons gezegd: mijn zus, haar zoon en schoondochter zijn niet echt van de klok. Vermoedelijk ligt dat aan de laatste twee, misschien zelfs wel alleen aan de laatste. Daarom bedacht ik: zouden ze werkelijk op tijd zijn?

Klaarmaken
Ik ruimde op mijn gemakje de strijkspullen en gevouwen was op; ging op mijn dooie akkertje naar het toilet; waste uitgebreid mijn handen; liep kalmaan richting keuken en vulde een flesje met water, propte die in mijn tas; trok mijn schoenen aan en draalde even bij de kapstok: regenjas of rode jas? Droog blijven of er vrouwelijk bij lopen? Ik koos voor de regenjas, want met mijn zus houden we het nooit lang droog.
    Met één been buiten de deur besefte ik dat ik mijn gehoor vergeten was. Hup, weer naar binnen om mijn gehoorhulp te halen en klaar. De trein halen werd zo onderhand kielekiele. Zorgeloos wandelde ik richting NS station.
    Tot ik de vroegere stadsdichteres ontmoette en een praatje maakte, wel kort, want ik wilde geen vertraging oplopen. Liep ik uiteindelijk het hoekje om bij het gemeentehuis, zag ik de trein net vertrekken.

Gelukssprongetje
    Ik kon wel springen van geluk: Het is me gelukt, ik miste de trein. Ik kan het! Vijf minuten later volgde een appje van mijn neef: waar ben je?
    Ik schreef: trein gemist.
Eenmaal aankomen zei mijn neef flabbergasted: ‘Jij bent nooit te laat.’
Ik was verbaasder: ‘Jullie zijn nooit op tijd.’