zondag 10 december 2017

Smurfen



Soms smurft zich een idee aan me op, dat een poosje rond blijft smurfen, weer wegsmurft en zomaar onverwacht zich aansmurft. Ken je dat?

Zo smurfte ik afgelopen vrijdag bij Barista van een heerlijke beker Muntthee. Tegenover me zat een vriend die smurfte van zijn koffie. We smurfen elkaar niet vaak, dus is er ontzettend veel bij te smurfen boven onze bakkies.

Eén van de onderwerpen die over tafel smurfte was films waar we van smurfen. Hij smurft met plezier naar films als IT en movies van of over Super Hero’s waar ik nog nooit van gesmurfd heb. Benjamin zou zekersteweten smurfen waar deze vriend het over smurft. Ik niet en ik smurf me er niet druk om. Ieders heeft zo zijn eigen filmsmurf.

Vervolgens smurfde ik dat horror helemaal niet mijn smurf is. Daaraan toesmurfend dat films in 3D eigenlijk net zo horror voor me zijn. Wil je mij beroerd smurfen, neem me dan mee naar een 3D film. Mijn tafelgenoot smurfte nieuwsgierig:
    ‘Bij welke film werd jij dan zo ziek?’
    ‘Bij de Smurfen, way back!’ Het smurfte mijn laatst 3D film ooit.
    ‘Oh ja, als IT to much is dan zijn de Smurfen zeer geschikt voor jou!’ Ik smurfde even of ik niet vierkant uitgesmurft werd. Maar nee, ik smurfde respect voor mijn filmkeus. Wel legde ik uit:
    ‘Als ik dan toch naar iets te spannend heb moeten smurfen, dan volgt altijd een Winnie de Pooh movie. Daarna durft Irene veilig haar bed in te smurfen.’
    ‘Om dan zeker bang te zijn voor een grote smurf onder je bed!’, smurft mijn tafelgenoot er nog even achteraan. Bijdehandsmurf!

De Smurfen bleven hangen en ik bedacht dat ik altijd nog een blog wilde smurfen die helemaal vol wordt gesmurfd. Bij deze, wat een prima combinatie smuft met een mijlpaal die ik te smurfen heb.

Ik smurf bewust niet het woord jubileum. Er is geen sprake van een jubileum-jaartal of een rond getal als 100, 200 of 300 gesmurfde blogs. Nee zeg, daar ben ik allang voorbij gesmurfd.
    Wel smurf ik dat ik inmiddels 365 blogs op het Woelige Wijde Web heb gesmurfd. Dat is een mijlpaal om te smurfen.
    Hoor ik jou nu smurfen: hoezo is dat een mijlpaal?

Smurf je het nou werkelijk niet? Wat smurf jij bij het getal 365? Zoveel blogs, deze niet meegesmurft, want is de 366ste.
    Tada! Dat is voor elke dag van 2018 een blog om te smurfen. That’s some milestone!

Nu moet ik erbij smurfen dat van die 365 blogs er 26 in mijn boek te smurfen zijn. Dus wil je ze echt  allemaal met eigen ogen in 2018 kunnen smurfen, dan moet je toch echt, eindelijk eens, dat boek van me smurfen door het smurfen van het contactformulier rechts onder mijn foto.
    Via mail smurfen we dan even de afspraken over betaling van € 14,95 en smurf ik het boek naar je toe. Goedkoper kan ik het boek niet smurfen; de uitgever smurft mijn boek niet in de aanbieding.

Zo terug smurfend, bedenk ik dat ik één doel in het bijzonder voor elkaar heb gesmurfd in die 365 blogs. Het heeft alles te maken met wat achterop mijn boek is gesmurfd:
    “HAAR GROOTSTE WENS? JOU TE ZIEN LACHEN, HET LIEFST ELKE DAG!”
 
Tada! Die lach elke dag smurfte ik nu letterlijk in tijd en smurf een goed voornemen voor 2018 als je nog lang niet al mijn blog hebt gesmurfd: smurf elke dag een blog en lach. Zo breed als je smurft!
    Maar smurf vooral eerst op deze link naar een blog. Het is niet mijn eerst gesmurfte blog, maar één van mijn favoriete blogs uit mijn boek. Ik smurf het je cadeau, als dank voor jou, mijn lieve leessmurf.
    En smurf, smurf groots!

Met een big smurf en lieve groet,
Blogsmurf!

 

zondag 3 december 2017

Stoffig



 Koud hier! Snel de deur dicht.
    Amper de boel gesloten krijg ik het direct warm van binnen. Kijk die kleuren! De hele regenboog aan één wand glimt me tegemoet. Ik snap waarom mijn man blij wordt van zijn werk; het is niet de voldoening van het harde werken, maar van alle kleur in zijn leven. Het is pure kleurtherapie!
    Kijk maar, hier word je toch vrolijk van!

Alle kleur ten spijt ben ik hier binnengewandeld om de boel flink onder handen te nemen, maar eerst kuier ik een rondje om te bekijken welke klussen mijn man van huis houdt en om te ontdekken of er veranderingen zijn aangebracht in zijn toko.

Daar heb je het al een nieuwtje. Meneer heeft andere bureaustoelen. Ze zien er goed uit, behalve het laagje stof op de poten.
    De planten staan er triest bij. Ze zeggen weleens dat als je een relatie aan wilt gaan, je eerst een plant in leven moet zien te houden. Als mijn relatie was als die van manlief en de planten die hier staan, zou ik mijn koffer al half ingepakt hebben.
    Van dichterbij bekeken, geeft één plant het zeker niet op. Na het verwijderen van het verdroogde en dode blad, blijken warempel nieuwe blaadjes in de dop te zitten.
    Gooi die koffer maar dicht en schuif ‘m diep weg - er is nog hoop.

Even een voorraad check.
    Ik dacht het wel, koelkast en koekblik kijken me met een lege blik aan. Niet getreurd, ik heb voorraad mee, want in een waas van verstandsgebruik heb ik koek en lekkers ingeslagen.
    Gelukkig is er een mannetje die de RitsRatsReklame-Barista draaiend houdt. Ik bekijk de mogelijkheden.
    ‘Neem gerust een bakkie, ik heb lekkere koffie,’zegt mijn lief trots. Alsof hij de koffiebonen zelf heeft geplukt. Hij drukt op de Cappuccinoknop en kijkt met ogen vol vraagtekens naar mijn bevindingen.
    ‘Het spijt me schat, er gaat niets boven mijn eigen plaatselijke Dolce Gusto Cappuccino of een Kokos Cappuccino van de echte Barista. Heb ik je al verteld hoe lekker die is?’ De mondhoeken van mijn man zijn plotsklaps omlaag gevallen.

Dat komt vast goed als ik de rolluiken openrol. Licht doet de mens goed, is mijn idee.
    ‘Die zou ik dichtlaten,’ zegt Marcel, ‘jij wil die ramen niet van dichtbij zien.’
    ‘Bedoel je dat ik er niet dóór kan zien? Kan het erger zijn dan de binnenramen tussen je kantoor en de werkplaats?’
    ‘Geloof me, ja!’, zegt meneer met een beetje rode kleur op zijn wangen.
    ‘Ik heb allang gezien dat één middagje poetsen lang niet genoeg is om de hele boel hier blinkend en stralend als je glanzendste folie achter te laten. Laat ik maar gauw beginnen.’

Ik start mijn werk altijd in het kantoor waar alle machines en computers staan. Daar gaat de doek over kozijnen, snijplotters, de groot-fromaat-printer, bureaus met computerwerk, de snijtafel en alles eromheen en -onder.
    Wacht, geheel veilig is het niet bij RitsRatsReklame. Ik wil bijna op mijn knieën, maar bedenk me net op tijd. Moet je zien wat me tegemoet schittert.
    Zomaar een afbreekmesje. En die is niet in zijn enige uppie. Ik raap hier meerdere van de vloer.

Mijn man snijdt wat af op zijn werk. Dat er na twintig jaar nog geen vinger af is gesneden, verbaasd me. Met al die messen en snijspul hier in de zaak moet er toch een vinger af… Laat maar, mijn plan was geen bloedblog.

Ik hou het liever schoon. Wat aardig lukt na een uur of vier (incl. pauzes). In de tussentijd heb ik zes emmers donkerbruin water door de gootsteen gespoeld. Wat blijft is stofzuigen.
    Die vinden viel niet mee, hij was verstopt onder een dikke laag stof.
 
En ineens blinkt de boel me tegemoet! Het straalt! Ik fonkel mee. Ik weet zeker dat de mannekes die hier morgen binnenstappen heel snel hun zonnebril erbij pakken, ze zullen zien dat ik geweest ben.
    Dat weten stemt mij happy.
 

zaterdag 25 november 2017

Buurtpreventie



‘s Nachts komen de beste of vreselijkste gedachten voorbij. Ken je dat?
    Lig je wakker en ziet een probleem rijzen tot de zesde hemel (bereikt helaas nooit de zevende) en houdt jou in een sluierwolk vast. ‘s Nachts is alles erger!
    Of niet. Ik lag laatst wakker en dacht: zal ik het dan toch maar doen? Me aanmelden als Beheerder Buurtpreventie?

Een paar uur later, 07.15 uur:
    ‘Marcel, wat vind jij van mij als Beheerder Buurtpreventie van onze prachtige wijk?’
    ‘Ben je dat nog niet dan?’
    ‘Nee.’
    Een paar weken geleden las ik de roep om een beheerder en vroeg Marcel wat hij ervan vond als ik dat word. Daar bleef het steken, waar hij dacht dat ik actie ondernam. Impulsief als ik kan zijn, bleef ik in deze afwachtend.
    ‘Doen!’, zegt manlief nu, pakt zijn spullen en gaat naar zijn werk. Nog amper mijn brood doorgeslikt, meld ik me via Messenger bij Veilig Houten.

Ik verwacht zo vroeg geen antwoord terug, maar bij mijn laatste slok thee klinkt “BLIEP”.
    Kan ik je later bellen?, lees ik op het scherm. Wauw, ik heb te maken met een Wakkere Willy. Ik deel mijn vaste telefoonnummer en wacht af.

Belt Wakkere Willy (ik noem hem zo, want hij is steeds enorm enthousiast en klinkt of hij zes koppen koffie opgeslurpt heeft) net wanneer ik mijn 10.000 stappen op de teller probeer te zetten en krijgt dochterlief aan de lijn. Wat zij precies vertelde weet ik niet, maar als meneer me later op de dag wel te pakken krijgt, klinkt:
    ‘Lekker gewandeld?’ Dat is nog eens een binnenkomer.

Een korte kennismaking volgt. Mijn sollicitatieprocedure wordt snel afgerond, de uitleg over het één en ander is snel duidelijk. Mijn zaak is vooral buurtbewoners te strikken om zich aan te melden voor de Buurtpreventie WhatsApp groep. Wat in de ogen van Wakkere Willy vooral werkt door flyers te verspreiden.

Of ik nu via het bos of door de straten van mijn wijk mijn kilometers vreet, maakt niet uit. Wandelen is wandelen. De flyers zijn binnen drie dagen in huis. Tijd om ze rond te strooien.
    Omdat ik hulp krijg is de zuidelijk helft van de wijk mijn pakkie an. Ik stap vol goede moed richting de eerste deur; begin zelfs te tellen hoeveel folders ik kwijtraak.
    Bump ik tegen een JA/NEE sticker op, dat drie deuren lang herhaald wordt.

Mijn wandelfolderzin krijgt een dikke kreukel. Hoeveel deuren dragen deze sticker? Beter is de vraag: hoeveel folders raak ik kwijt? Ik zet door en ben twee uur later klaar.
    Om nou niet met een aantal deur binnen te vallen, moet je geloven dat ik de helft van de wijk over heb moeten slaan vanwege deze sticker. Het is tijd om te bedenken hoe ik deze huishoudens toch bereik.

Ik kan bij iedereen aanbellen, hoewel deze sticker (rechts en hier te koop.) me aan het denken zet.
    Als je ergens in gelooft en dat wilt delen, ben je aan het bekeren. Ik geloof in een Veilig Houten, wil medebewoners bekeren. Toch maar niet aanbellen dan en accepteren dat zo’n twintig deuren onbekeerd blijven.

Dan maar bij iedereen met die gehate sticker een envelop uit de tas pakken en het volgende opschrijven:
    aan de bewoners
    straatnaam huisnummer
    postcode en woonplaats
    Zo wordt het geadresseerd reclamedrukwerk en mag in de bus. Wat een werk!

Zal ik dan maar met een speaker op mijn auto al tetterend als een kermisklant door de straten rijden en reclame maken voor de goede zaak? Daar gaat de rust in onze wijk en vrees ik flinke krassen op mijn toch al opvallende auto.

Beter is een vliegtuigje te huren met aan de uitlaat een spandoek. Daarmee bereik ik uiteraard meer wijken, wat nooit kwaad kan. Behalve voor mijn geldbuidel, dat voel ik wel erg persoonlijk. Wakkere Willy heeft het nooit gehad over declaraties en tot hoever zaken vergoed worden.

Zullen stickers op lantaarnpalen, prullenbakken, paaltjes en glasbakken in de wijk helpen? Stickers plakken vond ik als meiske al zo leuk, kan ik mijn hart ophalen. Of zal het meer overkomen als buurtvervuiling?

Wat blijft is gewoon poep aan de stickers hebben en de folder gewoon naar binnen schuiven. Het is voor de goede zaak: mensen moeten meedoen!
    Gaat even later mijn Phone met een ALARMmelding in de Buurtpreventie WhatsApp ALARM groep.

Cool onze eerst melding! Ik lees:
    Gezien vrouw in rode jas, zwart laarsje, zwarte broek, flinke bos krullen, ongeveer 1,63 cm hoog (dat hebben ze wel heel nauwkeurig), normaal postuur (wat is normaal?) propt illegaal folders in JA/NEE brievenbussen. Houd haar aan de praat, de brievenbuspolitie is onderweg.

Had ik nou toch maar Sinterklaas en Zwarte Piet of Roetveeg Piet gevraagd de folders in de schoen te doen!


zondag 19 november 2017

Schoentjes



Daar staan ze weer: de zwarte schoentjes. Ik zou er op weg kunnen lopen, ze passen perfect. Ze zijn echter niet van mij. Daarom laat ik ze staan.
    Voor de duidelijkheid, het zijn de stappers van Senna, weet je nog, Benjamins vriendin. Wen maar vast aan haar, ze zet steevast haar schoentjes op hun vaste plek, netjes tegen elkaar, geen loszittende veters, naast ons homemade schoenenkastje. Ze toont zich hiermee naast mij een goed opgevoede gast in dit huis. Dat Senna dit vaste plekje in bezit nam, vind ik superleuk.

 Soms ben ik boven aan het werk om even later de trap af te wandelen met schone thee- en vaatdoeken onder de arm. Ben ik bijna beneden, zie ik haar schoenen staan en verschijnt bij mij een glimlach om een paar tellen later te struikelen over Benjamins schoenen.  Glijdt daar zo die glimlach onderuit.
    Zodra ik zijn schoenen naast die van haar zet, vallen haar stappers nog meer op in al hun klein- en schattigheid. Ineens bedenk ik dat haar lengte ook van het heerlijke is. Volgens mij kijken wij elkaar recht in de ogen. Ze is drie centimeter langer dan ik, wat hopelijk zo blijft. Het voelt als wat extra hoop voor deze mum – de kleinste, maar niet de enige ieniemienie.

Schoenen zijn wel een vrouwen ding, hè. Echter niet bij mij, wat Marcel heel blij maakt. Bij mij geen extra kast voor alleen mijn schoenen. Mijn paren zijn te tellen op twee handen (winter- + zomerschoeisel samen).
    Je moet bij mijn aangetrouwde nicht kijken. Ze zegt een extra kamer te willen voor haar zoontje, maar volgens mij is het voor haar pumps. De kamer moet zelfs extra hoog zijn. Die hakken! Ze zijn not done aan mijn voeten. Met mijn evenwicht val ik te pletter bij de eerste stap.

Terug naar Senna’s schoenen. Dat ze daar staan vind ik extra leuk, omdat het bewijst dat iemand zich thuis voelt. Celine’s vriend trekt ook altijd allereerst zijn schuiten uit. Volgens mij meer omdat het hem te benauwd is, waar ik me troost met het idee dat hij zich thuis voelt.
    Dat thuis-voelen is ultiem op het moment dat de voetjes hoog gaan. Mensen met opgetrokken benen, verstopt in een deken en een big smile erboven op mijn bank. Dat is thuis! Wie wil erbij?

Mijn manier om dan weer te laten zien dat ik blij ben dat iemand er is, is door het voorschotelen van een favoriet gerecht. Senna is gek op mijn lasagne. Ze krijgt het alleen zelden. Zo jammer.
    Ik heb toch al eens verteld dat wij hier om de beurt een week mogen bepalen wat er ’s avonds gegeten wordt? Scheelt mij denkwerk, maar nooit klinkt hier op vrijdag: ik wil lasagne. Wat sneu is voor Senna, want zij eet al wekenlang op vrijdag mee.

Stiekem fluisterde ik Marcel in om in zijn week, volgende week dus, op vrijdag te kiezen voor lasagne. Met stralende lach vertelde hij Senna dat we volgende vrijdag haar favoriete gerecht eten. Hij genoot. Voor even.
    ‘Ik weet niet of ik volgende week kom.’
    ‘Huh? Hoezo? Je komt toch elke week?’, klinkt Marcel teleurgesteld.
    ‘Ja, maar volgende weekend vier ik mijn verjaardag en kom dan misschien niet. Jullie komen toch zondag?’
    ‘Wij komen, natuurlijk!’
    ‘Mag ik je wat speciaals vragen?’ Op mijn knik, gaat Senna verder: ‘Wil je lasagne maken voor mijn verjaardag, want het is een all-inclusive-feestje.’
    ‘Natuurlijk maak ik Lasagne. Ik verheug me er al op. Voor hoeveel mensen moet ik het maken? Eén ovenschaal is voor zes personen.’
    ‘Eén is genoeg, want anderen nemen ook wat mee.’

Het is voor ons de eerste keer dat we bij Senna op een feestje komen. Best spannend, want  we hoorden al eens dat wij best maf zijn, maar daar? Daar blijken ze knettergek te zijn. Kan leuk worden.
    ‘Hoeveel dwaze familieleden komen er eigenlijk?’
    ‘Mijn twee nichten,’ ze had eerder die middag verteld dat zij zo goed met elkaar op kunnen schieten, ‘Roos* en Fleur* (*nepnamen) komen…’ Ik hou twee vingers voor haar neus op. ‘niet!’, zegt ze er achteraan. Mijn vinders schieten weer oplaag.
    ‘Dat schiet op.’

Ze noemt nog wat mensen die niet komen, waarop Marcel gniffelt en vraagt:
    ‘Begin jij altijd met optellen wie er niet komen?’
    ‘Ja, blijkbaar!’ Ze kan wel lachen om de vraag.
    ‘Goed dan gaan we terugtellen. Als we nou beginnen met Nieuw Zealand. Dat zijn 4.510.327 peoples die niet komen.’
    ‘Wauw, dat scheelt een hoop lasagne,’ klink ik behoorlijk opgelucht.
    ‘Hoeveel Chinezen kunnen we uitschrijven?’, vraagt Marcel vervolgens.
    ‘Tel er 1.382.000.000 afwezigen bij op.’