zondag 20 januari 2019

Zakelijkheid


Voor een zaak waarvan ze zeggen dat ie op de kleintjes let, maar mijn manneke wel steeds harder moet werken om onze grootjes te voeden, mag het wel wat beter aangevuld of liever goedkoper worden. Herstel: beter bevoorraad (ik grijp werkelijk iets vaker in een lege schap dan ik gewend ben) EN goedkoper.

Roept meneer Heijn natuurlijk:
    ‘Hallo, ik koos er niet voor de boel 6% duurder te maken?’
    ‘En de Petit Beurre dan? Die bleef zelfs na 1 januari €1,-. Het is mogelijk!’
    Het blijft stil.

Behalve op de groente afdeling. Daar krijgt één van de kerels wekelijks met mijn getetter te maken, maar heeft evengoed zijn praatje terug. Andere keren probeert hij zichzelf te verbergen achter zijn volle voorraadkar. Hij kan zich willen verstoppen zoveel hij wil, ik zie hem toch. Ik ben vrouw, nee, ja, wel een vrouw, maar vooral een moeder. Weet je wat ze zeggen over moeders: mama’s hebben ogen, overal! Ik hoor mini Celine nog zeggen:
    ‘Mama, hoe zag jij dat ik die hele reepje snoep opgegeten heb? Je was boven.’
    ‘Dat kunnen alleen moeders.’

Weet je wanneer ik meneer-de-groenteafdelingman vooral weet te vinden? Wanneer iets op is. Kijk, ik ben voor goede service, liefs all inclusive voor het geld dat ik een half uur later pin. Het maakt me brutaal genoeg om bij een lege schap te vragen of iets nog voorradig is. Niet dat hij dan een sprintje trekt naar achter, zo jammer. Meneer snort een apparaatje op uit zijn bipszak (of borstzak, ik weet het eigenlijk niet zeker) en ziet daarop of iets wel of niet in the house is.
    ‘Ja, het staat achter.’ Vervolgens stapt hij met grote passen richting voorraadschuur om bij terugkeer natuurlijk mijn grote dankbaarheid te ontvangen voor extra uitgevoerd werk. Ik ben zeker niet zo’n pestkop die expres nog meer legen schappen zoekt om hem te laten lopen. Zo erg ben ik nou ook weer niet.

Vaak is de rest goed aangevuld. Gelukkig maar, want met de Jumbo akelig dichtbij ben ik zo weg. Hoewel het erop lijkt dat meneer dat vertrek niet zo erg zal vinden. Als ik iets te hard zucht klinkt achter me:
    ‘Je kunt gaan hoor, de Jumbo is daar,’ wijst hij naar de overkant.
    ‘Meneertje,’ antwoord ik naar hem opkijkend, hij is werkelijk een stuk langer dan ik ben, ‘jij moet even minder hoog van boven praten, want mijn portemonnee inhoud is deel van jouw loon.’
    Stilte in de herhaling.

Ach ja, het aan elkaar gewaagd zijn en het dollen maakt shoppen leuk. Tot die ene keer: Appie had toen nog zo’n pers-lekker-zelf-je-eigen-sap-machine waar ik elke donderdag een sapje tapte. Ik verheugde me dan al op onze zaterdagse ontbijt met verse jus d’orange. Kwam bovengenoemde ineens bij me staan en zegt, leunend op het apparaat.
    ‘Ik moet je nodig even bijpraten.’
    ‘Oh, heb je een vette roddel? Wacht, doen we er gelijk een bakkie bij.’ Ik maakte aanstalten om naar de koffie-corner te lopen, greep hij me in de kraag van mijn vest.
    ‘Geen tijd voor! Luister: dit apparaat waar jij nu lekker je flesje vult, gaat eruit.’
    ‘Wat? Waarom? Koop ik weer niet voldoende sap?’
    ‘Jij wel, maar de rest van Houten niet. De kosten wegen niet op tegen wat het oplevert.’
    ‘Hoeveel meer flessen sap moet ik persen om de boel hier te houden? Ik ben bereid iets meer monnies uit mijn portemonnee te persen als het moet, snap je?'
    ‘Hij levert nog niet de helft op van wat ie op moet brengen.’
    ‘Hebben we het over een paar tientallen euro’s?’
    ‘Wat dacht je van een paar honderden euro’s.’
    ‘Wat? Dat zijn veel big bucks! Die heb ik niet, maar de Jumbo heeft ook zo’n apparaat. Ik ben weg! Het was leuk je te kennen!’ Ik zwaai alvast met mijn hand.

Meneer keek me direct niet meer aan. Alsof het nu ineens allemaal mijn schuld is.
    ‘Wacht,’ greep hij in. ‘Maandag is de bedrijfsleider hier. Als ik je nou eens aan hem voorstel, kan jij even bij hem op de grond stampen.’
    ‘Hij is niet zo groot toch?’
    ‘Nee, hij is rond jouw hoogte,’ antwoordde hij mijn hoogte berekenend.
    ‘Weet je, ik doe mijn hoge schoenen wel aan, dan kom ik zekersteweten boven hem uit en durf ik hem wel aan te spreken met: “Zeg meneertje!!!”’
    ‘Oh ik zie het al voor me.’
    ‘Ik ook!’
    ‘Maar roep mij er eerst even bij. Ik wil niets missen.’

Die maandag zag ik meneertje, maar bleek niet zo’n stoere griet. Best jammer, want deze blog zou definitely leuker zijn geworden als ik dat gesprek aan was gegaan. Als het gaat om verse sap op tafel durf ik echter alleen deze woorden uit te spreken:
    Hallo Jumbo!!!’ Maar niet doorvertellen hoor, anders komt eerder genoemde manager op hoge hakken op mij af.


zondag 13 januari 2019

Rijbewijs

Ik mis alle zin.
    Waar ik afgelopen week dacht: Altaconsult en de navolgende gedachtenkronkels, daar moet mijn blog over gaan, vraag ik nu: boeit het? Heeft hun werk uitleggen zin? Ik heb echter A gezegd en moet naar B.

Altaconsult richt zich op Medische Expertise in de vorm van medische rapportages. In dit bloggeval op rapportage voor het CBR.
    In een half uurtje bepaalde een medisch specialist of Celine rijgeschikt is of niet, ondanks of met ADHD. Dat ze ADHD heeft is geen nieuws of toch? Had je geen blogleeszin? Serieus? Als ik zin maak om de link te zoeken, maak jij dan zin om ‘m hier te lezen, deal?

Het gesprek met de specialist was verhelderend. Ik heb zin dat te delen, de psychologie was interessant, maar in deze is de boodschap wel erg persoonlijk. Niet alles hoeft de wereld in.
    Behalve dit gesprekje:
    ‘Gelukkig vindt Celine autorijden leuk. Ik ben er klaar mee.’ Zonder doorvragen antwoorde de beste man:
    ‘Het is druk hè, op de weg.’ Hij kan gedachten lezen! Hoe weet hij dat ik precies daar last van heb?
    ‘Tel daar gevaarlijker bij op!’
    ‘Emigreer naar Japan, daar rijden ze heel netjes.’
    ‘Alsof ik daar zin in heb.’

Autorijden draagt hetzelfde gevoel. Eigenlijk was ik als jongere nooit van plan mijn rijbewijs te halen. Het was niet nodig en later had ik Marcel en onze Fiat Panda. Hij speelde taxietje in onze Recycled Ferrari (dat stond op de zijkant) en bracht ons waar we maar wilden.

Marcel en ik, we waren drie jaar getrouwd, toen ik ineens de behoefte voelde mijn rijbewijs te willen halen. We woonden drie hoog aan de Burgemeester Norbruislaan 388 in Utrecht. Een flat zonder lift. Altijd slepen met boodschappen, op één keer in de week na. Dan gingen we met de auto boodschappen halen. Mocht meneer de boel naar boven slepen.

Als het al romantisch klinkt is het schijn dat bedriegt. Meneers zin duurde tot het uitstappen op de parkeerplaats bij de winkel. De overstap naar chauffeur van het boodschappenkarretje was een kar te ver. Ik zie nog zijn kin steunend op zijn hand, arm op de stang leunend en achter me aan sloffen. En zijn kop? Een oorwurm was knapper!
    Hij volgde me blind. Dan weer links, dan weer rechts. Nietszeggend tot ik terug moest, omdat ik iets vergat. Dan klonk een zucht (zijn gesnurk is er niets bij) die tot de kassa reikte. Daarbij leek hij een stopwatch te hebben, want als ik maar een seconde langer duurde dan hij verwachtte klonk:
    ‘Ben nou eindelijk klaar?’

Ik accepteer veel, maar dit wekelijkse gedrag opende mij de ogen. Ik vond boodschappen doen toen al leuk, maar door hem verdween elk plezier. Ik vroeg me af of auto leren rijden erger zou zijn dan elke week etenswaren aanschaffen met Mopperzuchtpot. Ineens riep ik, harder en gefrustreerder dan ik van mezelf gewend ben, midden in de winkel:
    ‘Ik ga mijn rijbewijs halen!’

Je had zijn kop moeten zien! Zijn ogen kregen de omvang van een groot-oog-kikker. Ik weet zeker dat hij er geen woord van geloofde, tot hij twee dagen later hoorde dat ik een date had met dezelfde instructeur die hem leerde autorijden.
    ‘Verrassing schatje! Alles om jou niet nodig te hebben!’

Het duurde lang voordat ik het roze briefje werkelijk bemachtigde, maar het was er in één keer. Iets wat ik mijn lief nog heel soms onder z’n neus wrijf. Met dat verschil: hij rijdt graag auto; ik ben er nooit gek op geweest. Wat alleen maar versterkt is door drukte op de weg. Waar gaat iedereen almaar naartoe? En wat worden er een streken uitgehaald, vooral door de kijk-mijn-dure-auto-bestuurder. Alsof zij de wegen bezitten, rijden ze standaard hard. Mogen we 130 op veel wegen, scheuren zij me met 140/150  voorbij. Als ik, me aan de snelheid houdend, een ander inhaal gaan ze bumperklitten of knipperlichten.
    Ha! Ik laat me niet intimideren. Die snelheidsduivels kunnen mijn wielen op.

Het ergste is dit: ze denken dat ik niet kan rijden of een oude taart ben. Komen ze behoorlijk bedrogen uit!
    ‘Jij bent een veilige bestuurder,’ citeer ik manlief. Toegegeven, als Celine meerijdt vraagt ze om minder pit. Joh, mijn auto heet Picanto! Pit is in the name!

Soms rijdt Marcel mijn monstertje naar de garage en ontdekt hetzelfde schrikaanjagende gedrag. Hij zegt dat het aan de auto ligt, men kijkt erop neer. Neerbuigende snelheidsopheuende wegpiraten dat ze zijn, met hun autobrekende rijtoeren.
    Misschien moet ik toch maar emigreren naar Japan, waar ze netjes en rustig rijden of gaat de auto eruit?
    ‘Maar mama, ik wil jouw auto gebruiken als ik mijn rijbewijs heb,’ oppert Celine.
    ‘Ook dat nog: zij de kilometers, ik de rekeningen. Alsof ik daar zin in heb!’

Tja, ik had ook al geen zin in deze blog schrijven…

zondag 6 januari 2019

Genderneutraal


WhatsApp groepen doen me huiveren. Sommige breken helemaal los zodra één iemand iets zegt en vervolgens gaat het werkelijk nergens over. Gelukkig bestaat het knopje DEMPEN en klinken niet elke minuut ontelbare BLIEPS en BIEPS. Ik ben in die groepen zelden de persoon die als eerste iets deelt. Ik weiger degene te zijn die een appbomb start.

Naast de ontploffende groepen, zijn er groepen waarvan ik het bestaan vergeten was. Onderaan mijn lijst duikt Tuintafel boys and girls op. Na nader onderzoek, zie ik dat de aanjager de groep verlaten heeft en ik tot beheerder ben gekroond. Dat alles zonder mijn medeweten. De groep startte in 2014 en is akelig stil. Afscheid nemen bestaat wel, met twee klikken ben ik weg! Mocht ik opnieuw nodig zijn in die groep, dan vinden ze me snel weer. Mijn manneke heeft nog zitting in die groep en kan mijn nummer vast wel ergens vinden.

Stap ik over naar een andere groep, waar ik na bijna een jaar appstilte ineens weer van hoor. Deze groep laait regelmatig even op (als in één keer per jaar is regelmatig). Het is de Gourmet Girls groep. Klinkt lekker hè?
Eens per jaar gaan we los en worden we (Celine, een vriendin en ik) uitgenodigd door een andere vriendin en haar dochter. It’s the five of us.

We konden niet vermoeden dat de voorbereidende appgesprekken voor commotie zorgden. Het zat ‘m echter niet in het gedeelte girls in Gourmet Girls, hoewel deze tijd de benaming lastig maakt; iets met genderneutraliteit. Mag zo’n groepje nog wel of is dat ineens seksistisch? Discrimineren we nu ineens mannen, mensen? Mag ik nog wel mannen zeggen?
   Wat heel goed helpt, is dat de betrokken drie mannen en vrouwen zich niet druk maken om die vragen. Wij zijn vrouwen en zij mannen, basta en hoera. Laat maar knallen die kurken!

Waar de commotie ‘m in zat? In het gedeelte gourmet! De mannen voelden zich gepasseerd. Mannen en vlees hè en nu was dit feestje ineens for girls only. Daar gingen de appjes. De mannen mengden zich echter in een andere groep – die waarin we dates met de hele families plannen. Naast het ladies gourmetten wilden we men included naar de film. Beide werden gelijktijdig geregeld, echter een probleempje bij appen in twee groepen is dat iemand (ik was het niet!!!) een appje stuurde in de verkeerde groep en BAM, de mannen zaten er bovenop!
   ‘Leuk mag ik mee gourmetten?’, vroeg onze vriend.
   ‘Heb je een jurk?’, antwoordde zijn dochter.
   ‘Jij toch ook niet,’ volgde hij ad rem.
   ‘Als we mee mogen doen door het dragen van een jurk, doe ik mee,’ las ik ineens. Oh nee, Marcel mengde zich. Ondertussen vertelde hij mij dat hij vast mijn langste jurk nog past, die komt tot net boven zijn knieën.
   ‘Een jurk staat hem enig!’, vulde ik aan.

Had ik het over gendergedoe? Zijn mijn vriendin en haar dochter nou juist heel genderneutraal door geen jurken en rokken te dragen? Hoe zit het eigenlijk met broeken en jurken, bestaat genderneutrale kleding? Of is dat dan toch de broekrok? Wordt het nou ingewikkelder of juist niet? Ga ik me verheugen op mannen in rokjes op rokjesdag?

Iets anders: iemand vroeg na mijn blog over vlokje waarom ik hem een hij noemde. Wat voor mij ineens net zo onbegrijpelijk werd, want bij de eigenschappen die vlokje toont; zacht, pluizig en klein voel ik direct vrouwelijke eigenschappen. Maar mag ik dat zo zeggen? Ben ik eigenlijk veilig in mijn eigen blog? Wat een gedoe! Ja, dat is het, een hoop heisa!
   Anyway: ik ben blij met mij: ik ben vrouw en draag een vrouwelijke rok! Eén keer raden wie dat prachtig vindt.
  
Ondertussen werd via de groepsapp geregeld dat we naar The Nutcracker gingen en zo vonden we onszelf met ons achten in Kinepolis. Wat een bioscoop! Zoveel zalen. Voor wat volgde, was echter elke zaal te klein. Vooruitlopend op de film, uitten uit het niets de mannen ineens hun frustratie over ongelijkheid in de onwelkomheid bij de Gourmet Girls.
    Al snel beseffend dat ze geen kans maakten, probeerden ze ons jaloers te maken.
   ‘Zullen wij naar Ming&Ming of Van der Valk?’, opperde Marcel.
   ‘We kunnen ook de gourmet saboteren,’ kwam het duiveltje in onze vriend naar boven.
   ‘Pa, ik wil altijd nog naar een Michelin restaurant,’ merkte de zoon van onze vriend op.

The girls zaten er relaxed bij. Voor ons was de gourmet een zekerheid. Het gepiep van de mannen boeide ons niet. Het verstilde zelfs tot Gourmet Girls evening:
   ‘Wat gaan jullie mannen nu eigenlijk eten?’, vroeg ik nieuwsgierig.
   ‘Uhm, ja, we hebben eigenlijk niets gepland. Benjamin en ik gaan denk ik naar McDonalds.’
   ‘Zo, da’s lekker luxe zeg! De jurk die ik klaar heb gehangen is dus niet nodig?’

zondag 30 december 2018

Carpoolen


Slapeloze nachten en inslaapproblemen daar heb ik mee te dealen. Onzinnige zenuwslopende angsten nemen me over, terwijl ze bovenal nutteloos zijn. Wat dat betreft ben ik madam Muts, want alles wat nieuw is, bezorgt mij slechte slaap en wilde dromen, zelfs als ik ergens vanuit mijn middelste teen in mezelf geloof!

Stuur me naar een interview en ik ben niet meer zo bang, hoewel ik naarmate de geïnterviewde hoger op de ladder staat me gespannener voel. Ik bedoel dit: een leuke knul interviewen om zijn aandoening bekend te maken óf de burgemeester. Daar zit verschil in voor mij.
    Daar tegenover maak ik iedereen zo heerlijk mens door dit te bedenken: koning, burgemeester, caissière of ik, we moeten allemaal regelmatig poe… naar het toilet. Het maakt me ineens minder bang voor wie grootser is.

Waarom dan toch onrustig? Nou gewoon, omdat ik binnenkort getuige ben als de burgemeester twee huwelijksparen feliciteert. Ik mag deze paren vervolgens interviewen over hoe zij het zo lang uithielden met elkaar en daarover een stuk schrijven voor de krant. Dat vind ik al spannender, want wordt door nogal wat mensen gelezen. Nu is dit echter het spannendst: bij het artikel moet een foto en die komt van mijn camera.
    Stel ik me vragen als: hoe is de situatie? Wie zijn er aanwezig? Hoeveel feestvierders of bezoekers kijken toe? Dat maakt me slapeloos nerveus of maakt me onverwacht onrustig wakker, waarbij de volgende vraag opduikelt: hoe ga ik? Met de auto of op de fiets?

Had ik maar een direct lijntje met de gemeentebestuurder. Was ik maar een vriendje dan appte ik met gemak:


De waarheid is dat de burgemeester mij pas één keer ontmoette. Zoonlief won vlak voor de kerstvakantie een GoPro voor het maken van een winnend wees-voorzichtig-met-vuurwerk filmpje. Hij ontving zijn prijs uit handen van, jawel, de gemeentebaas.
    Bij het afscheid en handje schudden zei ik terloops:
    ‘Tot snel,’ waarop een voorzichtig verbaasde blik volgde en ik uitlegde dat we binnenkort elkaar treffen. Had ik toen maar gevraagd of we samen kunnen rijden.

Nu zit ik hier en denk: hoe zou dat gaan? Samen met de Rijkskruier op weg  om op één dag twee jubileumparen te feliciteren. Zie ik drie scenario’s voor me.

Scenario 1:
    Vanuit de auto stuurt hij me een appje met de vraag waar ik nou eigenlijk woon.
    Dat zijn we zó gewend, als ik vergeet te melden dat we aan het fietspad wonen. Eerder vanavond stond een bezorger met een pakje van BAX op de stoep. Als manlief had geopend, nam hij het pakje blind aan (BAX is zijn favoriete zaak). Jammer genoeg deed ik open:
    ‘Ah, je moet schuin aan de overkant zijn.’ Ik wijs in de juiste richting.
    ‘Maar ik sta toch bij het juiste huisnummer?’, klinkt de pakjesbezorger verbaasd.
    Yep, maar kijk eens op het straatnaambord.’ Die hangt aan onze gevel.
    ‘Oh excuses!’
    Na mijn: ‘No problem, doe voorzichtig en fijne avond,’ vertrekt de bezorger met een glimlach naar de overkant.

Nu onze Bolleboos, of all people, ons huis niet vindt kan hij er misschien wat aan doen, maar eerst uitleggen waar hij moet zijn:
    ‘We wonen aan het fietspad in de hoek bij nr. 10.’
    ‘Oh, daar!’
    ‘Ja, logisch toch, tussen nr. 10 en 26 zit…? Maar ik kom er al aan,’ en trek de deur achter me dicht.

De parkeerplaats naderend, schrik ik me de ogen uit mijn toet. Staat daar een chique Mercedes, nee beter, een Tesla en een onbekende man houdt de deur voor me open.
    ‘Wouter! Je hebt een chauffeur, we zitten achterin!’ Wat perspectief biedt, kan ik hem mooi ook eens aan een vragenkwartier onderwerpen. De vragen weet ik al.

Scenario 2
    Hij benoemt mij tot chauffeur.
    ‘Ik hoop dan wel dat je van vlinders houdt,’ merk ik op.
    ‘Heb je vlinders in je auto dan?’
    ‘Oh leuk! Nee, op mijn auto, maar geen zorgen, alleen aan mijn kant. Is een KIA niet te klein? Anders neem ik de VW XL van mijn manneke. Daarin kan je met de achterbank plat, languit met de benen.’
    Wat ik met zekerheid weet, is dat het met mij als chauffeur beduidend minder gezellig wordt. Met de baas van de plaatselijke politie in de car moet ik wel perfect rijden. Hij krijgt sowieso mijn phone, als om te bewijzen dat ik MoNo rij. Kan hij mijn telefoontjes beantwoorden.
    ‘Dit is het toestel van Irene, met de burgemeester.’ Klinkt best tof, eigenlijk.

Scenario 3:
    ‘Jouw of mijn auto?’, vraag ik open.
    ‘Auto? Je mag bij me achterop of wil je liever in de krat voorop?’

Scenario 4:
    Ik slaap hier nog maar één nachtje over. Hopelijk droom ik dan het beste scenario.

zondag 23 december 2018

Paniek


Haar ogen werden groot, ze greep me bij mijn onderarm en wees met haar andere hand naar de kerstboom. Liet mij weer los, liep de serre in om happend naar adem terug te komen en vroeg met piepstem:
    ‘Mama, waar is Vlokje?’
    ‘Oh help, geen idee.’ Ik hoopte werkelijk dat iedereen hem vergeten was.
    ‘Hoezo, help? Is ie er nog wel?’
    ‘Nog eens: geen idee.’
    ‘Heb je hem dan niet meer gezien?’
    ‘Nee.’

Weet jij nog wie Vlokje is, was? Nee, lees dan even hier
    Schreef ik blijvertje? Tja, dat was de bedoeling, maar bleef niet in stand en zo ontstond bij mij al langer geleden de vraag: wanneer zag ik hem voor het laatst? Hoe verdween hij uit mijn zicht? Het heeft alles te maken met het vertrouwen dat hij er morgen wel weer zou zijn. Wat denk je nou, hij lag ruim een half jaar te rollebollen op de grond.  Hij zag alle kanten van de huiskamer en hoewel ik mezelf een goede housekeeper durf te noemen, werd hij wat grijs. Hoe denk je dat jij eruit zou zien als je ruim een half jaar op de grond lag te buitelen? Dacht je daar blinkend en stralend vanaf te komen? Forget it!

Ik hield bewust mijn mond, want toegeven dat ik Vlokje niet heb weten te beschermen, hem verloren heb, heeft onherroepelijk gevolgen. Wie vertrouwt me ooit nog als oppas voor zijn of haar peuterige prinsje of prinsesje? I am doomed.  Vooral toen Celine me onderwierp aan een persoonlijk vragenuurtje, versterkt door twee extra getuigen:
    ‘Mama, wanneer zag je hem voor het laatst dan?’
    ‘Bedoel  je precies uit het oog verloren?’
    ‘Ja, wanneer was de laatste keer?’
    ‘Dat was ergens rond de zomervakantie...’
    ‘Mam, dat is ongeveer vijf maanden!’, schreeuwde ze uit. ‘Dat is al heel lang!’
    ‘Vorig jaar.’
    ‘Echt maham!’ Ik keek onschuldig de andere kant op om zo de intimiderende blik in haar ogen te vermijden. Mijn schuldgevoel reikte al van hier tot de kerstboom. Zij kon diezelfde afstand  zonder meer verlengen naar de Noordpool. Gelukkig heb ik das, muts en handschoenen standaard in de mouw van mijn winterjas zitten, het werd met de seconde kouder.

Hoe ver mijn schuldgevoel ook reikte, het bracht Vlokje niet terug. Bij het optuigen van de boom kwam zijn hele familie tevoorschijn, een grote familie! Hoe kon ik dan niet aan Vlokje denken?
    However, als ik had geweten dat Vlokje de pluizen zou nemen, dan had ik echt afscheid genomen. De stiekeme verdwijner.

    ‘Mam, denk na, wanneer en waar zag je hem het laatst?’
    ‘Dat zei ik al: ergens rond de vakantie vorig jaar.’
    ‘Maar waar, hoe.’
    ‘Op de grond natuurlijk. Hij zag wat grijs.’
    ‘Maham, hoe kan hij nou zomaar verdwijnen?’
    ‘Net zoals hij ongezien van de oude op de nieuwe vloer over de kop is gegaan. Hij doet alles achter onze rug om. Trouwens, ik zit hier niet als enige aan tafel, kijk de mannen eens. Zij zeggen niets. Misschien zag één van hen Vlokje voor het laatst. Sterker nog, misschien heeft één van hen Vlokje opgezogen.’
    ‘Wat?’, zei Marcel ineens geschrokken.  ‘Ik stofzuig nooit!
    ‘Daar zeg je iets zeg, weet je wel wat een stofzuiger is?’ Ik stak mijn tong erbij uit.
    ‘Wel zwaai jij hier regelmatig met een kappersschaar boven iemands koppie. Misschien veegde jij hem ongezien met veger en blik mee weg. Vlokje rustte vaak daar uit waar jij meneer-de-kapper speelt.’
    ‘Dus nu heb ik Vlokjes verdwijntruc uitgedacht?’
    ‘Iedereen hier aan tafel is inderdaad verdacht, dat verzeker ik je. Bedenk vooral een goed alibi.’
    ‘Mam, Benjamin kan hem ontvoerd hebben.’
    ‘Heb ik het nu ineens gedaan? Nog even en ik heb hem gekilld.’
    ‘Nu je het zegt, hij kan wel gedood zijn, opgegaan in stof.’ Ik kreeg spontaan tranen in mijn ogen. ‘Mag ik een tissue?’
    ‘Mam, hij was stof,’ klonk zoonlief lekker nuchter.
    ‘Zou het misschien kunnen dat hij zich niet gezien voelde en op een luchtig moment, toen de serredeuren open stonden een aanrolletje nam en zichzelf over de drempel  naar vrijheid kukelde? Die gedachte klinkt beter dan vermoord. Hij koos zijn eigen vrijheid.’

    ‘Ach mam, troost je, je hebt een boom vol vlokken,’ klonk Benjamin, stond op van tafel, liep naar de boom en pakte er een vlokje uit.’
    ‘Jij legt die vlok heel snel terug in de boom. Nog even en je geeft ‘m een naam.’
    ‘Ja, goeie, wat denk je van Vlokje 2.…’ Ik druk mijn handen tegen mijn oren.
    ‘Nee, nee, geen naam, ik wil niet opnieuw emotioneel gehecht raken. Er was maar één Vlokje en onvervangbaar.’

    ‘Hé, kijk wat daar aan komt rollen!’, gebaarde Celine naar de vloer. Ze stuiterde erbij van haar stoel!
    ‘ Kijk nou! Vlokje  heeft een gezinnetje gesticht! Hij was achter een meisje aan! Hij heeft smaak, lekker ding hè?’


zondag 16 december 2018

Instagram


Tjonge zeg, dat mijn man het nodig vindt om op Instagram zijn gespierde vorderingen zo ten toon te spreiden en mij daar niets over vertelt! Ik ben verbluft.

Voordat ik door ratel, geef ik onverbloemd toe dat hij zijn fitness-werkzaamheden vele malen serieuzer volhoudt dan ik had verwacht. Zet ik hem in de vorige blog volledig voor gek, buig ik hier in diep respect voor mijn schatje!

Om onverwacht te stuiten op zijn nieuwe insta-account alsof hij fans achter zich aan wil. Mijn man? Serieus? Zei ik vorige week dat ik mijn handen vol heb aan één van hem? Zo dacht ik dat hij zijn handen meer dan vol heeft aan mij en zijn hart erbij.
    Zeker in de afgelopen week. Hij leefde voor één doel: mij terugpakken. En terecht! Ik schaam me behoorlijk in een hoekje om de video die ik vorige week online deelde. Het was de reinste schending van zijn privacy, hoewel hij voor elk woord, foto en video toestemming gaf. Kan je nagaan wat hij voor me over heeft. Een week later weet ik beter. Met zijn:
    ‘Ja, je mag het plaatsen,’ bedacht hij waarschijnlijk direct mij terug te pakken. Niet wetend hoe onmogelijk dat werd.

Hij wilde alleen maar de laatste woorden van mijn vorige blog bewijzen. Die waarin ik zeg harder te snorren dan hij, wat het bijgesloten neveneffect van mijn verkoudheid is. Waar manlief ’s nachts zelden last van mij heeft, haal ik alle maandenlange snurk-leed van zijn bedkant in een paar nachten tijd in. Natuurlijk wilde hij me via dezelfde weg bewijsmateriaal verschaffen. Heb jij een filmpje of geluidsopname gezien?
    Ik ook niet. Blijkbaar verpest ik het nachtelijks. Ik zet het op een gesnurk, om net wanneer meneer op de opnameknop drukt en een PLING klinkt, te wiebelen en stil te houden. Eén keer werd ik wakker van de PLING . Werd echter niet wakker genoeg om te zeggen:
    ‘Dat ga jij dus wissen!’

Volgens mij probeert hij me nu op een andere manier te pakken. Ineens verscheen op Instagram een suggestie dat Marcel een optie is om te gaan volgen? Een suggestie? Hij is veel meer dan dat! Hij is mijn werkelijkheid.
    Moet je nagaan, mijn eigen lief, volgt mij niet eens. Terwijl ik als een maffe fan al zijn posts like te liken. Zodat anderen maar vooral zien wat voor moois hij steeds weer maakt. Oh wacht, dat is een ander account. Manlief zit op Instagram onder de naam RitsRatsReklame. Hij verschuilt zich graag achter die naam, want is zo eentje van achter de bedrijfsmuren.

Tot nu, de stouterd, waar gluurder Instagram hem als suggestie noemt. Hem volgen? No way. Wel roep ik meneer uit zijn sloffen:
    ‘Waarom zit jij ineens als gespierde bundel op Instagram en weet ik van nikkes? Zoek jij chickies of zo? Zoals ik mannen achter mijn account krijg?’

Alles begon met mijn gesloten account. Ik moet geen pottenkijkers van all over. Tot mensen me zeiden dat ik leuke dingen schreef die voor meer mensen dan alleen volgers leuk zijn. Daarom opende ik de boel en had binnen een paar dagen ineens een leuk aantal volgers meer. Bijna alleen Amerikaanse mannen, die werken in het leger en 50+ zijn. Een aantal van hen hadden het lef om via direct message van zich te laten horen. Echt, privé berichten van vreemde mannen! Ze zeiden dingen als: you look nice; you have a nice smile; you look gorgeous; you have a lovely face en al dat soort gekwijl.
    Waarop ik dacht: kijk even verder sufferds! Ik ben getrouwd, watch my bio. Maar nee, ze kijken alleen maar naar de kop! Druiloren! Die kop zegt niets, vooral die op Instagram zegt weinig. Daar zijn rimpels wegmoffelt en grijze haren onzichtbaar, omdat die foto zo klein is. What’s in a picture

Al goed, mijn bio. De zin I love my little family zegt niets over een echtgenoot. Dat werd: I love my husband! De slijmballen bleven komen. Vervolgens plaatste ik een foto van ons samen et voilá, einde kwijlerds! Tot Celine een maand of wat geleden een relaxte foto van me maakte en die als nieuwe profielfoto verscheen, zoals ook de alleenstaande buitenlandse mannen.
    Daar ging mijn account op PRIVE. Nu geniet ik dagelijks van de macht om onbekende mannen af te wijzen. Baas in eigen account!

Wat blijft? Mijn manneke en zijn nieuwe profiel. Ik weiger te volgen, want hij deelt vast niets meer dan zijn profielfoto. Zoals op zijn Facebook amper iets verschijnt. Daar staat zo weinig dat Facebook er geen jaaroverzicht van kan maken!
    Wel is hij mijn realiteit, zit naast me op de bank, maakt mijn potje thee, smeert mijn borst en rug in met Vicks VapoRub en hoopt van harte dat mijn verkoudheid snel over is.
    Dat is iets waar ik hem blind in volg!

zaterdag 8 december 2018

Snurkerd


   ‘Slaap lekker,’ zei ik tegen mijn manneke.
   ‘Ga jij niet slapen dan?’
   ‘Ik lees nog even wat.’
   ‘Oké.’ Hij leek er niet gerust op, want hij sloot zijn ogen niet.

Hoe is dat bij jou? Volgens mij hoeven mannen hun kussen maar te ruiken, de ogen te sluiten en POEF, weg zijn ze, vertrokken naar snurkland.
   Ik hou er van mijn bedenksels te generaliseren, maar door te schrijven over mannen (meervoud), klinkt het alsof ik naast zes mannen in bed lig. Geloof me, ik heb aan deze ene mijn handen vol. Wat zekersteweten beter is dan de buik vol, maar gelukkig heb ik mijn hart vol van hem. De waarheid is: ik heb mijn oren vol van hem!

Wat me terugbrengt naar ons nachtelijk gesprek:
   ‘Ik mag toch nog wel even lezen? Of voel jij je veiliger als ik zeg dat ik blijf waken?’
   ‘Oh zeker, dat klinkt veiliger. Nu durf ik gerust te slapen.’ Hij sloot zijn ogen en was POEF weg. Dat bewezen de opvolgende schokjes. Die ken je wel. Dat je bijna in snurkrijk bent aangekomen, maar nog één intens harde schok door je lijf giert, alsof je in een put valt. Laat het de wensput zijn, dan kun je gelijk je wens eruit op diepen!

Wat manlief niet besefte was dat ik om één enkele reden wakker bleef. Ik wilde bewijsmateriaal vergaren. Bewijs waarmee ik voor eens en altijd hem de mond kan snoeren. Ik hoor echt wat ik hoor, manlief snurkt en hij weigert me te geloven. Je moet zijn uitvluchten eens horen:
   ‘Ik adem zwaar.’
   ‘Ja, die kennen we uit mijn boek.’
   ‘Ik hoor niks!’
   ‘Dat is omdat jij degene bent die slaapt’
   ‘Als jij dat nou ook eens doet!’
   ‘Dat wilde ik gisteren. Ik nam me voor om na zes vreselijke nachten, lekker lang te slapen. Ik lag er heerlijk vroeg in en liet niets of niemand tussen mij en dromenland komen. Ik vergat jou!’
   ‘Ik zei niets!’
   ‘Klopt! Het is erger, jij moest zo nodig ronken.’
   ‘Ik? Het was vast de buurman.’
   ‘Die ligt anders niet naast me. Ik hoor jou eigenorig!’
   ‘Onmogelijk! Weet je dat mensen die dikker worden snurken? Kijk mij, ik ben niet dik!’
   ‘Ha! Je vergist je. Jij wordt dikker, sinds jij sport om aan te komen. Dat lukt, want hoeveel kilo kwam er bij? Vijf? Tada! De verklaring voor meer decibellen snurk. Stop met fitness, want het is slecht voor je huwelijk. Ach laat maar, ik pak je binnenkort knetterhard terug.’
    Wat wil jij nog doen dan? Sinds jouw invalide vinger moet ik mijn eigen brood al maken. Is er meer?’ Tja, door die stomme vinger hield ik me inderdaad niet aan onze enige huwelijkse voorwaarde, die waarin ik beloofde elke dag zijn lunch te maken. Zo’n zwaar gekneusde wijsvinger kon ik niet bedenken. Maar ik heb meer om mee te dreigen:
   ‘Wat dacht je van all houskeeping?’ Manlief duikt ineens diep weg onder het dekbed. Hij is allergisch voor dit woord, in welke taal ik het ook uitspreek. Hij huivert.

Dat gruwelen is nog niets bij wat ik aan het bekoksnurken ben. Ik vergaar binnenkort bewijsmateriaal in zijn sterkste soort. Die in de vorm van een geluidsopname.
   Daarom ligt, tegen al mijn principes in, ineens mijn telefoon elke nacht naast ons bed op het nachtkastje. Hij staat zelfs aan, wat verboden is in Huize van Valen. Een regel die Marcels telefoon aan zijn scherm lapt.

De grap is dat zodra manlief ligt te zagen, ik eerst moed moet verzamelen om mijn phone erbij te pakken. Dan weer lig ik zo lekker, dat ik niet wil omdraaien. Evengoed ben ik bang dat hij wakker wordt van mijn bewegingen of het licht van het telefoonscherm (die al donker staat). Toegegeven, meestal ben ik te slaperig om in actie te komen terwijl bewijs luidneus’ naast me ligt en draai ik me op mijn rechteroor, zodat mijn linkeroor vrij ligt. Die laatste hoort toch amper iets. Soms zo handig… orig.

Tot ik besloot te waken en daarmee zijn ronken vast te leggen. Ik zeg nu: waken loont!
   De volgende ochtend hoorde manlief een opname, lachte er hard om (terwijl hij ’s ochtends niet heel lacherig is), maar toegeven?
   ‘Wie zegt dat ik dat ben? Misschien ben jij het wel zelf!’
   ‘Ach, meneer Smoes, klets maar. Dit is bewijs! Jij wil er weer onderuit, maar weet je, ik pak je binnenkort terug voor al die nachten dat jij me uit mijn slaap haalt.’
   ‘Moet ik bang worden?’
   ‘Dat valt te bezien!’



Dat terugpakken deed ik vannacht en de komende nachten. Ik ben grieperig en de daarbij behorende bijwerking is een dichte neus. Het kwam zomaar van de een op de andere minuut opzetten tijdens de film afgelopen donderdag. Weet je wat er volgt als ik snotverkouden ben?
   Ik snurk. Extra hard!