zaterdag 8 december 2018

Snurkerd


   ‘Slaap lekker,’ zei ik tegen mijn manneke.
   ‘Ga jij niet slapen dan?’
   ‘Ik lees nog even wat.’
   ‘Oké.’ Hij leek er niet gerust op, want hij sloot zijn ogen niet.

Hoe is dat bij jou? Volgens mij hoeven mannen hun kussen maar te ruiken, de ogen te sluiten en POEF, weg zijn ze, vertrokken naar snurkland.
   Ik hou er van mijn bedenksels te generaliseren, maar door te schrijven over mannen (meervoud), klinkt het alsof ik naast zes mannen in bed lig. Geloof me, ik heb aan deze ene mijn handen vol. Wat zekersteweten beter is dan de buik vol, maar gelukkig heb ik mijn hart vol van hem. De waarheid is: ik heb mijn oren vol van hem!

Wat me terugbrengt naar ons nachtelijk gesprek:
   ‘Ik mag toch nog wel even lezen? Of voel jij je veiliger als ik zeg dat ik blijf waken?’
   ‘Oh zeker, dat klinkt veiliger. Nu durf ik gerust te slapen.’ Hij sloot zijn ogen en was POEF weg. Dat bewezen de opvolgende schokjes. Die ken je wel. Dat je bijna in snurkrijk bent aangekomen, maar nog één intens harde schok door je lijf giert, alsof je in een put valt. Laat het de wensput zijn, dan kun je gelijk je wens eruit op diepen!

Wat manlief niet besefte was dat ik om één enkele reden wakker bleef. Ik wilde bewijsmateriaal vergaren. Bewijs waarmee ik voor eens en altijd hem de mond kan snoeren. Ik hoor echt wat ik hoor, manlief snurkt en hij weigert me te geloven. Je moet zijn uitvluchten eens horen:
   ‘Ik adem zwaar.’
   ‘Ja, die kennen we uit mijn boek.’
   ‘Ik hoor niks!’
   ‘Dat is omdat jij degene bent die slaapt’
   ‘Als jij dat nou ook eens doet!’
   ‘Dat wilde ik gisteren. Ik nam me voor om na zes vreselijke nachten, lekker lang te slapen. Ik lag er heerlijk vroeg in en liet niets of niemand tussen mij en dromenland komen. Ik vergat jou!’
   ‘Ik zei niets!’
   ‘Klopt! Het is erger, jij moest zo nodig ronken.’
   ‘Ik? Het was vast de buurman.’
   ‘Die ligt anders niet naast me. Ik hoor jou eigenorig!’
   ‘Onmogelijk! Weet je dat mensen die dikker worden snurken? Kijk mij, ik ben niet dik!’
   ‘Ha! Je vergist je. Jij wordt dikker, sinds jij sport om aan te komen. Dat lukt, want hoeveel kilo kwam er bij? Vijf? Tada! De verklaring voor meer decibellen snurk. Stop met fitness, want het is slecht voor je huwelijk. Ach laat maar, ik pak je binnenkort knetterhard terug.’
    Wat wil jij nog doen dan? Sinds jouw invalide vinger moet ik mijn eigen brood al maken. Is er meer?’ Tja, door die stomme vinger hield ik me inderdaad niet aan onze enige huwelijkse voorwaarde, die waarin ik beloofde elke dag zijn lunch te maken. Zo’n zwaar gekneusde wijsvinger kon ik niet bedenken. Maar ik heb meer om mee te dreigen:
   ‘Wat dacht je van all houskeeping?’ Manlief duikt ineens diep weg onder het dekbed. Hij is allergisch voor dit woord, in welke taal ik het ook uitspreek. Hij huivert.

Dat gruwelen is nog niets bij wat ik aan het bekoksnurken ben. Ik vergaar binnenkort bewijsmateriaal in zijn sterkste soort. Die in de vorm van een geluidsopname.
   Daarom ligt, tegen al mijn principes in, ineens mijn telefoon elke nacht naast ons bed op het nachtkastje. Hij staat zelfs aan, wat verboden is in Huize van Valen. Een regel die Marcels telefoon aan zijn scherm lapt.

De grap is dat zodra manlief ligt te zagen, ik eerst moed moet verzamelen om mijn phone erbij te pakken. Dan weer lig ik zo lekker, dat ik niet wil omdraaien. Evengoed ben ik bang dat hij wakker wordt van mijn bewegingen of het licht van het telefoonscherm (die al donker staat). Toegegeven, meestal ben ik te slaperig om in actie te komen terwijl bewijs luidneus’ naast me ligt en draai ik me op mijn rechteroor, zodat mijn linkeroor vrij ligt. Die laatste hoort toch amper iets. Soms zo handig… orig.

Tot ik besloot te waken en daarmee zijn ronken vast te leggen. Ik zeg nu: waken loont!
   De volgende ochtend hoorde manlief een opname, lachte er hard om (terwijl hij ’s ochtends niet heel lacherig is), maar toegeven?
   ‘Wie zegt dat ik dat ben? Misschien ben jij het wel zelf!’
   ‘Ach, meneer Smoes, klets maar. Dit is bewijs! Jij wil er weer onderuit, maar weet je, ik pak je binnenkort terug voor al die nachten dat jij me uit mijn slaap haalt.’
   ‘Moet ik bang worden?’
   ‘Dat valt te bezien!’



Dat terugpakken deed ik vannacht en de komende nachten. Ik ben grieperig en de daarbij behorende bijwerking is een dichte neus. Het kwam zomaar van de een op de andere minuut opzetten tijdens de film afgelopen donderdag. Weet je wat er volgt als ik snotverkouden ben?
   Ik snurk. Extra hard!



zaterdag 1 december 2018

Smoesjes


Voor alle lezers die het oudste kind zijn, heb ik deze vraag: Ga jij altijd after dinner naar het toilet? Ik vraag verder niet naar de boodschap die je daar achterlaat. Dat boeit me niet.

Wat jullie (de oudste der kinderen) betreft valt me iets op.
    Voor wie mij niet zo persoonlijk kent: ik ben niet de oudste maar juist de baby van de familie - als in de jongste van drie. Gelukkig word ik tegenwoordig serieuzer genomen, ietsjes, en trouwde op mijn tijd met een man die de oudste van twee is.
    Weet je wat mijn oudste zus en manlief nou beide doen? Zij gaan na het eten naar het toilet. Ik vraag me heus niet af waarom, maar toch. 

Bedenk ik dat ik mezelf in de problemen schrijf: Celine, mijn oudste kind en dochter gaat juist niet standaard na het eten naar de kleine kamer. Logisch, zeg jij, die is bezet! Boven maakt ze evenmin gebruik van de badkamer. Gaandeweg deze blog, kom ik hopelijk achter de reden waarom zij de afwijking van mijn theorie is.

Daar gaat Marcel weer, de gevulde wrap nog maar net doorgeslikt en afgemaakt met vanillevla-extra-verlekkerd, aan de wandel, opent de tussendeur, stapt in de hal en laat mij achter aan tafel. Weg zijn de voeten waar ik de mijne aan opwarmde.
    Me achterlatend met herinneringen aan mijn oudste zus. Zij bezocht dat mini-hokje standaard wanneer het haar beurt was om de tafel af te ruimen of af te wassen. Volgens mijn memories was slagroom zelfs haar ergste smoes. Ik vermoed dat het nu de naam lactose-intolerantie draagt en weg is ze. Mijn middelste zus en mij achterlatend, met dit voordeel dat ik mijn voeten kon blijven warmen. Het voordeel van drie!
    Madam-oudste bleef zo lang weg, dat de achtergestelde meiden besloten op te ruimen zonder haar. Deze grap kostte anders teveel van onze vrije tijd. Kwam madam de keuken in, was alles klaar. Zo slim!

Ik geef meteen toe dat mijn herinneringen enigszins vertroebeld en verkleurd worden door de tijd en daarmee onwaar kunnen zijn. Mijn moeder zou toch niet toestaan dat mijn oudste zus elke dag zo handelde? Dat ik het zo ervoer blijft. Het van me af schrijven voelt als therapie.

Misschien werkt het net zo bevrijdend als ik Marcels toiletgang van me af schrijf. Met die mazzel (voor hem) dat ik de rommel op tafel direct achter zijn bips opruim, terwijl hij zich ontlast. Niksen is tijdverspilling als in de avond leuke activiteiten op het menu staan. Stapt hij dan eindelijk weer binnen, sluit ik net het zeepbakje van de vaatwasser, stel de knoppen in en klap de deur dicht.
    ‘Ben je al klaar?’

Ik zeg verder niks, want eergisteren liep het behalve bovenstaande toiletbezoek helemaal anders. De deurbel klonk, terwijl meneer in de kleine kamer zat. Ik voelde me gedwongen de rommel op tafel en aanrecht achter te laten en bedacht welk lef deze vreemde heeft om mij ongevraagd af te leiden met zijn irritant verkooppraatje.

Ik open de deur, kijk vluchtig van de ogen van de aanbeller naar het naamplaatje. Zie je wel? Een man, hij is er eentje van NUON. Ik had de bel kunnen negeren - moeten doen of ik doof ben.
    Ondertussen weet ik mijn lieverd een meter bij me vandaan, weliswaar gescheiden door een muur, op de toiletbril, terwijl ik op de deurmat sta. Wat een heerlijk romantisch idee hè? Het geeft me in ieder geval de kracht om te denken: Irene laat beide mannen eens een poeppie ruiken.

    ‘Dag meneer.’
    ‘Goedenavond mevrouw. Wat heeft u een ontzettend leuk deurbord.’ Zo  beginnen ze allemaal, de kruiperds.
    ‘Ja, leuk spandoekje hè?’
    ‘De tekst op uw deur is net zo bijzonder.’
    ‘Inderdaad meneer, maar kom ter zake.’
    ‘Heeft u haast?’
    ‘Ik sta hier zeker niet voor mijn lol. Ik zie daar,’ ik wijs op zijn naambordje, 'NUON staan. Geloof me, ik heb geen interesse, ga lekker naar de volgende deurbel en bespaar mij en jezelf tijd.’
    ‘Wilt u dan niet minder betalen voor uw energie?’
    ‘Nee, eigenlijk niet!’
    ‘U wilt niet goedkoper uit zijn?’
    ‘Dat zei ik. Wat ik wel wil is dat u weg gaat.’
    ‘Mag ik nog één vraag stellen?’
    ‘Serieus?’
    ‘Bij welke energieleverancier bent u aangesloten?’
    ‘Meneer dat gaat u helemaal niets aan. Toedeloe!’
    ‘Maar...’ BAM, ik smijt de deur dicht.

Met het dicht gooien van de voordeur, opende zich een andere. Waarmee bewezen werd dat wanneer de ene deur zich sluit een andere open gaat. Het gebeurde waar ik bij stond!
    Marcel stapte uit het kleine kamertje, liet zijn hand op mijn schouder vallen en zei:
    ‘Wauw, wat ben ik trots op je. Je hebt die man echt goed afgepoeierd.’
    ‘Dat verdient een beloning hè?’
    ‘Zekersteweten!’
    ‘Ruim jij dan even de tafel af en de keuken op?’


zondag 25 november 2018

Uitdagingen!


Er gaat iets helemaal mis. Ik zie een leeg scherm; het is blog-time maar wat te schrijven? Ik ben bezig geweest met zoveel, behalve het zien van een eigen verhaal. Zo lijkt het helemaal mis te gaan, maar stiekem is het andersom. Er gebeurt zoveel goeds!

Vaker dan ooit start ik mijn laptop op, open een leeg document en vul deze al snel met letters die veranderen in woorden en zinnen die uiteindelijk een tekst vormen. Vaak zijn het mijn woorden, aangevuld met citaten, maar evengoed wordt me opgedragen welke boodschap gedeeld moet worden.

Het is bijna allemaal vrijwilligerswerk. Zo ben ik vaste vrijwilliger (namens de Nederlandse Patiënten Vereniging, NPV) voor twee vrouwen die ik ieder 1x per veertien dagen een middag bezoek. Met de één wandel ik, voor de ander ben ik een maatje? Het is enorm genieten om zo direct tot hulp te zijn en mensen even uit hun eenzaamheid te halen. Ik zeg eerlijk, dit werk voelt goed!

Wat meehelpt is dat ik wandelend naar deze mensen ga. Dat maakt het dubbel genieten, want ik wandel graag. Vooral op de terugweg was ik laatst zo verrast. Onderweg naar huis glimlachten verschillende mensen naar me en viel  me op hoe vriendelijk iedereen terug groette. Eenmaal thuis trof ik Celine aan.
    ‘Mama, wat kwam jij blij aangelopen zeg. Je had zeker een mooie middag.’
    ‘Ja, het was leuk bij de mevrouw waar ik was, maar weet je? Iedereen onderweg was zo blij.’
    ‘Mam, dat was omdat jij zo loopt te stralen. Dat werkt aanstekelijk!’ Het is wat vrijwilligerswerk met me doet. Het werkt twee kanten op: ik help iemand en voel me daarna werkelijk happy.

Het bleef niet bij de NPV. Begin dit jaar kwam ik onverwacht terecht in het Wereldhuis. Een plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten tijdens verschillende activiteiten,  maar ook bij het leren van de Nederlandse taal. Ik maakte kennis met iemand die me herkende als blogger op facebook.
    ‘Jij bent vast goed in het Nederlands,’ merkte ze op. Ik heb niet meteen gezegd dat ik regelmatig worstel met de en het of dt’s. Echt slecht! Maar zo human! Nu ontmoet ik bijna elke donderdagmiddag prachtige andere humans, die ik mag helpen met de taal. Ga ik weer, stralend op weg naar huis.

Via het Wereldhuis ontmoette ik het Taalhuis. Een professionele organisatie voor taalonderwijs aan anderstaligen en laaggeletterden (mensen die wel Nederlands spreken, maar het niet kunnen lezen of schrijven). Elke maandagavond ben ik te vinden in de bibliotheek, omringd door vier vrouwen uit drie landen en worstel met hen op onze taal, maar geniet van plezier voor vijf.

Geloof me, daar waar ik mijn kop laat zien, ontdekken mensen mijn liefde voor schrijven. Daar kwam de vraag van het Wereldhuis:
    ‘Wil jij onze maandelijkse nieuwsbrieven schrijven?’
    ‘Dat kan er wel bij!’ Sindsdien vertellen zij me wat er speelt, ik geef er woorden aan en hup, daar ging afgelopen week de vierde nieuwsbrief de deur uit.

Ondertussen belde een redacteur van ons landelijk kerkblad:
    ‘Wil je meewerken aan een interview en wil je binnen drie weken het artikel inclusief foto opsturen?’ Twee weken geleden stuurde ik het derde artikel op en genoot van elke ontmoeting. Mensen zijn zo gaaf.

Ineens viel mijn oog op een oproep van een Vrijwilligersorganisatie. Zij zochten schrijvers en fotografen om maandelijks een vrijwilliger te interviewen en een artikel te schrijven voor een van onze plaatselijke kranten en hun website. Ik deed afgelopen week een vierde interview, maar het uitschrijven moet ik simpelweg parkeren, want drie andere deadlines hijgen in mijn nek.

Juist toen ik besefte en tegen mijn lief zei:
    ‘Ik heb mijn grens bereikt,’ wees een freelance journaliste van de andere plaatselijke krant me op een oproep en schreef:
    ‘Of je geschikt bent weet ik niet, maar reageer op de oproep waarin ze vragen om freelancers!’
    Dat deed ik. Dertig minuten later vulde een afspraak met een content manager mijn agenda; haalde een proeftekst de krant en tekende ik vorige week een overeenkomst. Ik ga freelance schrijven voor een plaatselijke krant. Mag ik gillen?!

Zocht ik eind vorig jaar een nieuwe uitdaging? Kwam dit alles op mijn pad. Like a dream–come-true waarin ik van hobby werk maak en mijn laatste ja klonk: mee te werken aan de nieuwsbrief van het Taalhuis. Gelukkig een kwartaal nieuwsbrief.

Tot ik gisteravond ineens besefte: poeppie, het is vrijdag en ik heb geen goed verhaal. Ik ben overal mee bezig geweest, behalve mijn eigen verhaal. Een leeg scherm keek me aan. Ik bedacht: dan deel ik in deze blog waar ik allemaal mee bezig ben. Het is tof, het is veel, alles zoekt nog een plekje, maar alleen deze keer mag mijn blog daar de dupe van worden. Want ten diepste vind ik schrijven wat ik zelf wil nog steeds het aller leukst!





zaterdag 17 november 2018

Ongewassen student


Ze wandelde zonder meer opnieuw ons leven binnen en liet de jaren van bezoekloosheid ver achter ons. Alsof ze altijd nog rond hing. Eigenlijk was dat zo op Social Media. De plek waar we al die tijd, maar steeds vaker van elkaar hoorden. Ze was gewoonweg nooit weg. Vooral sinds Instagram werden bekoelde lijnen weer heerlijk warm. Zo gezellig!

    Het contact intensiveerde zich vooral wanneer ik op de koffie was bij Starbucks (Utrecht) en dat deelde op Instagram. Een BLIEP uit mijn Phone volgde:
    ‘Ik kom er aan!’, zo schreef ze.
    ‘Niet doen,’ appte ik terug. ‘Ik ben alweer weg gefladderd.’ Mezelf hard op mijn billen slaand, want ik was vergeten een direct message te sturen waarin ik vertelde dat ik om de hoek was. Ze wilde zo graag weer eens live chatten.

Tot Falke, het gaat over haar, in de buurt van ons moest zijn en schreef dat ze graag eens aan kwam waaien. Zo was ze de laatste weken vaker around en ontmoetten we gisteren haar vriendin, die ons vroeg hoe lang Falke en ik elkaar kennen. Ons enige ijkpunt bleek deze heerlijke blog. Sinds 2012 dus.

Falke herinnerde me aan haar bezoek van een poosje geleden. Ze maakte ons huis werkelijk onveilig terwijl Celine aan het stofzuigen was. Zo kwamen we op het onderwerp huishouden. Een stom, zeg maar gerust ronduit nutteloos onderwerp. Het uitvoeren kost al zoveel tijd, er over hebben is mijn tijd nog minder waard.

Dat het juist Celine was, die even later, tijdens het eetklaar maken van een mango...
    Wacht! Even een tussendoor zijweggetje: Dochterlief is mijn privé-mango-killer. Ik was één keer de moordenaar en besloot dat ik het niks aan vond. Celine houdt echter zoveel van mango dat ze het snijwerk vooraf ervoor over heeft. Stiekem fluister ik er bij dat ik in mijn geheel zorg-moe ben en krijg rode wangen van schaamte. Hoe kan moi die koos voor de zorg voor mijn bloedjes van kinderen nu ineens voelen dat ik er klaar mee ben?
    ‘Zorg maar lekker voor jezelf en als je dan toch bezig bent ook voor mij.’ Een appel klaarmaken, de thee in de middag, een tussendoortje, ik heb geen zin meer om het klaar te maken. Die gedachtegang is belachelijk beangstigend sterk!
    Tot ik into mijn verleden-buuf bumpte en zij vertelde dat ze enorm genoten had van mijn overgang blog. Ze herkende zichzelf er in. Iets met leeftijd.
    ‘Heb jij ook zo genoeg van het zorgen voor alles en iedereen?’ Alleen haar vraag maakte dat mijn ogen groot werden als mangopitten (hoe groot zijn die eigenlijk?). Ze legde vervolgens uit dat die gevoelens een bijwerking van overhoop liggende hormonen zijn.

Terug naar mijn privé-mangosnijder. Out of nothing vroeg ze:
    ‘Mama, stofzuigen doe je drie keer per week en bed verschonen dan? Hoe lang laat ik mijn bed luchten? Help! Ik moet nog zoveel leren!’ Gelukkig vraagt ze nog net niet hoe en wanneer je het bed open gooit. Ik zou graag antwoorden met:
    ‘Midden in de nacht.’

Waren mijn ogen groot als mangopitten? Falke’s mond viel zo ver open dat er wel drie mango’s in pasten. Gelukkig waren die in de aanbieding. Ze keek me aan met een blik van: jij moet je schamen! Zo van: jij leerde je dochter niets over fatsoenlijk housekeeping?
    Falke woont al járen op zichzelf en nu samen. Zij weet natuurlijk alles van schoonmaken, opruimen en strijken. Waarom zou ze anders zo verbaasd kijken?
    ‘Irene, wat voor monster heb jij opgevoed?’
    ‘Monster? Celine?’
    ‘Ja, welke jonge griet wil nou leren hoe te poetsen? Dat bestaat gewoon niet?!’ Waarop Celine beledigd de serre in stapte.
    ‘Wel waar! Kijk mij!’
    ‘Jij bent duidelijk nog geen echte student, als in uitwonend. Ik zal je eens een kijkje geven in het studentenleven.’ Celine geeft mij een bakje mangostukjes en gaat met haar eigen bakje vitamientjes naast Falke zitten. ‘We eten elke dag pizza.’
    ‘Lekker!’
    ‘Vervolgens laten we de pizzadozen achter onze rug liggen, terwijl op de grond het vieze wasgoed nog wacht op een goede wasbeurt, onze bedden zijn in geen weken verschoond en de afwas van drie weken staat op het aanrecht.’
    ‘Doe die was een ontsmettingskuur van 60 graden! Dat jij niet in je blote tieties op de bank zit. Is je kledingkast nog niet leeg?’, kwam ik tussen beide.
    ‘Oh, maar dit zijn kleren van mijn vriendin.’
    ‘Wat heeft zij dan aan?’, vroeg Celine die ondertussen wat afstand nam van Falke.
    ‘Zij ligt nog te pitten, ze heeft een dag vrij. Maar dan nog dit over poetsen…’
    ‘Zeg maar niets meer. Daar bakken jullie vast geen fluit van.’
    ‘Precies!’ Falke kijkt er triomfantelijk bij.
    ‘Zo wil ik nooit worden!’
    ‘Dan moet je thuis blijven wonen!’
    ‘Dat is precies wat ik ga doen, for ever and always ever after, alles beter dan dat studentenleven.’
    Ik zucht.




zondag 11 november 2018

Zelfreflectie?


    ‘Spoor ik eigenlijk wel Marcel?’
    ‘Ik ben zo blij dat je het eindelijk vraagt!’
    ‘Huh? Hoezo? Je klinkt nogal opgelucht. Verder was het geen antwoord.’
    ‘Eigenlijk wilde ik altijd al zeggen dat jij niet spoort, maar ik miste de aanleiding.’
    ‘Dus jij vindt mij werkelijk een beetje koekoek?’
    ‘Ik zei niet een beetje. Hoe lang zijn we samen?’
    ‘Getrouwd of all included met verkering?’
    ‘Doe mij de full package.’ Moet ik nog rekenen ook!
    ‘27 jaar en zes maanden, zoiets.’
    ‘Hoezo zoiets? Vrouwen zuigen toch altijd alle data uit hun duimpje?’
    ‘Ja, nou, ergens in mei, way back, kregen wij verkering. Ik had duidelijk meer oog voor jou dan de kalender. Al goed, ik ben knettergek.’
    ‘Zekersteweten, maar waarom zit jij daar ineens mee? Heb je een zelfreflectie-wandeling gehad?’
    ‘Zelfreflectie? Ben jij nou helemaal ontspoord? Nee, ik reflecteer anderen op mij.’ Kijk zijn ogen groot worden als waxinelichten, die maxi-theelichten dan wel.
    ‘Wat bedoel je daar nu mee?’
    ‘Gewoon dat wanneer iemand in mijn omgeving iets doet, ik gelijk denk: moet ik dat dan ook doen?’

Ik verklaar mij graag even naderder. Veel mensen, ik bedoel de generatie 32ers die dat al zo’n 14 jaar zijn en daarmee ver voorbij het MBO, HBO of WO zijn aangeland en ontelbaar veel jaar werkervaring op hun naam hebben staan, gaan nu ineens weer studeren, baantje wisselen, omscholen of bij leren.
    Het zet mij aan het denken: mis ik iets, spoor ik wel? Wil ik stiekem weer in de schoolbanken?

 Op die vraag weet ik als enige antwoord en ben zeer overtuigd van mijn gelijk: NEE!!!
    School is stom en verleden tijd! Iets met bad memories. Ik was alleen, viel buiten de klas, werd niet gezien, ja gepest. Ik ga niet terug.
    Tel daarbij op dat lezen, teksten onthouden, leren nooit mijn beste kunstjes waren. Tot de dag van nu lijkt lesstof niet verder te komen dan mijn korte seconde geheugen. Lees ik vandaag iets leerzaamst, weet ik morgen niet meer hoe het zat. Tel daarbij een langzaam leestempo op wat een boek al gauw vreselijk dik maakt.
    Ruik jij hier de mogelijkheid op dyslexie? Dat is een onderzoekje waard.

Stoort mijn man me in mijn bedenkingen:
    ‘Wil jij studeren? Wat zou jij willen leren?’
    ‘Journalistieke skills!’
    ‘Ah ja, jij wil gaan voor betere teksten?’
    ‘Ja!’
    ‘Niet doen!!! Je verliest je leuke eigenheid.’ Lief hè, hij wil dat ik mezelf blijf, met mijn eigen stijltje. Hij gaat voorbij aan de tijd die ik nu kwijt ben aan interviews en die beschrijven. Dat moet beter to the point kunnen komen. Dit besef is al een stukje leerproces, denk ik eigenlijk. Tel daar een content manager bij op die aanbood me bij de hand te willen nemen na het verschijnen en goedkeuren van een proeftekst. Dat klinkt als werkend leren. Kan ik!
    ‘Eigenlijk hè, Marcel, heb ik geen tijd voor een opleiding. Ik skip definitief dat idee.’

Herinner ik me ineens één groot compliment van mijn MAVO docent Nederlands. Ik haatte het dt-gedoe en meer in de Nederlandse taal. Desondanks stond in mijn schrift: jouw boekverslagen zijn zo goed geschreven, ze zouden bijna geschikt zijn voor een literair tijdschrift.
    Zo jammer dat ik het bewijsmateriaal tijdens een verhuizing ben kwijtgeraakt. Als in compleet foetsie weg. Eén doos lijkt nooit meegekomen en daarin zaten mijn schriftelijke hoogstandjes.

Zo zie ik ineens: waar ik dacht in de wieg te passen als verpleegkundige, bleek sowieso iets anders geschikter. Lees nou zelf: moi met alle stuiter en gedol aan het bed? Dat klinkt meer als Cliniclown. Nog zo’n gemist station. Met al mijn bedenksels kom ik opnieuw terecht bij manlief:
    Mini-me zocht het in de zorg, maar mijn hart zat al die tijd al in de pen. Ik heb spijt van al die gemiste tijd.’
    ‘Irene, vergeet je werkelijk dat jij jouw echte droom waarmaakte?’
    ‘Welke dan?’
    ‘Die waarin jij koos voor je kinderen. You did a great job! Nu ben je vrij en kijk wat er gebeurt? Het werk komt naar je toe! Schrijfopdrachten; je staat op het punt een proeftekst in te leveren. Je hebt nog jaren voor je. Ga ervoor!’ Gelukkig staat de tissuedoos op grijp-afstand.
    ‘Je hebt als altijd gelijk. Ik pak die nieuwe spannende kansen.’

En koppel er dit leerplan aan: flink intensief lezen wat en hoe anderen columns, artikelen en berichten schrijven. Kritisch kijken naar teksten van hen en overnemen wat goed is, leren wat ik anders zou doen.

Een krantenabonnement is stap één. Maar welke krant? Niet zo’n hoogdravende, waarbij ik steeds het woordenboek open sla. Geroddel heb ik evenmin trek in. Doe mij maar dagelijks, als in algemeen dagelijks. Yes! Dat is de afkorting van het AD, natuurlijk!!! Dat wordt ‘m.

Blijkt ineens niet wandelen, wat ik stiekem dacht, maar dit bloggen mij aan te zetten tot zelfreflectie. Best eng!!!


zondag 4 november 2018

Gamen


De waarheid is: we raken elkaar vaker kwijt dan rijk.
    Ik zoek hem in gedeelde hobby’s, maar we herkenen elkaar in geen enkele. Ik wil ons verliezen in muziek om vervolgens mijn oren stevig dicht te houden bij wat hij laat horen. Ik verheug me op een spelletje Monopoly, blijkt mijn winst een zuur gezicht. Ik maak een heerlijke maaltijd en hoor:
    ‘Wie bedacht ooit dat je aardappel kan eten?’
    Ik zocht in alles, maar raakte hem onderweg kwijt.
    Wie hij is? Mijn zoon, Benjamin.

Natuurlijk overdrijf ik enorm, terwijl in elk woord een beetje waarheid schuilt.
    Het doet soms pijn. Deze mom wil niets liever dan haar schaapjes op het droge, maar hier lijkt sprake van nattigheid, want hij kiest andere waterwegen dan ik neem. Ik leer accepteren, maar eigenlijk is het loslaten.
    Het komt goed, want hoewel we mijlenver bij elkaar vandaag kunnen leven, zijn we in ons hart closest. Als ik zeg:
    ‘Doe je voorzichtig?’, weet hij dat ik eigenlijk zeg: ‘Je bent kostbaar, ik zie je graag weer veilig thuis, maar bovenal hou ik van je.’ Andersom weet ik dat, wanneer hij ons goede nacht wenst en zijn koddige glimlach zijn gezicht vult, hij zegt: ‘Mam, jij bent de beste!’

Het zit gewoon helemaal goed tussen zijn en mijn verschillen. We kennen namelijk elkaars specialiteiten en krachten en maken daar evengoed mis- of gebruik van. Zo vroeg meneertje afgelopen donderdag:
    ‘Mam, kan jij de teksten in mijn boek eens bekijken?’
    ‘Gaaf! Maar het liefst samen, dat werkt het best!’

Benjamin werkt aan een boek waarin hij zijn beste creaties van afgelopen jaar laat zien. In het boek staan ontwerpen die hij voor zichzelf heeft gemaakt en opdrachten die hij voor zijn opleiding (Grafisch Vormgeving) moest inleveren. Ik mocht de lay-out al bewonderen.
    Daar zei ik u tegen. Ik hou niet zo van “u”, want het schept zo’n afstand. Benjamins kunsten staan echter ver van mijn kunnen, ze zijn groots, daarom u!

Zo nam ik donderdagavond plaats naast zoonlief en zat gezellig aan zijn bureau. Sfeervoller kon niet, want hij heeft zijn kerstboompjes al van stal gehaald. In het schijnsel van kerstlichtjes was het sfeervol redigeren.
    Ik deelde tips en trics, verbeterde hier, soms daar en gaf adviezen die hij wel of niet over nam. Sommige stukken werden compleet aangepast, andere bleven zoals ze waren. Eén keer verschenen er tranen in mijn ogen. Niet alleen de foto, maar vooral de tekst raakte me intens. Ik mag ‘m hier delen, kijk!!!

Na wat uurtjes gezellig samenwerken was Benjamin blij en tevreden met alle verbeteringen. Ik leunde achterover, nagenietend van onze tijd saampjes en enorm onder de indruk van wat ik had gezien en gelezen. Die jongen heeft iets te delen!

Nog stilletjes voor me uit kijkend, zegt Benjamin:
    ‘Mam, ga op mijn stoel. Jij moet eindelijk eens Call of Duty: Black Ops II spelen.’
    ‘Dat vreselijk walgelijke schietspel? Wat denk jij nou?’ Weg alle nageniet!
    ‘Dat jij het één keer gaat spelen.’
    ‘Ik zeg prullenbak! Ik speel graag, maar anders. Het is een afgrijselijk, agressief en dodelijk spel. Al dat schieten op mensen. Jij durft denken dat ik dat ga spelen?’ Wat kent hij mij slecht zeg!

Even later zit ik op zijn stoel, recht achter zijn computer en krijg uitleg over de muisknoppen en de functies van de w-a-s-d toetsen.
    ‘Oh ja,’ hoor ik ineens naast me, ‘even een geschikt geweer voor je zoeken.’
    ‘Schatje, voor mij is geen enkel geweer oké, ik ben geweeronthouder!’

Meneertje klikt sneller dan ik met mijn ogen kan knipperen allerlei keuzes in, waarbij de nadruk ligt op eenvoudig en langzaam. Ik durf te wedden dat alles mij nog te snel gaat.
    ‘Oké, mam, spelen maar!’ Ik pak de muis.
    ‘Wacht, dit gaat veel te snel.’ Zonder erg schiet ik wat gestapelde autobanden aan flarden en gooi iets onder een busje, BOEM. ‘Wat…’
    ‘Dat wilde ik net zeggen, je hebt ook handgranaten.’
    ‘Hoe deed ik dat dan?’ Wil ik net richten op een uithangbord, grijpt Benjamin de muis uit mijn hand.
    ‘Wacht mam, je moet een versie hebben waar je op mensen schiet!’
    ‘Wat? Nee! Ik vind op autobanden, busjes en uithangborden al gruwelijk genoeg.’

Nog amper uitgepraat rennen full-armed militairen overal in beeld.
    ‘Mam, schiet dan, dat is de vijand!’ Ik schiet, bloed spat in het rond.
    ‘Dit is walgelijk, ik stop!’, en laat alles los. Een tel later ben ik dood! Benjamin neemt het over en speelt akelig goed. Ik huiver tot…
    ‘Benjamin!’, ik spring blij op, ‘zag je dat?’
    ‘Wat?’
    ‘Dat bloemetje!!!’
    ‘Mama, echt?! Alles is moord en verderf en wat zie jij?’
    ‘Een bloemetje, gaaf!’

Dus verloren we elkaar weer. Ik troost me, want binnenkort is er weer een us-time-momentje. Tot die tijd sluit ik mijn ogen voor wie hij doodt en buig voor een bloemetje, KLIK!!!