zaterdag 16 juni 2018

Vaderdagscadeaus


Onder invloed van twee naderende verjaardagen vergeet ik opnieuw bijna Vaderdag. Het heeft alles te maken met Benjamin die 18 juni jarig is en mijn lief de 19e. On top staat dat zolang ik leef mijn mam de 18e altijd al jarig was. To much party’s om te denken aan Vaderdag.

Tot de folder van Blokker binnenviel. De voorkant schreeuwt: VADERDAGtips. Ineens begrijp ik waarom alle folders bol staan van mannengeuren en –douchefrisjes, met nergens een ladyshave te bekennen.

Wat me vooral verbaasd zijn de bedragen die schaamteloos worden genoteerd. Alsof mijn kind met een peperduur luchtje papa verrast.
    De enige lucht die één van mijn kinderen mee zal nemen… laat maar.

Welk kind koopt voor papa een tuinfontein ter waarde van een paar honderd euro? Sorry hoor, het idee! Weg met de folder van het tuincentrum en alle andere er achter aan. Behalve die van Blokker. Ik ben benieuwd wat die in store heeft, behalve de pannenset die de voorkant siert.

Blokker kent duidelijk de vader van mijn kinderen niet. Hij weet dat het pannen zijn, maar om nou te zeggen dat hij alle maten daarvan ooit heeft gebruikt?
    Die eer is aan mij als topkop in huize Typisch Irene. Bij ons trouwen kon ik, dat geef ik eerlijk toe, niet echt koken. Ik moest nog zoveel leren. Vooral omdat ik vegetariër was en hij niet. Ik had vlees nooit van dichtbij bekeken, laat staan gebakken. Daar ging een telefoon:
    ‘Ma, hoe bak ik een biefstuk? Vind Marcel Kabeljauw lekker? En kan dat in de oven? Hoe lang moet een kipfilet per kant gebakken worden?’

De waarheid is, ik ben best goed geworden, zeker sinds ik geen vegetariër meer ben. Alleen een lekker biefstukje, dat lukt me gewoonweg niet. I gave up!
    Ondertussen laat meneer het keukengebeuren smakelijk aan mij over. Waarom overnemen waar ik het best in roer? Een idee dat ik versterk door met een pollepel naar de bank te wijzen. Daar is zijn plek. Zo bevrijd ik mezelf direct van handjes die maar in de weg zouden zitten.
    Wat blijft is een zeer tevreden man die geniet van mijn kokskunsten, dat zich toont in gewichtstoename aan zijn zij. Yes! Eindelijk komt hij in de buurt van mijn gewicht. Voel ik me minder mollig.
 
Het idee van een pannenset voor Vaderdag brand ik bij deze af en sla de bladzijde van de folder om.

    Ah, BBQ spulletjes. Blokker begint het te snappen. Wij kochten een paar jaar geleden een klein proefexemplaar BBQ en hebben ondertussen onze eigen BBQ-gewoonten ontwikkeld. Wij smullen er van, terwijl we het gezelschap heerlijk knus en klein warm houden. Vooral omdat onze BBQ niet geschikt is voor meer eters dan wijzelf plus aanhang.

De folder bestuderend, ontdek ik dat de getoonde BBQ-stuff voor mijn heer-van-het-vuur niet origineel genoeg is of hebben we al in ons assortiment. Next page!

Yeah, sure, een fohn? Ik zie manlief al in de badkamer met een fohn. Tegen de tijd dat hij de stekker van dat ding in het stopcontact heeft gestoken, heb ik zijn coup al droog geblazen. Dat zou ik nou ook willen voor mij: snel klaar zijn!

Om met dezelfde blaaskracht de vershouddozen op de andere pagina weg te wimpelen. Mijn echtegenoot heeft elke vorm van vershouddoos als omhulsel voor zijn lunch verboden. Het brood in een zakje is alles wat hij wil. Ondanks de huidige actualiteit, wereldproblematische plastic ellende, wil manlief niet terugkeren naar een bakje en het zakje verlaten. Het bakje past gewoonweg niet in zijn koffer.

Draai ik een bladzijde om en tref bakaccessoires aan. Een springvorm! Mijn lieverd springt al van plezier!
    ‘Irene, wanneer bak je weer eens een appeltaart?’ Die smult hij inderdaad met liefde op, hoewel hij geen idee heeft hoe het tot stand komt. Hij zou de appel en rozijnen nog wel bedenken, maar zonder mijn onmisbare geheime ingrediënt blijft de taart gewoontjes. Ik zei toch al:
    ‘Mijn keuken uit!’

Een paar bladzijden verder ontdek ik stofzuigers. Het herinnert mij eraan dat mijn lief me laatst hielp en de stofzuiger door de huiskamer liet rollen. Het liep gesmeerd tot hij onze zoon naderde. Die zat op de bank, ogen gericht op het laptopbeeldscherm. Ineens keek hij op alsof zijn werk verdwenen was zonder op te slaan.
    ‘Hoezo stofzuigt papa?’
    ‘Hij helpt me, lief hè?’
    ‘Dat heb ik hem nooit zien doen!’
    ‘Mij helpen? Je moet eens opletten zeg!’
 
Op de pagina naast de stofzuigers stoomt het van de strijkijzers.
    ‘Marcel wat dacht je van een stoomgenerator?’
    ‘Waar moet het behang af dan?’
    ‘Nergens, het is een stoomstrijkijzer. Ze zien dat als een geschikt Vaderdagcadeau!’
    ‘Dat meen je niet!’, klinkt hij verbaasd.

Ik vertel mooi niet dat ik zelf ook de naam stoomgenerator niet ken. Blijkt zo’n folder toch ineens heel leerzaam.

zaterdag 9 juni 2018

Tissues


    ‘Mama, waarom staat de tissuedoos nu weer bij papa?’
    ‘Omdat papa heel moeilijk dingen afleert of moet ik zeggen aanleert?’ Ik kijk mijn lief indringend aan, pak de tissuedoos en beweeg het demonstratief voor zijn gezicht langs over alle ontbijtbeleg, brood en theeglazen. Ik houd voor Celine’s neus stil. ‘Hier pak aan.’

Ik verwacht een harde snuit, want vooruitlopend op de erfenis bij mijn dood, erfde dochterlief hooikoorts bij haar geboorte. De tissue die ze nu pakt, gebruikt ze echter niet om traanneus en loopogen te ontvochtigen, ze veegt haar mond eraan af.

Ik weet het, daar zijn servetten voor.
    Die heb ik jaren geleden van tafel geveegd. Hoe gezellig het ook stond, ze bleken nutteloos. Ik kon er dag na dag drie terugproppen in de servethouder, wat net zo’n sta in de weg is. Ik heb echter graag een servet bij de hand en besloot over te stappen op katoenen servetten; beter voor de bossen en herwasbaar.
    Mis ik wel de heerlijke teksten als HOTEL MAMA IS ALWAYS OPEN of vrolijke diertjes die erop afgebeeld staan. Die erop borduren is voor mij geen optie!

Tot het probleem opdook dat na het afvegen van mond, handen en oksel de servet onbruikbaar bleek voor anderen en de kinderen ineens wel servetten wilden gebruiken. Nu wel!
    Na elk gebruik vonden drie servetten de route naar de wasmand, maar voordat de witte was draaide waren de servetten in de kast al op.
    Ik besloot tot hergebruik en ieder zijn eigen herkenbare servet: Celine een gebloemde, Benjamin een witte en ik een witte met luxe rand. Eigenlijk was een vlekken-check voldoende om te herkennen welk servet bij wie hoorde.

Een nieuw probleem deed zich voor: waar laat ik die half gebruikte servetten als de tafel in onbruik is? Hoe zorg ik ervoor dat degene die de tafel dekt, ze meeneemt bij het aankleden van de tafel? Hoe lang vind ik het leuk om op te staan tijdens het eten, want mijn servet ligt nog in de la? Ik heb zo’n gruwelijk akelige hekel aan opstaan tijdens de maaltijd!
    Zoveel zorgen om een servet? Weg ermee. Dan maar een vette bek.

Wat me terugbrengt bij de tissuedoos. Terwijl ik ‘m zo opzienbarend voor Marcel langs bij mijn dochter drop, vraag meneer:
    ‘Tissues zijn toch om make-up te verwijderen?’
    ‘Make-up weghalen met tissues? Hoe kom je daar nou bij? Alleen al de reinigingsvloeistof zou de hele tissue onherstelbaar onbruikbaar maken. Zoveel vocht kan ie niet aan!’
    ‘Pap, je bedoeld zeker Demak’up.’
    ‘Wat is dat?’
    ‘Zeg liefje, wil jij een lesje make-up-verwijdering? Kom dan gezellig vanavond mee onder de douche dan zal ik het je van begin tot eind leren.’
    ‘Echt niet, ik sta liever alleen onder die warme straal.’

Waarom zou mijn man ook willen weten hoe het werkt? Hij gebruikt (bij mijn weten) geen make-up, zoals hij er evenmin bij is als ik het op mijn gezicht aanbreng.
    Sterker nog, op een make-up loze dag, kan het maar zo zijn dat meneer na een halve dag samenwerken in de tuin zegt:
    ‘Hé, je hebt geen make-up op.’
    ‘Heb ik net een dagje incognito gepland, herken je me toch!’

Hoewel ik heel lang geen make-up heb gedragen, ga ik sinds een aantal jaren de deur niet meer uit zonder minimaal een likje mascara. Behalve op vakantie: daar kennen ze me sowieso niet en make-uploos voelt eigenlijk best vrij!

    ‘Marcel, tissues zijn om tranen te drogen en snotneuzen schoon te blazen.’
    ‘Echt niet, dat van die tranen kan kloppen. Maar je neus snuiten, daarin? Hij pakt een tissue uit de doos en showt hoe dun die is. ‘Hier kan ik geen druppel snot in kwijt.’
    ‘Dat komt doordat jij bij het snuiten klinkt alsof jij hoger van de toren wil blazen. Boy, als jij snuit is half Houten wakker geblazen. Jouw snotberg en blaasvolume zij oog- en oorverpestend. Een tissue is voor jou te dun: grote neus, grote snot! Wij dames snuiten subtiel.’
    ‘Vrouwen snuiten? Jullie snuffen!’, wat meneer meteen demonstreert. ‘Jullie aaien je neus! Kijk, zo hoort het!’ Manlief snuit, waarop ik mijn oren maar net op tijd dicht weet te houden.
    ‘Dat is alles behalve snuiten, dat is trompetteren. Ik zei al: alles is groter - je geluid included.’

Blijk ik vooral een gevoelige neushaar te hebben geraakt met die grote neus. Grote tranen schieten in de ogen van manlief.
    ‘Nou pest je me al om mijn kleine hoeveelheid haar, komt daar nu een grote neus bij?’
    ‘Ach liefje, wil je een tissue?’ Celine geeft de tissuedoos terug aan haar vader. ’Troost je lieverd, beter een grote neus dan een grote mond! Nu wil ik eerst zien of een tissue bestand is tegen jouw leeuwentranen.’
    Manlief steekt zijn hand in de doos.
    ‘Ze zijn op!’
    ‘En ik mag zeker van tafel om nieuwe te pakken?’

zondag 3 juni 2018

Waterig

Ons weekendje two-of-us viel behoorlijk in het water, terwijl we het bij het water wilden afsluiten.
    Pootjebaden, boekje lezen, dagdromen en picknicken aan de Lek. Het leek ons een zalige afkoeling na de voorbije warme dagen, zo dachten wij vorige week zondag.

Op weg daar heen kochten we twee salades en sinaasappel-bananensap van onze masterchef Appie. Een dosis extra genieten; Irene en salade is als Marcel en chips. Ik de gezond, hij de calorieën.

We bleven even steken bij het Verdronken Bos. Een fan-tas-tische plek van rust als je het luide gekwaak, niet van eenden maar van brulkikkers, weg denkt. Zoals ik ook het luidruchtige gezin liever zag gaan dan komen.
    Libelle’s vlogen af en aan, botsten bijna tegen elkaar en vlogen elkaar achterna. Eentje maakte steeds een tussenlanding op een boomstam, elke keer op exact dezelfde plek. Verderop loerde een reiger in het water om uit het niets het water in te duiken en boven te komen met een visje groter dan zijn snavel. Stik niet!

Tot er druppels op mijn kop vielen en ik ze ook op de grond aantrof. Met een blik op zijn Phone bevestigde manlief:
    ‘Dit is een kort buitje. Er volgt meer, maar daar kunnen we tussendoor fietsen.’
    ‘Prima, zullen we hier lunchen?’ Ik maakte de koeltas open en liet ‘m even snel dichtvallen! ‘Ik ben vorken vergeten!’
    ‘Iets met een ezel en een steen? Een derde keer mag niet voorkomen!’
    ‘Er is geen winkel, benzinepomp of café waar ik eetgerei zal vinden.’
    ‘Misschien staat bij de Lek een ijskraam of zo. Beter een pesterig klein lepeltje dan niets.’
    ‘Sowieso beter dan eten met stokjes, dat krijg ik maar niet onder de vingers.’

Het was een minuut of tien fietsen als de regen zich niet had geïntensiveerd en schuilen de beste optie leek.
    ‘Deze boom lijkt meer een vergiet!’ merkte ik al snel op.
    ‘Verderop staan een paar bomen dichter bij elkaar.’ We verplaatsten ons, terwijl de bui zich verhevigde.
    ‘Noem jij dit tussen de buiten door fietsen?’, vroeg ik hard lachend.
    ‘Een aangename afkoeling klinkt beter,’ antwoordde mijn lief en plofte op een boomstronk. ‘Geef mijn salade maar.’ Hij zocht ondertussen twee gelijke stokjes.
    ‘Ga jij nu eten? Het wordt vast heel waterig.’
    ‘Ik heb gewoon trek!’

Terwijl hij at, zag ik per milliseconde het t-shirt van mijn lief natter worden. Van afzonderlijke druppels werd het een vlek die langzaam afzakte. Terwijl ik de nattigheid zich bij hem zag verhevigen, ervoer ik een full 4D experience. Het water liep tot in mijn jurk, bh en slipje.
    ‘Waterige salade,’ zei drijfnatte Marcel ineens heel droog en stopte met eten.
    ‘Zullen we naar huis gaan? Het voelt erg sopperig in de schoenen.’

Vergezeld door donder en bliksem fietsten we harder dan ooit en maakten er een extra grote waterballet van door hard door alle grote plassen te fietsen. Je kent het: stampen in de plassen maakt niet meer uit, je broek is toch doorweekt. Het deert je geen druppel, maar wat een plezier.

Tot we op een rotonde de weg kwijt waren. Dat krijg je als je anders terug fietst dan je kwam en de route onbekend is. Midden op het plein schuilden mensen voor de regen.
    Na een rondje keek Marcel toch maar even op Maps, terwijl ik nog een rondje fietste. De schuilende mensen keken me aan of ik gek was, wat ik misschien wel ben.
    ‘Wat maakt een extra regenrondje uit? Ik ben toch al doorweekt tot op mijn maandverband!’

De waterlanders ontnamen me het zicht, daarom deed ik mijn bril af.
    ‘Goeie,’ merkte manlief op, ‘maar waar laat ik mijn bril?’
    ‘In je haar. Kijk,net als ik!’ Ik tikte op mijn bril op mijn hoofd.
    ‘In welk haar?’, tikte mijn man op zijn hoofd met weinig haar.
    ‘Oeps, ja, jij hebt niet zo’n krullenkop als ik. Het zat vanochtend trouwens fan-tas-tisch!’
    ‘Met de nadruk op zat!’

Om niet veel later de brug over het Amsterdam Rijnkanaal af te zoeven. Ik ga dan altijd sneller dan mijn wederhelft. Hij trapt er achteraan.
    It’s all in the curls!’
    ‘Wat?’
    ‘Mijn vaart! Alles is altijd de schuld van mijn krullen of Coffee made me do it. Het heeft niets te maken met een kilootje meer gewicht.’

Weer een minuut of tien later, bijna thuis, ontdekten we hoe droog iedereen was. Zelfs de straten vertoonden droge plekken onder de bomen. Wij werden vreemd aangekeken, wat vast kwam door het waterspoor dat we achter lieten. Alsof we net uit het zwembad kwamen.

Thuis ging alles uit en de douche aan. Om weer fris en fruitig herinnerd te worden aan mijn maaltje.
    ‘Kom Irene, eet je salade.’
    ‘Oh nee, eerst bestek in mijn rugtas, in de koeltas en vakantierugtas doen. Vanaf nu heb ik altijd bestek.’

Geloof je het niet? Check mijn tas!

zondag 27 mei 2018

Content

    ‘Mam, jij bent dè Nederlander met de meest debiele content.’
    ‘Je zou mijn zoon niet zijn als je mij niet het gevoel zou geven dat ik het weer eens helemaal verkeerd doe, hè?’
    ‘Hoe bedoel je?’
    ‘Wat jij net zegt, klinkt niet als een dikke pluim. Debiel is vaak negatief bedoeld en content, tja.’
    ‘Eigenlijk was het bedoeld als compliment.’
    ‘Wauw, you make my day. Tof! Maar, content klinkt als woord wel erg als konttent. Daar kan ik me beter geen beeld bij vormen.’
    ‘Verpest dit mooie moment nou niet.’
    ‘Konttent is toch met dubbel t?’ Benjamin slaat zich met zijn rechterhand voor zijn eigen hoofd en laat zijn hand langzaam voor zijn gezicht omlaag zakken. Volgens mij vindt hij mij een gevalletje hopeloos.
    ‘Ma-ham! Serieus? Weet je wat: het is met dubbel t en het is een kont in een tent of een tent in een kont, wat jij wil. Zo hoef jij de volgende vraag niet te stellen.’
    ‘Hoe wist jij dat ik dat nou net wilde vragen?’
    ‘Mama, je weet toch wel wat content is?’
    ‘Natuurlijk, het is Belgisch: ik ben content met jou!’ Zijn antwoord is een harde zucht.

Verhuis mee naar mijn onwereldschokkende inbreng in mijn Instagram-verhaal. Hoogstaand mag ik 
het niet noemen, maar het wordt gevolgd en soms krijgt het een onverwacht vervolg. Dan beland ik in een chat met een volger en wordt het brullen, gieren en lachen. Soms is één woord genoeg om in een onvergetelijke chat te belanden. Nu bij de gedachte er aan, vormt zich een big smile op mijn gezicht.
    Vaak zijn het dezelfde mensen die via chat van zich laten horen. Het zijn als het ware ik-zie-jou-momentjes. Die heb ik met mijn zus in Amerika en een vriend waar ik regelmatig even check hoe zijn dag was. Het bovenste leukste zijn de reacties uit compleet onverwachte hoek. Namen en chats ga ik uiteraard niet delen op dit grote roddelweb, maar het zijn kleine kletspraatjes die het leven even wat extra opvrolijken. Het komt van mensen bij wie ik het gevoel heb dat door een beetje contact ze maar zo een moody moment op kunnen vrolijken. Noem het een Insta-bijwerking.

 Ik heb al eens eerder geblogd dat Benjamin mijn verhaal inbreng op Instagram van het aparte vindt. Noem het zinnige nonsens of onzinnige sens. Geef het de naam nutteloze belangrijkheden of grappige ernst. Het is sowieso mijn misbare bijdrage aan de wereld, door mijn dochter in stand gehouden, toen zij in mijn prille Insta-begin vroeg waar mijn verhaal bleef. Dat zij als eersterangs toeschouwer deel van mijn leven is, bleek niet genoeg. Ze volgt mijn verhaal met plezier en ervaart het als onmisbare aanvulling op onze reality. Ze is bang iets te missen denk ik.

Toen vorig jaar de deuren naar beroepsonderwijs zich voor onze kinderen openden, dacht ik: nu is het mijn beurt. Eindelijk is het huis voor mij alleen. Ik blies net een ballon op om dat te vieren, toen een sleutel zich in het sleutelgat omdraaide.
    ‘Ik ben thuis!’, riep dochterlief vrolijk.
    ‘Je bent net weg!’
    Zo ontdekte ik in korte tijd dat mijn kinderen (sinds ik meer vrijwilligerswerk doe) vaker thuis zijn dan ik. Natuurlijk is Celine daarom fan van mijn story. Ze ziet bij mijn afwezigheid graag wat ik buitenshuis uitvreet.

Zo gaat mijn leven grotendeels ook aan mijn zoon voorbij. Hij vindt mij dan wel een gestoorde muppet, maar door zijn oordeel over mijn Insta-inbreng, bewijst hij er naar te kijken. Dat toegeven als 16 jarige (bijna 17) is natuurlijk not done! Op die leeftijd ben je standaard tegen je ouders! Wat zich vooral toont in een mega kloof als het gaat om begrip voor elkaars verhaal!
    Ja, het is wederzijds. Ik begrijp zijn content totaal niet. Hij deelt in zijn verhaal: NEW POST!
    ‘Benjamin, waarom deel jij die tekst als verhaal? Ik vind het maar raar, want ik zie je update toch zodra ik Instagram open!’
    ‘Mam, niet iedereen heeft zoals jij vier volgers op instagram. Sommigen hebben daar een duizendvoud van en zullen mijn post daarom niet zien. Door het in mijn verhaal te vermelden wordt het gezien.’
    ‘Best moeilijk hoor, social media!’
    ‘Nee mam, jij doet moeilijk.’
    ‘Ik gebruik mijn verhaal als berichtenvenster voor wie wil zien wat ik doe, waar ik ben of deel iets lolligs wat in me opkomt. Het liefst dat laatste. Dat de foto na 24 uur verdwijnt is een leuke bijkomstigheid. Weet je wat ik nog leuker vind? Dat er piepels naar kijken, zonder enige verplichting. Blijkbaar koekeloeren ze graag even over mijn schouder mee in mijn eenvoudig leventje. Schokkende dingen hoeven ze niet te verwachten, hooguit een smile. Daar gaat het mij om.’
    ‘Ik blijf erbij, jij deelt maffe foto’s.’
    ‘Ik blijf hier bij, ik ben content!’