zaterdag 1 augustus 2020

Navigatie

Als het aan mijn manneke lag belandde ik vrijdagavond onder zijn fiets en misschien nog wel verder, in het ziekenhuis. Van mijn wederhelft moest ik het bijna hebben. Je kent het wel: je bent samen fietsend onderweg. Wil de pipo die links fietst rechts afslaan, maar degene die rechts rijdt fietst stug rechtdoor. Lees het gerust nog eens om het goed te snappen. Het komt er op neer dat manlief en ik op weg waren en ik fietste links van hem. In mijn ogen klopt dat voor geen snelheid, want de vrouw hoort rechts van de man te fietsen, zodat hij haar beschermt voor wegpiraten. Zo lief! Noem het ouderwets, kan ik mee leven.

Linksrechtsen
Ik ben namelijk niet ouderwets in deze, want ik bescherm hem! Het heeft alles te maken met het herhaalde saaie verhaal van linksorige doofheid. Als ik rechts van meneer fiets kan hij van alles zeggen; het enige dat ik hoor is harde wind en zijn onverstaanbare gebral. Mijn enige antwoord steeds:
    ‘Wat?’
    Zo stom! Dus fiets ik alles behalve ouderwets links. Zoals ik links van hem loop en rechts van hem slaap, hoewel dat weer afhangt van of hij op zijn rug of buik ligt. Dat maakt voor deze blog totaal niet uit, dus we fietsen snel verder.

Richtingloosheid
Omdat het vrijdag zulk geweldig weer was, besloten we fietsend naar Utrecht te gaan en onze vakantiestart daar te vieren. Amper de rondweg onderdoor vroeg ik:
    ‘Marcel, nemen we de route over Lunetten of de Mereveldseweg.’
    ‘Geen idee, welke fietsstalling is het dichtst bij Il Pozzo?’
    ‘De Zadelstraat?’
    ‘Nee, Neude.’
    ‘Jij zegt het.’ Voor mij bleef nog even onzeker wat het werd. Wat ik wel wist is dat we na de tunnel rechts moesten om richting Domstad te fietsen. Een beschermend stemmetje waarschuwde me echter niet al te enthousiast de bocht te nemen. Gelukkig luisterde ik, want waar ik rechts wilde, fietste manlief rechtdoor om vliegensvlug bij te sturen, zodat we beiden nog in het zadel bleven. Toch zei ik geschrokken:
    ‘Schatje, hartje Utrecht ligt echt die kant op!’
    ‘Ja, ik weet het. Ik ben zo gewend om met de auto die kant op te gaan.’
    ‘Fiets jij ooit hier met je auto dan? Je mag hier helemaal niet komen met je Caddy.’

Navigatie
Dit voorval was mijn laatste wake-up-call. Mijn man die iedere dag op navigatie van huis naar werk en terug rijdt, is volledig afhankelijk van het pijltje op het beeldscherm. Als hij die niet heeft, moet ik maar als pijl fungeren. Of ik het nou wil of niet, ook in Houten voor ons rondje er om heen, bepaal ik de route. Volgens mij weet meneer na 21 jaar nog steeds niet de kortste route naar het Oude Dorp. Zal hij zeggen:
    ‘Hoef ik ook niet te weten, als jij het maar weet voor de boodschappen.’
    ‘Die doe ik niet daar.’ Dat meneer blind vertrouwt op mijn richtingsgevoel is wel tof natuurlijk, maar voor de route naar de Neude, raadde ik hem aan niet op mij te vertrouwen. Hij pakte al fietsend zijn smartphone erbij en praatte tegen Google, waarna Google Maps zich opende en manlief Neude intoetste. Ik keek even of ik geen politie zag, deze criminele actie kon maar zo € 90,- kosten.

Omleiding
Vanaf daar volgde ik de aanwijzingen van mijn man en kwam een heel eind met de route mee. Tot we de singel langer bleven volgen dan ik gevoelsmatig zou doen. We moesten de Voorstraat in en botsten tegen een wegafsluiting op. Zei Marcel in de rol van meneer RitsRatsReklame.nl, die nogal eens omleidingsborden voor gemeente Utrecht maakt:
    ‘Ik maakte pas 48 borden voor deze omleiding. Dit had ik moeten weten.’
    ‘Dus de route is al raar, moeten we nog omrijden ook. Heb je ons soms over de autoroute genavigeerd?’ Het zal toch niet…
    ‘Uhm,’ klonk ineens naast me, waarna Marcel zijn telefoonscherm voor mijn neus hield.
    ‘Weet jij wat dit pictogrammetje betekent?’
    



    ‘Geen idee, ik ken het wel, maar gebruik het nooit.’
    ‘Oh, het is de taxi.’
    ‘Wacht even, fietsten we de taxi-route? Waarom? En niks over een fingerslip of dikke vingers. Die heb je niet.’
    ‘Eigenlijk dacht ik: als de eerste knop auto is en de volgende lopen, dan is de derde optie toch fietsen? Wie heeft daar de taxi besteld?
    ‘Wat denk je van Google Maps?’
    ‘Vergeet niet dat ik fietste toen ik alles opzocht.’
    ‘Ook dat nog, het had jou € 90,- kunnen kosten, stouterd.’ Ondertussen arriveerden we bij de fietsenstalling. ‘Vanaf nu wijs ik de weg! Meekomen jij.’ We gingen rechts, rechts, links en rechts de trap af. ‘En nog wat: jouw band met Google Maps vertrouw ik vanaf nu al net zo min als die met buienradar. Vanaf nu vertrouw ik nog maar één kaart. Deze!’
    Ik hield een menukaart omhoog.




zondag 26 juli 2020

Midlifecrisis?


Zoveel mensen leerde ik kennen sinds oktober 2018. Zoveel leuke gesprekken heb ik gevoerd. Zoveel onderwerpen van dichterbij bekeken. Zoveel grappige momenten beleefd met soms een brok in de keel en zeker blunders gemaakt. Gelukkig waren de meeste weg te lachen.
    Bovenaan staat dat het werken voor Houtens Nieuws geweldig blijft.

Persoonlijk
Eén interview in het bijzonder, of in ieder geval een moment in dat gesprek, vergeet ik niet snel meer. Het speelde een week of twee geleden. Ik zat in een ontzettend leuk gesprek voor mijn vaste rubriek het ‘Zaterdagportret’; een tweewekelijkse rubriek waar ik met veel plezier aan werk, omdat ik mensen ontmoet die ik niet snel via een andere weg zou spreken en in korte tijd ietsie beter leer kennen. Eigenlijk blijft het steeds een feestje om mensen te ontmoeten en hun verhalen te horen.
    Ja, ik koester het Zaterdagportret als leukste rubriek van mijn hand, want het gaat daar om het persoonlijkere verhaal.

Zaterdagportret
Veelal noemt mijn redacteur de namen van mensen voor het portret. Dat is wijs, want zij zit meer dan ik op het nieuws en in de actualiteit. Ik ben blij met haar, mijn neus is daar nog niet zo uitgebalanceerd. Soms noem ik een naam, maar is het niet actueel genoeg en komt die in de wacht. Wie weet sta jij als Houtense inwoner genoteerd. Vaker noemt de redacteur een naam die mij niets zegt. Soms vond ik het spannend, want dan was het best een bijzonder iemand. Ik ben die angst echter meer en meer gaan verliezen want hé we gaan allemaal een paar keer per dag naar het toilet voor een nummer 1 of 2. Uiteindelijk ontmoet ik altijd een mens, met haar of zijn passie, pijn en kunstje.
    Niet alles wat ik hoor beschrijf ik, soms is het te persoonlijk, wel maakt het mijn plaatje compleet. Dat ik het weet, het me toevertrouwd wordt, is een bewijs van vertrouwen, dat is gaaf!

Verhuisbericht
Een enkele keer vraagt iemand:
    ‘Mag ik eens in het portret?’
    ‘Waar woon je?’ Vraag ik terug. Kijk, iemand moet meer dan beroemd of berucht zijn.
    ‘Ik woon niet in Houten.’ Waarop ik een PEP geluid maakt waardoor de ander weet dat het een fout antwoord is.
    ‘Je moet in Houten wonen om in het portret te komen.’ Ondertussen wacht ik op het verhuisbericht.

Blozen
Gaan we twee weken terug. Ik zat bij iemand aan tafel voor een Zaterdagportret. Een man deze keer. We wisselen ze af: na een man een vrouw en weer een man en weer een vrouw en weer een man en dan een vrouw, zo kom ik met gemak aan 800 woorden.
    De beste man vertelde dat hij vier kinderen heeft. Ik vergat de verdeling dochters en zoons. Wel weet ik dat één van de kinderen 38 is. Ik zat ineens rechterop op mijn stoel:
    ‘Dat ben ik ook!’ Evensnel zakte ik terug in de stoel en hield verschrikt mijn handen voor mijn mond. Ik kreeg de kleur van de binnenkant van een watermeloen. ‘Sorry, dat is zo enorm gelogen.’ De ander keek me niet begrijpend aan. Waarom zou hij het ook begrijpen? Ik interviewde hem, wat wist hij van mij? In ieder geval niet dat ik er tien jaar naast zat. Tien jaar! Dat zette ik direct recht:
    ‘Wat een leugen! Ik voel me 38, maar zit er in werkelijkheid tien jaar naast. Niet in mijn nadeel overigens. Ik ben 48.’

Back in time vooruit
Ik geloof  het gewoonweg zelf niet. Het is toch wat, voelt 48 zo? Het is helemaal niet erg. Ik bedoel: ik voel me 38, ben 48. Dat is toch tof! Ik had me ook 58 kunnen voelen en dat is niet zo! Ik vind 48 een feestje, een midlifefeestje! Waar anderen hun leven beginnen met een kleintje, sta ik op het punt de kleintjes het huis uit te schoppen. We gaan in huize Typisch Irene terug naar het begin, maar wel zo’n twintig jaar later, grijzer, uitgezakter en vergezeld van opvliegers.
    Echt, mijn bril moet soms af, omdat het beslaat bij weer een opvlieger. De hitte die ik afgeef veroorzaakt soms een walgelijke kloof tussen mijn lief en mij. Ik snap het en zoek weer een gastendoekje om mijn voorhoofd af te vegen.

Bergtop
Toch blijft het een feestje. Ik heb nooit eerder zo op mijn plek gezeten. Ik weet gave mensen om me heen, me gedragen door heerlijke vrienden, ik doe werk waarvan ik nooit dacht het ooit te doen. Het had-ik-maar klinkt hier niet en als ik het al zei, verzekerde mijn manneke me dat het nonsens is me dat af te vragen. Hij vraagt dan:
    ‘Ben je happy?
    ‘Ja!’, is mijn antwoord. ‘Ik sta op de top van mijn berg.’ Dat ik daar alleen maar af kan vallen, denk ik gewoonweg niet aan.

zaterdag 18 juli 2020

Rijbewijs


Met een PLING verscheen op mijn scherm:
    MOMMAA WANNEER BEN JE THUISS 😍😍😍?
    Het is toch grappig dat sommige mensen denken dat ik een bericht beter lees wanneer het in hoofdletters staat. Zo werkt het echter niet. Mijn antwoord volgde al snel in kleine letters op het antwoordscherm:
    Ik zit heerlijk op een bankje en moet nog naar de winkel.
    Wat er niet stond, maar wat ik eigenlijk schreef is dit: voorlopig ben ik niet thuis - ik zit heerlijk aan het water te dagdromen, bewonder de wolken, tel de eenden die voorbij zwemmen en schrijf een elfje of wat. Voel je ‘m? Mijn rust was compleet. Het was een zeer grote aangenaamiteit na een paar dagen die door migraine en behoorlijke rugpijn verpest werden. Daar op dat bankje voelde alles goed, dat wilde ik vasthouden: blijven zitten dus. Ik koos relaxitijd.

Roze papiertje
Opnieuw een PLING. Op mijn scherm verscheen een foto van dochterlief. Haar gezicht was gevuld met een enorme glimlach. Ze hield een roze kaartje in haar handen. Hij kwam vers van de gemeentehuispers. Ik noem het nog steeds liever het roze papiertje, terwijl het een pasje is.
    Hoor ik Benjamin in gedachten zeggen:
    ‘Boomer!’ Gevolgd door wéér een PLING, Celine komt bijna altijd in drieën:
    Maarrr ik wil een rondje rijden.
    Dat ze kilometers wilde maken, wist ik.
    Ga!!! Op de parkeerplaats bij de boerderij kun je alvast de auto ervaren.
    Ik dacht maar zo: wat ze nu oefent hoeft straks niet.

Angsthaas
Of was het uitstelgedrag? Wilde ik niet liever dat manlief naast dochterlief in de auto stapte om een oefenrondje te rijden. Ik heb toch vooral het idee dat hij als chauffeur veel beter in staat is te anticiperen op eventuele onzekerheden van zijn dochter. Hij is sowieso stoerder dan ik die overal angsten ziet en kent.
    Madammeke wilde echter niet wachten tot paps thuis kwam, ze wilde NU! Dat is typisch ADHD: ik moet meteen luisteren, ik moet meteen mee, ik moet, ik moet, ik… zucht. Hier kwam ik niet onderuit. Ik pakte de reserveautosleutel en overhandigde die met trots aan mijn meiske. Het is toch wat, ze heeft haar rijbewijs.
    Let’s do this.’

Uitvalverschijnselen
Ik vond het werkelijk vreemd en spannend om de koppeling, rem en gaspedaal aan mijn dochter over te laten en op de bijrijder stoel te zitten. Wat zit je dicht bij de stoeprand! Toch zei ik:
    ‘Je hebt je papiertje. Laat maar zien wat je kunt.’ Ze draaide de sleutel om, liet de auto afslaan en reed tenslotte de auto rustig van zijn plek. Het ging wat traag, maar hé, ik kom ook niet altijd even vlot van mijn plek. We wonen dicht bij de inprikker van de wijk en stonden al snel bij het verkeerslicht.
    Bij groen viel opnieuw de motor uit.
    ‘Mama, jou koppeling en gas werken heel anders dan de lesauto.’
    Welcome to my car, meid! Meer gas geven! Daar moet ik ook altijd aan denken als ik in Marcels auto heb gereden. Gassen!’

Taxi
Ik waarschuwde haar vervolgens mijn rood monstertje niet teveel af te kraken. Anders leverde ze de reservesleutel direct maar weer in.
    'Mijn auto is geen luxe Toyota, maar wel mijn auto. Sterker nog, je mag nooit vergeten dat ik jou hiermee,' ik klopte mijn auto op het dashboard, 'als taxi overal bracht. Vorige week nog. Jouw respect voor mijn auto zou niet misstaan. Basta!'
    Ondertussen waren we bijna een rondje rond op de rondweg. Round and round and round. Niet om de kerk, maar om het dorp, zolang Celine maar wilde. Links en rechts werden genegeerd, tot madam naar het Theater wilde rijden en terug. Het tweede rondje rondweg sloeg niets af, reed madam smooth de weg over en klonk geen enkele toeter van een ongeduldige flapdrol achter ons.

Wegpiraat
Dat getoeter van zo’n wegpiraat zette me aan het denken. Volgens mij moeten Fransen die net hun rijbewijs hebben een jaar lang met een grote A op de kont van de auto rijden. Zo weten anderen dat iemand nog kilometers aan ervaring maakt. Ik vind het wel wijs.
    Weten jullie trouwens dat die F niet is omdat het Fransen zijn, maar omdat het flapdrollen op de weg zijn? Mij zie je nog wel op de tolwegen rijden, niet dit jaar, maar toch. Alle andere wegen mag mijn manneke de honeurs waarnemen. Ik hou niet van de rijstijl van velen in dat prachtige land. Die grote A sticker vindt ik dan wel weer een goede vondst.

Getoeter
Dat moeten ze in het land van de NL stickers ook doen. Laten we eerlijk zijn, als jij door zo’n sticker weet dat de bestuurder die voor je staat een beginneling is, zou jij het dan durven om ongeduldig te gaan zitten toeteren! Ik niet, jij wel?
    Dan ben jij wel helemaal betoeterd!



zaterdag 11 juli 2020

Spelletjesavond


Hoewel de titel in meervoud is, moet jij je niet laten misleiden door dat woord. Na mijn vraag of we vanavond een spelletje konden doen, bogen de mannen zich over een spel, terwijl ik alle bewijzen van een heerlijke maaltijd (want ik kook heerlijk) wegmoffelde in de vaatwasser.
    Eenmaal samengeschoold bleek het spel een combi van De jongens tegen de meisjes, Mens-erger-je-niet, Boggle en allerlei extra rommel. Spelregels werden ter plekke bedacht, herschreven en aangepast.
    ,Ik leer regels door te spelen, waar is de dobbelsteen?’, vroeg ik. De ronde dobbelsteen werd weggerold. Vervolgens opende Marcel het potje met dobbelsteentjes die zonder leesbril onleesbaar zijn, waarop Benjamin de bruine dobbelsteen pakte. Hij gaf die aan de meisjes.
    ,Wie het hoogst gooit mag beginnen.’
    ,Mag ik iets zeggen?’, vroeg ik.
    ,Nee!’ Celine gooide de dobbelsteen. Wat ze gooide weet niemand, want Marcel gooide een andere dobbelsteen en riep:
    ,64! Wij mogen beginnen.’
    ,Die opdracht met de ijsklontjes in de broek is er niet bij toch?’, vroeg Benjamin. Die kaart kreeg hij ooit voor zijn kiezen, eigenlijk voor z’n ballen.’

Massage
Nog amper begonnen moesten de vrouwen de mannen (niet de eigen partner) masseren. Terwijl ik Ricks schouders verwende en Lara die van Marcel behandelde, werd Benjamin bijna vermoord: Celine zette haar nagels volledig in zijn huid met striemen tot gevolg. Zei ik al lange nagels? Dan ben ik duidelijk beter, geen klacht gehoord. Rick kent natuurlijk de gevolgen als hij durft te klagen over zijn schoonma.
    Klonk daar ineens: kies twee teamgenoten, blinddoek hen en knijp vijf wasknijpers op hun kleding. Vervolgens moesten de geblindoekten bij elkaar de wasknijpers zoeken. Lara en ik kregen de blinddoeken om, Celine versierde ons met wasknijpers. Ik vroeg Lara of ze het wel oké vond dat ik haar in mijn zoektocht naar de wasknijpers ging betasten. Ze stemde toe, waarna ik alvast mijn excuses aanbood als ik haar per ongeluk ergens ongepast zou aanraken.
    ,Eigenlijk zoek ik liever bij papa,’ gaf ik toe.
    ,En ik bij jou,’ zei hij.
    ,We weten allemaal waar jij je handen zou zetten hè?’ Gelukkig grepen wij vrouwen elkaar niet naar de tieten. Toch vroeg het om vertrouwen om elkaar zo dichtbij toe te laten, vooral als je elkaar nog maar een paar weken kent.

Stress
Vervolgens belandden we in een kring. Benjamin stond in het midden met een opgevouwen krant in zijn hand. Bij het noemen van een naam moest hij die persoon op de knie slaan, tenzij die persoon een volgende naam noemde. Marcel startte met:
    ,Celine.’ Ze schrok! In slow-motion verliep het zo: Marcel keek de cirkel rond, zag Celine en noemde haar naam. Zij  keek verschrikt op, want bedacht nog wie zij zou noemen na haar. Benjamin draaide zich traag (we zijn nog in slow-motion) om, bewoog de krant in haar richting en sloeg haar. Van schrik riep zij:
    ,Celine!’ BAM nog een mep! Het spel lag stil, iedereen lachte zich krom. She had one job: een ander te noemen en noemde zichzelf. Benjamins reactievermogen was buitengewoon fenomenaal. Hij sloeg zo snel dat Celine niet wist waar ze het had. Een volgende ronde verliep precies hetzelfde. Celine kon duidelijk niet goed denken onder stress.

IJsklontjes
Benjamin kreeg een uitdagingskaart iets met ijsklontjes. Kijk dit:


Ik kreeg een waarschuwing.
    ,Mama, je noemt mijn naam niet in je blog.’ Hij bedoelde zijn bedrijfsnaam. Zou ik dat wel doen, dan slingert hij twee foto’s van mij op het Wereldse Wauwel Web. Ik weet niet welke foto’s, maar zijn waarschuwende blik maakte me bang. Ik mag zijn naam niet noemen, maar wel verbergen, toch? Onthoudt Benny. Het andere woord volgt later.

Handstand
Kregen de meisjes deze opdracht: één van ons moest tien seconden in handstand tegen de deur staan.
    ,Nooit gekund, never will,’ riep ik.
    ,Wel mijn kunstje,’ riep Lara. Ze zette haar handen op de grond en hupte sierlijk haar benen boven zich tegen de deur waar achter de voorraadkast zich verstopt. Celine telde:
    ,Eén, twee, drie…’
    ,Whoops,’ hoorde ik ineens, waarna Lara haar benen liet zakken.
    ,Dat waren geen tien seconden,’ zei ik verschrikt en zag Lara haar trui in haar broek proppen. ,Oh, en het waren precies de mannen die je bh zagen. Is ie mooi?’, vroeg ik hen.

Blaastest
Rick gooide snel het spel verder en las de opdracht: leg een spel kaarten op een fles en blaas de kaarten er af. Wie de laatste kaart eraf blaast verliest.
    Marcel blies beheerst een paar kaarten weg. Benjamin blies rustig drie kaarten van de stapel. Rick blies een paar keer zonder resultaat, tot hij iets harder blies en de hele stapel van de fles viel. Hard gelach volgde, vooral nadat men helemaal blij werd van mijn gelach. Snap ik niets van, maar ik mag  dit verhaal alleen delen als ik die laat horen.

  
    Tenslotte moest Benjamin, die van de Productions, iemand bellen die niet op mocht nemen. Zal ze hem nog terugbellen?





zaterdag 4 juli 2020

Heulen

Weet je nog, de blog van twee weken geleden? Er moet me iets van het hart. Geen zorgen ik moest die blog zelf ook vluchtig scannen, want vijf artikelen, tig opvliegers en een blog verder, vergeet zelfs ik wat ik eerder schreef.
    Samengevat zegt die blog: men mistte groente in de Kip TandooriRemember?
    Ik ben gewend aan gepieper: ik kook te heet; te lekker (het bestaat); te laat; te vroeg; alweer dit?: waarom nooit meer dat? Echter dat destijds de groenten werden gemist, was een trigger!

Variatie
Hebben ze in huize Typisch Irene enig idee van hoe ik hullies gezondheid op het oog heb? Hoe ik zorg voor afwisseling in geur, kleur, smaak en vitamientjes? Het is de verscheidenheid van de vitamientjes waar ik de grootste zorgen ervaar. Ze eten hier het liefst alleen sperziebonen en Chinese wokgroenten. Celine schuift, net als ik, heel graag erwten naar binnen, maar daar houdt de afwisseling op. Daarom vul ik iedere maaltijd aan met konijnenvoer en klaar is het palet. Weliswaar een minipaletje.

Ovenschotel
Ik besluit als chef-kok meer verschillende ingrediënten op het menu te zetten. De vreters hoeven niet bang te zijn voor rode bieten, rode kool of witlof, hun afschuw daarvoor is walgelijk hoog. Dat eet ik wel in mijn eentje. Bloemkool leek me echter wel een goed alternatief ingrediënt. Dan niet gewoon gekookt, maar omgetoverd in een heerlijke ovenschotel à la Allerhande. Marcel keek in de oven:
    ,Irene, echt? Bloemkool?’ Hij stak er zijn tong bij uit.
    ,Ja, bloemkool.’
    ,Dat is niet lekker te maken.’
    ,Jawel hoor, gegratineerd met kaas is het jummie.’
    ,Nee, dan is het minder vies.’

Wortels
Benjamins blik werd er één alsof hij naar de ergste horrorfilm ooit keek - een en al gruweligheid. Ter aanvulling op het wit van de ovenschotel, zette ik een schaaltje rauwe worteltjes op tafel. Lekker gemakkelijk, dacht madam: lust je het één niet, dan toch het andere? Hoewel voor Benjamin dit geen enkel verschil maakte; wie eet er nou rauwe worteltjes?
    Ik! Echter toen ik er één wilde smikkelen bleken ze op twee na op. Ik bood ze Benjamin aan. Hij wuifde ze heftig zwaaiend weg.
    ,Hoezo zijn de wortels al op?’, vroeg ik.
    ,Nou, mam, ik ruik bloemkool en dacht: dan maar wortels,’ zei Celine.
    ,Precies mijn idee,’ vulde Marcel knagend aan.
    ,Goed, dan eet ik die zielige laatste twee op.’
    ,Mam, dit is pay-back voor de radijsje,’ lachte Celine en bokste haar vader tegen zijn schouder.

Grafsteen
Die opgevroten radijsje wordt mij de rest van mijn leven aangerekend. Op mijn grafsteen staat: ze at alle radijsje op - we zullen haar missen.
    Wacht! Celine leest blijkbaar toch af en toe een blog. Vandaag ontdekte ik dat zij ze niet allemaal leest, want ze vroeg of er kersen in mijn boompje groeien.
    ,Got you! Jij hebt mijn blog niet gelezen.’
    ‘Hoezo?’
    ‘Daar ging het vorige week over. Eigenlijk een verhaal over seks!’ Ik denk dat Celine vanavond die blog leest.

Heulen
Terug naar de bloemkoolschotel en drie opgetrokken neuzen.
    ,Mama, dat jij je inlaat met bloemkool is heulen,’ klinkt Celine beslist. ,,Ja, het is heulen met de vijand.”
    ,Dat maakt mij dan toch direct mede-vijand? Ik bedoel, heulen… Wat is heulen?’ Ik open encyclo.nl.
    1) Collaboreren. Oh ja, nu snappen we het massaal. Wat staat er verder?
    2) Gemene zaak maken. Het blijft onverhelderend. Wat zegt drie?
    3) Samenspannen. Nu hebben we het ergens over. Zeg dat dan gelijk! Optie vier en vijf verhelderen het extra:
    4) Samenwerken met de vijand
    5) Samenzweren. Was dat nou zo moeilijk? Ik werk dus samen met de vijand, dat maakt mij vijand.

Bekendmaking
Als ik dan toch de vijand ben, meld ik maar meteen het volgende:
    ,Vanaf nu eten we één keer per maand bloemkool en morgen een prei-schotel. Wie dat niet lust kan zijn boeltje pakken en bij opi en omi (mijn schoonouders) eten. Ik zie omi al in de deuropening staan springen met haar armen wijd en roepen: wat willen jullie eten?’ Klinkt driestemmig:
    ‘Jouw bami!’

Staken
Ik overweeg wat mij te doen staat en bedenk: er wordt tegenwoordig veel gestaakt. Dat lijkt mij ook
wat.
    ,Ik ga staken,’ meld ik compleet onverwacht aan tafel.
    ,Waartegen?’, vraagt mijn lief.
    ,Tegen het gezeur aan tafel. Ik wil mijn stem laten horen.’
    ,Ga jij lekker elke dag staken, Irene. Dan neem ik ondertussen een abonnement op Thuisbezorgd. Ze mogen alles bezorgen, als het maar geen groente is.’
    ,Joh, ze moeten een app ontwikkelen, waarop je in kunt vullen wat je niet lust aan groente,’ merkte Celine op.
    ,Dan ben jij snel klaar: alles selecteren en voorzien van een groot kruis. Ik ben serieus benieuwd hoe jij het later doet met koken.’
    ,Rick kookt!’, roept madam triomfantelijk.
    ,Gezond! Hij lust ook geen groente.’
    Ik snap ineens waarom ze hem koos.

zaterdag 27 juni 2020

Bloem zoekt bij

   ‘Marcel wil je kersen?’, vroeg ik vanuit de keuken.
   ‘Ja, lekker.’
Even later liep ik de serre in met twee bakjes kersen en plofte op mijn bankje. Jaja, we hebben ieder een eigen love-seat in de serre, met dit verschil: de benen van mister-veel-te-lang-voor-mij liggen altijd op mijn bankje. Als ik van mijn zijde hetzelfde wil doen, bungelen ze ergens tussen mijn en zijn bankje in. Daarom zat ik al snel met opgetrokken benen op mijn eigen bankje met een kers in mijn mond.

Kersentijd
   ‘Wat zijn de kersen van de Appie toch lekker hè?’
   ‘Inderdaad, ik denk dat het mijn favoriete fruit is,’ antwoordde manlief vlak voordat hij een pit uitspuugde. ‘En het is nog niet eens kersentijd.’
   ‘Wat? Marcel! Waar rijdt jij nou iedere dag langs?’
   ‘Hoe bedoel je?’
   ‘Jij rijdt dagelijks Houten uit en weer in. Daarbij rijdt je langs een kersenboomgaard. Raad eens wat ze daar verkopen?’
   ‘Oh ja, nu je het zegt, aardbeien!’
   ‘Vergeet dit nooit: juni is kersentijd!’
   ‘Gesnopen! Hoe zit het eigenlijk met ons kersenboompje?’

Arrogantie
Ik sprong zelden zo snel van mijn plek en stond sneller dan Marcel de volgende kersenpit uitspuugde bij de kersenboom in onze voortuin. Ik telde welgeteld nul kersen. Beteuterd liep ik terug naar mijn plekje.
   ‘Ons boompje is niet bestoven, bestuift, bevrucht.’
   ‘Wat? Is er niet één bijtje langs geweest om de bloesem plat op de bek te zoenen?’
   ‘Blijkbaar niet één. Ze zijn zo ons boompje voorbijgevlogen.’
   ‘Heb jij wel gezien of ze sowieso langs vlogen?’
   ‘Jochie, zie ik eruit alsof ik ze ooit zie vliegen?’ Lachte ik hard. ‘We hoeven ze nu ook niet te zien vliegen. Ze hadden hier in het voorjaar moeten vliegen.’
   ‘En dat deden die arrogante zoemers dus niet, wat een verraad! Was ons boompje niet goed genoeg? Het zijn duidelijk de bijen van vroeger niet.’ Tjonge, nog even en mijn lief gooide ergens mee. Wat een medeleven voor een kersenloze boom.

Lentekriebels
Hiermee hadden we ineens een uitdaging: om volgend jaar kersen uit eigen boom te hebben, moeten we aan de slag.
   ‘Zullen we de boel dan maar zelf bestuiven? Aangezien wij het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes kennen, moet dat lukken,’ klonk Marcel wijs.
   ‘Natuurlijk, wij zijn niet helemaal van de gekke,’ antwoorde ik om na een korte stilte te bekennen dat ik eigenlijk totaal niet weet hoe het werkt. ‘Marcel, ik denk toch dat we eens op moeten zoeken hoe dat zit met die bloemetjes en bijtjes. Ik heb zo’n idee dat we helemaal verkeerd zitten.’
   ‘Komt dat even goed uit, we kunnen ons achternichtje straks even vragen hoe het zit, zij heeft er vast meer over geleerd in de week van de lentekriebels. Die was nog niet zo lang geleden toch? Zij leert die dingen op school.’
   ‘Goeie, hé Marcel hadden jullie vroeger ook zo’n week op school. Ik herinner me er niets van.’
   ‘Och dat weet ik niet meer. Het zal me echter niets verbazen als jouw achternichtje van acht zegt: maar tante Irene dat is gewoon seks, weet jij dat niet eens?’
   ‘Zeg ik tegen haar, nee meid, weet ik niets van. Ik ben een boomer, weet je.’

Tinder
Marcel en ik besluiten dat we bijen moeten zien te lokken in plaats van te oefenen in zelfbestuiving of kruisbestuiving. Ik bedoel maar, is het voldoende om met een kwastje van het ene bloemetje over het andere te strijken of moeten het bloemen zijn van verschillende bomen?
   ‘Ik weet het!,’ roep ik uit. ‘Allesweter en liegbok Google weet raad. Wat wij niet weten, weet hij.’
   ‘Misschien kunnen we een advertentie plaatsen in de krant: bloem zoekt bij. Jij zit dicht bij de redactie, staat op gezellige voet met de redacteur, maak daar even misgebruik van.’
   ‘Misschien maken we beter een account aan op een datingsite à la Tinder. Bloesem zoekt bijenmatch,’ opperde ik ineens.
   ‘Daar hebben zij natuurlijk ZOOM voor. Ineens begrijp ik de naam. Wij denken dat het een perfecte site is voor online vergaderingen, maar het is stiekem een datingsite voor de bloemetjes en bijtjes.’
   ‘Snel! Maak een account aan voor ons boompje!’

Open huis
   ‘Kunnen we niet beter Open Huis houden?’, bedacht Marcel.
   ‘Dan heet het natuurlijk Open Bloem. Of Gluren bij de Buurbloemen.’
   ‘Of de Open Bloemen Route. Laat de bijen maar komen, snuffelen en ontdekken hoe heerlijk onze bloesem is.’
   ‘Weet je wat het beste zou zijn?’
   ‘Nou?’
   ‘Een eigen huisbij die voor de bloesem valt en blijft. Ja, een eigen bij.’
   ‘Stel dat het er meerdere zijn?’
   ‘Dat is alleen maar goed!’
   ‘Irene, heb jij door dat jij een bordeel aan het openen bent? Je bent gewoon een pooier, maar denk er om, sekswerkers mogen pas weer vanaf 1 juli aan het werk.’
   Eén keer raden wie zich verslikte in de laatste kersenpit!

zaterdag 20 juni 2020

Kip Tandoori


    ‘Eten!’, riep ik afgelopen donderdag van onder aan de trap naar boven.
    Ja, ik ben soms een schreeuwlijkerd die door het huis loopt te blèren? Ik haat geschreeuw, maar doe het uit luiheid toch. Natuurlijk houd ik het rustiger in huize Typisch Irene door naar boven te lopen en iedereen persoonlijk op de hoogte te brengen van een maaltje dat klaar is. Sterker nog, tot een uur of drie ’s middags doe ik dat probleemloos. Echter rond een uur of zes, als de dagelijkse activiteiten gedaan zijn en het eten bereid is, ben ik moe, klaar. Dan nog naar boven lopen om twee kinderen met hun eventueel aanwezige aanhang en nog een verdieping hoger mijn lief te zeggen dat we gaan eten, is zo vermoeiend!

Deal
Nu ik dat schrijf, bedenk ik een nieuwe deal. Ik spreek af dat zodra de aanwezige piepels in mijn huis de geur van eten naar boven ruiken stijgen, zij zelf iedere vijf minuten naar beneden komen om te kijken of het klaar is. Als ze dan toch beneden zijn kunnen ze meteen de tafel dekken en bewegen daarmee meer in mijn richting dan andersom. Vooral Benjamin mist beweging, eigenlijk in alle richtingen. Anyway, het gaat er mij vooral om dat de andere huisbewoners op mij letten in plaats van ik op hen. Laat zullie maar checken of het eten klaar is.
    Ik vind dit zo’n geweldig plan hè. Ik voer het per direct door. De anderen zullen me weer dwars noemen, maar boeie!

Dwars
De afgelopen tijd ben ik wel vaker dwars. Ik schuif het graag af op die vreselijk walgelijk verraderlijke hormonen. Zelfs manlief weet er soms geen raad mee. Hij kijkt me dan quasi gefrustreerd aan en zegt:
    ‘Blijf jij zo?’
    ‘Ja! Daar heb ik zin in. De tijd van ja-en-amen is voorbij.’ Wat bijna klinkt als: De tijd van onbezorgdheid is voorbij’, van die stomme serie GTST.
    ‘Is die tijd net zo voorbij, als de tijd dat je mijn appeltje ‘s avond regelt?’
    ‘Precies. Zo fijn dat je het snapt.’ Hoewel ik ook ietwat medelijden voel bij zijn hulpeloze blik.
    ‘Snappen? Niet echt, wel wil ik best mijn eigen appeltje regelen, maar...’
    ‘Wat is dan eigenlijk het probleem?’
    ‘Ik vergeet aan het appeltje te denken’
    ‘In dat geval: schatje je moet nog een appeltje eten.’ Prompt staat hij op en eet een appel. Wauw, als dat het enige is dat ik hoef te doen, wil ik wel voor hem denken.

Koken
Kon ik maar net zo gemakkelijk van het eten koken af komen. Elke avond dat kunstje ben ik wel klaar mee. Het is dat eten een noodzakelijkheid is, anders wist ik het wel. Klonk daar opnieuw:
    ‘Eten!’ Daar begon mijn blog mee. Wat jullie niet weten is dat ik dankzij een maaltje van onze Sterpoelier geen groente hoefde te snijden of vlees te kruiden. Het enige dat van mij gevraagd werd, was rijst te koken en de kant-en-klare Kip Tandoori te bereiden. Hoe moeilijk kan het zijn om boven het gas toe te kijken en af en toe te roeren?

Echo’s
Na mijn ‘eten’-geroep, bleef ik onderaan de trap staan, om te horen of ik het juiste aantal JA’s als echo terug kreeg.
    ‘Ja,’ klonk bij Celine vandaan.
    ‘Ja,’ klonk vanaf zolder. Bij Benjamin bleef het stil. Ik vermoedde de tussenkomst van een koptelefoon. Die zijn de ergste, dan moet ik naar boven lopen. Wil ik net de eerste trede opkrabbelen:
    ‘Ja.’ Opgelucht draaide ik me om en nam plaats aan tafel.

Deksel
Marcel zat als eerste tegenover me en opende het deksel van de pan.
    ‘Wat is dat? Geen groente?’
    ‘Echt wel, kijk rode paprika.’
    ‘Ja maar, jij doet normaal veel meer groente in ons eten.’ Even later schuift Benjamin aan naast mij. Net als zijn pa, koekeloert hij in de pan.
    ‘Wat eten we?’
    ‘Kip Tandoori.’
    ‘Maar mama, waar is de groente?’
 
Groenteloos
Werkelijk! Al jaren vinden ze dat ik niet moet zeuren over groente. Zo van: we gaan niet dood als we een dag geen groente eten. Nu dit!
    Celine kwam zingend de kamer in, nam haar stoel in, opende de pan en zei:
    ‘Wat is dat?’
    ‘Kip Tandoori.’
    ‘Oké,’ klinkt ze bedenkelijk.
    ‘Jij gaat niet piepen toch?’
    ‘Hoezo piepen? Wie piept er dan?’
    ‘De mannen. Ze missen groente. Wacht, ik heb een zak wortels in de koelkast.’
    ‘Missen jullie serieus groente? Ik niet,’ Celine nam een hap. ‘Mam dit is heerlijk!’
    ‘Nee, maar het is zó niet mama! Gaat het goed met je?’, vroeg Benjamin mij en wreef liefdevol over mijn rug.
    ‘Hou nu maar jullie koppen dicht,’ smeekte Celine. ‘Anders eten we volgende week alleen maar groente.’
    ‘Goed plan,’ viel ik bij. ‘Rode kool, spinazie, bloemkool, witlof en…’ Ineens klonk driestemmig:
    ‘Mam, je hebt heerlijk gekookt! Je bent er vast heel druk mee geweest.’