zondag 13 oktober 2019

Gênant


Let op: hier begint mijn blog. De eerste zin van een verhaal waarvan zelfs ik niet weet waar het eindigt. Zo’n open begin ken zelfs ik eigenlijk niet. Misschien wordt het werkelijk niets, want ik proef in de dichtste nabijheid geen inspiratie en wordt aan alle kanten; mijn voor-, achter-, zij- en andere zijkant afgeleid door lieverdjes. Eén van de lieverdjes is een onverwachte logee.

Welkom
Zo gaat dat in huize Typisch Irene en kinderen. Marcel zal nooit en te nimmer een logé meenemen. Hij is my one and only lifetime slaapgast. Wat betreft de kinderen herhaalde ik vandaag weer eens:
   ‘Iedereen is welkom,’ als antwoord op de vraag of Lysanne mocht komen logeren. Bijna iedereen is ongevraagd welkom, als ik maar weet dat een gast mijn huis onveilig maakt en/of mee-eter wordt. Ik wil dat iemand juist aan tafel ervaart dat hij of zij er mag zijn. Het gevoel meegeven dat we een open huis, welkom thuis en bovenal voel-je-thuis-gezin zijn.
   Hoe dat is, moet je vooral zelf komen beleven. Wat me op het idee brengt om een paar mensen te vragen hoe zij het thuis-zijn bij ons ervaren en of er gektes zijn die anderen maar beter van te voren weten.

Schaamteloos
Ik vraag het Lysanne als ervaringsdeskundige op de seconde:
   ‘Dat jij bij teveel herrie gewoon je gehoorapparaat uit doet.’
   ‘Ja, dat doe jij natuurlijk voordat je hier binnenstapt,’ merk ik lacherig op. Alsof zij er één heeft. Volgens mij is ze jaloers omdat ik op die manier geluidsoverlast uitzet.
   Op de vraag wat juist gênant is, schuift Benjamin op het puntje van de bank en vertelt:
   ‘Ik weet niet wie onze gast was, maar jij zei gewoon aan tafel tegen papa: dat wordt vanavond geen boemboemdingen, schatje.’ Ik weet zeker dat hier de huge context mist, maar feit is dat we hier inderdaad een sfeer hebben van: alles is bespreekbaar. Bijvoorbeeld een gesprek over konthaar, opgestart door Benjamin, weet je nog

Gênant
Vervolgt Lysanne met wat zij schaamteloos vindt:
   ‘Dat jij me vandaag voor de derde keer Senna noemde.’
   ‘Ik geef toe lieve meid, dát is schandelijk. Nog één keer en jij slaat me echt in elkaar hè?’ Lieve lezer, mocht je me eens treffen met een blauw oog, dan was het Lysanne, die me terecht een gekleurd oog mepte. Ik ben zelfs boos op mezelf, nog even en ik stomp die oog eigenhandig alle kleuren van de regenboog.
   Over gênant gesproken. Jullie denken dat ik erg ben? Dan moet je Celine aan tafel meemaken. Zij gaat alle decorum voorbij. Zij vroeg laatst aan tafel waar haar geliefde bij zat:
   ‘Mama, hebben papa en jij wel eens…’
   Ja, daag, je denkt toch niet dat ik hier op het wonderlijk walgelijke web ga vertellen wat manlief en ik uitvreten? Het is hetzelfde waar Rick naar refereerde toen ik hem vroeg wat hij een gekkigheid in ons gezin vind.
   Wacht, weet je wel wie Rick is? Hij is Celine’s lover, maakt haar gelukkig en is echt goed voor haar. Hij lijkt zich thuis te voelen, want vult Celine’s stiltes met gemak op. Hij kan heerlijk kletsen. Kijk hoe ik hem ondervroeg:



Ja, ik leef in een huis vol muzikanten. Echt belachelijk!
   Om te eindigen bij Benjamin met dezelfde vraag. Hij keek me aan, rolde met zijn ogen van links naar rechts, kneep ze ietsjes dicht, waarbij zijn wenkbrauwen naar elkaar kropen en zei:
   ‘Is dat een serieuze vraag?’
   ‘Ja, ik ben soms serieus. Snap je de vraag niet?’
   ‘Zeker wel, maar dat jij het vraagt verbaasd me.’
   ‘Hoezo?’
   ‘Mam, jij bènt de gekkigheid.’
   ‘Lekker dan,’ zeg ik, de gek. Zou hij me ooit serieus nemen?

Emotioneel
Oh wacht nog eens, dat deed hij afgelopen week. We hadden net de bakplaat van het gourmetstel buiten gezet en tafelden heerlijk na van een feestmaal op Celine’s 21ste verjaardag. Rick was erbij, natuurlijk. De aanleiding ben ik vergeten, maar Benjamin zei ineens:
   ‘Mama, ik wil zeggen dat ik heel blij met je ben. Ik zie hoe druk jij bent in huis en dat het huishouden werkelijk veel werk is. Je doet het allemaal maar en zonder klagen.’
   ‘……..’, klonk ik met een brok in de keel.
   ‘Je kookt, je maakt schoon, de badkamer is altijd fris en dat stofzuigen. Wat een herrie verduur je steeds en die eeuwige was. Altijd weer die was.’
   ‘……… ………’ antwoorde ik. Celine plukte een tissue uit de doos en gaf die via Marcel aan mij.
   ‘Mam, je doet echt zoveel. Je bent gewoon een top-moeder. Dat moet je weten.’ Iedereen zweeg. Het voelde als waren hij en ik even alleen. Hij meende het, ik zag het. Uitgesnuft zei ik op mijn beurt:
   ‘Dank je schatje, wil je dan vanaf nu je was binnenste buiten keren voordat je het in de mand gooit?’

zondag 6 oktober 2019

Vrijheid


 Dus jij komt zomaar gluren? Het kan in alle vrijheid. Toch moet ik je waarschuwen. We zijn dan wel buren, buurtgenoten, dorpsgenoten en dorpsgekken, maar jij betreedde… betrad… klink al net zo slecht: je kwam dit huis binnen op eigen risico.
   Niet dat je bang hoeft te zijn voor onze hond Brutus, die hebben we niet. Ook staat er geen eik in onze tuin met de bijbehorende rupsen. Je hebt te dealen met ons!
   Ik zeg: sluit de deur, let’s get started! Met een lied, dan kunnen jullie landen en kennis maken met Marcel, mijn lief, en Celine onze dochter. Ergens in huis is onze zoon. Hoewel hij viraal gaat, blijft hij liever anoniem. Vreemd, heel vreemd.

Nu kan ik van wal steken over vrijheid en wat ik daarover te zeggen heb; beter grijp ik eerst de huishoudelijke mededelingen van de waslijn. De organisatie achter GbdB (Gluren bij de Buren) wil dit jaar de doelgroep, jullie dus, in kaart brengen. Ze willen alles van je weten, behalve je pincode.
   Nee, geintje. Het is goed dat ze eens een bevolkingsonderzoek doen, daar bij GbdB? Hier leeft het, dat is zeker. Formulieren en pennen liggen daar en oh ja.
   De spaarpot. Smaakt de koffie? Is de thee lekker? Of heb je lekker niks? Hoe dan ook kost het geld om dorpsgekken, zangers en acteurs aan het ‘werk’ te ondersteunen met koffie, thee en niets, want lang niet alles wat gebeurd is zichtbaar. Geef dus, als je blij bent met GbdB.
    Daarbij dank aan onze vriendin Lisanne, ik bedoel Lysanne*, zij gaat over de logistiek rondom koffie en thee.
    Tot zover de reclameblok. Wat een administratie. Het gaat nog van onze tijd af!

Het thema van GbdB is vrijheid en dat 75 jaar. Of dat iets is om te vieren! Ik ben nog lang geen 75, eigenlijk nog maar 47. Dat voelt als jong en vooral vrij.
   Als je vraagt wat vrijheid voor mij betekent, dan ben ik uiteraard blij dat we leven in een vrij land, maar neem ik de afwezigheid ervan niet for granted. Oorlog is om ons heen, zichtbaar in het nieuws. Dichtbij in de vorm van medelanders die ik help om de taal te leren. Zij wonen hier in Houten, maar zouden zij zich echt vrij voelen of liever vrij zijn in hun eigen land?
   Vrijheid is wie je bent, wat je wilt en waar je voor staat. Vrij te zeggen wat je wilt. Het hoogste goed in ons Nederland. Aan vrijheid van meningsuiting mag je niet komen. Wat enorm zichtbaar is op social media. Er zijn mensen die netjes en vriendelijk blijven, gelukkig! Maar all over het wereldwijde woelige web, zeggen mensen wat ze vinden, vaak gepaard met gescheld en gevloek. Soms op de man af. Dat noemen we vrijheid.
   Mag ik eerlijk en vrij zijn? In vrijheid liggen volgens mij grenzen. Vooral de F- en K-woorden en het vloeken. Het gebruik van de namen van mijn God en Jezus, zonder schaamte. Zelfs Eva Jinek sprak het F woord luid en duidelijk zonder een nanoseconde schaamte uit. Zelfs zij?
   Slechthorend zijn heeft tenminste een voordeel: niet alles te horen helpt soms.
   Maakt het gebruiken van grove taal ons werkelijk vrij en gelukkig? Ik zou gelukkiger zijn met vriendelijker taalgebruik. Bram Hendriksen deelde dit op Twitter: vrijheid bestaat in het erkennen van grenzen. Er volgden geen reacties. Hij heeft dan ook weinig volgers. Houden zo.
   Tijd om onze grenzen en vrijheid te laten bezinken. Celine, zing een iets rustigs.

Ik stelde anderen de vraag, wat is vrijheid voor jou?
   Ik vroeg het een Rwandese. Ze antwoorde als enige: geen oorlog, vrede voor iedereen. Worldpeace, je hoort het de ladies van de miss verkiezingen zeggen. Ik wil geloven dat ze het menen. Zij die oorlog van dichtbij hebben gezien, wensen het ’t hardst.
   Een verpleger ziet vrijheid in gezond zijn. Vertel mij wat. Ik stond vanochtend weer op onder luid gekraaaak en piiieep. Eens gesmeerd door een ontbijt en koffie ging het wel weer. Ik ben niet vrij van gezondheidsproblemen, maar hé: I’m alive and kicking.
   Een vriendin van 47 worstelend met meer lichamelijke problemen zei:
   ‘Kunnen doen dat je wilt.’ En een vrouw van 74 antwoordde:
   ‘Niet afhankelijk zijn van anderen.’ Haar lichaam kan het niet meer alleen. Daarin werd vrijheid afgenomen.
   Een huisarts zei dat vrijheid niet verslaafd zijn is. Alcohol, drugs, roken en slagroompatronen. Het zijn problemen van deze tijd. Het is tijd om toe te geven: ik ben ook verslaafd! Jaha, aan cafeïne: I need coffee!

Een Amerikaanse christen reageerde resoluut:
    'Alleen bij God is vrijheid.' Voor christenen is dit een herkenbaar antwoord. Te geloven in een God die iedereen liefheeft en accepteert no matter what. Ondanks een wereld die doordraait belooft God vrijheid. Hoe gaaf is dat, als je in God gelooft. Doe je dat niet, dan klinkt dit behoorlijk onbeduidend. Zoals ook het antwoord van een evangelist. Dat is iemand die anderen over God vertelt. Hij zei:
   ‘Vrijheid is God te beleven in jezelf.’ Wat in mijn ogen een perfecte aanvulling is op wat een politicus zei:
   ‘Het is voor mij in vrijheid te kunnen werken, leven en geloven.’ Wat klinkt als leven en laten leven. Elkaar dat gunnen dat is vrijheid! Dit gaat best diep, Celine zing het eens wat luchtigs.

Een econoom ziet vrijheid in kapitalisme. Ver-irene-voudigt betekent het dat iedereen kan ondernemen en daarmee de economie spekt. Iets met hoe beter de ondernemers het doen, hoe beter voor de economie. Vooralsnog heb ik het gevoel dat ik als ondernemende shopaholic de enige ben die de economie draaiend houd. Kom, help me, voel je vrij!
   Een manager koppelt vrijheid aan perspectief en keuzevrijheid en een VWO student wil vrijheid in zijn vakantie. Hij verzucht:
   ‘Ik wil niet op vakantie in mijn vakantie.’ Wacht, ho! Vakantie is toch vrijheid? Hij legde uit:
   ‘Ik wil niet elke dag om 08.00 uur opstaan en hele dagen wandelen.’ Ah, volgens mij past hij beter in onze tent: opstaan wanneer je wilt, een beetje zwemmen, beetje hangen, beetje wandelen, beetje cultuur, want voor alles wat langer duurt dan dat beetje is het altijd te heet. Het belangrijkste: vrijheid van uitslapen! Ik slaap uit tot 08.00 uur om vrij te zijn, vrij van mijn verder slapende gezin!
   Een student die in Amsterdam woont noemt vrijheid een verantwoordelijkheid. Vrijheid is je eigen zaken regelen, iets met eigen verantwoordelijkheid.
   Een kind van acht flapte eruit:
   ‘Vrijheid is zwemmen.’ En een schooljuf in opleiding ervaart vrijheid op het moment dat de schoolbel gaat. Dan gaan de kinderen lekker naar huis. Rust dus eigenlijk. Dat past bij de fotograaf die vrijheid koppelt aan de natuur. Dat had mijn antwoord kunnen zijn. Met dit verschil: ik ben geen fotograaf. Ik ben kletspraatjes- en kiekjesmaker.
   Terug naar de schooljuf, ze staat hier en zei:
   ‘Vrijheid is spontaniteit. Het is vliegen als een vogel in de lucht. Niemand die je belemmert. Zingen is ademen met geluid. Nu we het daar over hebben, juf Celine adem wat.

Onze dochter, ik wist dat zij niet in één woord zou antwoorden. Zij zit om 07.00 uur kwebbelend aan tafel; een vrijheid die niet iedereen waardeert. Een Signmaker die om diezelfde tijd aan het ontbijt zit, vroeg ik:
   ‘Als ik zeg vrijheid, wat zeg jij dan?’ Hij mompelde:
   ‘Dit vraag je om 7 uur ’s ochtends?’
Daarom vroeg ik het ’s avonds nog eens. Hij zei:
   ‘Blijheid.’ Eén keer raden wat zijn zoon zei:
   ‘Vrijheid mama, dat is blijheid,’ en weg was hij, naar boven, waar hij nog steeds zit.

Alle voornoemde geciteerden zijn familieleden en vrienden. Een allegaartje aan functies om me heen met ieder een eigen invulling van vrijheid.
   Om te eindigen bij jou:
   ‘Als ik zeg vrijheid, wat zeg jij dan?’

Oh, wacht. De tijd is om. Tijd om af te sluiten en te rammelen met de collectebus. Jouw reactie is altijd welkom op mijn site, facebook, instagram of twitter. Vanavond komt deze blog online. Google maar op mijn naam. Lekker duidelijk!
   Wacht, ik bedenk ineens mijn ultieme vrijheid: weet je wat ik werkelijk echte vrijheid vind? In mijn blootje van de badkamer naar onze slaapkamer lopen. Snel weer eens doen!
   Oké het niveau daalt, ik laat je gaan, maar niet zonder een gemeend dank je wel, dat je in vrijheid koos om hier bij ons te zijn. Tot GbdB 2020!
   En zij, Marcel en Celine, zingen de boel uit!




* Lysanne reageerde boos bij het zien van die i in haar naam. Als goedmaker trakteer ik haar op patatje met en een frikadel.



Televisiekijken


Televisie kijken is zeg maar niet mijn ding. Ik heb verschillende leukere hobby’s en andere lievere bezigheden. Ze maken televisiekijken pure tijdsverspeling. Als verspeelde tijd, snap je? Hobbyen is namelijk gewoonweg spelen; het is doen wat je hart wil.

Ontspanning
Televisie kijken is zeg maar mijn mans grootste hobby. Het is zijn ontspanning, zijn me-time, zijn actualiteit, zijn plezier. Daar heb je één van onze grootste verschillen. Gelukkig vonden we daar een middenweg in. Manlief zoekt series die mij wel aanstaan, waarna we gezellig samen iets leuks kijken.
    Samen zijn is in onze ogen namelijk enorm belangrijk.
    Flikken Maastricht, Beste Zanger, Heel Holland Bakt, Dokter Deen, Dokter Tinus en nog wel meer kijken we saampjes op de bank. Soms vind meneer een film die mij boeit en neemt die op voor een vrije avond. Hij doet zijn best mij af en toe bij hem op de bank te krijgen.
    Ik klauter dan in de hoek van de bank, beetjes languit, beker thee op de vensterbank, bakje fruit op schoot en meneer naast me. Evengoed met zijn benen languit op de grote hoekbank. Zie ons zitten, samen in de hoek, opgepropt. Het voelt als lig ik in een veilig nestje, zeker nu het dekenseizoen zijn intrede doet. Dekentje over de benen en tada! Knusheid ten top - samen televisie kijken.

Hangavond
Zo ook afgelopen week. Eigenlijk keek ik een avondje mee, omdat ik walglijk moe was van verschillende activiteiten.
    ‘Aan de kant, ik ga mee hangen,’ en plofte in mijn hoek.
    Marcel keek de Rijdende Rechter. Niet echt mijn programma, maar ja, meneer zat er al in. Ik was zo suf en moe, dat ik zelfs een concert van K3 zou blijven kijken.
    Meester Visser zat midden in gezeur over muren, een schutting en verbouwing. Ik liet het over me heen komen. Ik kan er niet goed tegen om te zien hoe mensen op elkaar letten of zelfs bewust de ander dwars liggen. Misschien wel vanwege een vroegere buur. Het komt dichtbij.
    Daarbij lijkt het er op dat ik ergens ooit een trauma heb opgelopen. Ik ben bang voor ruzies. Wat, waar en hoe weet ik niet. Het lijkt diep weggestopt. Ik wil ze niet in het echte leven, niet op televisie. 

Ruziezoeker
Daarom maakte ik afgelopen week geen ruzie met Marcel toen hij zomaar ineens de televisie uit zette. We keken naar Beau. Voor mij de eerste keer. Eén van zijn gasten trok mijn aandacht en ik wachtte op zijn verhaal. Ik weet even niet meer hoe of wat. Wel weet ik dat het later en later werd en bedtijd had allang de klok getikt.
    Gesprekken die me niet boeiden duurden maar voort. Het item waar ik op wachtte liet op zich wachten. Ik gaapte diep om bij het openen van mijn ogen te zien dat het scherm op zwart stond.
    ‘Marcel, serieus? Ik gaap en jij doet zomaar de boel uit?’
    ‘Ja, het is bed,’ hij gaapte demonstratief mee, ‘tijd.’
    ‘Maar nu mis ik waar ik in de eerst plaats om bleef kijken.’
    ‘Weet je wat? Je kan gewoon blijven kijken. Ik ga slapen.’
    ‘Ja, sure, kijken naar een zwart scherm.’
    ‘Dat is het echte televisiekijken,’ zegt meneer en zakte terug in de bank. Gooide zijn benen opnieuw op de bank, sloot mij opnieuw in en keek mee naar het zwarte scherm.

Media Markt
We waren even stil, tot ik het verstoorde.
    ‘Eigenlijk vind ik dit televisie op zijn best.’
    ‘Hoezo?’
    ‘Geen geluid, geen flitslichten, geen ruzies. Pure rust.’
    ‘Ik weet niet, misschien moeten we een nieuwe televisie kopen. Dit frame is wat saai.’

Dus wij naar Media Markt. Wilde de verkopen ons de kleuren, scherpte en het geluid laten ervaren. Zei Marcel doodleuk:
    ‘Nee, laat maar uit.’
    ‘Maar u moet het toch allemaal beleven?’
    ‘Dat doen we! Wij beleven het frame. Kijk MediaMuppet, dat frame is schitterend, die willen we.’ Kwam de verkoper later met een doos waar wij werkelijk niets van snapten.
    ‘Wat zit er allemaal in die doos meneer?’, vroeg ik geschrokken. ‘Zo groot is het scherm toch niet.’ Hij opende de doos en haalde er snoeren, een afstandsbediening en andere onzin uit. Marcel stopte het in de handen van die man.
    ‘Wij hebben dat allemaal niet nodig en willen niet verspillen, hou maar. Krijgen we wel korting?’ De man stond met alles in zijn hand verbaasd te kijken alsof we zojuist zijn stekker er uit hadden getrokken. Ik tikte hem even aan:
    ‘Doet u het nog?’
    ‘Uhm, ja, maar hoe krijgt u de televisie dan aan?’
    ‘Moet die aan? We willen alleen maar televisie kijken. Gisteren zagen we trouwens iets leuks op televisie.’
    ‘Wat dan?’
    ‘Sloffen!’





zondag 29 september 2019

Voorvertoning


Uit het niets verscheen een rond bolletje op mijn phone-scherm. Het was de profielfoto van mijn lief. Ik verschrok en keek naar de hoek van de bank. Daar zat die lief.
    ‘Hoezo stuur jij me een Messenger-bericht?
    ‘Kijk maar gewoon, het is een filmpje over een fantastische washulp.’

Washulp
Alles wat helpt in het huishouden klinkt tegenwoordig fantastisch. Iets met tijdgebrek.
    Ik bekeek het gedeelde filmpje en zag een ding bestaande uit twee elastische koorden en een aantal verstelbare glijders. De bedoeling was een paar sokken, tussen die koorden te houden, waarna je één verstelbare glijder er tegenaan duwt en de sokken vastzitten. Dat herhaalde zich tot een rij van ongeveer tien paar sokken onder elkaar hing. Allemaal tussen koorden en glijders gepropt. Dit geheel kan zo de wasmachine in, waarna je het te drogen hangt en naar de kledingkast verplaatst. Om van voren af aan te beginnen, schone sokken er uit vieze er in. Over een vieze cirkel gesproken.
    ‘Dat ding moet mij helpen?’
    ‘Ja, leg er één bij de wasmand en wij proppen er onze sokken in. Goed hè, werkvergemakkelijking zou jij zeggen.’
    ‘Ik zou het bijna geloven.’
    ‘Je klinkt cynisch, geef het een kans. Je vindt je schrijfwerk zo leuk en het huishouding saai, ga voor lastenverlichting.’

Onregelmatige werktijden
Daar zei manlief een waarheid als mijn tien vingers op een toetsenbord. Ik ben overdag soms zo lekker bezig, dat ik ’s avonds de was nog ophang; we eten regelmatig later omdat ik laat huis ben en vervolgens laat kook; ik zorg niet meer voor zijn appeltje en theetje in de avond, wel ruim ik na het eten nog altijd de tafel af en de keuken op.
    Tot afgelopen vrijdag. Ik had een late klus en moest een nieuwe bril bestellen. Het was laat en ik wilde na het eten een artikel afsluiten. Dat moest voor het donker lukken.
    ‘Marcel, wil jij tafel af ruimen en zo?’ Hij schrok en keek niet met een blik van: hoera leuk!
    ‘Dus ik word echt de dupe van jouw werk?’
    ‘Tja, jij wilt dat ik sterschrijfster word, dan is dit het gevolg.’
    ‘Ja, maar…’
    ‘Niks maar, succes!’ Ik nam mijn laptop onder de arm en liep de kamer uit.
    ‘Waar ga jij heen?’
    ‘Naar onze slaapkamer, ik wil niet gestoord worden, behalve als je mijn koffie brengt.’ Manliefs mondhoeken zakten tot zijn navel.
    ‘Papa, ik help je wel,’ klonk Celine troostend, waarop Benjamin evengoed ineens armen in zijn mouwen bleek te hebben en stak ze uit.
    ‘Dat jij alles nu moet doen, is gewoon zielig.’ viel Benjamin bij.
    ‘Werkelijk? Ik doe alles elke avond alleen!’
    ‘Mam, ga jij nou maar werken, we got this,’ zei Celine en plaatste een bord vol etensresten in de vaatwasser.
    ‘Oh ja, ik zie het. Jij denkt net als papa dat de vaatwasser het eten opeet met vork en mes, tenslotte heeft het apparaat die bij de hand. Ik ben inderdaad weg, hier kan ik niet naar kijken.’

Afgeserveerd
Een uur later plofte ik op de bank, checkte de laatste roddels op social media en ontving dat bericht van Marcel. Daarmee waren we opnieuw bij de washulp. Marcel geloofde echt dat zo’n sokken-op-prop-ding werkte.
    ‘Besef jij dat ik nog niet zo lang geleden vroeg of jullie je bovenkleding allemaal binnenstebuiten willen keren voordat het in contact komt met de wasmand?’
    ‘Uhm ja, sorry, dat vergeet ik steeds. De kinderen doen dat toch wel?’
    ‘Natuurlijk niet. Er is er maar één die het doet.’
    ‘Wie dan?’
    ‘Ik natuurlijk, ik hou me tenminste aan mijn regels. Niemand anders. Dus: waarom zou ik verwachten dat ook maar één van jullie de sokken in dat gekke ding propt? Dat hele ding is vast bedacht door een man die nooit van zijn leven een wasmachine gevuld heeft. Onhandig dus.’

Onverwachte moves
Oeps, dat was een foute opmerking. Marcel gooide zijn telefoon naast zich op de bank. Kwam uit de hoek waar hij juist zo lekker lag en kwam met zijn handen in zijn zij op mij af. Hij tuitte zijn mond en sloot zijn ogen wat. Hij keek grimmig. Voor ik het goed en wel besefte, drukte hij zijn mond op de mijne. Ik liet mij echter niet op die manier de mond snoeren en praatte stug verder.
    ‘Wat? De gordijnen staan open, heel Houten ziet ons!’
    ‘Dat roep je altijd en zie jij ze?’ We keken  beide door het raam en tuurden in het donker.
    ‘Nu niet, maar binnenkort ontdekken ze onze poppenkast en blijft het niet bij één keer Gluren bij de Buren, dan staan ze hier elke avond.’
    ‘Laten we dan maar vast werken aan een goede voorvertoning.’ Marcel trok me onderuit, waardoor ik prompt liggend op de bank viel. Ik liet hem maar begaan, dan vergat hij vast die washulp.’


zondag 22 september 2019

Nachtmerrie


Ongelooflijk! Waar ik afgelopen zondag en de rest van de week wist waar deze blog over moest gaan, bleek ik gisteren het hele idee vergeten te zijn. Een duik in mijn herinnering moest het bovenhalen, maar niks hoor. Het idee leek gezonken naar de bodem van vergetelheid.
    Ik zette er volledig mijn zinnen op om te vinden wat ik zocht. Beginnend me het checken van de notities en spraakberichten in mijn telefoon. Voilà, daar dobberde een titel omhoog. Ik wist dat ik het bericht niet hoefde af te luisteren. De titel zei voldoende: droom.

Nachtmerrie
Ineens besefte ik dat het niet voor niets was dat ik het hele verhaal vergat. Sommige stories moeten onverteld blijven. Het zijn trauma’s of nachtmerries. Suffe ik, waarom zocht ik nou door. Nu zit ik hier en denk maar aan één verhaal, een nachtmerrie.

Ken je dat? Dat iets wat overdag gebeurt, ’s nachts een totaal andere film wordt?
    Niet? Houden zo.
    Wel? Cool, dan ben ik niet de enige. In beide gevallen volgt hier een kijkje in mijn ongelooflijk rare kop.

Luguber
Nadat ik de groenteman van een veel te vaak genoemde winkel, vertelde over een afspraak met een man onder de brug, zei hij:
    ‘Wat aan lugubere locatie.’
    ‘Nou ja! Het is alleen maar voor een foto, want ik was zo stom om na een interview niet gelijk een foto te maken. Nu moet ik dat rechtzetten. Waarom maak jij nu iets weerzinwekkends van een afspraak onder een brug? Alsof iemand het op mijn gemunt heeft. Jij kijkt zeker graag horror.’
    ‘Het klinkt inderdaad als een spannende film. Weet jij wel wat er allemaal kan gebeuren onder een brug?’
    ‘Het is niets meer dan een prima locatie tussen zijn en mijn woonplaats. Lekker middenin.’
    ‘Prima, maar mocht je het niet overleven dan…’
    ‘Hou je mond jij!’

Droombeelden
Pas ’s nachts besefte ik dat hij niets had moeten zeggen. Zijn woorden vormden zich tot hele andere beelden dan een onschuldige fotosessie. Ik wil geen woorden bevuilen aan de beelden en angsten die mij uiteindelijk bezweet en met hartkloppingen wekten. Bedenk zelf maar de beelden bij een zwakke vrouw en een sterke man. Zij onschuldig, hij verkeerde belangen. Voor haar is het een verloren zaak. Ze eindigt dood in haar auto op de bodem van het Amsterdam-Rijnkanaal.

Alleen al dit beschrijven bezorgt mij komende nacht vast weer zweet dreams. Maar eerlijk, het is toch belachelijk wat één zo’n uitspraak met me doet? Wat een zieke fantasie heb ik 's nachts. Kennen meer mensen dit?

SOS-alarm
Gelukkig werd ik wakker en besefte dat deze droom een andere draai moest krijgen of een oplossing. Wat voor smoes kon ik bedenken om de boel af te zeggen? Hoewel die foto gemaakt moet worden. Wat is een veiligere locatie? Hoe houdt ik mezelf veilig?
    Mijn telefoon is al ingesteld op SOS-alarm, waardoor na drie keer achter elkaar op de startknop te drukken, mijn lief een bericht ontvangt met mijn locatie, foto’s van beide camera’s en een geluidsfragment. Dat voelt redelijk veilig.
    Zonder dat ik het wist stuurde mijn broekzak ooit eens een SOS-alarm naar mijn man. Hij belde en vroeg:
    ‘Is alles goed met je?’
    ‘Wat lief dat je daarvoor belt. Dat doe je anders nooit.’
    ‘Oh, alles is dus goed.’
    ‘Ja, hoezo?’
    ‘Jij stuurde een SOS-alarm, maar als het verder niets is ga ik gauw verder. Ik ben druk.’ Klik, klonk aan de ander kant. Tot zover onze romantiek.

Chaperonne
Terug naar die droom. Ik vond mijn oplossing in dochterlief Celine. Zij was vrij en kon mee naar die afspraak onder de brug. Zo kon zij alles opnemen en zo nodig 112 bellen. Had ik maar zo de boel opgelost en durfde weer lekker te slapen.

De volgende ochtend vertelde ik niets. Ik besefte hoe absurd die droom was. Als ik die vertelde werd ik vast en zeker volledig uitgelachen en dat in de vroege ochtend?
    Na mijn bakkie stapte ik in de auto en ging op weg naar de brug. Midden daarop vroeg ik me ineens af welke kant ik eigenlijk moest zijn en klonk een piep uit mijn phone. De laatste negeerde ik, want ik rij MONO. Ik reed de brug over, ging de eerste weg links en met de bocht meer de helling af. Aan het eind weer links en vond mezelf onder de brug.
    Hoezo was het daar luguber? Ik was niet eens alleen, ik spotte ooggetuigen en een hele rij auto’s. Daar paste mijn rood monstertje netjes naast.
    De grote afwezige was de man met wie ik afgesproken had. Kon ik mooi mijn phone checken en lees:
 

Oh kijk, daar stond hij, aan de overkant. Ik zwaaide en bedacht onwillekeurig: ik kan nu nog weg!


zaterdag 14 september 2019

BennyProductions


Ongelooflijk hoe sommige dingen op onverwachte manier een vlucht nemen. Zo nemen Benjamin en ik binnenkort een echte vlucht als het allemaal menens wordt.
    Vlieg eerst even mee naar afgelopen Hemelvaart- en Pinksterweekend, een maand of  vier terug. Het jochie telde 360 Instagramvolgers, niet echt een aantal om een blog over te schrijven, vooral omdat ik rond hetzelfde aantal zweefde.
    Tot één van zijn posts gedeeld werd door een vrij grote Instamgrammer, waarna een grotere volgde en bigger, biggest en much more. Het ging volledig los.
    ‘Jij hebt over een week 500 volgers,’ merkte ik op.

Ontploffing
Elke ochtend dat hij uit zijn tent kwam, kregen we een update van weer zoveel honderd erbij. Binnen drie dagen tikte hij de 500 aan en nog drie dagen later toonde de teller 1000.  Het leek of een wifiduif verschillende landen en Instagrammers toefluisterde, want vier maanden later, dat is nu, staat bovenaan zijn profiel: 15.4k, dat zijn 15.400 volgers. Nee, ik vergis me geen nul, 15.4k betekent echt vijftienduizendvierhonderd.
    Ik snap die volgers wel. Meneer de Photoshop Artist maakt echt ongelooflijk mooie plaatjes. Hij noemt het terecht Cinematic Compositing. Het zijn werkelijk net echte filmposters. Laat hullie van StarWars maar bellen.

Trots
Als mum ben ik een stille getuige van het werk dat erin zit. Uren werk met aandacht voor de kleinste details, het voortdurend klikken met de muis, het onbegrijpelijke schuiven over het scherm en het pietepeuterig werken met lijntjes en licht. Hoewel ik nooit één foto vanaf het nulpunt uit zag groeien tot het eindresultaat, ben ik steeds verbluft.
    Daarmee zeg ik niet altijd dat ik het mooi vind. Het is kunstig en bijzonder.
    Ja, ik ben de mum die in het bos, waar niemand het ziet, even naast haar schoenen loopt.

Droomklus
Met het groeien van zijn account, volgen verschillende verzoeken van volgers. Of hij een foto van deze Indiase man wil bewerken, dat plaatje van die vrouw wil veraangenamen, of hij tips over licht wil delen en ga maar door.
    De grootste verbazing kwam door een Music Label* uit Amerika. Zij vroegen Benjamin iets* te ontwerpen voor een schijnbaar bekende zanger*. Benjamin zegt dat het een groot bedrijf is. Zij vertelden hem dat als hij maakt wat zij willen, zijn werk op zes schermen op Times Square getoond zal worden.
    ‘Wacht! Times Square? Dat is toch die straat met dat hele smalle gebouw die we in allerlei films zien?’
    ‘Ja mam, dat is Times Square.’
    ‘Huh? Komt daar werk van jou?’
    ‘Dat zeggen zij.’
    ‘En hoe bewijzen ze dat? Wij kunnen het niet checken.’

Onwerkelijk
Stel je voor? Onze zoon maakt werk dat op Times Square getoond wordt. Die klus is gedaan en ander werk volgt. Het woord LIT (zoals Benjamin zegt) valt nogal eens in huize Typisch Irene. Op een dag opper ik dat hij misschien uitgenodigd wordt dat bedrijf in de U.S.A. te bezoeken.
    Komt Benjamin een dag later beneden met zijn ogen groot als viskommen boven een glimlach van hier tot Times Square:
    ‘Mam, dit geloof je niet.’
    ‘Kind, ik geloof je niet.’
    ‘Ze vragen of ik een keer langs kom, daar in Florida. Ik zei dat ik daar niet echt een mogelijkheid voor zie, want ja, ik heb niet echt veel monnies.’
    ‘Had je nu maar beter gespaard.’
    ‘Nee, mam, zij bieden aan de reis te betalen. Waarna ik toegaf dat ik nog nooit zonder jullie naar het buitenland ben geweest.’
    ‘Nu sturen zij zeker iemand om je te begeleiden.’
    ‘Nee, jullie mogen mee.’
    ‘Wat? Gaan wij naar Amerika?’

Doemdenker
Een dag later, senario’s fladderen door mijn hoofd.
    ‘Straks vragen ze je daar te komen werken.’
    ‘Mam, stil. Alles wat jij zegt gebeurt. Weet je nog? Binnen een week had ik 500 volgers en meer. Jij dacht dat zij mij uit zouden nodigen, tada! Die stage? Die duurt een half jaar, dat is lang. Lang alleen.’
    ‘Ik ben zo opgelucht. Ik moet er niet aan denken, jij daar, ik hier. Meegaan is geen optie, we hebben allemaal ons werk.’
    ‘Als het een week was,’ mengt een vriend zich in het gesprek, ‘kan jij toch met hem mee, Irene?’
    ‘Ik? Waarom dat?’
    ‘Qua werk ben jij het meest flexibel, Celine kan geen vrij krijgen, Marcel zit met de zaak.’
    ‘Maar daar is alles much bigger, de McDo, de steden, de afstanden en vast ook de enge mannen. Wacht, Florida. No way, daar zijn zelfs de stormen much biggerer. Weg met al die stormachtige ideeën.
   

*Ik krijg geen toestemming om namen van de plantenmaatschappij en zanger te noemen, maar geloof me, ik deel alles zodra het gebeurd is. Vooralsnog lijkt het allemaal een sterk verhaal, zelfs voor mij.

ps. de groeten van iedereen van Alphen DC

zondag 8 september 2019

Kattekwaad


Ja, hoor, daar loopt er weer één. Waar komt ie vandaan? Wat zoekt ie in mijn tuin? Wie heeft ‘m gelokt? Waarom mijn tuin? Denkt ie werkelijk welkom te zijn? Hoezo noem ik hem een ie? Misschien is het wel een zij, blijkt ze een poes en geen kat.

Levensvraag
Ik bezeer er mijn hoofd niet over, een belangrijkere levensvraag is: waarom banjeren die snert beesten wéér in mijn tuin? Ja, wéér, want ze waren weg. Verdwenen als in, YES!!! Zie mijn ellebogen in een hoek van 90º; handen tot vuisten in de lucht en bam omlaag gaan als om de yes kracht bij te zetten.
   Vooral één kat is onvergetelijk. Die was zo eigenwijs als de mannen in mijn gezin maal drie. Het kostte me jaren die uit mijn tuin te krijgen en houden.

Afschrikwekkend
Jaren waarin ik als een debiel de tuin in rende. Het was niet om aan te zien. Ik ben niet bedoeld als renner. Het was zo schrikbarend dat zelfs katten mijn tuin uit stoven. Uiteindelijk, na tig keer mezelf voor gek te rennen met een kwade kop, soms voorzien van een bak water, bleef de kat weg. I won!
   Tot ik na onze vakantie desbetreffende kat in onze tuin spotte. Hij lag uiterst relaxed in de veranda. Hoeveel lig-uren heeft die brutale snotkat daar gelegen?
   ‘Niet weer oorlog!’, verzuchte ik.

Watergevecht
Gelukkig stond deze zomermaanden de serre vaak open en de tuinslang lag voor het oprapen. Zo kon ik herhaaldelijk de kat besproeien en tegelijkertijd de plantjes in de potten bevochtigen. De kat heb ik uiteindelijk niet meer gezien; de plantjes staan er mooi bij.
   Soms zie ik het mormel in de brandgang, dan kijkt ie me aan in zijn freeze houding, waarna ik met één harde stamp hem als een idioot weg zie schieten. Hij snapt me! Zo dom zijn katten dus niet.

Mores
Tot ineens vrijdagochtend, iets met de dag dat je wist die zou komen. Benjamin zat aan zijn ontbijt, ik aan mijn bakkie. Ik keek links de tuin in.
   ‘Nee hè, wat doet die vreemdeling in mijn tuin.’ Benjamin keek verschrikt op, maar bedaarde snel.
   ‘Oh mam, wat een schatje.’ Zoonlief houdt van alles wat fluffy en klein is.
   ‘Hoezo lief? Het heeft puntoortjes, enge kraalogen, loopt op vier poten, heeft gemene nagels en wekt niesbuien op.’
   ‘Mama, het is nog maar een jonkie, zo lief!’
   ‘Daar is niets schattigs aan. Daarbij is dit beesie geen kitten meer en geen volwassen exemplaar. Zie hem als een puber. Hopelijk niet te oud om nog een laatste lesje te leren. Voor het eerst en altijd leer ik ‘m mores. Watch me.’
   ‘Mores? Wat is dat?’
   ‘Geen idee.’

Ongewenst
Ik loop ondertussen met een boze blik naar de pui en verwacht dat het katje zich van zijn pootjes schrikt en verdwijnt. Voorgoed! Jong geleerd is op oude dag gedaan.
   ‘Als ik ‘m nu laat zien dat ie ongewenst is en ik ‘m flink in de schrik krijg, loopt ie een trauma op en blijft weg. Alles hangt van deze ene keer af.’
   ‘Oh ja mam, ongewenst zijn en trauma’s, daar weet jij alles van hè?’
   ‘Ik was niet ongewenst. Ik was niet gepland, dat is iets anders.’ Met elke stap dichter bij de pui, bleek het katje me verkeerd te begrijpen. Hij naderde mij tot we een meter bij elkaar vandaan stonden. Hij miauwde.
   ‘Niet miauwen,’ zei ik verschrikt. ‘Dit gaat zó niet volgens plan.’
   ‘Hoezo?’
   ‘Kijk dan, de kattekop komt dichterbij, ze kijkt het gevaar in de ogen.’ Benjamin begon te lachen.
   ‘Mama, jij? Gevaar? Kijk goed, hij vindt je lief.’
   ‘Ik hem niet!’

Indrukwekkend
Ik draai me om, de serre uit, de keuken in. Ik gris de serresleutel van het rekje, haal een glas uit de la, vul die met water en loop terug naar de pui. Met mijn kop op stand grimmig, draai ik het slot om en spreek ondertussen het katje toe.
   ‘Zeg rotbeest, ik waarschuw je nu en voor altijd. Ga weg!’ Op de achtergrond gniffelt Benjamin.
    ‘Het is echt een puber, mam. Luisteren ho maar!’
    ‘Opzouten!’ Het beestje stapt dichterbij, kijkt me vol vertrouwen aan en krijgt het 
glas water vol over zich heen. Hij lijkt even beduusd, kijkt me aan, draait zich om, zet een paar pootjes, draait zich opnieuw om, kijkt me weer aan en verdwijnt.
   ‘Nou mam, dat maakte indruk!’
   ‘Hou je kop!’
   ‘Ik denk dat hij terug komt, hij vindt je echt leuk!’
   Ik zucht, weer wekenlang oorlog en dat terwijl het beestje me zo intens schattig aan keek.
   Het is ook gewoon een schatje.