zaterdag 18 augustus 2018

Lummelen


    ‘Heb je zekersteweten alles uitgezocht?’
    ‘Ja, mam, ik heb ingepakt wat mee moet.’
    ‘Ik hoef niet te checken?’
    ‘Nope, het is echt in orde.’

Waarom zie ik dan toch wanneer ik de stoelen en picknickkleden opsnor onze badmintonsets uit de kast steken? Dochtereigenwijs had gezegd alles te hebben gepakt, is ze de badmintonstuff vergeten.
    ‘Je had toch alles ingepakt?’ Ik hou het spul voor haar neus omhoog.
    ‘Moeten die mee? Jij kan toch niet meer opslaan?’
    ‘Als ik naar mijn schoudergordel luister, kan ik niks meer. Die nemen maar een diepe duik; als ik wil badmintonnen doe ik dat! Jeu de Boules blijf ik net zo gewoon doen, na eerst een koffieoppepper! Dan wint mijn team!’ Ik praat stoerder dan ik in werkelijkheid ben. Geen shuttle wordt door mij de lucht in geschoten als mijn schouder zo kliert als nu. Ik hoop dat vakantierust mij goed gezind is.
    ‘Wat jij wil!’, klinkt Celine gelaten.

Een paar dagen later hoor ik:
    ‘Irene, waar is het balletje?’ Manlief komt de tent in en zoekt tussen de spullen.
    ‘Vraag Celine maar, die heeft het strand- en zwemspul ingepakt.’
    ‘Die heb ik niet gezien,’ klinkt uit het naastgelegen tentje.
    ‘Wat? Hebben we geen balletje?’

Voor de duidelijkheid, dit gaat niet over een balletje als in rond, stevig en waterproof. Flubbertje is een betere benaming. Flubbertje is een platgegooid schildpadje. Ooit was ie rond, zacht en bedoeld voor in het zwembad, echter door ons heen en weer smijten, trekken en duwen bleef een platgeslagen, eigenlijk lamgeslagen Flubbertje over. Het kostte geen cent, maar ons plezier was priceless.

Flubbertje stond garant voor uren zwembadplezier. Verschillende vakanties hield hij onze belofte in voor qualitytime for four, want we lummelden. Waarbij twee de lummel waren en twee niet. Jaar in jaar uit waren we aan elkaar gewaagd. Hoe zal het dit jaar zijn?

Zonder balletje of Flubbertje blijft het antwoord onbeslist.
    ‘Morgen gaan we eerst een balletje kopen!’, klinkt mijn wederhelft na een dosis viertallige verveling in het zwembad.
    ‘Dat klinkt als een goed en haalbaar plan!’, klinkt eenstemmig het antwoord.

Drie dagen later zijn we geen balletje rijker. Niets voldoet aan de voorwaarden van zacht en licht. Het moet echt flut zijn, zodat ie niet zwaar op iemands hoofd kan landen. We willen niet nog eens meemaken dat een volwassen kerel boos naar de badmeester gaat omdat ons balletje op zijn hoofd viel. Een tennisbal, Jeu de Boules bal of voetbal kan echt niet. Die zijn of te hard, de ander te zwaar, de laatste te groot.

Net voordat alle hoop verzuipt, stap ik de tent uit met een paar heerlijke sokken.
    ‘Bij deze offer ik deze sokken op. Hier maken we ons balletje van. Het is zacht, licht en waterliefhebbend. Hij is zelfs bijna rond als je ‘m in zichzelf oprolt.’ Ik gooi het propje in de richting van mijn lief. Hij vangt ‘m op en kijkt er naar met een grote dosis verwondering. Dat is natuurlijk omdat het een geniaal idee is. Vooral niet omdat het propje er belachelijk raar uit ziet. Een propje als balletje – even wennen.
    ‘Eigenlijk best een goed plan, maar blijft het wel opgerold?’
    ‘Natuurlijk! Als jij ‘m even goed vastnaait. Hier is het vakantienaaisetje.’ Ik leg alle benodigdheden op tafel. ‘Maak er iets van. Ik ga mijn bikini aantrekken.’ Wat klinkt als loop ik in mijn blootje, maar hé dat zou ik natuurlijk nooit toegeven.

Al snel vliegt Sokketje (betere benaming dan balletje) van de ene naar de andere kant van het zwembad. Hij ligt lekker in de hand, echter mijn hart verliest hij. Ik heb sokketje namelijk heel snel niet meer in de hand. Waar ik eens die geduchte tegenspeler was, blijk ik dit jaar opperlummel. Alle snelheid, geluk en strategie ten spijt mijn armen leggen het af. Als ik Sokketje al vang en luid juichend boven het water uitspring, beland ik met de volgende worp en een plons als lummel in het midden. Tegen drie lange gezinsleden met eens zoveel kracht zakt mijn moed in het water.
    Nog één gooi!

En Sokketje beland tussen een paar vreemden. Je had ze moeten zien kijken naar dat vreemde balletje. Ineens besef ik dat Sokketje er werkelijk gek uit ziet en kijk snel de andere kant op. Zo van: dat propje ken ik niet. Blijken het Nederlanders die er al snel raad mee weten en uit brede natte borst mee spelen.
    Sokketje verovert harten!

Tot iemand ‘m buiten het zwembad smijt en Marcel zich opoffert om ‘m te halen. Even later komt hij terug met sokketje en een rood balletje.
    ‘Hebben we drie dagen gezocht, is daar ineens ons balletje!’
    ‘Is dit echt afscheid van sokketje?’
    No way! We love Sokketje.’ Rood balletje wordt weggemoffeld. En sokketje? Daar gaat ie, door de lucht. Beland precies op het hoofd van een volwassen man…
 

zondag 12 augustus 2018

Afwasbeleid

    ‘Ik kook dus JULLIE doen de afwas,’ klinkt na het eten op de camping. Normaal zeg ik: ik kook dus JIJ doet de afwas. Vervolgens helpt manlief met tafel afruimen en neem ik mijn plaats achter het aanrecht in.

Dat is niet omdat wij vinden dat het zo hoort. Hiermee voorkomend dat ook maar één iemand een seconde vermoed dat ik zo ouderwets denk. Ik sta meestal in de keuken omdat manlief de enige kostwinnaar is en ik meer flierefluiterig door het leven ga. Daarmee verklaarde ik the housekeeping evengoed mijn zaak.
    Zet ik direct dat pierwaaien even recht. Hoewel ik mijn tijd gemakkelijker (her)indeel en/of zaken makkelijker kan uitstellen dan mijn lief, ben ik degene die nogal wat mankementen vertoont.

Help ik meteen een volgend misverstand uit de wereld: mijn leve-de-fun stijltje kan jou doen geloven dat overal waar ik mijn stappen zet ballonnen en slingers mij vergezellen. De hardere waarheid is dat pijn dagelijks met me mee gaat; ik vermoeidheid moet accepteren als my-all-day-friend; verergerende slechthorendheid mijn vaste metgezel is en dat ik bij elk opstaan kraak en piep.
    Komt dit als klagen over? Dan lees je me verkeerd. Het is alles deel van mij, maar ik kies voor optimisme en het delen van alle leuk. Ik noem het Typisch Irene therapie. Misschien help ik mezelf het meest.

Net zo koos ik bewust voor de plek bij het aanrecht voor, tijdens en na het koken. Dat ik de dagelijkse acht werkuren van manlief als reden noem, is de kleinste reden. Wat zwaarder telt is mijn akelige perfectionisme. De keuken moet op een bepaalde manier worden achtergelaten. Tel daarbij op dat wanneer ik de vaatwasser inruim er meer in past dan wanneer Marcel zich ermee bemoeit.

Maar!!!
    Als manlief het overneemt, omdat mijn lijf niet meer kan, geef ik het compleet over en accepteer ik zijn manier. Zonder commentaar, zonder controle, zonder overdoen. Ik kan het! Ik leerde loslaten en dankbaarheid in hulp aanvaarden. Hij is een schat en mijn steun!

Op de camping draait echter alles om. Daar is Benjamin en het is zijn beurt om af te wassen.
    ‘Mam, heb je zo’n ding?’
    ‘Ik heb heel veel dingen!’
    ‘Maham, ik bedoel zo’n borstel met zo’n bolletje er boven die je kunt vullen met afwasmiddel.’
    ‘Nee, die heb ik hier niet! Ik zorg ervoor dat die er volgend jaar is.’
    ‘Alsof ik daar nu iets aan heb. Wat heb je dan wel?’
    ‘Jouw tong! Lik alles maar af, maar vergeet niet eerst afwasmiddel op je tong te druppen.’
    ‘Oké mam, beetje overdreven dit.’
    ‘Overdreven? Ik zie je al staan tussen al die Fransen en hun afwasbakken en sponzen. Ze gapen ons nu al onafgebroken ongegeneerd aan of wij aliens zijn. Dan hebben ze pas een reden om te kijken!’

Net wanneer alles passend in de afwasbak zit, in die puzzel ben ik uiteraard weer de beste, pak ik een glas van tafel en vraag Marcel om wat water. Zie ik viezigheid is het glas, waar een ander mijn afkeurende blik herkent.
    ‘Je kijkt naar pulp van de sap die je een uur geleden dronk.’
    Aléz, ik moet ergens dood aan gaan, dan maar aan achtergebleven pulp.’ Ik drink snel het water op en prop het glas in de overvolle afwasbak.

    ‘Nu ik de afwasberg zo bekijk,’ zegt Celine, ‘lijkt het me beter dat we allemaal uit één glas drinken.’
    ‘Inderdaad!’, vult Benjamin aan. Hun eensgezindheid is tijdens deze vakantie weer op topniveau. Dat is wat vakantie doet! Zo verschillend ze zijn (zij een kloon van mij, hij een kloon van hem en een ietsie beetje omgekeerd), hoe het zelfs kan botsen, aan de Middellandse Zee hervinden ze elkaar. Even stilte graag, gun mij dit trotse-mum-enjoy-momentje.

    ‘We moeten de hele dag éénzelfde glas gebruiken,’ verstoort mijn zoon het mooie moment.
    ‘Doen we jongelui! Dan drink ik er wel eerst mijn koffie uit.’
    ‘Die spoelen we daarna met liefde om. We kunnen zelfs met ons vieren van één bord eten?’, is het idee van manlief.*
    ‘Dat wordt niet lang natafelen, maar lang tafelen, want we zullen om beurten moeten eten. Gezellig!’ Celine stuitert bij het idee. Of stuiterde ze al de hele tijd?
    ‘Waarom gooien we het eten niet op tafel? Om dan met de handen te eten. Blijven alleen pannen over om af te wassen,’ klinkt Benjamin.
    ‘Mam, dat wil ik echt een keer doen,’ is Celine’s wens.
    ‘Marcel, wil jij binnenkort even vier gleuven in het tafelblad vrezen?’, vraag ik hem.
    ‘Waarom dat?’
    ‘Dan kan zelfs de soep gewoon op tafel gegoten worden en stroomt het via de gootjes zo in de mond. Benjamin, hier heb je een afwasborstel. En nu afwassen jullie!’

*Gevolg: ik mocht geen ontbijtbord gebruiken bij het ontbijt, ruim twee weken lang. Afwasbeperkingsbeleid. That’s some bon appetit!


zaterdag 4 augustus 2018

Galajurk


Nooit gedacht dat het me niet zou lukken ons kind-aan-huis in een jurk te hijsen.
    Ze was een poosje geleden gezellig op bezoek. Denk er om, verwar haar niet met onze reservedochter. Dit gaat over kind-aan-huis. Na haar komt 2.0, die we eigenlijk al te lang missen. Misschien na plaatsing van deze blog verandert dat snel.

Kind-aan-huis is een speciale griet die we sinds haar mini-she tijd kennen. Benjamin en zij zaten de hele basisschooltijd bij elkaar in de klas. Acht jaar lang zoveel beleefd; hutten bouwen, kikkers vangen, films kijken en watergevechten. De vrolijkerd was altijd welkom.
    Nu kwam ze gezellig mee eten, omdat ze alleen thuis was. Tof hè, werden we zomaar haar back-up, iets met een goede buur om de hoek.

Als toetje na de maaltijd bespraken we haar gala, volgend jaar. Wij zien haar al schitteren in een chique-de-friemel-jurk, wat zij op voorhand weigert in alle kleuren en lengtes. Ze heeft nooit in ons of in haar eigen bijzijn een jurk gedragen.
    Bestaat het dat meiden geen jurk dragen? Het is werkelijk onbegrijpelijk voor madam jurk herself! Ik vind jurken heerlijk vrouwelijk. Kan er niet genoeg hebben. Wat anderen met schoenen hebben, wil ik met jurken.

Marcel houdt van zijn vrouw in jurk. Daartegenover gelooft hij dat het niet dragen van een jurk één voordeel heeft:
    ‘Dan krijg je geen blaasontstekingen, want de wind die steeds onder je rok waait, dat kan nooit gezond zijn.’
    ‘Schatje, heb ik ooit blaasontstekingen? Het is juist heerlijk luchtig.’
    ‘Ik zal het nooit weten, want aan mijn lijf geen jurk,’ klinkt Mirjam alsof ze elk moment over moet geven bij het idee. Mirjam, zo heet ons kind-aan-huis. Ik mocht haar naam prijsgegeven.
    ‘Ik zou zo graag zien hoe het je staat! Volgens mij vallen alle jongens op het gala als rotsblokken voor jou.’
    ‘Alsof ik daar op zit te wachten.’

Zalige nuchterheid hier op de bank. En misschien ziet ze het goed: jongens zijn gedoe! Ik wil vooral even duidelijk maken dat ik hou van Mirjam. Ze is zo enorm zichzelf en laat zich nergens toe forcen.

Wat jij en zij niet wisten is dat in Benjamins kast een jurk hangt. Die heb ik daar opgehangen. Een prachtig strapless helder groen jurkje. Een modelletje mam-jij-bent-daar-te-oud-voor en zelfs te dik.
    Het is Senna’s jurk, je weet wel, Benjamins liefje. Je dacht toch niet van Benjamin? Het zal hem vast enig staan, vooral met wat extra vulling op één (eigenlijk twee bepaalde plekken) en een strikje in zijn haar.

Zo vader zo zoon dus. Manlief droeg een aantal jaar geleden een jurk. Wij speelden een toneelstuk: DE PRINSES MET DE SMARTPHONE. Ik was uiteraard de beeldschone prinses en geloofde niet dat hij de prins was die mij de weg kon wijzen. Om toch mijn hart sneller te laten kloppen nam hij verschillende gedaantes aan. Eerst die van Darth Vader, vervolgens ontmoette ik Zorro, daarna stoof hij als ridder op een stokpaard de trap op en eindigde als goede fee. Daar geloofde ik in.
    Hij droeg mijn favoriete jurk, die bij mij ruim over de knieën valt, maar bij hem ruim boven de knotsknieën blijft steken. Zo werden zijn spillebeentjes extra geaccentueerd. Qua borstomvang klopte het aardig met mij, ik heb ook amper iets.
    Het stond hem enig en wij perplex. Hij was mijn Fee met Google Maps.

Vanuit die ervaring vertelde Marcel aan Mirjam dat een jurk dragen heel raar is. Mirjam beaamt het volmondig. Tijd dat we iemand in een jurk hijsen
    ‘Benjamin, mag ik die jurk uit jouw kast pakken?’
    ‘Welke jurk?’
    ‘Die van Senna. Volgens mij wilden jullie er een fotosessie mee maken.’
    ‘Nee, mam!’
    ‘Wat? Wilde Senna dan foto’s maken van jou in dat jurkje?’

Niet veel later, hoe ik het voor elkaar kreeg weet ik niet meer, liep Mirjam achter me de masterbedroom in met twee jurkjes over haar arm. Ze stond op het punt één ervan te passen. Tot Benjamin me ineens afleidde en zij onverwacht snel de jurken op bed smeet, stilletjes naar beneden sprintte en naast Marcel onder de veranda plaatsnam.
    ‘Bedankt Benjamin!’

Al snel kroop ik beteuterd tussen hen in.
    ‘Ik vraag me werkelijk af waarom ik hier eigenlijk kwam,’ verzuchtte Mirjam.
    ‘Je kwam gezellig eten. Anders was je zo alleenig thuis.’
    ‘Oh ja, dit was misschien voor het laatst!’
    ‘Je weet toch wel dat je op eigen risico ons huis betreedt? Heb je het bordje niet gezien?’
    ’Welk bordje? Ik kwam achterom.’
    ‘Kom, je moet echt even zien wat aan onze voordeur hangt.’

Conclusie: het wordt makkelijker om de toekomstige echtgenoot van Mirjam in een trouwjurk te krijgen dan Mirjam zelf. Maar hopelijk komt ze voor die tijd showen wat ze op haar gala draagt.

zondag 29 juli 2018

Gekakel


   ‘Doe je voorzichtig?’, roept René, ja die van Sterpoelier van der Lingen, zomaar door mijn gebabbel heen. Ik draai me om en zie een vriendelijk ogende vrouw de passage uit lopen. Ze glimlacht en zegt:
   ‘Natuurlijk!’

Ik vind het prachtig, want het brengt me bij onze reservedochter. Als zij bij ons over de vloer is geweest, zeg ik precies hetzelfde.
   ‘Doe je voorzichtig?’
   ‘Altijd!’, is standaard haar antwoord. Wee mijn krullenkop als ik het vergeet te vragen. Dan wacht ze met opgetrokken wenkbrauwen tot ik het zeg. Wat natuurlijk kan betekenen dat ik haar ineens vraag:
   ‘Wat er is?
   ‘Vergeet je niet iets?’
   ‘Ik iets vergeten? Ik vergeet nóóit, oh wacht, natuurlijk!’ Met flinke vertraging klinkt:
   ‘Doe je voorzichtig?’ Zij blij!

Nu René het zo over mij heen tegen een klant zegt, bevestigt hij één ding. Hij ziet zijn klanten en weet ze aan zich te binden. Over influencen gesproken.
   Ik zie steeds als hij even tijd heeft (als er geen rij wachtenden staat), dat hij in is voor een praatje. Ik ben ongeveer net zo, met dit verschil: ik maak me minder druk om mijn toko. Die loopt echt niet weg. Het lijkt me geweldig als het eens verdween, gewoon zomaar POEF, huishouden weg! Maar helaas, bij het thuiskomen is daar altijd weer die zichzelf herhalende waslijst aan klusjes. Houskeeping awaits. Elke dag weer. Door te gaan wandelen of shoppen sluit ik daar mijn ogen voor en gedraag me alsof het er niet is.

Tijdens één zo’n wandeling zag ik ineens dat Sterpoelier van der Lingen niet meer alleenheerser is. Daar is Kippie, een andere kipboer. Het is je reinste concurrentie!
   Ik spiekte naar binnen, maar zag geen René met zijn praatjes. Peter kon ik er evenmin vinden. Zijn grappen en grollen wil ik voor geen tok missen. Met deze vreemde mensen van Kippie ga ik geen nieuwe band smeden. Niks persoonlijks verder, ik ben gewoon trouw aan wat ik ken.

De geur van een gebraden kippetje deed mijn neus wel goed. Tijd om naar René te gaan. Het was sowieso tijd om weer even bij te kletsen: donderdag – boodschappendag!
   Kwam ik echter de passage in, zag ik dat drie klanten me voor waren. Meneer had het zowaar druk! Dat voelde goed, ik wachtte mijn beurt af, wiegend van mijn linker op mijn rechter been. Ik gunde hem deze drukte.

Zo wachtend, bedacht ik dat detailhandelist zijn niks voor mij is. De zware concurrentie zou me, meer nog dan nu, slapeloze nachten bezorgen. Bang te zijn voor het verliezen van klanten zou me echt vreselijke duizelingen en migraine aanvallen bezorgen. Ik ben blij dat René het aandurft. Zijn kip is namelijk lekker. Als in een dikke opgestoken duim!

Voor mij is het niet moeilijk om trouw te blijven aan zijn zaak. Noem het trouw tot de laatste cent. Zomaar naar een ander overlopen doe ik niet, zeker niet als ik een band heb opgebouwd.  De band met Albert smijt ik ook niet zomaar overboord voor de Jumbo. De band met René gaat echt niet aan het spit voor Kippie.
   Het wordt anders zodra de monnies afnemen. Dan kan ik wel eens eindigen bij de Liddl. Maar René de rug toekeren? Dat is toch een aantal euro’s verder.

Ik vind zijn kip gewoon heerlijk smakelijk. Ik proef dat het werkelijk een beter stukje kip is. Niet alleen kunnen de kippetjes naar snavellust scharrelen, ze krijgen zelfs ruimte om te spelen.
   Omdat ik zelf ook van het speelse type ben, word ik blij bij de gedachte aan spelende kippen. Ik voel me eens te meer verbonden met deze Sterpoelier. Ik zie de kippetjes al Pootjeballen, Veertjeprikken, Eitjepoepen, Graantjeleggen of Maishappen. Het klinkt als een gezellige en actieve kippenstal. Ze willen allemaal de Gouden Snavel winnen!

Het idee dat deze kippen een beter leven hebben gehad en dat ze wat langer mogen leven met minder rotzooi in hun lijf gepompt, maakt dat ik smakelijker geniet van het eindproduct.

Blijft voor mij toch vooral het zorgeloze kakelen met René onmisbaar. Zelfs als ik geen kip koop. Gewoon in alle levendigheid even bij hullie aan komen waaien. Het mag zonder kosten!
   Daarom zeg ik: niet alleen de kippen, zelfs de klanten hebben het goed bij Sterpoelier van der Lingen.
   Wie weet klinkt als jij eens naar buiten loopt ineens van links:
   ‘Doe je voorzichtig?’ Dat is klantvriendelijkheid die verder gaat dan de kassa. Dat is gezien worden en je als klant gewaardeerd weten. Dat is niet alleen kipvriendelijk, maar bovenal klantvriendelijk!

Mis je Peter in dit hele verhaal?
   Niet getreurd, hij komt vanzelf in zijn spotlight. Hij heeft me al weten te inspireren. Aan mij om er nog een heel verhaal omheen te bouwen. Tot die tijd zijn zij sowieso gesloten.
   ‘Mannen, tot daarna! Niet alleen voor de knabbel, maar vooral voor de babbel!’



Met dank aan @creativeceline voor de kippentekening.