zondag 17 februari 2019

Ik stik!


Jas losknopen en van mijn schouders laten glijden, das afdoen en in de mouw proppen om de jas vervolgens netjes op te hangen, schoenen uit en opbergen in de schoenenkast, vest uit, jurk uit.
    Ho! Dat gaat twee stappen te ver, vest en jurk blijven aan. Wel klinkt:
    ‘Waar zijn mijn slofsokken?’ Ik duw de jassen wat opzij. ‘Ah daar, op de schoenenkast. Wat een slimme plek!’

Dit zo beschrijvend ben ik even blij dat ik geen man ben, vooral geen stropdas-dragende-man. Dat rijtje van daarboven, wordt dan een heel ander verhaal. Let op: jas losritsen en op de kapstok mikken, das af en ergens in de buurt van de jas gooien, schoenen uit schoppen en laten staan waar ze uitgetrokken zijn, stijve colbert uit en yes! Eindelijk, die stropdas mag af!
    Volgens mij is het heerlijk bevrijdend om die knoop van je nek te halen.

Dacht ik dat ik het als vrouw zwaar heb vanwege leggings, maillots of panty’s aan de benen, valt dat reuze mee als ik denk aan een stropdas om de nek. Kan je daarmee ademen? Voelt het niet alsof je de hele dag stikt?
    Vrouw zijn is zo slecht nog niet.

Tot ik in het bos wandel en moet.
    ‘Was ik maar man,’ verzucht ik, terwijl Marcel stilletjes glimlacht. Hij weet hoe laat het is.
    No way dat ik achter een struik of dikke boom duik en mijn broek open of mijn rok omhoog doe. Ik ben veel te bang dat ik in de bips gebeten wordt door een hazelworm, kikker of bilbijter. Dan train ik liever mijn blaas en riskeer daarbij nooit een boete. Niet dat ik ooit politie in het bos tegen kom. Je weet echter nooit wanneer het blauw achter een boom vandaan springt.
    ‘Kiekeboe!’

Eigenlijk wilde ik alleen zeggen:
    ‘Ik ben thuis. Voetjes languit op tafel (een kist benoemd tot bijzettafeltje) en er komt geen blog!’ Even geen puf na een intensieve vrijdagavond en zaterdag. Vier uur geleden dacht ik er echt te moe voor te zijn. Nu blijkt het een heerlijke ontspanning na een week van ups en een mega down.

Twee ups zijn gedeeld via Social Media. Eentje was die waarin ik een jonge vrouw die wat verdrietig leek wist op te fleuren met een sticker waarop stond: Plak deze sticker op iemand die leuke kleren draagt.
    Die droeg ze. Hoewel ons gesprekje daarna een paar seconde duurde wist ik dat iemand met een lach verder liep. Het was het gevolg van een schoolproject van onze zoon, waar het ging om contact maken met mensen om je heen. Door de mobiele telefoon connecten we minder. Een “goedemorgen” op straat wordt niet altijd meer verwacht. Op het Grafisch Lyceum Utrecht moesten de klassen Grafisch Vormgeving een SIRE-actie bedenken om mensen te helpen connecten. Een geweldig filmpje, walking dino en stickers waren ingrediënten die onze zoon en zijn gang ontwierpen. Ik kreeg bij de presentatie ervan eerder genoemde sticker op mijn jas geplakt. Een compliment is altijd leuk. Ik liet ‘m op mijn jas zitten, want wilde het doorgeven.
    Gelukt!

Mijn zoon merkte eerder deze week op dat connecten voor mij geen probleem is. Hij gaat niet meer mee boodschappen doen, want wat in een half uur kan, kost een uur door al mijn chit-chat. Ik ben langer weg dan nodig is door alle kwebbels. Het maakt shoppen gezellig. Ik kan het toch ook niet helpen dat ik midden in situaties beland?

Zo wandelde ik dinsdag nietsvermoedend langs een appartementencomplex. Plotseling ging een balkondeur open, stak iemand een stofdoek over de balustrade en klopte die uit. Niet boeiend hè, tot meneer mij aankeek en ik hem. Dat was zo’n moment van overwegen of ik iets zeg en het al doe voordat ik goed en wel nadacht:
    ‘Lekker bezig meneer?’
    ‘Jazeker mevrouw.’
    ‘Het ziet er eigenlijk wel leuk uit. U met uw stofdoek zwaaiend en ik hier onder het balkon.’
    ‘Inderdaad, ik voel me net de paus.’ Hij klopte zijn doek nog eens alsof hij zegen over mij uitstrooide en sloeg een kruisteken.
    ‘Laat ik dan vooral eerbiedig buigen,’ antwoorde ik en maakte een reverence. Zie je het voor je? Sta ik daar, midden op de stoep. Er naderde een auto van rechts, een fietser kwam van links voorbij. Ik ging licht door de knieën en neigde mijn hoofd. Als ik een lange jurk aan had, zou ik die ietsjes oplichten, anders hing die zo op de grond.

Oh, zo’n kostuumdrama jurk. Ik zwijmel even weg.
    Hoewel? Bij thuiskomst klinkt het eerste genoemde rijtje ineens zo: Jas losknopen en van mijn schouders laten glijden, das afdoen en in de mouw proppen om de jas vervolgens netjes op te hangen, schoenen uit en opbergen in de schoenenkast, vest uit, jurk uit.
    Zo, vrijheid blijheid. Ik stikte zowat!



zondag 10 februari 2019

Zomerdromen

In de winter denken aan de zomer vind ik niet moeilijk. Ik smacht naar warmte, zon en geopende serredeuren, dagenlang. Ik zie mezelf al in de tuin. Bikini aan, jurkje naast me op de grond, muziek in de oren en mijn EVAmagazine onder de neus. Een middag aan de Rietplas is gemakkelijk voor te stellen.
   Het bepalen van onze zomervakantiebestemming is me een voorstelling te moeilijk. Mezelf plaatsen op een strand aan de Middelandse zee of wandelend in een Frans kustdorpje is me twee grenzen en zo’n duizend kilometer te ver. Toch is het zaak serieus te bedenken waar we heen willen, want anders is er sowieso geen plek.

   ‘Wéér de Zuid Franse kust?’, klonk Benjamin weinig geïnteresseerd.
   ‘Je haalt de woorden uit mijn mond,’ viel ik hem bij.
   ‘Waar wil jij dan heen, mam?’
   ‘Ik wil een weekje mijn benen strekken en dat aanvullen met twee weekjes cultuur en strand.’ Benjamin keek me aan alsof de Middelandse Zee voor zijn ogen opdroogde.
   ‘Een week wandelen? Serieus? Alles best, maar dat nooit!’ Daar schoof hij mijn plan van Genève, Evian en de Mont Blanc uit mijn schoenen. Wandelen werd afgeschreven, want in huize Typisch Irene geldt dat wat we in de zomervakanties doen, bij iedereen in de smaak moet vallen. Drie voors en één tegen is één tegen teveel.

Niet dat het daarmee gemakkelijker werd te bepalen waar we onze tent willen keren.
   Wacht tent! Die staat als vouwwagen afgeschreven in de werkplaats, lek als een mandje. Zo bleek na de laatste nacht van onze vorige zomervakantie. Een periode van langdurige bloedhitte kwam ten einde tijdens ons laatste kampeernacht. Het regende flink tot zelfs in de tent.
   Wat volgde? Inpakken die natte zooi, naar de zaak rijden en de boel laten drogen om een dag later alles er uit te halen en de vouwwagen voorgoed dicht te slaan. Negentien jaar trouwe dienst kwam ten einde en zette alles op losse stokken. Keuzes moesten gemaakt worden, beginnend met de vraag:
   Blijven we kamperen?

Zo vroeg Marcel 27 jaar geleden hetzelfde. Kamperen was zijn leven; van scouting tot vakanties in Frankrijk – geen tent was hem vreemd. Voor mij was vakantie in het buitenland bijna onbekend, laat staan kamperen. Hij stond op het punt mijn wereld te vergroten.
   ‘Ga je mee kamperen?’
   ‘Ja, maar niet in zo’n klein prut tentje. Ik wil me in de tent aan- en uit kunnen kleden.’ Als zei ik: kamperen prima, maar me liggend, zittend of in het sanitair gebouw omkleden geeft mij geen vakantie-feeling.

Daarom kochten we de kleinst mogelijke bungalowtent. In de slaapcabine paste het luchtbed en de koffer. Alle andere (kook)spullen lagen in het voorste deel en buiten onder een luifeltje stonden ons tafeltje en kampeerstoelen. Met slecht weer was in het voorste gedeelte plek voor één kampeerstoel, de ander moest de slaapcabine in. Het was oké, voor twee jaar.
   Ik vond het niks aan dat we niet samen aan het tafeltje binnen konden zitten tijdens een regenachtige dag. Een grotere tent bood meer ruimte om samen binnen te zitten, een spelletje te spelen of lekker zitten lezen. Lekker hoor, meer ruimte.

Vier jaar later, Celine woelde in mijn buik, wat maakte dat ik het tijd vond om de eisen bij te stellen.
   ‘Je ouders hebben het steeds over hun Camplet, is dat iets voor ons?’
   ‘Waarom zou dat beter zijn?’
   ‘Dan staan we waterpas, weg met het luchtbed – hallo matras, lekker boven de grond op niveau wakker worden, opstaan en een ommetje kunnen lopen in de voortent en dat met een kind in de armen. Dat lijkt me heerlijk!’
   Een jaar later stonden we in onze nieuwe vouwwagen, negentien jaar geleden.

Nu is ie op en volgde de vraag:
   ‘Willen we in de herhaling?’
   ‘Als in negentien jaar kamperen? Nee!’
   ‘Oh,’ klonk Marcel geschrokken.
   ‘Vijf jaar vind ik te overzien, maar verder durf ik niet te kijken.’
   ‘Oh,’ klonk Marcel nu opgelucht.

Daarom bezochten we een week of drie gelden een Vouwwagenzaak en kregen het een en ander te kiezen. We wisten dat de leefruimte gelijk mag blijven, maar een betere keuken trok aan; kassa! Hoorden we van een beter systeem onder het matras; kassa! Jaja, net als bij auto’s is elk extraatje belachelijk duur. Leuke bijkomstigheid is dat Isabella Camplet veranderde. Veel luxe waar we twintig jaar geleden de monnies niet voor (over) hadden, is nu standaard equipment in de vouwwagen. De tent zal definitely opgeruimder blijven en dat zonder bijbetaling. Kassa, mijn kant op.

Ik verheug me op nieuwe buitenvakanties, met dit verschil: negentien jaar geleden gingen we op de bonnefooi. Niks reserveren, we namen het zoals het was. Dat was tof, nu moeten we met dikke truien aan bedenken waar we ’s zomers heen willen. Heeft manlief één eis:
   ‘Ik wil wel zongarantie!’
   ‘Schatje, die heb jij altijd! Tenslotte ga ik mee!’


zondag 3 februari 2019

Seks



    “Kun je de keuken opmeten waar de krijtbordfolie op moet?”, vraagt mijn man via Whatsapp.
    “Oh ja, leuk!”, app ik terug, pak de meetlint uit de la en meet drie keer. Zo doet een perfectionist dat: één keer meten gevolgd door twijfel. Nog een keer meten, op hetzelfde uitkomen en toch denken dat het niet goed is. Daarom een laatste keer meten, want drie keer hetzelfde getal moet zeker kloppen. Ik pak vervolgens mijn smartphone om te appen, maar vraag me af of ik nou eerst de hoogte of de breedte noem?
    Het maakt natuurlijk niet uit, want meneer de folieleverancier snapt natuurlijk direct dat 64,9 X 89,9 centimeter breedte X hoogte is. Ons aanrecht is echt niet 64,9 centimeter hoog. Meneer zou bij die hoogte de gootsteen aan kunnen zien voor voeten bad.

Uiteraard stapte hij na zijn werkdag het huis in met een stuk krijtbordfolie onder zijn arm en wandelde direct door naar de keuken met alle benodigde materialen om de folie op te plakken aan de zijkant van ons keukenblok. Ineens was die zijde zwart gekleurd. Even wennen, maar het doel meer dan waard.

Dit krijtbordfolie is het gevolg van een bezoek aan vrienden. Tijdens de lunch had ik uitzicht op hun planner in de vorm van een krijtbord.
    “Wat een geweldig leuke family-planner,” merkte ik op.
    “Dat is ontstaan toen mama meer ging werken,” vertelde de dochter des huizes. “Ze is daardoor wat meer afwezig en vergeet vaak wanneer we wel of niet thuis zijn. Met dit bord is dat probleem in één klap opgelost. Nu is duidelijk wie thuis eet en slaapt of wie niet thuis is en waar we uithangen.”
    “Als Celine dit ziet, wil zij dit ook, let maar op.”

Celine schoof een paar uur later aan en reageerde uitgelaten bij het zien van deze planner.
    “Dat is iets voor ons, mama. Dan hoeven wij niet meer tig keer te herhalen hoe onze agenda gevuld is. Na één keer opschrijven kan je tig keer kijken hoe het zit.” Werd ik even ontmaskerd zeg!
    “Tja, blijkbaar is het overal hetzelfde.”

Vooral als Benjamin het invult zou het mij enorm helpen. Ik weet zelden waar ik aan toe ben wat hem aangaat. Als hij het al heeft genoemd, weet ik het niet te onthouden. Herinner ik het me wel, gaat het evengoed weer niet door of weet hij zelf amper wat hij plant. Een voorbeeldje:
    “Ik ben naar school! Doei!”
    “Hoe laat ben je uit?”
    “Weet ik niet.”
    “Hoezo niet? Ik weet het graag.”
    “Ik weet het gewoon niet. Is het belangrijk dan?”
    “Behoorlijk, want dan kan ik bepalen wanneer ik de politie bel als jij onzichtbaar blijft.” Hij kijkt me aan alsof dat onmogelijk is.

Waar we dit pubergedrag vast terug gaan zien is in de serie OOGAPPELS, een nieuwe serie die draait om gezinnen met puberkinderen. Wij zijn eigenlijk wel zo goed als uit die periode. We lieten de luiers al achter ons, gevolgd door de kinderfeestjes, hoeraaa!!! Nog even en de pubers zijn de deur uit.
    Toch blijft de serie een drama van herkenning. Voortdurende discussies en constant verlegde grenzen kennen we. Net als de vraag of het brood dat ik elke ochtend met liefde maakte niet werd verwisseld door ongezonde hap uit de schoolkantine.
    Sommige zaken in die serie herkennen we juist absoluut niet. Zo is daar een echtpaar dat elkaar ergens onderweg verloren heeft. Hun leven samen lijkt vooral volgepland en langs elkaar heen te lopen. Zelfs een romantisch avondje mist alle spontaniteit. Madam appt ineens midden op de dag haar man en zegt dat zij die avond om 22.30 uur hun eigen privé feestje in bed moeten bouwen. Dan maakt ze er tijd voor als moeten ze een verplicht nummertje afdraaien, want dat doen getrouwde stellen nou eenmaal.
    Ik was geschokt. Doen mensen dit, seksen plannen? Het idee! Zouden wij nooit doen.

Snel terug naar ons krijtbord. Zodra Celine het zag tekende ze er de weekindeling op en noteerde haar afspraken. Ze genoot er van. Benjamin keek er naar en heeft er nog geen woord op gezet en ik besluit alleen de afspraken die in de avond vallen er op te schrijven. Wat ik overdag doe is mijn zaak.
    Toen Celine op één oor lag, bekeek Marcel het bord:
    “Celine heeft een drukke week met rijles, proefexamen, Bruna, stage en Alphen DC.”
    “Ze heeft het in ieder geval begrepen, ik weet wanneer ze wel of niet thuis is. Woensdag kunnen we gezellig samen lunchen.”

Zes dagen later ontdekte Celine een verkeerd genoteerd tijdstip en stond op het punt de tijd aan te passen. Ik pakte mijn telefoon erbij en besloot even de camera te openen. Hier komt een onvergetelijk momentje, kijk zelf maar…




   



zondag 27 januari 2019

Smartwatch

Hij is niet van de gadgets en mooie auto’s. Dat bewees hij vanmiddag opnieuw:
   ‘Onze auto kan dansen!’, vertelde mijn vriendins zoon.
   ‘Dat kan de mijne ook,’ antwoorde ik uitdagend. ‘Kom Celine, stap in, dan gaan we links-rechtsen en zie mijn Kiaatje dansen!”
   ‘Nee, tante Irene, let op!’ Hij riep de man van mijn vriendin toe, die op zijn beurt iets onzichtbaars uitspookte bij zijn Tesla. Even later stonden zo’n tien toeschouwers vol verwachting te kijken naar die ene auto. Die gaf geen kick tot ineens de ramen zich vanzelf openden en muziek uit de auto schalde. Ik wiegde even eerder dan de auto.

Om even zo snel te stoppen, met opengevallen mond:
   ‘Kijk dat! De koplampen en richtingaanwijzers knipperen mee op het ritme van de muziek.’ Amper mijn mond gesloten, openden de achterdeuren zich. Deuren die net als de DeLorean-tijdmachine uit de film Back to the Future, omhoog open gaan en weer omlaag en weer omhoog. Ik was al gek op Tesla, nu eens zoveel. Die auto heeft gevoel voor muziek!
   ‘Dat moet mijn auto ook leren!’, riep ik uit, in de wetenschap dat het net zo gek klonk als roepen dat ik een Tesla wil. Het zit ‘m in de lijn van de auto. Zoals een man kan vallen voor het figuur van een vrouw, hou ik van de sexy lijn van deze auto. De exorbitant hoge prijskaart verpest verder alles. Zo schrijf ik die auto niet alleen op mijn buik, maar all over my body. Zelfs ervan dromen gaat te ver.

Wie stond er lekker nuchter bij? Mijn manneke. Hij denkt: leuk hoor zo’n auto, maar is ie praktisch voor mijn werk en voor onze kampeervakanties? Wat telt is efficiëntie en rood. I love the color!
   Vraag ik me zomaar af of hij mij koos uit praktische overwegingen. Viel hij op mijn praktische instelling? Als je het bekijkt via de stofdoek, stofzuiger, boodschappenkar, strijkbout en ramenwisser, kom ik hier als zeer praktisch mee weg, waar hij pure haat voelt. Maar er zijn toch ook andere redenen om mij te willen dan alleen praktische? Ik ben geen auto?

Wat blijft? Ik krijg het warm van een mooie auto. En hij? Hij kwam op de proppen met:
   ‘Misschien wil ik wel een smartwatch.’
   ‘Waarom wil jij zo’n hebbeding als een smartwatch?’
   ‘Het lijkt me praktisch tijdens mijn werk, want kan sneller checken wie me belt als ik boven aan een ladder sta, met een bouwbord in mijn arm.’
   ‘Met een bouwbord in jouw arm, hoef jij helemaal niet te weten wie er belt schatje.’
   ‘Toch lijkt het me heel handig om met één blik op mijn pols te weten of jij het bent.’
   ‘En dan?’
   ‘Laat ik ‘m lekker gaan.’

Een paar dagen later neem ik een pakje aan voor meneer RitsRats. Het is de smartwatch. Zodra manlief een wens uitspreek, komt het in huis. In dit geval aan de pols. Van alles werd getest, mogelijkheden onderzocht en zelfs ik moest wat snufjes bekijken.
   ‘Hey, hij heeft ook een stappenteller!’, zei hij en hield zijn watch voor mijn ogen.
   ‘Cool, kunnen we eindelijk checken of jij met jouw werk veder komt dan ik met al mijn bezigheden en wandelpassen.’
   ‘Laten we dat meteen testen,’ was zijn antwoord en trok zijn jas en schoenen aan.

Weer thuis bleek dat ik meer stappen had gezet dan hij.
   ‘Yes! I’m the sportbabe!’
   ‘Nee, jij hebt de kortste beentjes,’ lacht meneer me toe.
   ‘Jou bijhouden is anders wel een fitness-workout voor mij. Ik moet bijna rennen om jou bij te benen.’

Dat vergelijken kunnen we na een week of twee wel stoppen. Niet één dag kwam hij hoger uit dan ik. Zo leuk! Ik win! En meneer dacht nog wel zoveel te bewegen.
   ‘Vanaf nu neem je beter de trap voor je klussen in het Stadskantoor van Utrecht.’
   ‘Alle 21 verdiepingen?’
   ‘Dat zeg ik. Je kan daarmee wel eens winnen.’
   ‘Daar word ik moe van. Maar het is wel iets voor jou.’
   ‘Die trappen? Echt niet!’
   ‘Nee, een smartwatch.’
   ‘Zo’n joekelapparaat aan mijn pols?’ Ik stroop mijn mouw op en laat mijn slanke pols zien.

Nog een reden om ‘m niet te willen is dit: tijdens onze nachtelijke wandelingen, wanneer hij zijn handen warmpjes in zijn jaszak heeft en ik mijn rechterarm door zijn linkerarm steek en mijn pols op zijn watch rust, voel ik regelmatig bzzbzzbzz.
   ‘Er denkt wel vaak iemand aan je.’ Waarop mijn arm uit die van hem schuift, hij zijn watch checkt en vervolgens gaat alles in reverse. Tot de volgende bzzbzzbzz.

Hij denkt dat ik dat ook wil?
   Ik zie ons elkaar compleet verliezen door het koekeloeren op de smartwatches. Dat is de wrong way. Klinkt ineens bzzbzz uit mijn jaszak.
   ‘Nee, ik pak ‘m niet! Ik pak ‘m niet. Maar misschien is het één van de kinderen.’


zondag 20 januari 2019

Zakelijkheid


Voor een zaak waarvan ze zeggen dat ie op de kleintjes let, maar mijn manneke wel steeds harder moet werken om onze grootjes te voeden, mag het wel wat beter aangevuld of liever goedkoper worden. Herstel: beter bevoorraad (ik grijp werkelijk iets vaker in een lege schap dan ik gewend ben) EN goedkoper.

Roept meneer Heijn natuurlijk:
    ‘Hallo, ik koos er niet voor de boel 6% duurder te maken?’
    ‘En de Petit Beurre dan? Die bleef zelfs na 1 januari €1,-. Het is mogelijk!’
    Het blijft stil.

Behalve op de groente afdeling. Daar krijgt één van de kerels wekelijks met mijn getetter te maken, maar heeft evengoed zijn praatje terug. Andere keren probeert hij zichzelf te verbergen achter zijn volle voorraadkar. Hij kan zich willen verstoppen zoveel hij wil, ik zie hem toch. Ik ben vrouw, nee, ja, wel een vrouw, maar vooral een moeder. Weet je wat ze zeggen over moeders: mama’s hebben ogen, overal! Ik hoor mini Celine nog zeggen:
    ‘Mama, hoe zag jij dat ik die hele reepje snoep opgegeten heb? Je was boven.’
    ‘Dat kunnen alleen moeders.’

Weet je wanneer ik meneer-de-groenteafdelingman vooral weet te vinden? Wanneer iets op is. Kijk, ik ben voor goede service, liefs all inclusive voor het geld dat ik een half uur later pin. Het maakt me brutaal genoeg om bij een lege schap te vragen of iets nog voorradig is. Niet dat hij dan een sprintje trekt naar achter, zo jammer. Meneer snort een apparaatje op uit zijn bipszak (of borstzak, ik weet het eigenlijk niet zeker) en ziet daarop of iets wel of niet in the house is.
    ‘Ja, het staat achter.’ Vervolgens stapt hij met grote passen richting voorraadschuur om bij terugkeer natuurlijk mijn grote dankbaarheid te ontvangen voor extra uitgevoerd werk. Ik ben zeker niet zo’n pestkop die expres nog meer legen schappen zoekt om hem te laten lopen. Zo erg ben ik nou ook weer niet.

Vaak is de rest goed aangevuld. Gelukkig maar, want met de Jumbo akelig dichtbij ben ik zo weg. Hoewel het erop lijkt dat meneer dat vertrek niet zo erg zal vinden. Als ik iets te hard zucht klinkt achter me:
    ‘Je kunt gaan hoor, de Jumbo is daar,’ wijst hij naar de overkant.
    ‘Meneertje,’ antwoord ik naar hem opkijkend, hij is werkelijk een stuk langer dan ik ben, ‘jij moet even minder hoog van boven praten, want mijn portemonnee inhoud is deel van jouw loon.’
    Stilte in de herhaling.

Ach ja, het aan elkaar gewaagd zijn en het dollen maakt shoppen leuk. Tot die ene keer: Appie had toen nog zo’n pers-lekker-zelf-je-eigen-sap-machine waar ik elke donderdag een sapje tapte. Ik verheugde me dan al op onze zaterdagse ontbijt met verse jus d’orange. Kwam bovengenoemde ineens bij me staan en zegt, leunend op het apparaat.
    ‘Ik moet je nodig even bijpraten.’
    ‘Oh, heb je een vette roddel? Wacht, doen we er gelijk een bakkie bij.’ Ik maakte aanstalten om naar de koffie-corner te lopen, greep hij me in de kraag van mijn vest.
    ‘Geen tijd voor! Luister: dit apparaat waar jij nu lekker je flesje vult, gaat eruit.’
    ‘Wat? Waarom? Koop ik weer niet voldoende sap?’
    ‘Jij wel, maar de rest van Houten niet. De kosten wegen niet op tegen wat het oplevert.’
    ‘Hoeveel meer flessen sap moet ik persen om de boel hier te houden? Ik ben bereid iets meer monnies uit mijn portemonnee te persen als het moet, snap je?'
    ‘Hij levert nog niet de helft op van wat ie op moet brengen.’
    ‘Hebben we het over een paar tientallen euro’s?’
    ‘Wat dacht je van een paar honderden euro’s.’
    ‘Wat? Dat zijn veel big bucks! Die heb ik niet, maar de Jumbo heeft ook zo’n apparaat. Ik ben weg! Het was leuk je te kennen!’ Ik zwaai alvast met mijn hand.

Meneer keek me direct niet meer aan. Alsof het nu ineens allemaal mijn schuld is.
    ‘Wacht,’ greep hij in. ‘Maandag is de bedrijfsleider hier. Als ik je nou eens aan hem voorstel, kan jij even bij hem op de grond stampen.’
    ‘Hij is niet zo groot toch?’
    ‘Nee, hij is rond jouw hoogte,’ antwoordde hij mijn hoogte berekenend.
    ‘Weet je, ik doe mijn hoge schoenen wel aan, dan kom ik zekersteweten boven hem uit en durf ik hem wel aan te spreken met: “Zeg meneertje!!!”’
    ‘Oh ik zie het al voor me.’
    ‘Ik ook!’
    ‘Maar roep mij er eerst even bij. Ik wil niets missen.’

Die maandag zag ik meneertje, maar bleek niet zo’n stoere griet. Best jammer, want deze blog zou definitely leuker zijn geworden als ik dat gesprek aan was gegaan. Als het gaat om verse sap op tafel durf ik echter alleen deze woorden uit te spreken:
    Hallo Jumbo!!!’ Maar niet doorvertellen hoor, anders komt eerder genoemde manager op hoge hakken op mij af.


zondag 13 januari 2019

Rijbewijs

Ik mis alle zin.
    Waar ik afgelopen week dacht: Altaconsult en de navolgende gedachtenkronkels, daar moet mijn blog over gaan, vraag ik nu: boeit het? Heeft hun werk uitleggen zin? Ik heb echter A gezegd en moet naar B.

Altaconsult richt zich op Medische Expertise in de vorm van medische rapportages. In dit bloggeval op rapportage voor het CBR.
    In een half uurtje bepaalde een medisch specialist of Celine rijgeschikt is of niet, ondanks of met ADHD. Dat ze ADHD heeft is geen nieuws of toch? Had je geen blogleeszin? Serieus? Als ik zin maak om de link te zoeken, maak jij dan zin om ‘m hier te lezen, deal?

Het gesprek met de specialist was verhelderend. Ik heb zin dat te delen, de psychologie was interessant, maar in deze is de boodschap wel erg persoonlijk. Niet alles hoeft de wereld in.
    Behalve dit gesprekje:
    ‘Gelukkig vindt Celine autorijden leuk. Ik ben er klaar mee.’ Zonder doorvragen antwoorde de beste man:
    ‘Het is druk hè, op de weg.’ Hij kan gedachten lezen! Hoe weet hij dat ik precies daar last van heb?
    ‘Tel daar gevaarlijker bij op!’
    ‘Emigreer naar Japan, daar rijden ze heel netjes.’
    ‘Alsof ik daar zin in heb.’

Autorijden draagt hetzelfde gevoel. Eigenlijk was ik als jongere nooit van plan mijn rijbewijs te halen. Het was niet nodig en later had ik Marcel en onze Fiat Panda. Hij speelde taxietje in onze Recycled Ferrari (dat stond op de zijkant) en bracht ons waar we maar wilden.

Marcel en ik, we waren drie jaar getrouwd, toen ik ineens de behoefte voelde mijn rijbewijs te willen halen. We woonden drie hoog aan de Burgemeester Norbruislaan 388 in Utrecht. Een flat zonder lift. Altijd slepen met boodschappen, op één keer in de week na. Dan gingen we met de auto boodschappen halen. Mocht meneer de boel naar boven slepen.

Als het al romantisch klinkt is het schijn dat bedriegt. Meneers zin duurde tot het uitstappen op de parkeerplaats bij de winkel. De overstap naar chauffeur van het boodschappenkarretje was een kar te ver. Ik zie nog zijn kin steunend op zijn hand, arm op de stang leunend en achter me aan sloffen. En zijn kop? Een oorwurm was knapper!
    Hij volgde me blind. Dan weer links, dan weer rechts. Nietszeggend tot ik terug moest, omdat ik iets vergat. Dan klonk een zucht (zijn gesnurk is er niets bij) die tot de kassa reikte. Daarbij leek hij een stopwatch te hebben, want als ik maar een seconde langer duurde dan hij verwachtte klonk:
    ‘Ben nou eindelijk klaar?’

Ik accepteer veel, maar dit wekelijkse gedrag opende mij de ogen. Ik vond boodschappen doen toen al leuk, maar door hem verdween elk plezier. Ik vroeg me af of auto leren rijden erger zou zijn dan elke week etenswaren aanschaffen met Mopperzuchtpot. Ineens riep ik, harder en gefrustreerder dan ik van mezelf gewend ben, midden in de winkel:
    ‘Ik ga mijn rijbewijs halen!’

Je had zijn kop moeten zien! Zijn ogen kregen de omvang van een groot-oog-kikker. Ik weet zeker dat hij er geen woord van geloofde, tot hij twee dagen later hoorde dat ik een date had met dezelfde instructeur die hem leerde autorijden.
    ‘Verrassing schatje! Alles om jou niet nodig te hebben!’

Het duurde lang voordat ik het roze briefje werkelijk bemachtigde, maar het was er in één keer. Iets wat ik mijn lief nog heel soms onder z’n neus wrijf. Met dat verschil: hij rijdt graag auto; ik ben er nooit gek op geweest. Wat alleen maar versterkt is door drukte op de weg. Waar gaat iedereen almaar naartoe? En wat worden er een streken uitgehaald, vooral door de kijk-mijn-dure-auto-bestuurder. Alsof zij de wegen bezitten, rijden ze standaard hard. Mogen we 130 op veel wegen, scheuren zij me met 140/150  voorbij. Als ik, me aan de snelheid houdend, een ander inhaal gaan ze bumperklitten of knipperlichten.
    Ha! Ik laat me niet intimideren. Die snelheidsduivels kunnen mijn wielen op.

Het ergste is dit: ze denken dat ik niet kan rijden of een oude taart ben. Komen ze behoorlijk bedrogen uit!
    ‘Jij bent een veilige bestuurder,’ citeer ik manlief. Toegegeven, als Celine meerijdt vraagt ze om minder pit. Joh, mijn auto heet Picanto! Pit is in the name!

Soms rijdt Marcel mijn monstertje naar de garage en ontdekt hetzelfde schrikaanjagende gedrag. Hij zegt dat het aan de auto ligt, men kijkt erop neer. Neerbuigende snelheidsopheuende wegpiraten dat ze zijn, met hun autobrekende rijtoeren.
    Misschien moet ik toch maar emigreren naar Japan, waar ze netjes en rustig rijden of gaat de auto eruit?
    ‘Maar mama, ik wil jouw auto gebruiken als ik mijn rijbewijs heb,’ oppert Celine.
    ‘Ook dat nog: zij de kilometers, ik de rekeningen. Alsof ik daar zin in heb!’

Tja, ik had ook al geen zin in deze blog schrijven…

zondag 6 januari 2019

Genderneutraal


WhatsApp groepen doen me huiveren. Sommige breken helemaal los zodra één iemand iets zegt en vervolgens gaat het werkelijk nergens over. Gelukkig bestaat het knopje DEMPEN en klinken niet elke minuut ontelbare BLIEPS en BIEPS. Ik ben in die groepen zelden de persoon die als eerste iets deelt. Ik weiger degene te zijn die een appbomb start.

Naast de ontploffende groepen, zijn er groepen waarvan ik het bestaan vergeten was. Onderaan mijn lijst duikt Tuintafel boys and girls op. Na nader onderzoek, zie ik dat de aanjager de groep verlaten heeft en ik tot beheerder ben gekroond. Dat alles zonder mijn medeweten. De groep startte in 2014 en is akelig stil. Afscheid nemen bestaat wel, met twee klikken ben ik weg! Mocht ik opnieuw nodig zijn in die groep, dan vinden ze me snel weer. Mijn manneke heeft nog zitting in die groep en kan mijn nummer vast wel ergens vinden.

Stap ik over naar een andere groep, waar ik na bijna een jaar appstilte ineens weer van hoor. Deze groep laait regelmatig even op (als in één keer per jaar is regelmatig). Het is de Gourmet Girls groep. Klinkt lekker hè?
Eens per jaar gaan we los en worden we (Celine, een vriendin en ik) uitgenodigd door een andere vriendin en haar dochter. It’s the five of us.

We konden niet vermoeden dat de voorbereidende appgesprekken voor commotie zorgden. Het zat ‘m echter niet in het gedeelte girls in Gourmet Girls, hoewel deze tijd de benaming lastig maakt; iets met genderneutraliteit. Mag zo’n groepje nog wel of is dat ineens seksistisch? Discrimineren we nu ineens mannen, mensen? Mag ik nog wel mannen zeggen?
   Wat heel goed helpt, is dat de betrokken drie mannen en vrouwen zich niet druk maken om die vragen. Wij zijn vrouwen en zij mannen, basta en hoera. Laat maar knallen die kurken!

Waar de commotie ‘m in zat? In het gedeelte gourmet! De mannen voelden zich gepasseerd. Mannen en vlees hè en nu was dit feestje ineens for girls only. Daar gingen de appjes. De mannen mengden zich echter in een andere groep – die waarin we dates met de hele families plannen. Naast het ladies gourmetten wilden we men included naar de film. Beide werden gelijktijdig geregeld, echter een probleempje bij appen in twee groepen is dat iemand (ik was het niet!!!) een appje stuurde in de verkeerde groep en BAM, de mannen zaten er bovenop!
   ‘Leuk mag ik mee gourmetten?’, vroeg onze vriend.
   ‘Heb je een jurk?’, antwoordde zijn dochter.
   ‘Jij toch ook niet,’ volgde hij ad rem.
   ‘Als we mee mogen doen door het dragen van een jurk, doe ik mee,’ las ik ineens. Oh nee, Marcel mengde zich. Ondertussen vertelde hij mij dat hij vast mijn langste jurk nog past, die komt tot net boven zijn knieën.
   ‘Een jurk staat hem enig!’, vulde ik aan.

Had ik het over gendergedoe? Zijn mijn vriendin en haar dochter nou juist heel genderneutraal door geen jurken en rokken te dragen? Hoe zit het eigenlijk met broeken en jurken, bestaat genderneutrale kleding? Of is dat dan toch de broekrok? Wordt het nou ingewikkelder of juist niet? Ga ik me verheugen op mannen in rokjes op rokjesdag?

Iets anders: iemand vroeg na mijn blog over vlokje waarom ik hem een hij noemde. Wat voor mij ineens net zo onbegrijpelijk werd, want bij de eigenschappen die vlokje toont; zacht, pluizig en klein voel ik direct vrouwelijke eigenschappen. Maar mag ik dat zo zeggen? Ben ik eigenlijk veilig in mijn eigen blog? Wat een gedoe! Ja, dat is het, een hoop heisa!
   Anyway: ik ben blij met mij: ik ben vrouw en draag een vrouwelijke rok! Eén keer raden wie dat prachtig vindt.
  
Ondertussen werd via de groepsapp geregeld dat we naar The Nutcracker gingen en zo vonden we onszelf met ons achten in Kinepolis. Wat een bioscoop! Zoveel zalen. Voor wat volgde, was echter elke zaal te klein. Vooruitlopend op de film, uitten uit het niets de mannen ineens hun frustratie over ongelijkheid in de onwelkomheid bij de Gourmet Girls.
    Al snel beseffend dat ze geen kans maakten, probeerden ze ons jaloers te maken.
   ‘Zullen wij naar Ming&Ming of Van der Valk?’, opperde Marcel.
   ‘We kunnen ook de gourmet saboteren,’ kwam het duiveltje in onze vriend naar boven.
   ‘Pa, ik wil altijd nog naar een Michelin restaurant,’ merkte de zoon van onze vriend op.

The girls zaten er relaxed bij. Voor ons was de gourmet een zekerheid. Het gepiep van de mannen boeide ons niet. Het verstilde zelfs tot Gourmet Girls evening:
   ‘Wat gaan jullie mannen nu eigenlijk eten?’, vroeg ik nieuwsgierig.
   ‘Uhm, ja, we hebben eigenlijk niets gepland. Benjamin en ik gaan denk ik naar McDonalds.’
   ‘Zo, da’s lekker luxe zeg! De jurk die ik klaar heb gehangen is dus niet nodig?’