zaterdag 28 november 2020

Complottheorieën

Wat volgt is ook maar een theorie: Volgens mij gaat het met mensen die conspiracy theories aanhangen zo dat ze het fout aanpakken. Ten eerste: zij vertrouwen de profs, deskundigen en hoge dokters niet. Dan denk ik: waarom geloof je hen niet, maar jezelf wel? Hoezo zouden zij niet weten wat zij doen? Zij hebben ervoor gestudeerd! Jij ook? Dat wantrouwen vind ik vreselijk. Bovendien, als ik hen al niet kan vertrouwen, wie dan wel? Jou? Let op: ik spreek a la Typisch Irene’s, als een ik-heb-niet-gestudeerd-theorioloog.

Horen zeggen
Over wetenschappers gesproken: Marcel vertelde me laatst dat wetenschappelijke theorieën niet zomaar doorgang vinden als direct waar. Marcel (ik vertrouw hem wel) zegt te hebben gehoord dat wetenschappelijke theorieën voordat ze aangenomen of gepubliceerd worden van alle kanten worden bekeken, omgekeerd, onderzocht, onderuitgehaald en getest door andere wetenschappers. Als zij geen tegenbewijzen hebben, wordt het goedgekeurd en mag het de wereld in. Let nog eens op: ik heb het van horen zeggen. Dit hoeft niet waar te zijn. Hoewel ik het een heerlijke theorie vind.
    Alle kennis die ik hoor van horen zeggen, maakt steeds minder indruk op me. Wie het vertelt is wel bepalend, ik bedoel maar, als Marcel iets zegt. Oh boy, I better believe him, want als ik hem niet geloof en hij ontdekt dat, dan heb ik een probleem: ik woon in zijn huis, met hem, naast hem en bij hem. Als ik hem niet geloof word samenleven heel lastig.

Bedenksels
Even terug naar theories en die van de conspiracy. Ik zei al eens eerder dat als ik het wil, ik op internet kan vinden dat magnetronstraling gevaarlijk is. Zo "zoeken" mensen natuurlijk op internet bevestiging van hun mening. Dat is dan weer bedacht door andere mensen.
    Ja, hallo, hoe wetenschappelijk is dat? Ik ben benieuwd of ik een link kan vinden tussen corona en aliens. Wat mij vooral tegenhoudt om daar in te duiken is tijd; eigenlijk geen tijd om er zin aan te besteden. Als ik er dan toch tijd aan wil besteden is het om samen met Celine die theorie te bedenken en op het wauwelige wakkige web te knallen. Een goed verhaal schrijf je niet zomaar, hoewel ik zeker weet dat we mensen vinden die er op door conspiracy-en. Dat noem ik nou huis-tuin-en-keuken-wetenschap.

Switch
Lekker complimenteus dit alles hè? Ik maak vijanden vandaag.
    Over complimenten gesproken: Marcel en ik hadden het over kritiek en complimenten en hoe je die brengt. Het begon met:
    ‘Die tafel kon je wel beter afvegen hè? Maar ik hou van je hoor.’
    ‘Wacht! Dat moet toch andersom? Eerst een compliment en dan kritiek?’
    ‘Ja, dat wordt gezegd, maar ik weet het niet hoor. Ik hoor mijn vader bij iedere tekening van mij zeggen: dat heb je mooi gedaan, maar… Altijd kwam er iets achteraan dat niet goed was. Het maakte perfectionisme tot mijn hoogste goed. Bedankt pa, alles is jouw schuld.’
    ‘Maar hoe moet het dan?’
    ‘Als je wat feedback wilt geven, kom je er gewoon mee. Pak het niet eerst in met een compliment. Want dat compliment veeg je uit met kritiek die volgt. Ooit hoorde ik van Celine dat je bij één punt van kritiek drie complimenten moet krijgen. Kun je nagaan hoe hard kritiek binnenkomt. Hoe dan ook ben ik klaar met: eerst een compliment en dan de rest.’
    ‘Ik voel je aan, want jij hoort bij een compliment de "maar" al komen.’
    'Precies, dat! Maar weet je wat? Ik ga een experiment doen.’
    ‘Wat voor onderzoek?’
    ‘Die van complimenten en kritiek.’

Appjes
Daar gaat een appje naar Celine. Ze reageert bijna direct:


Tada, deel ik een flinke dosis complimenten en wat ziet ze vooral? Het woord "intensief".
    Blijkt ze het tot een compliment om te turnen. Dat was niet de bedoeling, maar gelukkig. Ik wilde ook niet schrijven: vermoeiend of zo. Dat is ze soms wel, maar ik wilde haar niet al te erg van streek maken met dit appje. Ze zag het ene woord dat niet positief bedoeld was. Wel tof trouwens dat zij er iets goeds van maakte. Topgriet!
    Vervolgens stuur ik eenzelfde appje naar Benjamin. Wel een klein beetje aangepast. Antwoord zal wel even duren.


Bij Marcel ben ik meteen wat duidelijker met dat ene kritieke woord. Als ik dan toch los ga, dan goed. Kijk zijn reactie:


Experiment geslaagd, mensen horen bij zoveel complimenten alleen de kritiek. 
    Blijft daar Benjamin, ik wacht nog op zijn antwoord. Kan ik ondertussen even wijzen naar Arjen Lubach die mij overtuigde met zijn ideeën over complottheorieën in deze aflevering:  Zo sterk!
    Daarnaast legt hij Deepfake ook uit
    Laten we eerlijk zijn, er wordt veel gelogen op internet. Nog even en ik geloof niets meer, zelfs mijn eigen blogs niet.

zaterdag 21 november 2020

Verlanglijst

    ‘Piepels! Kijk! Het speelgoedblad is weer uit.’ Ik smijt het blad op tafel. Direct bladert Celine er in en krijgt natuurlijk last van, nee geen last, ze geniet van kindersentiment. Dat had ze eerder deze week al. Ze zocht Netflix af naar iets leuks en viel prompt in My Little Pony.
    ‘Oh mama, nu kan ik serie één kijken. Toen ik klein was viel ik er later in.’ Ze pakte de afstandsbedieningen en zette het geluids- en kijksysteem aan. Al snel zat ze te kijkbuizen, met in haar ene hand de afstandsbediening en in de andere een coldpack tegen haar wang. 

    Benjamin wandelde binnen, keek naar het scherm en kreeg ogen als mandarijntjes. Als het kon zouden ze als partjes uit zijn oogkassen vallen.
    ‘Celine, echt? Kijk jij dit?’
    ‘Ja, leuk, dit keek ik vroeger altijd.’ Die twee begrijpen elkaar wel vaker niet, hoewel soms een dosis broer-zus-liefde over tafel vliegt, waarvan ik een brok in de keel krijg.
    ‘Benjamin, bedenk even,’ stelde ik tussendoor, ‘ze zit onder de pijnstilling, want heeft net een kaakchirurgische behandeling ondergaan. Wie weet, ga jij Brandweerman Sam kijken als ze bij jou de boel eruit slopen.’ Benjamin kan niet tegen verhalen van operaties, bloed en pijn. Daarom schoten zijn handen naar zijn gezicht, als moest hij zijn hoofd vasthouden om niet flauw te vallen.
    ‘Mama, ik word slap.’ Dat wilde ik, afleiding bieden, zodat hij weer even bedacht waarvoor hij beneden kwam: om drinken te pakken. Hij liet Celine voor wat ze was; zielig en even een klein meisje.

Stickers
Dat wil ik ook af en toe. Gewoon even niet volwassen, want dat stinkt. De tijd voor pubertijd 1.0 herbeleven. Springen in de bladeren, dansen in de regen, huilen als het pijn doet en een pleister van mama. Ik wil gewoon stickertjes plakken.
    ‘Oh mama, stickertjes!’, roept Celine.
    ‘Stickertjes? Die zijn voor mij!’
    ‘Ben jij daar niet te oud voor?’
    ‘Ja, maar daarom kan het nog wel leuk zijn?’ Vind me maar gek, maf en compleet gestoord. I can handle it! Puur omdat ik besluit mezelf te zijn en blij te zijn met mij. Dus, lach me uit, ik draai me om.
    ‘Je mag ze hebben, ze zijn stom.’ Ze scheurt de pagina uit en smijt het naar mij.
    ‘Oh kijk, een zonnetje en Nijntje,’ ik zwijmel.

Verlanglijst
    ‘Dit is beter mama, een verlanglijst.’
    ‘Die komt van pas. We moeten nadenken over kerstcadeaus.’ Niet veel later hangt de posterverlanglijst aan de deur en staan Celine's wensen er op. 
    ‘Wow! We hebben het duidelijk nog niet over bedragen gehad.’
    ‘Daarom ga ik maar gelijk voor mijn grootste wensen.’
    ‘Een paard, een eenhoorn en een leuke perfecte boyfriend.’
    ‘Ik weet ook iets voor jou.’ Ik schrijf het erbij.
    ‘Mama, onderbroeken?’
    ‘Ja, laat het eens nuttig zijn.’

Wensen
Celine bracht me op het idee om evengoed mijn grootste wensen te notuleren. Wat is nou eigenlijk 
duurder: een paard, eenhoorn en perfecte vriendje of een Fiat 500?’ Daarover gesproken, Marcel gaf laatste een bedrag uit dat in de buurt kwam van een Fiatje. Zou hij dan toch???
    Strikje erom, mama is blij! Komt Benjamin weer de kamer binnen, nu voor zijn portie pepernoten.
    ‘Oh, een verlanglijstje.’ Hij kijkt ernaar: ‘Is het te besteden bedrag ongelimiteerd?’
    ‘Blijkbaar.’
    ‘Cool! Dan weet ik ook iets.’ Hij noteert zijn iets.
    ‘Het enige dat ik begrijp is Boba Fett en helm.’
    ‘Wel snel zijn, want ze kunnen uitverkocht zijn.’
    ‘Voor het eerst sinds jij weet wat wensen zijn, ben jij het goedkoopst. Wauw jongen, ik word ieder jaar trotser op jou.’
    ‘Mama, wat is the Starry Night?’
    ‘Benjamin, werkelijk? Jij kent dat schilderwerk van Van Gogh niet?’
    ‘Oh, maar is die niet heel duur?’
    ‘Schatje, onbetaalbaar, daarom neem ik genoegen met een puzzel ervan.’

Overtuigend
Zelfs Marcel vulde zijn duurste wens in en Lara moest overtuigd worden mee te doen. Ze is wat… Hoe zal ik het zeggen, afwachtend? Verlegen om iets te vragen? Bang te duur te doen als zij haar hart volgt Laat ik het zo zeggen: wat er op staat, hebben we er uit weten te trekken. Dit weet ik: een van haar wensen wordt vervuld, want die is betaalbaar. Zij is de wijste, mag daarom blijven! Dankzij haar ligt er straks tenminste iets onder de boom. De rest verwijs ik naar de kerstman, hij mag onze kerst redden.

Kerstboom
Oh wacht, kerst; de kerstboom!
    ‘Marcel haal jij die even van zolder?’ Komt ineens Benjamins wens uit. Hij smeekt wekenlang of ik die wil opzetten. Ik zei steeds dat ik niet gek ben en 29 november vroeg zat is.’ Hoe hij het voor elkaar kerstbalde dat ik nu toch zo gek ben?
    Vriendjes van me hebben ‘m ook al staan. Zij zijn dan toch het meest gek? Nu durf ik ook.
    Alhoewel, zij plakken natuurlijk weer geen stickertjes.



zaterdag 14 november 2020

Gerommel

Zitten we aan de ontbijttafel, begint mijn buik te rommelen! Het klonk al eerder vandaag, zelfs de afgelopen week tijdens een interview. De hele verdieping moet het hebben gehoord. De vrouw tegenover me lachte er hartelijk om. Sterker nog, het is vast te beluisteren op de geluidsopname. 
    En ja hoor daar borrelt en bromt het weer van onder mijn middenrif. De dag begint net, dat belooft wat.
    ‘Volgt er straks zeker een harde win…,’ zegt Celine. Dit gesprek gaat de verkeerde kant op.
    ‘Nee! Er volgt niets. Dit gepruttel zit zo hoog in mijn buik, dit komt niet eens in de buurt van waar jij denkt.’
    ‘En zo wel, dan hou ik me vast aan tafel!’ Waarop madam doet alsof ze door een windvlaag van tafel wordt geveegd, maar zich toch zittende weet te houden door zich vast te houden aan de tafelrand.
    ‘Alsof er dan een storm los komt?’
    ‘Nou mam, als het daarbinnen zo hard borrelt, wat denk je dan dat er gebeurt als..’
    ‘Nu is het genoeg. De hele week heb ik daar geen enkel probleem mee gehad. Daarbij kennen wij in huize Typisch Irene maar één windkampioen en dat ben ik niet.’ Ik laat verder in het midden wie het wel is. De insiders hebben aan deze boodschap voldoende om met een grote glimlach verder te lezen. Enjoy!

Kamer

Na opnieuw een harde buikbulder, merkt Celine op:
    ‘Mam, we noemen hem Dino.’ 
    ‘Wie?’, vraag ik verrast.
    ‘De baby in je buik.’
    ‘Nu je het zegt, ik ben overtijd.’
    ‘Dus ik krijg een broertje of zusje?’
    ‘Dit weet ik: ik hoef niet meer te vragen of je een broertje of zusje wilt. Je wilt een broertje, want dan houdt jij je kamer voor jezelf.’ Met een broertje moet Benjamin zijn kamer delen. Zeker is dat het broertje niet bij mij in de kamer komt. Ik heb mijn handen al vol aan mijn kamergenoot. Benjamin is per direct doodongelukkig, want hij weet dat hij dan zijn kamer moet delen. We spraken hier al eens eerder over, toen was ik nog niet bekend met Pubertijd 2.0. Nu weet ik beter.

Genderneutraal
Wat ik dan zeker weet is dat Benjamin sneller dan gedacht het huis uit gaat. Hij heeft het niet op baby's en maakt wel even een paar financiële klappers met zijn YouTube kanaal. Het is een absurde inkomstenbron met zijn bijna 1.000.000 abonnees.
    Met een grom uit mijn buik, ben ik weer aan het ontbijt.
    ‘Ik snap ineens waarom jij zegt dat we hem Dino noemen. Dit gegrom kan een kindje niet produceren. Help! Er zit een dino in mijn buik.’
    ‘En de naam Dino past bij een jongen of een meisje.’
    ‘Gaan we genderneutraal doen?’ Ik zucht even. Ik ben totaal niet van het genderneutraal. Ik snap best dat mensen ervan af willen dat je geslacht je kansen wel of niet vergroot. Het klopt voor geen meter dat voor hetzelfde werk een man meer verdient dan een vrouw en het is akelig dat vrouwen moeilijker in de top komen dan mannen. Het kijken naar iemands geslacht moet stoppen en wel meteen! Daar waar het om sollicitaties en dergelijke gaat, ben ik groot voorstander van naam- en genderneutraliteit. Voor de rest ben ik op en top vrouw, geniet van mijn rondingen en draag graag vrouwelijke kleding. Ik ben trots op mij als vrouw. Ik kan niet genderneutraal naar mezelf kijken en wil dat ook niet.

Tweeling
Vertelde Marcel dat iemand zich om had laten bouwen en juist baalt van die gender neutrale toiletten. Was hij of zij eindelijk wat hij of zij wilde zijn, zijn de toiletten genderneutraal. Dat snap ik wel, kan je eindelijk naar het toilet van het andere geslacht omdat jij het nu ook bent, maakt het niet meer uit.
    ‘Ik zou gillen!’, zeg ik en drink van mijn koffie. ‘Heel hard!’ Waarop mijn buik buldert met geborrel dat de gemoederen doet opschrikken. Ik vraag me werkelijk af wat daar binnenin nou werkelijk aan de hand is. ‘Ik ben toch niet zwanger van een tweeling dino? Soms klinkt het gebrom bijna tweestemmig.’
    ‘Mama, twee broertjes? Nee!’, gilt Celine het bijna uit.
    ‘Dan een broertje en een zusje. Van beide één, net als nu. In dat geval hebben jullie beide een groot probleem: ieder kind moet de kamer delen.’
    ‘No way mama, dan ga ik het huis uit.’
    ‘Lekker dan, zijn jullie eindelijk het huis uit, zit ik met twee dino’s.’ 






zaterdag 7 november 2020

Dildo

‘Mam, nooit eerder heb ik zo snel aan een knutselwerk gewerkt. Ik wilde alleen maar klaar zijn. Wat een rotklus! Vraag me nooit meer zoiets te maken.’ Ze gooit haar creatie voor me op tafel. Ik schrik ervan, want twee grote ogen kijken me aan. Prompt begin ik te lachen, waar zelfs Benjamin van opkijkt. Hij pakt het knutselwerk, kijkt ernaar en trekt aan de slurf.
    ‘Mama, dit is echt te groot, wat een zwabber!’
    ‘Misschien zijn er mannen met zo’n grote…’
    ‘Zwabber, mama, zeg maar zwabber.’
    ‘Zw… zw… zwab… tralalalalalaaaaaa.’ Zing ik. Het lukt me niet om zwabber te zeggen. Grappig, dat ik het zonder schaamte schrijvend op het scherm duw. Dan durf ik wel! Best eng dat ik schrijvend meer durf te zeggen dan in gesproken woorden.
    ‘Die slurf is inderdaad erg groot,’ mengt Celine zich in het gesprek. Ik bekijk haar werk van alle kanten en kan alleen maar goedkeurend hummen.
    ‘Misschien is ie niet zo zeer te lang, maar wel te breed,’ reageert Benjamin. Hij houdt even stil en vervolgt: 'Alhoewel er bevolkingsgroepen zijn…’ Benjamin trekt nog eens aan de slurf. Waarop Celine ingrijpt en uitroept:
    ‘Ik heb er genoeg van. Mam stop in je tasje, weg ermee.’
    ‘Goed plan, ik vraag me alleen af of ik wel moet doen wat ik wil doen. Het is echt belachelijk. Waar ben ik aan begonnen en dat allemaal naar een idee van papa.’

Vergeten
Over ideeën gesproken. Manlief had meer daarvan.
    De blog van vorige week is een van de weinige die hij niet vóór plaatsen checkte. Daarom las ik ‘m later in de week voor. Eenmaal uitgelezen zei hij:
    ‘Je bent aan het eind vergeten te vragen welke twee dingen niet waar zijn in jouw blog.’
    ‘Oeps dat is waar. Moet ik daar nog een prijsvraag aan wijden en wat valt er dan te winnen? Een meet en greet? Wie wil dat nou?’
    Nu ja, wie het leuk vind om mijn vorige blog te analyseren, mag me via social media toefluisteren wat in zijn of haar ogen niet waar is. Eens zien wie in mijn leugens gelooft en de waarheid verdraait.
    Ik ga ondertussen even naar Peter.

Tasje
    ‘Celine ga je mee?’
    ‘Waarheen?’
    ‘Naar Peter.’
    ‘Waarom?’
    ‘Om jouw maaksel te geven.’
    ‘Wat? Mama! Maakte ik het voor Peter?’
    ‘Ja, heb jij dat gemist? Ach het maakt niet uit, kom we gaan.’
    ‘Nu ja, ik wil zijn reactie wel zien.’ Onderweg vraagt Celine nog even hoe het ook alweer zat en ik vertel haar het verhaal dat een week geleden speelde.

Nieuwsgierig 
Ik wandelde naar Peter met in mijn hand een Hunkemöllertasje. Als je daarmee over straat loopt, voel je dat iedereen zich een beeld vormt van wat daar in zit. Eenmaal bij Peter kon ik wachten op een reactie.
    ‘Zo, wat voor spannends heb jij in dat tasje?’
    ‘Ja, dat is voor mij een weet, voor jou een vraag.’
    ‘Was het tijd voor een nieuwe bh?’
    ‘Nee, zeker niet.’
    ‘Oh, een slipje?’
    ‘Nope!’
    ‘Natuurlijk, het is een dildo!’
    ‘Wow, Peter, dat woord zou ik nooit over mijn lippen krijgen. Laat staan dat ik er een koop en jouw daarvan vertel.’
    ‘Wat kan het dan nog zijn?’
    ‘Gewoon nachtkleding.’
    ‘Is dat alles?’
    ‘Het is in ieder geval niets spannends, maar om het hier voor je neus omhoog te houden? Dat gaat me iets te ver. Iedereen kijkt mee, vind ik niet echt nodig.’ Hij knikte instemmend. Na nog wat gebabbel en geklets, vertrok ik naar huis.

Ondergoed
Nu loop ik nu met Celine naar Peter, met hetzelfde tasje in de hand. We hebben al zoveel lol, iets met voorpret en een berg verwachtingen. Tien minuten later lopen we de passage in en zien Peter met zijn beschermkap op hard werken.
    ‘Hey Peter!’ Hij kijkt op.
    ‘Hey Irene.’ Dan ziet hij Celine naast me staan. Hij begroet haar verrast. Logisch, want zo vaak kom ik niet meer met ons twee de zaak binnen. Wel vraagt hij regelmatig hoe het met haar is.
    ‘Weet je nog dat ik met dit tasje binnenwandelde en jij liep te dollen?’
    ‘Lopen wij niet altijd te dollen dan?’
    ‘Jaja, maar Peter, ik zei dat er nachtkleding in zat, maar het was iets voor Marcel, alleen past het hem niet. Toen we het zo bekeken dacht hij dat het jou wel zou passen.’
    ‘Oh,’ zegt hij en stapt achter de snijtafel vandaan.
    ‘Zet die stomme kap ook maar even af.’ Peter doet wat ik zeg en neemt het tasje aan. Natuurlijk kijkt hij behoedzaam in het tasje en ziet twee ogen naar hem op kijken. Na even opkijken naar ons, steekt hij zijn handen in het tasje, pakt eruit wat er in zit, vouwt het open en begint te lachen!
    Ach weet je wat? Kijk dit filmpje maar en zie wat hij kreeg. 



zaterdag 31 oktober 2020

Waterpark Lankheet

Even op adem komen, tot onszelf, weg van alle verplichtingen. Zo dacht Marcel een paar weken geleden toen hij opmerkte dat ik een beetje doordraaide. Hij kent mijn behoefte aan rust en ruimte tegen zijn wensen van alles-samen-doen in. Hij gunt mij die ruimte en tijd. Het valt van maandag tot vrijdag ongeveer tussen 07.30 en 17.00 uur, wanneer hij werkt en mij thuis achterlaat. Zo heeft hij geen last van mijn alleen-willen-zijnerig-heid en ben ik bij thuiskomst weer helemaal het, ofwel zijn vrouwtje.
    Tot corona de wereld en mijn kinderen stil zette en één van hen fulltime thuis zit en werkt aan zijn thuisstage en YouTubekanaal. De andere is zeker vijf dagen per week thuis, dus… zoek ik mijn plekje in een huis vol leven. Waar?
    Buiten! De tijd van alleen thuis zijn, blijkt echt voorbij te zijn.
    Heeft iemand een zakdoekje?

Vakantiehuisje
Terwijl ik mijn tranen droog, zoekt manlief een vakantiehuisje. Hij vraagt al snel:
    ‘Wil je liever naar Zuid Limburg of zee?’
    ‘Pfoe, zee vind ik wel leuk, maar de herfstkleuren snuiven in Zuid Limburg lijkt me fantastisch.’
    ‘Goed, we gaan naar Enter.’
    ‘Waar?’
    ‘Dat ligt bij Almelo.’
    ‘Oké, logisch na je eerste vraag. Als er maar wel een openhaard is.’
    ‘Meid, jij krijgt er een sauna bij.’
    ‘Jippie wanneer gaan we?’
    ‘Dit weekend!’ Zie me zitten in huisje 1 op Landal Landgoed De Elsgraven. Eens wat anders dan huisje 1420.

Zonnig
Ondertussen weten we dat de Elsgraven een riviertje is. Ik wandelde er al twee keer rondom. Gisteravond samen en vanochtend na het wakker worden alleen, koeien en schapen begroetend.
    Om vanmiddag in navolging van de blog van instagrammers Westphilwandelt naar Waterpark Lankheet en de Oostenpolder Watermolen te rijden. Hun blog toonde zulke mooie plaatjes, die wilde ik eigen-oogig zien. Het begon al goed met een volle parkeerplaats. Logisch, want voor de rest van het weekend klaagt iedereen hetzelfde liedje: regen, regen, regen. Met vandaag als beste dag, is iedereen buiten. Ik moet die weermuppets eens omkopen en vragen slecht weer te voorspellen op een prachtige dag. Lijkt me heerlijk dan ergens alleen te zijn.

Vliegenzwam
Afijn, we parkeren de auto vlakbij de Watermolen, waar de route iets vandaan ligt. Boeit het of we nou 9 of 12 kilometer lopen? Nope, het gaat om wandelen. Wel heel vervelend dat mijn rugpijn niet weggaat ondanks een flinke dosis pijnstillers. Ik spreek mezelf toe:
    'Niet zeuren, lopen.' Gelukkig incasseer ik al bij het beginpunt verrassing nummer 1. Eindelijk vond ik een wanneer-vind-ik-nou-eens-een-rood-met-witte-stippen-paddenstoel. Allerlei andere vind ik bij bosjes, nu eindelijk deze en in verschillende gedaantes ook nog.

Schoten
Ik blij! Voor even, want wat jij mist is dat al vanaf het begin van de wandeling er onafgebroken schoten klinken. Omdat we niet alleen zijn in het bos, ben ik niet zo bang, hoewel het soms wel dreigend dichtblij klinkt en ik toch vooral mijn afscheidsspeech voorbereidde. Die vindt je onderaan de blog. En weer klonken schoten:
    ‘Marcel? Ligt hier een militair oefenterrein?’
    ‘Geen idee.’
    ‘Hebben ze hier een vogelplaag?’
    ‘Zou het niet weten.’
    ‘Waarom denk jij eigenlijk dat ze hier schieten?’
    ‘Hoe moet ik dat weten?’
    ‘Omdat jij altijd alles beter weet. Waarom nu niet?’

Superwoman
Even verderop, de zon vol in ons gezicht, mijn jas open en mijn das af zien we een bankje in de zon onder een kalende boom. Echt een plek voor ons. Ik ga zitten waarbij ik een kreetje van pijn uitkraam.
    ‘Je moet even gaan hangen.’ Marcel hangt wel eens aan de stijlen in het trapgat, daarmee maakt hij (volgens eigen wijsheid, denk ik) ruimte tussen zijn wervels en heeft hij minder rugpijn, als hij het al heeft.
    ‘En waar denk jij dat ik wil hangen?’
    ‘Aan deze boom.’ Er hangt inderdaad een tak mooi over het bankje heen.
    ‘Til jij me dan even op, dan ga ik hangen.’ Op het moment dat hij me optilt en ik de tak beetpak voel ik een pijnscheut in mijn schouder. Ik brokkel af. 
    ‘Dit is geen goed plan, zet me maar neer.’ Meneer de sportbabe geeft niet op.
    ‘Je moet de Quad Superman doen.’ Hij wil maar dat ik ruimte creeer in mijn rug.
    ‘Jij ziet me al met mijn redelijke nieuwe broek op handen en voeten in de hei staan?’
    ‘Nee, op het bankje. Die is schoon.’ Hij legt alles opzij. Daar ga ik!
    ‘Quad Superwoman in opleiding,’ roep ik uit. Alles ten spijt. Het helpt geen moer.

Fazant
We lopen verder onder het blijvende geluid van schoten.
    ‘Even GoogleMaps checken op een militair oefenterrein.’ Waarbij Marcel duidelijk ergens anders is met zijn gedachten:
    ‘Aangezien het eten hier niet uit de lucht komt vallen: wat eten we vanavond?’
    ‘Tja, wat denk je van…’ Schot, pfiew, boem!
    ‘Valt daar nou zo een fazant voor onze voeten? Het eten valt hier wel uit de lucht.’
    ‘Wacht ik zoek zo even op hoe ik fazant lekker maak, eerst dat militaire oefenter… Oh het is een kleiduiven vereniging. Waar ligt die fazant?’ Marcel bukt en raapt iets op.
    ‘Oh wacht het is een schoteltje.’
    ‘Was een vliegend schoteltje!’

Nieuwsflits
    Ben ik zomaar op 841 woorden. Ik moet schrappen, maar heb juist nog meer te vertellen. Is dit einde blog?
    Ja, voor wie er genoeg van heeft.
    Nee, voor de diehards, de echte fans, de meegenieters. Kom, we wandelen verder. Het is niet ver meer.

Getetter

Ondertussen zijn we ver over de helft. Ik verheug me steeds meer op het steppingstonepad dat ergens in deze tocht verstopt zit. Zo ongeduldig als ik word, liggen ze daar ineens aan onze voeten. Zei ik al dat het druk was? Oh ja de P was vol. Nou, iedereen, vooral twee gezinnen, zijn hier waar wij zijn. Jammer, want soms kom ik op een magische plek waar ik heel graag even helemaal alleen ben. Dan wil ik ronddraaien, kijken en genieten van de verrassing en geen last hebben van tetterende kleine kinderen aan de ene kant en een gillend doerakkie aan de andere kant.
    Soms heb ik gewoon geen zin in kleine kindjes. Ik heb niet voor niets grote!

Turnarounder
We vervolgen ons pad en komen bij een brug met één zeer nadrukkelijke regel: Fietsers afstappen. Ik wandel relaxed over de brug en bekijk aan de overkant de reflecties in het water. Ik hou van reflecteren. Nee, niet op mezelf, dat brengt me nergens. Ik zie graag wat het water toont aan turnarouders, wat mijn insta- en facebookvolgers al weten.
    Precies op het moment dat ik een foto wil maken, racet een wielrenner zo snel de brug over dat mijn:
    ‘Afstappen!’ door niemand anders wordt gehoord dan Marcel en mij.
    ‘Jij zou natuurlijk afstappen,’ zegt mij lief zelfvoldaan. Hij kent mij.
    ‘Nee!’ Weg zelfvoldaanheid.
    ‘Dan zijn we nu gezakt als perfecte koppel.’
    ‘Hoe dat zo?’
    ‘Nou, in de Libelle…,’
    ‘Lees jij de Libelle?’
    ‘Ja, als ik een interessant artikel zie. Deze ging over de beste relaties.’
    ‘Gewonnen! Dat zijn wij natuurlijk.’
    ‘Ja, want blijkbaar zijn de mensen die veel knuffelen het meest gelukkig met elkaar.’
    ‘Kom hier, dat ik je knuffel!’
    ‘Nee, want ineens blijkt dat ik je niet genoeg ken. Ik zou toch durven wedden dat jij van je fiets afstapt bij zo’n bordje.’
    ‘Ach schatje, zo braaf was ik vroeger. Alleen met ander gespuis op de brug zou ik afstappen. Waarom anders?’ Mijn man kijkt sip.
    ‘Dus jij zit in het criminele circuit? Jij beland nog eens in de goot.’
    ‘Ja, schatje, elke nacht beland ik in de goot tussen jouw en mijn matras.’

Geweren
Om even verderop gewandeld, mannen te ontmoeten met geweren aan hun armen.
    ‘Goedemiddag!’, spreek ik ze vriendelijk aan. Eerder op onze wandeling werden we vriendelijk begroet door een heel stel jongeren. We waren daarvan onder de indruk, mooi niet dat aan de rand van de Randstad jongeren ons oudjes begroeten in het bos. Hier in Twente wel. Nu begroet ik deze mannen, wat ik nooit zou doen als Marcel er niet bij was. Wie weet is er een enge bij.
    ‘Goedemiddag,’ groeten ze terug.
    ‘Zijn jullie de mannen die al dat geschiet veroorzaakten?’
    ‘Nee, mevrouwtje, hoe komt u daar nu bij?’, zegt er een en drukt zijn geweer wat steviger in zijn elleboog. Ik geloof er niets van.
    ‘Oh, goed dan. Fijne dag verder.’ We lopen snel door en Marcel merkt op:
    ‘Geloof jij ze?’
    ‘Nee, natuurlijk niet. Ik ben wel blond, maar niet gek.’
    ‘Schatje, je wordt grijs.’
    ‘Ja boeie. Ik vind ze stom, ze konden op een foto in mijn blog. Maar ja, zij schoten niet.’
    Klinkt er ineens een schot achter ons!

Afsluiter
Het bleek de inleiding naar mijn laatste shot, want bijna aan het eind van de wandeling komen we bij een waterboog. Een kunstwerk, maar wat een cadeau. Moet je zien, hoe de zon van achter de wolken precies in die boog ons gedag zegt.
    Zeg ik het bij deze ook. Gedag!









zaterdag 24 oktober 2020

Regendans

De drempel is hoog. Toch weet ik dat ik straks thuis kom en zeg:
    ‘Dat was heerlijk. Ik voel me topf*!’ Daarom schop ik mijn sloffen van de voeten en wissel die in voor sokken. Vervolgens prop ik mijn voeten in mijn stappers, strik de veters, grijp mijn rode jas van de kapstok, steek mijn armen in de mouwen, sluit de knopen, pak daarna mijn regenjas en trek die over mijn winterjas aan. Ik verstop mijn krullenkop onder de capuchon, steek het stekkertje van mijn oortjes in mijn phone, zet het beste nummer van Beste Zangers 2020, Sanne's "Door de wind, door de regen" aan en laat de phone in de binnenzak van mijn regenjas glijden. Ik ben klaar en stap naar buiten. De regen in de straten door.

Eerder postte ik deze foto met tekst: 
Het is echt 
Het is waar 
Het is een feit 
Het is me wat 
Herfst 
Natter vind ik niet zo erg 
Kouder wel 
Blèh! 



Krabbel 
Waarop uiteraard reacties volgden. Eén vriendin zei:
    ‘Voor mij andersom. Nat haat ik, op kou kan ik me kleden. En vandaag en gister zon en weinig wind, heerlijk.’ Daar krijg ik geen regendruppel tussen, hoewel ik als ik het voor het zeggen krijg, temperaturen rond de 23 graden verkies met daarboven een blauwe lucht, veel ruimte voor de zon en een zacht briesje rondom ons. Regen valt ’s nachts en kou verdwijnt in de prullenbak.
    Geef me een pen! Waar mag ik die krabbel zetten?

Kou
Geen zorgen, net als andere feestjes, gaat ook dit feestje niet door. We hebben het weer en andere zaken totaal niet in onze macht. Corona heeft dat eens extra duidelijke gemaakt. Wie heeft die walgelijke grap aan zien komen?!
    Waar ik op terug kan komen is de reactie van die vriendin.
    ‘Op kou kan ik me kleden.’ Zij misschien wel, ik niet. Eenmaal koud, warm ik moeilijk op. Het is verschrikkelijk en ongezellig. Vraag me niet hoe ik dan toch geniet van een flinke regenbui, want dan ben ik niet alleen nat, maar ook koud.
    Klopt! Het enige dat je dan hoort is geklaag over de kou. Niet over de nat. Het nat gaat uit, in de wasmachine en droge kleren weer aan. Ik kan alleen niet zeggen dat ik het warm krijg. Ik krijg mezelf niet gekleed tegen kou. Wat misschien verklaard werd door een vrouw die ik interviewde. Kou schijnt een bijverschijnsel te zijn van fibromyalgie. Ben ik dan klaar mee. Geef me mijn deken en een kruik!

Krullenbol
Nog iets later schrijft dezelfde vriendin:
    ‘Ik dacht dat je niet van nat hield vanwege je krullenbol.’ Daar zit een flinke dosis waarheid in. Mensen mogen niet aan mijn haar komen en mijn haar mag niet buiten de deur nat worden. Ik schreef aan het begin al dat ik de krullen onder de capuchon verstopte. Daarmee is ook mijn gehoorapparaat gelukkig, want die heeft een nog grotere hekel aan regen dan die vriendin. Noem het maar een allergie.
    Natuurlijk kan ik een paraplu mee sjouwen, maar hé, mijn armen hebben een hekel aan dat vasthouden. Geloof me lieverdjes, ik heb serieus nagedacht over al deze zaken en heb voor mij goed geldende redenen om te wandelen in de regen. Het is heerlijk!

Zorgeloos
    Ondertussen was ik al aardig verzopen en belde een vriendin.
    ‘Waar ben jij?’
    ‘Buiten aan de wandel.’
    ‘En jij dan?’
    ‘Ik sta op de parkeerplaats bij de wink… Oh, Irene weet je wat ik zie?’
    ‘Een olifant die op een skateboard voorbij rijdt?’
    ‘Nee, ik zie een klein meisje dat aan komt hollen en in de plassen stampt. Echt zo schattig. Ze huppelt heen en weer, steeds weer door de plassen. Zo zorgeloos, zo lief. Echt je moet dit eens zien.’

Dansen
Ik had het graag gezien, maar dacht even na. Stampte ik als kleine meid in de regen? Voelde ik me zo vrij en blij? Ik voelde een rilling. Mijn herinneringen van mij als kind zijn van ver na mijn vijfde jaar. Alles daarvoor ben ik kwijt, tot mijn tiende zie ik flarden van herinneringen en over mijn tienerjaren weet ik weinig goeds te zeggen. Ik wil het niet over doen. Ik werd enigszins gepest, meer nog genegeerd. Waar meisjes me niet goed genoeg vonden, trok ik op met jongen die me wel accepteerden of met meisjes die net als ik afweken van de perfectienorm. Ik was in some way een eenzaam meiske, met vreselijke krullen. Nee, ik zie me niet dansen in de regen.

Stampen
Verander ik gewoon even het gesprek met mijn vriendin:
    ‘Irene, ik zie een meisje dat aan komt hollen en in de plassen stampt. Echt zo schattig...’
    ‘Kijk eens goed, heeft ze krullen en een rode jas aan?’
    ‘Ja!’
    ‘Kijk eens beter. It’s me. Het is heerlijk! Ik durf nu kind te zijn, een gelukkig kind.’
 

* topf (niet door mij bedacht) zou een blog op zich kunnen worden, maar het is een combi van top en tof. Het is net als knusje (wel door mij bedacht), een kusje en knuffeltje in één. 

zaterdag 17 oktober 2020

Gewoonte

Het is 22.45 uur:
    ‘Irene, zet de wekker maar op 07.15 uur.’
    ‘Huh? Niet zoals altijd 06.45 uur?’
    ‘Nee, ik had vandaag weinig werk.’
    ‘Wat heeft dat met morgen te maken? Straks staan ze morgen om 07.30 uur op de stoep.’
    ‘Dan hebben ze pech!’ Wauw, dat mag hij vaker zeggen. Niet dat van die pech, maar dat van de wekker en 07.15 uur. Ik draai me om en druk de tijd een half uur vooruit.
    ‘Dit voelt fantastisch! Kunnen we dit niet altijd doen?’
    ‘Nee!’, klonk Marcel streng. ‘We doen dit één keer, anders wen je er aan.’
    ‘Oh zeker, NOG ÉÉN KEER EN IK BEN GEWEND. Dan ziet die wekker nooit meer een cijfer met een zes er in.’ Ondertussen bedenk ik hoe ik dat voor elkaar krijg.

Wakker liggen

Kijk zelf eens naar 06.nog-wat-uur. Het klinkt, oogt en voelt als een vreselijk tijdstip om door de wekker ruw, luid en hard uit heerlijk dromenland te worden geramd. Hoor ik sommigen zeggen:
    ‘Maar juist dan droom ik niet prachtig en ben ik allang aan het werk.’
    Voel ik intense respect voor jou. Heb jij wel een leven? Ik gun je ochtendmenselijkheid, anders kan het niet bestaan. Ik droom graag verder.
    Dat heeft te maken met het verloop van mijn nacht. Ik lig nogal eens wakker. Dat is niet omdat ik dan een liedje zing, dansje oefen of een eitje bak. Nee, dat is omdat ik gewoon ergens wakker van word. Gelukkig slaap ik meestal weer snel in.

Weer zo’n week
De laatste week veranderde dat weer. Alleen al het inslapen was drama. Alsof dat al niet zwaar genoeg was, werd ik per nacht vier of vijf keer wakker en wel op tijdstippen die ik niet eens durf te noemen. Waarom ik wakker wordt? Geen idee.
    Dit weet ik wel: ik wil slapen!!! Het wakker liggen is weggegooide tijd, verspilling van rust en kost me het herstel van energie voor de nieuwe dag. Ik roep al haast: HELP!!!
    Dat voor één keer de wekker op 07.15 uur staat voelt daarom tof, kan ik eens even langer dromen. 

Gedraai
De wekker gezet, draai ik me om, blik op manlief gericht. Hij slaapt al. Ik sluit mijn ogen. Om me al snel op mijn rug te draaien. Hopend dat ik dan lekkerder lig. Na een paar minuten draai ik door en zoals je al verwacht nog even later lig ik op mijn buik. Armen onder het kussen en al die tijd mijn ogen dicht. Want, zo zegt Marcel altijd:
    ‘Je moet gewoon je ogen dicht doen.’
    ‘Ja, duh, die sluit ik, maar ik ben niet als jij.’
    ‘Hoezo als ik?’
    ‘Jij slaapt al voordat je hoofd het kussen raakt. Op het moment dat jij die ruikt, ben je bewusteloos. Daarmee valt je hoofd gewoon vanaf een paar centimeter PLOP op het kussen. Ik snap wel waarom jij een zacht kussen wilt.’
    ‘Wat heeft dat ermee te maken?’
    ‘Als je hoofd valt, wil je een zachte landing.’

Dansje
Niet getreurd, ergens in de nacht val ik heus wel in slaap tot ik wakker word en het gevoel heb dat ik al heel lang slaap. Zegt de wekker: 23.24 uur. Ik geef de moed niet op, draaikont weer van buik naar linkerzij en alle andere kanten. Nu ik dat zo schrijf, besef ik dat ik dus wel in bed dans. Ik moet er misschien een wals van maken en gaan tellen: één schaapje, twee schaapjes, drie schaapjes en ik draai weer door, vanaf het begin.

Half acht
Over begin gesproken. Na wat slaapschokken van manlief die ik via zijn hand tegen mijn romp voel, begint hij te snurken. Ik zeg niks, hij beweert nog altijd in alle hoogten, laagten en toonaarden dat hij niets hoort. Wat moet ik daarmee?
    Precies! Draaien op mijn rechterzij en mijn oor diep in het kussen drukken en slapen tot ik voor de vierde keer wakker word en de wekker 06.34 uur toont. Ik ga nog één keer slapen en beland eindelijk in heerlijk diep dromenland.
    Waar ik over droom? Dat manlief met pensioen is en de wekker altijd op 07.30 uur staat en geen seconde eerder. Luister zelf even hoe alle verschillende tijden klinken:
    06.45 uur - kwart voor zeven. Het klinkt lelijk en oogt onooglijker. De zes moet weg.
    07.15 uur - kwart over zeven, klinkt nog slecht door die zeven, maar oké, de zes is verdwenen. Het is ietsiepietsie beter!
    07.30 uur – luister nou zelf: half acht. Hoe heerlijk! Niet belachelijk vroeg en zeker niet te laat. Het klinkt hemels… en de wekker gaat:
    ‘PieperdepiepPieperdepiepPIEPERDEPIEP!’
    Bam! Uit!

Gewend
De dag begint, gaat z'n gang en ’s avonds vinden we ons bed. Ik wil de wekker weer op 06.45 uur zetten. Zegt manlief:
    ‘Laat maar op 07.15 uur staan.’
    ‘TOP!’
    Wat schreef ik aan het begin?