zaterdag 23 maart 2019

Uitgeschakeld


Waar ik écht moe van word? Van snoertjes en knopjes. Dat moet eens geswitcht worden.
   Laat snoeren en knoppen nou de grote liefde van mannen zijn. Blij dat ik er niet uit besta. Manlief zou met zekerheid de hele dag aan me zitten. Switchen, aansluiten, verkorten en verwisselen tot hij the best of me geplugd heeft. Gelukkig ben ik geen robot, maar blijf ik achter met mijn theorie over mannen, kabels en schakelaars.
   Nou niet zeggen dat ik lekker generaliserend doorkom. Het is gewoon zo, want ik ken nog één man die niet van knoppen en snoertjes af blijft.
   Erwin, jij ja, (kan ik je eindelijk weer taggen)! Jij staat zolang ik je ken achter de knoppen als geluidsman. Eerst bij onze 4ever gospelgroup en later bij het opwekkingsteam. Je bent een topper! Evengoed wanneer je samenwerkte met manlief, jullie deelden die liefde, speelden graag samen.

Geluidsman
Denk ik even ruim 26 jaar terug. Marcel ging op zijn knieën voor mij. Niet dat het nodig was, hij wist allang dat ik “ja” zou zeggen. Waar ik met mijn “ja” wist te trouwen met zes kisten vol snoeren en tig apparaten vol knopjes. Gelukkig sleepte hij die niet achter zich mee de trouwzaal in. De enige die iets sleepte op onze trouwdag was ik; mijn jurk had een klein sleepje.
   Eigenlijk had het me niks verbaasd als the groom op onze grote dag met een sprintje achter de knoppen zou duiken. Iets met geluid dat beter kon klinken. Gelukkig had hij zijn oren alleen op mij gericht en hoorde niets anders dan mijn hart dat klopte voor hem.
   Tot zover de romantiek, faster forward.

Stemmen
Bijna 26 huwelijksjaren later pakt Marcel zijn gitaar en ineens (nu pas) zie ik het overduidelijk. Natuurlijk heeft gitaarspelen zijn hart.
   Kijk even mee: manlief loopt de serre in en pakt zijn gitaar. Hij ploft op een loveseat en houdt de gitaar op schoot. Zijn linkerhand pakt de hals vast, terwijl zijn rechterarm over de kast gaat en legt de vingers van zijn hand op de snaren. Hij pingelt wat, waarop zijn linkerhand naar de knoppen gaan. Vergeet niet, naast zes snaren, heeft een gitaar zes…? Juist, zes stemschroeven.
   Hij draait eraan tot de gitaar weer klinkt als een Godin!

Snoeren
Eigenlijk zijn knoppen niet het ergst. Die zitten zelden in de weg, maar wel vast aan apparaten die weer op vaste plekken in huis staan, bijvoorbeeld een mengpaneel. Daarbij zijn veel knoppen te vinden op zolder. Lekker opgeborgen.
   Snoeren daar ben ik dus echt compleet en totaal klaar mee. Zo lang ik mijn wederhelft ken, liggen hier en overal snoeren in huis. Door hem ben ik in gaan zien hoe we omringd worden door snoeren. Onder zijn bureau is het een wirwar van stroomkabels en stekkers. Mij hoor je niet klagen. Dat is op zolder! De enige plek in ons huis waar ik geen wekelijkse opruimeis doe gelden.
   Sla ik de eerste verdieping bijna over. In onze slaapkamer liggen oplaadsnoeren van telefoons klaar om in te pluggen. Mijn föhn hangt netjes (vanwege de opgerolde snoer) aan de muur. Het mag, daar komen alleen mijn schat en ik. Verder heeft niemand daar iets te vinden.
   Maar de huiskamer! Daar lijk ik koord te moeten dansen. Er pieken snoeren onder de bank vandaan, in de hoek ligt een opgerolde verlengsnoer, die als ie strak opgerold wordt niet in beeld ligt, echter nu komt ie ontrold de kamer in. Als schreeuwt ie: ruim mij op!
   Het is een wirwar!

Verstrikt
Afgelopen vrijdag wilde ik de boel stofzuigen. Wat een schrik! Van onder de bank, onder de kast, onder de loveseat in de serre en vanuit de hoek in de kamer leken snoeren me tegemoet te komen als slangen. De ene snoer leek langdradiger dan de andere. Zelfs de stofzuiger raakte er in verstrikt.
    Werkten alle apparaten maar als een stofzuiger, bedacht ik. Met een druk op de knop slurpt het apparaat de hele snoer naar binnen. Stofzuigermakers snappen het: vrouwen haten snoeren! Weg ermee, uit het zicht!

Komt Marcel thuis en krijgt mij over zich heen.
   ‘Ruim éindelijk eens die rotsnoeren op.’
   ‘Welke snoeren?’ Ik grijp hem bij zijn mouw, zijn kraag is me te hoog. Ik snap heus wel dat hij met zijn 1,88 meter hoog niet alle snoeren op 0,0 meter ziet liggen.
   ‘Die snoeren daar en daar en daar en in de serre onder de bank. Vind jij het niet puithoperig?’
   ‘Nee, geen last van,’ klinkt ie ongeïnteresseerd.
   ‘Jij ook met je snoeren en knopjes.’
   ‘Pas op jij!’
   ‘Wat nou? Ik hou alleen van ontluikende boomknoppen.’
   ‘Ben je daar zeker van?’
   ‘Ja! Wat wil jij nou? Mij verslijten als knoppengek?’
   ‘Absoluut! Jij bent gek op de knoppen van jouw laptop?’
   Die zag ik niet aankomen, is maar zo mijn mond gesnoerd.

zaterdag 16 maart 2019

Burgemeester


   ‘Marcel, ik moet je nog iets vertellen.’ Blijkbaar hoort manlief in mijn intonatie dat mijn mededeling een van het ongewone is. Hij verslikt zich in zijn chips en zijn ogen bollen zo op dat zijn lenzen uit zijn ogen vallen. ‘Zal ik eerst lenzenvloeistof pakken?’
‘Nee! Ik versta je heus wel zonder die lenzen. Wat heb jij te vertellen?’
‘Ik heb gesolliciteerd.’
‘Oh, ga je los met je schrijfwaanzin? Waar? Bij het AD?
‘Nee, joh, daar voel ik me niet goed genoeg voor.’
‘Waarvoor dan wel? En waarom vertel jij me dat na je sollicitatie?’
   ‘Ach, je kent me. Ik ben van het impulsieve, zag de vacature en dacht: de krant nam me aan, laat ik het een stap hogerop wagen. Houten zoekt een burgemeester en hier ben ik!’
   ‘Wat? Sinds wanneer wil jij burgemeester worden?

Burgemeesteres
   ‘Dat zetten we direct even recht. Ik word burgemeesteres. Ik ben niet van het genderneutraal, ik ben vrouw!’ Ik steek een vuist in de lucht als om daar kracht bij te zetten. ‘Ik ben op en top vrouw, van borst tot bil, dat kan jij weten als de beste. In mijn ogen is een meester nooit een vrouw! Daarom ben ik het er anoniem, ik bedoel unaniem mee eens. Nee, dat bedoel ik ook niet, ik bedoel onpartijdig want ik moet neutraal zijn als burgermoeder. Neutraal, behalve in mijn gender en onpartijdig ben ik absoluut. Mijn landelijke stem klinkt anders, dan de plaatselijke en het kieskompas voor de komende provinciale verkiezingen geeft weer een andere uitslag. Ik word bijna bang van mijn ontrouw aan welke partij dan ook, maar kan het evengoed onpartijdigheid noemen en dat past me perfect. Snap je alles nog?’
   ‘Nee.’
   ‘Mooi, politiek is ingewikkeld. Ik bewijs terplekke een sterk staaltje moeilijkdoenerij. Waar is de hamer, dan kan ik het met een mep goedkeuren.’

Benaderbaar
Al snel boei ik mijn inwonende burger niet langer. Hij verdiept zich opnieuw in Flikken Maastricht. Tot hij plotseling op de pauzeknop drukt en vraagt:
   ‘Hoe zie jij het verder voor je?’
   ‘Wat?’
   ‘Het burgemeesterschap.
   ‘Zeg meneertje, als jij al zoveel moeite hebt met burgemeesteresschap, hoe moet ik dan de raad en het volk overtuigen? Burgemeesteres, ja?’
   ‘Ja en dan ben je ineens een u?’
   ‘Nooit! Ik ben een je-en-jij-meesteres. Ik sta dicht bij de burgers, benaderbaar, alsof ik ieders buurvrouw ben.’
   ‘Zoals je nu dichtbij de groenteman, de kipboer en alle mensen op straat staat?’
   ‘Vergeet jij nou onze echte buuf Esmée?’
   ‘Excuus meesteres!’
   ‘Bah, dat klinkt alsof ik handboeien en zweep achter de hand heb, wat een totaal verkeerd beeld geeft van mijn invulling van het burgermeesteresschap.’

Knuffelkamer
   ‘Vertel eens over dat beeld in jou koppie.’
   ‘Die is prachtig. Onder mijn leiding wordt Houten bekend als liefdevolste en gezelligste gemeente van Nederland. De gemeenteraadkamer fleurt op door slingers, bloemetjes en confetti. De sfeer moet altijd feestelijk voelen. Daarbij duld ik geen hard-tegen-hard situaties. Geen geschreeuw, gevloek, gescheld en gemopper. Ik sta voor een knuffelkamer.’
   ‘Hoe moet ik dat voor me zien?’
   ‘Ik ga voor een vriendelijkheidsplicht onder alle omstandigheden. Ik weet van een paar meningsverschillen in Houten. Bijvoorbeeld over hoogbouw of laagbouw. Daar staan ze dan tegenover elkaar: PvdA en SGP. De eerste wil de hoogte in, maar heeft het vast niet zo hoog in de bol. De ander wil alles laag houden, maar om ze nou laag bij de grond te noemen? Is niet vriendelijk toch? Met mij aan het roer, moeten die twee elkaar knuffelen zodra botsing dreigt. Sowieso wil ik dat mensen elkaar altijd vriendelijk of complimenteus aanspreken en opent iedereen met: knappe, stoere, lieve, vrolijke (of wat voor liefs ook)  voorzitter en doet zijn of haar verhaal. Wil iemand een andere fractievoorzitter of wethouder aanspreken, dan begint het altijd met een compliment. Zo zegt Gerard tegen Hilde: Wat zit je haar goed meid en steekt van wal over de windturbines, waarop zij reageert met: jouw stropdas mag er zijn vandaag en doet haar woordje. Waar die windturbines ook komen, in de knuffelkamer waait een gemoedelijke wind. En vergeet die hamer niet, hoe heet dat ding eigenlijk?’
‘Dat moet jij als burgemeesteres to be heel snel ontdekken.’
   ‘Inderdaad,’ ik google a la minute. ‘Ah, de voorzittershamer, dat wordt er één van het opblaasbare. Daar kan ik iemand die van de vriendelijkheidsregels afwijkt mee op de kop stuiteren. Moet jij eens zien hoe snel Houten bekend staat als voorbeeld gemeente van peace on earth.’

Komt onze dochter binnen en vraagt waar het gesprek over gaat. Marcel vat alles samen en eindigt met:
   ‘Zie hier onze nieuwe burgemeesteres!’
   ‘Ho stop! Pap, mam, begrijpen jullie er dan echt niets van? Ik als PABO student dien een motie in.’
   ‘Gaaf, mijn eerste motie, vertel!’
   ‘Het tegenovergesteld van meester is juf. Dan maakt jou als vrouwelijke burgemeester de burgerjuf! Cool!’



zaterdag 9 maart 2019

Grenzen


Valt er eens wat te vieren, bouw ik een one-woman-party. Geef maar toe, wel lezen, maar niet tellen hè? Gelukkig let tenminste één iemand op. Ik! Om te zien dat de teller geen mooi rond getal toont. 433 is niet rond, noem ik het dan vierkant?
   Wel ben ik trots. Het is namelijk 9 maart 2019 wat staat voor acht jaar blogs. Ik vier mijn bloggerjaardag.

Veranderende kilometers
Bij de start dacht ik niet aan een einddatum of hoe lang ik zou volhouden. Wel hoopte ik op een doorbraak, op iets anders dan alleen blogs schrijven. Wauw, wat is dat gelukt!
   Mijn liefde is uitgegroeid tot werk. Houtens Nieuws en vrijwilligersorganisaties houden me uit het bos. Werkelijk, door alle schrijfwerk wandel ik minder. Geen zorgen, nog elke dag raak ik de minimale 10.000 steps. Het verschil zit ‘m in alles daarboven.

Net als hardlopers aan hun sport ben ik verslaafd geraakt aan wandelen. Het liefst ga ik elke week een stukje verder. Het is door allerlei schrijfklussen echter omgekeerd gaan werken. De kilometers van buiten zijn kilometers op het toetsenbord geworden.
   Het schrijven gaat iets ten koste van het wandelen. Terwijl de benen echt in beweging willen en moeten blijven om verschillende redenen.

Krijg ik een mail van een nieuwe organisatie. Of ik hen wil versterken met mijn schrijfkunsten. Ik vrees met grote angst ‘nee’ te moeten zeggen. Hoe mooi het ook lijkt, want anders gaat het ten koste van mijn benen en de daarboven zittende bips.

De lijn
Ben ik toch zelf onder de indruk van hoe ik dat schrijf: de zittende bips. Tja, die zit veel meer, als zit daar ook mijn probleem. Het wordt daar achter namelijk opnieuw wat ronder. Niet alleen door zitten, geloof me. Het zit ‘m evengoed in chocolademelk en M&M’s. Daarom maakte ik afgelopen week bekend:
   ‘Chocolademelk en M&M’s komen er niet meer in.’
   ‘Wat dan nog wel?’, klinkt in driestemmig koor.
   ‘Lions!’
   ‘Wat is het verschil?’
   ‘M&M’s zijn verleidelijk door de mooie heldere kleuren. Lions daarentegen zijn saai, bruin en zo onregelmatig als wat. Ik hou van gladgestreken en netjes. Lions verleiden me niet. Die mogen blijven. Al het andere lekkers moet de deur uit.’
   ‘Ik word bijna bang,’ klinkt Marcel ineens onzeker en houdt zich stevig vast aan de bank.
   ‘Geen zorgen schatje, jij bent lekker, maar jij krijgt mij niet dik. Dat is je twee keer gelukt, daar ben ik nog vol van.’
   ‘Kwijl, heel romantisch pap en mam, maar chocolademelk kan ik niet aantrekkelijk noemen,’ verstoort Benjamin ons gesprek.
   ‘Ho! Chocolademelk mist inderdaad alle fleur en kleur. Het draagt wel onweerstaanbaar verleidelijke warmte in zich. Vooral in de winter, ook al was die niet streng. Daarbij, bedenk even je koude handen om een warme beker. Voel de damp opstijgen en een waas op je bril blazen. Na een slok glijdt de warmte in je buik. Warmte, dat is het. Het gaat bijna voorbij aan mijn love for colors. Maar oh, die calorieën.’
   ‘Dus drink je takkenthee, want dat ziet er heerlijk kleurrijk uit.’
   ‘Bij muntthee gaat het om de gezonde variant op vetmakende cappuccino’s en winterse chocolademelk. Balans, dat telt in het leven.’
   ‘Jaja, ooit goed gekeken naar de kleur van die thee? Het lijkt wel een beker…’
   ‘Zie ik er uit of ik dat wil horen?’
   ‘Nee.’
   ‘Hou dan nu je mond maar Benneman.’

Blijft stiekem de vraag: waarom ik M&M’s met moeite kan weerstaan en een Lion no temption at all is? Beide zijn chocolade, beide zijn zoet. Wie het snapt, mag het uitleggen.

Tot het antwoord let ik beter op de bips, want al zie ik ‘m niet, mijn spijkerbroeken spreken onhoorbare woorden. Zij zijn mijn weegschaal en vertellen me grenzen te stellen.

Grenzen
Wat me terug brengt bij de organisatie waar ik ‘nee’ tegen moet zeggen. Zo jammer. Ze past bij me als mijn lekker zittende spijkerbroek. Contacten die er waren voelen goed en veilig en een eerste ontmoeting door een interview raakte zelfs mij diep. Zeg dan maar ‘nee’.
   Of stel ik een antwoord uit. Neem bedenktijd om niet te snel op zaken vooruit te lopen. Soms komt een antwoord vanzelf. Wachten leidde vaker tot mooie uitkomsten.

Ondertussen maak ik boskilometers, blijf ik schrijven voor deze en gene en verlies me in blogs. Zelfs als ik door de vele teksten die ik schrijf mijn eigen verhaal soms niet zie. Het lukt me iedere keer weer met een simsalla-gewoon-doen een verhaal op mijn scherm te toveren.

Je las het net weer. Dank je daarvoor.
Ga je mee naar 9 maart 2020?


zondag 3 maart 2019

Vrouwendag


Hoe was jouw dag? Heb je van het weer genoten?
   Volgens mij was het beter dan voorspeld. Ik dacht dat regen deze dag zou vullen, maar ik zat vanmiddag op een muurtje, gebogen over zes pagina’s tekst, in de zon.
   Heerlijk hoor, even lucht en licht gepakt op deze spannende dag. Het kerkgebouw liet ik achter me liggen.

VROUWENDAG?
Voor de lezers die er niet bij waren:
   Vandaag, zaterdag 2 maart, organiseerde de kerk waar ik bij hoor een landelijke vrouwendag. Dat houdt in dat op vier locaties in Nederland vrouwen bij elkaar kwamen om te zingen, genieten, luisteren, lekker eten, creatief bezig te zijn en vooral bij te kletsen en lachen met elkaar. Allemaal heerlijke ingrediënten voor een onvergetelijke dag.

Naast mij, stapte Celine vanochtend de deur uit. Sinds zij meerderjarig is, gaat ze steevast mee. We zien het als een dagje voor ons twee. Lekker saampjes, de mannen achterlatend.

Oeps, niet dus. De deur wordt nog net open gehouden door manlief, want hij ging mee. Blijkbaar kent onze kerk niet voldoende muzikale vrouwen, terwijl er op iedere locatie een band nodig is. Dan ineens blijken mannen nodig. Aangezien de zanggroep op locatie Apeldoorn vaker gezongen heeft met mijn man als gitarist, werd hij er deze keer bij gevraagd.
   ‘Oké, je mag mee, maar alleen als je een jurk daagt,’ was dan wel de tegenprestatie.
   ‘Ja, maar…’
   ‘Ach laat ook maar, ik draag ook geen jurk,’ herstelde ik mijn uitspraak. Door mijn aandeel op deze dag, wist ik namelijk dat ik een wit shirt aan moest. Ik kon mijn favoriete jurk wel op een knaapje terughangen. Ik koos een rok.

STEUN
Al goed, alles bij elkaar kom ik zelfs op een vrouwendag niet van mijn man af, maar vind ik dat erg? Nee!
   Dat vertelde ik zelfs tijdens mijn programmaonderdeel. Het heeft er vooral mee te maken dat ik hem het meest aantrekkelijk vindt wanneer hij als gitarist zijn kunsten toont. Ik zwijmel altijd bij dat beeld.

Stiekem vond ik het vandaag extra fijn, dat hij er was. Want ik zei al: een onderdeel van deze dag was voor mij.
   Het zit zo: mij was gevraagd om een stuk tekst te schrijven voor een praatje van ongeveer vijftien minuten bij het thema Color Your World.
   Deze tekst zou door vier vrouwen, ieder op één van de locaties, voorgedragen worden. Dat ik het mocht schrijven vond ik een enorme eer. Mijn verhaal zou op vier plekken in Nederland worden verteld. Wauw!

TONEELSPEL
Het verhaal omlijstte verschillende attributen in verschillende kleuren die uit een koffer kwamen en die gekoppeld waren aan een Bijbelverhaal of Bijbelse betekenis. Het schrijven was geweldig, de ruwe versie goedgekeurd en kreeg de naam Kofferverhaal.
   Omdat het deels een toneelstukje inhield moest ik het voorspelen voor de sprekers, zodat zij wisten wat de bedoeling was. Alleen al het opnemen was een feestje op zich. We deden het in één keer en verstuurden het vergezeld door de tekst naar de vier dames.

Gekscherend had ik vóór het opnemen gezegd:
    ‘Als één van de sprekers uitvalt, durf ik te overwegen of ik die plek overneem.’ Of ik het al aanvoelde. Een spreekster viel af. Precies op locatie Apeldoorn waar ik als deelnemer aanwezig zou zijn.

Paniek! Wat had ik gezegd?
   Ik toonde mijn lief een stukje van het filmpje. Hij zei direct:
   ‘Als iemand het moet doen, dan toch jij! Het is jouw verhaal.’
   ‘Maar ik ben schrijver, geen toneelspeler!’
   ‘Irene, dit is jouw verhaal, jij moet dit doen.’

STUIKELEN
Dat is waarom ik zo blij was dat hij erbij was. Hij is een steun achter me. Zoals ook afgelopen week bleek. Ik had me ’s middags over de tekst gebogen, hopend op het plotselinge talent om teksten te kunnen onthouden.
   ‘Ik krijg die tekst nooit in mijn kop! Ik ben echt goed als schrijver, maar daar houdt het op,’ klonk ik al behoorlijk zenuwachtig.
  ‘Weet je wat er moet gebeuren?’
  ‘Nou?’
  ‘Jij zou ongelooflijk hard over je koffer moeten struikelen. Jij moet letterlijk binnen vallen.
  ‘Als in mijn been breken om er onderuit te komen?’
  ‘Nee natuurlijk niet!  Maar als jij op je snufferd gaat, moet je direct improviseren. Juist van daaruit zie ik zo voor me dat jij het hele verhaal zo goed oppakt en helemaal los gaat, want dieper kan je niet vallen, jezelf herpakken eens te meer.’
  ‘Serieus? Jij wil mij op mijn bek zien gaan?’
  ‘Ja, omdat je dan de boel moet redden! En dat kan jij!’
  ‘Wauw, jij ziet het voor je. Weet je wie ik graag op mijn bek zie gaan?’
  ‘Nou?’
  ‘Jou! Als in: midden op die vrouwendag, plat op mijn bek. Bam! Een zoen!’
  ‘Oh, lekker, wat zullen ze daar van zeggen?’
  ‘Daar komen we maar op één manier achter.’

En de dag eindigde met gejoel!


zondag 24 februari 2019

Uit huis


   ‘Wat? Ze gaan toch wel ooit het huis uit?’, is mijn geschrokken reactie op het nieuws dat jongelui later het huis uit gaan dan een paar jaar geleden. ‘Natuurlijk, juist wanneer ik me verheug op hun ik-ga-het-huis-uit-leeftijd, veranderen de statistieken.’

Tegen de tijd dat mijn kinderen de voorspelde leeftijd van 23,5 jaar hebben bereikt, hogen zij eigenlevendig die cijfers vast wéér op. Let op mijn woorden: Ze gaan nooit!
    Bed&breakfasthotel mama is te fijn om te gaan - gemakzucht dient het kind. Ik geef het mij te doen. Een snelle verandering van de thuissituatie schrijf ik maar op de douchewand. Voor het er goed en wel op staat is het weer weggespoeld.

Zakdoekje nodig
Nu lijkt het alsof ik mijn kinderen het huis uit wil hebben. Zo is het niet, tenminste niet nu al. Wel kijk ik uit naar meer two of us time. Meer ruimte voor manlief en mij.

Ik hoor mijn schoonma al:
   ‘Irene, wacht maar tot ze weg zijn, dan…’
   ‘Ja, ma, ik weet dat jouw zoon dan naast me staat met een pakje zakdoekjes.’ Eén pakje zal te weinig zijn, doe maar een pak van tien pakjes.

Dit is zo dubbel: me verheugen op het huis voor manlief et moi alleen, waar het vertrek van de kids me doet huiveren. Ik spreek mezelf toe:
   ‘Je hebt de kinderen te leen. Je wist dat ze eens zouden gaan.’ Met de nadruk op eens terwijl ik tegelijkertijd verlang om na een leven van moederen meer rust en ruimte te hebben.

Terugkijkend
Kleine kids van 0-4 vond ik echt geweldig. Ze waren er altijd, zoals ik er voor hen was. Wederkerigheid ten top.
   De basisschool volgde. Bij Celine vierde ik feest. Zij was enorm toe aan school, ik was moe van haar leergierige aanwezigheid. Benjamin was er minder aan toe. Hij was het huiskindje en gehecht aan zijn middagdutjes.
   Beide bracht ik tot en met groep acht naar school. Zij wilden het zo. Ik ging met liefde mee. Het hield mij in het gezonde ritme van vroeg opstaan, aankleden en wegwezen.
   Bij de middelbare school begon het loslaten en leerde ik de les dat niet ik hen loslaat, maar zij mij. Het kind uitzwaaien mocht nog wel, als ik de grens – onze eigen stoep – maar niet overschreed. Om te zien dat zij in zes en vier jaar tijd echt groot werden!
   Nu zitten ze op het HBO en MBO. Ik lijk er nog weinig toe te doen en verander van de held in de muts. Waarom blijven ze nog thuis wonen als zij toch alles beter weten?

Uithuizig
Omdat ze nog geen 23,5 jaar zijn!
   Die data zet ik even in mijn agenda: kind één verlaat het huis op 10 mei 2022 en de tweede op 18 december 2024. Daarmee bevestig ik dat zij hun beste tijd in huis hebben gehad, op naar uithuizigheid!

Tot het nieuws ingehaald werd. Het televisieprogramma MAG DAT propte alles in een andere koffer. Astrid Joosten legde uit dat kinderen vanaf hun achttiende zondermeer het huis uit mogen worden gezet, mits ik me houd aan mijn onderhoudsplicht (tot hun 21ste). Ik ga voor buitenshuis onderhouden; het Leger des Heils biedt toch ook onderdak? Nee, dat is absoluut niet oké, dat neem ik terug: kadredno koo hcot tdeib slieH sed regeL teH.

Zelfs mijn minderjarige kind mag ik het huis uit zetten, mits ik me aan strenge regels houd. Me aan regels houden? Daar heb ik geen zin in, ik zit mijn tijd wel uit. Even langer met het kind met meerderjarigheids waanzin lukt me heus nog wel. Echt, die gozer waant zich soms ouder dan zijn zus. Het zijn waandenkbeelden waar ik het mijne van denk.

Wifi
Tot ik afgelopen week totaal onverwachts de beste manier ontdekte om de kinderen het huis uit te hebben: wifiloosheid! Ja, dat weten we allemaal, wil jij je kinderen spreken, zet wifi uit.
   Of geniet ervan als Ziggo een dag lang storing heeft en je kinderen geen internet hebben zonder wifi. Het werd ineens een stuk rustiger om me heen.
   Celine leek nog niet van plan naar school te gaan, tot wifi uit viel. Weg was ze!
    Nummer twee lag tot midden op de ochtend in bed, maar eenmaal d’r uit, was hij even zo snel de deur uit om vervolgens de hele dag weg te blijven en te gaan logeren.

Had ik zomaar ineens het huis voor mij alleen. Jippie zou je denken, maar nee hoor. Ook ik had verschillende verplichtingen buitenshuis. Hoe doen die kids dat? Juist dan wegwezen wanneer ik zelf veel onderweg ben? Laat ze het eens plannen op mijn thuis-blijf-dag! Ik krijg zo langzamerhand het gevoel dat voor mijn rust er maar één ding op zit: ik moet het huis uit!





zondag 17 februari 2019

Ik stik!


Jas losknopen en van mijn schouders laten glijden, das afdoen en in de mouw proppen om de jas vervolgens netjes op te hangen, schoenen uit en opbergen in de schoenenkast, vest uit, jurk uit.
    Ho! Dat gaat twee stappen te ver, vest en jurk blijven aan. Wel klinkt:
    ‘Waar zijn mijn slofsokken?’ Ik duw de jassen wat opzij. ‘Ah daar, op de schoenenkast. Wat een slimme plek!’

Dit zo beschrijvend ben ik even blij dat ik geen man ben, vooral geen stropdas-dragende-man. Dat rijtje van daarboven, wordt dan een heel ander verhaal. Let op: jas losritsen en op de kapstok mikken, das af en ergens in de buurt van de jas gooien, schoenen uit schoppen en laten staan waar ze uitgetrokken zijn, stijve colbert uit en yes! Eindelijk, die stropdas mag af!
    Volgens mij is het heerlijk bevrijdend om die knoop van je nek te halen.

Dacht ik dat ik het als vrouw zwaar heb vanwege leggings, maillots of panty’s aan de benen, valt dat reuze mee als ik denk aan een stropdas om de nek. Kan je daarmee ademen? Voelt het niet alsof je de hele dag stikt?
    Vrouw zijn is zo slecht nog niet.

Tot ik in het bos wandel en moet.
    ‘Was ik maar man,’ verzucht ik, terwijl Marcel stilletjes glimlacht. Hij weet hoe laat het is.
    No way dat ik achter een struik of dikke boom duik en mijn broek open of mijn rok omhoog doe. Ik ben veel te bang dat ik in de bips gebeten wordt door een hazelworm, kikker of bilbijter. Dan train ik liever mijn blaas en riskeer daarbij nooit een boete. Niet dat ik ooit politie in het bos tegen kom. Je weet echter nooit wanneer het blauw achter een boom vandaan springt.
    ‘Kiekeboe!’

Eigenlijk wilde ik alleen zeggen:
    ‘Ik ben thuis. Voetjes languit op tafel (een kist benoemd tot bijzettafeltje) en er komt geen blog!’ Even geen puf na een intensieve vrijdagavond en zaterdag. Vier uur geleden dacht ik er echt te moe voor te zijn. Nu blijkt het een heerlijke ontspanning na een week van ups en een mega down.

Twee ups zijn gedeeld via Social Media. Eentje was die waarin ik een jonge vrouw die wat verdrietig leek wist op te fleuren met een sticker waarop stond: Plak deze sticker op iemand die leuke kleren draagt.
    Die droeg ze. Hoewel ons gesprekje daarna een paar seconde duurde wist ik dat iemand met een lach verder liep. Het was het gevolg van een schoolproject van onze zoon, waar het ging om contact maken met mensen om je heen. Door de mobiele telefoon connecten we minder. Een “goedemorgen” op straat wordt niet altijd meer verwacht. Op het Grafisch Lyceum Utrecht moesten de klassen Grafisch Vormgeving een SIRE-actie bedenken om mensen te helpen connecten. Een geweldig filmpje, walking dino en stickers waren ingrediënten die onze zoon en zijn gang ontwierpen. Ik kreeg bij de presentatie ervan eerder genoemde sticker op mijn jas geplakt. Een compliment is altijd leuk. Ik liet ‘m op mijn jas zitten, want wilde het doorgeven.
    Gelukt!

Mijn zoon merkte eerder deze week op dat connecten voor mij geen probleem is. Hij gaat niet meer mee boodschappen doen, want wat in een half uur kan, kost een uur door al mijn chit-chat. Ik ben langer weg dan nodig is door alle kwebbels. Het maakt shoppen gezellig. Ik kan het toch ook niet helpen dat ik midden in situaties beland?

Zo wandelde ik dinsdag nietsvermoedend langs een appartementencomplex. Plotseling ging een balkondeur open, stak iemand een stofdoek over de balustrade en klopte die uit. Niet boeiend hè, tot meneer mij aankeek en ik hem. Dat was zo’n moment van overwegen of ik iets zeg en het al doe voordat ik goed en wel nadacht:
    ‘Lekker bezig meneer?’
    ‘Jazeker mevrouw.’
    ‘Het ziet er eigenlijk wel leuk uit. U met uw stofdoek zwaaiend en ik hier onder het balkon.’
    ‘Inderdaad, ik voel me net de paus.’ Hij klopte zijn doek nog eens alsof hij zegen over mij uitstrooide en sloeg een kruisteken.
    ‘Laat ik dan vooral eerbiedig buigen,’ antwoorde ik en maakte een reverence. Zie je het voor je? Sta ik daar, midden op de stoep. Er naderde een auto van rechts, een fietser kwam van links voorbij. Ik ging licht door de knieën en neigde mijn hoofd. Als ik een lange jurk aan had, zou ik die ietsjes oplichten, anders hing die zo op de grond.

Oh, zo’n kostuumdrama jurk. Ik zwijmel even weg.
    Hoewel? Bij thuiskomst klinkt het eerste genoemde rijtje ineens zo: Jas losknopen en van mijn schouders laten glijden, das afdoen en in de mouw proppen om de jas vervolgens netjes op te hangen, schoenen uit en opbergen in de schoenenkast, vest uit, jurk uit.
    Zo, vrijheid blijheid. Ik stikte zowat!



zondag 10 februari 2019

Zomerdromen

In de winter denken aan de zomer vind ik niet moeilijk. Ik smacht naar warmte, zon en geopende serredeuren, dagenlang. Ik zie mezelf al in de tuin. Bikini aan, jurkje naast me op de grond, muziek in de oren en mijn EVAmagazine onder de neus. Een middag aan de Rietplas is gemakkelijk voor te stellen.
   Het bepalen van onze zomervakantiebestemming is me een voorstelling te moeilijk. Mezelf plaatsen op een strand aan de Middelandse zee of wandelend in een Frans kustdorpje is me twee grenzen en zo’n duizend kilometer te ver. Toch is het zaak serieus te bedenken waar we heen willen, want anders is er sowieso geen plek.

   ‘Wéér de Zuid Franse kust?’, klonk Benjamin weinig geïnteresseerd.
   ‘Je haalt de woorden uit mijn mond,’ viel ik hem bij.
   ‘Waar wil jij dan heen, mam?’
   ‘Ik wil een weekje mijn benen strekken en dat aanvullen met twee weekjes cultuur en strand.’ Benjamin keek me aan alsof de Middelandse Zee voor zijn ogen opdroogde.
   ‘Een week wandelen? Serieus? Alles best, maar dat nooit!’ Daar schoof hij mijn plan van Genève, Evian en de Mont Blanc uit mijn schoenen. Wandelen werd afgeschreven, want in huize Typisch Irene geldt dat wat we in de zomervakanties doen, bij iedereen in de smaak moet vallen. Drie voors en één tegen is één tegen teveel.

Niet dat het daarmee gemakkelijker werd te bepalen waar we onze tent willen keren.
   Wacht tent! Die staat als vouwwagen afgeschreven in de werkplaats, lek als een mandje. Zo bleek na de laatste nacht van onze vorige zomervakantie. Een periode van langdurige bloedhitte kwam ten einde tijdens ons laatste kampeernacht. Het regende flink tot zelfs in de tent.
   Wat volgde? Inpakken die natte zooi, naar de zaak rijden en de boel laten drogen om een dag later alles er uit te halen en de vouwwagen voorgoed dicht te slaan. Negentien jaar trouwe dienst kwam ten einde en zette alles op losse stokken. Keuzes moesten gemaakt worden, beginnend met de vraag:
   Blijven we kamperen?

Zo vroeg Marcel 27 jaar geleden hetzelfde. Kamperen was zijn leven; van scouting tot vakanties in Frankrijk – geen tent was hem vreemd. Voor mij was vakantie in het buitenland bijna onbekend, laat staan kamperen. Hij stond op het punt mijn wereld te vergroten.
   ‘Ga je mee kamperen?’
   ‘Ja, maar niet in zo’n klein prut tentje. Ik wil me in de tent aan- en uit kunnen kleden.’ Als zei ik: kamperen prima, maar me liggend, zittend of in het sanitair gebouw omkleden geeft mij geen vakantie-feeling.

Daarom kochten we de kleinst mogelijke bungalowtent. In de slaapcabine paste het luchtbed en de koffer. Alle andere (kook)spullen lagen in het voorste deel en buiten onder een luifeltje stonden ons tafeltje en kampeerstoelen. Met slecht weer was in het voorste gedeelte plek voor één kampeerstoel, de ander moest de slaapcabine in. Het was oké, voor twee jaar.
   Ik vond het niks aan dat we niet samen aan het tafeltje binnen konden zitten tijdens een regenachtige dag. Een grotere tent bood meer ruimte om samen binnen te zitten, een spelletje te spelen of lekker zitten lezen. Lekker hoor, meer ruimte.

Vier jaar later, Celine woelde in mijn buik, wat maakte dat ik het tijd vond om de eisen bij te stellen.
   ‘Je ouders hebben het steeds over hun Camplet, is dat iets voor ons?’
   ‘Waarom zou dat beter zijn?’
   ‘Dan staan we waterpas, weg met het luchtbed – hallo matras, lekker boven de grond op niveau wakker worden, opstaan en een ommetje kunnen lopen in de voortent en dat met een kind in de armen. Dat lijkt me heerlijk!’
   Een jaar later stonden we in onze nieuwe vouwwagen, negentien jaar geleden.

Nu is ie op en volgde de vraag:
   ‘Willen we in de herhaling?’
   ‘Als in negentien jaar kamperen? Nee!’
   ‘Oh,’ klonk Marcel geschrokken.
   ‘Vijf jaar vind ik te overzien, maar verder durf ik niet te kijken.’
   ‘Oh,’ klonk Marcel nu opgelucht.

Daarom bezochten we een week of drie gelden een Vouwwagenzaak en kregen het een en ander te kiezen. We wisten dat de leefruimte gelijk mag blijven, maar een betere keuken trok aan; kassa! Hoorden we van een beter systeem onder het matras; kassa! Jaja, net als bij auto’s is elk extraatje belachelijk duur. Leuke bijkomstigheid is dat Isabella Camplet veranderde. Veel luxe waar we twintig jaar geleden de monnies niet voor (over) hadden, is nu standaard equipment in de vouwwagen. De tent zal definitely opgeruimder blijven en dat zonder bijbetaling. Kassa, mijn kant op.

Ik verheug me op nieuwe buitenvakanties, met dit verschil: negentien jaar geleden gingen we op de bonnefooi. Niks reserveren, we namen het zoals het was. Dat was tof, nu moeten we met dikke truien aan bedenken waar we ’s zomers heen willen. Heeft manlief één eis:
   ‘Ik wil wel zongarantie!’
   ‘Schatje, die heb jij altijd! Tenslotte ga ik mee!’