zondag 19 mei 2019

Gewichtig


   ‘Zeg, wat zit er een zand aan jouw ballen." Ik laat ze van schrik los. Dat is niet geheel zonder risico, want als er één op mijn tenen valt, eindigt het in een retourtje eerste hulp. Een groter probleem is mijn man. Hij kijkt me teleurgesteld van onder zijn oversized wenkbrauwen aan.
   ‘Dus je stoft ze niet af?’
   ‘Nope, je doet het maar lekker zelf.’
   ‘Je bent niet meer de huisvrouw die ik trouwde.’
   ‘Inderdaad, ik ben een buitenshuis werkende vrouw en je weet de impact op het huishouden: mannen moeten helpen. Dus, pak die doek en stof die ballen. Schiet op, ik krijg het koud en wil mijn handen wassen. Kijk hoe stoffig en zwart die zijn.’
   ‘Dan poets ik ze zelf maar.’ Marcel pakt de doek uit mijn fietstas.

Verliezer
Best zielig, want manlief had zijn avond sowieso niet. Sinds Pasen kan hij niet winnen van mij. De leerling is de leraar voorbij en dat zonder koffie. Zo speelden we gisteravond weer eens en fietste een kennis voorbij:
   ‘Je wint toch wel hè?’ Leuke hoor, fans.
   ‘Ik win altijd!’ Waarna ik me een bal in de rondte schaam en manlief aankijk: ‘Dat klonk behoorlijk arrogant. Zo ben ik niet.'
   Niet getreurd, een van de mooiste eigenschappen van mijn tegenspeler is dat hij tegen zijn verlies kan. Ik ken mensen waar dat anders is en de lol in Jeu de boules bij mij snel voorbij is. Weg met dat negatieve gewicht in het spel.

Gewicht
Daarover gesproken, boules ballen zijn zwaar! Het precieze gewicht rol ik later op het scherm.* Niet ik, maar Marcel sleept ze steeds mee richting Het Kant (kom hem eens aanmoedigen). Dat gesleep van die zes ballen moet gemakkelijker kunnen. Marcel verkiest ze in mijn fietstassen te doen en fietsend die kant op te gaan, maar ik verkies natuurlijk wandelen. Echt verrassend hè?

Al goed, die ballen willen we dichter bij de boules baan opslaan. Bijvoorbeeld in een kluis op het station. Geen idee of die daar zijn. Maar zeker is dat ik er geen cent voor richting de NS laat rollen.
   ‘Marcel jij sport om de hoek bij Anytime Fitness. Kunnen ze daar niet één kluisje 24/7 missen?’
   ‘Eén kluisje? Dus niet, we hebben er zes nodig, want die kluisjes zijn net groot genoeg voor de waardevolle spullen en meer niet.’
   ‘Dan moeten we een geheim luikje maken in de grond van de boules baan.’
   ‘Geheim? Kijk eens om je heen. We worden hier omringd door twee hoog gebouwde gebouwen. Hoeveel mensen volgen ons spel op de bal en wie weet hoeveel er aan mijn kant staan?’
   ‘Kom dan zwaaien we gelijk maar even naar ze.’
   ‘En de ballen?’
   ‘Zoals gebruikelijk ben jij gewend die naar huis te slepen.’
   ‘Verlies ik al steeds, moet ik dit gewicht ook slepen.’

Feliciteerles
Tja, dat verliezen. Daar kan hij mee leven, maar mij steeds de hand schudden en feliciteren?
   ‘Gefelici…,’ mompelt hij.
   ‘Nu dat ik je versta.’
   ‘Gefeliciteerd,’ klinkt harder, maar hij kijkt me niet aan.
   ‘Nu kijk je me erbij aan!’
   ‘Gefeliciteerd!’, klinkt zuchtend.
   ‘En nu alsof je het meent.’
   ‘Gefeliciteerd schat.’
   ‘Was dat zo moeilijk?’

Dubbel spel
Afgelopen vrijdag speelden we voor het eerst sinds de zomervakantie met vier: Marcel, Celine, Matthias (een vriend van Celine) en ik. Het maakte het spel spannender, want er kunnen maar zo zes ballen meer de weg naar de buut versperren. Drie kan nog wel, maar zes? Zo was het Matthias die door had dat als hij een meter naar links stapte hij wel een route kon vinden om voorbij zes ballen te komen. Hij zet die stap, maar hoorde onverwacht:
   ‘Boe,’ geroep.
   ‘Je moet daar blijven staan!’ Ik wijs op de cirkel in de grond.
   ‘Word ik gewoon in een hokje gestopt?’
   ‘Een hokje? Je staat in een rondje. Wees blij, nu kan je de hoek niet in.’

De verrassing van de avond was Celine. Over een ongelooflijke comeback gesproken. Zij stond bekend als slechtste speler, maar gooide de ene na de andere rake bal. Of ze schoot mij weg of ze rolde haar bal dichter bij de buut dan die van Marcel. Waar wij regelmatig speelden en zij nooit, schiet ze ons van de baan en definitely zonder koffie – lust ze niet. Volgens mij oefent zij in haar dromen.

Revanche
Ineens herinner ik me de woorden van eerder die avond: Ik win altijd!
   ‘Marcel, met deze score van 6-10 moeten we echt gaan knallen. Kom op!’ Als kreeg hij een bal in zijn kruis, schoot Marcel op. We wonnen de volgende ronde met één puntje. Met een heleboel eentjes win je uiteindelijk evengoed. Het volgende rondje won de tegenpartij, wat ons een extra impuls gaf. We knalden nog twee rondes en wonnen!
   ‘We rock, nee roll!’ Heerlijk om eindelijk eens samen te winnen.






* als één bal 724 gram is, dan wegen 6 ballen? Ja, hé, schrijven is mijn ding, niet rekenen. Reken het lekker zelf uit!

zondag 12 mei 2019

Zeem en spons


In elke hand hangt een zware bigshopper. Ik laat mijn auto achter me en loop door de brandgang recht op ons huis aan. Omdat mijn boodschappenlijst een groot aantal zware en grote artikelen toonde, wist ik dat de fietstassen XL niet toereikend zouden zijn. Die bigshoppers passen er in ieder geval niet in.
    Niet dat ik in de kofferbak van mijn auto zoveel meer bigshoppers kan proppen; twee dus. Eigenlijk past een koffer niet eens achterin. Weg met de benaming kofferbak, ik zeg boodschappenbak. Waarmee je eigenlijk mijn hele auto inclusief hebt benoemd. Mijn rood monstertje is, sinds autorijden mijn hobby niet meer is, niet meer dan een boodschappenkar. Ik kan er iets meer in meenemen dan in een kruiwagen, alleen hoef ik ‘m niet zelf te duwen. Stel dat men een elektrische kruiwagen bedenkt, dan kan het best zo eindigen dat ik met alle plezier voor gek ga lopen achter die kruiwagen en de KIA verkoop aan Celine. Zij blij, ik blij.

Haast?
Maar even hè, autorijden is mijn hobby niet meer en juist vandaag las ik over behoorlijk wat uitgeschreven boetes op de A2. Pak ze, die snelheidsidioten! Is de snelheidslimiet 80 km/u, rijdt iedereen 100; mogen we 100, rijdt iedereen 120; mogen we 130, rijden we 140. Wanneer is het genoeg? Waarom moet het altijd sneller? Vroeger reden we met paard en wagen. Lekker mindful, alle hobbels in de weg voelen, nu razen we als gekken aan alles voorbij, zelfs aan alle mooi. Zo jammer. Haast is stom!

Generaliserend
Ik weet dat ik de boel weer generaliseer. Dat is mijn specialiteit, ik ben zelfs nog lang niet klaar. Ik hou me wel aan de maximumsnelheid, maar voel me dan zo’n suffe muts. Men rijdt bijna tot op mijn bumper om me met knipperlichten te dwingen sneller te rijden. Ze zouden me bijna betoeteren, maar gelukkig blijven de handen weg van de claxon. Hoe kan het dat ik me schaam om het respecteren van de snelheidsregels?
    Besef ik ineens: zoals het in het verkeer is, zo leven we. Regels? Waar zij die voor?
    Laat maar, tot zover mijn irritatie over het tuig op de weg. Spreek ik mezelf toe: ‘let op je taalgebruik,’ en zoek een synoniem. Goed, schorriemorrie dat zijn ze!

Vogelflats
Verlaten we de actualiteit, terug naar mijn realiteit. Die waar ik de regels nog weet te handhaven. Ik loop op huis aan met mijn boodschappen en zie één van de kinderen aan tafel bezig zijn. Ik denk: please, please, please, kijk op! Hij kijkt niet op en zal de deur niet voor me openen. Daarom kan ik niet zonder moeite met alle gewichtigheid doorlopen, zo de keuken in.
    Bereik ik de gesloten deur, zie ik een flinke vogelsflats op de pas gezeemde ramen. Lekker dan! Dat wordt opnieuw zemen na vrijwilligerwerk.

Kom ik later opnieuw richting huis aan en merk een verandering op. Even denken: denk, denk, denk. Ik weet het, de vogelpoep is weg. Echt tof, één van mijn kinderen heeft het licht gezien! Het voelt bijna als moederdag.

Uitgelachen 
’s Avonds aan tafel klinkt mijn vraag:
    ‘Wie heeft de ramen zo mooi gezeemd?’
    ‘Ik!’, roept Celine, ‘krijg ik nu €10,-?’, en lacht zo hard dat ik bijna met een zeem haar tranen moet drogen.
    ‘Wat is hier zo lachwekkend?’
    ‘Je had papa’s gezicht moeten zien toen jij vroeg wie de ramen heeft gezeemd. Zijn wenkbrauwen stegen tot boven zijn haargrens en zijn ogen plopten zowat op zijn vork.’
    ‘Mam, het is gemakkelijker om in de oerknal te geloven dan te geloven dat één van ons je ramen heeft gezeemd. Ik weet niet eens hoe het moet,’ klinkt Benjamin.
    ‘Wie heeft het dan wel gedaan?’
    ‘De glazenwasser misschien?’
    ‘Hij zeemt alleen boven. Daar betaal ik hem voor.’
    ‘Irene, weet je zeker dat jij het niet zelf hebt gedaan? Laatst zag ik daar vogelpoep zitten en toen heb jij gezeemd.’
    ‘Klopt! Blijkbaar wil een pestvogel me stangen en flatste opnieuw zijn behoefte tegen mijn raam. Alsof ik niets beters te doen heb dan poetsen.’
    ‘Weet je het zeker?’
    ‘Zeg! Je mag echt denken dat ik last heb van ontoerekeningsvatbaarheid, maar dement ben ik zeker niet. En ondanks dyscalculie kan ik echt tellen dat dit de tweede vogelflats is die mijn raam ontsierde. Iemand heeft het weggehaald en ik was het niet! Wie dus wel?’
    ‘Dan zal het de buurvrouw wel zijn. Het kan toch dat zij bij het zemen dacht: ik haal die troep bij Irene gelijk maar even weg.’
    ‘Dat moet dan wel.’ Ik pak mijn phone om de buuf te interviewen.

Ontgoogeld
Ben ik bijna uitgetypt, gaat de deurbel! Ik loop naar de voordeur.
    Het is Stefan de glazenwasser. Dus toch. Ik wilde zo graag geloven dat één van mijn kinderen… laat ook maar. Het voelt of een kletsnatte spons boven mijn hoofd wordt uitgewrongen.

zondag 5 mei 2019

Wandelmaatje


Bij het voelen van de trilling aan zijn pols trek ik direct mijn arm uit die van hem.
    ‘Gaat dit de hele dag zo?’
    ‘Ja.’
    ‘Daar wordt je toch niet goed van? En dat bij elke mailtje, belletje, appje en…’
    ‘Toevallig zegt mijn horloge dat ik heel goed bezig ben.’
    ‘Serieus? Jij hebt toch niet nodig dat je horloge dat zegt? Ik zeg het zo vaak! Eigenlijk ben jij helemaal niet goed bezig, je bent ge-wel-dig bezig op je werk en als paps.’
    ‘En als echtgenoot?’
    ‘Dat kan natuurlijk altijd beter. Maar vraag het je smartwatch, zij weet het vast beter. Wat weet ze eigenlijk nog meer van jou? Is het eigenlijk een hij of zij?’
    ‘Wie?’
    ‘Dat ding om je pols, wat voor stem komt er uit?’
    ‘Als jij belt is het een vrouwenstem, als Hans belt een mannenstem.’
    ‘Suffie! Jij krijgt te horen dat je goed bezig bent. Wat voor stem zegt dat? Oh wacht, het is natuurlijk onzijdig. Heeft geen mannelijke noch vrouwelijke uiterlijke kenmerken. Het is een het!’ Zonder dat manlief verder iets zegt klets ik verder, wandelen we verder.

Slapende gesprekspartner
Dat heb ik wel vaker. Gesprekken met Marcel, waarin hij eigenlijk niets zegt en ik werkelijk tot waanzinnige inzichten kom. Zo wil ik nog wel eens voor het slapen gaan de dag bespreken, evalueren of herbeleven. Van zijn kant van het bed duurt het gesprek nooit zo lang en volgt vrij snel het moment dat zijn reactie helemaal achterwege blijft. Gelukkig ken ik hem zo goed, dat ik weet wat hij zou zeggen en antwoord dan met een zwaardere stem (alsof hij het is) mijn eigen antwoord. Soms reageert meneer nog net met:
    ‘Ik hoor het al. Je hebt mij niet meer nodig. Klets gezellig verder dan ga ik vast slapen.’ Drie tellen later is ie vertrokken en praat ik nog wat verder in zijn geest. Daarbij kom ik tot inzichten waar ik nooit voor heb gestudeerd.

Spierpijn
Als om me weer terug te halen bij onze wandeling voel ik opnieuw gebuzzz aan meneers pols.
    ‘Waar bemoeit ze zich nu weer mee?’
    ‘Ze zegt: goed tempo, hou dit vol.’
    ‘Goed tempo? Echt niet, ik loop mijn benen onder mijn lijf vandaan om jou bij te houden.’
    ‘Zo snel loop ik toch niet?’
    ‘Snel gaan we zeker niet, maar om in jouw ritme te lopen, moet ik enorme stappen zetten. Doe ik dat niet, dan lopen we zo uit de maat en voelt het niet fijn om aan je arm te lopen. Daarom probeer ik jouw maat voetstappen te zetten, maar het enige wat ik krijg is spierpijn op plekken waarvan ik niet wist dat ik daar spierpijn kan hebben.’
    ‘Waar dan?’
    You want details? Hier!’ Ik wijs naar de binnenkant van mijn bovenbenen. Alleen na een ochtend fitness kon ik die spieren vroeger wel eens voelen. Voor de rest is het nutteloze informatie.

Ongelijkheid
Voor de derde keer trilt Marcels pols. Ik laat hem definitief los.
    ‘Wil ik het weten?’
    ‘Het zegt dat mijn stappen vrij klein zijn en dat het vast en zeker komt omdat jij meeloopt.’
    ‘Wauw, dat ding weet gewoon dat ik bij je ben? Dit wordt wel heel eng.’
    ‘Geen zorgen, zij weet werkelijk alles van mij. Mijn afspraken, mijn berichten en…’
    ‘Jouw stappen! Vertel eens, hoe ver ben je?’
    ‘Ik zit op 7286.’
    ‘Ik tel 9373. Ik haal ruim 10.000 voordat we thuis zijn. Jij moet dan nog maar even een extra rondje lopen hè?’

Daarmee ontdek ik één voordeel van klein zijn. Met mijn korte beentjes zet ik natuurlijk kleinere en dus meer stappen dan manlief tijdens dezelfde wandeling.
    ‘Dus volgens jou moet ik nog een stuk verder wandelen?’
    ‘Of kleinere stappen nemen.’ Wat hij direct doet. ‘Volgens mij ziet het er niet uit, jij met je kleinere stappen.’
    ‘Dat boeit mij natuurlijk helemaal niet.’

Verdwaald
Mij boeit het zeker wel. Het ziet er grappig uit om meneer zulke kleine stappen te zien zetten en de teller sneller op te zien lopen. Ik let totaal niet meer op de route tot we onszelf op een onbekend plek terug vinden. Zo kan het lopen.
    Marcel hoef ik niet te raadplegen. Zijn richtingsgevoel is slecht. Ik vertrouw mij beter. Ik bedoel maar; hij navigeert dagelijks van zijn werk naar huis.
    ‘Jij weet toch wel waar we zijn?’
    ‘Nee, schatje, ik heb geen idee. Maar jouw geweldige steun en toeverlaat kan ons vast en zeker naar huis navigeren.’ Ik steek mijn handen in mijn zak, krijg het een beetje koud. ‘Zo kan ik mijn handen warm houden terwijl jij bij elke tril even snel kan kijken waar we heen moeten.’
    ‘Oh ja, natuurlijk!’, trots schuift hij zijn horloge van onder zijn jas. ‘Uhm...’
    ‘Wat voor praatjes heeft het ding nu weer?’



zondag 28 april 2019

Wekelijkse sufferdjes


Heel vreemd die jkfhddd aan het eind, I know. Ik  bedacht het niet, had er zelfs geen invloed op. Klik er vooral wel even op en zie waar je uitkomt.
    Tada!!! Een verstopte pagina achter mijn blogs. Werk waar ik eigenlijk enorm trots op ben.

Zie je de rij links? Ze verwijzen naar artikelen in de krant. Het zijn, heel egoïstisch, alleen artikelen waar mijn naam onder staat, soms er boven, soms ernaast. Ze komen hoe dan ook van mijn hand.
    De meeste zijn voor Houtens Nieuws geschreven en anderen voor vrijwilligersorganisatie Van Houten & Co waarvoor ik (vrijwillig) lid ben van het media team. Die artikelen verschijnen in het Trefpunt. Het andere wekelijkse sufferdje van Houten. Sufferds of niet, ik ben zo enorm trots ervoor te mogen schrijven of er in te verschijnen. Dat mag toch?

Eigenlijk wil ik, die van veel woorden houd, gewoon zeggen: dit is dé plek waar je alles vindt dat ik buiten mijn blog om schrijf en wat online te vinden is! Werk waar ik reuze trots op ben. Wat mij betreft kijk je hier elke week voor de nieuwste en laatste artikelen, want ik sta zo goed als elke week met een item in de krant. Maar helemaal garanderen kan ik dat niet. Het gebeurt wel eens dat de redacteur niets voor me heeft of ik heb geen ruimte voor een interview.

MAAR, heel groot MAAR! Ik zet wel veel opzij voor dat geweldig leuke gesprek, een mooie ontmoeting, want ik ontmoet zoveel mooie, inspirerende, leuke, verrassende en een enkele keer mensen waar de klink niet bij is. Het schrijven naar aanleiding van die ontmoetingen, een artikel er van maken maakt het extra leuk.

Ik heb gewoon mijn werkplek gevonden. Zo heerlijk!

EN! Elke twee weken staat er sowieso een Kettingbericht in de krant, want op 1 april kreeg ik de vraag of ik wilde nadenken over een vaste rubriek. Ja, natuurlijk wilde ik dat, maar niet op 1 april. Wat een grap! Nog geen half jaar freelance in dienst, krijg ik precies op 1 april dat verzoek. Ik ben goed gelovig, maar op 1 april erg op mijn hoede.
    Zo klonk mijn antwoord: of dit is een leuk verjaardagscadeau, of dit is een enorme grap.
    Als antwoord kreeg ik: wel gefeliciteerd. Het is geen grap, maar ik stuur je morgen dit verzoek nog wel een keer. Het was niet nodig, ik zei ja!

Inmiddels staat het eerste deel in de krant. Het vervolg interview ligt achter me, het artikel is klaar, de geïnterviewde prachtig vereeuwigd en ik ben een leuke ontmoeting rijker. Nu nog anderhalve week wachten tot het in de krant staat.

Anyway, voor wie het leuk vind op de hoogte te blijven van alles naast mijn blog?
Kijk minimaal elke twee weken op deze plek: https://www.typisch-irene.nl/p/jkfhddd.html
Of ga naar www.typisch-irene.nl en zie op je phone HOMEPAGE staan? Klik daarop:


Klik dan op VOOR KRANT EN ANDEREN:




En zie daar alle links van online berichten die ook in de krant op woensdag verschijnen: leuk hè!?






zaterdag 27 april 2019

Allergie


Afgelopen week zag ik weer iemand met opgetrokken sokken! Angstzweet brak uit. Een band trok zich strak om mijn borst. Het blauw stond op mijn gezicht. Mijn adem was in nood. Denk je dat iemand me redde?
    Nope! Ik besloot de andere kant op te kijken, want zelfbeademing bestaat nog niet. Daar zag ik het rechts van me. Een lekker stuk! Echt een enorm lekker stuk kaas! Maaslander jong belegen. Met een diepe zucht kwam mijn ademhaling in rustigere stromen.

Op het matje bij Celine
De paniek voorbij maakte ik een foto en deelde die op Instagram met de boodschap dat dit echt niet kan. Viel zowaar mijn dochter over me heen.
    ‘Mama, dat kan je toch niet doen! Dat zijn vreemde voeten.’
    ‘Als in voeten van een vreemde? Inderdaad, ik vroeg de drager van die voeten niet om zijn naam, dan zou ik hem namelijk kennen. Ik checkte zijn hoofd, maar vond zijn voeten foto-geschikter. Dan nog wat, deze foto is 24 uur zichtbaar voor een door mij geselecteerd clubje. Van die selectie kijkt slechts een kwart naar mijn verhaal, hoe boeiend is het dan? Trouwens, voor hen is nu één ding duidelijk. Als zij mij uit hun buurt willen houden, moeten zij hun sokken hoog optrekken onder de korte broek of rok. Het kan maar duidelijk zijn.’
    ‘Wat als jij voor gek loopt naast papa?’
    ‘Ik? Voor gek lopen? Dat deed ik alleen vroeger op de school. Nu niet meer. Vraag papa maar.’
    ‘Mam, vorige week liep jij voor gek met je wandelschoenen onder je jurk en wie liep naast je?’
    ‘Papa, hij vond mij niet voor gek lopen. Prima toch?!’
    ‘Maar als hij zijn sokken nou omhoog doet en zo naast je loopt?’
    ‘Dan ga ik van hem af.’
    ‘Wat?’
    ‘Dat weet hij. Het is namelijk één van onze huwelijkse voorwaarden. Hij draagt zijn sokken laag of niet, anders ben ik weg.’
    ‘Jij hebt echt aan alles gedacht hè, voordat je trouwde.’
    ‘Natuurlijk! Ik was er één waarvan SIRE zei: een slimme meid is op haar huwelijk voorbereid.’
    ‘Mam, op haar toekomst voorbereid. Niet huwelijk.’
    ‘In mijn geval wel huwelijk! Wat denk jij nou?’
    ‘Papa vond het vóór jullie trouwen oké om naast jou te wandelen in je jurk en wandelschoenen?’
    ‘Halloho, die laatste had ik toen nog niet. Die kwamen later en huwelijkse voorwaarden kunnen later niet meer gewijzigd worden, dan is alles beklonken.’
    ‘Mam, je bent een wijs mens.’

Ter verantwoording bij zoonlief
De volgende ochtend trof ik Benjamin aan de ontbijttafel.
    ‘Mama, opgetrokken sokken zijn mode. Het is nog beter als de broek daar nog boven zit. Echt, dan valt iedereen voor je.’
    ‘Liegbeest, niet iedereen! Ik niet en zie ik er uit alsof de mode me boeit?’
    ‘Je ziet er nu in ieder geval niet uit.’
    ‘Duh, dit is mijn pyjama. Laat duidelijk zijn, de mode heeft mij nooit geboeid. Ik lag er niet voor niets uit op de basis-  een middelbare school. Ik liep er liever bij als Pippi Langkous dan dat ik anderen mij liet dwingen tot het dragen van wat zij mooi vinden. Sterker nog, van wat zij denken dat ik mooie moet vinden en wat gewoonweg niet lekker zit. Weg ermee. Ik kies mijn eigen mode.’
    Niet veel later liep Benjamin van tafel met een blik van: jij bent niet meer te helpen.

Ander onbegrip
Als echo van Benjamin reageerde Danique in een privé bericht dat het een trend is. Waarop zij de zo-hoort-het-volgens-Irene les kreeg. Ze is gelukkig een snelle leerling en weet nu dat ze alleen dan warm welkom wordt geheten in huize Typisch Irene als ze haar sokken omlaag gepropt heeft.

Waarna Senna me onverwacht liet zweten. Zij droeg foto’s aan van mijn grote held Pippi Langkous en wees me op haar sokken. Ze schreef erbij: jouw held draagt de sokken hoog, heel hoog. Drie plaatjes volgden, mijn sneaker sokken schoten van schrik uit.
    Pippi draagt haar sokken tot boven haar knieën. Dat gaat ver voorbij de kuit. Ik keek er naar en schreef: dat is gaaf! Daarbij zijn het geen sokken, maar kousen. Die tot over de knieën is super leuk, stiekem best sexy en vooral lekker warm.
    Pippi zal Pippi niet zijn als ze het niet nog anders doet. Ze draagt twee kleuren kousen! Dat is het allerleukste! Ik zei toch al, ze is mijn held! Compleet voor gek lopen, trots op wie ze is en de sterkste van de wereld!

Onuitlegbaar
Waarom ik niet kan kijken naar opgetrokken sokken blijft zelfs voor mij een raadsel. Het is net als iemand die het uitgilt bij een nagel die krast over een schoolbord. Waag het niet dit aanstelleritis te noemen! Deze afwijkingen hebben vast en zeker een naam. Maar dat opgetrokken sokken nou net mode is? Daar snap ik gewoonweg geen kous van.


zaterdag 20 april 2019

Droombaan


Hoe vreemd klinkt dit:
    ‘Marcel, ik kwam vandaag een collega tegen.’
    De laatste keer dat ik iemand een collega noemde is zo’n eenentwintig jaar geleden. Toen werkte ik.
    Heeft Marcel ineens reden mij in de hoek te zetten. Hij zal zeggen:
    ‘Jij bleef werken, de plek veranderde.’

Binnenshuis
Als iemand mij na mijn ontslag bij Thuiszorg Stad Utrecht op waarde schatte was hij het. Zeg maar gerust hoog. Dat is nooit veranderd. Tot op het uur van nu is hij blij met mij in zijn leven. Wat natuurlijk logisch is, want met mij kreeg hij handen en voeten voor het werk dat hij het meest haat: het huishouden.
    Ik haat het niet, maar zeg daarmee niet dat ik het jippiejajee-leuk vind. Ik vond het prima te doen naast mijn buitenshuise parttime baan als gezinsverzorgende en coördinerend uitvoerende. Tot we zwanger werden en besloten om geld in te leveren zodat ik 100% mama kon zijn.

Ik besefte toen niet dat mensen me zouden zien als voltijds huisvrouw. De belediging! Ik ben fulltime mum - de kinderen zijn hoofdzaak, the housekeeping bijzaak. En Marcel? Even denken… Doe-het-zelfzaak? Doodsoorzaak? Nee natuurlijk niet. Hij is mijn hoofdoorzaak! Hij was tenslotte nodig voor ons ouderschap.

Pijnlijk
Gek hoe dit alles bovenkomt omdat iemand pas nog zei:
    ‘Oh, moet er schoongemaakt worden? Vraag Irene, zij weet daar alles van.’ Ik weet zeker dat het niet verkeerd bedoeld is. Ik help graag met opruimen en zo. Alleen heb ik jarenlang opgebokst tegen mensen die op me neerkeken en zulke uitspraken meenden. Ik koos voor stay at home momness.
     Vergeet trouwens niet dat we ons allemaal bezig houden met the housekeeping. Zelfs met een betaalde kracht, blijft er voldoende over. Kijk jij op jezelf neer als je huishoudelijk werk hebt gedaan? Of voel je (stiekem) de voldoening als de was weer netjes in de kast ligt en de kamer weer even een toonzaal is? Met de nadruk op even.

Droombaan
Ga ik opnieuw bijna voorbij aan het feit dat ik mijn droom leef. Ooit was die droom verpleegkundige, maar één droom ging verder, hoger en was groter: thuis-blijf-moederschap. Opvoeder te zijn, als in fulltime, 100% en er overal bij. Ik hoorde Celine’s eerste woord:
    ‘Mamamamamamamamam.’ Over op-waarde-schatten gesproken. Benjamins eerste woordje was:
    ‘Ballll.’ Hij hield de l lang vast. Ik was getuige van hun eerst stapje, zag het eerste tandje, hoorde het eerste plasje op de pot. Ik was de pleister, de zoen, de zalf, de verschoner, de schouder, het klimrek, de duwer, vanger en tiller, het dansje, het liedje, het snoepje, de vitamientjes, de nachtzoen, de taxi en het lunchpakketje. Ik was er als eerste bij. Qua opvoeden heb ik mijn best gedaan, soms zelf gevallen, maar altijd opgestaan. Nog steeds coach en bovenal trots dat ik er altijd was.

Afschudden
Daarmee is het tijd de frustratie van mensen die op me neerkijken als huisvrouw af te schudden. Ik ben werkelijk te oud om me zorgen te maken over wat men van me denkt. Of valt het samen met het feit dat ik geen thuis-blijf-moeder meer ben, maar freelance schrijver? Ik ben zo vaak van huis dat ik zelf moet wennen aan dit nieuwe leven. Het is echt, of men mij nu serieus neemt of niet. Ik neem mij in elke geval serieus!
    Net zoals de collega die ik ontmoette bij de Appie. Zij herkende mij van een freelanceborrel en werd tegelijk met mij freelance auteur voor Houtens Nieuws. We kletsten over onze ervaringen, welke opdrachten we doen en hoe we onszelf voorstellen bij een interview. Zij noemt zichzelf journalist, waar ik mezelf voorstel als schrijver. Ik ben tenslotte geen opgeleid journalist.

Journalist
Eenmaal thuis vroeg ik me hardop af wanneer je journalist bent, waarop manlief antwoordde:
    ‘Google, weet vast en zeker het antwoord!’ Terwijl ik me boog over het avondeten, stelde meneer Google op de proef en ontdekte dit bij https://www.iusmentis.com/meningsuiting/nieuws-journalistiek/wanneer-burgerjournalist/: Je bent journalist als je informatie, meningen of ideeën aan het publiek bekend maakt. Dit is ook van toepassing als je niet voor een massamedium zoals kranten, televisie of radio werkt. Ook als burger met een persoonlijke website kun je dus journalist zijn.
    ‘Dan ben ik al acht jaar journalist, want ik blog mijn mening en ideeën en geef informatie al jaren weg.’ Ik steek er mijn tong bij uit, want mezelf horen zeggen: ik ben journalist, gaat me te ver. Het voelt oneerlijk voor de opgeleide journalist, die de diepte, wijdte en kracht leerde van goed journalistiek.

Mooiste titel
Of vind ik het stiekem niet meer zo belangrijk om mijn waarde te vinden in het werk en gaat het me om plezier in mijn werk. Te zien dat ik van hobby werk maakte en dat terwijl ik nog altijd mijn droombaan leef: ik ben moeder!




zondag 14 april 2019

Schrikwekkend


Als moeder doe ik het nóóit goed!

    Het eten is te heet, te lauw, te flauw of niet lekker. Ik koop de verkeerde shampoo voor Celine, Benjamins gel is op, ik heb de waarheid over Sinterklaas een beetje verdraaid en het ergste is dat Marcel teveel aan mijn billen zit. Wacht, dat doe ik niet, dat doet hij en Celine vindt het teveel! Zó vermoeiend!

Waar ik het meest van schrik, als het gaat om feedback van de kinderen tegenover mij als mum, is dat ik te hard klop. Dit gaat niet over het kloppen van matten of slagroom. Aan mij klopt verder ook best veel, maar ik klop verkeerd. Dat krijg ik tijdens het eten op mijn bord.

Stoorzender
    ‘Mama, jij klopt altijd met zo’n harde BAMBAM en staat gelijk binnen. Van schrik springt de Brushpen uit mijn hand met een mislukte streep tot gevolg. Dat doe je net zo tijdens het studeren.’
    ’Ik weet dat ik je soms enorm laat schrikken, terwijl jij gebogen zit over schoolboeken of handlettering. Soms wil ik iets vragen of leg ik je schone was op bed. Een andere keer sleep ik de stofzuiger door het hele huis en neem daarmee gelijk even jouw kamer mee in het weg slurpen van stof. Ik weet dat ik stoor, maar wanneer moet het dan? Je bent vaak thuis wanneer ik around ben. Ga dan weg wanneer ik thuis ben of kom thuis wanneer ik vertrek. Het is een kwestie van plannen!’
    Nu lijkt het alsof ik haar altijd stoor, maar zal ik een blogje opendoen over hoe vaak zij mij stoort? Ze is net zo erg als Marcel, alleen, of zeg ik, gelukkig op ander gebied.

Terug naar Celine’s opmerking:
    ‘Je laat me zo enorm schrikken, mama!’ Er valt een stilte, waarna Benjamin op z’n Benjamins reageert:
    ‘Heftig!’ Een typische reactie à la man. Kort, als in weinig woorden. Ik zie het bij meer mannen; in één, twee of hooguit drie woorden iets zeggen. Daar tegenover staat moi als madam-gebruik-vooral-veel-woorden voor wat in minder tekst te zeggen is. Ik hou niet van kort van stof. Dat is andersMANs kunstje. Applaus! Klaar?

Nee, niet klaar! Ik ken één man die meer letters vuilmaakt in privéberichten aan mij dan ik aan hem. Dat is mijn zwager, een zeer betrokken familielid. Hij reageert links en rechts op verschillende serieuze en grappige zaken. Echter daar waar het forten, geweren en ander militair-materieel involves, is hij er als een kogel bij om mij het een en ander in meerdere woorden en volzinnen uit te leggen. Super leuk, keep going! Terwijl mijn antwoord akelig goed klinkt in de stijl der mannen: interessant of wist ik! Verder ben ik vóór klessebessen en lijnen warm houden. Ik ga voor contact!

Schrikreactie
Leuk, die warme lijntjes, maar ze helpen me niet als het gaat om mijn harde kloppen en Celine’s schrikreactie.
    ‘Ik kan binnenkomen zonder kloppen!’, zeg ik tegen Celine.
    ‘Of je klopt of niet, ik schrik sowieso van jou.’ Dat is typisch Benjamin.
    ‘Mam, je moet gewoon rustig kloppen. Gewoon klop-klop, even wachten en dan…’
    ‘Ik klop rustig!’
    ‘Laten we papa evalueren,’ zegt Benjamin, ‘van hem schrik ik nou altijd.’
‘Marcel is inderdaad schrikken!’
    ‘Eigenlijk is het niets aan om iemand bij ons thuis te laten schrikken. Niemand schrikt zoals normaal is. Papa schrikt of reageert gewoonweg niet, hij weet waarschijnlijk niet eens wat schrikken is. Mama raakt gelijk gehandicapt en Celine gaat direct huilen. Wat zijn dat voor reacties! Het is gewoon triest.’ Best veel woorden voor Benjamin! Gelukkig lacht Celine het hardst, waar Benjamin gelijk heeft over mij. Als ik schrik en ik ben miss-schrik-van-alles, verschiet ik me een duizeling, echt twisted!

Voorbeeldfiguur
    ‘Wat betreft papa, zeg je wel wat, Benjamin. Hij schrikt dan wel nergens van, maar zelf is hij een geest op sokken. Van hem schrik ik altijd, want ik hoor hem nooit. Wat een sluiper! Sta ik in de keuken jullie hapje eten te heet te bakken, staat die man ineens achter me. Wacht! Ik weet de oplossing voor zijne luchtigheid: we doen hem een bel om de nek!’
    ‘Noem hem gerust een sluiper, hij klopt tenminste schattig en zachtjes op de deur en wacht voordat hij binnenkomt,’ reageert Celine. Nog even en ik word met manlief naar boven gestuurd om te leren hoe hij klopt, de klopspecialist.
    ‘Ik weet niet wat papa doet en wat mijn aankondigende klop helemaal fout maakt, ik ben zekerste weten geen zotte debiel die als een lompe os op je deur staat te rammen. Echt, that’s not me-like. Weet je wat? Ik vraag roetveegpiet wel even om op je deur te kloppen, dan weet je in één klop dat ik het heel niet verkeerd doe.
    ‘Ma-ham, die zit toch in Spanje?’