zondag 31 mei 2020

Ingezonden brief


Oké lieve Irene,

Nu is het tijd om in te grijpen. Ik schreeuw: INTERVENTIE! en neem je 500ste blog over.
    Het is mijn nieuwe koosnaam die me de ogen opende. Radijsje? Serieus? Dat ging een blog te ver. Honderden blogs geleden kon ik al je dollen wel hebben en iets later ook nog, maar die 499ste blog van vorige week? Dat je mijn knappe kop deelde op het walgelijk wispelturige web. Is dat jouw straf voor mijn slapen tijdens onze wandeling van vorige week? Hoe kan slapen verkeerd zijn? Jij wilt rust, daar had je rust! Daarmee bevestig ik dubbelop: ik deed echt werkelijk niets verkeerd.

Verorberen
Alhoewel ? Rust? Jij knaagde je behoorlijk te buiten aan de radijsjes in plaats van je te buiten te gaan aan mij en liet vervolgens niet één van die rode bollen voor mij over. Jij egoïstische radijsverorberaar!
    Ik hoop dat jij je straf hebt gevoeld in je blaas. Blijkbaar werken radijsjes vocht afdrijvend. Moet ik hier uitweiden over een wildplasser? Hoor ik jou al roepen:
    ‘Dat doe ik niet.” Klopt, tot die ene keer dan hè? Die weet ik als de dag van vorige week. Geen zorgen, ik ben niet als jij. Ik zet jou niet voor gek.

Koud
Blijven we even bij het slapen hangen. Want slapen is voor jou synoniem aan snurken. Jij denkt ik snurk? Oh girl… Mijn zware ademen waar jij je voor af kan sluiten door je enige goed werkende oor in het kussen te drukken, is een trucje dat ik niet in kan zetten wanneer jij met je opgezette allergieslijmviezen alle Buitenplaatsen van Natuurmonumenten van bomen ontdoet.
    Als jij eens wakker wordt en mij niet naast je vindt, hoef je niet bij de bank te komen staan en vragen of je bij mij mag liggen. Alleen ik kan overal slapen, jij niet. Dat is mijn kunstje, daar blijf jij af!
    Ik weet dat jij werkelijk stik jaloers bent op dat kunstje en omdat ik heerlijk snel en ongestoord slaap. Hoewel minder ongestoord sinds jij met je nachtelijke hitteaanvallen het dekbed met volle vaart niet alleen van jezelf maar ook van mij af smijt.
    Koud! Hou mij vooral buiten jouw afkoeling. Betrek mij sowieso niet in jouw oorlog met je hormonen. Ja, het is allemaal emotioneel, ik zie het. Je vliegt er nogal eens bij op. Ik voel heus wel met je mee als je door hitte overmand de serre deur open smijt.
    Opnieuw koud! Zo langzamerhand vraag ik me af voor wie jouw megamorfose erger is. Hoor je mij piepen?

Blondering
Dit gaat lekker, nog even dit:
    Heb jij geteld hoe vaak je mij pestte om mijn schijnbare kaalheid? Kijk eens beter? Er zit daarboven wat minder haar, maar het is niet minder dan een jaar geleden. Kijken we even bij jou, dan rijst de vraag: Wanneer ben je nou eens eerlijk en vermeld je dat jouw shampoo een grijsbevorderaar lijkt? Oeioeioei, gelukkig kun jij niet op jou neer kijken. Geloof me, hoe blond de zon je haar ook maakt, ze kunnen niet langer de grijze kronkels verhullen. Maar sluit gerust je ogen.

Buienradar
Dat probeer ik ook als het gaat om jouw stappendoel. Ik laat me steeds overhalen mee te lopen als jij nog niet op de 10.000 stappen zit. Zelfs als we naar buiten kijkend zien dat het spettert, stap ik zonder klagen in de schoenen. Ik doe het voor jou, want je wilt werken aan je bips.
    ‘Dat doe ik voor jou hoor, schatje!’, zeg jij dan overtreffend. Alsof ik daar de hele dag aan zit. Hallo, ik werk fulltime! Hoe kan ik dan… laat maar.
    Als ik buienradar bij een langere wandeling check, begin je te mekkeren:
    ‘Die app vertrouw ik niet.’ Tot die zegt dat het droog blijft. Dan geloof je er ineens in en ben je vol vertrouwen. Tot het tijdens de wandeling toch even anders loopt. Vorige week nog. Er vielen wat spetters en madam begint te pruttelen! Reageert het op mij af alsof ik buienradar in levende lijve ben. Wat onlief!
    Daarbij komt direct nog een frustratie boven: hoe ik mijn best ook doe: 99 van de 100 keer kom ik niet in de buurt van jouw stappendoel. Jij bent altijd de BOMB en speelt mij er ook bijna altijd uit met Jeu de Boules, dat bewees je gisteren opnieuw. Ballenspel!

Teller
Wat? Tel ik bijna 800 woorden. Dat gaat snel. Kijk! Zelfs daarin steun ik je en hou me aan die maffe regel en denk: bloggen is gelukkig jouw hobby. Gelukkig maar want je ziet wat nodig is om mij zover te krijgen, 499 blogs en een dosis frustraties. Ze beschrijven lucht trouwens wel op, maar of er nog iemand is die van je houdt na deze ontboezemingen?
    Oh ja, ik! *bloost als een radijsje*

Always will,
Marcel

zondag 24 mei 2020

Koosnaampje


Ik weet niet hoe jij het ziet, maar het had allemaal erger gekund. De coronacrisis is heftig, maar stel dat er kou, regen en sneeuw bij komt? Dan gaat het pas echt over binnen zitten. Daarom zie ik vooral één zegening in deze vreselijke tijd, nee twee. Want met het mooie weer (1) kunnen we eropuit (2) en je kent ons, dat doen manlief en ik het liefst. Tegenwoordig blijven we vaak dichterbij huis, zoals gevraagd wordt door onze burgervader Gilbert, maar soms…
    Zoeken we het iets verder weg om een langere wandeling op de teller te zetten. Zeker met een hele Hemelvaartsdag op de agenda. Iets met tijd zat en toch in ons voorhoofd (waarom kan het daar niet zitten? Daar zit in de frontale nog-wat-kwab tenslotte; onze plangerichtheid) het idee dat drukte of een gesloten slagboom ons tot omkeren dwingt. Afwachtend wat ons te wachten staat rijden we weg voor een wandeling van veertien kilometer.

Siertuin
Stap even mee in mijn tijdmachine naar najaar 2018. Toen bewandelden wij in een paar weken tijd drie prachtige ‘s-Gravelandse buitenplaatsen van Natuurmonumenten. De eerste was Gooilust met de ommuurde siertuin. Tel mee: bloemen + vlinders + Irene. Dan ben ik in staat om, fladderend achter een vlinder, tijd en plaats totaal te vergeten. Ik besluit hier en nu een keer toe te geven aan dat gevoel. Wie weet waar ik terecht kom?
    Tot ik een mooie bloem zie. Daar stop ik direct voor, want die moet vereeuwigd.
    Vergat je net als ik dat ik de siertuin noemde? Ja? Dan ben jij al net zo’n fladderaar als ik. Kom, ik fluit ons terug naar 2018 waar ik een vrijwilliger sprak en een folder in handen kreeg. Die las ik en voordat we thuis waren, noemden we onszelf lid van Natuurmonumenten. Het is onze dank voor zoveel mooie routes die wij wandelen of met de kano varen.

Dolgelukkig
Zitten we nu in een heel ander seizoen, met andere geuren en kleuren. Ondertussen aangekomen in ’s-Graveland steekt de slagboom hoog de lucht in en veel lege parkeerplekken liggen voor het kiezen. We kunnen los! Nu word ik echt enthousiast, want de Bomenroute's-Gravelandse Buitenplaatsen ligt voor ons op deze prachtige zomerse dag.
    Ik spring verrukt de auto uit. Mijn jurk zwiert boven mijn wandelschoenen vrolijk mee. Het blijft onaanzienlijk, maar zolang manlief niet anderhalve meter voor of achter me loopt, maak ik me geen zorgen. Kijk! Hij pakt me alweer bij mijn… Oh nee, hij pakt de rugzak.
    De inhoud daarvan is evengoed om dolgelukkig van te worden: salades, sapjes, drop en radijsjes stemmen me lustig.
    De auto wordt op slot gebliept, we gaan. De parken en bossen in; de sloten, plassen, grachten en meertjes om. Van parkgebied lopen we bossen in, wandelen we rondom landhuizen, muren en hekwerken, allerlei dieren staan in weilanden rondom ons en in de lucht klinkt een kakafonie van gefluit.

Pauzeplek
Iets over de helft, precies tussen twee landgoederen in, spelen dorst, trek en warmteslapte op en juist daar vinden we geen perfect bankje met een nog perfecter uitzicht. We liepen er al die tijd zoveel voorbij. Uiteindelijk ploffen we op een rustige plek naast de muur van de moestuinen van Jagtlust op ons picknickkleed. Daar tovert Marcel de salades en sapjes tevoorschijn en smikkelen we heerlijk. Niet veel later gaat hij erbij liggen en zoekt al leunend op zijn ene elleboog met zijn andere hand nog iets te smikkelen.
    Tada! Radijsjes! Hij opent het emmertje, pakt drie van die rode bollen om vervolgens plat te gaan, sluit zijn ogen en slaapt. Het wonder van de man, hoe doet ie dat toch? Terwijl ik hem bewonder, beweegt mijn hand zich naar de radijsjes en open ik mijn boek.

Chips
Bij voorbijlopende wandelaars kijk ik even op en beantwoord hun begroetingen terwijl mijn hand opnieuw de radijsjes vindt en lees verder. Op een ander moment stoort het geluid van een naderende trekker me. Opnieuw stel ik wat radijsjes veilig in mijn mond en lees verder. Tot Marcel wakker word, om zich heen kijkt en zijn hand in de radijsemmer steekt.
    Oeps, die is leeg.
    Kijk, radijs is voor mij wat chips voor hem is, maar zonder vet en zout. Het knabbelt lekker weg en is niet slecht voor mijn bips. Grote radijzen worden eerst door mijn tanden ontdaan van hun rode huidje voordat ik het overgebleven wit opknaag. Het is weer zo’n gekte van me en werkt vertragend in het leegeten van die emmer. Kun je nagaan hoe lang Marcel sliep!
    Zijn beteuterde face vind ik eigenlijk niet zo erg. Hij eet volgens mij nooit meer dan drie radijsjes. Hij doet gewoon graag zielig, met zijn radijsoogjes.
    Eigenlijk klinkt radijsje vooral enorm schattig. Heb ik maar zo ineens een fantastisch koosnaampje voor hem: radijsje.




zaterdag 16 mei 2020

Ming & Ming



Heel lokaal: Houten
22 april 2020
Beste mevrouw Ming & Ming,

We willen u laten weten dat we u missen, gewoon verschrikkelijk missen. Mist u ons ook? Als de coronacrisis ons niet in de weg had gelegen, waren we allang weer langs geweest. U weet dat wij specialisten zijn in het bedenken van smoezen om te komen smikkelen. Smoezen als: ik ben jarig, hij is jarig, wij zijn allemaal jarig! We bedenken het ter plekke.

Nu missen we uw vriendelijke personeelsleden die ons met een glimlach begroeten en vragen of het goed gaat. Ja, het gaat goed, met u ook?
    Behalve dat we jullie schaaltjes met lekkere hapjes missen. Alles met aandachtig uitgekozen om verspreid over vier rondes op te peuzelen. Meestal eindigt het eetfestijn bij ronde drie, maar nu beginnen we al niet aan ronde één.
    Ik mis bovenal de heerlijke handrollen die ik met een likseltje sojasaus en een flinterdun plakje gember heerlijk wegsmikkel. Het water loopt me nu niet alleen in, maar ook uit de mond bij de gedachte aan al jullie sushi.

Een smoes hadden we eerder deze maand: ik was jarig, op 1 april of all dates. Door die vieze vuile sluipcorona konden wij niet binnenwandelen met kinderen, schoonkinderen en schoonouders. Want ja, u heeft allang gezien dat we aan uitbreiding doen. De boel is maar zo verdubbeld. Heel gezellig zo samen, maar minder goed voor mijn portemonnee. Jullie eten is echter te lekker om niet meer te komen.

Op mijn verjaardag plaatsten we wel een bestellinkje en hebben lekker gegeten, het kan echter niet tippen aan wat we normaal bij u eten. Zo ontstond dit idee om u als lokale ondernemer te steunen: wilt u ons tegen een nader af te spreken bedrag heerlijk verrassen aan de hand van onderstaand lijstje met onze favoriete gerechten?
    Crispy Chicken, zalm of tonijn handrollen; Kipsaté; Mini loempia’s; Lamskoteletten; Zalm; Tjap Tjoy; Foe Yong Hai; Szechuan met rund; Pisang goreng; Atjar; Zure komkommer; Beef Teriyaki; Peking eend; Nigiri en maki sake zalm; Uramaki spicy chicken; Bami of mihoen; Kippensoep en een  Sweet bun.

Dat smaakt naar een avondje vrij. Het schrijven oogt werkelijk zalig, dus gunt u mij die avond genot, bel me gerust. Dan dek ik alvast de tafel uitgebreider en netter dan anders, zet een zacht achtergrondmuziekje aan, steek kaarsjes aan en ga dubbel genieten. Deal?
Met smullende groet,
Irene

Antwoord
Terwijl ik op het station op de trein wachtte, hoorde ik een riedeltje uit mijn phone. Ik kreeg antwoord!

29 april, Houten
Hoi Irene,

Het is wat laat, maar alsnog van harte gefeliciteerd met uw verjaardag! Dat klinkt inderdaad als een goede smoes om een lekker hapje bij ons te eten. Helaas moeten jullie dit uitstellen. Het is wel leuk om te lezen dat jullie aan ons denken in deze vreemde periode.
    Wij vinden het altijd erg gezellig als u met uw gezin & aanhang komt lunchen of dineren. Wij missen jullie spontaniteit, gezelligheid en vooral de leuke tekeningen en teksten die jullie na afloop van een bezoek op tafel achterlaten. Nee, wij zijn jullie zeker niet vergeten!

Je kent onze goed lopende afhaal- en bezorgdienst. Vooral van het laatste wordt, gelukkig flink gebruik gemaakt. Daarom verruimden wij onze bezorgtijden van 12.00 - 21.00 uur. We staan eigenlijk altijd voor jullie klaar, sta daar eens bij stil.

Toch wil ik zeggen dat we een deal hebben. Ik kan me voorstellen dat met uw uitbreidende gezin het even moeite kost om een geschikte dag te plannen. Vertel gerust wanneer u van een kookvrije avond wilt genieten, dan wacht ik uw reactie af.

Met vriendelijke groet,
Ming & Ming Houten

Verkneukelen
Ik stapte met een enorm grote glimlach, nog net niet uitbundig dansend de trein in en ging op weg naar mijn ouders. Het idee van een kookvrije avond, was voor mij werkelijk al een feestje. 's Avonds thuis even zes agenda’s naast elkaar gelegd en overlegd met kinderen en schoonkinderen.
    We kwamen uit op 14 mei. Het stond groot in mijn agenda. Vergeten deed ik het niet, ik verkneukelde me. Dat versterkte zich door een volgend mailtje:

14 mei, Houten
Goedemorgen Irene,

Vandaag is het zover.
Zorgen jullie ervoor dat de tafel om 17.30 uur gedekt is? Dan zorgen wij voor het eten.

Tot vanmiddag!
Ming & Ming

Ik dekte de tafel met knorrende maag, want vanaf een uur of twaalf werd hier geen hap meer verorbert. Dan smaakte het diner nog beter. Nee, overheerlijk! Met toch één voordeel, we hoefden na afloop niet onze jassen aan te trekken. Ik rolde na afloop maar zo van de eettafel, naar het aanrecht, naar de bank. Hopend dat Ming & Ming ons lijstje bewaart, want een volgende keer zeggen we:
   'Doe ons maar van alles hetzelfde!'

zondag 10 mei 2020

Versoepeling


Om nou te zeggen dat ik juich van energie en zin? Nope. Zelfs blogzin lijkt on-opgeladen te zijn. Kun je nagaan…Het beeld van stuiter-Irene is foetsie; wis het beeld van madam-energiek, want het zit er niet in. Het lijkt er op dat de coronacrisis me opbreekt, net voordat versoepelingen in de agenda staan.

Verknipt?
Wat versoepelt er ook alweer en waar heb ik iets aan?
    De kappers gaan open. De dames van Hizi Hair waren afgelopen vrijdagavond druk in de weer, terwijl ik op het plein een ijsflirt weg smikkelde. Ik heb echter mijn kamp niet voor hun deur opgezet, want mijn haar zit fantastisch. Dat is tegen alle verwachtingen in. Manlief bewonderde het zelfs tijdens ons Rondje Portengen, waarbij de wind zeven kilometer lang met mijn haar speelde. Coup-wild was een feit. A walk in the wind, keeps the hairdresser away
Door mijn afwezigheid bezet iemand anders de kappersstoel maar. Tof om ongezien een ander te helpen.
    Trapte je in die smoes? De waarheid is dat ik de komende twee weken af wil wachten hoe die stink-corona zich ontwikkelt. Nog eerlijker ben ik als ik zeg: ik ben een beetje bang en kijk eerst af hoe het anderen vergaat. Ben ik daarin de enig verknipte?

Werkplek
Naast de kapper mag de bibliotheek open. Heb ik juist vorige week een digitaal boek aangeschaft om mee te doen met EVA leest. Een bezoek aan de bieb stel ik daarmee nog even uit. Dat scheelt net als bij de kapper een persoontje die de bibliotheek onveilig maakt.
    Of, mag ik weer werken in de bieb? Na een interview wilde ik nog wel eens mijn laptoppie openen en tussen de boekenkasten en in alle rust rammelen op mijn toetsenbord. Als ik daar toch eens zou kunnen werken, dan heb ik weer een rustige werkplek. Ik juich niet, want ik vermoed dat er zitten werken niet de bedoeling is. We moeten tenslotte gewoon nog zoveel mogelijk thuis blijven en de bieb is niet thuis.

Thuis
De plek die thuis heet, krijgt wel een andere lading door corona. Het is mijn plek, maar niet meer de rustigste. Zowel binnen als buiten niet. Niet alleen de eigen kinderen zijn thuis ook die van de hele buurt. Er wordt wat uitgeleefd buiten! Waar het voorheen buiten rustiger was, lijkt het nu vaak binnen beter. Waar vind ik echte rust?
    Dat herinnert me aan de vraag die Marcel vlak voor de intelligente lockdown stelde:
    ‘Zullen we onze koffers pakken en vertrekken nu het nog kan?’
    ‘Waarheen?’
    ‘Een eiland met witte stranden, palmbomen, warmte en rust.’
    ‘Ben jij gek?’ Ik keek hem aan alsof hij zonder mijn toestemming tickets kocht en ze nu voor mijn neus wapperde.
    ‘Het is toch een heerlijk idee?’
    ‘Het is een vreselijk idee!’
    ‘Hoezo?’
    ‘In crisis situaties is thuis de place to be. Home-sweet-home is niet zomaar bedacht.’
    ‘Oost-west-thuis-best is wel een beetje zweten hè?’
    ‘Ja, het is niet meer de relaxtste plek op aarde. Wel ligt hier alles wat me dierbaar is aan hobbies, tuin en werk.’
    ‘Hobbies en werk kun je meenemen naar dat eiland. Interviews doe je gewoon telefonisch.’
    ‘Hoe je ook probeert, het eiland lonkt niet.’

Vliegen
Zo klonken we twee maanden geleden.
    Nu sta ik op het punt van vertrekken, als het kon. Ik vind het alleen niet kunnen. Vooral vliegen niet. Ik vloog voor het laatst als vijfjarige en zal het nooit van mijn levensdagen doen. We moeten in mijn ogen sowieso niet terug naar alle vliegbewegingen die we maakten. Ik vind het heerlijk hoe de aarde op adem komt en de natuur lucht krijgt. Laten we dat zo houden, zeg ik en weet dat ik makkelijk praten heb. Ik vloog al nooit.
    Toch lonkt nu dat onbewoonde eiland, elke dag meer. De rust en ruimt voor mezelf.

Koffer pakken
Het is manlief die dat aan zijn werkschoenen aanvoelt. Je denkt toch niet dat hij klompen draagt? Hij voelt het direct als ik uit mijn hum ben en zoekt een oplossing. Zeker omdat hij het snapt. Hij vindt dagelijks rust op zijn werk en gunt mij ook zo’n plek. Hij heeft heus wel door dat mijn lijf van zich laat voelen, kent de tekenen van mijn vermoeidheid en ervaart mijn nurksheid als het ergste. Ineens zegt hij:
    ‘Jij moet zoeken naar een werkplek voor een dag. Zoek uit of Van der Valk zo’n werkruimte verhuurt, pak wat spullen en ga.’ Hij meent het, ik pak gelijk mijn spullen in.
    ‘Dat heb je snel geregeld?’
    ‘Ja hè?’, zeg ik ontspannen.
    ‘En waar ga je heen?’
    ‘Oh wacht, dat heb ik nog niet uitgezocht. Alleen al het idee deed me goed.’
    ‘In dat geval, berg je stuff maar weer op. Als alleen al een idee je goed doet, bedenk ik iedere dag een nieuw idee. Lekker goedkoop.’

zondag 3 mei 2020

DNA-test

Onze blikken waren op elkaar gericht tot hij zijn wenkbrauwen naar elkaar trok en zei:
   ‘Wat kijk je eigenlijk?’
   ‘Ik vraag me zomaar ineens af wat jij nou eigenlijk van mij hebt.’
   ‘Ja, dat weet ik ook niet.’
   ‘Misschien het sociale.’
   ‘Mam, ik? Sociaal?’,  zei mijn zoon. Stom idee, inderdaad. Mijn jongen is juist jaloers op mijn sociale skills. Hij vraagt nogal eens hoe ik dat toch doe. Waarop ik zeg dat ik puur spontanious functioneer.
   ‘Dan heb je jouw sfeer-makerij van mij. Hoe jij je kamer inricht, zo gezellig.’
   ‘Dat hoeft niet perse zo te zijn’, mengde Marcel zich in het gesprek. ‘Ik was ook altijd van de sfeer in mijn kamer.’
   ‘Nou, dan weet ik het eigenlijk echt niet meer.’ Het frustreerde me meer dan me lieflijk was. Er moet toch iets van herkenning zijn?

Siertuin
Een dag later bezocht ik mijn ouders die ik sinds het uitbreken van de coronacrisis niet meer zag. Het leek me niet wijs ze te bezoeken, omdat mijn moeder binnen de risicogroep valt. Ik vroeg mijn zus, waar mijn ouders wonen en die huisarts is, of zij vond dat ik kon komen. Uiteraard met de anderhalve meter afstand tussen ons in.
   Ze reageerde positief. Waarna ik de weg op ging.
   Onderweg dacht ik aan mijn vaders siertuintje. Het is er niet een van het botanische met planten en bloemen. Het ligt vol met steentjes, beeldjes, figuurtjes, schelpen, knikkers en allerlei prularia. Je moet het zien om te begrijpen. Tussen al die stuff vind ik altijd een kruis dat door stenen of schelpen is gevormd. Iedere keer dat ik kom is het tuintje anders.
   Eén keer raden waar de hele familie alle overbodige beeldjes, prullen en steentjes dumpt. Paps is er blij mee. Iets met een kinderhand, die gevuld, en een blij hart.

Speels
Kilometers vretend, schoot me te binnen dat ik mijn vaders speelsigheid overnam. Thanks dad! Niet dat ik zo’n tuintje heb. Wel zijn houding van ongedwongenheid, luchtigheid, vrolijkheid en de clown uithangen. De herkenning is enorm.
    Bij het binnenwandelen van hun huiskamer werd ik opnieuw gewezen op mijn moeders plekje in de kamer. De tafel waarop boekjes, pennen, stiften, potloden, schriften en een creatieve Bijbel klaarliggen. Zet het naast mijn bureau en je ziet alles dubbel.
   De herkenning is hartverwarmend. Ik ben blij dat de creatieve DNA in mij via mams loopt. Zoals ook onze behoefte aan me-time. Helemaal en compleet op onszelf willen zijn, hebben we beide nodig.

Familietijd
Paps tuintje heb ik uiteindelijk niet bewonderd. Het regende bij aankomst, wat ook nodig was voor de tuin. De familie slokte me op. Zo zei ik bij binnenkomst:
   ‘Oh ja, het is meivakantie.’ De hele familie van mijn zus was thuis, waarop mijn jongste nicht me gewoon een knuffel gaf. Het werd een gezellige dag met veel gekletst, lekker lunchen en even genieten van dichtbijheid bij mijn ouders. Dat telde.

Vragen
Terug naar huis, slipten de gedachten aan mijn zoon weer mijn hoofd in. Heeft hij echt geen enkele eigenschap van mij? Kan dat? Is hij wel mijn zoon?
   Ik was erbij toen hij uit mijn buik gerukt werd. Ik hoorde de gynaecoloog zeggen:
   ‘Het is een jongen.’ Dat wist ik; voelde ik al twee dagen zo duidelijk aan. Mijn gevoel klopte. Benjamin was een feit, om direct na een eerste blik uit mijn zicht te verdwijnen. Ik bivakkeerde nog even in de operatiekamer, terwijl vader en zoontje verdwenen. Ik weet alleen niet of ze samen bleven. Dat is toch erg? Want waar ik achterbleef is misschien mijn baby-boy per ongeluk verwisseld!?

DNAtest
Moet ik een DNA test aanvragen? Wil ik het werkelijk weten? Wat doe ik als blijkt dat we niet matchen? Hoe zit dat dan met mijn liefde? Ik hou wel van die dijk van een jongen. En mijn gevoel? Hij voelt als mijn jongen, al lijkt hij nergens niet op mij. Mijn moederhart sloot hem in zich, sowieso deep.
   Dus vergeet die test. Zo bedacht ik met het dichtslaan van mijn autodeur toen ik weer thuis was. Ik stapte opgelucht het huis in en sprong van blijdschap uit mijn jas.
   ‘Wat zie jij er gelukkig uit’, zei mijn manneke.
   ‘Ja, ik heb besloten dat Benjamin mijn zoon is.’
   ‘Hoe dat zo?’ Ik legde mijn hele dilemma uit. Hij keek bedenkelijk, wat ik voelde als begrip.
   ‘Telt dan niet eens dat hij duidelijk mijn zoon is?’
   ‘Dat is heel belangrijk! Dat zegt alles, maar dat hij niets van mij heeft is toch sneu?’
   ‘Voor wie?’
   ‘Voor mij natuurlijk.’ Waarop Marcel even stil bleef. Hij broedde uiteraard op een wijze uitspraak.
   ‘Hij heeft wel iets van jou!’
   ‘Hoe dan? Wat dan?’
   ‘Krullen!’
   ‘En die verafschuwt hij.’ Tot zover mijn hoerastemming!

zaterdag 25 april 2020

Kniploosheid


Vraagt de ene krullenbol aan de andere:
    ‘Hoe doe jij dat nou met je haar?’ Waarna ik direct met mijn handen in mijn krullen kroel om te voelen of het nog wel goed zit. Een spiegel werkt natuurlijk beter, maar soms zijn mijn handen dichterbij. Terwijl ik probeer te bevoelen of mijn haar oké zit, kijk ik de ander, een kassière bij AlbertHeijn, aan alsof haar krullenbos ter plekke stijl word.
    ‘Wat bedoel je?’
    ‘Nou we kunnen niet meer naar de kapper.’
    ‘Oh dat!’
    ‘Jij weet net zo goed als ik, dat ons haar niet goed blijft zitten, toch?’

Punt
Dat is een punt. Mensen denken dat krullen bij voorbaat al gemakkelijk zijn. Het tegendeel is waar. Mijn antwoord op de kassière is echter verrassend zorgeloos:
    ‘Daar heb ik nog niet over nagedacht.’ Wat haar nu verbaast. Ik heb werkelijk geen idee wat ik met mijn krullen moet als het tijd is voor een knipbeurt. Ze blijven krullen, maar verliezen wel hun frisse flair. Stijl maken is geen optie. Dat vind ik stom. Heb ik krullen, zou ik ze stijl maken, terwijl iemand met stijl haar krullen wil. Soms moet je accepteren wat er is, gewoon omdat het er is.
    Dat zeg ik nu, wat iets te maken heeft met wijsheid en jaren, want oh boy! Als puber verafschuwde ik mijn krullen. Als iemand toen zei dat mijn haar fantastisch was, stak ik mijn tong achter de rug van de ander uit. Ik vond het stom dat mensen mijn haar zo mooi vonden. Het was afschuwelijk. Zie je?

Mascara
Iedereen die mijn 495 blogs (dat is incl. deze) mee las weet één ding: voor mij is het belangrijk dat mijn haar goed zit. Dat stijgt ver boven  het gebruik van make-up uit. Hoewel mascara een must is. Vraag je me echter met een kappersschaar onder mijn kin:
    ‘Je mascara of je krullen?’ Dan krijg je mijn hele make-up mand.
    ‘Neem alle gezichtsverf maar mee, but don’t touch my hair.’ Feit blijft: zonder make-up en in wandelschoenen onder een rok durf ik de straat nog wel op, maar zonder coup-it-looks-good, ga ik de deur niet uit. Bezorgt Appie weer?

Klem
De lieverd bij de Appie zet mijn gedachten behoorlijk aan het spinselsen. Ik vraag mezelf af hoe erg het is als de kapper maandenlang dicht blijft. Voel ik al paniek?
    Nee, als het niet meer lukt met mijn haar, zet ik de coup-ik-doe-nul-moeite in werking. Daar gaat een elastiekje om mijn dunne haar, gevolgd door een klem. Wie mijn tas beter kent, weet dat er altijd een klem met elastiekje aan hangt. Ze zijn waar ik ben, zodat ik in de weg zittende of te lang wordende krullen moeiteloos in een staart vastzet en daarna met een klem opprop op mijn kop. Laat ze daar maar dansen en springen, dat is hun specialiteit. Ze daar laten begaan is het beste. Beter nog, ik moet weer eens mee dansen. Even los! Het leven wordt veel te serieus.

Vergeten
Vergeet ik mijn pony volledig. Als die niet om de zes weken wordt geknipt, loop ik met een vitrage voor de ogen. Dat is allemaal de schuld van een kruin. Zolang mijn pony kort is krijg ik ‘m getemd, maar eenmaal lang, kan zelfs de sterkste haarlak de kracht van de krul niet aan. Valt zo de pony voor mijn ogen, het is een bitchy pony. Zo vertelde ik de kassière:
    ‘Die moet mijn man dan maar knippen.’ Waarop ze me aankijkt of manlief al achter me staat met een heggenschaar. Hij zou het willen, geloof me.
    ‘Mag hij aan je haar komen dan?’
    ‘Aankomen wel, kroelend en pas 's avonds als ik de deur niet meer uit hoef. Maar knippen? Nee. Hij mag alleen het haar van mijn zoon knippen. Van mijn coup blijft hij af. Maar mijn pony is iets anders dan de rest van mijn haar. Als dat als gordijn voor mijn gezicht valt en paniek me tot waanzin drijft, kan het zijn dat ik mijn man de goedkope kappersschaar toestop en in mijn vochtige pony laat zetten. Eenmaal gekipt, kan ik niet terug.’

Smoes
Zover is het gelukkig nog niet. Ik kan nog een alternatief bedenken voor kniploosheid van mijn pony. Help jij me mee? Weet jij iets leuks om een lange krul pony te temmen? Verkopen kan ik ‘m namelijk niet, wat mij schoonpa vandaag als idee opperde. Het idee van mijn zoon, een klemmetje recht bovenop de kop, zoals op de foto, vind ik niet helemaal okidoki.
    Bij gebrek aan een goed alternatief heb ik wel alvast twee smoezen voor een mislukte coup:
    1. het is allemaal de schuld van de kapper. Hoewel dat best zielig is. Zij kan er ook niets aan doen dat ze niet mag werken. Dan blijft het bij deze enige smoes:
    1.  Ik ben helemaal verknipt door mijn man. Dat is toch niet zielig? Dat is gewoon zo!


donderdag 16 april 2020

Tante Truus Pannenkoeken


Tante Truus Pannekoeken en ik hebben een plotseling onverwacht leuke relatie. Ik vermoed dat ik haar begon te volgen op Instagram, omdat ze enorm leuke foto’s deelt met een flinke dosis ouderwets moedergevoel in zwartwit. Ik hou van plaatjes van moeders in de keuken met een schort voor, kind op de ene arm en een pan in de andere hand. Wie zegt dat thuis-blijf-ouderschap een makkie is, kan met die pan een mep krijgen.
    Het zo-was-het-vroeger gehalte spat van de foto’s af. Heerlijk!

Onderzoek
Zelf zien? Ga snel naar @tantetruuspannenkoeken op Instagram en krijg vooral flink zin in een pannenkoek. Wat Truus, waarvan ik na een kort en krachtig onderzoek ontdekte dat ze in werkelijkheid Mariska heet, niet weet, is dat ik zelden pannenkoeken buitenshuis naar binnen werk. Ik ben getrouwd met zo’n goede pannenkoekenbakker dat ervoor betalen niet bij me binnen komt. Dat kan uiteraard veranderen. Laat Truus me maar overtuigen. Gelukkig ontdekte ik bij eerdergenoemde onderzoek dat ze meer dan alleen pannenkoeken bakt. Ik ga per minuut meer van Truus houden, ze doet namelijk ook in salades. Dan ben ik zeker binnen. Hoewel? De keus pannenkoek met aardbeien en ijs of een salade is werkelijk ondoenlijk voor mij.
    Of niet, doe mij beide!

Geschiedenislesje
De eerste ‘ontmoeting’ tussen Truus en mij startte via mijn reactie op een foto in haar verhaal. Mensen met een bepaalde voorletter in de achternaam kregen een gratis pannenkoek. Natuurlijk werden de V of H, die laatste is een escape voor mijn meisjesnaam, niet genoemd. Verwaaide mijn kans op een gratis pannenkoek als poedersuiker in de lucht. Wat bleef was zoete stof.
    Om toch een keer in een gratis pannenkoek te vallen, volg ik haar verhaal op de hielen. Het zal me toch een keer lukken dat ik kans maak?

Bakplaats
Tussentijds besefte ik dat mijn trouw aan Truus een beetje locatieloos was. Hoe kun je een serieuze
band opbouwen met iemand als je niet eens weet waar de pannenkoeken door de lucht vliegen? Ik schaamde me een aangebakken pannenkoek en zocht snel haar adres.
    Met een ‘aha, op Castellum’, bedacht ik dat ik na de coronacrisis haar gast word en plan zonder datum een persoonlijke ontmoeting. Kan ik me daar alvast op verheugen.

Toverstaf
Weken gingen voorbij in het bekijken van Truus’ updates tot ze afgelopen woensdag deze foto deelde:
    ‘Is die lekker?’, vroeg ik haar.
    ‘Hij is heerlijk en je krijgt er een toverstaf van Frozen met lichtjes bij.’
    ‘Ja leuk, maar ik bedoel: is die staf lekker.’
    ‘Euhmmm, dat weet ik niet. Ik heb hem niet geproefd.’ Ja, kijk, dan raak je me bijna kwijt. Je kan toch niet zomaar iets op de pannenkoek doen, zonder vooraf te proeven? Misschien is het niet te eten? Misschien gaat iemand wel dood na een hapje toverstaf.
    ‘Zoek je een proefpersoon?’
    ‘Hahaha, jaaa.’ Ik vond Truus per antwoord leuker worden. Je kent het wel, je mag iemand al, maar het wordt alleen maar beter.
    ‘Nou uhm ja…’ was mijn antwoord, waarna ik ineens een gat in haar en mijn markt zag. ‘Stuur mij zo’n pannenkoek met toverstafje en ik schrijf een blog voor jou.’ Laat mij die voorproever maar zijn. Amper op verzenden gedrukt volgde haar antwoord:
    ‘Leuk idee, mag ik hem morgen bij je afleveren?’ Truus is niet gek, nu weet zij ook mijn adres.

Wachten
Wat volgde wast het wachten tot morgen. Het aftellen: nog één nachtje slapen. Om de volgende dag thuis te komen en daar lag ie, de doos met pannenkoek. Truus was iets vroeger klaar met bakken dank ik dacht. Met spanning opende ik de doos en trof een paar enge beestjes aan! Naast me klonk:
    ‘Mama, het is toch geen grap?’
    ‘Het is geen 1 april, laten we verder kijken.’ De geur van pannenkoek kwam ondertussen onze neuzen in. Ik vouwde de folie open, waarna de toverstaf tevoorschijn kwam. Jaaaa! Dáár was het om te doen. Daar moest ik mijn tanden in zetten: tenslotte was dat de deal: ik was proefpersoon.

Uitslag
Maar de toverstaf is zo leuk! Die wil ik niet opeten! Ik snap waarom Truus ‘m zelf ook niet voorproefde, doe ik het ook niet. Dat mag een ander doen, hoewel ik denk dat ie heel taai is en een verlichte maaginhoud lijkt me afschrikwekkend.
    En de pannenkoek? Die was echt lekkerder dan die van mijn manneke. Maar dat ga ik hem niet zeggen, dat zeg ik tegen jou:
    ‘Snel afsluiten hier en overstappen naar www.tantetruuspannenkoeken.nl. Zoek een lekkere pannenkoek met zoete stof!

Smul ze,