zaterdag 7 december 2019

Glimlach


Niets

Dan deze paar woorden
Die enkele zinnen vormen
Het maakt nog geen verhaal
Ik weet, het voelt als...

Laat maar
We kunnen beter glimlachen
Dat blijkt minder vermoeiend
Dan nors te kijken


Tot volgende week,







zaterdag 30 november 2019

Huiskat

Daar stond het: kat naar buiten doen is in strijd met EU regels. Ik juichte het uit en wilde al bijna een advocaat bellen, een kat in zijn nekvel grijpen en in de beklaagdenbank zetten. Met de wet achter me, hoor ik het vonnis: levenslang binnen zitten.
    Dat de EU zich met dit soort regels bezighoudt wist ik niet en voor even was ik heel blij. Om er een blog aan te weiden leek me overbodig. Jij bent een trouwe bloglezer? Ja, toch? Jij weet allang waar ik sta als het gaat om binnenhuizige of buitentuinse katten? Hoe vaak moet ik er nog over spinnen? Of wil je weten of het nog hoog op mijn huiselijke agenda staat? Geloof me, het staat nog hoop op de planning gekrabbeld.

Huiskat
Even terzijde, ik begrijp één ding niet. Misschien wel als ik het beschrijf. Het gaat over huiskatten. Lees jij daarin buiten of tuin? Lees ik ergens overheen? Ik lees echt alleen huiskatten! Als in thuis, binnen, warmpjes, knus en niet in mijn tuin. Dekentje erover, kaarsje aan en een kopje verse takkenthee. Ik bedoel schoteltje brokjes, bakje water en de kattenbak in de gang. Alles staat binnen, wat zoekt de kat dan buiten?
    Niets zeggen, ik weet het: vogels. Alsof dat mijn begrip voller maakt. Naast het gif tegen buxusmotten zijn nu katten vogelmoordenaars. Daarover gesproken: wat is het stil in de tuin, waar zijn de vogels? Geef ze terug!

Metafoor
Wilde ik nog even het artikel van het AD terugpakken en zette bijna een feestmuts op, kon ik het bericht van het scherm swipen, want het werd achterna gezeten door een volgend bericht van de concurrent.
    Zo las ik het pijnlijke feit dat de Nederlandse regering zijn eigen plan trekt. Ze schroeft de kattenregels aan de stoel. Het klinkt best Hollands: handhaven is niet te doen, daarom gedogen we en de katten lopen vrolijk buiten. Ze mauwen al bijna: nanananana!
    Ik geef toe dat dit heel kort door de bocht mijn interpretatie is van wat de NOS schreef.  Ik maak er mijn verhaal van. Ik ben dan ook gefrustreerd en heb de allergietranen in mijn ogen staan. Zou jij dan alles scherp zien?

Beweging
Las ik weer een nieuw verzinsel om katten buiten te mogen laten: als katten niet meer buiten mogen rondstruinen, krijgen ze te weinig beweging. Hou toch op! Veel te veel mensen krijgen te weinig beweging, als we die eens allemaal buiten zetten en de katten binnen, wordt het nog gezellig buiten. Op naar een gezondere levensstijl, waarin we de gezondheid van de mens bovenaan zetten.
    Of de mens wel of niet meer gaat bewegen, ik weet één piepeltje, die by far minder beweegt dan alle katten die mijn tuin betreden. Dat is mijn zoon. Hebben we het over huiskatten, dan is hij er één. Laat de katten bij hem in de leer gaan. Ik wist niet dat iemand zo lang en veel binnen kan en wil zitten als hij. Ik zou gillende gek worden.
    Nu niet beginnen over opvoeden, want ik geef kattig toe dat ik mijn fouten heb gemaakt, maar als ik ter verantwoording word geroepen om de opvoedfouten die ik maakte, roep ik kattenbezitters ter verantwoording voor het ontvoeden van hun katten. Ik hoor ze al zeggen:
    ‘Maar ik heb mijn kat opgevoed. Hij poept in de kattenbak.’
    Tot zover de binnenhuise opvoeding, voor de rest doen die beesten hun behoeften buiten in mijn tuin en het liefst op het gras.

Dichtgemaakt
Wacht even, dat schrijf ik wel, maar ik moet eerlijk zijn. Ik heb al een tijdje geen katten in mijn tuin gezien. Zou de 220 eindelijk… Nee hoor, geintje. Ik zou nooit 220 rondom mijn tuin leggen. Niet om de katten, maar om mezelf. Ik zou zelf vergeten dat mijn tuin ermee omgeven is. Zie je mij al in de tuin met de krullen recht omhoog aan de kabel hangen?
    Wel heb ik de enige ingang en dus uitgang voor de katten dichtgemaakt met takken en bladeren. En waarom bladeren? Omdat ik hoop dat de egel die soms langs onze schutting waggelt, in mijn tuin zijn winterslaapplek vindt.

Recht van overpad
Waarbij ik me ineens realiseer, dat katten wel degelijk over een deel van mijn grond mogen lopen. Dat bewijst mijn plaatselijke haat. Ik aai zelfs katten die ik onderweg tegenkomen en die mij lijken te mogen. Het is soms ook andersom hoor, de weerzin. Je moet ze soms naar mij zien kijken.
    Maar waar katten dan wel mogen lopen? Daar waar recht van overpad geldt. Dat houdt dan weer taakverzwaring voor kattenopvoeders in, want zij moeten de beesten leren wat recht van overpad is en het verschil tussen openbare ruimte en privé terrein.
    Volgens mij heb ik zojuist ontdekt waarom ze zeggen: maak dat de kat wijs!



zaterdag 23 november 2019

Deksels


Mijn vaders ogen werden groot als deksels toen hij vroeg:
    ‘Wat zeg jij nou?’
    ‘Paps, ik leg het nog eens uit. Weet je zeker dat je al mijn blogs las?’
    ‘Ja, hoezo?’, antwoorde hij zelfverzekerd.
    ‘Volgens mij beschreef ik deze theorie al eens, maar oké, komt ie paps. Deze is voor jou!’

Kruidenkast*
Stel je een kast voor, nee geen boekenkast. Ik zei een kast, ik zei niets over boeken. Zo zei ik ook niets over kleding. Schrijf de klerenkast direct op je buik. Aan een medicijnkast hebben we bij deze ook niets en de nachtkast staat prima naast het bed. Natuurlijk bedoelde ik zeker geen nestkast en nog het minst een poppenkast. Hoewel dit alles er wel heel erg op begint te lijken.
    Weet je wat? Hou het maar op een kruidenkast. Als het dan toch op een kast moet lijken, houdt dat voor ogen. Zo’n kast met smalle plankjes en daarop allemaal potjes. Hoewel in dit geval zeven potjes genoeg zijn, bedenk daar het kastje omheen. Sorry, als je een kamer vullende kast in gedachten had; die is bij deze afgebroken.

Etiketten
Zie ze staan: zeven potjes. Eén potje draagt het etiket wijsheid, een tweede zegt organisatietalent, weer een andere toont tomeloze energie, de vierde noemt zorgzaamheid, op etiket nummer vijf staat danstalent, waar de zesde doorzettingsvermogen laat zien en de laatste – wie weet het al? De zevende zit vol krullen.
    Hoe gek ook, dit kastje kan jij je toch wel voorstellen? Zo niet, dan kan je nu nog afhaken, het wordt alleen maar gekker.

Keuzes
Had ik al gezegd dat het kastje inpandig is? Als in mijn moeders baarmoeder…
    Werkelijk waar. Stel je voor, er zit een meiske in haar buik. Dat is echt gebeurd, zo’n 52 jaar geleden op de dag af. Sterker nog, 52 jaar geleden zat mijn oudste zus hartstikke vast in mijn moeders buik en liet haar koppie over ongeveer zes dagen zien. Vlak voor die dag, de 30ste, keek ze voor de laatste keer naar het kastje in mums-belly en graaide de inhoud van de potjes met de etiketten wijsheid, tomeloze energie en doorzettingsvermogen van de plank. De slimmerik. Ze draaide de deksels open en nam de drie inhouden mee naar buiten.
    Je snapt het, ze heeft een stel hersenen waar ik jaloers op ben, energie waar ik u tegen zeg en ik heb flink respect voor haar doorzettingsvermogen. Die potjes bewezen zichzelf.

Deksel
Gaan we naar zus twee: Zij dobberde 51 jaar geleden in de buik van ons mam. Ja, dobberde, tot 4 mei duurt nog wel even. Het potje dansen opende ze al binnenin de buik, waarna madam verschillende danspasjes in het vruchtwater oefende. Toen haar lijfje richting uitgang ging, griste ze op het laatst nog net de potjes organisatietalent en zorgzaamheid van de plank en liet de deksels achter.

Boeie
Een aantal jaar later, twee weken voor hun emigratie naar New Zealand hoorden mijn ouders dat ze zwanger waren van jawel: tada, mij! Het werd de achterblijvende familie verteld toen ze zes weken later van de boot aan land stapten, want de familie zou hen anders vast niet naar downer dan under laten vertrekken. Eenmaal in New Zealand, zond mams een bericht over een derde kleinkind naar mijn opa’s en oma’s. Geen idee of dat via postduif, koerier of telefoon ging.
    Mij boeide het eigenlijk niet, ik dobberde rond en bedacht wat ik moest met het potje op dat plankje. Krullen stond er op. Daarbij verwonderde ik me over de deksels die rondom mij dreven. Ze verbleven steeds in mijn ruimte. Wat een rommel! Het lef om dat te laten slingeren. Ik besloot ze bij elkaar te leggen, tegen de wand te drukken en er bovenop te gaan liggen. Wist ik veel dat ik daarmee dwars voor de uitgang lag. Als er nou een bordje UITGANG hing, had ik het gesnopen. Aan een ronddrijvend etiket wijsheid had ik net zo min iets.
    Tot op 1 april, wat een grap, een mes mijn volgeboekte kamer open sneed en mijn oog nog net viel op het potje krullen. Terwijl twee handen mijn kamer binnen kwamen en ik aanvoelde dat ik elk moment naar buiten zou worden gesleurd, griste ik het potje krullen mee.

Trots
    ‘Dit verhaal verklaart alles, papa.’ Hij lag compleet dubbel. Heerlijk dat ik nog samen kan lachen met die lolbroek. Ik koester het, zoals ik de aanleiding van dit verhaal in mijn hart sluit. Het kwam allemaal door zijn trots op zijn dochters. Hij stopt dat nooit in potjes op een plankje, maar houdt het mij regelmatig voor ogen.
    ‘Ik ben trots op ieders kwaliteiten,’ vertelt hij dan.
    ‘Ho wacht ouwe. Pas op jij! Anders moet jij in een potje, ik bedoel, in de hoek! Papa, je bent trots op hullies kwaliteiten en op mijn krullen. Ja?’
    ‘Ja.’

* Met dank aan neef Luuc, voor de kruidenkastfoto.


zondag 17 november 2019

Toilet angst


Waar ik het niet zo met spinnen heb, springt Celine drie salto’s door de huiskamer bij het zien van één spinnetje waar ik zelfs met mijn nieuwe bril geen zicht op krijg. Zou ik ‘m wel zien, dan zet ik een stapje achteruit en spreek mezelf toe.
    ‘Niet gillen, niet gillen, niet gillen.’ Het gaat dan wel om een grote spin. Zo’n dikke bolle die je al ziet voordat je goed en wel de kamer binnen stapt. Mijn angst lijkt in de poten van die monsters te zitten, het geluidloze getippel, zo sneekerig, gluiperig, stilletjes, en kriebelig. Ieuw!
    De ergste zijn de gluiperds die rondom het bed tevoorschijn piepen. Mij krijg je het bed niet meer in. Het is hij er uit of ik er uit. Eén keer raden wie dan de spin opsnort en verwijdert, terwijl ik onder de douche de herinnering aan mr. spider laat verwateren, huppakee het putje in. Bij terugkomst verzekert Marcel me:
    ‘De spin is de deur uit.’

Toilet-angst
Terug naar Celine. Ze vertelde me eerder deze week, dat ze bij de ouders van haar vriend niet meer naar het toilet durft:
    ‘Mama, in elke hoek van het toilet zit een spin of twee.' Haar vriend zat erbij en beaamde het.
    ‘Het heeft geen zin om ze weg te halen, want in het boerengat waar wij wonen, verhuizen soortgenoten gewoon weer naar binnen.’
    Ik zie voor me hoe een spin met een koffer onder de poot het toilet in wandelt. Afijn, de vriend van Celine vertelde dat hij ooit de kans had een Tarantula vast te houden. Hij vond kijken genoeg. Ik schaam me ineens minder om mijn spinnenangst. Je bent bang of niet bang voor spinnen, klaar. Het is soms gewoon wel zwart-wit.

Total loss
Rick, zo heet het vriendje van Celine. Ik noem hem overigens Rikketik, want hoor Celine’s hart kloppen: rikketik, rikketik, rikketik.
    Rick vertelde van een filmpje over een vrouw die in de rechterbovenhoek van haar auto een Tarantula ontdekte en gewoon 20 minuten door reed. Ik vrees dat ik een eenzijdig ongeluk veroorzaak bij zo’n ontdekking. Auto en ik total loss. Waar Celine een ander beeld vormde: bij haar zit de spin recht voor haar om bij een noodstop full in her face te stuiteren. Kijk haar gillend gek van angst aan de eettafel zitten.

Schepje bovenop
Dat kan erger, zo dacht ik en vroeg:
    ‘Weet je wat er gebeurt als je spinnen opzuigt?’
    ‘Ja, die gaan dood’, antwoordde ze.
    ‘Dus niet! Ze overleven in de stofzuiger, vertelde iemand me ooit.’
    ‘Wat mama? Nee!’, gilde Celine.
    ‘Helaas, meiske, ze schijnen de stofzuiger nog net niet fluitend uit te lopen.’
    ‘Lopen ze dan allemaal in deze kamer rond?’, vroeg ze met ogen zo groot als spinnenwebben.
    ‘Vast niet, waarschijnlijk voelen zij zich prettig in de voorraadkast en bouwen daar een nestje.’
    ‘Nee, mama, nee! Drie keer per dag pak iets uit die kast, omdat ik zo’n vreetzak ben. Nu durf ik die kast nooit meer in.’
    ‘Heb ik mooi een goede bezuinigingstip gelanceerd. Als jij weigert de kast in te duiken, hoef ik de voorraad niet meer aan te vullen. Laat maar komen die spinnen - in de wetenschap dat als ik ze aantref in mijn slaapkamer, Marcel mijn spinnenredder is.

Foto
Ineens bedacht ik dat ik Rikketiks moeder eens een berichtje moet sturen.
    ‘Hey, zou jij me een foto kunnen sturen van één hoek van jullie toilet?’
    ‘Nou ja! Hoezo dat? Is dit schoonmaakcontrole op afstand?’, vroeg ze me.
    ‘Hahaha, nee, Celine zegt dat daar spinnen zitten en ik schrijf daar een blog over.’
    ‘Oké, maar ik denk dat ze weg zijn, want spinnentijd is voorbij’, antwoordde de kenner.
    ‘Wat mij betreft is het nog herfst, dus hoe kunnen ze weg zijn?’, reageerde ik, maar zij bleek zelf weg. Naar het toilet natuurlijk. Al snel volgde het verlossende antwoord:
    ‘Ik zei het al: er zitten geen spinnen in de hoeken van ons toilet.’

Fotoshop
Moest ik toch een foto-oplossing zoeken. Zonder foto geen blog. Ik vroeg Benjamin onze Photoshop-artist een foto te shoppen. Hij mompelde iets dat klonk als:
    ‘Ik denk niet dat ik daar tijd voor heb.’ Nu overweeg ik zelf iets te prutsen. Iets waarop ieder van verre ziet dat het een nep foto is. Dat past wel in dit verhaal, want Celine’s verhaal van spinnen in de hoek blijkt evengoed oplichterij.
    Wacht! Is het verhaal van Marcel dan wel waar? Ik betwijfel ineens of hij wel spinnen rondom ons bed verwijdert. Terwijl ik alweer zingend onder de douche sta, gniffelt hij in zichzelf, pakt zijn boek, vlijt zich tegen het kussen en zegt zodra ik de kamer in wandel en de spin zoek:
    ‘Hij is weg hoor!’
    Wat een nep! Bah, dit bloggen maakt zelfs mij wantrouwend over de waarheid in mijn blogs.



zondag 10 november 2019

Potje


Het verbaast me iedere ochtend hoe fit en fruitig Celine aan de ontbijttafel verschijnt. Ik ben er gewoonweg jaloers op. Of toch niet? Kijk, ik ben jaloers op het feit dat als het meiske wakker is, ze echt AAN staat. Na het openen van haar ogen, staat ze op en tada, wakker! Ze kleedt zich aan, zorgt voor een leuke coupe op haar kop en staat binnen een kwartier beneden. Die snelheid kan ik niet evenaren. Haar energie om 07.02 uur stemt me jaloers! Ik wil ook zo alive zijn om die tijd.

Uitersten
De afgunst stopt op het moment dat manlief de deur uit is. Ja echt, bij het dichtslaan van de voordeur opent Celine haar bekkie. Kwebbel, de vriendin van Kabouter Plop, is er niets bij. Dat is waar mijn jaloezie ophoudt. Een rustiger begin voelt heerlijk. Daar past Benjamin beter bij me. Als hij de kamer in komt en aanschuift, mompelt hij iets wat lijkt op ‘hallo’, neemt plaats aan tafel en eet in stilte.
    Wat dit alles betreft past onze kinderen één woord: uitersten.

Potje
Dat was een paar weken geleden enorm herkenbaar. Op tafel stond een potje gelige vloeistof. Iemand, ik gun deze persoon zijn anonimiteit, moest naast een bloedtest ook een urineonderzoek. Nu hebben wij een vrij grote eettafel, daarop valt een potje urine toch niet op? Gelukkig bewees Benjamin dat; hij zag het potje gewoonweg niet staan en genoot van zijn ontbijt.
    Vervolgens liep Celine de trap af, opende de huiskamerdeur en stapte vrolijk binnen. Ineens zag ze het potje op tafel en keek alsof de plasemmer uit onze tent op tafel stond – dat is een joekel! Daar wil ik never nooit niet mee gezien worden, weet je nog?

Afstandelijk
Ze stapte minder enthousiast dan ik van haar gewend ben de kamer in, duwde zichzelf tegen de salontafel, schuifelde naar het laatste stukje van de hoekbank, duwde zich tegen de kast om eenmaal bij haar stoel te gaan zitten. Ze liep die route, want wilde zo ver mogelijk van het potje vandaan blijven. Al die tijd leek haar blik vastgezet op het potje.
    ‘Wat is dat?, wees ze met haar linkerhand vlak onder haar borst en de wijsvinger op het potje gericht.
    ‘Dat is een potje met urine.’
    ‘Van wie is dat?’
    ‘Tja, dat fluister ik je wel toe, de blog lezers mogen het niet weten.’
    ‘Waarom staat het hier?’
    ‘Omdat iemand het naar de huisarts moet brengen. Wie denk je?’
    ‘Gelukkig jij, ik zou daar nooit mee over straat durven. Hoe neem je zoiets mee?’
    ‘In mijn hand. Dan loop ik de hele weg naar de Molenzoom met gestrekte arm, want ik hou dat potje ook graag ver van me af en maar roepen: “Is niet mijn urine, ik ben geen zeikerd!”’
    ‘Serieus mama, hoe neem je dit mee?’
    ‘In mijn fietstas natuurlijk en daarna leg ik daar de verse groenten voor het avondeten in.’
    ‘Ik ga vanavond bij omi eten!’

Privéaangelegenheid
Feit was dat het potje echt van A naar B moest en graag zonder heel Houten als getuige. Het potje was gecheckt op lekdichtheid en de fietstas was een perfect vervoermiddel, bleef de route tussen fietstas en balie van de doktersassistente een obstakel. Daar tel ik (gokje) 56 stappen. Daarom zocht ik toch maar even een tasje, een niet zo groot tasje, valt namelijk niet op, toch?
    Daar ging ik, op weg naar de huisartspraktijk. Aan de balie diepte ik het potje uit het tasje, vulde een formuliertje in en leverde het in. Nee over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd. Wel ging ik naar de Appie, want maandagochtend is boodschaptime! Was ik amper door het poortje, kwam Ton op me af:
    ‘Waar is je zonnebril?’
    ‘Hoezo? Zo’n zonnetje ben jij nou ook weer niet op de maandag’, lachte ik hard.
    ‘Dit gaat niet om mij, maar om dat tasje,’ hij wees in mijn karretje, ‘dat tasje verblindt me.’ Ik keek hem vervolgens aan of er sinaasappelsap uit zijn oren liep.
    ‘Dat is toch een prachtig tasje? Kijk nou toch.’ Ik hield het tasje voor zijn neus.
    ‘Doe weg dat tasje, je verblindt alle klanten. Waarom heb je die trouwens mee?’
    ‘Geloof me, je wilt nog liever dat ik hier iedereen verblind, dan dat ik jou vertel wat hier in zat.’
    ‘Oh, nu word ik nieuwsgierig!’
    ‘Hoeft niet, lees mijn blog maar. Want dit wordt onderhand blogwaardig.’

Bling bling
Na de AH evalueerde ik het weekend bij de Sterpoelier. Eén keer raden waar hij over begon.
    ‘Wat heb jij een opvallend tasje bij je?’
    ‘Begin jij nu ook al?’
    ‘Hij is wel erg bling bling hoor.’ Waarop ik het tasje extra in de lucht wapperde en René zijn handen voor ogen sloeg.
    ‘Tja, ik dacht maar zo, als ik niet meer opval, dan toch in ieder geval mijn tasje!’




zaterdag 2 november 2019

Gezond bewegen

Natuurlijk ontstond hier een discussie toen ik Marcel een sportbabe noemde.
    ‘Mam,’ zei Benjamin, ‘dat kan echt niet. Voor niemand niet, maar zeker niet voor papa.’ Celine vulde aan:
    ‘Inderdaad, het is vast iets uit jouw tijd, maar die is voorbij.’ Waarop Marcel gesterkt door hen zijn mening luchtte:
    ‘Hoe kan ik nou een sportbabe zijn. Kijk nou!’ Hij balde zijn vuisten, bracht ze als een bodybuilder omhoog en liet zijn spieren opbollen.
    ‘Ja ja, laat maar weer los,’ klonk ik geschokt. ‘Dat was voldoende biceps voor vandaag. Sportbabe is out, maar hoe noem ik je dan? Ik gun je een krachtige naam waarmee ik je op een voetstuk plaats, want je bent een ware sportman gebleken. Dat ik een jaar geleden durfde geloven dat jij het niet ver zou tillen in de fitness is gewoonweg schandalig.’
    ‘Ja, wat ben ik een bink hè?’, klonk Marcel trots.
    ‘Een bink! Dat is het, weg met sportbabes!,’ reageerde ik en stompte manlief tegen zijn schouder. ‘Tijd voor een wave voor paps.’ Ik bewoog mijn rechterarm in een vloeiende beweging omhoog en weer omlaag, halverwege gevolgd door mijn linkerarm in dezelfde beweging. Mijn tafelgenoten volgden mij op hun beurt soepeltjes op.

Skeeleren
    ‘Als papa de bink is, wat ben ik dan?’, vroeg Celine vervolgens.
    ‘Papa is the bomb!’, bedacht ik ineens. Dat klonk sterker.
    ‘Inderdaad mam, mag ik dan de bink zijn?’
    ‘Ik vind babe dan toch wel weer goed klinken, want als jij gaat skeeleren ben jij werkelijk heel babe-erig. Je ziet er goed uit op wielen en daarbij houdt jij het sporten al langere tijd vol.’ Na mijn woorden straalde mijn dochter lang na. Het moet gezegd, ik vergeet soms hoe goed dochterlief bezig is. Ze begon maanden geleden met hardlopen, maar maakte de overstap naar skeeleren. Ik begrijp dat wel.

Hardlopen
Ik heb zo mijn mening over hardlopen en twijfel of ik die wel moet luchten, zo niet herhalen. Ik maak er vast geen vrienden mee. Het is niet verkeerd om je mond te houden als je iets wilt zeggen dat een ander kwetst. Daar tegenover leven we in een vrij land en mag ik mijn zegje aanpassen. Dus zeg ik niet dat vrouwen niet bedoeld zijn voor hardlopen. Wel zeg ik dat ik niet geschapen ben om hard te lopen. Ik kan het niet, het voelt niet goed en ziet er vast onaanzienlijk uit. Celine is in veel dingen typisch moi. Daarom vermoed ik dat rennen niet bij haar past. Let op, ik noemde het een vermoeden, want ik zag haar nooit hardlopen. Ik ben stiekem gewoon jaloers. Zij heeft een strakker lijf en geen vetrolletjes die mee deinen op de cadans van het rennen. Zij ziet er vast strak uit in haar ren-kledij, hoewel ze dat inruilde voor skeeleren. Daar zag ik haar eens gaan, echt heel smooth.

Opstaan
    ‘Tof!’, zei ik bij het besef dat ik samenleef met een sportbomb en sportbabe. Voordat ik mezelf op de borst sloeg, melde Benjamin zich.
    ‘Ik ben ook sportief hoor.’ Drie personen keken hem aan alsof hij met een pompoen op zijn hoofd aan tafel zat.
    ‘Wat voor sport doe jij dan?’, vroeg ik nieuwsgierig.
    ‘Ik sta vaker op,’ antwoordde hij. Dat maakte het niet echt duidelijk, daarom vroeg ik:
    ‘Oh ja? Hoe moet ik dat voor me zien? Zet jij je wekker ’s nachts een paar keer, zodat je even opstaat om weer verder te slapen? Alles best, als ik die wekker maar niet hoor.’
    ‘Nee, mam,’ klonk Benjamin zoals hij altijd klinkt als ik denk leuk te zijn, maar het niet ben.
    ‘Sta je steeds vaker op voor een oude dame in de trein?’, vroeg Marcel. ‘Irene, dat opvoedtrucje is je gelukt! Boks!’, waarop Marcels en mijn vuisten tegen elkaar botsten. Benjamin zuchtte luid terwijl ik Marcel antwoordde:
    ‘Ik denk dat hij nog eerder opstaat om snoep uit de kast te pakken of voor een glas cola bij zijn lunch.’
    ‘Wat? Drinkt Benjamin cola bij zijn lunch?’, vroeg Marcel verbaasd.
    ‘Tja, dat is dus een mislukt opvoedkunstje,’ gaf ik teleurgesteld toe. ‘Ik deed nog zo mijn opvoedbest. Laten we even eerlijk zijn Benjamin, als jij opstaat om snoeptroep te pakken, kan je net zo goed blijven zitten.’

Verklaring
Wat Benjamin bedoelde met vaker opstaan, was precies wat hij zei. Sinds hij zichzelf verliest in het werk aan de computer, lijkt hij vastgeplakt aan zijn stoel en niet even een uurtje, maar werkelijk hele dagdelen. Blijkbaar staat hij tijdens die bezigheden vaker op. Waarschijnlijk om een plasje te lozen, een drankje te pakken of pizza te bakken. Soms drukt hij zich tussen de 2 tot 300 keer op en knuffelt zijn mum. Wacht, dat laatste moet hij gewoon vaker doen.
    Over gezond bewegen gesproken.






zondag 27 oktober 2019

Yeet

Op mijn schoot lag een dienblad, daarop een schoteltje en on top een drijfnatte spons, daarnaast een leeg zegelboekje. Naast me lag een stapel zegels. Zo jammer dat die zichzelf niet in het boekje plakken. Ik moet het weer zelf doen en nee, ik lik ze niet af met de tong. Yak! Weet jij wat voor gif op die zegels zit?

Ontploffing
Al goed, ik zette de televisie op Goedemorgen Nederland en vermaakte me wel tot…KNAL! Mijn hart schoot in mijn keel. Het geluid kwam van links de kamer in. Gelukkig ontdekte ik geen enkele rookpluim of vuurvlammetje. Ik stond snel op om te onderzoeken waar het ontploffingsgeluidje vandaan kwam.
    Ineens vulde hard ge-TUUUUUUT-TUUUUUUT-TUUUUUUT de kamer. Mijn hart verschoot zich zes slagen in één. Of dat kan weet ik niet, maar je snapt me. Het getuut klonk van boven onze CD rek, waar een brandalarm lag. De avond ervoor stelde Marcel die op mijn verzoek weer in werking. Een dag eerder hoorde ik dat veel mensen hun brandmelder buitenwerking stellen omdat hij te snel en vaak afgaat.
    Check! Onze brandmelder lag naast zijn batterij op het CD kastje. De boel weer in elkaar geforced, ging hij warempel vanochtend af. Dat was amper twaalf uur na het in werking stellen.

Gepiep
Je denk nu vast dat ik dat ding weer direct buiten werking stelde. Zeker als ik je vertel dat ik op de leuning van onze bank klom om bij de melder te kunnen. Zonder het ding van zijn plek te pakken, drukte ik ergens in het midden op het apparaatje. Het ding hield zich direct koest, braaf!
    Voor even dan. Na een paar tellen klonk een lieflijk piepje. Ik luisterde even om te bepalen of ik hier mee kon leven tot manlief thuis zou zijn of dat ikzelf moest ingrijpen.
    Even bedacht ik mijn bezigheden: wandelen, boodschappen, poetsen. Reden genoeg om niet te balen van al dat gepiep. Mijn man-de-klusser zou gauw genoeg zijn entree doen en dit probleempje oplossen.

Uitschakelen
Om twintig minuten later met een schroevendraaier te rommelen in eerder genoemde brandmelder. De piep nam andere tonen aan. Het ging meer en meer klinken als een huiltje dat ik zelfs boven hoorde janken. Het ging van een hoog piepje naar een laag piepje en dat na elke 10 seconden of zo.
    Na opening van het ding, zag ik iets wat ik nooit gezien heb: de blokbatterij had één van zijn batterijen naar buiten geplopt!

Yeet
Een uurtje later stapte Benjamin de kamer in en plofte naast Celine aan tafel. Ik vertelde hem van de spannende gebeurtenissen van eerder.
    ‘Wist jij dat een 9volts blokbatterij bestaat uit zes kleine batterijtjes?’
    ‘Ja.’
    ‘Heb jij dan wel eens gezien dat er één uit het blok kan springen?’
    ‘Mam, je moet zeggen dat het blok een batterij heeft ge-yeet.’ Even een uitspraak lesje: yeet spreek je uit als jiet.
    ‘Wat is yeet ook alweer?’
    ‘Maham!’ Oh oh, daar heb je het weer. Mam of maham. De eerste is gewoon mam, de lieve moeder, de tweede is de mam van jij-bent-zo-vermoeiend-want-snapt-het-nooit. Zo van, ik–doe-het-nooit-goed. Vervolgt Benjamin: ‘Dat heb ik al 30 keer verteld.’
    ‘Uhm, ja, sorry concentratieprobleempje. Dus vraag ik nog één keer: Is yeet iets als boeie, gooi maar weg of vergeet nou maar?’
    ‘Het is niet goed uit te leggen.’
    ‘Dat verklaart waarom jij het een 31ste keer voor eens en altijd uit moet leggen. Bij een goede uitleg vraag ik het nooit meer. Be specific!’
    ‘Is het iets met hoge snelheid afvuren?’, mengde Celine zich in het gesprek. Ik voelde me ineens niet meer de enige domme.
    ‘Nee!’
    ‘Is het dan iets weggooien of door de kamer slingeren?’ Celine pakte een mandarijn van de fruitschaal en stond op het punt deze door de kamer de gooien.
    ‘Dat dacht ik niet,’ waarschuwde ik haar.
    ‘Nee, het kan op elke manier.’
    ‘Ja, dus ik kan deze mandarijnschillen in de prullenbak of jou het huis uit yeeten?, vroeg ik lachend. ‘Hoe dan ook straattaal is stom.’
    ‘Mam, het is geen straattaal.’
    ‘Wat? Geen straattaal? Welke taal mis ik nu weer?’
    ‘Meme-taal.’
    ‘Ja daag! Ik ben echt in de verkeerde tijd geboren. Het is niet bij te houden, al die talen. Ik yeeeeeet ze allemaal de kliko in.’
    ‘Je moet yeet niet te lang maken.’
    ‘Goed yet dan!’
    ‘Nee, dat is ook weer niet goed,’ klinkt Benjamin onwijs irritant, ‘het moet gewoon niet te lang.’

Onthoudtruc
Eigenlijk bleef onduidelijk wat yeet nou is, hoewel het in de volgende zinnen best goed klinkt: Donderdag yeete ik mijn boodschappen in het karretje. Het wordt tijd dat ik mijn auto door de wasstraat yeet. Of: ik yeet Marcel plat op zijn bek. Met al dit ge-yeet vergeet ik in ieder geval het woord nooit meer, maar ben de batterij volledig vergeten.
    Jij ook?

Irene podcast:


En dan nu: het geluid:

  


En vergeet niet de klok terug te yeeten!