zaterdag 20 april 2019

Droombaan


Hoe vreemd klinkt dit:
    ‘Marcel, ik kwam vandaag een collega tegen.’
    De laatste keer dat ik iemand een collega noemde is zo’n eenentwintig jaar geleden. Toen werkte ik.
    Heeft Marcel ineens reden mij in de hoek te zetten. Hij zal zeggen:
    ‘Jij bleef werken, de plek veranderde.’

Binnenshuis
Als iemand mij na mijn ontslag bij Thuiszorg Stad Utrecht op waarde schatte was hij het. Zeg maar gerust hoog. Dat is nooit veranderd. Tot op het uur van nu is hij blij met mij in zijn leven. Wat natuurlijk logisch is, want met mij kreeg hij handen en voeten voor het werk dat hij het meest haat: het huishouden.
    Ik haat het niet, maar zeg daarmee niet dat ik het jippiejajee-leuk vind. Ik vond het prima te doen naast mijn buitenshuise parttime baan als gezinsverzorgende en coördinerend uitvoerende. Tot we zwanger werden en besloten om geld in te leveren zodat ik 100% mama kon zijn.

Ik besefte toen niet dat mensen me zouden zien als voltijds huisvrouw. De belediging! Ik ben fulltime mum - de kinderen zijn hoofdzaak, the housekeeping bijzaak. En Marcel? Even denken… Doe-het-zelfzaak? Doodsoorzaak? Nee natuurlijk niet. Hij is mijn hoofdoorzaak! Hij was tenslotte nodig voor ons ouderschap.

Pijnlijk
Gek hoe dit alles bovenkomt omdat iemand pas nog zei:
    ‘Oh, moet er schoongemaakt worden? Vraag Irene, zij weet daar alles van.’ Ik weet zeker dat het niet verkeerd bedoeld is. Ik help graag met opruimen en zo. Alleen heb ik jarenlang opgebokst tegen mensen die op me neerkeken en zulke uitspraken meenden. Ik koos voor stay at home momness.
     Vergeet trouwens niet dat we ons allemaal bezig houden met the housekeeping. Zelfs met een betaalde kracht, blijft er voldoende over. Kijk jij op jezelf neer als je huishoudelijk werk hebt gedaan? Of voel je (stiekem) de voldoening als de was weer netjes in de kast ligt en de kamer weer even een toonzaal is? Met de nadruk op even.

Droombaan
Ga ik opnieuw bijna voorbij aan het feit dat ik mijn droom leef. Ooit was die droom verpleegkundige, maar één droom ging verder, hoger en was groter: thuis-blijf-moederschap. Opvoeder te zijn, als in fulltime, 100% en er overal bij. Ik hoorde Celine’s eerste woord:
    ‘Mamamamamamamamam.’ Over op-waarde-schatten gesproken. Benjamins eerste woordje was:
    ‘Ballll.’ Hij hield de l lang vast. Ik was getuige van hun eerst stapje, zag het eerste tandje, hoorde het eerste plasje op de pot. Ik was de pleister, de zoen, de zalf, de verschoner, de schouder, het klimrek, de duwer, vanger en tiller, het dansje, het liedje, het snoepje, de vitamientjes, de nachtzoen, de taxi en het lunchpakketje. Ik was er als eerste bij. Qua opvoeden heb ik mijn best gedaan, soms zelf gevallen, maar altijd opgestaan. Nog steeds coach en bovenal trots dat ik er altijd was.

Afschudden
Daarmee is het tijd de frustratie van mensen die op me neerkijken als huisvrouw af te schudden. Ik ben werkelijk te oud om me zorgen te maken over wat men van me denkt. Of valt het samen met het feit dat ik geen thuis-blijf-moeder meer ben, maar freelance schrijver? Ik ben zo vaak van huis dat ik zelf moet wennen aan dit nieuwe leven. Het is echt, of men mij nu serieus neemt of niet. Ik neem mij in elke geval serieus!
    Net zoals de collega die ik ontmoette bij de Appie. Zij herkende mij van een freelanceborrel en werd tegelijk met mij freelance auteur voor Houtens Nieuws. We kletsten over onze ervaringen, welke opdrachten we doen en hoe we onszelf voorstellen bij een interview. Zij noemt zichzelf journalist, waar ik mezelf voorstel als schrijver. Ik ben tenslotte geen opgeleid journalist.

Journalist
Eenmaal thuis vroeg ik me hardop af wanneer je journalist bent, waarop manlief antwoordde:
    ‘Google, weet vast en zeker het antwoord!’ Terwijl ik me boog over het avondeten, stelde meneer Google op de proef en ontdekte dit bij https://www.iusmentis.com/meningsuiting/nieuws-journalistiek/wanneer-burgerjournalist/: Je bent journalist als je informatie, meningen of ideeën aan het publiek bekend maakt. Dit is ook van toepassing als je niet voor een massamedium zoals kranten, televisie of radio werkt. Ook als burger met een persoonlijke website kun je dus journalist zijn.
    ‘Dan ben ik al acht jaar journalist, want ik blog mijn mening en ideeën en geef informatie al jaren weg.’ Ik steek er mijn tong bij uit, want mezelf horen zeggen: ik ben journalist, gaat me te ver. Het voelt oneerlijk voor de opgeleide journalist, die de diepte, wijdte en kracht leerde van goed journalistiek.

Mooiste titel
Of vind ik het stiekem niet meer zo belangrijk om mijn waarde te vinden in het werk en gaat het me om plezier in mijn werk. Te zien dat ik van hobby werk maakte en dat terwijl ik nog altijd mijn droombaan leef: ik ben moeder!




zondag 14 april 2019

Schrikwekkend


Als moeder doe ik het nóóit goed!

    Het eten is te heet, te lauw, te flauw of niet lekker. Ik koop de verkeerde shampoo voor Celine, Benjamins gel is op, ik heb de waarheid over Sinterklaas een beetje verdraaid en het ergste is dat Marcel teveel aan mijn billen zit. Wacht, dat doe ik niet, dat doet hij en Celine vindt het teveel! Zó vermoeiend!

Waar ik het meest van schrik, als het gaat om feedback van de kinderen tegenover mij als mum, is dat ik te hard klop. Dit gaat niet over het kloppen van matten of slagroom. Aan mij klopt verder ook best veel, maar ik klop verkeerd. Dat krijg ik tijdens het eten op mijn bord.

Stoorzender
    ‘Mama, jij klopt altijd met zo’n harde BAMBAM en staat gelijk binnen. Van schrik springt de Brushpen uit mijn hand met een mislukte streep tot gevolg. Dat doe je net zo tijdens het studeren.’
    ’Ik weet dat ik je soms enorm laat schrikken, terwijl jij gebogen zit over schoolboeken of handlettering. Soms wil ik iets vragen of leg ik je schone was op bed. Een andere keer sleep ik de stofzuiger door het hele huis en neem daarmee gelijk even jouw kamer mee in het weg slurpen van stof. Ik weet dat ik stoor, maar wanneer moet het dan? Je bent vaak thuis wanneer ik around ben. Ga dan weg wanneer ik thuis ben of kom thuis wanneer ik vertrek. Het is een kwestie van plannen!’
    Nu lijkt het alsof ik haar altijd stoor, maar zal ik een blogje opendoen over hoe vaak zij mij stoort? Ze is net zo erg als Marcel, alleen, of zeg ik, gelukkig op ander gebied.

Terug naar Celine’s opmerking:
    ‘Je laat me zo enorm schrikken, mama!’ Er valt een stilte, waarna Benjamin op z’n Benjamins reageert:
    ‘Heftig!’ Een typische reactie à la man. Kort, als in weinig woorden. Ik zie het bij meer mannen; in één, twee of hooguit drie woorden iets zeggen. Daar tegenover staat moi als madam-gebruik-vooral-veel-woorden voor wat in minder tekst te zeggen is. Ik hou niet van kort van stof. Dat is andersMANs kunstje. Applaus! Klaar?

Nee, niet klaar! Ik ken één man die meer letters vuilmaakt in privéberichten aan mij dan ik aan hem. Dat is mijn zwager, een zeer betrokken familielid. Hij reageert links en rechts op verschillende serieuze en grappige zaken. Echter daar waar het forten, geweren en ander militair-materieel involves, is hij er als een kogel bij om mij het een en ander in meerdere woorden en volzinnen uit te leggen. Super leuk, keep going! Terwijl mijn antwoord akelig goed klinkt in de stijl der mannen: interessant of wist ik! Verder ben ik vóór klessebessen en lijnen warm houden. Ik ga voor contact!

Schrikreactie
Leuk, die warme lijntjes, maar ze helpen me niet als het gaat om mijn harde kloppen en Celine’s schrikreactie.
    ‘Ik kan binnenkomen zonder kloppen!’, zeg ik tegen Celine.
    ‘Of je klopt of niet, ik schrik sowieso van jou.’ Dat is typisch Benjamin.
    ‘Mam, je moet gewoon rustig kloppen. Gewoon klop-klop, even wachten en dan…’
    ‘Ik klop rustig!’
    ‘Laten we papa evalueren,’ zegt Benjamin, ‘van hem schrik ik nou altijd.’
‘Marcel is inderdaad schrikken!’
    ‘Eigenlijk is het niets aan om iemand bij ons thuis te laten schrikken. Niemand schrikt zoals normaal is. Papa schrikt of reageert gewoonweg niet, hij weet waarschijnlijk niet eens wat schrikken is. Mama raakt gelijk gehandicapt en Celine gaat direct huilen. Wat zijn dat voor reacties! Het is gewoon triest.’ Best veel woorden voor Benjamin! Gelukkig lacht Celine het hardst, waar Benjamin gelijk heeft over mij. Als ik schrik en ik ben miss-schrik-van-alles, verschiet ik me een duizeling, echt twisted!

Voorbeeldfiguur
    ‘Wat betreft papa, zeg je wel wat, Benjamin. Hij schrikt dan wel nergens van, maar zelf is hij een geest op sokken. Van hem schrik ik altijd, want ik hoor hem nooit. Wat een sluiper! Sta ik in de keuken jullie hapje eten te heet te bakken, staat die man ineens achter me. Wacht! Ik weet de oplossing voor zijne luchtigheid: we doen hem een bel om de nek!’
    ‘Noem hem gerust een sluiper, hij klopt tenminste schattig en zachtjes op de deur en wacht voordat hij binnenkomt,’ reageert Celine. Nog even en ik word met manlief naar boven gestuurd om te leren hoe hij klopt, de klopspecialist.
    ‘Ik weet niet wat papa doet en wat mijn aankondigende klop helemaal fout maakt, ik ben zekerste weten geen zotte debiel die als een lompe os op je deur staat te rammen. Echt, that’s not me-like. Weet je wat? Ik vraag roetveegpiet wel even om op je deur te kloppen, dan weet je in één klop dat ik het heel niet verkeerd doe.
    ‘Ma-ham, die zit toch in Spanje?’

zondag 7 april 2019

Bedrogen


Verraad! De boodschap is zwaar, de nasleep intens. Ik hield geen rekening met dit bedrog! Zeg ik, die de boel zelf bedrogen heeft. Dacht ik werkelijk ermee weg te komen? Ik kon weten dat iemand me terug zou fluiten. Ik moest er op bedacht zijn dat ik het zelf kon zijn. Ik vergat mezelf.

Eerder vandaag legde ik Marcel uit dat het de schuld is van het oneven getal 47. Ik hou niet van oneven getallen, nooit van gehouden. Het is verder niets bijgelovigs hoor.
    Bijgelovigheid vind ik totale nonsens. Juist op vrijdag de dertiende aai ik de zwarte kat die op straat loopt of wandel ik fluitend* onder een ladder door en begroet de schilders boven mij. Nooit kreeg ik een druppel of emmer verf over mijn bril.

Oppoppen
Verf over mijn kop, blijkt echter dichterbij dan ooit. Ik schrok me de bril van mijn hoofd toen ik afgelopen woensdag in de spiegel mijn tweede krul van rechts checkte. Hij zat verstopt achter vijftien grijze haren. Dat waren er vorige week nog maar drie!
    Dat is verraad! Wanneer zijn die opgepopt?

Zoals wel meer op popt, bijvoorbeeld oplopende krakkemikkigheid. Hopelijk is het een periode, zoals ik gewend ben. Pijnepisodes komen en gaan, maar bleven lang weg. Tot nu, de pijn loopt op. Als ik dadelijk opsta van de bank loop ik drie stappen krom om vervolgens langzaam weer recht op de benen te staan. Krak, kreun, knerp. Ze staat! Ik vind het stom!
    Ik hoopte nog zo, dat door te doen alsof ik 34 ben, mijn lijf daar in trapt en zich verrekent. Ik heb mijzelf nog zo geprobeerd te geloven. Ze zeggen dat wat je gelooft groeit, toch?! Nou, mijn kop laat zich niet neppen.

Er in geluisd
Volgens mij heb ik mij laten neppen. Jaja, op 1 april (tada!) werd me een geweldige klus aangeboden. In mail antwoordde ik als volgt: Of dit is een goede 1 april grap of dit is een fantastisch verjaardagscadeau, maar ik ben op mijn hoede.
    Het antwoord luidde: Wat een rotdag om jarig te zijn. Nee, het is geen grap. Als je wilt dat ik dit bericht morgen nog eens stuur doe ik dat.
    Ik reageerde 2 april met: Ja, ik wil die klus.
    Om tot op de dag van vandaag er niets over te horen. Denk je dat ik er in geluisd ben? Het voelt werkelijk alsof ik met beide stevige en dikke bovenbenen in een grap gestampt ben.

Ja, stevige en dikke bovenbenen. Heb medelijden. Ik word naast grijzer en krakkemikkiger, toch echt weer zwaarder. Zou er een link zijn?
    De enig bedenkbare link is deze: ik word een oude taart.
    Wat blijft dan nog? Acceptatie? Slikken dat ik 47 ben? Lukt me niet, ik kots!

Feestje
Kotsen? Niet op mijn feestje. Die was better, much better.
    Wie het nog niet weet, ik zette mijn verjaardagsliedje in om 0.03 uur.
    ‘Fijne verjaardag voor mij!’
    ‘Dit deed je expres, wachten tot na twaalven.’
    ‘Nou, eigenlijk pakte ik gewoon mijn boek erbij. Je weet ik lees graag voor het slapen gaan. Het is zo’n mooi boek, die sluiten kost me echt moeite, dus werd het zomaar ineens laat. Bij het aanzetten van de wekker besefte ik: ik ben jarig! Ik als avondmens lette gewoon op de klok. Kon jij ook doen. Jij ligt notabene de hele tijd naar je phone te kijken. Jouw klok was dichterbij. Je kan gewoon niet tegen je verlies.’
    ‘…gromt wat…,’ en viel stil. Zo gaat dat, hij legt zijn hoofd op het kussen, ik tel in stilte tot tien en poef, weg is ie. Bleef ik achter en dacht: 47, ik ben er echt niet klaar voor.

Verwend
Klaar of niet, het was 1 april.
    Verrassend genoeg voelde ik me ondanks groot feest echt jarig.
    Ton, die van Appie, dwong me op een kratje te staan en zong me toe. Sylvia gaf een dikke knuf. ’s Middags en ’s avonds trakteerde ik tijdens vrijwilligerswerk en werd omgekeerd verwend met cadeaubonnen van het Taalhuis en Sterpoelier van der Lingen (even reclame gemaakt).
    De grootste verrassingen lagen thuis: Benjamin ontwierp een Typisch Irene logo, Celine maakte een ketting en gaf een Samsung S10 hoesje (maar ik heb een S7) en Marcel? Het twee euro muntje viel. Waar ik mijn zoet verdiende monnies voor opzij zet, gaf hij cadeau, de S10 passend bij Celine’s hoesje!
    ‘Op mooiere foto’s!’

* Eén ding komt nooit op de foto. Irene fluitend over straat. Mooi niet dat ik mijn lippen tuit in het openbaar. Ik kan fluiten, maar houd het onzichtbaar. Het ziet er gewoonweg niet uit, daar hou ik het op. Zelfs mijn beste vrienden op Instagram, zij zien heel wat, krijgen dat beeld niet op hun scherm. Blijkbaar heb ik mijn grenzen.
    Die ligt bij mijn getuite lippen!


zaterdag 30 maart 2019

Winnaars


    ‘Verloren! Tjonge, dat begint lekker!’
    ‘Had je maar beter moeten spelen, hè?’
    ‘Ik wist nog geen strategie.’
    ‘Natuurlijk krijgt strategieloosheid de schuld.’ Hij staat op van het bed.
    ‘Schatje, vergeet je niet iets?’ Ik houd mijn hand op als om hem de hand te schudden.
    ‘Gefeliciteerd,’ klinkt met zware tegenzin en hij kijkt weg.
    ‘Nu alsof je het meent.’ Hij pakt opnieuw mijn hand, kijkt me aan en moppelt:
    ‘Gefeliciteerd Irene!’
    ‘Was dat nou zo moeilijk?’

Verliezers
Hij zal nooit écht tegen zijn verlies kunnen, vooral om 07.45 uur. Wie begint de dag dan ook met vier op een rij?
    Marcel en ik dus. Ertoe aangestuurd, noem het pure dwang, door Celine. Het spelletje was haar selfmade huwelijkscadeau voor ons. We moesten het direct spelen. Ze zat erbij en vond het spannend, tot ik won en zong:
    ‘Begin de dag met een dansje, begin de dag met een lach, wie een spel wint in de morgen, lacht de hele dag!’

Evengoed verloor ik een kwartier daarvoor, om 07.30 uur, een wedstrijd. Die van wie is de eerste die de ander feliciteert.
    De wekker ging en manlief die vandaag iets eerder wakker was, als in hij had zijn kop er eerder bij, zette het op een zingen. Geloof me, ik was direct wakker en dat zonder koffie!
    ‘Lang zullen we leven lang zullen we leven,’ de rest bespaar ik je, want echt zuiver en helder klonk hij niet. Ik bedoel maar, manlief was dan wel behoorlijk bij de tijd, zijn stem niet. Zingen is sowieso niet zijn grootste gave.
    Hij had beter voordat de wekker ging, dat ding uit moeten zetten. Vervolgens stilletjes de slaapkamer uit moeten glippen, de trap af glijden, de huiskamer in lopen en zijn gitaar uit de standaard pakken. Dan weer de hele weg terug en eenmaal boven een liedje voor mij spelen. Dat is hemels wakker worden.

Dromerijen
Wat me eraan herinnert dat ik nog wacht op de dag dat hij onder het balkon een serenade speelt. Dat beloofde hij zo’n 25 jaar geleden en ik maar wachten… op het balkon. Die moet nog gebouwd worden.

Hoe dan ook is het natuurlijk super tof dat meneer onze trouwdag vrijdag al in mind had en thuis kwam met de 26e  bos bloemen.
    Hij koopt regelmatig, één keer per jaar, een bosje bloemen voor me en komt ermee wanneer het hem uitkomt. Dat is niet persé op onze trouwdag. Soms wel rond mijn verjaardag, die evengoed rond onze trouwdag is. Maar nooit en te nimmer op Valentijnsdag. Die zekerheid heb ik, want zegt hij:
    ‘Valentijnsdag is commerciële nonsens en voor geheime liefdes.’ Dat wij van onze liefde geen geheim maken beamen onze kids. Zij draaien ons nogal eens hun rug toe, want zijn allergisch voor zoenende ouders. Maar als ik thuis niet mag zoenen, waar dan wel? Buiten?

Ik weet één plek waar ik manlief wil zoenen. We wandelen er elke week aan voorbij. Hij wil niet. Snap jij dat nou? Mij niet willen zoenen?
    Hij zegt me overal te willen zoenen. Maar waarom dan niet in de muziektent op het Plein in het Oude Dorp. Vrijdagavond liepen we er weer.
    ‘Wil je mij zoenen?’
    ‘Altijd!’
    ‘Daar in die muziektent?’
    ‘Nee, kijk dan, al die lampen die er branden. Iedereen kijkt.’
    ‘Misschien vinden mensen het juist heel romantisch!’
    ‘Romantisch? Zo’n oud stel dat daar staat te zoenen?’
    ‘Wat? Ik ben niet oud!’

Life-maker
Inmiddels liepen we een zijstraat in. Het moment was voorbij, mijn hoop nog niet foetsie. Misschien ooit, krijg ik hem over die treden. Ik kreeg hem over meer drempels. Dat is het bijzondere van 26 jaar optrekken met mij.

Meneer is evengoed bijzonder. Hij vergeet nooit onze trouwdag, terwijl mannen er toch om bekend staan als vergeetachtig in deze? Met Feestboek is dat echter onmogelijk, ontdekte Marcel vandaag. Hij kreeg een herinnering onder zijn neus toen hij even de laatste onzinnige roddels wilde upcatchen. Ik kreeg die herinnering niet, want vergeet onze datum natuurlijk niet, evenmin het aantal huwelijksjaren dat op onze teller staat.

Iemand anders was wel de tel kwijt. Elk jaar stuurt iemand ons trouw een kaart en nu blijken we ineens 28 jaar getrouwd te zijn? Ho! Da’s twee jaar te veel of is het alvast een kaart voor dan? Je kan maar op tijd zijn hè? Anyway, bedankt lief mens!

Nu staat een volgende wedstrijd op de planner. Eenzelfde wedstrijd met een andere aanleiding op 1 april. Eens zien of ik de hoogste toon zing:
    ‘Fijne verjaardag voor mij…’ Of dat Marcel even eerder inzet:
    ‘Fijne verjaardag voor jou, maar hoe oud wordt jij nou, vier-en-dertig zegt Fakebook, jij moet snel in de hoek!’

Weet je wat? Ik laat hem gewoon winnen en sleur hem mee de hoek in. He makes my day!
No, he makes my life!

zaterdag 23 maart 2019

Uitgeschakeld


Waar ik écht moe van word? Van snoertjes en knopjes. Dat moet eens geswitcht worden.
   Laat snoeren en knoppen nou de grote liefde van mannen zijn. Blij dat ik er niet uit besta. Manlief zou met zekerheid de hele dag aan me zitten. Switchen, aansluiten, verkorten en verwisselen tot hij the best of me geplugd heeft. Gelukkig ben ik geen robot, maar blijf ik achter met mijn theorie over mannen, kabels en schakelaars.
   Nou niet zeggen dat ik lekker generaliserend doorkom. Het is gewoon zo, want ik ken nog één man die niet van knoppen en snoertjes af blijft.
   Erwin, jij ja, (kan ik je eindelijk weer taggen)! Jij staat zolang ik je ken achter de knoppen als geluidsman. Eerst bij onze 4ever gospelgroup en later bij het opwekkingsteam. Je bent een topper! Evengoed wanneer je samenwerkte met manlief, jullie deelden die liefde, speelden graag samen.

Geluidsman
Denk ik even ruim 26 jaar terug. Marcel ging op zijn knieën voor mij. Niet dat het nodig was, hij wist allang dat ik “ja” zou zeggen. Waar ik met mijn “ja” wist te trouwen met zes kisten vol snoeren en tig apparaten vol knopjes. Gelukkig sleepte hij die niet achter zich mee de trouwzaal in. De enige die iets sleepte op onze trouwdag was ik; mijn jurk had een klein sleepje.
   Eigenlijk had het me niks verbaasd als the groom op onze grote dag met een sprintje achter de knoppen zou duiken. Iets met geluid dat beter kon klinken. Gelukkig had hij zijn oren alleen op mij gericht en hoorde niets anders dan mijn hart dat klopte voor hem.
   Tot zover de romantiek, faster forward.

Stemmen
Bijna 26 huwelijksjaren later pakt Marcel zijn gitaar en ineens (nu pas) zie ik het overduidelijk. Natuurlijk heeft gitaarspelen zijn hart.
   Kijk even mee: manlief loopt de serre in en pakt zijn gitaar. Hij ploft op een loveseat en houdt de gitaar op schoot. Zijn linkerhand pakt de hals vast, terwijl zijn rechterarm over de kast gaat en legt de vingers van zijn hand op de snaren. Hij pingelt wat, waarop zijn linkerhand naar de knoppen gaan. Vergeet niet, naast zes snaren, heeft een gitaar zes…? Juist, zes stemschroeven.
   Hij draait eraan tot de gitaar weer klinkt als een Godin!

Snoeren
Eigenlijk zijn knoppen niet het ergst. Die zitten zelden in de weg, maar wel vast aan apparaten die weer op vaste plekken in huis staan, bijvoorbeeld een mengpaneel. Daarbij zijn veel knoppen te vinden op zolder. Lekker opgeborgen.
   Snoeren daar ben ik dus echt compleet en totaal klaar mee. Zo lang ik mijn wederhelft ken, liggen hier en overal snoeren in huis. Door hem ben ik in gaan zien hoe we omringd worden door snoeren. Onder zijn bureau is het een wirwar van stroomkabels en stekkers. Mij hoor je niet klagen. Dat is op zolder! De enige plek in ons huis waar ik geen wekelijkse opruimeis doe gelden.
   Sla ik de eerste verdieping bijna over. In onze slaapkamer liggen oplaadsnoeren van telefoons klaar om in te pluggen. Mijn föhn hangt netjes (vanwege de opgerolde snoer) aan de muur. Het mag, daar komen alleen mijn schat en ik. Verder heeft niemand daar iets te vinden.
   Maar de huiskamer! Daar lijk ik koord te moeten dansen. Er pieken snoeren onder de bank vandaan, in de hoek ligt een opgerolde verlengsnoer, die als ie strak opgerold wordt niet in beeld ligt, echter nu komt ie ontrold de kamer in. Als schreeuwt ie: ruim mij op!
   Het is een wirwar!

Verstrikt
Afgelopen vrijdag wilde ik de boel stofzuigen. Wat een schrik! Van onder de bank, onder de kast, onder de loveseat in de serre en vanuit de hoek in de kamer leken snoeren me tegemoet te komen als slangen. De ene snoer leek langdradiger dan de andere. Zelfs de stofzuiger raakte er in verstrikt.
    Werkten alle apparaten maar als een stofzuiger, bedacht ik. Met een druk op de knop slurpt het apparaat de hele snoer naar binnen. Stofzuigermakers snappen het: vrouwen haten snoeren! Weg ermee, uit het zicht!

Komt Marcel thuis en krijgt mij over zich heen.
   ‘Ruim éindelijk eens die rotsnoeren op.’
   ‘Welke snoeren?’ Ik grijp hem bij zijn mouw, zijn kraag is me te hoog. Ik snap heus wel dat hij met zijn 1,88 meter hoog niet alle snoeren op 0,0 meter ziet liggen.
   ‘Die snoeren daar en daar en daar en in de serre onder de bank. Vind jij het niet puithoperig?’
   ‘Nee, geen last van,’ klinkt ie ongeïnteresseerd.
   ‘Jij ook met je snoeren en knopjes.’
   ‘Pas op jij!’
   ‘Wat nou? Ik hou alleen van ontluikende boomknoppen.’
   ‘Ben je daar zeker van?’
   ‘Ja! Wat wil jij nou? Mij verslijten als knoppengek?’
   ‘Absoluut! Jij bent gek op de knoppen van jouw laptop?’
   Die zag ik niet aankomen, is maar zo mijn mond gesnoerd.

zaterdag 16 maart 2019

Burgemeester


   ‘Marcel, ik moet je nog iets vertellen.’ Blijkbaar hoort manlief in mijn intonatie dat mijn mededeling een van het ongewone is. Hij verslikt zich in zijn chips en zijn ogen bollen zo op dat zijn lenzen uit zijn ogen vallen. ‘Zal ik eerst lenzenvloeistof pakken?’
‘Nee! Ik versta je heus wel zonder die lenzen. Wat heb jij te vertellen?’
‘Ik heb gesolliciteerd.’
‘Oh, ga je los met je schrijfwaanzin? Waar? Bij het AD?
‘Nee, joh, daar voel ik me niet goed genoeg voor.’
‘Waarvoor dan wel? En waarom vertel jij me dat na je sollicitatie?’
   ‘Ach, je kent me. Ik ben van het impulsieve, zag de vacature en dacht: de krant nam me aan, laat ik het een stap hogerop wagen. Houten zoekt een burgemeester en hier ben ik!’
   ‘Wat? Sinds wanneer wil jij burgemeester worden?

Burgemeesteres
   ‘Dat zetten we direct even recht. Ik word burgemeesteres. Ik ben niet van het genderneutraal, ik ben vrouw!’ Ik steek een vuist in de lucht als om daar kracht bij te zetten. ‘Ik ben op en top vrouw, van borst tot bil, dat kan jij weten als de beste. In mijn ogen is een meester nooit een vrouw! Daarom ben ik het er anoniem, ik bedoel unaniem mee eens. Nee, dat bedoel ik ook niet, ik bedoel onpartijdig want ik moet neutraal zijn als burgermoeder. Neutraal, behalve in mijn gender en onpartijdig ben ik absoluut. Mijn landelijke stem klinkt anders, dan de plaatselijke en het kieskompas voor de komende provinciale verkiezingen geeft weer een andere uitslag. Ik word bijna bang van mijn ontrouw aan welke partij dan ook, maar kan het evengoed onpartijdigheid noemen en dat past me perfect. Snap je alles nog?’
   ‘Nee.’
   ‘Mooi, politiek is ingewikkeld. Ik bewijs terplekke een sterk staaltje moeilijkdoenerij. Waar is de hamer, dan kan ik het met een mep goedkeuren.’

Benaderbaar
Al snel boei ik mijn inwonende burger niet langer. Hij verdiept zich opnieuw in Flikken Maastricht. Tot hij plotseling op de pauzeknop drukt en vraagt:
   ‘Hoe zie jij het verder voor je?’
   ‘Wat?’
   ‘Het burgemeesterschap.
   ‘Zeg meneertje, als jij al zoveel moeite hebt met burgemeesteresschap, hoe moet ik dan de raad en het volk overtuigen? Burgemeesteres, ja?’
   ‘Ja en dan ben je ineens een u?’
   ‘Nooit! Ik ben een je-en-jij-meesteres. Ik sta dicht bij de burgers, benaderbaar, alsof ik ieders buurvrouw ben.’
   ‘Zoals je nu dichtbij de groenteman, de kipboer en alle mensen op straat staat?’
   ‘Vergeet jij nou onze echte buuf Esmée?’
   ‘Excuus meesteres!’
   ‘Bah, dat klinkt alsof ik handboeien en zweep achter de hand heb, wat een totaal verkeerd beeld geeft van mijn invulling van het burgermeesteresschap.’

Knuffelkamer
   ‘Vertel eens over dat beeld in jou koppie.’
   ‘Die is prachtig. Onder mijn leiding wordt Houten bekend als liefdevolste en gezelligste gemeente van Nederland. De gemeenteraadkamer fleurt op door slingers, bloemetjes en confetti. De sfeer moet altijd feestelijk voelen. Daarbij duld ik geen hard-tegen-hard situaties. Geen geschreeuw, gevloek, gescheld en gemopper. Ik sta voor een knuffelkamer.’
   ‘Hoe moet ik dat voor me zien?’
   ‘Ik ga voor een vriendelijkheidsplicht onder alle omstandigheden. Ik weet van een paar meningsverschillen in Houten. Bijvoorbeeld over hoogbouw of laagbouw. Daar staan ze dan tegenover elkaar: PvdA en SGP. De eerste wil de hoogte in, maar heeft het vast niet zo hoog in de bol. De ander wil alles laag houden, maar om ze nou laag bij de grond te noemen? Is niet vriendelijk toch? Met mij aan het roer, moeten die twee elkaar knuffelen zodra botsing dreigt. Sowieso wil ik dat mensen elkaar altijd vriendelijk of complimenteus aanspreken en opent iedereen met: knappe, stoere, lieve, vrolijke (of wat voor liefs ook)  voorzitter en doet zijn of haar verhaal. Wil iemand een andere fractievoorzitter of wethouder aanspreken, dan begint het altijd met een compliment. Zo zegt Gerard tegen Hilde: Wat zit je haar goed meid en steekt van wal over de windturbines, waarop zij reageert met: jouw stropdas mag er zijn vandaag en doet haar woordje. Waar die windturbines ook komen, in de knuffelkamer waait een gemoedelijke wind. En vergeet die hamer niet, hoe heet dat ding eigenlijk?’
‘Dat moet jij als burgemeesteres to be heel snel ontdekken.’
   ‘Inderdaad,’ ik google a la minute. ‘Ah, de voorzittershamer, dat wordt er één van het opblaasbare. Daar kan ik iemand die van de vriendelijkheidsregels afwijkt mee op de kop stuiteren. Moet jij eens zien hoe snel Houten bekend staat als voorbeeld gemeente van peace on earth.’

Komt onze dochter binnen en vraagt waar het gesprek over gaat. Marcel vat alles samen en eindigt met:
   ‘Zie hier onze nieuwe burgemeesteres!’
   ‘Ho stop! Pap, mam, begrijpen jullie er dan echt niets van? Ik als PABO student dien een motie in.’
   ‘Gaaf, mijn eerste motie, vertel!’
   ‘Het tegenovergesteld van meester is juf. Dan maakt jou als vrouwelijke burgemeester de burgerjuf! Cool!’



zaterdag 9 maart 2019

Grenzen


Valt er eens wat te vieren, bouw ik een one-woman-party. Geef maar toe, wel lezen, maar niet tellen hè? Gelukkig let tenminste één iemand op. Ik! Om te zien dat de teller geen mooi rond getal toont. 433 is niet rond, noem ik het dan vierkant?
   Wel ben ik trots. Het is namelijk 9 maart 2019 wat staat voor acht jaar blogs. Ik vier mijn bloggerjaardag.

Veranderende kilometers
Bij de start dacht ik niet aan een einddatum of hoe lang ik zou volhouden. Wel hoopte ik op een doorbraak, op iets anders dan alleen blogs schrijven. Wauw, wat is dat gelukt!
   Mijn liefde is uitgegroeid tot werk. Houtens Nieuws en vrijwilligersorganisaties houden me uit het bos. Werkelijk, door alle schrijfwerk wandel ik minder. Geen zorgen, nog elke dag raak ik de minimale 10.000 steps. Het verschil zit ‘m in alles daarboven.

Net als hardlopers aan hun sport ben ik verslaafd geraakt aan wandelen. Het liefst ga ik elke week een stukje verder. Het is door allerlei schrijfklussen echter omgekeerd gaan werken. De kilometers van buiten zijn kilometers op het toetsenbord geworden.
   Het schrijven gaat iets ten koste van het wandelen. Terwijl de benen echt in beweging willen en moeten blijven om verschillende redenen.

Krijg ik een mail van een nieuwe organisatie. Of ik hen wil versterken met mijn schrijfkunsten. Ik vrees met grote angst ‘nee’ te moeten zeggen. Hoe mooi het ook lijkt, want anders gaat het ten koste van mijn benen en de daarboven zittende bips.

De lijn
Ben ik toch zelf onder de indruk van hoe ik dat schrijf: de zittende bips. Tja, die zit veel meer, als zit daar ook mijn probleem. Het wordt daar achter namelijk opnieuw wat ronder. Niet alleen door zitten, geloof me. Het zit ‘m evengoed in chocolademelk en M&M’s. Daarom maakte ik afgelopen week bekend:
   ‘Chocolademelk en M&M’s komen er niet meer in.’
   ‘Wat dan nog wel?’, klinkt in driestemmig koor.
   ‘Lions!’
   ‘Wat is het verschil?’
   ‘M&M’s zijn verleidelijk door de mooie heldere kleuren. Lions daarentegen zijn saai, bruin en zo onregelmatig als wat. Ik hou van gladgestreken en netjes. Lions verleiden me niet. Die mogen blijven. Al het andere lekkers moet de deur uit.’
   ‘Ik word bijna bang,’ klinkt Marcel ineens onzeker en houdt zich stevig vast aan de bank.
   ‘Geen zorgen schatje, jij bent lekker, maar jij krijgt mij niet dik. Dat is je twee keer gelukt, daar ben ik nog vol van.’
   ‘Kwijl, heel romantisch pap en mam, maar chocolademelk kan ik niet aantrekkelijk noemen,’ verstoort Benjamin ons gesprek.
   ‘Ho! Chocolademelk mist inderdaad alle fleur en kleur. Het draagt wel onweerstaanbaar verleidelijke warmte in zich. Vooral in de winter, ook al was die niet streng. Daarbij, bedenk even je koude handen om een warme beker. Voel de damp opstijgen en een waas op je bril blazen. Na een slok glijdt de warmte in je buik. Warmte, dat is het. Het gaat bijna voorbij aan mijn love for colors. Maar oh, die calorieën.’
   ‘Dus drink je takkenthee, want dat ziet er heerlijk kleurrijk uit.’
   ‘Bij muntthee gaat het om de gezonde variant op vetmakende cappuccino’s en winterse chocolademelk. Balans, dat telt in het leven.’
   ‘Jaja, ooit goed gekeken naar de kleur van die thee? Het lijkt wel een beker…’
   ‘Zie ik er uit of ik dat wil horen?’
   ‘Nee.’
   ‘Hou dan nu je mond maar Benneman.’

Blijft stiekem de vraag: waarom ik M&M’s met moeite kan weerstaan en een Lion no temption at all is? Beide zijn chocolade, beide zijn zoet. Wie het snapt, mag het uitleggen.

Tot het antwoord let ik beter op de bips, want al zie ik ‘m niet, mijn spijkerbroeken spreken onhoorbare woorden. Zij zijn mijn weegschaal en vertellen me grenzen te stellen.

Grenzen
Wat me terug brengt bij de organisatie waar ik ‘nee’ tegen moet zeggen. Zo jammer. Ze past bij me als mijn lekker zittende spijkerbroek. Contacten die er waren voelen goed en veilig en een eerste ontmoeting door een interview raakte zelfs mij diep. Zeg dan maar ‘nee’.
   Of stel ik een antwoord uit. Neem bedenktijd om niet te snel op zaken vooruit te lopen. Soms komt een antwoord vanzelf. Wachten leidde vaker tot mooie uitkomsten.

Ondertussen maak ik boskilometers, blijf ik schrijven voor deze en gene en verlies me in blogs. Zelfs als ik door de vele teksten die ik schrijf mijn eigen verhaal soms niet zie. Het lukt me iedere keer weer met een simsalla-gewoon-doen een verhaal op mijn scherm te toveren.

Je las het net weer. Dank je daarvoor.
Ga je mee naar 9 maart 2020?