zondag 16 februari 2020

Vertraging


Als bij het avondeten het gesprek stil valt vraag ik soms:
    ‘Wat was jouw high?’ of ‘Wat was jouw low?’
    Gelukkig antwoordt niemand met: ‘Nou mam, ik was vandaag high, heb eens lekker de drug-addict uitgehangen.’ Alhoewel Celine donderdag op het randje balanceerde. Zij creëerde een prachtige prentenboek en was druk aan het werk met fotolijm.
    ‘Volgens mij ben ik high van de lijm.’ Nooit gedacht dat juist zij zo in mijn huis zou zitten.
    ‘Er uit!’ Ik doe aan een zero-tolerance-beleid. Zouden er meer moeten doen.

Dieptepunt
Over een low gesproken, als we een wedstrijd wie-ervaart de-diepste-low speelden, won Benjamin met stip. Zijn YouTube kanaal met ruim 160.000 abonnees is gehackt. Wat nu?, was dagenlang onze grote vraag. Tot vrijdag bleek dat zijn kanaal niet meer beschikbaar was. En nu?
    Ik zag in één week tijd mijn zoon breken, neervallen, maar ook weer opstaan. Hij dook vrijdagmiddag direct na zijn stage achter zijn computer en kwam er pas zaterdagavond achter vandaan. Zijn nieuwe kanaal was actief.
    Dit weet ik: mijn mannen kunnen vallen, hard op de bek gaan, maar als ze opstaan, dan zetten ze er niet alleen hun schouders onder, maar vooral hun kop en kont bij in. Iets met hoofd, schouders, knie en teen.
    Sterker nog, dit weet ik: Benjamin komt er sterker uit, watch him! Extra mooiïgheidje is dat hij zoveel hartverwarmende reacties krijgt van volgers, fans en abonnees, dat ik een brok waterlanders omhoog voel komen. Ze vinden nog net niet de weg naar mijn ogen.

Hoogtepunten
Tot zo ver de low. Nu de highs, waaronder de ontdekking dat ik enorm flexibel ben geworden.
    Mijn week was met drie grote en twee kleine interviews en vrijwilligerswerk iets te druk naast een sushi-lunch met een vriendin en tijd doorbrengen met mijn zus. Ja, mijn in-Amerika-gehuisveste-zus is weer in Nederland. Ze gaat alweer bijna terug naar Amerika, maar geniet eerst nog van haar nieuwe zesde kleinkind.
    Donderdagavond zette haar komst onze avondmaaltijd compleet op zijn kop. We aten wel, maar vooral met veel gelach, gegil en gejank. Omdat afscheid een ding is, spraken we elkaar vrijdag weer. We wilden samen door de stad struinen en fotogenieke spots vereeuwigen. Tot ze appte dat haar zoon mee wilde.
    Flexibel als ik ben vond ik het helemaal prima. Nu gaan echt bij sommige lezers de wenkbrauwen omhoog: Irene flexibel? Ja! Ik ben werkelijk beangstigend meewerkend geworden. Dat krijg je als je tot een uur voor de maaltijd niet weet wie er wel of niet mee eet of zelfs blijft slapen. Deze zekerheid heb ik: manlief en ik slapen thuis. Voor de rest hangt alles aan losse spijkers. Dat en werken voor de weekkrant maakt me flexibel als een telefoonsnoer – het kan netjes liggen, totaal overhoop of in de knoop, maar het is altijd uit elkaar te pulken.

Afspraak
Zuslief en ik spraken om 10.00 uur af bij de piano op station Utrecht. Tot een appje vroeg of 11.15 uur ook goed was, want haar schoondochter en pasgeborene kwamen mee. Buigzaam antwoordde ik met een ‘natuurlijk’. Ik vroeg me even af of ze 10.15 uur bedoelde en herhaalde de tijd in een antwoord. Ze antwoordde bevestigend.
    Vervolgens volgde een appje dat mijn zus en aanhang al om 11.00 uur bij de piano zouden staan. Meegaand klonk mijn 'goed hoor'.
    Onder ons gezegd: mijn zus, haar zoon en schoondochter zijn niet echt van de klok. Vermoedelijk ligt dat aan de laatste twee, misschien zelfs wel alleen aan de laatste. Daarom bedacht ik: zouden ze werkelijk op tijd zijn?

Klaarmaken
Ik ruimde op mijn gemakje de strijkspullen en gevouwen was op; ging op mijn dooie akkertje naar het toilet; waste uitgebreid mijn handen; liep kalmaan richting keuken en vulde een flesje met water, propte die in mijn tas; trok mijn schoenen aan en draalde even bij de kapstok: regenjas of rode jas? Droog blijven of er vrouwelijk bij lopen? Ik koos voor de regenjas, want met mijn zus houden we het nooit lang droog.
    Met één been buiten de deur besefte ik dat ik mijn gehoor vergeten was. Hup, weer naar binnen om mijn gehoorhulp te halen en klaar. De trein halen werd zo onderhand kielekiele. Zorgeloos wandelde ik richting NS station.
    Tot ik de vroegere stadsdichteres ontmoette en een praatje maakte, wel kort, want ik wilde geen vertraging oplopen. Liep ik uiteindelijk het hoekje om bij het gemeentehuis, zag ik de trein net vertrekken.

Gelukssprongetje
    Ik kon wel springen van geluk: Het is me gelukt, ik miste de trein. Ik kan het! Vijf minuten later volgde een appje van mijn neef: waar ben je?
    Ik schreef: trein gemist.
Eenmaal aankomen zei mijn neef flabbergasted: ‘Jij bent nooit te laat.’
Ik was verbaasder: ‘Jullie zijn nooit op tijd.’


zaterdag 8 februari 2020

Magnetron


Daar gáán we weer!
    ‘Mam, koop nou eens een magnetron!’ Zoonlief versterkt de opdracht met een harde zucht van ongeduld. ‘Ik heb er al zo vaak om gevraagd, waar blijft ie nou?'
    ‘Waarom zou ik?’
    ‘Omdat ik die wil,’ zegt Benjamin.
    ‘Oh ja, dat is natuurlijk de beste reden om er één aan te schaffen.’
    ‘Echt, ga je éindelijk om?’
    ‘Nee, dat bedoelde ik cynisch. Wanneer accepteer jij nou dat ik zo’n eng apparaat niet in mijn huis wil?'

Eng?
Ja, je leest het goed. Ik vind een magnetron eng. Toen ik voor het eerst hoorde dat dit apparaat je bord vol eten kan opwarmen en zelfs je maaltijd kan koken zonder een vlammetje vuur of verhitte kookplaat, dacht ik: ik lust geen onzichtbare microgolven. Ik wil mijn eten zien borrelen boven een rood opkleurende hittebron of open vuur. Onzichtbare golven die iets doen met de moleculen in mijn eten, doen mij boven alles huiveren. Het klinkt als telekinese. Dat komt mijn huis nooit in.
Natuurlijk klinkt dit alles belachelijk. Maar je hebt toch wel maffere dingen van mij gezien of gehoord? Ik ben er één met afwijkende hersenkronkels – accepteer het.

Waarheid
De waarheid is dat ik een betere smoes heb ofwel werkelijkheid ken. Benjamin en ik praten verder:
    ‘Mama, ik wil gewoon makkelijker dingen op kunnen warmen.’
    ‘Dat snap ik. Papa wil zijn chocomel net zo goed liever opwarmen in zo’n spiritistisch apparaat, in plaats van in een pannetje. Kijk nou even goed naar mijn keukentje.’
    ‘Wat moet ik daar zien?’
    ‘Die is klein. Waar moet ik zo’n joekel van een microwave kwijt? Zelfs voor mijn achterste is er meer plek.’
    ‘Ja mam, dat is omdat je er niet de hele dag blijft zitten.’ Zo helder die jongen!

Overdreven
    ‘Weet je wat? Dan koop ik er zelf één en zet ‘m in mijn slaapkamer,’ zegt ie.
    ‘Dan moet je wel eerst goed opruimen, want ik zie in jouw rommelkamer niet veel meer plek dan ik in mijn opgeruimde keuken heb. Wacht, ik pak gelijk even alle poetsstuff dan kun je meteen de boel eens goed schoonmaken. Moet ik nog uitleggen hoe een stofdoek, stofzuiger en dweil werken of weet je dat nu onderhand wel? Oh wacht, dit is een dienblad. Daar kun je alle vaat op zetten en naar beneden brengen. Nog één dag en ik heb geen glas meer in de keuken, want de hele voorraad staat op jouw bureau en dat staat een magnetron sowieso in de weg.’
    ‘Mam, zo erg is het niet in mijn kamer.’ Waarop Marcel plotseling overdreven nep kucht, hoest en proest. Ik moet toegeven dat ik het allemaal een ietsiepietsie erger voorstel dan de werkelijkheid is. We hebben voor twee dagen glazen.

Doorslaan
In plaats van de emmer aan te pakken blijft Benjamin aan tafel zitten en brandt onverwacht los; alsof hij een woordenkraan open draait:
    ‘Weet je wat? Naast die magnetron leggen we een waterleiding aan in mijn kamer. Ik heb genoeg aan koud water. Dan kan ik water tappen en hoef ik niet meer naar beneden om water bij mijn siroop te doen. Dan wil ik naast de magnetron een koelkast. Kan ik daar de siroop, cola en cassis voor Jolanda in koud houden. Hoeveel moeite kost het om naast de koude waterleiding een warme te leggen? Een eigen douche lijkt me ook wel wat.’
Terwijl mijn zoon losgaat in raaskallen, vraag ik me af waar hij dit alles in zijn kamer met een oppervlakte van negen vierkante meter kwijt wil. Er staan een bed, een bureau van voor tot achter en een kledingkast in. Klinkt dat alsof er nog veel bij kan? Het past uiteraard allemaal als hij zijn kamerdeur sluit en nooit meer opent. Wat een rust! Daarom interrumpeer ik hem met de vraag:
 ‘Waar wil je alles kwijt?
 ‘Daar heb ik over nagedacht: mijn bed kan er uit. Ik heb zo’n luxe bureaustoel, die zet ik in standje achterover en tada, een bed! Wat vergeet ik nu nog?’ De stilte die volgt is beangstigend. Iedereen aan tafel, ja we waren aan het natafelen is impressed door Benjamins wilde plannen. ‘Ik vergeet een eigen toilet. Wacht, maak er maar een toiletstoelbed van.’

Luie donder
Dat is dus mijn zoon. Ten diepste een kerel die zichzelf graag verliest in zijn YouTube channel, Instagram account en het werk dat hij krijgt om producten en diensten te promoten. Ik snap wel dat die jongen zijn kamer nooit uit wil, maar de wensen die hij hier noemt, maken mijn maffe ideeën over de occulte stralen in een magnetron volstrekt normaal in vergelijking met het rijtje waarmee hij zojuist komt. Ik bedoel maar: een toiletstoelbed in mijn huis?
   Die jongen of zijn ideeën moeten heel snel mijn huis uit.
Eén keer raden wat ik hem als ophoepelkado geef bij vertrek!

Voor mijn podcast klik hier: https://youtu.be/bBg6jY_pXkE 



zondag 2 februari 2020

Samenwonen


Weet je nog dat ik dit schreef in mijn blog puzzelen?
    De puzzel kostte een derde van de tafel waarbij vijf zitplaatsen overbleven. Precies genoeg zolang Benjamin geen vriendin heeft.”
    Got it?

Logee
Afgelopen dinsdag maakte ik een favoriete puzzel af en ruimde ‘m op, want steeds vaker neemt Benjamin een meisje mee naar huis. Zo vlak voor de half jaarlijkse stage hoeven ze amper nog naar school, daarom trekken ze met elkaar op, of zo. Dan zijn ze hier, dan weer in een dorpje in de buurt van Gorinchem. Zo vroeg ik hem meerdere keren al:
    ‘Benjamin wordt dit meisje je nieuwe vriendin?’
    ‘Maham, nee!’ Oef, als hij maham zegt, moet ik uitkijken. Oh wacht, mijn telefoon bliept.


Mamieeeee
Kijk dat, Mammieeeee. Meneertje gebruikt mammieeeee alleen wanneer hij iets van me wil. Normaal klinkt zijn donkere zware stem. Die klinkt net als die van manlief. Als ik boven aan het werk ben en ik hoor iemand thuis komen, roep ik bovenaan de trap:
    ‘Hallo?’ Bij een mannenstem die hallo terugroept, weet ik soms niet of het Benjamin of Marcel is. Deze zekerheid heb ik: Marcel zal nooit mammieeeee zeggen, zelfs niet als hij wat van me wil. Nu met Benjamin ben ik op mijn qui-vive. Hoewel ik niet gek ben. Ik weet wat hij wil. Kijk maar wat ik antwoord:


Hij blij, Jolanda blij!
    Ik verlies haar blijdschap als ik niet uitkijk. Soms noem ik haar Miranda en vandaag kwam maar zo Lojanda uit mijn strot. Ik heb echt een spraakprobleem. Hoewel Marcel de laatste naam wel mooi vindt voor een kindje.
    ‘Prima, maar niet voor de onze,’ vul ik direct aan. Met een kind van 21 en een van 18 weet ik helemaal waar ik aan toe ben. Dacht is zo.

Relaxte-tijd
Not! Dacht ik meer tijd te hebben voor relaxte-tijd lijkt dat verledentijd. Ik word verrast met meer monden te voeden. Dan weer komt Rick met zijn wiebelbeen aan tafel. Ja echt, hij heeft een tik. Zo’n trillende been, die tegen de tafel tikt en daarmee de hele tafel doet schudden. Scheelt wel, ik hoef alleen maar “been” te roepen en de tafel stopt met trillen.
    Weer een bliep:


Gaat mijn wandeling opnieuw niet richting bos, wel naar de winkel. Het maakt niet uit, als ik maar beweeg. Ondertussen verheug ik me op de gezelligheid bij het avondeten. Hoewel nu niet mijn puzzel maar knutselspullen hun plek eisen. Het hoort allemaal bij de dagelijkse onzekerheid die hoort bij de vraag: wie komt er vanavond eten en wie blijft slapen? Rick slaapt één vaste nacht hier, Jolanda lijkt hier zo langzamerhand naartoe te verhuizen. Van de afgelopen twee weken heeft zij zeven nachten bij ons geslapen. Dat ruikt naar inwoning of is dit verkapt samenwonen?

Regelement
Het is tijd om te voorkomen dat Huize Irene, werkelijk Hotel Chez Irene wordt:
  1. Bij één nacht logeren ligt een 10-nachtenkaart klaar. We drukken een knipje in de 6, wat boeit het? Als er maar geknipt wordt in een vakje.
  2. Bij twee nachten logeren ontvang je een welkomst pakket bestaande uit een handddoek, gratis gebruik van alles faciliteiten en lichaamsverzorgingsproducten in de badkamer, een contract waarin je afziet van juridische stappen tegen ons als gezin of gezinsleden en geef je toestemming tot gebruik van foto’s op social media.
  3. Bij drie nachten plaatsen we je op de corveelijst en span ik je in overleg voor mijn karretje. Ik bedenk er met liefde karretjes bij.
  4. Bij vier nachten wordt kostgeld in rekening gebracht. Betaling geschiedt per direct na het ontvangen van een tikkie. Ik geef natuurlijk geen harde tik.
  5. Bij vijf nachten…
Steunpunt
Ja, daag, vijf nachten? Is mijn relaxte-tijd werkelijk vervlogen?
    Wacht, de deurbel klinkt. Celine dendert de trap af en springt na het opendoen van de voordeur Rick om de hals. Hij is de enige met een inhuise-studentenabonnement. Hij woont als enige op zichzelf. Hij is de arme student, want werkt hard aan een studieschuld. Zo jammer. Ik zie hem struggelen om die schuld niet te hoog te maken, maar ja, een vriendin kost geld. Daarom krijgt hij elke keer dat hij bij ons is, één, twee of drie left-overs mee naar huis. Ik heb er bakjes voor bij moeten kopen en het hangt altijd af van wat wij over-leften. Als Celine in het weekend naar hem gaat, plundert ze het een en ander uit mijn voorraadkast.

Duidelijkheid
Kijk ik naar Benjamin.
    ‘Hoe zit het nou met Jolanda en jou? Is het al aan?’ Oeps, zijn blik wordt donker. Even vergeten, zo mag ik het niet noemen. Aan is uit! ‘Ik bedoel: heb je verkering?’ Nu doodt zijn blik me. Opnieuw is de bewoording verboden.
    ‘Mam, ga je mond spoelen. Wat een boomertaal.’
    ‘Boeie, hebben jullie nou…?’
    ‘Ja, mam, sinds gisternacht twaalf uur.’
    ‘Wat hebben jullie dan?’


zaterdag 25 januari 2020

Reanimatietraining


Deze blog mag je alleen lezen als je belooft hierna een reanimatiecursus te gaan volgen, tenzij je al burgerhulpverlener bent. Deal?
    Niet klagen, ik mocht deze blog alleen schrijven als ik burgerhulpverlener werd!

Mannen!
    ‘Schatje, we eten om vijf uur’, deelde ik manlief mee.
    Dat ik hem schatje noem blijft grappig. Hij is 28 centimeter langer dan ik. Mini-me komt amper tot zijn schouders. Toch klinkt schat ronduit fout uit mijn mond. Waarom weet ik niet. Tot zo ver, het uit-mijn-nek-geklets. Oh nee, ik waarschuw je liever voor verhittere deelsels. Ik ga los!
    ‘Als ik vijf uur niet red, eet je maar vast zonder mij,’ reageerde meneer.
    ‘Uiteraard! Ik verlaat dit huis niet zonder eten. Stel je voor dat ik door trek van mijn stoel val tijdens de reanimatietraining?’, klonk ik zelfverzekerd.
    ‘Wel goed opletten, want waar zet ik nou mijn handen?’ Meneer legde zijn rechterhand op mijn linkerborst en vroeg: ‘Hier?’ Gelukkig zag hij mijn blik niet. Ondertussen verplaatste hij zijn hand naar mijn rechterborst. ‘Of hier?’
    ‘Mannen!’, zuchtte ik. ‘Oh nee, één man, jij! Weet je wat? Als ik thuis ben vertel ik je alles in gevoelens en acties.’ Meneer draaide zich met een big smile om, wandelde richting deur, wenste me succes, zei dat ie van me houdt en vertrok naar zijn werk. Tot zover ons stukje privacy.
    Ik tafelde nog even gezellig na met mezelf. Heerlijk genieten was dat.

Zenuwen
Eerlijk gezegd duurde dat genieten niet zo lang. De plicht riep ook mij. Omdat er geen buitenshuise klussen in de agenda stonden, wandelde ik even binnen bij een vroegere vrijwilligerswerkplek. Iemand van het kernteam weet me vast te houden als schrijver en ‘relatie’ van de krant. Heerlijk, dit warme lijntje. Het houdt me op afstand betrokken en wie weet kom ik ooit terug?
    Vervolgens bezocht ik de nieuwe Appie. Naast de veranderde winkel, bleef alles hetzelfde. Hier klonk een babbeltje, daar hoor je mijn praatjes. Wat echter niemand merkte was dat in mijn onderbuik bibbers begonnen te borrelen. Zenuwen die gedurende de dag steeds harder rilden. Die reanimatiecursus begon mijn benauwdheid te verhogen. Het had alles te maken met mijn diepe verlegenheid en het doen van oefeningen terwijl een hele groep mensen op mijn kont kijkt. En dat allemaal omdat een pop wacht op zijn redding. Help! Paniek! Sleep me weg. Of nee, laat de zenuwen verdwijnen.

Doorzetter
Maar ik mag mezelf niet Typisch Irene noemen als ik niet doorzet. Mijn ja is ja, ook hier.
    Na de maaltijd die startte naast manlief, waar zoonlief en een vriendin wat later aanschoven en ik dochterlief nooit aan heb zien zitten, vertrok ik en nam een bijna volledige zenuwinzinking mee.
    Bij aankomst telde ik een eerste meevaller: er waren maar acht deelnemers. Daarnaast voelde ik een goede klik met iemand die zich bij de gemeente bezighoudt met veiligheid. Iets met herkenning van onszelf in de ander. Dat bij elkaar opgeteld, gaf deze burger wat meer hulpverleners moed.
    Na een enorm interessante theoretische uitleg en reanimatie-instructie, klonk de vraag:
    ‘Wie wil als eerste oefenen op de pop?’
    Het werd stil, akelig stil. Alsof iemand op zou springen met een luide YES ik!
    Nee! Waarschijnlijker was dat iedereen mijn gedachten hoorde: mooi niet dat ik als eerste…
    ‘Laat mij die kop er maar af hakken!’ Zoiets klonk uit mijn mond. Ik keek nog even om. Ik wilde zeker weten dat het niet iemand anders was die dat uitkraamde. Wat mij dreef was een gevoel van let’s-get-over-it. Ik stapte als eerste op de pop af en ging niet voor de pop op mijn knieën om een aanzoek te doen, wel om zijn bewustzijn te checken.
    Sure! Het is een pop, natuurlijk was alle bewustzijn afwezig! Een ademhalingscheck volgde. Ik speelde echter vals.

Rechtshorig
Luister: ik knielde rechts van de pop. Dat was de kant vanwaar ik op de pop af liep en daarom neerknielde. Om de ademhaling te checken moest ik met mijn linkeroor boven zijn/haar mond hangen. Zo moest ik die kunnen horen, voelen en zien door uitzicht op de borstkas. Die ademhaling was er sowieso niet. Rara hoe wist ik dat?
    Precies, iets met die pop!
    Daarna gaf ik toe dat ik vals speelde. Ik ben namelijk links zo goed als doof, daarmee zal ik nooit een ademhaling horen. In het echt zal ik links van het slachtoffer moeten gaan zitten, want moet met mijn rechteroor de ademhaling checken.
    Zei de voorzitter van Veilig Houten, een goede bekende, die inmiddels ook binnengewandeld was:
    ‘Ja ja, links doof en rechts luister je nooit!’
 
Serieus
We hebben naast lol serieus gewerkt. Een top combi. Ja, alles bij elkaar viel het me mee. Ik ben een diploma rijker en aangemeld als burgerhulpverlener. Ik hoop nooit in te hoeven grijpen, maar als het moet, durf ik. Dat telt! Hoe zit dat met jou?



zondag 19 januari 2020

Metamorfose


    ‘Wil je me vanaf nu waarschuwen als je gaat zeuren?’, zuchte Marcel.
    ‘Waarom zou ik dat doen?’
    ‘Dan kan ik maatregelen nemen.’
    ‘Alsof ik vooraf weet dat ik ga zeuren. Wat een gezever. Het is juist waarom ik jou heb; om tegenaan te praten. Boeien dat jij het zeuren noemt. Bovendien kan ik beter tegen jou piepen dan tegen de buurvrouw, postbezorger of een opgezette hertenkop. Wat zullen zij wel niet van me denken?’

Etalagepop
Het lijkt me trouwens geweldig om eens tegen zo’n kartonnen figuur of een etalagepop aan te zeuren. Ik ben niet goed in het ter plekke bedenken van een smeuïg verhaal over de buurman van mijn zus en daar de moeder van waarvan de tante haar zwager en daar de schoonmoeders ex bla bla bla…
    Bedenk ik dat ik maar zo mijn lief op een idee breng. Komt meneer de baas van een reclamebusiness maandag aan met een kartonnen figuur van zichzelf en zet die voor me neer.
    ‘Tada, je zeurmaatje.’
    ‘Wat heb ik daar nou aan?’
    ‘Kun je tegenaan zeuren. Hij is geduldig als een dooie mier.’
    ‘Waarom denk je dat ik zo graag tegen jou praat?’
    ‘Nu je het vraagt, waarom?’
    ‘Jij luistert.’
    ‘Dat bewijst mijn gave: doen alsof ik luister.’
    ‘Wat? Doen alsof? Je knikt ja en zegt nee op het goede moment.’
    ‘Ja, goed hè?’
    ‘Dus eigenlijk luistert de huisarts beter dan jij?’
    ‘Maak gelijk een afspraak, kan hij gelijk even naar je vinger kijken.’

Winterdip
Dus stak ik een dag later mijn middelvinger op naar een vervangende huisarts. Nee, ik stak ‘m niet op zoals jij nu denkt. Ik stak zijn vier buurtjes mee op, waarop de arts beaamde dat de middelste niet normaal oogde. Iets met een ontsteking. Ze schoot er een recept met een ontstekingsremmer op af. Ik slik het maar gelaten.
    Even bedacht ik: hier zit een vrouwelijke arts, zal ik nog even doorzeuren? Ik besloot van stoel te steken.
    ‘Ik wil nog even delen dat het allemaal niet echt kaas en hagelslag is - mijn buitenkant loopt niet synchroon met de binnenkant. Samengevat: ik verloor ergens onderweg mijn sparkle.’ Ik vergat te vermelden dat een deel van mijn mineur, zo’n 50%, winterdipgevoelig is. Ondanks vele wandelstappen zakt de bewolking dagelijks in mijn psyche, waardoor ik niet persé en overtuigd verfrister thuis de drempel over stap. Het bewijs landde toen ik afgelopen week een uur in de zon wandelde. Ik voelde zowaar de schittering van mijn vervlogen sparkle een beetje woelen. Zo wist ik dat ze er nog is, echter diep weggestopt onder een bedekking van zonafwezigheid.
    Weerafhankelijkheid stinkt!

Megamorfose
Blijft 50% tranendal over. Daarvoor zocht ik bevestiging van de arts. Ik vertelde over emotionaliteiten die het plafond raken; een lontje dat niet kort, maar volledig verdwenen is en opvliegendheid die zelfs mij beangstigt. Nee, ik bedoel niet de opvliegers die me te pas en te onpas oververhitten. Dit gaat over onherkenbare boosheid die onredelijk en buitenproportioneel onverwacht hard ontploft. Waar komt dit vandaan? Wie ben ik? Ik vind mij zo niet leuk. Geef mij mijn mij terug!

Meelijwekkend
Zo zat ik afgelopen week met emoties tot het bovenste wolkendek.
    ‘Mam, het geeft niet, je zit in je metamorfose,’ klonk Benjamin meelijdend.
    ‘Pubertijd 2.0 is net als pubertijd 1.0 één brok ellende. Ga ik echt op herhaling als brok chagrijn, nu opgeteld met boosheid, gefrustreerdheid en het legen van overlopende emotievolle emmers?’
    ‘Ach Irene, deze megamorfose gaat voorbij’ zei manlief en aaide me op mijn rug.
    ‘Mega is het, mega niks. Ik wil mijn glans terug!’
    ‘Mama, droog je tranen maar even,’ troostte Celine me met een zakdoekje.
    ‘Stomme hormonen! Beginnend bij pubertijd 1.0 met de jarenlange maandelijkse maandverbandparty tot gevolg. Dat loopt over in de hormooncrisis en kraamtranendagen rondom zwangerschap en bevalling, waarna ik mezelf maanden kwijt was om weer goed en wel hersteld voor een tweede te gaan. Rol ik nu met mijn 45+ de volgende hormonencircus in; pubertijd 2.0. En waar zit ik naast? Een midlifecrisis!’
    ‘Mam, neem alsjeblief de hele tissuedoos!’, zei Celine.

Zeurwaarschuwing
Zo ontstond bij manlief de vraag:
    ‘Wil je me de volgende keer waarschuwen als je gaat zeuren?’
    ‘Als ik je waarschuw, wat doe jij dan?’
    ‘Dan ga ik muziek luisteren.’
    ‘Maar dan luister je niet naar mij!’
    ‘Ik doe alsof en zeg af en toe ja, schud nee of hum een beetje.’
    ‘Heel geloofwaardig.’
    ‘Gelijk even testen?’ vroeg Marcel terwijl hij zijn oortjes in deed. Hij luisterde naar Waylon. Ik vertelde hoe zot ik manlief en zijn idee vond en stelde vragen als: hoor je me? Is de muziek leuk? Wat voor weer krijgen we morgen? Wil jij vanavond koken? Toen ik mijn mond niet meer bewoog, vroeg Marcel:
    ‘Ben je uit gezeurd?’
    ‘Ja, het hielp me enorm.’
    ‘Oh? Hoezo?’
    ‘Ik vroeg of jij gaat koken.’
    ‘Oh.’
    ‘Je zei ja.’



zondag 12 januari 2020

Gesloten


Met de boodschappentassen in de ene hand, mijn sleutels in de andere en mijn boodschappenlijst (de Appie-app, dus mijn phone) in mijn jaszak ben ik er klaar voor om boodschappen te doen. Besef even dat het mijn favoriete bezigheid is na bankhangen.

Praatjes
Ik verheug me op het bijkletsen bij Rene of Peter van de Sterpoelier en vervolgens met verschillende mensen van Albert Heijn. Ik vraag me ineens af waarom ik meneer Albert al jaren mijn grote vriend noem. Ik heb hem nog nooit gezien, laat staan gesproken. Terwijl de mensen die onder hem werken betere vrienden zijn dan hij. Bestaat hij eigenlijk wel?
    Het maakt mijn rol meer dan duidelijk. Het is er één van eenrichtingverkeer. Ik sponsor me suf. Niks meer en niks minder. Gelukkig zie ik per sponsorbedrag boodschappen in mijn fietstassen verdwijnen. Wel blijft het zuur dat ik ongeacht het bedrag alle boodschappen zelf uit moet zoeken, uit de schappen moet pakken, ze scan en in mijn tassen pas. Ja het is passen en meten, want zolang alles in mijn tassen past, schuif ik de boel moeiteloos in de fietstassen. Het is boodschappenwiskunde en bewijst hoe handig ik ben. Gelukkig maar, want bij het overhevelen van de boodschappen blijven de spierballen van mister Appie ook onzichtbaar. Die vriendschap gaat de schappen in, ik kies zijn personeel. Die zijn onmisbaar leuk!

Opschieten?
Zit ik weer te praten over, terwijl ik nu echt boodschappen moet doen. Alleen!
    Benjamin wil al heel lang niet meer mee. Hij vindt een dolletje bij de appels, een praatje bij de magazines en hard gelach boven een petit cereales allang niet meer leuk. Iets met tijd dat versleten wordt voor alleen maar wat zuivelproducten, schoonmaakmiddelen, maaltijden en fruitschaalvulling. Mijn dochter besteedt liever tijd aan studie, hobby en vriend. Nou ja, liever aan studie? Niet dus, dat moet. Zo ga ik alleen en treur ik niet. Ik neem lekker de tijd.
    En nu ga ik echt. Stap op de fiets richting winkel en bedenk onderweg ineens: Oeps, mijn Appie is  gesloten. Als ik niet van richting verander, loop ik tegen gesloten luiken en verdwenen schappen op. De winkel wordt vernieuwd.
    Wordt ik zomaar naar zijn broer in het Oude Dorp doorgestuurd, hij die in de nieuwe AH commercials is gespot. Misschien spot ik de nieuwe manager wel. Dat klinkt leuk, maar ik verheug me minder op mijn wandelroute door de winkel. Met wie moet ik socializen? Ik ken ze daar niet. Voor twee weken nieuwe relaties opbouwen en weer afscheid nemen, past me niet. Ik mis gewoon mijn peoples. Hoewel elk voordeel iets heeft met een nadeel: ik ga weer eens ervaren hoe het is om op te schieten. Dat kan maar zo bevallen.

Karreweg
Dat opschieten mislukt onderweg al, want ik moet verder fietsen. Ik parkeer snel mijn fiets naast de winkel en wandel naar binnen.
    Waar zijn de karretjes? Even springt mijn hart op, is dit dan eindelijk een AH waar je met de fiets binnen mag, vullen maar die fietstassen! Ik blijf het een fantastisch idee vinden. Fietsen we aan het eind de kassa’s voorbij.
     Hoor ik ineens een karretje links van me. Hé, een karretje, waar gaat die heen? Dan zie ik een heleboel karretjes, natuurlijk, ze staat buiten. Dat wist ik.
     Eenmaal binnen, scan ik mijn bonuskaart, krijg een handscanner toegewezen en ga er voor. Ik wil nu echt de verloren tijd van langer fietsen en de karzoektocht inhalen.

Onvoldaan
Wacht, eerst de looproute in de app veranderen, die is hier overduidelijk anders dan in mijn eigen AH. Ik ga bijna huilen. Ik mis ‘m echt. Zeker na de ontdekking dat er niets van klopt. Wat een doolhof. Groente en fruit zijn zo gevonden, maar waar staat het broodbeleg? Ik loop de hele winkel terug. Hoe ben ik de augurken voorbij gelopen? En loop weer heen, want waar ligt de feta?
    Het kost allemaal zo enorm veel tijd. Het lijkt alsof ik langer dan ooit bezig ben. Ik voel me totaal onvoldaan. Hoewel ik wel meer stappen heb gezet. Het weegt echter niet op tegen de praatjes die er anders zijn. Mijn keel is droog. Ik mis mijn contacten!

Nieuwsgierig
Ben ik eindelijk bij de kassa, ben ik benieuwd of mister Appie zich aan zijn woord houdt. Hij beloofde 10% genoegdoeningskorting voor het gemis van de eigen plek en praatjes. Ik hang de handscanner op zijn plek, scan mijn bonuskaart opnieuw en zie het bedrag. Ik kijk verschrikt in de tassen. Serieus? Dit is een koopje! Zelfs mijn hoofdsponsor zal trots zijn. Ja, wat denk jij? Ik word natuurlijk ook financieel bijgestaan en korting, daar houdt hij van. Wordt mister Appie ineens zijn maatje.
    En ik? Het gemis van mijn wekelijkse praatjes met Appies favoriete personeel wordt verzacht. Ze moeten uitkijken, ik kan hier wel aan wennen.


zaterdag 4 januari 2020

Voorspellingen


Het jaar begon goed! Benjamin telde bij zijn nieuwjaarsduik in bed, tien vingers, twee ogen en geen schade aan kleding of ander materiaal. Dat maakte mij een gelukkige mum. Ondanks vuurwerk was hij safe.

Weg ermee
Voor de rest mag vuurwerk wat mij betreft de prullenbak in. Hoewel ik vanuit de serre echt geniet van mooi sierspul, weegt mijn plezier niet op tegen de opvolgende ellende. Ik hoorde over 15 miljoen schade aan privé eigendommen en hulpverleners die het opnieuw moesten verduren. Het verknalt mijn fun van oud-en-nieuw. Doven de boel. 
    Ik vraag me af hoe lang mensen er nog voor kiezen om hulpverlener te worden. Mij niet gezien. Ik durfde laatst een gast die achteloos de folie van een pakje sigaretten uit zijn hand op de stoep dropte, niet eens aan te spreken. Nu schaam ik me en besluit een volgende keer zonder woorden de rotzooi van de grond te rapen en weg te gooien.
    Ik ben blij met mensen die hulpverlener willen worden en roep op tot een daverend applaus!

Voorspellend
Nou ben ik een flapdrol die de start van het nieuwe jaar ziet als beeld voor het komende jaar. Begint het goed, blijft het goed. Start het slecht, berg je dan maar.
    Het begon slecht, vind ik. Met regen, nattigheid en buien. Als mijn theorie werkt, wat het gelukkig niet doet, maar stel, dan krijgen we een nat jaar.
    Onder andere door de regen haalde ik de eerste dagen van het jaar met moeite (eigenlijk niet) mijn dagelijkse wandeldoel. Ik was nog zo van plan het beter te doen en nam manlief er in mee. Ik hield hem onder de arm! Ja echt, met mijn arm in de zijne, zit zijn arm onder mijn arm toch?
    Mijn voornemen het jaar goed in te wandelen mislukte. Zo snel al, ik schaam me een rotje. Niet getreurd, vanaf maandag begint het gewone leven weer en ga ik ervandoor. Het is wat ik nodig heb. Je zou eens moeten zien hoe mijn off-humeur (als ik die heb) opkrabbelt tijdens het lopen en hoe ik thuis sprankel als een gekleurde fontein.

Grieperig
Of niet, want madam is ziek! Dat startte vóór oud-en-nieuw en het is er nog niet beter op geworden. Het idee van hoe het jaar start, staat voor de rest van het jaar, wordt hoog de lucht in geschoten. Ik ben zeer ongeschikt om het hele jaar in bed te liggen. Het idee maakt me al depressief.
    Optimisme helpt me beter: de zon gaat heus schijnen. Of krijgen we dan sneeuw? Alsjeblief dan toch voor één dag. Eén dag in bed trek ik wel. Daarna moet de sneeuw weg en kom ik er weer bij.

2020
Over het nieuwe jaar gesproken. Je leest wel tweeduizendtwintig hè? Niks twintig-twintig. Zo leuk dat ik daarin meekom met de meerderheid in een poll van OnzeTaal.nl. Ik kan dwars zijn, maar niet in deze. Let dus extra op bij het lezen, er staat tweeduizendtwintig, laat me niet ontdekken dat je twintig-twintig leest, dan word ik boos!
    Afijn, het jaar is begonnen, mijn humeur optimistischer. We hoeven niet in rewind. Beter kijken we even vooruit. Dat lijkt me altijd het beste. Door terug te kijken verandert niks, neem alleen de les mee.

Verwachtingen
Even kijken wat ik verwacht van 2020.
    Ik verwacht een fantastische zomervakantie. Ons reisdoel is bekend sinds onze vorige zomerbestemming. Met de toenmalige tegenvallende resultaten, kiezen we voor betere vooruitzichten. Minpuntje is dat Celine niet mee gaat. Zij trekt haar eigen plan. So far klinken ze leuk. Vooral omdat ze dit jaar haar rijbewijs haalt. Waar is de confetti?
    Oh nee, wacht, ze moet nog afrijden. Ik deel geen datum of tijd, maar in 2020 wint zij het felbegeerde roze pasje. Daarmee raakt mijn auto uit mijn oog. Wat extra goed is voor mijn billen, want naast wandelschoenen is daar mijn fiets. Moet ik toch de regen weer in. Liever eerst de vakantie definitief boeken.

Vriendin
In 2020 krijgt Benjamin een vriendin. Hoewel hij gefocust is op 1.000.000 abonnees op zijn YouTube kanaal, de tussenstand is 134.000, hoop ik op een lieve vriendin. Met zes aan tafel zitten staat leuker dan met vijf. Oh wacht, dan raak ik mijn puzzelplek kwijt. Toch maar geen vriendin voor die jongen.

Zekerheid
Wat betreft Marcel verwacht ik stabiliteit. Hij blijft! Dat hoop ik tenminste. Ik kies er bewust voor om niet stil te staan bij wat mis kan gaan in een jaar. Wat komt, komt.
    Zo blijft één ding zeker: we houden geld in the pocket. Wij winnen de Staatsloterij namelijk niet, want we kopen geen lot. Zouden we dat lot wel kopen, dan is de kans dat we winnen net zo groot.
    Wat blijft? Afwachten hoe het jaar verloopt, voor ieder van ons.
    Op een knallend 2020! Denk er om: tweeduizendtwintig, hè.