zaterdag 30 april 2011

Iksy Bitsy Spider I



   Even terzijde: In mijn gastenboek op mijn overleden website stond ooit het volgende bericht:
         "Nou, ik dan toch ook maar even spieken. Grappig dat je nu zelf meekijkt en al eerder weet wat ik schrijf dan dat je het op je blog kan lezen. Je weet hoe ik denk over blogs, hyves, facebooks en al dat andere onzin (ik schrijf nu wat je zelf zegt...) Het laatste dat je nu zegt zal ik Marcel wel eens toefluisteren... maar.... Terug naar wat ik wilde schrijven: leuk allemaal, groeten aan iedereen die ik ken, en als je wat over mij op deze site schrijft, wil je me dan ff mailen of bellen? Dan kijk ik weer even.... want tja... ik kijk niet zoveel op dit soort sites (zoals ik net al geschreven heb). Daar heb ik namelijk niet veel tijd voor: ik moet thuis wc's poetsen... ;-))) groet, Ik"

Sinds ik vorige week in gesprek was met bovenstaande ik, heb ik het liedje 'Itsy Bitsy Spider' in mijn hoofd.

YES! Is nu mijn blije uitroep!
   Het moest er van komen dat ik een keer een blog zou schrijven over ik. Het bleef maar spoken in mijn hoofd, want dan heb ik reden om ik te laten weten dat ik weer eens op mijn site moet kijken. Hopelijk zit ik dan niet net met de kop in de wc… ;-).
   Ik is iemand die bovenstaand bericht in mijn gastenboek achterliet na op mijn site te hebben gekeken. Ik zat er bij. Wie ik is zeg ik niet, want ik respecteer iks wil om anoniem te blijven.

Heb je trouwens enig idee hoe moeilijk het is om bij ik niet over hij of zij te praten. Ik wil echt voorkomen dat jullie er ook maar achter kunnen komen of ik een man of vrouw is. Je zou eens moeten proberen te praten over een persoon, waar je niet hij, zij, zijn of haar bij mag zeggen. Echt moeilijk hoor!

Maar goed, ik en ik hebben heerlijk gelachen, nadat ik later in de kerk kwam dan ik. Ik schoof aan naast mij; we begroetten elkaar en toen we even stil werden, zag ik een spinnetje in iks haar. Een heel klein ietsie pietsie spinnetje, zo schattig. Net zo blond als iks haar zou zijn als ik nu niet grijs was. Grijns… ik mag dan een jaartje jonger zijn dan ik, ik is wel duidelijk grijzer. Snap je?

Terwijl ik dat spinnetje uit het haar van ik haal en denk: Gelukkig is het zo’n schattig klein spinnetje, want voor grotere ben ik toch wel bang. Zegt ik:
   “Dat ben ik! Waar ik ben, is het spinnetje.”
   Dus ik kijk naar het spinnetje en naar ik en zeg: “Ach, zit je zieltje in het spinnetje? Ik vind het wel een schattig spinnetje” en na even samen te kijken naar het spinnetje en een korte stilte tussen ik en mij, blaas ik het spinnetje van het mededelingenblaadje af.
   “Kom jij nu in een identiteitscrisis?”, vraag ik aan ik. We lachen er samen om en richten ons even op de dienst.

Maar wat zie ik dan? Daar komt het spinnetje weer om het hoekje van het blaadje aangeslopen en weer probeer ik hem weg te blazen, maar nee hoor, het spinnetje is niet weg te krijgen. Ik ga warempel nog denken dat ik gelijk heeft, dat het spinnetje ik is. Want ik raak ik ook niet kwijt. Trouwe vrienden bestaan, door dik en dun, door kort en klein, door goede en door slechte tijden. Ik is wat ik beschouw een echte vriend(in)!
   Ja, ik moet toch in het midden laten of ik een hij of zij is, weet je nog?

zondag 24 april 2011

Illusie



Terwijl ik bezig ben in huis en het toilet even onder handen neem, tref ik een leeg toiletrolletje aan. Netjes in de hoek weggemoffeld. Ik begin direct te koken! Gaan we wéér! Dit rolletje is niet zomaar hier neergezet, nee, dit is je reinste muiterij tegen moi!

Ik wil dat alle afval in de prullenbak beland! Moeilijk is dat niet, met in (bijna) elke ruimte een prullenbak. Nu ja, sommige kamers zijn al een prullenbak op zich. Het gaat dan om twee kleinere kamers, beheerd door twee kleinere huisgenoten. Nou ja, zo klein zijn ze ook niet meer, zeker één niet!

However… Hoe moeilijk is het om een leeg wc rolletje in de prullenbak te gooien?! Als de laatste zowat onder je neus staat! Wees niet verbaasd als je een van mijn gezinsleden met een prullenbak onder de neus gebonden tegen het lijf loopt. Misschien een goede straf?

Door dit rolletje, voel ik me toch weer even de sloof in huis en leg het rolletje demonstratief op de eetkamer tafel. Hier moet over gepraat worden, basta!

Daar komt gezinslid nr. drie en ik vraag of dit haar grap is. Ik verwacht een “Nee,” want ik verdenk gezinslid nr. vier. Madammeke zegt echter met een brede smile:
   “Ja”.
   In mijn koppie gaan duizenden radertjes werken en bedenk ik een straf voor dit pubermeisje. In zoverre een blaag van deze leeftijd nog te straffen is. Ik dreig wel eens met een mep, maar dan hoor ik:
   “Dat is kindermishandeling!”
   Hoor ik iemand ooit iets zeggen over moedermishandeling? Nee, de kids kunnen zich helemaal tegen mij keren, mij het leven zuur maken en dan mag ik niet slaan?! Nu ja, ik geloof ook niet in slaan hoor. Maar het bloed wordt nog wel eens onder de nagels vandaan gehaald en een goede straf/berisping heb ik niet altijd 1-2-3 voor handen. Het vraagt om tegenwoordigheid van geest om een goede straf te bedenken. Zo ook nu…

Ze moet vijf keer heen en weer van het toilet naar de papierbak, die in de aanpandige schuur aan de andere kant van het huis staat. Nu ja, ze kan lachen om deze straf, wat mij niets uit maakt. Ik bedenk ter plekke dat bij elk rolletje dat ik vanaf nu vind, er vijf loopjes bij komen. Volgende keer mag deze dame 10x heen en weer naar toilet en papierbak. Eens zien wanneer het lachen haar vergaat!

Terwijl meisjelief zo heen en weer giebelt gaat de telefoon. Ze was bij drie… Ik ben ik er echter niet meer bij (door een serieus gesprek) en zie madam de slimmerik met de papierbak door de huiskamer lopen, naar de hal. Ze zet de doos neer en ik denk: Wat doet zij nou met die papierbak?!
   Vervolgens zie ik haar van toilet naar papierbak lopen (nog géén meter van elkaar af). Ze loopt nog twee keer, wacht tot ik uitgepraat ben en ophang en roept triomfantelijk:
   “Klaar!”

Toegegeven, ik kwam niet meer bij. Ze dacht me te slim af te zijn… maar kon niet winnen. Straf is straf: Ze mocht opnieuw vijf keer lopen van toilet naar schuur. Het lachen verging haar nóg niet, melig als ze was. Deze straf lijkt dus niet helemaal te werken. Alhoewel dat moet blijken, want het gaat er natuurlijk om dat ik geen rolletjes meer tegenkom in de hoek van het toilet.

Nog mooier zou zijn als mijn hele huis altijd opgeruimd zal zijn. Zou dat ooit gebeuren? Bestaat dat? Onze kids zeggen dat ze nooit het huis uit gaan. Dat ze hier gaan wonen met hun vrouw, man, vriend of vriendin en dan ook nog mijn kleinkind(eren) (Benjamin wil er nul en Celine 1 of 2). Nog meer mensen om te leren hoe IK het in mijn huis wil. Wacht even, Marcel roept ook iets tussendoor:
   “En ik wil alleen maar goudvissen.”
   Prima als hij ze maar verzorgt en het aquarium netjes houdt. Maar ja, ik ken hem!

Oh help, een opgeruimd huis is een illusie.
   Jaag ik wéér een illusie na.

zondag 17 april 2011

Zielige ikke



Een stralende, schitterende mooie en vooral zonnige dag!
 Ik heb vandaag een jankdag! De traantjes biggelen over mijn wangen. Mijn oogjes laten ze de vrije loop. Tegenhouden is geen optie. Echt zielig hoor, al zeg ik het zelf.
   Zo op straat, toen ik weer wat centjes liet rollen in de richting van de kledingwinkel, de Bruna en de Albert Heijn, (zij blij, want ik blijf proberen de economie te redden in hun voordeel dan wel) was ik blij met mijn zonnebril, want zo verberg ik mijn inmiddels rode oogjes. Daar waar ik toch even de bril af deed, keken mensen me meelijwekkend aan.
   Of ik dat wil? Nee. Please?! Laat me maar met mijn traantjes, ik hoef geen aandacht, zoek geen schouder om op uit te huilen. Niet nu. Niet hier.

Dan heb ik het nog niet over hoe het gaat als ik weer thuis ben. Daar gaan de sluizen pas echt open. Zelfs mijn neus houdt het niet droog. Onwillekeurig komt het allemaal mijn neus uit; moet ik een sprintje maken naar de prachtige tissuedoos om dan de ene na de andere tissue eraan te laten gaan. Heb medelijden met die tissues.
   Oh nee, met mij natuurlijk! Mijn neus wordt inmiddels rood, geïrriteerd en pijnlijk van al dat geveeg met die tissues en dan heb ik al de meest zachte en absorberende tissues. Ja, een zacht meiske, gebruikt natuurlijk zachte tissues.

Goed, er vormt zich ondertussen een gevaarlijk hoge berg besnotterde tissues naast de bank op de grond, je zou er haast over struikelen. Eigenlijk wel zonde van al die tissues. En dan nu ook nog... Haaaatsjoe!
   Nee, zeg maar geen “gezondheid”, daaraan beginnen heeft geen zin. Dan kan je echt een bandje af gaan draaien: Haaaatsjoe! “Gezondheid”, Haaaatsjoe! “Gezondheid”, Haaaatsondheid” of “Gezontsjoe”…

Maar misschien is hier wel een pilletje voor…
   Denk jij: Een pilletje?!
   Ja, een pilletje tegen hooikoorts.

Snif, snuf, snotter!
   Haaaatsjoe! Haaaatsjoe! Haaaatsjoe!
   “Gezondheid”

zondag 10 april 2011

Jubileum



Jawel, ik heb een jubileum te vieren! Partytime! Ik ben 12 ½ jaar in dienst!!!! Maar wat vervelend nou! Niemand zet mij in de picture!? Waarom gaat dit zomaar voorbij?
   Zielige ik! Snif… moet ik het echt in mijn eentje vieren?! Weg feeststemming!

Wat betreft mijn werk:
   Daar is de beste kantine! Heb ik zin in soep, krijg ik een overheerlijk soepje. Is een boterham met gebakken ei wat mijn buikje wil, dan wordt die precies goed gebakken. En, oh, slurp, smikkel, geen verkeerd woord over de rauwkost en salades. Deze dame kan bij elke lunch haar hart ophalen, genieten van heerlijke dingen. En dat dankzij de perfecte zorg van mijn baas.

De pauzes op mijn werk zijn een feestje. Zeker met warm weer, kan ik heerlijk op het terras genieten in de zon. De pauzes mogen best wat langer duren, want mijn baas weet: het werk wordt gedaan;
   Is het niet nu, dan over een uurtje.
   Is het niet vandaag, dan morgen.
   Is het niet deze week, dan volgende week.
   Dat vertrouwen is natuurlijk een machtig gegeven. Mijn baas kent mijn perfectionisme, waarom zorgen maken? Het werk is steeds weer gedaan.

Over werktijden wordt al járen niet meer gesproken. Wil ik eens later beginnen, dan wordt ik met alle plezier later verwelkomd. Wil ik eerder stoppen, dan zwaait mijn baas me met evenveel liefde uit. Waarom ook niet? Ik schreef toch al dat het werk gedaan wordt. Ik hoor niemand klagen, jij?!

Dan is er ook nog de auto van de zaak. Naast de auto van Marcel is mijn autootje een speelgoed auto, dat geef ik direct toe. Mijn auto kan bijna bij hem achterin worden geparkeerd. Voor mij is dit rode monstertje echter helemaal perfect. Het is toch altijd nog een auto van de zaak, ik scheur er lustig mee rond! De baas betaalt!

Beoordelingsgesprekken maken me niet bang. Doet mijn baas niet aan. Als we daar aan beginnen is het eind zoek, dat zou alleen maar véél te gezellig zijn en mijn baas is écht wel tevreden over me. Ik ook, dus waarom daar nog over bomen?! Als er dan toch iets besproken moet worden roept mijn baas me gewoon direct op het matje; dingen worden gelijk bij de horens gepakt. Oké, hoewel perfectionist doe zelfs ik niet alles perfect, maar ja, alsof mijn baas zo perfect is? Pas op hoor!

Het mooiste, of nee, het één na mooiste! Ik heb het beheer gekregen over een mooi potje geld. Dat maakt mij een vermogende dame. Mijn uitgaven worden altijd goedgekeurd. Er wordt zelden om verantwoording gevraagd. Tja, mijn baas kent mij dan ook. Zolang het potje gevuld blijft, al is het maar een bodempje, het is oké. Yes! Laat maar rollen dat geld! Liever mijn kant op. Maar ja, soms zijn er gewoon redenen om het een andere kant op te laten rollen. Jammer eigenlijk!

Ach, mijn werk heeft veel meer voordelen. Ze allemaal opnoemen? Doe ik niet, dat word veel te veel.

In het kort? Een betere baan kan ik me niet voorstellen. Vandaag 12 ½ jaar geleden ben ik begonnen! En nu zit ik hier, in de wetenschap dat niemand hierbij stilstaat. Behalve ik, want hoe zou ik nou kunnen vergeten dat ik 12 ½ jaar geleden moeder werd?! Dat is pas iets om te vieren, het is prachtig, het is schitterend, het is het mooiste van mijn werk: de kids! Ik bedoel maar…
   Die baas?! Dat ben ik zelf!
   Mijn baan? Stay at home mom!

zondag 3 april 2011

Zonne-energie

Een zonnige dag in april, 2011
Eindelijk kunnen we dan buiten zitten. YES! Heerlijk lunchen en loungen in de tuin. TOP! Dit is leven! Ik omarm de zonnestralen met alles in me! Niet alleen de zon, maar alles in mij straalt. Ik voel een energie! Zo ontdek ik wéér dat IK er wéér ben. Net zoals de bomen weer uitbotten, bot ik ook uit. Wég winterdip, welkom zonne-energie!!! Blijkbaar werk ik daarop.

Benjamin wil altijd dolgraag buiten eten. Bij de eerste zonnestralen in het voorjaar, als je de warmte al een beetje voelt komen, maar de rijp nog op de daken ligt, de dassen nog om moeten, de handschoenen nog aan en de dikke winterjas zeer actueel is, komen we thuis en roept hij: 
   “Mama gaan we buiten eten?” Brrr…

Maar nu? Yes! We zitten buiten en zijn klaar voor de eerste buiten-lunch, of toch niet?! We zitten nog niet of meneertje klaagt steen en been, want de zon schijnt in zijn ogen… Oh please?! Hij zoekt het maar uit met zijn klaagzang over de zon, hier ga ik me NIET in mee laten sleuren. Zou ik me door hem nog in een voorjaarsdip laten praten!? No way!

Wel besluit ook ik mijn zonnebril op te doen, want zo tijdens het eten (incl. hoofdpijn) wil ik niet hoeven knijpen met mijn ogen. Welcome sunshine, be my sunshine, maar achter de zonnebrilglazen, dan wel!

We zijn net lekker aan het eten als meisjelief me aankijkt, dichter naar me overhelt en me onderzoekend aankijkt. Ik stop met kauwen. Ze kijkt zó moeilijk, zó ernstig, ze fronst haar wenkbrauwen. Ik word bijna bang: Nog meer grijs haar (dat is iets van het laatste half jaar)? Nog meer pukkels (oef, die choco-eitjes, zijn ook gemeen lekker, grrrr)? Al snel voel ik vooral een schaterlach opkomen, want het ziet er grappig uit, dit meisje dat duidelijk iets probeert te zien, maar het niet ziet.  Zegt ze ineens serieus: 
   “Mama, waar zitten je ogen eigenlijk?” 
   Huh? Niks pukkels, niks grijs haar, maar deze suffe vraag!
 
Daar is ie, een lachstuip. Ik ben ook gewoon blij!
    “Waar mijn ogen zitten? Waar ze horen natuurlijk!” Mijn hersenen ratelen en ik bedenk een logisch antwoord: “In mijn oogkassen natuurlijk!”
   Ze blijft me ongelooflijk serieus aankijken, waar ik helemaal krom lig. Ze kijkt vragend naar de andere kant van de tafel, naar Benjamin. Ook hij snapt niets van zijn mama. Ze kijken me aan alsof ik een buitenaards wezen, een onbekende ben; alsof ik een enge ziekte heb!?
    Het enige dat ik heb is een dosis zonne-energie. Dat is toch geen ziekte of zo? Mijn bloedeigen kinderen! Ze kennen me blijkbaar niet meer. Ik ga mezelf al bijna afvragen… wie ikzelf eigenlijk ben?!
   Dan vraagt Benjamin ernstig: 
   “Wat zijn je oogkassen?” 
   “Ja, wat denk je?" Ik val van mijn stoel van het lachen. "Jij bent gek op schedels. Wat zullen die gaten zijn in die schedels?” 
   “Oh”, is zijn antwoord.

Afijn, ik wrijf een traantje weg en bedaar… Blijkbaar was ik de enige die de humor inzag. Ik geniet weer van mijn boterham, zegt Benjamin ineens tegen Celine: 
   “Kan je niet nog een grap maken, ik vind mama toch veel leuker als ze in een deuk ligt!” 
   Wat willen ze nou eigenlijk?! Lig ik in een stuip, kijken ze me aan alsof ik een buitenaards wezen ben; ben ik weer serieus is het ook niet goed, ben ik weer te suf. Ik probeer zo de perfecte moeder te zijn, maar zo makkelijk is dat niet hoor! Ik doe het NOOIT goed.