zaterdag 14 oktober 2017

Gildehoen



Ik beken: ik was geen groot fan van onze plaatselijke Sterpoelier.
   Dat zeg ik verkeerd, ik was geen fan van zijn kip. Hij weet van de veren en de snavel en respecteert mijn mening en gemakzucht. Evengoed groet hij me als ik het winkelcentrum via de schuifdeuren betreed en zijn winkel voorbij wandel naar Albert, je weet wel, die van Heijn.

Ik verkies beter behandelde kip dan plofkip maar vooral goedkopere dan haar biologische tante, deze twee keuzes die René verkoopt waren daarom voor mij niet geschikt.
   Op mijn vraag waarom de bio-scharrelaar zo duur moet zijn, legde René eens uit, dat ik voor twee (of was het vier?) enkele kipfiletjes de hele bio-kip betaal. Da’s toch belachelijk! Doe me dan de hele kip in de vorm van gehakt, kluifjes, bouten en filets.

Appie heeft slim ingespeeld op de twee uitersten. Heb je haar al zien scharrelen tussen haar plof- en biologischekippenzussen in? De scharrelkip! Ik vind haar heerlijk aantrekkelijk betaalbaar en koop die al jaren.

Komt René ineens met de GILDEHOEN op stok.
    Hij lijkt mij te willen winnen, maar ik val niet zomaar voor zijn kippenhok. Eerst wil ik weten van het-wat-en-hoe. Gelukkig verschijnt daar de plaatselijk krant met een halve pagina tekst over deze nieuwe hen. Op de bijpassende foto kijken René en zijn collega me kippig aan.
   De volgende keer dat ik voorbij loop vraag ik gelijk even hun handtekeningen. Ik bedoel maar, ze staan in de krant!

Eerst maandag horen hoe het welkom is. Peter (de rechterhand van René), kan mij nog wel eens verrassen zodra ik de hal binnenstap.
   ‘Oh nee, heb je haar weer,’ klinkt hij met een zware zucht.
   ‘Alsof ik blij ben om jou te zien!’, is mijn reactie en ik draai mijn hoofd met kin omhoog de andere kant op. Daar komt net iemand achter me langs gelopen. Ze zal wel denken.
   ‘Weet je wat jij doet? Ga jij lekker even je dochter halen, dat kijkt lekkerder.’ De andere vrouw weet niet waar te kijken en loopt met een flinke boog en versnelde pas verder.
   ‘Weet je wat lekkerder kijkt? Die kip aan het spit!’ Waarna ik het uitproest, die had zelfs Peter niet aan zien komen en kan niet anders dan keihard lachen.

Gelukkig is Peter niet altijd zo chagrijnig. Evengoed kan hij mijn mopperdag mooier kleuren.
   ‘Hé schat!’, klinkt dan van achter de toonbank.
   ‘Dag liefje! Fijn dat je er bent!’
   ‘Jouw hoofd maakt mijn dag weer helemaal goed.’
   ‘Dat is mooi, zal ik morgen weer even voorbij komen?’
Het druipt van de kippejus, deze kleffe boel.

Deze zaken staan gelukkig niet in het plaatselijke krantje, maar gelukkig wordt wel verteld wat die Gildhoen nou eigenlijk is. Ik vertaal het even in Typisch Ireens: deze hennen staan te trappelen in ruime scharrelstallen met natuurlijk daglicht; hun voedsel is 100% plantaardig (blijken ze vegetarischer dan ik te zijn) en krijgen geen druppeltje of korreltje antibiotica binnen. En dan dit: deze kip is Hollandser dan ik ben, namelijk 100%.
   Wat mij betreft wordt het AH scharreltje van ons menu ontploft.

Nu even mijn gezinsleden overtuigen.
   ‘Dit kipje klinkt als meer poen,’ klinkt mijn achterdochtige kasbewaker.
   ‘Vergis je niet, hij is qua prijs vergelijkbaar met wat ik nu uitgeef.’
   ‘Wat mij betreft is een kip om te eten een kip voor op mijn bord. Of zij nou drie, zes of zeven levens heeft gehad, ze eindigt op mijn bord.’
   ‘Maar kippen mogen toch ook wat langer spelen als het kan?’, klinkt Celine en kiest duidelijk de goede partij.
   ‘Oh, willen we het beter doen? Dan kies ik voor zelf kippen houden. Onze tuin is groot genoeg en omheind. Ik ga voor een eitje uit eigen kip.’
   ‘Natuurlijk smaakt een eitje uit eigen tuin zalig, maar dat kipje is bedoeld voor op jouw bord; daar zullen weinig eieren uit komen. De vraag is: wie draait het beestje de nek om? Jij?’
   ‘Nou,’ meneer slikt even, ‘jij gaat met die kip onder de arm naar René en laat hem dat kippetje wassen. Dan kan hij die gelijk marineren.’
   ‘Wanneer was jij voor het laatst in die toko? Denk jij dat René omringt door kippen in zijn winkel staat?’
   ‘Jij staat er anders altijd lekker bij te kakelen toch?’
   ‘Stel dát René onze kip wil slachten, dan mag jij dat regelen.’
   ‘Hoezo?’
   ‘Eens zien of jij die zielige blik in de kraaloogjes kan weerstaan vlak voordat…’
   ‘Oke genoeg getok, kom maar op met die Gildehoen.’
   ‘He he, was het nou zo moeilijk om in mijn straatje te kraaien?’

2 opmerkingen:

  1. Wat een verhaal weer. Ik eet niet vegetarisch, maar wel veel minder vlees dan vroeger. Ik vind het soms ook wel raar dat wij vlees eten terwijl we eigenlijk het dier zelf niet eens kunnen slachten. Maar ik eet vlees omdat ik bang ben anders niet genoeg voedingstoffen binnen te krijgen. Neem al geen zuivel, zeer weinig ei en kaas. Wel soja.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wij eten regelmatig vegetarisch, maar vaker vlees. Het is echter niet het belangrijkste ingrediënt in onze maaltijden. Ik vind vlees te lekker om volledig te laten staan. Maar laat het vlees staan als ik moet kiezen tussen een heerlijke rauwkostsalade of vlees.

    BeantwoordenVerwijderen