zondag 22 september 2019

Nachtmerrie


Ongelooflijk! Waar ik afgelopen zondag en de rest van de week wist waar deze blog over moest gaan, bleek ik gisteren het hele idee vergeten te zijn. Een duik in mijn herinnering moest het bovenhalen, maar niks hoor. Het idee leek gezonken naar de bodem van vergetelheid.
    Ik zette er volledig mijn zinnen op om te vinden wat ik zocht. Beginnend me het checken van de notities en spraakberichten in mijn telefoon. Voilà, daar dobberde een titel omhoog. Ik wist dat ik het bericht niet hoefde af te luisteren. De titel zei voldoende: droom.

Nachtmerrie
Ineens besefte ik dat het niet voor niets was dat ik het hele verhaal vergat. Sommige stories moeten onverteld blijven. Het zijn trauma’s of nachtmerries. Suffe ik, waarom zocht ik nou door. Nu zit ik hier en denk maar aan één verhaal, een nachtmerrie.

Ken je dat? Dat iets wat overdag gebeurt, ’s nachts een totaal andere film wordt?
    Niet? Houden zo.
    Wel? Cool, dan ben ik niet de enige. In beide gevallen volgt hier een kijkje in mijn ongelooflijk rare kop.

Luguber
Nadat ik de groenteman van een veel te vaak genoemde winkel, vertelde over een afspraak met een man onder de brug, zei hij:
    ‘Wat aan lugubere locatie.’
    ‘Nou ja! Het is alleen maar voor een foto, want ik was zo stom om na een interview niet gelijk een foto te maken. Nu moet ik dat rechtzetten. Waarom maak jij nu iets weerzinwekkends van een afspraak onder een brug? Alsof iemand het op mijn gemunt heeft. Jij kijkt zeker graag horror.’
    ‘Het klinkt inderdaad als een spannende film. Weet jij wel wat er allemaal kan gebeuren onder een brug?’
    ‘Het is niets meer dan een prima locatie tussen zijn en mijn woonplaats. Lekker middenin.’
    ‘Prima, maar mocht je het niet overleven dan…’
    ‘Hou je mond jij!’

Droombeelden
Pas ’s nachts besefte ik dat hij niets had moeten zeggen. Zijn woorden vormden zich tot hele andere beelden dan een onschuldige fotosessie. Ik wil geen woorden bevuilen aan de beelden en angsten die mij uiteindelijk bezweet en met hartkloppingen wekten. Bedenk zelf maar de beelden bij een zwakke vrouw en een sterke man. Zij onschuldig, hij verkeerde belangen. Voor haar is het een verloren zaak. Ze eindigt dood in haar auto op de bodem van het Amsterdam-Rijnkanaal.

Alleen al dit beschrijven bezorgt mij komende nacht vast weer zweet dreams. Maar eerlijk, het is toch belachelijk wat één zo’n uitspraak met me doet? Wat een zieke fantasie heb ik 's nachts. Kennen meer mensen dit?

SOS-alarm
Gelukkig werd ik wakker en besefte dat deze droom een andere draai moest krijgen of een oplossing. Wat voor smoes kon ik bedenken om de boel af te zeggen? Hoewel die foto gemaakt moet worden. Wat is een veiligere locatie? Hoe houdt ik mezelf veilig?
    Mijn telefoon is al ingesteld op SOS-alarm, waardoor na drie keer achter elkaar op de startknop te drukken, mijn lief een bericht ontvangt met mijn locatie, foto’s van beide camera’s en een geluidsfragment. Dat voelt redelijk veilig.
    Zonder dat ik het wist stuurde mijn broekzak ooit eens een SOS-alarm naar mijn man. Hij belde en vroeg:
    ‘Is alles goed met je?’
    ‘Wat lief dat je daarvoor belt. Dat doe je anders nooit.’
    ‘Oh, alles is dus goed.’
    ‘Ja, hoezo?’
    ‘Jij stuurde een SOS-alarm, maar als het verder niets is ga ik gauw verder. Ik ben druk.’ Klik, klonk aan de ander kant. Tot zover onze romantiek.

Chaperonne
Terug naar die droom. Ik vond mijn oplossing in dochterlief Celine. Zij was vrij en kon mee naar die afspraak onder de brug. Zo kon zij alles opnemen en zo nodig 112 bellen. Had ik maar zo de boel opgelost en durfde weer lekker te slapen.

De volgende ochtend vertelde ik niets. Ik besefte hoe absurd die droom was. Als ik die vertelde werd ik vast en zeker volledig uitgelachen en dat in de vroege ochtend?
    Na mijn bakkie stapte ik in de auto en ging op weg naar de brug. Midden daarop vroeg ik me ineens af welke kant ik eigenlijk moest zijn en klonk een piep uit mijn phone. De laatste negeerde ik, want ik rij MONO. Ik reed de brug over, ging de eerste weg links en met de bocht meer de helling af. Aan het eind weer links en vond mezelf onder de brug.
    Hoezo was het daar luguber? Ik was niet eens alleen, ik spotte ooggetuigen en een hele rij auto’s. Daar paste mijn rood monstertje netjes naast.
    De grote afwezige was de man met wie ik afgesproken had. Kon ik mooi mijn phone checken en lees:
 

Oh kijk, daar stond hij, aan de overkant. Ik zwaaide en bedacht onwillekeurig: ik kan nu nog weg!


zaterdag 14 september 2019

BennyProductions


Ongelooflijk hoe sommige dingen op onverwachte manier een vlucht nemen. Zo nemen Benjamin en ik binnenkort een echte vlucht als het allemaal menens wordt.
    Vlieg eerst even mee naar afgelopen Hemelvaart- en Pinksterweekend, een maand of  vier terug. Het jochie telde 360 Instagramvolgers, niet echt een aantal om een blog over te schrijven, vooral omdat ik rond hetzelfde aantal zweefde.
    Tot één van zijn posts gedeeld werd door een vrij grote Instamgrammer, waarna een grotere volgde en bigger, biggest en much more. Het ging volledig los.
    ‘Jij hebt over een week 500 volgers,’ merkte ik op.

Ontploffing
Elke ochtend dat hij uit zijn tent kwam, kregen we een update van weer zoveel honderd erbij. Binnen drie dagen tikte hij de 500 aan en nog drie dagen later toonde de teller 1000.  Het leek of een wifiduif verschillende landen en Instagrammers toefluisterde, want vier maanden later, dat is nu, staat bovenaan zijn profiel: 15.4k, dat zijn 15.400 volgers. Nee, ik vergis me geen nul, 15.4k betekent echt vijftienduizendvierhonderd.
    Ik snap die volgers wel. Meneer de Photoshop Artist maakt echt ongelooflijk mooie plaatjes. Hij noemt het terecht Cinematic Compositing. Het zijn werkelijk net echte filmposters. Laat hullie van StarWars maar bellen.

Trots
Als mum ben ik een stille getuige van het werk dat erin zit. Uren werk met aandacht voor de kleinste details, het voortdurend klikken met de muis, het onbegrijpelijke schuiven over het scherm en het pietepeuterig werken met lijntjes en licht. Hoewel ik nooit één foto vanaf het nulpunt uit zag groeien tot het eindresultaat, ben ik steeds verbluft.
    Daarmee zeg ik niet altijd dat ik het mooi vind. Het is kunstig en bijzonder.
    Ja, ik ben de mum die in het bos, waar niemand het ziet, even naast haar schoenen loopt.

Droomklus
Met het groeien van zijn account, volgen verschillende verzoeken van volgers. Of hij een foto van deze Indiase man wil bewerken, dat plaatje van die vrouw wil veraangenamen, of hij tips over licht wil delen en ga maar door.
    De grootste verbazing kwam door een Music Label* uit Amerika. Zij vroegen Benjamin iets* te ontwerpen voor een schijnbaar bekende zanger*. Benjamin zegt dat het een groot bedrijf is. Zij vertelden hem dat als hij maakt wat zij willen, zijn werk op zes schermen op Times Square getoond zal worden.
    ‘Wacht! Times Square? Dat is toch die straat met dat hele smalle gebouw die we in allerlei films zien?’
    ‘Ja mam, dat is Times Square.’
    ‘Huh? Komt daar werk van jou?’
    ‘Dat zeggen zij.’
    ‘En hoe bewijzen ze dat? Wij kunnen het niet checken.’

Onwerkelijk
Stel je voor? Onze zoon maakt werk dat op Times Square getoond wordt. Die klus is gedaan en ander werk volgt. Het woord LIT (zoals Benjamin zegt) valt nogal eens in huize Typisch Irene. Op een dag opper ik dat hij misschien uitgenodigd wordt dat bedrijf in de U.S.A. te bezoeken.
    Komt Benjamin een dag later beneden met zijn ogen groot als viskommen boven een glimlach van hier tot Times Square:
    ‘Mam, dit geloof je niet.’
    ‘Kind, ik geloof je niet.’
    ‘Ze vragen of ik een keer langs kom, daar in Florida. Ik zei dat ik daar niet echt een mogelijkheid voor zie, want ja, ik heb niet echt veel monnies.’
    ‘Had je nu maar beter gespaard.’
    ‘Nee, mam, zij bieden aan de reis te betalen. Waarna ik toegaf dat ik nog nooit zonder jullie naar het buitenland ben geweest.’
    ‘Nu sturen zij zeker iemand om je te begeleiden.’
    ‘Nee, jullie mogen mee.’
    ‘Wat? Gaan wij naar Amerika?’

Doemdenker
Een dag later, senario’s fladderen door mijn hoofd.
    ‘Straks vragen ze je daar te komen werken.’
    ‘Mam, stil. Alles wat jij zegt gebeurt. Weet je nog? Binnen een week had ik 500 volgers en meer. Jij dacht dat zij mij uit zouden nodigen, tada! Die stage? Die duurt een half jaar, dat is lang. Lang alleen.’
    ‘Ik ben zo opgelucht. Ik moet er niet aan denken, jij daar, ik hier. Meegaan is geen optie, we hebben allemaal ons werk.’
    ‘Als het een week was,’ mengt een vriend zich in het gesprek, ‘kan jij toch met hem mee, Irene?’
    ‘Ik? Waarom dat?’
    ‘Qua werk ben jij het meest flexibel, Celine kan geen vrij krijgen, Marcel zit met de zaak.’
    ‘Maar daar is alles much bigger, de McDo, de steden, de afstanden en vast ook de enge mannen. Wacht, Florida. No way, daar zijn zelfs de stormen much biggerer. Weg met al die stormachtige ideeën.
   

*Ik krijg geen toestemming om namen van de plantenmaatschappij en zanger te noemen, maar geloof me, ik deel alles zodra het gebeurd is. Vooralsnog lijkt het allemaal een sterk verhaal, zelfs voor mij.

ps. de groeten van iedereen van Alphen DC

zondag 8 september 2019

Kattekwaad


Ja, hoor, daar loopt er weer één. Waar komt ie vandaan? Wat zoekt ie in mijn tuin? Wie heeft ‘m gelokt? Waarom mijn tuin? Denkt ie werkelijk welkom te zijn? Hoezo noem ik hem een ie? Misschien is het wel een zij, blijkt ze een poes en geen kat.

Levensvraag
Ik bezeer er mijn hoofd niet over, een belangrijkere levensvraag is: waarom banjeren die snert beesten wéér in mijn tuin? Ja, wéér, want ze waren weg. Verdwenen als in, YES!!! Zie mijn ellebogen in een hoek van 90º; handen tot vuisten in de lucht en bam omlaag gaan als om de yes kracht bij te zetten.
   Vooral één kat is onvergetelijk. Die was zo eigenwijs als de mannen in mijn gezin maal drie. Het kostte me jaren die uit mijn tuin te krijgen en houden.

Afschrikwekkend
Jaren waarin ik als een debiel de tuin in rende. Het was niet om aan te zien. Ik ben niet bedoeld als renner. Het was zo schrikbarend dat zelfs katten mijn tuin uit stoven. Uiteindelijk, na tig keer mezelf voor gek te rennen met een kwade kop, soms voorzien van een bak water, bleef de kat weg. I won!
   Tot ik na onze vakantie desbetreffende kat in onze tuin spotte. Hij lag uiterst relaxed in de veranda. Hoeveel lig-uren heeft die brutale snotkat daar gelegen?
   ‘Niet weer oorlog!’, verzuchte ik.

Watergevecht
Gelukkig stond deze zomermaanden de serre vaak open en de tuinslang lag voor het oprapen. Zo kon ik herhaaldelijk de kat besproeien en tegelijkertijd de plantjes in de potten bevochtigen. De kat heb ik uiteindelijk niet meer gezien; de plantjes staan er mooi bij.
   Soms zie ik het mormel in de brandgang, dan kijkt ie me aan in zijn freeze houding, waarna ik met één harde stamp hem als een idioot weg zie schieten. Hij snapt me! Zo dom zijn katten dus niet.

Mores
Tot ineens vrijdagochtend, iets met de dag dat je wist die zou komen. Benjamin zat aan zijn ontbijt, ik aan mijn bakkie. Ik keek links de tuin in.
   ‘Nee hè, wat doet die vreemdeling in mijn tuin.’ Benjamin keek verschrikt op, maar bedaarde snel.
   ‘Oh mam, wat een schatje.’ Zoonlief houdt van alles wat fluffy en klein is.
   ‘Hoezo lief? Het heeft puntoortjes, enge kraalogen, loopt op vier poten, heeft gemene nagels en wekt niesbuien op.’
   ‘Mama, het is nog maar een jonkie, zo lief!’
   ‘Daar is niets schattigs aan. Daarbij is dit beesie geen kitten meer en geen volwassen exemplaar. Zie hem als een puber. Hopelijk niet te oud om nog een laatste lesje te leren. Voor het eerst en altijd leer ik ‘m mores. Watch me.’
   ‘Mores? Wat is dat?’
   ‘Geen idee.’

Ongewenst
Ik loop ondertussen met een boze blik naar de pui en verwacht dat het katje zich van zijn pootjes schrikt en verdwijnt. Voorgoed! Jong geleerd is op oude dag gedaan.
   ‘Als ik ‘m nu laat zien dat ie ongewenst is en ik ‘m flink in de schrik krijg, loopt ie een trauma op en blijft weg. Alles hangt van deze ene keer af.’
   ‘Oh ja mam, ongewenst zijn en trauma’s, daar weet jij alles van hè?’
   ‘Ik was niet ongewenst. Ik was niet gepland, dat is iets anders.’ Met elke stap dichter bij de pui, bleek het katje me verkeerd te begrijpen. Hij naderde mij tot we een meter bij elkaar vandaan stonden. Hij miauwde.
   ‘Niet miauwen,’ zei ik verschrikt. ‘Dit gaat zó niet volgens plan.’
   ‘Hoezo?’
   ‘Kijk dan, de kattekop komt dichterbij, ze kijkt het gevaar in de ogen.’ Benjamin begon te lachen.
   ‘Mama, jij? Gevaar? Kijk goed, hij vindt je lief.’
   ‘Ik hem niet!’

Indrukwekkend
Ik draai me om, de serre uit, de keuken in. Ik gris de serresleutel van het rekje, haal een glas uit de la, vul die met water en loop terug naar de pui. Met mijn kop op stand grimmig, draai ik het slot om en spreek ondertussen het katje toe.
   ‘Zeg rotbeest, ik waarschuw je nu en voor altijd. Ga weg!’ Op de achtergrond gniffelt Benjamin.
    ‘Het is echt een puber, mam. Luisteren ho maar!’
    ‘Opzouten!’ Het beestje stapt dichterbij, kijkt me vol vertrouwen aan en krijgt het 
glas water vol over zich heen. Hij lijkt even beduusd, kijkt me aan, draait zich om, zet een paar pootjes, draait zich opnieuw om, kijkt me weer aan en verdwijnt.
   ‘Nou mam, dat maakte indruk!’
   ‘Hou je kop!’
   ‘Ik denk dat hij terug komt, hij vindt je echt leuk!’
   Ik zucht, weer wekenlang oorlog en dat terwijl het beestje me zo intens schattig aan keek.
   Het is ook gewoon een schatje.

zondag 1 september 2019

Schuilplaatsen


Ik heb echt iets tegen mijn man en het weer.
    Weet je nog vorig jaar? We gingen fijn een eindje fietsen. De voorspelde buien, zouden ons niet raken. Vol vertrouwen volgde ik mijn man. Om vervolgens vol in een regenbui terecht te komen. Met vol, bedoel ik verzopen. Van een zomerse duik in de Lek word ik minder nat, want dan blijft mijn jurk tenminste droog.
    Het was een fietstocht om nooit te vergeten, omdat het bewees dat buienradar en mijn man niet altijd gelijk hebben.
    Het lucht zo op dat hardop te schrijven.

Bluf
Voordat ik aan deze blog begon, werd het zwaarder bewolkt en donkerder. Dat maar net opgemerkt,
pakte meneer zijn telefoottn, checkte zijn onmisbare vriend en meldde:
    ‘De buien gaan langs ons heen,’ wat hij bewees door de bewegende rood-oranje-gele vlekken voor mijn bril te houden.
    Ik had juist zin in een regendans in een verkoelende bui. De handdoek lag al klaar, bleef de regen uit. Heeft de app eindelijk wel gelijk.
    Het herstelt mijn beschadigde vertrouwen nog niet. Ik blijf erbij dat de relatie van mijn man en buienradar er eentje is voor in de regenton. Weg ermee. Oké, niet allebei. Marcel mag kiezen: of hij er uit of buienradar eruit.
    Hij kiest natuurlijk die buienliegbok. Ik weet, met mij leven is soms geen halleluja amen. Gelukkig schrijft meneer geen blogs. Maar ik ben by far stabieler dan die bluffende buienvoorspeller. Dan staat de pet weer zo en dan weer zus en zelden heeft ze gelijk.

Zomerbui
Dat bewijzen de twee wandelingen die wij ondernamen in de laatste van onze vier vakantieweken.
    De eerste was 'De brieven van Belle' route bij Slot Zuilen. Deze ontdekten we zo’n jaar of twee geleden. De tocht loopt langs de Vecht, door bos en langs weilanden. We liepen met blote benen en armen. Echt zalig zomers. Wat wolken af en toe en de wind hield de molen in beweging.
    Tot er ineens druppels vielen en niet een beetje! Nog maar net de eerste opgevangen, was daar mijn manneke met de telefoon.
    ‘Dit is niet voorspeld.’
    ‘Alsof dat nieuws is. Zoek liever een schuilplek in plaats van te checken of het echt regent.’ Hij keek even op.
    ‘Geen schuilplek te zien.’
    ‘Echt wel, daar!’ Zo handig, informatiepanelen.

Beleefroutes
De route verliep na die korte bui probleemloos. Even had ik zorgen bij het tellen van ruim 30 ooievaars. Het zou toch geen teken zijn? Een snelle cyclus-check stelde me gerust. Geen zorgen ma!
    Wat betreft die route over Belle zeg ik: doen! Het is er eentje van de app Beleefroutes. Je volgt de route, luistert naar verhaaltjes en leest onderweg wat brieven van haar. Ze is een inspirerende vrouw. Ze wil niet wijken voor de gangbare opvattingen over mannen en vrouwen en krijgt ruimte voor haar eigen dromen.

Surprising
De andere route was het Oldenaller Klompenpad bij Putten. Deze is van Natuurmonumenten en net zo goed een aanrader. Hun wandelingen zijn stuk voor stuk verrassend prachtig qua natuur en ligging en we ervaren altijd een surprising element.
    We wandelden door weilanden, over beekpaadjes, kronkelende bospaadjes en soms de weg. Wat miste waren de heuvels, want het voelde bijna als het Zuid Limburgs Heuvelland.
    We vonden halverwege de route een bankje om even onze gebruikelijke appeltje-water-break te houden. Slikte ik net de eerste hap door, voelde ik een druppel van bovenaf. Vandaag komt het water van boven, mond open. Laat de fles maar dicht.’ Meneer wilde natuurlijk checken of het regende, maar voor hij de app kon openen stak ik de plu in zijn handen. Zaten we daar, samen onder de plu. Het werd bijna romantisch, tot ik iets kouds op mijn been voelde. Druppels, op mijn broek! Terwijl de broek naast mij geen drup vertoonde.
    ‘Zeg, hou jij die paraplu even wat eerlijker boven ons beide!’ Ik gaf er een ruk aan en kreeg daarmee meneer dichter bij me. Hij blij met die plu!
    Tot het stopte met regenen.
    ‘We gaan!’

Schuilhut
Stuitten we honderd meter verderop op een schuilhut, een vroegere schaapskooi.
    ‘Serieus? Zaten we daar op een bankje, staat dit hier!’ Bij het naar binnen lopen, lieten we andere wandelaars naar buiten stappen.
    ‘Hadden we maar wat euro’s meegenomen,’ zei een van hen, waarop ik Marcel vreemd aankeek. Binnen stond een grote stoere tafel omringd met stoelen en er was een koffieautomaat.
    ‘Ik snap die euro’s,’ zei Marcel en vroeg of ik er één had.
    ‘Ik heb altijd monnies.’ Even later bood de schat me een cappuccino aan en gingen we erbij zitten.
    ‘Deze plek kan wel wat reclame gebruiken. Ik zou hier prima kunnen zitten en schrijven.’
    ‘Vertel dan gelijk dat mensen aan euro’s moeten denken voor een bakkie ter plaatse. Da’s wel zo lekker.’
    Bij deze! Vergeet de euro’s niet, maar Buienradar wel!





zondag 25 augustus 2019

Booteigenaar


    ‘Kunnen wij vrienden worden?’, vroeg ik de onbekende man. Hij stond met een touw in zijn handen klaar om zijn boot vast te leggen aan de kant. Natuurlijk fronste hij zijn wenkbrauwen. Ik hoorde hem denken: wat een weirdo. Alsof je zonder meer vrienden wordt met de eerste de beste debiel die aan de kant staat en vraagt om vrienden te zijn. Het vroeg om verduidelijking:
    ‘Ik wil graag vrienden worden met iemand die een boot heeft, snapt u?’ Nog steeds bekeek de man me alsof hij tegenover de dorpsgek stond. Ik ben het gewend. Marcel kijkt me zo’n zes keer per dag net zo aan. Toch vind ik hem elke avond naast me in bed. Mensen die me aankijken alsof ik niet spoor bezorgen mij geen rillingen. Sterker nog, ik zag uiteindelijk een lach om de mond van die man verschijnen en liep zelf vrolijk de boot voorbij. Ik meende het toch al niet serieus.

Eerste boot
Het kan zo varen. Op naar een volgende (te) gekke actie! Die waarin we een boot kochten. Ja, echt afgelopen dinsdag namen wij onze eerste boot in ontvangst. Wat klinkt alsof ik na deze een tweede, derde of, op zijn tijd, een zestiende boot verwacht. Zo veeleisend ben ik niet, maar dromen doe ik. Dat mag gelukkig altijd en is super goedkoop.
    Nou hoeft een boot sowieso geen duizenden euro’s te kosten. Mijn enige eis is wel één personeelslid. De kostenbesparing moet ‘m dan vooral zitten in de tweedehandse staat van de boot. Daarmee kwam Marktplaats de hoek om varen en zeilde Marcel het internet af op zoek naar wat we wilden en wat dat mocht kosten. Hij is daarin niet van het impulsieve. Het is niet voor niets dat hij dit klusje op zich neemt.
    Ik hou niet van markten of het nou de weekmarkt of Marktplaats is. Het bezorgt mij een soort van allergische reactie. Vooral wanneer vreemden bij me thuis komen. Zegt madam en opent in oktober haar deuren voor Gluren bij de Buren. Alsof ik dan weet wie mijn huis betreden.
    Troost je, ik snap soms ook werkelijk niets van mij.

Zoektocht geslaagd
Ondertussen dobberde Marcel op Marktplaats. Zeg maar dagenlang, waardoor ik bijna vergat dat hij nog altijd de perfecte boot zocht. Tot hij dinsdagochtend om 09.00 uur naast me op de love-seat plofte. Normaal staat hij een uur later op.
    ‘Wat heeft jou het bed uit geschopt?’
    ‘Een kano.’ Je dacht toch niet dat wij zochten naar een plezierjacht of zo? Zoveel geld verdienen wij nog niet hoor. We beginnen klein en je weet wat ze zeggen over het kleine eren.
    ‘Werkelijk? Heeft een kano jou uit bed geduwd? Waar is ie dan?’
    ‘Nou,’ hij pakte zijn telefoon erbij. ‘Wat denk je hiervan?’
    ‘Staat daar nou KIWI 2? En hij is rood!’
    ‘Vind je ‘m ook zo leuk!’
    ‘Leuk? Dit is ‘m, de naam is perfect. Doe maar een bod.’
    ‘Heb ik al gedaan.’

Aankooppraatje
Ik maakte ondertussen het ontbijt en dacht nog even na.
    ‘Je hebt toch wel een goed verhaal gedeeld bij dat bod?’
    ‘Hoezo, een goed verhaal?’
    ‘Nou, waarom wij juist deze kano zo graag willen hebben. Dat ik een kiwi ben en zo.’
    ‘Nee, dat heb ik niet gedaan.’
    ‘Dat helpt natuurlijk niet. Weet je wat? Ik doe ook een bod, eenzelfde bod, maar met een goed verhaal om onze koopkracht te verbeteren.’ Wat ik niet wist is dat ik daarvoor een account moest aanmaken en het wachtwoord alweer vergeten ben voordat ik afsluit. Alles voor de kano, zeg ik maar. Ik schreef mijn verhaal, vergezelde het met mijn bod, waarna het wachten begon.

Verkocht
Weet je nog, dat ik die man toeriep en vroeg of we vrienden konden worden? We liepen hem net lachend voorbij toen een pling uit de zak van mijn vest klonk.
    ‘Ah, dat is een mail van Marktplaats.’
    ‘Oh, vertel?’
    ‘Nou, kijk maar even mee.’




 Personeel
Zo werden wij een boot rijker en gaan ‘m binnenkort verder personaliseren: de voorste helft zal versierd worden met vlinders. Net als aan mijn kant van mijn auto. Het achterste deel, daar waar mijn enig personeelslidje zit, komt het logo met de drie RRR-en (van RitsRatsReclame), zoals op Marcels auto.
    Waarom ik Marcel personeel noem? Ik zei eerder al dat ik minimaal één personeelslid wilde. Daar heb ik over nagedacht. Omdat ik niet mag roeien van Marcel (schouderproblemen) is hij er voor het roeien. Daarom is de kano een tweezitter waarin ik kan zitten en manlief peddelen. Ik de kont (want ja, dat krijg je van stilzitten), hij de armspierbundels.
    Eerlijker gaan we het niet verdelen. Lekker hoor, kanoën.


zaterdag 17 augustus 2019

Tegenvaller


Zelfs ik had gedacht na zeventien dagen afwezigheid thuis te komen met een laptop vol verhalen.
    De rust van iedere ochtend met een kopje thee bij de tent. Vervolgens de halve ochtend bij het zwembad vertoefd, soms languit op het strand gelegen (in de schaduw), vanaf verschillende boten over de Middellandse zee of vanaf Cap Canaille, Mont Faron of Isle Frioul op het land neergekeken. Veel gezien, veel ge-relaxed op wat Aqua Gym na en toch voel ik me zo:




Wil jij toch een blog van 800 woorden? Lees het bovenstaande dan maar tien keer. Meer zit er deze ronde niet in. Ik ga nog even verder relaxen op de bank, in bad of in bed. Mijn huidige favoriete drie B’s.

Tot volgende week lieverdjes
Ireen

zondag 11 augustus 2019

Ideale camping


Huidige stand van zaken: 26 graden. De gevoelstemperatuur is 28 graden en dat onder een heldere hemel. Zo zegt mijn S10. Daarop staat niet dat de maan weer een stukje voller is en dat ik naast mijn vouwwagen zit, op een camping ergens in La France.

Tweede huis
De vouwwagen noem ik ons tweede huis. Past dat wel als het niet meer is dan een inklapbare tentdoek in een aanhanger? Als het voelt als thuis, want alle spullen zijn 100% eigendom en we wonen er zo’n vier weker per jaar in, is het toch thuis?
    We beleven van alles in ons tweede onderkomen waar enorm veel in past. Niet alleen aan materieel, meer nog aan emotie en activiteiten. Het gaat van koken tot slapen, van hard gelach tot flinke chagrijn, van dik aangekleed tot in ons blootje. Dat laatste nooit buiten de tent. Daar lopen we minimaal in onze zwemkleding.

Campinggasten
Voor kampeerburen is daarmee niets spannends te beleven, tenzij ze door dat kiertjes waar het gordijntje niet goed dicht zit, durven te gluren. Ze weten niet dat ik beter gluur en terug koekeloerend ineens de boel dichttrek. Ik wil privacy!
    Wat sowieso een ding is op de camping. Wat mij en mijn gezin betreft vind ik het alleen maar leuk dat we op elkaars lip zitten. Lekker veel samen doen en meer op elkaar aangewezen zijn bevalt me prima. Samen eten aan de kleine tafel maakt alles gezellig knus. Dat onze kinderen na het avondeten afwassen maakt dat zelfs ik vakantie vier.

Campingleed
Natuurlijk is er leed. Bijvoorbeeld door kinderen. Natuurlijk niet mijn kinderen. Het zijn altijd de kinderen van anderen, toch? Zoals het kind van anderen dat mij wakker huilt in de ochtend. Uitslapen is geen optie.
    Ander leed ervaar ik in buren die precies alles zo op hun vierkanter meters opzetten dat hun zithoek zich binnen een paar meter van de mijne bevindt. We vragen elkaar nog net niet naar de Nutella. Beter plannen van de inrichting helpt elkaar aan iets meer privacy.

    Maar het ergste leed? Sorry voor de rokers, dat is de rokende buur. Marcel las terecht: wie rookt heeft geen idee hoe vies het is als niet-roker in sigarettenrook te zitten. Daar zitten we dan, ochtend na ochtend in de rook van een proestende buur die nog net niet vraagt om een baquette bij het ontbijt. Hij zou aan zijn kinderen moeten denken en aan ons.
    Tot zover deze drie kampeerfrustraties.

Oplossingen
Celine en ik, gewekt door een huilend kind en bijna met onze neuzen in de jam van het buurmeisje, maar absoluut kuchend in de rook van haar vader, zitten aan tafel te mokken. Prompt bedenken we hoe wij een camping zouden runnen.
    Ten eerste: kinderen zijn toegestaan, geen huilende. Bij de eerste kik, hoe terecht ook, wordt het kind met ouder(s) naar de jengel-dome verwezen. Dat is een geluiddichte ruimte, waar kinderen naar hartenlust mogen huilen. Het mag hard, zacht, dreinend, uit vermoeidheid, van pijn of uit pure verdriet en frustratie. Laat de tranen maar rollen. De ruimte met vrolijk geschilderde muren en speeltoestellen voor alle leeftijden, helpen vast bij het drogen van de tranen. Zo niet? Blijf vooral voor de rust van andere kampeerders. Klinkt als een geluidloos plan.

Kleinste probleem
De uitdaging van de buren die ongevraagd een bakkie mee drinken, zijn gemakkelijk op te lossen. We sluiten ze buiten door bij de aanleg van onze camping te zorgen we voor een goede omheining per kampeerplek? Er zijn zulke mooie natuurlijke materialen, kijk maar bij tuincentra. Alles is goed, als het maar hoog genoeg is om er niet overheen te pieken als je aan tafel zit en laag genoeg is om de ondergaande zon achter de bergen te zien verdwijnen. Dat klinkt als strak omlijnd.

Uitdaging
Blijven de rokende gasten de uitdaging. Of toch niet? Waarom zouden we kinderen in een jank-dome proppen en rokers vrijlaten? We verbieden roken op de camping. Dat mag alleen buiten de camping en we bedoelen ver buiten de camping.
    Rondom de camping ligt een bloemenstrook van tien meter breed. Daarmee zorgen we goed voor de bloemetje en de bijtjes. Vanwege de afstand tussen roker en camping, ademen de niet rokende gasten geen rook in. Iedereen blij.
    Of bieden we beter een gratis stop-met-roken cursus aan?
    Bij aankomt op onze camping, levert de cursist alle rookwaar in. Vervolgens mag die persoon alles doen wat ie wilt, maar niet de camping af. We garanderen je dat je drie weken niet rookt, waarom daarna weer beginnen? Klinkt als een uitgedrukt plan.

Gezeik
Alles bij elkaar voorzien wij een hoog prijskaartje per kampeerplek, terwijl we het zwembad en zijn regels nog niet eens bekokstoofd hebben. Wat te denken van het sanitair. Nog meer gezeik!
    En dat op vakantie? Ik dacht het niet. Daarop weet ik één oplossing: doorspoelen!

zaterdag 3 augustus 2019

Gezinsspel


Tjonge jonge, zelden neemt hij die ballen in handen, nu pakt hij er drie op en gooit de ene na de andere in de juiste richting en dat niet alleen; hij ligt, keer op keer en nog een keer steeds weer opnieuw. Vervolgens doe hij met zijn lange slanke benen en lenige lijf een ronde dansje.

Gezelligheidsspeler
Ik kan enorm goed tegen mijn verlies. Echt waar. Bij spellen gaat het mij om fun en gezelligheid. Lachende mensen die elkaar op de meest creatieve manieren proberen in te maken zijn de beste in mijn ogen. Ik heb jullie graag om me heen.
    Weg met de spelers die een spel waarin het draait om puur geluk omturnen tot een strategisch gemeen spel. Zij willen alleen maar winnen en als dat niet lukt zorgen ze er voor dat een ander nooit kan winnen. Zo stopt het spel. Ik ben dan heel snel uitgespeeld, voorgoed.

Armkracht
Mijn trouwe volgers weten dat Marcel en ik nog wel eens te vinden zijn op de boulesbaan in het centrum van Houten. Het is hij tegen mij of ik tegen hem. We wandelen er samen in tien minuten naartoe of spelen op maandagavond een potje. Hij heeft dan gesport en ik gaf taalles in de bibliotheek.
    Voordeel van die avond is dat Marcel zijn krachten verbruikt bij Anytime fitness. Daardoor is hij zwakker in de armen. Mijn kracht zit juist, na een flinke lichamelijke pauze en vooral mijn hoofd gebruikt te hebben, op en top in de armen. Je snapt dat ik hem met gemak inmaak. Dat kan hij prima handelen hoor, hij speelt net als ik voor het plezier.

Gelukstreffers
Hij zal wel moeten, want ik heb hem gedurende de afgelopen maanden vaker ingemaakt dan hij mij. Koffie is daarbij geen noodzakelijk ingrediënt meer. Ik speel puur op richtinggevoel en geluk.
    Tot nu in Frankrijk waar Benjamin en Celine weer mee spelen. Marcel en ik juichen luid, want met ons vieren is jeu des boules zoveel leuker. Een potje duurt langer en is spannender.
    Benjamin die nog helemaal in de veronderstelling is dat paps de best is roept zoals andere jaren:
    ‘Jongens tegen de meisjes!’ Waarop Celine me aankijkt met een blik van: ben ik mooi klaar mee. Ze denkt al bij voorbaat dat wij de verliezers zijn. Geen van beiden kinderen zijn getuige of hebben gehoord van mijn triomfen. Ze geloven gewoonweg niet in mij. Vroeger was paps inderdaad de bovenste beste ballen gooier.
    ‘Zeg, geloof jij niet in mij?’
    ‘Nee, papa was altijd al de beste.’
    ‘Met de nadruk op was! Was jij er de laatste maanden bij? Telde jij de keren dat ik van hem won?’
    ‘Nee, heb jij drie van de negentien potjes gewonnen dan? Wauw, indrukwekkend.’
    ‘Marcel, laat even de scores zien?’ Meneer ontgrendelt tegensputterend zijn telefoon, opent de pétanque app en houdt het voor Celine’s ogen. Die worden groot als boules ballen.
    ‘Mama, jij bent echt goed!’
    ‘Ja, wrijf het er maar weer in,’ klinkt Marcel meelijwekkend. Met Celine aan mijn kant zal hij moeite moeten doen haar terug te winnen.
    ‘Mam, ik zit graag in jouw team. Kom lets play!’

Uitdaging

Niet veel later rollen de ballen over de baan. Er klinkt gejuich, applaus, hier en daar een zucht, dan weer een kreun en ronde dansjes vliegen ons om de oren. De baan die vreselijk slecht is, want hij loopt schuin en boomwortels zorgen ervoor dat een bal die linksom wordt gerold uiteindelijk 50 centimeter naar rechts rolt, maken het boulen op deze Franse camping een ware uitdaging.
    ‘Mama, je moet over de Sahara gooien,’ roept Celine en wijst op het droge zand midden in de baan. Gehoorzaam gooi ik over de Sahara, waardoor de bal te ver doorrolt. ‘Mama, nu iets minder hard.’ Mijn bal komt vlak achter de Sahara tot stilstand. Nog één bal te gaan roept ze: ‘En nu harder en in de goede richting.’
    Tips van anderen werken niet bij mij. Ik trek beter mijn eigen plan. Dat werkt soms, waarna we helemaal uit onze bal gaan. Een keer gooiden we zelfs in één keer vier punten, om in de volgende rondes compleet van de baan gerold te worden.
    De scores zijn als volgt: 2-13, 8-13 en 9-13. Kijk goed, we gaan vooruit. De volgende keer winnen we.

Scores
Trots noteert Marcel de scores in zijn telefoon.
    ‘Wacht eens! Jij geniet er wel van hè.’
    ‘Waarvan?’
    ‘Van het opslaan van die scores.’
    ‘Ja, natuurlijk. Winnen van jullie is zo leuk! Wat denk jij nou?’
    ‘Ik denk dat jij heel erg gebruik maakt van Benjamins walgelijk goede skills, waardoor het aantal gewonnen potjes aan jouw kant omhoog schiet. Nu lijkt het of jij zo goed wordt, maar het is allemaal Benjamin!’
    ‘Hé, ik ben ook goed hoor.’
    ‘Uhu…,’ beaam ik maar. Ik maak hem nog wel in!


zaterdag 27 juli 2019

Hangmannetje


Laten we het eens hebben over wat je kunt doen onder de douche.
    Je kunt jezelf wassen met Dove, Melkmeisje, Nivea of gewoon het water langs je lijf laten lopen. Je kunt de tijd nuttiger besteden en je haar wassen, gevolgd door een crèmespoelinkje en druppels tellen op de douchewand. Of poets ondertussen je tanden, scheer je benen (ja dames, het is op en top zomer), doe een regendans, ga op je kop staan of speel Hangmannetje.

Hangen
Je kent het wel, Galgje, zoals andere rare Nederlanders het noemen. Bekijk het eens vanuit mijn typische blik en zie bovenal dat hangende mannetje. Door verkeerde letterkeuzes is hij komen te hangen. Zo zielig, ik voel het en daarom klinkt uit solidariteit Hangmannetje.
    Hangen hoeft niet verkeerd te zijn. Laat mij maar hangen in het park, op de bank, tegen de muur, in een mat, aan iemands lippen, de beest uit of als dat toch eens kon, in de zevende hemel, drijvend op een wolk. Lijkt me heerlijk.

Verwateren
Dagelijks hang ik onder de douche en droom weg bij de Aquanotes aan de glazen deur. Weet je nog, die kreeg ik ooit van mij lief, omdat ik zo klaagde dat juist in de douche inspiratie wegspoelde; met alle sop zo het putje in. Forever lost. Waarop hij op de proppen kwam met een blokje papier en speciale potlood dat niet door water verdwijnt. Ik kan mijn halfgare bedenksels vastleggen in plaats van te laten verwateren.
    ‘Irene, gebruik jij de Aquanotes wel?’
    ‘Ja natuurlijk.’
    ‘Ik zie niets.’
    ‘Jij denkt dat ik wil dat jullie mijn onleesbare en halfgare krabbels mee lezen of getuige zijn van wat ik bekokstoof, bedenk of dagdroom? Hallo, dit is de douche hè, een beetje privacy mag wel. Maar als jij het perse wilt, zet ik er wel iets op.’

Lijntjes
Een dag later staat dit op het blokje: Er…
    Wat al snel opgevolgd wordt door: was eens een…
    Ik weet niet eens meer wat er was, maar er kwamen poep (iemand blijft maar hangen in die fase) en een paard in voor. Alles bij elkaar gelezen, ging het helemaal nergens over.
    Een dag later sierden twee verticale en twee horizontale lijnen en één kruisje het velletje. Een douchebeurt later gevolgd door een rondje. We, wie dan ook, spelen boter-kaas-en-eieren.
    Weer zoiets: waarom heet dat spel zo? Ik zie geen boter, kaas en eieren. Waarom is de naam niet rondjekruisje of drie-op-een-rij? Sommige namen zijn zo onlogisch.
    Na wat rondjes en kruisjes won ik.
  
Hangen
Vervolgens verscheen een lijn streepjes. Dat was alles. Niemand heeft ooit iets gezegd bij al die spellen. Geen woord aan tafel, niet in bed of in de tuin en zeker niet in de auto. Toch trof ik een dag later een letter onder de streepjes.
    Inmiddels zijn we wat afleveringen verder en Hangmannetje blijkt een groot succes. Geen idee wie allemaal meespelen, de notes worden gebruikt.
    Dat het woord schijt dan weer voorbij komt en een afgetroffelde bakbanaan, maken meer dan duidelijk wie meespeelt. Mag dat eigenlijk? Woorden gebruiken die niet bestaan? Of kan ik me beter zorgen maken over de doucheminuten? Het denken en zoeken naar het juist woord kost tijd en verspilt water. Toch maar een zandloper gebruiken?

Hottentotten nog wat
Tot ineens iemand het aan tafel brengt.
    ‘Nu hebben we zelfs een hele zin gehad, maar wie is de stippenfreak?’, wil ik weten.
    ‘Dat is vast papa, wij alle drie gebruiken steeds streepjes en ineens zijn daar stippen,’ snapt Benjamin.
    ‘Inderdaad, ik had ineens een goed woord.’
    ‘Verrassend. Reageer dan eens op mijn t. Die wacht al dagen op antwoord. Ik wil verder.’
    ‘Er zit geen t in, wat moet ik dan doen? Ik snap de spelregels niet.’
    ‘Wat? Geen t?’, van schrik rolt een erwt uit mijn mond zo in mijn decolleté. Ik was er zo zeker van dat Benjamin de lolbroek uit wilde hangen met hottentottententen.
    ‘Mag ik die erwt pakken?’, vraagt Marcel met zijn hand al bijna in mijn jurk.
    ‘Nee!’ Pets. ‘Je moet een horizontale lijn tekenen en de t doorstrepen. Op die lijn bouw je de galg voort.’
    ‘Die galg komt er niet, want als er geen t in zit, weet ik het woord,’ klinkt Celine erdoorheen.
    ‘Hoezo weet jij dat in één keer?’
    ‘Het is eikenprocessierups. Hoewel dat wel erg flauw en veel te voor de hand liggend is. Het zal vast iets anders zijn.’

Kriebeldekriebel
Madammeke zet haar vork in de erwtenparade op haar bord en mist daarmee Marcels verraste blik. Zijn wenkbrauwen trekken zo hoog op, dat zijn linker mondhoek mee omhoog gaat en zijn mond openvalt. Daarbij klinkt een zucht van verrassing.
    ‘Dat is het hè? Eikenprocessierups. Was ik ze eindelijk vergeten.’ Ik krab me nog eens achter mijn onderbeen. Ik ben zo klaar met die vreselijke muggenbulten!