zondag 10 november 2019

Potje


Het verbaast me iedere ochtend hoe fit en fruitig Celine aan de ontbijttafel verschijnt. Ik ben er gewoonweg jaloers op. Of toch niet? Kijk, ik ben jaloers op het feit dat als het meiske wakker is, ze echt AAN staat. Na het openen van haar ogen, staat ze op en tada, wakker! Ze kleedt zich aan, zorgt voor een leuke coupe op haar kop en staat binnen een kwartier beneden. Die snelheid kan ik niet evenaren. Haar energie om 07.02 uur stemt me jaloers! Ik wil ook zo alive zijn om die tijd.

Uitersten
De afgunst stopt op het moment dat manlief de deur uit is. Ja echt, bij het dichtslaan van de voordeur opent Celine haar bekkie. Kwebbel, de vriendin van Kabouter Plop, is er niets bij. Dat is waar mijn jaloezie ophoudt. Een rustiger begin voelt heerlijk. Daar past Benjamin beter bij me. Als hij de kamer in komt en aanschuift, mompelt hij iets wat lijkt op ‘hallo’, neemt plaats aan tafel en eet in stilte.
    Wat dit alles betreft past onze kinderen één woord: uitersten.

Potje
Dat was een paar weken geleden enorm herkenbaar. Op tafel stond een potje gelige vloeistof. Iemand, ik gun deze persoon zijn anonimiteit, moest naast een bloedtest ook een urineonderzoek. Nu hebben wij een vrij grote eettafel, daarop valt een potje urine toch niet op? Gelukkig bewees Benjamin dat; hij zag het potje gewoonweg niet staan en genoot van zijn ontbijt.
    Vervolgens liep Celine de trap af, opende de huiskamerdeur en stapte vrolijk binnen. Ineens zag ze het potje op tafel en keek alsof de plasemmer uit onze tent op tafel stond – dat is een joekel! Daar wil ik never nooit niet mee gezien worden, weet je nog?

Afstandelijk
Ze stapte minder enthousiast dan ik van haar gewend ben de kamer in, duwde zichzelf tegen de salontafel, schuifelde naar het laatste stukje van de hoekbank, duwde zich tegen de kast om eenmaal bij haar stoel te gaan zitten. Ze liep die route, want wilde zo ver mogelijk van het potje vandaan blijven. Al die tijd leek haar blik vastgezet op het potje.
    ‘Wat is dat?, wees ze met haar linkerhand vlak onder haar borst en de wijsvinger op het potje gericht.
    ‘Dat is een potje met urine.’
    ‘Van wie is dat?’
    ‘Tja, dat fluister ik je wel toe, de blog lezers mogen het niet weten.’
    ‘Waarom staat het hier?’
    ‘Omdat iemand het naar de huisarts moet brengen. Wie denk je?’
    ‘Gelukkig jij, ik zou daar nooit mee over straat durven. Hoe neem je zoiets mee?’
    ‘In mijn hand. Dan loop ik de hele weg naar de Molenzoom met gestrekte arm, want ik hou dat potje ook graag ver van me af en maar roepen: “Is niet mijn urine, ik ben geen zeikerd!”’
    ‘Serieus mama, hoe neem je dit mee?’
    ‘In mijn fietstas natuurlijk en daarna leg ik daar de verse groenten voor het avondeten in.’
    ‘Ik ga vanavond bij omi eten!’

Privéaangelegenheid
Feit was dat het potje echt van A naar B moest en graag zonder heel Houten als getuige. Het potje was gecheckt op lekdichtheid en de fietstas was een perfect vervoermiddel, bleef de route tussen fietstas en balie van de doktersassistente een obstakel. Daar tel ik (gokje) 56 stappen. Daarom zocht ik toch maar even een tasje, een niet zo groot tasje, valt namelijk niet op, toch?
    Daar ging ik, op weg naar de huisartspraktijk. Aan de balie diepte ik het potje uit het tasje, vulde een formuliertje in en leverde het in. Nee over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd. Wel ging ik naar de Appie, want maandagochtend is boodschaptime! Was ik amper door het poortje, kwam Ton op me af:
    ‘Waar is je zonnebril?’
    ‘Hoezo? Zo’n zonnetje ben jij nou ook weer niet op de maandag’, lachte ik hard.
    ‘Dit gaat niet om mij, maar om dat tasje,’ hij wees in mijn karretje, ‘dat tasje verblindt me.’ Ik keek hem vervolgens aan of er sinaasappelsap uit zijn oren liep.
    ‘Dat is toch een prachtig tasje? Kijk nou toch.’ Ik hield het tasje voor zijn neus.
    ‘Doe weg dat tasje, je verblindt alle klanten. Waarom heb je die trouwens mee?’
    ‘Geloof me, je wilt nog liever dat ik hier iedereen verblind, dan dat ik jou vertel wat hier in zat.’
    ‘Oh, nu word ik nieuwsgierig!’
    ‘Hoeft niet, lees mijn blog maar. Want dit wordt onderhand blogwaardig.’

Bling bling
Na de AH evalueerde ik het weekend bij de Sterpoelier. Eén keer raden waar hij over begon.
    ‘Wat heb jij een opvallend tasje bij je?’
    ‘Begin jij nu ook al?’
    ‘Hij is wel erg bling bling hoor.’ Waarop ik het tasje extra in de lucht wapperde en René zijn handen voor ogen sloeg.
    ‘Tja, ik dacht maar zo, als ik niet meer opval, dan toch in ieder geval mijn tasje!’




zaterdag 2 november 2019

Gezond bewegen

Natuurlijk ontstond hier een discussie toen ik Marcel een sportbabe noemde.
    ‘Mam,’ zei Benjamin, ‘dat kan echt niet. Voor niemand niet, maar zeker niet voor papa.’ Celine vulde aan:
    ‘Inderdaad, het is vast iets uit jouw tijd, maar die is voorbij.’ Waarop Marcel gesterkt door hen zijn mening luchtte:
    ‘Hoe kan ik nou een sportbabe zijn. Kijk nou!’ Hij balde zijn vuisten, bracht ze als een bodybuilder omhoog en liet zijn spieren opbollen.
    ‘Ja ja, laat maar weer los,’ klonk ik geschokt. ‘Dat was voldoende biceps voor vandaag. Sportbabe is out, maar hoe noem ik je dan? Ik gun je een krachtige naam waarmee ik je op een voetstuk plaats, want je bent een ware sportman gebleken. Dat ik een jaar geleden durfde geloven dat jij het niet ver zou tillen in de fitness is gewoonweg schandalig.’
    ‘Ja, wat ben ik een bink hè?’, klonk Marcel trots.
    ‘Een bink! Dat is het, weg met sportbabes!,’ reageerde ik en stompte manlief tegen zijn schouder. ‘Tijd voor een wave voor paps.’ Ik bewoog mijn rechterarm in een vloeiende beweging omhoog en weer omlaag, halverwege gevolgd door mijn linkerarm in dezelfde beweging. Mijn tafelgenoten volgden mij op hun beurt soepeltjes op.

Skeeleren
    ‘Als papa de bink is, wat ben ik dan?’, vroeg Celine vervolgens.
    ‘Papa is the bomb!’, bedacht ik ineens. Dat klonk sterker.
    ‘Inderdaad mam, mag ik dan de bink zijn?’
    ‘Ik vind babe dan toch wel weer goed klinken, want als jij gaat skeeleren ben jij werkelijk heel babe-erig. Je ziet er goed uit op wielen en daarbij houdt jij het sporten al langere tijd vol.’ Na mijn woorden straalde mijn dochter lang na. Het moet gezegd, ik vergeet soms hoe goed dochterlief bezig is. Ze begon maanden geleden met hardlopen, maar maakte de overstap naar skeeleren. Ik begrijp dat wel.

Hardlopen
Ik heb zo mijn mening over hardlopen en twijfel of ik die wel moet luchten, zo niet herhalen. Ik maak er vast geen vrienden mee. Het is niet verkeerd om je mond te houden als je iets wilt zeggen dat een ander kwetst. Daar tegenover leven we in een vrij land en mag ik mijn zegje aanpassen. Dus zeg ik niet dat vrouwen niet bedoeld zijn voor hardlopen. Wel zeg ik dat ik niet geschapen ben om hard te lopen. Ik kan het niet, het voelt niet goed en ziet er vast onaanzienlijk uit. Celine is in veel dingen typisch moi. Daarom vermoed ik dat rennen niet bij haar past. Let op, ik noemde het een vermoeden, want ik zag haar nooit hardlopen. Ik ben stiekem gewoon jaloers. Zij heeft een strakker lijf en geen vetrolletjes die mee deinen op de cadans van het rennen. Zij ziet er vast strak uit in haar ren-kledij, hoewel ze dat inruilde voor skeeleren. Daar zag ik haar eens gaan, echt heel smooth.

Opstaan
    ‘Tof!’, zei ik bij het besef dat ik samenleef met een sportbomb en sportbabe. Voordat ik mezelf op de borst sloeg, melde Benjamin zich.
    ‘Ik ben ook sportief hoor.’ Drie personen keken hem aan alsof hij met een pompoen op zijn hoofd aan tafel zat.
    ‘Wat voor sport doe jij dan?’, vroeg ik nieuwsgierig.
    ‘Ik sta vaker op,’ antwoordde hij. Dat maakte het niet echt duidelijk, daarom vroeg ik:
    ‘Oh ja? Hoe moet ik dat voor me zien? Zet jij je wekker ’s nachts een paar keer, zodat je even opstaat om weer verder te slapen? Alles best, als ik die wekker maar niet hoor.’
    ‘Nee, mam,’ klonk Benjamin zoals hij altijd klinkt als ik denk leuk te zijn, maar het niet ben.
    ‘Sta je steeds vaker op voor een oude dame in de trein?’, vroeg Marcel. ‘Irene, dat opvoedtrucje is je gelukt! Boks!’, waarop Marcels en mijn vuisten tegen elkaar botsten. Benjamin zuchtte luid terwijl ik Marcel antwoordde:
    ‘Ik denk dat hij nog eerder opstaat om snoep uit de kast te pakken of voor een glas cola bij zijn lunch.’
    ‘Wat? Drinkt Benjamin cola bij zijn lunch?’, vroeg Marcel verbaasd.
    ‘Tja, dat is dus een mislukt opvoedkunstje,’ gaf ik teleurgesteld toe. ‘Ik deed nog zo mijn opvoedbest. Laten we even eerlijk zijn Benjamin, als jij opstaat om snoeptroep te pakken, kan je net zo goed blijven zitten.’

Verklaring
Wat Benjamin bedoelde met vaker opstaan, was precies wat hij zei. Sinds hij zichzelf verliest in het werk aan de computer, lijkt hij vastgeplakt aan zijn stoel en niet even een uurtje, maar werkelijk hele dagdelen. Blijkbaar staat hij tijdens die bezigheden vaker op. Waarschijnlijk om een plasje te lozen, een drankje te pakken of pizza te bakken. Soms drukt hij zich tussen de 2 tot 300 keer op en knuffelt zijn mum. Wacht, dat laatste moet hij gewoon vaker doen.
    Over gezond bewegen gesproken.






zondag 27 oktober 2019

Yeet

Op mijn schoot lag een dienblad, daarop een schoteltje en on top een drijfnatte spons, daarnaast een leeg zegelboekje. Naast me lag een stapel zegels. Zo jammer dat die zichzelf niet in het boekje plakken. Ik moet het weer zelf doen en nee, ik lik ze niet af met de tong. Yak! Weet jij wat voor gif op die zegels zit?

Ontploffing
Al goed, ik zette de televisie op Goedemorgen Nederland en vermaakte me wel tot…KNAL! Mijn hart schoot in mijn keel. Het geluid kwam van links de kamer in. Gelukkig ontdekte ik geen enkele rookpluim of vuurvlammetje. Ik stond snel op om te onderzoeken waar het ontploffingsgeluidje vandaan kwam.
    Ineens vulde hard ge-TUUUUUUT-TUUUUUUT-TUUUUUUT de kamer. Mijn hart verschoot zich zes slagen in één. Of dat kan weet ik niet, maar je snapt me. Het getuut klonk van boven onze CD rek, waar een brandalarm lag. De avond ervoor stelde Marcel die op mijn verzoek weer in werking. Een dag eerder hoorde ik dat veel mensen hun brandmelder buitenwerking stellen omdat hij te snel en vaak afgaat.
    Check! Onze brandmelder lag naast zijn batterij op het CD kastje. De boel weer in elkaar geforced, ging hij warempel vanochtend af. Dat was amper twaalf uur na het in werking stellen.

Gepiep
Je denk nu vast dat ik dat ding weer direct buiten werking stelde. Zeker als ik je vertel dat ik op de leuning van onze bank klom om bij de melder te kunnen. Zonder het ding van zijn plek te pakken, drukte ik ergens in het midden op het apparaatje. Het ding hield zich direct koest, braaf!
    Voor even dan. Na een paar tellen klonk een lieflijk piepje. Ik luisterde even om te bepalen of ik hier mee kon leven tot manlief thuis zou zijn of dat ikzelf moest ingrijpen.
    Even bedacht ik mijn bezigheden: wandelen, boodschappen, poetsen. Reden genoeg om niet te balen van al dat gepiep. Mijn man-de-klusser zou gauw genoeg zijn entree doen en dit probleempje oplossen.

Uitschakelen
Om twintig minuten later met een schroevendraaier te rommelen in eerder genoemde brandmelder. De piep nam andere tonen aan. Het ging meer en meer klinken als een huiltje dat ik zelfs boven hoorde janken. Het ging van een hoog piepje naar een laag piepje en dat na elke 10 seconden of zo.
    Na opening van het ding, zag ik iets wat ik nooit gezien heb: de blokbatterij had één van zijn batterijen naar buiten geplopt!

Yeet
Een uurtje later stapte Benjamin de kamer in en plofte naast Celine aan tafel. Ik vertelde hem van de spannende gebeurtenissen van eerder.
    ‘Wist jij dat een 9volts blokbatterij bestaat uit zes kleine batterijtjes?’
    ‘Ja.’
    ‘Heb jij dan wel eens gezien dat er één uit het blok kan springen?’
    ‘Mam, je moet zeggen dat het blok een batterij heeft ge-yeet.’ Even een uitspraak lesje: yeet spreek je uit als jiet.
    ‘Wat is yeet ook alweer?’
    ‘Maham!’ Oh oh, daar heb je het weer. Mam of maham. De eerste is gewoon mam, de lieve moeder, de tweede is de mam van jij-bent-zo-vermoeiend-want-snapt-het-nooit. Zo van, ik–doe-het-nooit-goed. Vervolgt Benjamin: ‘Dat heb ik al 30 keer verteld.’
    ‘Uhm, ja, sorry concentratieprobleempje. Dus vraag ik nog één keer: Is yeet iets als boeie, gooi maar weg of vergeet nou maar?’
    ‘Het is niet goed uit te leggen.’
    ‘Dat verklaart waarom jij het een 31ste keer voor eens en altijd uit moet leggen. Bij een goede uitleg vraag ik het nooit meer. Be specific!’
    ‘Is het iets met hoge snelheid afvuren?’, mengde Celine zich in het gesprek. Ik voelde me ineens niet meer de enige domme.
    ‘Nee!’
    ‘Is het dan iets weggooien of door de kamer slingeren?’ Celine pakte een mandarijn van de fruitschaal en stond op het punt deze door de kamer de gooien.
    ‘Dat dacht ik niet,’ waarschuwde ik haar.
    ‘Nee, het kan op elke manier.’
    ‘Ja, dus ik kan deze mandarijnschillen in de prullenbak of jou het huis uit yeeten?, vroeg ik lachend. ‘Hoe dan ook straattaal is stom.’
    ‘Mam, het is geen straattaal.’
    ‘Wat? Geen straattaal? Welke taal mis ik nu weer?’
    ‘Meme-taal.’
    ‘Ja daag! Ik ben echt in de verkeerde tijd geboren. Het is niet bij te houden, al die talen. Ik yeeeeeet ze allemaal de kliko in.’
    ‘Je moet yeet niet te lang maken.’
    ‘Goed yet dan!’
    ‘Nee, dat is ook weer niet goed,’ klinkt Benjamin onwijs irritant, ‘het moet gewoon niet te lang.’

Onthoudtruc
Eigenlijk bleef onduidelijk wat yeet nou is, hoewel het in de volgende zinnen best goed klinkt: Donderdag yeete ik mijn boodschappen in het karretje. Het wordt tijd dat ik mijn auto door de wasstraat yeet. Of: ik yeet Marcel plat op zijn bek. Met al dit ge-yeet vergeet ik in ieder geval het woord nooit meer, maar ben de batterij volledig vergeten.
    Jij ook?

Irene podcast:


En dan nu: het geluid:

  


En vergeet niet de klok terug te yeeten!

zondag 20 oktober 2019

Kostgeld

Het lijkt er op dat Benjamin onderwerp van gesprek blijft. Hij wordt namelijk echt een hele grote jongen. Waarbij het allang niet meer over zijn lengte gaat. Misschien past zware jongen beter. Ter vergelijking: waar ik standvastig blijf rondhangen bij 380 Instavolgers, dendert Benjamin de 20,9 duizend voorbij. Het leuke is: we zijn beide happy.


Updates
Hij telt zich de vingers van zijn lijf en elke dag, nee elke paar uur krijgen wij een live update van een nieuw aantal Instavolgers of abonnees op YouTube. Blaas ik net een ballon op vanwege het vorige record, duik ik opnieuw de kast in en weer uit met een feestmuts op bij een nieuw record, dat ik weer in duik om slingers te pakken bij het laatste getal. Ik kom die kast nooit uit!
    Ik sta klaar voor de 22.000, wat vast en zeker reden is voor een nachtelijk feestje.
    Wacht nee, dan slaap ik. Schort die update maar op.

Eerlijk
Nu lijkt het alsof ik goed slaap; de waarheid is dat ik wakker lig. Kijk, kindlief werkt voor een platenlabel en voor mr. StarWarsTheory op YouTube. Helemaal leuk, voor meneer de American Dream live in huis. Voorlopig blijft die droom hier, want het vliegtuig is nog niet geland. Een retour Amerika hoeft van mij nog niet zo nodig, zeg ik eerlijk.
    Goed hè, dat is echt 100% eerlijk. Ik mag graag overdrijven, uit de lucht grijpen en de duim zuigen of heel veel nonsens van achter de ellebogen halen, dit is waarheid: ik trappel niet om een vliegtuig in te stappen. Ik voel me veiliger in eigen huis en tuin. Al lig ik wakker.

Grote jongen
Eén vraag dringt zich meer en meer op nu zoonlief steeds meer monnies verdient. Ik ben blij voor de geldverdienende grootheid. Wacht, zei ik grootheid, als in grote jongen?
    ‘Benjamin, grote jongens eten toch gewoon hun erwtjes op?’, vroeg ik gisteravond aan tafel. Op zijn bord lagen zoveel erwten verspreid dat ik er twee vorken mee kon vullen. Hij houdt niet van erwten en keek in stilte naar zijn bord. Hij stak een hap appelmoes in zijn mond, waarna ik vroeg:
    ‘Weet je wat grote jongens doen?’
    Hij schudde nee.
    ‘Die betalen kostgeld.’ Benjamin verslikte zich in de appelmoes en keek me aan alsof ik kotsgeld zei.

Ruilhandel
Alle gekheid van tafel geveegd en me stortend op het opruimen van de keuken vroeg ik me serieus af wanneer inwonende kinderen kostgeld moeten betalen. Ooit vertelde betweter NIBUD meer over zakgeld, hij weet vast de oplossing op deze vraag. Het antwoord vind ik extra gewichtig, want omdat mijn vorige blog niet leidde tot binnenstebuiten veranderingen in de wasmand voel ik me best gebruikt. Lastenverlichting op financieel vlak vind ik een goed ruilmiddel daarvoor.
    Omdat ik nog even in de keuken rommelde, wilde ik Marcel vragen om NIBUD te raadplegen. Stapte net op dat moment Benjamin binnen.
    ‘Toch niet weer een update?’
    ‘Nee mam. Papa, heb jij die platen van je werk meegenomen?’
    ‘Nee.’
    ‘Dat is maar goed ook,’ meng ik me tussen de mannen in. ‘Er wordt niets meer meegenomen vanuit de werkplaats.’
    ‘Hoezo niet,’ klonk in koor?
    ‘Dat doe ik wel even uit de theedoek. Luister goed, jullie twee. Benjamin poetst eerst maar eens zijn kamer en pas daarna doe jij,’ ik por Marcel in zijn borst, ‘werk voor die poetslapzwans.’
    ‘Je hebt eigenlijk wel gelijk,’ zei meneer.
    ‘Dank je.’ Ik hou van gelijk krijgen, gebeurt niet vaak namelijk. Benjamin en Marcel verdwenen uit de kamer.
 
Pinkelen
Tot Benjamin opnieuw de kamer in kwam. Zonder woorden liep hij naar de tafel en riep:
    ‘Commando pinkelen!’ Je kent dat spel toch wel? Ik gaf geen enkele reactie. Zelfs geen knipper met de ogen en droogde ongestoord de koekenpan af. Hij leek blind te zijn voor het werk dat ik deed. Verwachte hij werkelijk dat ik de pan uit mijn handen liet vallen en de theedoek over mijn schouder zwaaide om het op een pinkelen te zetten?
    ‘Mam!! Commando pinkelen!!’, riep Benjamin met iets meer dwang. Ik vertrok opnieuw geen spier. Ik hoorde hem wel, ik gedroeg me als half doof… Oeps, dat ben ik. Benjamin dacht natuurlijk echt dat ik hem niet hoorde. Daar klonk al:
    ‘Maham!!! Commando pinkelen!!!’
    ‘Ik hoor je wel hoor?’
    ‘De eerste keer al?’
    ‘Natuurlijk, jouw eerste roep ging door alle geluidsbarrières heen. Ze hoorden je vast en zeker tot in het centrum.’
    ‘Waarom doe je dan niet mee?’
    ‘Waarom zou ik? Ik vraag jou al weken je kamer te poetsen, dat doe jij ook niet.’
    ‘Nee duh,’ zei hij, ‘ je moet natuurlijk wel “commando” zeggen.’
    ‘Zal ik jou wat zeggen? Binnenkort krijg jij één commando.’
    ‘Welke dan?’
    ‘Commando betaal je maandelijkse rekeningetje.’
    ‘Kostgeld zeker?’
    ‘Nee, ik noem het per direct smartengeld, het is namelijk niets minder dan dat en ik vraag direct opslag!’

***

En dan nu, een verrassing, een probeersel, niet geoefend en toch doen: Irene podcast.
Deze blog, in één take, het rammelt, het stuntelt, het is echt mijn stem. Wat denk je?
Vaker doen? Kun je blog luisteren in de auto, tijdens het eten koken of als je te lui bent om te lezen.



zondag 13 oktober 2019

Gênant


Let op: hier begint mijn blog. De eerste zin van een verhaal waarvan zelfs ik niet weet waar het eindigt. Zo’n open begin ken zelfs ik eigenlijk niet. Misschien wordt het werkelijk niets, want ik proef in de dichtste nabijheid geen inspiratie en wordt aan alle kanten; mijn voor-, achter-, zij- en andere zijkant afgeleid door lieverdjes. Eén van de lieverdjes is een onverwachte logee.

Welkom
Zo gaat dat in huize Typisch Irene en kinderen. Marcel zal nooit en te nimmer een logé meenemen. Hij is my one and only lifetime slaapgast. Wat betreft de kinderen herhaalde ik vandaag weer eens:
   ‘Iedereen is welkom,’ als antwoord op de vraag of Lysanne mocht komen logeren. Bijna iedereen is ongevraagd welkom, als ik maar weet dat een gast mijn huis onveilig maakt en/of mee-eter wordt. Ik wil dat iemand juist aan tafel ervaart dat hij of zij er mag zijn. Het gevoel meegeven dat we een open huis, welkom thuis en bovenal voel-je-thuis-gezin zijn.
   Hoe dat is, moet je vooral zelf komen beleven. Wat me op het idee brengt om een paar mensen te vragen hoe zij het thuis-zijn bij ons ervaren en of er gektes zijn die anderen maar beter van te voren weten.

Schaamteloos
Ik vraag het Lysanne als ervaringsdeskundige op de seconde:
   ‘Dat jij bij teveel herrie gewoon je gehoorapparaat uit doet.’
   ‘Ja, dat doe jij natuurlijk voordat je hier binnenstapt,’ merk ik lacherig op. Alsof zij er één heeft. Volgens mij is ze jaloers omdat ik op die manier geluidsoverlast uitzet.
   Op de vraag wat juist gênant is, schuift Benjamin op het puntje van de bank en vertelt:
   ‘Ik weet niet wie onze gast was, maar jij zei gewoon aan tafel tegen papa: dat wordt vanavond geen boemboemdingen, schatje.’ Ik weet zeker dat hier de huge context mist, maar feit is dat we hier inderdaad een sfeer hebben van: alles is bespreekbaar. Bijvoorbeeld een gesprek over konthaar, opgestart door Benjamin, weet je nog

Gênant
Vervolgt Lysanne met wat zij schaamteloos vindt:
   ‘Dat jij me vandaag voor de derde keer Senna noemde.’
   ‘Ik geef toe lieve meid, dát is schandelijk. Nog één keer en jij slaat me echt in elkaar hè?’ Lieve lezer, mocht je me eens treffen met een blauw oog, dan was het Lysanne, die me terecht een gekleurd oog mepte. Ik ben zelfs boos op mezelf, nog even en ik stomp die oog eigenhandig alle kleuren van de regenboog.
   Over gênant gesproken. Jullie denken dat ik erg ben? Dan moet je Celine aan tafel meemaken. Zij gaat alle decorum voorbij. Zij vroeg laatst aan tafel waar haar geliefde bij zat:
   ‘Mama, hebben papa en jij wel eens…’
   Ja, daag, je denkt toch niet dat ik hier op het wonderlijk walgelijke web ga vertellen wat manlief en ik uitvreten? Het is hetzelfde waar Rick naar refereerde toen ik hem vroeg wat hij een gekkigheid in ons gezin vind.
   Wacht, weet je wel wie Rick is? Hij is Celine’s lover, maakt haar gelukkig en is echt goed voor haar. Hij lijkt zich thuis te voelen, want vult Celine’s stiltes met gemak op. Hij kan heerlijk kletsen. Kijk hoe ik hem ondervroeg:



Ja, ik leef in een huis vol muzikanten. Echt belachelijk!
   Om te eindigen bij Benjamin met dezelfde vraag. Hij keek me aan, rolde met zijn ogen van links naar rechts, kneep ze ietsjes dicht, waarbij zijn wenkbrauwen naar elkaar kropen en zei:
   ‘Is dat een serieuze vraag?’
   ‘Ja, ik ben soms serieus. Snap je de vraag niet?’
   ‘Zeker wel, maar dat jij het vraagt verbaasd me.’
   ‘Hoezo?’
   ‘Mam, jij bènt de gekkigheid.’
   ‘Lekker dan,’ zeg ik, de gek. Zou hij me ooit serieus nemen?

Emotioneel
Oh wacht nog eens, dat deed hij afgelopen week. We hadden net de bakplaat van het gourmetstel buiten gezet en tafelden heerlijk na van een feestmaal op Celine’s 21ste verjaardag. Rick was erbij, natuurlijk. De aanleiding ben ik vergeten, maar Benjamin zei ineens:
   ‘Mama, ik wil zeggen dat ik heel blij met je ben. Ik zie hoe druk jij bent in huis en dat het huishouden werkelijk veel werk is. Je doet het allemaal maar en zonder klagen.’
   ‘……..’, klonk ik met een brok in de keel.
   ‘Je kookt, je maakt schoon, de badkamer is altijd fris en dat stofzuigen. Wat een herrie verduur je steeds en die eeuwige was. Altijd weer die was.’
   ‘……… ………’ antwoorde ik. Celine plukte een tissue uit de doos en gaf die via Marcel aan mij.
   ‘Mam, je doet echt zoveel. Je bent gewoon een top-moeder. Dat moet je weten.’ Iedereen zweeg. Het voelde als waren hij en ik even alleen. Hij meende het, ik zag het. Uitgesnuft zei ik op mijn beurt:
   ‘Dank je schatje, wil je dan vanaf nu je was binnenste buiten keren voordat je het in de mand gooit?’

zondag 6 oktober 2019

Vrijheid


 Dus jij komt zomaar gluren? Het kan in alle vrijheid. Toch moet ik je waarschuwen. We zijn dan wel buren, buurtgenoten, dorpsgenoten en dorpsgekken, maar jij betreedde… betrad… klink al net zo slecht: je kwam dit huis binnen op eigen risico.
   Niet dat je bang hoeft te zijn voor onze hond Brutus, die hebben we niet. Ook staat er geen eik in onze tuin met de bijbehorende rupsen. Je hebt te dealen met ons!
   Ik zeg: sluit de deur, let’s get started! Met een lied, dan kunnen jullie landen en kennis maken met Marcel, mijn lief, en Celine onze dochter. Ergens in huis is onze zoon. Hoewel hij viraal gaat, blijft hij liever anoniem. Vreemd, heel vreemd.

Nu kan ik van wal steken over vrijheid en wat ik daarover te zeggen heb; beter grijp ik eerst de huishoudelijke mededelingen van de waslijn. De organisatie achter GbdB (Gluren bij de Buren) wil dit jaar de doelgroep, jullie dus, in kaart brengen. Ze willen alles van je weten, behalve je pincode.
   Nee, geintje. Het is goed dat ze eens een bevolkingsonderzoek doen, daar bij GbdB? Hier leeft het, dat is zeker. Formulieren en pennen liggen daar en oh ja.
   De spaarpot. Smaakt de koffie? Is de thee lekker? Of heb je lekker niks? Hoe dan ook kost het geld om dorpsgekken, zangers en acteurs aan het ‘werk’ te ondersteunen met koffie, thee en niets, want lang niet alles wat gebeurd is zichtbaar. Geef dus, als je blij bent met GbdB.
    Daarbij dank aan onze vriendin Lisanne, ik bedoel Lysanne*, zij gaat over de logistiek rondom koffie en thee.
    Tot zover de reclameblok. Wat een administratie. Het gaat nog van onze tijd af!

Het thema van GbdB is vrijheid en dat 75 jaar. Of dat iets is om te vieren! Ik ben nog lang geen 75, eigenlijk nog maar 47. Dat voelt als jong en vooral vrij.
   Als je vraagt wat vrijheid voor mij betekent, dan ben ik uiteraard blij dat we leven in een vrij land, maar neem ik de afwezigheid ervan niet for granted. Oorlog is om ons heen, zichtbaar in het nieuws. Dichtbij in de vorm van medelanders die ik help om de taal te leren. Zij wonen hier in Houten, maar zouden zij zich echt vrij voelen of liever vrij zijn in hun eigen land?
   Vrijheid is wie je bent, wat je wilt en waar je voor staat. Vrij te zeggen wat je wilt. Het hoogste goed in ons Nederland. Aan vrijheid van meningsuiting mag je niet komen. Wat enorm zichtbaar is op social media. Er zijn mensen die netjes en vriendelijk blijven, gelukkig! Maar all over het wereldwijde woelige web, zeggen mensen wat ze vinden, vaak gepaard met gescheld en gevloek. Soms op de man af. Dat noemen we vrijheid.
   Mag ik eerlijk en vrij zijn? In vrijheid liggen volgens mij grenzen. Vooral de F- en K-woorden en het vloeken. Het gebruik van de namen van mijn God en Jezus, zonder schaamte. Zelfs Eva Jinek sprak het F woord luid en duidelijk zonder een nanoseconde schaamte uit. Zelfs zij?
   Slechthorend zijn heeft tenminste een voordeel: niet alles te horen helpt soms.
   Maakt het gebruiken van grove taal ons werkelijk vrij en gelukkig? Ik zou gelukkiger zijn met vriendelijker taalgebruik. Bram Hendriksen deelde dit op Twitter: vrijheid bestaat in het erkennen van grenzen. Er volgden geen reacties. Hij heeft dan ook weinig volgers. Houden zo.
   Tijd om onze grenzen en vrijheid te laten bezinken. Celine, zing een iets rustigs.

Ik stelde anderen de vraag, wat is vrijheid voor jou?
   Ik vroeg het een Rwandese. Ze antwoorde als enige: geen oorlog, vrede voor iedereen. Worldpeace, je hoort het de ladies van de miss verkiezingen zeggen. Ik wil geloven dat ze het menen. Zij die oorlog van dichtbij hebben gezien, wensen het ’t hardst.
   Een verpleger ziet vrijheid in gezond zijn. Vertel mij wat. Ik stond vanochtend weer op onder luid gekraaaak en piiieep. Eens gesmeerd door een ontbijt en koffie ging het wel weer. Ik ben niet vrij van gezondheidsproblemen, maar hé: I’m alive and kicking.
   Een vriendin van 47 worstelend met meer lichamelijke problemen zei:
   ‘Kunnen doen dat je wilt.’ En een vrouw van 74 antwoordde:
   ‘Niet afhankelijk zijn van anderen.’ Haar lichaam kan het niet meer alleen. Daarin werd vrijheid afgenomen.
   Een huisarts zei dat vrijheid niet verslaafd zijn is. Alcohol, drugs, roken en slagroompatronen. Het zijn problemen van deze tijd. Het is tijd om toe te geven: ik ben ook verslaafd! Jaha, aan cafeïne: I need coffee!

Een Amerikaanse christen reageerde resoluut:
    'Alleen bij God is vrijheid.' Voor christenen is dit een herkenbaar antwoord. Te geloven in een God die iedereen liefheeft en accepteert no matter what. Ondanks een wereld die doordraait belooft God vrijheid. Hoe gaaf is dat, als je in God gelooft. Doe je dat niet, dan klinkt dit behoorlijk onbeduidend. Zoals ook het antwoord van een evangelist. Dat is iemand die anderen over God vertelt. Hij zei:
   ‘Vrijheid is God te beleven in jezelf.’ Wat in mijn ogen een perfecte aanvulling is op wat een politicus zei:
   ‘Het is voor mij in vrijheid te kunnen werken, leven en geloven.’ Wat klinkt als leven en laten leven. Elkaar dat gunnen dat is vrijheid! Dit gaat best diep, Celine zing het eens wat luchtigs.

Een econoom ziet vrijheid in kapitalisme. Ver-irene-voudigt betekent het dat iedereen kan ondernemen en daarmee de economie spekt. Iets met hoe beter de ondernemers het doen, hoe beter voor de economie. Vooralsnog heb ik het gevoel dat ik als ondernemende shopaholic de enige ben die de economie draaiend houd. Kom, help me, voel je vrij!
   Een manager koppelt vrijheid aan perspectief en keuzevrijheid en een VWO student wil vrijheid in zijn vakantie. Hij verzucht:
   ‘Ik wil niet op vakantie in mijn vakantie.’ Wacht, ho! Vakantie is toch vrijheid? Hij legde uit:
   ‘Ik wil niet elke dag om 08.00 uur opstaan en hele dagen wandelen.’ Ah, volgens mij past hij beter in onze tent: opstaan wanneer je wilt, een beetje zwemmen, beetje hangen, beetje wandelen, beetje cultuur, want voor alles wat langer duurt dan dat beetje is het altijd te heet. Het belangrijkste: vrijheid van uitslapen! Ik slaap uit tot 08.00 uur om vrij te zijn, vrij van mijn verder slapende gezin!
   Een student die in Amsterdam woont noemt vrijheid een verantwoordelijkheid. Vrijheid is je eigen zaken regelen, iets met eigen verantwoordelijkheid.
   Een kind van acht flapte eruit:
   ‘Vrijheid is zwemmen.’ En een schooljuf in opleiding ervaart vrijheid op het moment dat de schoolbel gaat. Dan gaan de kinderen lekker naar huis. Rust dus eigenlijk. Dat past bij de fotograaf die vrijheid koppelt aan de natuur. Dat had mijn antwoord kunnen zijn. Met dit verschil: ik ben geen fotograaf. Ik ben kletspraatjes- en kiekjesmaker.
   Terug naar de schooljuf, ze staat hier en zei:
   ‘Vrijheid is spontaniteit. Het is vliegen als een vogel in de lucht. Niemand die je belemmert. Zingen is ademen met geluid. Nu we het daar over hebben, juf Celine adem wat.

Onze dochter, ik wist dat zij niet in één woord zou antwoorden. Zij zit om 07.00 uur kwebbelend aan tafel; een vrijheid die niet iedereen waardeert. Een Signmaker die om diezelfde tijd aan het ontbijt zit, vroeg ik:
   ‘Als ik zeg vrijheid, wat zeg jij dan?’ Hij mompelde:
   ‘Dit vraag je om 7 uur ’s ochtends?’
Daarom vroeg ik het ’s avonds nog eens. Hij zei:
   ‘Blijheid.’ Eén keer raden wat zijn zoon zei:
   ‘Vrijheid mama, dat is blijheid,’ en weg was hij, naar boven, waar hij nog steeds zit.

Alle voornoemde geciteerden zijn familieleden en vrienden. Een allegaartje aan functies om me heen met ieder een eigen invulling van vrijheid.
   Om te eindigen bij jou:
   ‘Als ik zeg vrijheid, wat zeg jij dan?’

Oh, wacht. De tijd is om. Tijd om af te sluiten en te rammelen met de collectebus. Jouw reactie is altijd welkom op mijn site, facebook, instagram of twitter. Vanavond komt deze blog online. Google maar op mijn naam. Lekker duidelijk!
   Wacht, ik bedenk ineens mijn ultieme vrijheid: weet je wat ik werkelijk echte vrijheid vind? In mijn blootje van de badkamer naar onze slaapkamer lopen. Snel weer eens doen!
   Oké het niveau daalt, ik laat je gaan, maar niet zonder een gemeend dank je wel, dat je in vrijheid koos om hier bij ons te zijn. Tot GbdB 2020!
   En zij, Marcel en Celine, zingen de boel uit!




* Lysanne reageerde boos bij het zien van die i in haar naam. Als goedmaker trakteer ik haar op patatje met en een frikadel.



Televisiekijken


Televisie kijken is zeg maar niet mijn ding. Ik heb verschillende leukere hobby’s en andere lievere bezigheden. Ze maken televisiekijken pure tijdsverspeling. Als verspeelde tijd, snap je? Hobbyen is namelijk gewoonweg spelen; het is doen wat je hart wil.

Ontspanning
Televisie kijken is zeg maar mijn mans grootste hobby. Het is zijn ontspanning, zijn me-time, zijn actualiteit, zijn plezier. Daar heb je één van onze grootste verschillen. Gelukkig vonden we daar een middenweg in. Manlief zoekt series die mij wel aanstaan, waarna we gezellig samen iets leuks kijken.
    Samen zijn is in onze ogen namelijk enorm belangrijk.
    Flikken Maastricht, Beste Zanger, Heel Holland Bakt, Dokter Deen, Dokter Tinus en nog wel meer kijken we saampjes op de bank. Soms vind meneer een film die mij boeit en neemt die op voor een vrije avond. Hij doet zijn best mij af en toe bij hem op de bank te krijgen.
    Ik klauter dan in de hoek van de bank, beetjes languit, beker thee op de vensterbank, bakje fruit op schoot en meneer naast me. Evengoed met zijn benen languit op de grote hoekbank. Zie ons zitten, samen in de hoek, opgepropt. Het voelt als lig ik in een veilig nestje, zeker nu het dekenseizoen zijn intrede doet. Dekentje over de benen en tada! Knusheid ten top - samen televisie kijken.

Hangavond
Zo ook afgelopen week. Eigenlijk keek ik een avondje mee, omdat ik walglijk moe was van verschillende activiteiten.
    ‘Aan de kant, ik ga mee hangen,’ en plofte in mijn hoek.
    Marcel keek de Rijdende Rechter. Niet echt mijn programma, maar ja, meneer zat er al in. Ik was zo suf en moe, dat ik zelfs een concert van K3 zou blijven kijken.
    Meester Visser zat midden in gezeur over muren, een schutting en verbouwing. Ik liet het over me heen komen. Ik kan er niet goed tegen om te zien hoe mensen op elkaar letten of zelfs bewust de ander dwars liggen. Misschien wel vanwege een vroegere buur. Het komt dichtbij.
    Daarbij lijkt het er op dat ik ergens ooit een trauma heb opgelopen. Ik ben bang voor ruzies. Wat, waar en hoe weet ik niet. Het lijkt diep weggestopt. Ik wil ze niet in het echte leven, niet op televisie. 

Ruziezoeker
Daarom maakte ik afgelopen week geen ruzie met Marcel toen hij zomaar ineens de televisie uit zette. We keken naar Beau. Voor mij de eerste keer. Eén van zijn gasten trok mijn aandacht en ik wachtte op zijn verhaal. Ik weet even niet meer hoe of wat. Wel weet ik dat het later en later werd en bedtijd had allang de klok getikt.
    Gesprekken die me niet boeiden duurden maar voort. Het item waar ik op wachtte liet op zich wachten. Ik gaapte diep om bij het openen van mijn ogen te zien dat het scherm op zwart stond.
    ‘Marcel, serieus? Ik gaap en jij doet zomaar de boel uit?’
    ‘Ja, het is bed,’ hij gaapte demonstratief mee, ‘tijd.’
    ‘Maar nu mis ik waar ik in de eerst plaats om bleef kijken.’
    ‘Weet je wat? Je kan gewoon blijven kijken. Ik ga slapen.’
    ‘Ja, sure, kijken naar een zwart scherm.’
    ‘Dat is het echte televisiekijken,’ zegt meneer en zakte terug in de bank. Gooide zijn benen opnieuw op de bank, sloot mij opnieuw in en keek mee naar het zwarte scherm.

Media Markt
We waren even stil, tot ik het verstoorde.
    ‘Eigenlijk vind ik dit televisie op zijn best.’
    ‘Hoezo?’
    ‘Geen geluid, geen flitslichten, geen ruzies. Pure rust.’
    ‘Ik weet niet, misschien moeten we een nieuwe televisie kopen. Dit frame is wat saai.’

Dus wij naar Media Markt. Wilde de verkopen ons de kleuren, scherpte en het geluid laten ervaren. Zei Marcel doodleuk:
    ‘Nee, laat maar uit.’
    ‘Maar u moet het toch allemaal beleven?’
    ‘Dat doen we! Wij beleven het frame. Kijk MediaMuppet, dat frame is schitterend, die willen we.’ Kwam de verkoper later met een doos waar wij werkelijk niets van snapten.
    ‘Wat zit er allemaal in die doos meneer?’, vroeg ik geschrokken. ‘Zo groot is het scherm toch niet.’ Hij opende de doos en haalde er snoeren, een afstandsbediening en andere onzin uit. Marcel stopte het in de handen van die man.
    ‘Wij hebben dat allemaal niet nodig en willen niet verspillen, hou maar. Krijgen we wel korting?’ De man stond met alles in zijn hand verbaasd te kijken alsof we zojuist zijn stekker er uit hadden getrokken. Ik tikte hem even aan:
    ‘Doet u het nog?’
    ‘Uhm, ja, maar hoe krijgt u de televisie dan aan?’
    ‘Moet die aan? We willen alleen maar televisie kijken. Gisteren zagen we trouwens iets leuks op televisie.’
    ‘Wat dan?’
    ‘Sloffen!’