zaterdag 20 april 2019

Droombaan


Hoe vreemd klinkt dit:
    ‘Marcel, ik kwam vandaag een collega tegen.’
    De laatste keer dat ik iemand een collega noemde is zo’n eenentwintig jaar geleden. Toen werkte ik.
    Heeft Marcel ineens reden mij in de hoek te zetten. Hij zal zeggen:
    ‘Jij bleef werken, de plek veranderde.’

Binnenshuis
Als iemand mij na mijn ontslag bij Thuiszorg Stad Utrecht op waarde schatte was hij het. Zeg maar gerust hoog. Dat is nooit veranderd. Tot op het uur van nu is hij blij met mij in zijn leven. Wat natuurlijk logisch is, want met mij kreeg hij handen en voeten voor het werk dat hij het meest haat: het huishouden.
    Ik haat het niet, maar zeg daarmee niet dat ik het jippiejajee-leuk vind. Ik vond het prima te doen naast mijn buitenshuise parttime baan als gezinsverzorgende en coördinerend uitvoerende. Tot we zwanger werden en besloten om geld in te leveren zodat ik 100% mama kon zijn.

Ik besefte toen niet dat mensen me zouden zien als voltijds huisvrouw. De belediging! Ik ben fulltime mum - de kinderen zijn hoofdzaak, the housekeeping bijzaak. En Marcel? Even denken… Doe-het-zelfzaak? Doodsoorzaak? Nee natuurlijk niet. Hij is mijn hoofdoorzaak! Hij was tenslotte nodig voor ons ouderschap.

Pijnlijk
Gek hoe dit alles bovenkomt omdat iemand pas nog zei:
    ‘Oh, moet er schoongemaakt worden? Vraag Irene, zij weet daar alles van.’ Ik weet zeker dat het niet verkeerd bedoeld is. Ik help graag met opruimen en zo. Alleen heb ik jarenlang opgebokst tegen mensen die op me neerkeken en zulke uitspraken meenden. Ik koos voor stay at home momness.
     Vergeet trouwens niet dat we ons allemaal bezig houden met the housekeeping. Zelfs met een betaalde kracht, blijft er voldoende over. Kijk jij op jezelf neer als je huishoudelijk werk hebt gedaan? Of voel je (stiekem) de voldoening als de was weer netjes in de kast ligt en de kamer weer even een toonzaal is? Met de nadruk op even.

Droombaan
Ga ik opnieuw bijna voorbij aan het feit dat ik mijn droom leef. Ooit was die droom verpleegkundige, maar één droom ging verder, hoger en was groter: thuis-blijf-moederschap. Opvoeder te zijn, als in fulltime, 100% en er overal bij. Ik hoorde Celine’s eerste woord:
    ‘Mamamamamamamamam.’ Over op-waarde-schatten gesproken. Benjamins eerste woordje was:
    ‘Ballll.’ Hij hield de l lang vast. Ik was getuige van hun eerst stapje, zag het eerste tandje, hoorde het eerste plasje op de pot. Ik was de pleister, de zoen, de zalf, de verschoner, de schouder, het klimrek, de duwer, vanger en tiller, het dansje, het liedje, het snoepje, de vitamientjes, de nachtzoen, de taxi en het lunchpakketje. Ik was er als eerste bij. Qua opvoeden heb ik mijn best gedaan, soms zelf gevallen, maar altijd opgestaan. Nog steeds coach en bovenal trots dat ik er altijd was.

Afschudden
Daarmee is het tijd de frustratie van mensen die op me neerkijken als huisvrouw af te schudden. Ik ben werkelijk te oud om me zorgen te maken over wat men van me denkt. Of valt het samen met het feit dat ik geen thuis-blijf-moeder meer ben, maar freelance schrijver? Ik ben zo vaak van huis dat ik zelf moet wennen aan dit nieuwe leven. Het is echt, of men mij nu serieus neemt of niet. Ik neem mij in elke geval serieus!
    Net zoals de collega die ik ontmoette bij de Appie. Zij herkende mij van een freelanceborrel en werd tegelijk met mij freelance auteur voor Houtens Nieuws. We kletsten over onze ervaringen, welke opdrachten we doen en hoe we onszelf voorstellen bij een interview. Zij noemt zichzelf journalist, waar ik mezelf voorstel als schrijver. Ik ben tenslotte geen opgeleid journalist.

Journalist
Eenmaal thuis vroeg ik me hardop af wanneer je journalist bent, waarop manlief antwoordde:
    ‘Google, weet vast en zeker het antwoord!’ Terwijl ik me boog over het avondeten, stelde meneer Google op de proef en ontdekte dit bij https://www.iusmentis.com/meningsuiting/nieuws-journalistiek/wanneer-burgerjournalist/: Je bent journalist als je informatie, meningen of ideeën aan het publiek bekend maakt. Dit is ook van toepassing als je niet voor een massamedium zoals kranten, televisie of radio werkt. Ook als burger met een persoonlijke website kun je dus journalist zijn.
    ‘Dan ben ik al acht jaar journalist, want ik blog mijn mening en ideeën en geef informatie al jaren weg.’ Ik steek er mijn tong bij uit, want mezelf horen zeggen: ik ben journalist, gaat me te ver. Het voelt oneerlijk voor de opgeleide journalist, die de diepte, wijdte en kracht leerde van goed journalistiek.

Mooiste titel
Of vind ik het stiekem niet meer zo belangrijk om mijn waarde te vinden in het werk en gaat het me om plezier in mijn werk. Te zien dat ik van hobby werk maakte en dat terwijl ik nog altijd mijn droombaan leef: ik ben moeder!




zondag 14 april 2019

Schrikwekkend


Als moeder doe ik het nóóit goed!

    Het eten is te heet, te lauw, te flauw of niet lekker. Ik koop de verkeerde shampoo voor Celine, Benjamins gel is op, ik heb de waarheid over Sinterklaas een beetje verdraaid en het ergste is dat Marcel teveel aan mijn billen zit. Wacht, dat doe ik niet, dat doet hij en Celine vindt het teveel! Zó vermoeiend!

Waar ik het meest van schrik, als het gaat om feedback van de kinderen tegenover mij als mum, is dat ik te hard klop. Dit gaat niet over het kloppen van matten of slagroom. Aan mij klopt verder ook best veel, maar ik klop verkeerd. Dat krijg ik tijdens het eten op mijn bord.

Stoorzender
    ‘Mama, jij klopt altijd met zo’n harde BAMBAM en staat gelijk binnen. Van schrik springt de Brushpen uit mijn hand met een mislukte streep tot gevolg. Dat doe je net zo tijdens het studeren.’
    ’Ik weet dat ik je soms enorm laat schrikken, terwijl jij gebogen zit over schoolboeken of handlettering. Soms wil ik iets vragen of leg ik je schone was op bed. Een andere keer sleep ik de stofzuiger door het hele huis en neem daarmee gelijk even jouw kamer mee in het weg slurpen van stof. Ik weet dat ik stoor, maar wanneer moet het dan? Je bent vaak thuis wanneer ik around ben. Ga dan weg wanneer ik thuis ben of kom thuis wanneer ik vertrek. Het is een kwestie van plannen!’
    Nu lijkt het alsof ik haar altijd stoor, maar zal ik een blogje opendoen over hoe vaak zij mij stoort? Ze is net zo erg als Marcel, alleen, of zeg ik, gelukkig op ander gebied.

Terug naar Celine’s opmerking:
    ‘Je laat me zo enorm schrikken, mama!’ Er valt een stilte, waarna Benjamin op z’n Benjamins reageert:
    ‘Heftig!’ Een typische reactie à la man. Kort, als in weinig woorden. Ik zie het bij meer mannen; in één, twee of hooguit drie woorden iets zeggen. Daar tegenover staat moi als madam-gebruik-vooral-veel-woorden voor wat in minder tekst te zeggen is. Ik hou niet van kort van stof. Dat is andersMANs kunstje. Applaus! Klaar?

Nee, niet klaar! Ik ken één man die meer letters vuilmaakt in privéberichten aan mij dan ik aan hem. Dat is mijn zwager, een zeer betrokken familielid. Hij reageert links en rechts op verschillende serieuze en grappige zaken. Echter daar waar het forten, geweren en ander militair-materieel involves, is hij er als een kogel bij om mij het een en ander in meerdere woorden en volzinnen uit te leggen. Super leuk, keep going! Terwijl mijn antwoord akelig goed klinkt in de stijl der mannen: interessant of wist ik! Verder ben ik vóór klessebessen en lijnen warm houden. Ik ga voor contact!

Schrikreactie
Leuk, die warme lijntjes, maar ze helpen me niet als het gaat om mijn harde kloppen en Celine’s schrikreactie.
    ‘Ik kan binnenkomen zonder kloppen!’, zeg ik tegen Celine.
    ‘Of je klopt of niet, ik schrik sowieso van jou.’ Dat is typisch Benjamin.
    ‘Mam, je moet gewoon rustig kloppen. Gewoon klop-klop, even wachten en dan…’
    ‘Ik klop rustig!’
    ‘Laten we papa evalueren,’ zegt Benjamin, ‘van hem schrik ik nou altijd.’
‘Marcel is inderdaad schrikken!’
    ‘Eigenlijk is het niets aan om iemand bij ons thuis te laten schrikken. Niemand schrikt zoals normaal is. Papa schrikt of reageert gewoonweg niet, hij weet waarschijnlijk niet eens wat schrikken is. Mama raakt gelijk gehandicapt en Celine gaat direct huilen. Wat zijn dat voor reacties! Het is gewoon triest.’ Best veel woorden voor Benjamin! Gelukkig lacht Celine het hardst, waar Benjamin gelijk heeft over mij. Als ik schrik en ik ben miss-schrik-van-alles, verschiet ik me een duizeling, echt twisted!

Voorbeeldfiguur
    ‘Wat betreft papa, zeg je wel wat, Benjamin. Hij schrikt dan wel nergens van, maar zelf is hij een geest op sokken. Van hem schrik ik altijd, want ik hoor hem nooit. Wat een sluiper! Sta ik in de keuken jullie hapje eten te heet te bakken, staat die man ineens achter me. Wacht! Ik weet de oplossing voor zijne luchtigheid: we doen hem een bel om de nek!’
    ‘Noem hem gerust een sluiper, hij klopt tenminste schattig en zachtjes op de deur en wacht voordat hij binnenkomt,’ reageert Celine. Nog even en ik word met manlief naar boven gestuurd om te leren hoe hij klopt, de klopspecialist.
    ‘Ik weet niet wat papa doet en wat mijn aankondigende klop helemaal fout maakt, ik ben zekerste weten geen zotte debiel die als een lompe os op je deur staat te rammen. Echt, that’s not me-like. Weet je wat? Ik vraag roetveegpiet wel even om op je deur te kloppen, dan weet je in één klop dat ik het heel niet verkeerd doe.
    ‘Ma-ham, die zit toch in Spanje?’

zondag 7 april 2019

Bedrogen


Verraad! De boodschap is zwaar, de nasleep intens. Ik hield geen rekening met dit bedrog! Zeg ik, die de boel zelf bedrogen heeft. Dacht ik werkelijk ermee weg te komen? Ik kon weten dat iemand me terug zou fluiten. Ik moest er op bedacht zijn dat ik het zelf kon zijn. Ik vergat mezelf.

Eerder vandaag legde ik Marcel uit dat het de schuld is van het oneven getal 47. Ik hou niet van oneven getallen, nooit van gehouden. Het is verder niets bijgelovigs hoor.
    Bijgelovigheid vind ik totale nonsens. Juist op vrijdag de dertiende aai ik de zwarte kat die op straat loopt of wandel ik fluitend* onder een ladder door en begroet de schilders boven mij. Nooit kreeg ik een druppel of emmer verf over mijn bril.

Oppoppen
Verf over mijn kop, blijkt echter dichterbij dan ooit. Ik schrok me de bril van mijn hoofd toen ik afgelopen woensdag in de spiegel mijn tweede krul van rechts checkte. Hij zat verstopt achter vijftien grijze haren. Dat waren er vorige week nog maar drie!
    Dat is verraad! Wanneer zijn die opgepopt?

Zoals wel meer op popt, bijvoorbeeld oplopende krakkemikkigheid. Hopelijk is het een periode, zoals ik gewend ben. Pijnepisodes komen en gaan, maar bleven lang weg. Tot nu, de pijn loopt op. Als ik dadelijk opsta van de bank loop ik drie stappen krom om vervolgens langzaam weer recht op de benen te staan. Krak, kreun, knerp. Ze staat! Ik vind het stom!
    Ik hoopte nog zo, dat door te doen alsof ik 34 ben, mijn lijf daar in trapt en zich verrekent. Ik heb mijzelf nog zo geprobeerd te geloven. Ze zeggen dat wat je gelooft groeit, toch?! Nou, mijn kop laat zich niet neppen.

Er in geluisd
Volgens mij heb ik mij laten neppen. Jaja, op 1 april (tada!) werd me een geweldige klus aangeboden. In mail antwoordde ik als volgt: Of dit is een goede 1 april grap of dit is een fantastisch verjaardagscadeau, maar ik ben op mijn hoede.
    Het antwoord luidde: Wat een rotdag om jarig te zijn. Nee, het is geen grap. Als je wilt dat ik dit bericht morgen nog eens stuur doe ik dat.
    Ik reageerde 2 april met: Ja, ik wil die klus.
    Om tot op de dag van vandaag er niets over te horen. Denk je dat ik er in geluisd ben? Het voelt werkelijk alsof ik met beide stevige en dikke bovenbenen in een grap gestampt ben.

Ja, stevige en dikke bovenbenen. Heb medelijden. Ik word naast grijzer en krakkemikkiger, toch echt weer zwaarder. Zou er een link zijn?
    De enig bedenkbare link is deze: ik word een oude taart.
    Wat blijft dan nog? Acceptatie? Slikken dat ik 47 ben? Lukt me niet, ik kots!

Feestje
Kotsen? Niet op mijn feestje. Die was better, much better.
    Wie het nog niet weet, ik zette mijn verjaardagsliedje in om 0.03 uur.
    ‘Fijne verjaardag voor mij!’
    ‘Dit deed je expres, wachten tot na twaalven.’
    ‘Nou, eigenlijk pakte ik gewoon mijn boek erbij. Je weet ik lees graag voor het slapen gaan. Het is zo’n mooi boek, die sluiten kost me echt moeite, dus werd het zomaar ineens laat. Bij het aanzetten van de wekker besefte ik: ik ben jarig! Ik als avondmens lette gewoon op de klok. Kon jij ook doen. Jij ligt notabene de hele tijd naar je phone te kijken. Jouw klok was dichterbij. Je kan gewoon niet tegen je verlies.’
    ‘…gromt wat…,’ en viel stil. Zo gaat dat, hij legt zijn hoofd op het kussen, ik tel in stilte tot tien en poef, weg is ie. Bleef ik achter en dacht: 47, ik ben er echt niet klaar voor.

Verwend
Klaar of niet, het was 1 april.
    Verrassend genoeg voelde ik me ondanks groot feest echt jarig.
    Ton, die van Appie, dwong me op een kratje te staan en zong me toe. Sylvia gaf een dikke knuf. ’s Middags en ’s avonds trakteerde ik tijdens vrijwilligerswerk en werd omgekeerd verwend met cadeaubonnen van het Taalhuis en Sterpoelier van der Lingen (even reclame gemaakt).
    De grootste verrassingen lagen thuis: Benjamin ontwierp een Typisch Irene logo, Celine maakte een ketting en gaf een Samsung S10 hoesje (maar ik heb een S7) en Marcel? Het twee euro muntje viel. Waar ik mijn zoet verdiende monnies voor opzij zet, gaf hij cadeau, de S10 passend bij Celine’s hoesje!
    ‘Op mooiere foto’s!’

* Eén ding komt nooit op de foto. Irene fluitend over straat. Mooi niet dat ik mijn lippen tuit in het openbaar. Ik kan fluiten, maar houd het onzichtbaar. Het ziet er gewoonweg niet uit, daar hou ik het op. Zelfs mijn beste vrienden op Instagram, zij zien heel wat, krijgen dat beeld niet op hun scherm. Blijkbaar heb ik mijn grenzen.
    Die ligt bij mijn getuite lippen!