zondag 16 juni 2019

IJspret


    ‘Irene, wil je een ijsje?’ Het klinkt als een vriendelijke vraag, maar Caroline dwingt me met flink hoofdknikken, noem het headbangen. Haar ge-ja-knik is zo overtuigend gevaarlijk dat ik bijna vrees voor een whiplash. Ze duldt duidelijk geen enkele vorm van tegenspraak.

Eigenlijk hoeft nooit iemand me twee keer te vragen of ik ijs wil, laat staan zo dwingend tegenover met te staan zwaaien met een ijslepel. Gelukkig is het geen mes.
    IJs en ik gaan samen als Marcel en drop. Ik heb echter geleerd niet meer direct antwoord te geven en eerst na te denken. Hiermee bewijs ik minder impulsief te zijn. Best wennen, zelfs voor mij.
    In mijn hoofd gaat het van: heb ik al gesnoept? Hoeveel dan? Wat voor dag is het? Kunnen mijn billen dit extraatje aan?
    ‘Irene, je wil toch wel?’ Klinkt Caroline ongeduldig. Zo ken ik haar niet. Zo dwingend, zo verleidelijk lekker. Dat ijs hè! Ik durf al bijna geen nee te zeggen. Een laatste afweging: ik heb geen tijd gehad iets te snoepen; het is zaterdag – snoepdag. En mijn bips? Die zie ik niet.

Ik kijk op. Caroline staat met een hoorntje in haar hand. In haar andere hand de ijsschep en opent de bak. Alsof ze wist wat ik je zou antwoorden. Ze kijkt nog één keer schattig smekend. Zo lieflijk, ze zou met die blik zelfs iemand die niet van ijs houdt, aan de ijs kunnen krijgen.
    ‘Jij wil echt van het ijs af hè?’
    ‘Valt het op?’

Het heeft alles te maken met het jeugdevenement waar ik te gast ben. Sommige mensen blijven altijd jong en welkom op zulke activiteiten. Dat klinkt beter dan uitleggen dat ik er puur was als meeliftende partner van de gitarist die gevraagd was een zanggroep te begeleiden. Waar manlief kan zeggen dat hij bij de organisatie hoort, voel ik me ineens crimineel illegaal.

Ik loop gewoon clandestien rond op het terrein. Dat is mijn mazzel als partner van de gitarist, moeder van een workshopleidster, tante van een crew-lid, vriendin van een andere crew-lid en word zowaar als blogger herkend.
    Echt, dat is wat zeg! Binnen korte tijd spreek ik verschillende mensen waarvan de meesten verwachten met één leuke uitspraak een plek in mijn blog te krijgen. Zo gemakkelijk gaat dat niet. Ik moet 800 woorden om die ene zin zien te bouwen. Dat is geen koud kunstje.

Om juist daar waar iemand het niet verwacht, zij die plek gewoon pakt.
    Ik loop over het terrein naar mijn dochter. Ze geeft een workshop handlettering. Ik glimlach naar een paar voorbijgangers en hoor ineens:
    ‘Heb je vandaag al inspiratie opgedaan voor een leuke blog?’ Ik draai me abrupt om.
    ‘Nog niet, maar wie ben jij?’ Net voor ze haar naam prijsgeeft, besef ik wie ze is. Haar naam noemen, zonder toestemming vind ik niet wijs, daarom noem ik haar Ingrid. Je verdient even deze plek meid! Dank voor je trouwe volgen.

Haalt Caroline me terug. Ze roept nog eens of ik een ijsje wil.
    ‘Ja, doe maar.’ Ik pak het gesprek met mijn vriend weer op. Niet beseffend dat Caroline drie keer vraagt welke smaken ik wil. Tja, slechthorend hè! Mijn vriend wijst me op Caroline en de drie te kiezen smaken.
    ‘Ik vind alles best, maar geen chocolade.’
    ‘Dus vind je niet alles best,’ antwoordt Caroline bijdehand.
    ‘Wil jij nou van het ijs af of niet?’
    ‘Ja, vooral van chocolade smaak.’
    ‘Die lust ik niet.’

Caroline kijkt schuin achter zich naar medeorganisator Aicha:
    ‘De zoveelste die niet van chocolade ijs houdt.’ Ze krijgt bijstand van Astrid.
    ‘Ik wist het wel, we blijven zitten met dat ijs.’
    ‘Check! Had mij dan ook gebeld, ik had het zo kunnen zeggen,’ roep ik er doorheen. ‘Het is toch algemeen bekend dat aardbei- en vanillesmaak het meest favoriet zijn? Volgens mij eet jij,’ ik kijk Aicha aan, ‘de rest van het jaar chocolade ijs. Het zijn de liefhebbers van chocolade ijs die denken dat iedereen daar het meest van houdt.'
    Ik neem mijn ijsje aan. Raak weer aan de klets met iemand anders en hoor na een kwartiertje:
    ‘Irene, wil je nog een ijsje?’
    ‘Ja hoor, doe maar.’ Ik heb geen zin om het hele bovenstaande verhaal te herhalen. Dat voegt niets toe.

Wat wel iets toevoegt? Ik heb heerlijk gesnoept van meer dan alleen deze ijsjes. Fruit spiesjes, een hamburgerbroodje, een stuk pizza, pesto macaroni en meer gezonds vulden mijn maag. Het beeld van een geweldige gitarist op het podium verwarmde mijn hart en Aicha?
    Zij likt van chocolade ijsjes, morgen, overmorgen, de dag daarna en daar voorbij. Zou ze er volgend jaar nog zo gek op zijn?

Ps. Het was een fantastische Experience - The Dream Edition!

zondag 9 juni 2019

Openingszin


   ‘Kotsmisselijk werd ik ervan! En dat op zondagochtend om 07.15 uur!’, zei hij twee weken geleden en keek me gelukkig minder groen aan als het klonk.
   ‘Ben je ziek? Beterschap!’
   ‘Als ik ziek was, zou ik hier nu niet zijn.’ Daar zei hij een waarheid als een kotsbakje. Bij ziekte zou zijn kop niet van achter een trolly vol kratten met fruit verschenen zijn. Wel zou het direct een stuk rustiger zijn op de groenteafdeling van de Albert Heijn. Maar hé, wie geen last van gekwetter of gedol wil hebben, kan beter ’s middags binnenwandelen.

Ochtenritueel
Nu stond hij bloody serious tegenover me:
   ‘Waarom was je zo misselijk dan?’
   ‘Van jouw blog!’
   ‘Wacht! Ho! Heb ik het nu ineens gedaan? Ik was er niet eens bij. Hoe is het mogelijk dat jij misselijk wordt van mijn blog.’
   ‘Jij hebt het misschien niet door, maar ik sta op zondag om 7:15 uur naast mijn bed, start de computer op, maak een bakkie en ga ervoor zitten.’
   ‘Wauw! Jij bent een echte fan!’ Ik applaudisseerde voor hem. Onderwijl bedacht ik dat ik er niet voldoende bij stil sta dat wanneer ik de blog geplaatst heb en opgelucht mijn bed in glij en me voorneem om asociaal lang uit te slapen, een ander ondertussen opstaat om mijn neergekwakte waarheden en bedenksels te lezen. Een betere reden om zo vroeg op te staan weet ik niet. Oh jawel, excuses voor hen die op zondag de kerk bezoeken. Goede zondag.

Openingszin
   ‘Blijft mijn vraag waarom je misselijk werd van mijn blog?’
   ‘Dat kwam door de openingszin. Mijn hoofd nog amper wakker, beker koffie in mijn hand, schrok ik de koffie over mijn hand en schone kleren.’
   ‘Hoe is het met je hand? Wat was de openingszin ook alweer?’ Wat ik niet liet zien was dat ik een blijdschapsdansje wilde maken. Via cursussen leerde ik dat de openingszin het belangrijkst is. Het maakt dat iemand blijft of verdwijnt. De druk rondom de openingszin is daarom hoog. Vaak is de starter het laatste dat ik bedenk, want pas wanneer het verhaal af is, kan ik bedenken waar het werkelijk om gaat.
   Ineens wist ik de openingszin van die blog weer: Zeg, wat zit er een zand aan jouw ballen!

Veelzeggend
Het verduidelijkt best veel.
   Ten eerste: die beste man is overduidelijk een ochtendmens. Zie me elke maandag binnenwandelen als suffe niet-ochtendmens. Ik zie hem alweer druk in de weer en bedenk in een flits: waar ging mijn blog ook alweer over? Hij gaat er namelijk iets over zeggen. Het is zijn manier van feedback – de bovengenoemde misselijkheid wel de heftigste feedback vorm.
   ‘Vond je man het goed dat jij dat soort dingen met de héle wereld deelt?’
   ‘Ja! Toffe kerel hè? Hij wist natuurlijk direct waar het over ging. Geloof me: hij wist dat ik zijn Jeu de Boules ballen ging noemen. Waarom zou hij dat niet goed vinden? Het is mij meer dan duidelijk waar het mist gaat!’
   ‘Waar dan?’
   ‘In de kop van de lezer! Je kent me toch ondertussen goed genoeg om te weten dat geen krul op mijn kop zou durven schrijven over andere ballen dan die ballen? Zoals ik nooit zou schrijven over mijn maandelijkse partyweek en de vlag die dan niet buiten wordt gehangen. Echt, nu word ik misselijk! Heb je ergens een emmertje?’
   ‘Is een kratje ook goed?’

Vroege vogel
Een week later was ik zowaar om 08.30 uur in de winkel. Zelfs ik huiverde van mijn eigen frisse fruitigheid. Het kwam allemaal door een interview om 11.00 uur in Vierhouten. Ik vocht tegen de tijd.
   Bij mijn vroege betreden van de passage schrok de kipboer zich bijna voorover in de koeling en wreef de groenteman bij AH zich in zijn ogen en zag mij in de koeling zoeken naar Munt. Ik stond vlak achter een collega van hem. Voor het gemak noemen we haar Ingrid. Ineens riep hij iets.
   ‘Wat?’, riepen we in koor terug, waarop hij rolde met zijn ogen.
   ‘Jullie zijn zeker boven de veertig?’
   ‘Ja!’, klonk opnieuw getweeën. ‘Wat zei je nou?’, vroeg ik.
   ‘Ingrid, wil je aan die klant achter je vragen of ze soms in bed heeft geplast?’ Je had haar gezicht moeten zien. Haar ogen vielen bijna van verbazing tussen de zakken bami groenten.
   ‘Hij zoekt wel heel vroeg ruzie!’, probeerde ik haar verbazing te sussen. ‘Meng je vooral niet in deze onzin. Ik ken hem langer dan vandaag. Negeren lijkt me nu niet verkeerd. Hij is blijkbaar van slag omdat ik eens belachelijk vroeg in de winkel ben. Eigenlijk is dat alles.’
   ‘Bedplassen als smoes?’ Ingrid had het er moeilijk mee.
   ‘Ik vind het vooral lachwekkend bedacht. Ik beschouw de humor vooral als een warm welkom.’
    Wat blijft? Een goede openingszin aan deze onzin toe te voegen.






zaterdag 1 juni 2019

Declaraties


Het voelt nog elke maand nieuw. Zoals het nog elke maand genieten is, wanneer ik het declaratieformulier in vul en verstuur naar mijn baas. Wat ik vang voor de artikelen die ik schrijf deel ik lekker niet, zoals ik net zo min vraag naar jouw inkomen. Ga lekker zelf voor de krant schrijven en ontdek het.

Droog brood
Wat ik kan vertellen, is dat ik al vóór ik begon te werken voor het wekelijkse sufferdje, zoals mijn lief het noemt, wist dat het geen vetpot is. Ik werd er al op gewezen bij mijn sollicitatie.
   Ze logen niet. Van mijn loon kunnen we nog net ons dagelijks droog brood kopen. Ik ben er blij mee, maar gelukkig blijer met de eer van het schrijven. Het is zo leuk om mijn naam bij artikelen te zien en zelfs als het er niet bij staat te weten dat iets van mijn hand is.
   Het leukst is mensen te ontmoeten, geraakt te worden en zelf harten te raken. Ik hou zo van mensen en ontmoet sinds vorig jaar zoveel plaatsgenoten. Het vergroot mijn liefde voor Houten alleen maar. It’s my world!
   Ik mag er in groeien, professioneler worden en verdien er wat centen mee. Dat is werelds!

Beleg
Ben ik vooral heel gelukkig met manlief en zijn bedrijf. Dankzij hem eten we op het droge brood margarine met hagelslag of kaas met marmite en staat bij het zaterdagontbijt een vers glas sap naast mijn bord. Dat meneer de meeste monnies verdient, vind ik al járen geweldig. Dankzij hem maken wij ons geen zorgen.
   Tel daarbij op dat binnen afzienbare tijd geen kinderen het huis uit gaan. Lees de kranten maar, zij zeggen dat jongeren langer thuis blijven. Daarmee komt, zonder zelf meer te werken, meer geld binnen op mijn rekening. Noem het kostgeld.
   Herstel, onze gezamenlijke  rekening. Daarop valt niet zo op dat mijn muntjes een schijntje zijn op het hele eindbedrag.

Blut
Tot onze zoon tijdens een gezinsuitje geld van z’n pa vraagt en paps antwoord met:
   'Ik heb geen geld.' Wat helemaal zijn eigen schuld is. Hij maakte mij beheerder van de gezamenlijke rekening, ook wel huishoudpot en staart zichzelf blind op de zakelijke rekening. Ieder beheert wat ie aan kan, zeg maar. De verschillen zijn groot en daarom is het wijs om te scheiden. De één maakt elke maand de pot bijna leeg, de ander richt zich op de toekomstpot. Ieder is professioneel op eigen gebied. Goed geregeld, zou ik zeggen.

Status
   Daarom kan mijn man ineens roepen dat hij geen geld heeft en vervolgt met:
   'Irene, heb jij geld?'
   'Natuurlijk schatje.' Kijk me zwaaien met het phonehoesje waar mijn bankpasjes wonen. 'Ik heb altijd geld.' De monden van onze kinderen zakken tot hun borstkas.
   'Papa? Hoezo heb jij geen geld?', vraagt Benjamin die even huivert voor zijn niet op handen zijnde verjaardagscadeau.
   'Gaat het niet goed met de zaak?', klinkt Celine angstig.
   'Natuurlijk gaat het goed met de zaak, maar thuis is een heel andere zaak. Ik krijg geen geld van mama, dus heb ik niks.’ Dat oogt echt zielig nu ik het zo schrijf.
   ‘Heerlijk om ten minste over zoiets bijzonders baas te zijn, naast baas van het huishouden en de kinderen en hun bijbehorende opvoeding.’ Zo klinkt mijn verantwoording alles bij elkaar ineens best tof, niet? Krijg ik nu een beetje status, voor hen die status belangrijk vinden?
   Mij boeit status verder voor geen cent.

Declaratiefout
Wat mij wel boeit, is dat degene die mij aangenomen heeft me mailt en complimenteert voor het goed invullen van de declaraties. Tja, formulieren invullen is wel aan mij besteed. Het heeft iets te maken met mijn perfectionistische hebbelijkheden: geef me iets in te vullen en het zal perfect zijn. Niet omdat ik nooit fouten maak, wel omdat ik alles zes keer check. Net als blogs en elk artikel dat ik schrijf. Is heus niet maar zo geschreven en klaar. Het is een behoorlijk proces, een berg werk, alles bij elkaar.

Kilometervergoeding
Zegt de content manager:
   'Je mag ook kilometers declareren.'
   'Dat kan toch niet als ik de auto niet gebruik?’
   'Je declareert dan gewoon de gefietste kilometers.'
   'Maar ik wandel bijna altijd.'
   'Zelfs dat mag je declareren. Het scheelt vast iets op de declaratie.'
   Al goed. Nu houd ik netjes de wandelkilometers bij en verbaas me over de gelopen afstanden. Meestal is dat rond de drie kilometer (heen en terug). Natuurlijk ken ik uitschieters omhoog, maar stiekem stelt het niet zoveel voor.
   Toch ging afgelopen maand mijn declaratie inclusief kilometervergoeding richting baas en berekende ik wanneer ik naast ons droog brood nieuwe wandelschoenen kan kopen. Kom ik zomaar uit op drie en een half jaar. Dat scheelt inderdaad heel veel.
   Daarom blijf ik bij de krant werken, want het schrijven is zo leuk!