zaterdag 14 september 2019

BennyProductions


Ongelooflijk hoe sommige dingen op onverwachte manier een vlucht nemen. Zo nemen Benjamin en ik binnenkort een echte vlucht als het allemaal menens wordt.
    Vlieg eerst even mee naar afgelopen Hemelvaart- en Pinksterweekend, een maand of  vier terug. Het jochie telde 360 Instagramvolgers, niet echt een aantal om een blog over te schrijven, vooral omdat ik rond hetzelfde aantal zweefde.
    Tot één van zijn posts gedeeld werd door een vrij grote Instamgrammer, waarna een grotere volgde en bigger, biggest en much more. Het ging volledig los.
    ‘Jij hebt over een week 500 volgers,’ merkte ik op.

Ontploffing
Elke ochtend dat hij uit zijn tent kwam, kregen we een update van weer zoveel honderd erbij. Binnen drie dagen tikte hij de 500 aan en nog drie dagen later toonde de teller 1000.  Het leek of een wifiduif verschillende landen en Instagrammers toefluisterde, want vier maanden later, dat is nu, staat bovenaan zijn profiel: 15.4k, dat zijn 15.400 volgers. Nee, ik vergis me geen nul, 15.4k betekent echt vijftienduizendvierhonderd.
    Ik snap die volgers wel. Meneer de Photoshop Artist maakt echt ongelooflijk mooie plaatjes. Hij noemt het terecht Cinematic Composing. Het zijn werkelijk net echte filmposters. Laat hullie van StarWars maar bellen.

Trots
Als mum ben ik een stille getuige van het werk dat erin zit. Uren werk met aandacht voor de kleinste details, het voortdurend klikken met de muis, het onbegrijpelijke schuiven over het scherm en het pietepeuterig werken met lijntjes en licht. Hoewel ik nooit één foto vanaf het nulpunt uit zag groeien tot het eindresultaat, ben ik steeds verbluft.
    Daarmee zeg ik niet altijd dat ik het mooi vind. Het is kunstig en bijzonder.
    Ja, ik ben de mum die in het bos, waar niemand het ziet, even naast haar schoenen loopt.

Droomklus
Met het groeien van zijn account, volgen verschillende verzoeken van volgers. Of hij een foto van deze Indiase man wil bewerken, dat plaatje van die vrouw wil veraangenamen, of hij tips over licht wil delen en ga maar door.
    De grootste verbazing kwam door een Music Label* uit Amerika. Zij vroegen Benjamin iets* te ontwerpen voor een schijnbaar bekende zanger*. Benjamin zegt dat het een groot bedrijf is. Zij vertelden hem dat als hij maakt wat zij willen, zijn werk op zes schermen op Times Square getoond zal worden.
    ‘Wacht! Times Square? Dat is toch die straat met dat hele smalle gebouw die we in allerlei films zien?’
    ‘Ja mam, dat is Times Square.’
    ‘Huh? Komt daar werk van jou?’
    ‘Dat zeggen zij.’
    ‘En hoe bewijzen ze dat? Wij kunnen het niet checken.’

Onwerkelijk
Stel je voor? Onze zoon maakt werk dat op Times Square getoond wordt. Die klus is gedaan en ander werk volgt. Het woord LIT (zoals Benjamin zegt) valt nogal eens in huize Typisch Irene. Op een dag opper ik dat hij misschien uitgenodigd wordt dat bedrijf in de U.S.A. te bezoeken.
    Komt Benjamin een dag later beneden met zijn ogen groot als viskommen boven een glimlach van hier tot Times Square:
    ‘Mam, dit geloof je niet.’
    ‘Kind, ik geloof je niet.’
    ‘Ze vragen of ik een keer langs kom, daar in Florida. Ik zei dat ik daar niet echt een mogelijkheid voor zie, want ja, ik heb niet echt veel monnies.’
    ‘Had je nu maar beter gespaard.’
    ‘Nee, mam, zij bieden aan de reis te betalen. Waarna ik toegaf dat ik nog nooit zonder jullie naar het buitenland ben geweest.’
    ‘Nu sturen zij zeker iemand om je te begeleiden.’
    ‘Nee, jullie mogen mee.’
    ‘Wat? Gaan wij naar Amerika?’

Doemdenker
Een dag later, senario’s fladderen door mijn hoofd.
    ‘Straks vragen ze je daar te komen werken.’
    ‘Mam, stil. Alles wat jij zegt gebeurt. Weet je nog? Binnen een week had ik 500 volgers en meer. Jij dacht dat zij mij uit zouden nodigen, tada! Die stage? Die duurt een half jaar, dat is lang. Lang alleen.’
    ‘Ik ben zo opgelucht. Ik moet er niet aan denken, jij daar, ik hier. Meegaan is geen optie, we hebben allemaal ons werk.’
    ‘Als het een week was,’ mengt een vriend zich in het gesprek, ‘kan jij toch met hem mee, Irene?’
    ‘Ik? Waarom dat?’
    ‘Qua werk ben jij het meest flexibel, Celine kan geen vrij krijgen, Marcel zit met de zaak.’
    ‘Maar daar is alles much bigger, de McDo, de steden, de afstanden en vast ook de enge mannen. Wacht, Florida. No way, daar zijn zelfs de stormen much biggerer. Weg met al die stormachtige ideeën.
   

*Ik krijg geen toestemming om namen van de plantenmaatschappij en zanger te noemen, maar geloof me, ik deel alles zodra het gebeurd is. Vooralsnog lijkt het allemaal een sterk verhaal, zelfs voor mij.

ps. de groeten van iedereen van Alphen DC

zondag 8 september 2019

Kattekwaad


Ja, hoor, daar loopt er weer één. Waar komt ie vandaan? Wat zoekt ie in mijn tuin? Wie heeft ‘m gelokt? Waarom mijn tuin? Denkt ie werkelijk welkom te zijn? Hoezo noem ik hem een ie? Misschien is het wel een zij, blijkt ze een poes en geen kat.

Levensvraag
Ik bezeer er mijn hoofd niet over, een belangrijkere levensvraag is: waarom banjeren die snert beesten wéér in mijn tuin? Ja, wéér, want ze waren weg. Verdwenen als in, YES!!! Zie mijn ellebogen in een hoek van 90º; handen tot vuisten in de lucht en bam omlaag gaan als om de yes kracht bij te zetten.
   Vooral één kat is onvergetelijk. Die was zo eigenwijs als de mannen in mijn gezin maal drie. Het kostte me jaren die uit mijn tuin te krijgen en houden.

Afschrikwekkend
Jaren waarin ik als een debiel de tuin in rende. Het was niet om aan te zien. Ik ben niet bedoeld als renner. Het was zo schrikbarend dat zelfs katten mijn tuin uit stoven. Uiteindelijk, na tig keer mezelf voor gek te rennen met een kwade kop, soms voorzien van een bak water, bleef de kat weg. I won!
   Tot ik na onze vakantie desbetreffende kat in onze tuin spotte. Hij lag uiterst relaxed in de veranda. Hoeveel lig-uren heeft die brutale snotkat daar gelegen?
   ‘Niet weer oorlog!’, verzuchte ik.

Watergevecht
Gelukkig stond deze zomermaanden de serre vaak open en de tuinslang lag voor het oprapen. Zo kon ik herhaaldelijk de kat besproeien en tegelijkertijd de plantjes in de potten bevochtigen. De kat heb ik uiteindelijk niet meer gezien; de plantjes staan er mooi bij.
   Soms zie ik het mormel in de brandgang, dan kijkt ie me aan in zijn freeze houding, waarna ik met één harde stamp hem als een idioot weg zie schieten. Hij snapt me! Zo dom zijn katten dus niet.

Mores
Tot ineens vrijdagochtend, iets met de dag dat je wist die zou komen. Benjamin zat aan zijn ontbijt, ik aan mijn bakkie. Ik keek links de tuin in.
   ‘Nee hè, wat doet die vreemdeling in mijn tuin.’ Benjamin keek verschrikt op, maar bedaarde snel.
   ‘Oh mam, wat een schatje.’ Zoonlief houdt van alles wat fluffy en klein is.
   ‘Hoezo lief? Het heeft puntoortjes, enge kraalogen, loopt op vier poten, heeft gemene nagels en wekt niesbuien op.’
   ‘Mama, het is nog maar een jonkie, zo lief!’
   ‘Daar is niets schattigs aan. Daarbij is dit beesie geen kitten meer en geen volwassen exemplaar. Zie hem als een puber. Hopelijk niet te oud om nog een laatste lesje te leren. Voor het eerst en altijd leer ik ‘m mores. Watch me.’
   ‘Mores? Wat is dat?’
   ‘Geen idee.’

Ongewenst
Ik loop ondertussen met een boze blik naar de pui en verwacht dat het katje zich van zijn pootjes schrikt en verdwijnt. Voorgoed! Jong geleerd is op oude dag gedaan.
   ‘Als ik ‘m nu laat zien dat ie ongewenst is en ik ‘m flink in de schrik krijg, loopt ie een trauma op en blijft weg. Alles hangt van deze ene keer af.’
   ‘Oh ja mam, ongewenst zijn en trauma’s, daar weet jij alles van hè?’
   ‘Ik was niet ongewenst. Ik was niet gepland, dat is iets anders.’ Met elke stap dichter bij de pui, bleek het katje me verkeerd te begrijpen. Hij naderde mij tot we een meter bij elkaar vandaan stonden. Hij miauwde.
   ‘Niet miauwen,’ zei ik verschrikt. ‘Dit gaat zó niet volgens plan.’
   ‘Hoezo?’
   ‘Kijk dan, de kattekop komt dichterbij, ze kijkt het gevaar in de ogen.’ Benjamin begon te lachen.
   ‘Mama, jij? Gevaar? Kijk goed, hij vindt je lief.’
   ‘Ik hem niet!’

Indrukwekkend
Ik draai me om, de serre uit, de keuken in. Ik gris de serresleutel van het rekje, haal een glas uit de la, vul die met water en loop terug naar de pui. Met mijn kop op stand grimmig, draai ik het slot om en spreek ondertussen het katje toe.
   ‘Zeg rotbeest, ik waarschuw je nu en voor altijd. Ga weg!’ Op de achtergrond gniffelt Benjamin.
    ‘Het is echt een puber, mam. Luisteren ho maar!’
    ‘Opzouten!’ Het beestje stapt dichterbij, kijkt me vol vertrouwen aan en krijgt het 
glas water vol over zich heen. Hij lijkt even beduusd, kijkt me aan, draait zich om, zet een paar pootjes, draait zich opnieuw om, kijkt me weer aan en verdwijnt.
   ‘Nou mam, dat maakte indruk!’
   ‘Hou je kop!’
   ‘Ik denk dat hij terug komt, hij vindt je echt leuk!’
   Ik zucht, weer wekenlang oorlog en dat terwijl het beestje me zo intens schattig aan keek.
   Het is ook gewoon een schatje.

zondag 1 september 2019

Schuilplaatsen


Ik heb echt iets tegen mijn man en het weer.
    Weet je nog vorig jaar? We gingen fijn een eindje fietsen. De voorspelde buien, zouden ons niet raken. Vol vertrouwen volgde ik mijn man. Om vervolgens vol in een regenbui terecht te komen. Met vol, bedoel ik verzopen. Van een zomerse duik in de Lek word ik minder nat, want dan blijft mijn jurk tenminste droog.
    Het was een fietstocht om nooit te vergeten, omdat het bewees dat buienradar en mijn man niet altijd gelijk hebben.
    Het lucht zo op dat hardop te schrijven.

Bluf
Voordat ik aan deze blog begon, werd het zwaarder bewolkt en donkerder. Dat maar net opgemerkt,
pakte meneer zijn telefoottn, checkte zijn onmisbare vriend en meldde:
    ‘De buien gaan langs ons heen,’ wat hij bewees door de bewegende rood-oranje-gele vlekken voor mijn bril te houden.
    Ik had juist zin in een regendans in een verkoelende bui. De handdoek lag al klaar, bleef de regen uit. Heeft de app eindelijk wel gelijk.
    Het herstelt mijn beschadigde vertrouwen nog niet. Ik blijf erbij dat de relatie van mijn man en buienradar er eentje is voor in de regenton. Weg ermee. Oké, niet allebei. Marcel mag kiezen: of hij er uit of buienradar eruit.
    Hij kiest natuurlijk die buienliegbok. Ik weet, met mij leven is soms geen halleluja amen. Gelukkig schrijft meneer geen blogs. Maar ik ben by far stabieler dan die bluffende buienvoorspeller. Dan staat de pet weer zo en dan weer zus en zelden heeft ze gelijk.

Zomerbui
Dat bewijzen de twee wandelingen die wij ondernamen in de laatste van onze vier vakantieweken.
    De eerste was 'De brieven van Belle' route bij Slot Zuilen. Deze ontdekten we zo’n jaar of twee geleden. De tocht loopt langs de Vecht, door bos en langs weilanden. We liepen met blote benen en armen. Echt zalig zomers. Wat wolken af en toe en de wind hield de molen in beweging.
    Tot er ineens druppels vielen en niet een beetje! Nog maar net de eerste opgevangen, was daar mijn manneke met de telefoon.
    ‘Dit is niet voorspeld.’
    ‘Alsof dat nieuws is. Zoek liever een schuilplek in plaats van te checken of het echt regent.’ Hij keek even op.
    ‘Geen schuilplek te zien.’
    ‘Echt wel, daar!’ Zo handig, informatiepanelen.

Beleefroutes
De route verliep na die korte bui probleemloos. Even had ik zorgen bij het tellen van ruim 30 ooievaars. Het zou toch geen teken zijn? Een snelle cyclus-check stelde me gerust. Geen zorgen ma!
    Wat betreft die route over Belle zeg ik: doen! Het is er eentje van de app Beleefroutes. Je volgt de route, luistert naar verhaaltjes en leest onderweg wat brieven van haar. Ze is een inspirerende vrouw. Ze wil niet wijken voor de gangbare opvattingen over mannen en vrouwen en krijgt ruimte voor haar eigen dromen.

Surprising
De andere route was het Oldenaller Klompenpad bij Putten. Deze is van Natuurmonumenten en net zo goed een aanrader. Hun wandelingen zijn stuk voor stuk verrassend prachtig qua natuur en ligging en we ervaren altijd een surprising element.
    We wandelden door weilanden, over beekpaadjes, kronkelende bospaadjes en soms de weg. Wat miste waren de heuvels, want het voelde bijna als het Zuid Limburgs Heuvelland.
    We vonden halverwege de route een bankje om even onze gebruikelijke appeltje-water-break te houden. Slikte ik net de eerste hap door, voelde ik een druppel van bovenaf. Vandaag komt het water van boven, mond open. Laat de fles maar dicht.’ Meneer wilde natuurlijk checken of het regende, maar voor hij de app kon openen stak ik de plu in zijn handen. Zaten we daar, samen onder de plu. Het werd bijna romantisch, tot ik iets kouds op mijn been voelde. Druppels, op mijn broek! Terwijl de broek naast mij geen drup vertoonde.
    ‘Zeg, hou jij die paraplu even wat eerlijker boven ons beide!’ Ik gaf er een ruk aan en kreeg daarmee meneer dichter bij me. Hij blij met die plu!
    Tot het stopte met regenen.
    ‘We gaan!’

Schuilhut
Stuitten we honderd meter verderop op een schuilhut, een vroegere schaapskooi.
    ‘Serieus? Zaten we daar op een bankje, staat dit hier!’ Bij het naar binnen lopen, lieten we andere wandelaars naar buiten stappen.
    ‘Hadden we maar wat euro’s meegenomen,’ zei een van hen, waarop ik Marcel vreemd aankeek. Binnen stond een grote stoere tafel omringd met stoelen en er was een koffieautomaat.
    ‘Ik snap die euro’s,’ zei Marcel en vroeg of ik er één had.
    ‘Ik heb altijd monnies.’ Even later bood de schat me een cappuccino aan en gingen we erbij zitten.
    ‘Deze plek kan wel wat reclame gebruiken. Ik zou hier prima kunnen zitten en schrijven.’
    ‘Vertel dan gelijk dat mensen aan euro’s moeten denken voor een bakkie ter plaatse. Da’s wel zo lekker.’
    Bij deze! Vergeet de euro’s niet, maar Buienradar wel!