zondag 17 november 2019

Toilet angst


Waar ik het niet zo met spinnen heb, springt Celine drie salto’s door de huiskamer bij het zien van één spinnetje waar ik zelfs met mijn nieuwe bril geen zicht op krijg. Zou ik ‘m wel zien, dan zet ik een stapje achteruit en spreek mezelf toe.
    ‘Niet gillen, niet gillen, niet gillen.’ Het gaat dan wel om een grote spin. Zo’n dikke bolle die je al ziet voordat je goed en wel de kamer binnen stapt. Mijn angst lijkt in de poten van die monsters te zitten, het geluidloze getippel, zo sneekerig, gluiperig, stilletjes, en kriebelig. Ieuw!
    De ergste zijn de gluiperds die rondom het bed tevoorschijn piepen. Mij krijg je het bed niet meer in. Het is hij er uit of ik er uit. Eén keer raden wie dan de spin opsnort en verwijdert, terwijl ik onder de douche de herinnering aan mr. spider laat verwateren, huppakee het putje in. Bij terugkomst verzekert Marcel me:
    ‘De spin is de deur uit.’

Toilet-angst
Terug naar Celine. Ze vertelde me eerder deze week, dat ze bij de ouders van haar vriend niet meer naar het toilet durft:
    ‘Mama, in elke hoek van het toilet zit een spin of twee.' Haar vriend zat erbij en beaamde het.
    ‘Het heeft geen zin om ze weg te halen, want in het boerengat waar wij wonen, verhuizen soortgenoten gewoon weer naar binnen.’
    Ik zie voor me hoe een spin met een koffer onder de poot het toilet in wandelt. Afijn, de vriend van Celine vertelde dat hij ooit de kans had een Tarantula vast te houden. Hij vond kijken genoeg. Ik schaam me ineens minder om mijn spinnenangst. Je bent bang of niet bang voor spinnen, klaar. Het is soms gewoon wel zwart-wit.

Total loss
Rick, zo heet het vriendje van Celine. Ik noem hem overigens Rikketik, want hoor Celine’s hart kloppen: rikketik, rikketik, rikketik.
    Rick vertelde van een filmpje over een vrouw die in de rechterbovenhoek van haar auto een Tarantula ontdekte en gewoon 20 minuten door reed. Ik vrees dat ik een eenzijdig ongeluk veroorzaak bij zo’n ontdekking. Auto en ik total loss. Waar Celine een ander beeld vormde: bij haar zit de spin recht voor haar om bij een noodstop full in her face te stuiteren. Kijk haar gillend gek van angst aan de eettafel zitten.

Schepje bovenop
Dat kan erger, zo dacht ik en vroeg:
    ‘Weet je wat er gebeurt als je spinnen opzuigt?’
    ‘Ja, die gaan dood’, antwoordde ze.
    ‘Dus niet! Ze overleven in de stofzuiger, vertelde iemand me ooit.’
    ‘Wat mama? Nee!’, gilde Celine.
    ‘Helaas, meiske, ze schijnen de stofzuiger nog net niet fluitend uit te lopen.’
    ‘Lopen ze dan allemaal in deze kamer rond?’, vroeg ze met ogen zo groot als spinnenwebben.
    ‘Vast niet, waarschijnlijk voelen zij zich prettig in de voorraadkast en bouwen daar een nestje.’
    ‘Nee, mama, nee! Drie keer per dag pak iets uit die kast, omdat ik zo’n vreetzak ben. Nu durf ik die kast nooit meer in.’
    ‘Heb ik mooi een goede bezuinigingstip gelanceerd. Als jij weigert de kast in te duiken, hoef ik de voorraad niet meer aan te vullen. Laat maar komen die spinnen - in de wetenschap dat als ik ze aantref in mijn slaapkamer, Marcel mijn spinnenredder is.

Foto
Ineens bedacht ik dat ik Rikketiks moeder eens een berichtje moet sturen.
    ‘Hey, zou jij me een foto kunnen sturen van één hoek van jullie toilet?’
    ‘Nou ja! Hoezo dat? Is dit schoonmaakcontrole op afstand?’, vroeg ze me.
    ‘Hahaha, nee, Celine zegt dat daar spinnen zitten en ik schrijf daar een blog over.’
    ‘Oké, maar ik denk dat ze weg zijn, want spinnentijd is voorbij’, antwoordde de kenner.
    ‘Wat mij betreft is het nog herfst, dus hoe kunnen ze weg zijn?’, reageerde ik, maar zij bleek zelf weg. Naar het toilet natuurlijk. Al snel volgde het verlossende antwoord:
    ‘Ik zei het al: er zitten geen spinnen in de hoeken van ons toilet.’

Fotoshop
Moest ik toch een foto-oplossing zoeken. Zonder foto geen blog. Ik vroeg Benjamin onze Photoshop-artist een foto te shoppen. Hij mompelde iets dat klonk als:
    ‘Ik denk niet dat ik daar tijd voor heb.’ Nu overweeg ik zelf iets te prutsen. Iets waarop ieder van verre ziet dat het een nep foto is. Dat past wel in dit verhaal, want Celine’s verhaal van spinnen in de hoek blijkt evengoed oplichterij.
    Wacht! Is het verhaal van Marcel dan wel waar? Ik betwijfel ineens of hij wel spinnen rondom ons bed verwijdert. Terwijl ik alweer zingend onder de douche sta, gniffelt hij in zichzelf, pakt zijn boek, vlijt zich tegen het kussen en zegt zodra ik de kamer in wandel en de spin zoek:
    ‘Hij is weg hoor!’
    Wat een nep! Bah, dit bloggen maakt zelfs mij wantrouwend over de waarheid in mijn blogs.



zondag 10 november 2019

Potje


Het verbaast me iedere ochtend hoe fit en fruitig Celine aan de ontbijttafel verschijnt. Ik ben er gewoonweg jaloers op. Of toch niet? Kijk, ik ben jaloers op het feit dat als het meiske wakker is, ze echt AAN staat. Na het openen van haar ogen, staat ze op en tada, wakker! Ze kleedt zich aan, zorgt voor een leuke coupe op haar kop en staat binnen een kwartier beneden. Die snelheid kan ik niet evenaren. Haar energie om 07.02 uur stemt me jaloers! Ik wil ook zo alive zijn om die tijd.

Uitersten
De afgunst stopt op het moment dat manlief de deur uit is. Ja echt, bij het dichtslaan van de voordeur opent Celine haar bekkie. Kwebbel, de vriendin van Kabouter Plop, is er niets bij. Dat is waar mijn jaloezie ophoudt. Een rustiger begin voelt heerlijk. Daar past Benjamin beter bij me. Als hij de kamer in komt en aanschuift, mompelt hij iets wat lijkt op ‘hallo’, neemt plaats aan tafel en eet in stilte.
    Wat dit alles betreft past onze kinderen één woord: uitersten.

Potje
Dat was een paar weken geleden enorm herkenbaar. Op tafel stond een potje gelige vloeistof. Iemand, ik gun deze persoon zijn anonimiteit, moest naast een bloedtest ook een urineonderzoek. Nu hebben wij een vrij grote eettafel, daarop valt een potje urine toch niet op? Gelukkig bewees Benjamin dat; hij zag het potje gewoonweg niet staan en genoot van zijn ontbijt.
    Vervolgens liep Celine de trap af, opende de huiskamerdeur en stapte vrolijk binnen. Ineens zag ze het potje op tafel en keek alsof de plasemmer uit onze tent op tafel stond – dat is een joekel! Daar wil ik never nooit niet mee gezien worden, weet je nog?

Afstandelijk
Ze stapte minder enthousiast dan ik van haar gewend ben de kamer in, duwde zichzelf tegen de salontafel, schuifelde naar het laatste stukje van de hoekbank, duwde zich tegen de kast om eenmaal bij haar stoel te gaan zitten. Ze liep die route, want wilde zo ver mogelijk van het potje vandaan blijven. Al die tijd leek haar blik vastgezet op het potje.
    ‘Wat is dat?, wees ze met haar linkerhand vlak onder haar borst en de wijsvinger op het potje gericht.
    ‘Dat is een potje met urine.’
    ‘Van wie is dat?’
    ‘Tja, dat fluister ik je wel toe, de blog lezers mogen het niet weten.’
    ‘Waarom staat het hier?’
    ‘Omdat iemand het naar de huisarts moet brengen. Wie denk je?’
    ‘Gelukkig jij, ik zou daar nooit mee over straat durven. Hoe neem je zoiets mee?’
    ‘In mijn hand. Dan loop ik de hele weg naar de Molenzoom met gestrekte arm, want ik hou dat potje ook graag ver van me af en maar roepen: “Is niet mijn urine, ik ben geen zeikerd!”’
    ‘Serieus mama, hoe neem je dit mee?’
    ‘In mijn fietstas natuurlijk en daarna leg ik daar de verse groenten voor het avondeten in.’
    ‘Ik ga vanavond bij omi eten!’

Privéaangelegenheid
Feit was dat het potje echt van A naar B moest en graag zonder heel Houten als getuige. Het potje was gecheckt op lekdichtheid en de fietstas was een perfect vervoermiddel, bleef de route tussen fietstas en balie van de doktersassistente een obstakel. Daar tel ik (gokje) 56 stappen. Daarom zocht ik toch maar even een tasje, een niet zo groot tasje, valt namelijk niet op, toch?
    Daar ging ik, op weg naar de huisartspraktijk. Aan de balie diepte ik het potje uit het tasje, vulde een formuliertje in en leverde het in. Nee over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd. Wel ging ik naar de Appie, want maandagochtend is boodschaptime! Was ik amper door het poortje, kwam Ton op me af:
    ‘Waar is je zonnebril?’
    ‘Hoezo? Zo’n zonnetje ben jij nou ook weer niet op de maandag’, lachte ik hard.
    ‘Dit gaat niet om mij, maar om dat tasje,’ hij wees in mijn karretje, ‘dat tasje verblindt me.’ Ik keek hem vervolgens aan of er sinaasappelsap uit zijn oren liep.
    ‘Dat is toch een prachtig tasje? Kijk nou toch.’ Ik hield het tasje voor zijn neus.
    ‘Doe weg dat tasje, je verblindt alle klanten. Waarom heb je die trouwens mee?’
    ‘Geloof me, je wilt nog liever dat ik hier iedereen verblind, dan dat ik jou vertel wat hier in zat.’
    ‘Oh, nu word ik nieuwsgierig!’
    ‘Hoeft niet, lees mijn blog maar. Want dit wordt onderhand blogwaardig.’

Bling bling
Na de AH evalueerde ik het weekend bij de Sterpoelier. Eén keer raden waar hij over begon.
    ‘Wat heb jij een opvallend tasje bij je?’
    ‘Begin jij nu ook al?’
    ‘Hij is wel erg bling bling hoor.’ Waarop ik het tasje extra in de lucht wapperde en René zijn handen voor ogen sloeg.
    ‘Tja, ik dacht maar zo, als ik niet meer opval, dan toch in ieder geval mijn tasje!’




zaterdag 2 november 2019

Gezond bewegen

Natuurlijk ontstond hier een discussie toen ik Marcel een sportbabe noemde.
    ‘Mam,’ zei Benjamin, ‘dat kan echt niet. Voor niemand niet, maar zeker niet voor papa.’ Celine vulde aan:
    ‘Inderdaad, het is vast iets uit jouw tijd, maar die is voorbij.’ Waarop Marcel gesterkt door hen zijn mening luchtte:
    ‘Hoe kan ik nou een sportbabe zijn. Kijk nou!’ Hij balde zijn vuisten, bracht ze als een bodybuilder omhoog en liet zijn spieren opbollen.
    ‘Ja ja, laat maar weer los,’ klonk ik geschokt. ‘Dat was voldoende biceps voor vandaag. Sportbabe is out, maar hoe noem ik je dan? Ik gun je een krachtige naam waarmee ik je op een voetstuk plaats, want je bent een ware sportman gebleken. Dat ik een jaar geleden durfde geloven dat jij het niet ver zou tillen in de fitness is gewoonweg schandalig.’
    ‘Ja, wat ben ik een bink hè?’, klonk Marcel trots.
    ‘Een bink! Dat is het, weg met sportbabes!,’ reageerde ik en stompte manlief tegen zijn schouder. ‘Tijd voor een wave voor paps.’ Ik bewoog mijn rechterarm in een vloeiende beweging omhoog en weer omlaag, halverwege gevolgd door mijn linkerarm in dezelfde beweging. Mijn tafelgenoten volgden mij op hun beurt soepeltjes op.

Skeeleren
    ‘Als papa de bink is, wat ben ik dan?’, vroeg Celine vervolgens.
    ‘Papa is the bomb!’, bedacht ik ineens. Dat klonk sterker.
    ‘Inderdaad mam, mag ik dan de bink zijn?’
    ‘Ik vind babe dan toch wel weer goed klinken, want als jij gaat skeeleren ben jij werkelijk heel babe-erig. Je ziet er goed uit op wielen en daarbij houdt jij het sporten al langere tijd vol.’ Na mijn woorden straalde mijn dochter lang na. Het moet gezegd, ik vergeet soms hoe goed dochterlief bezig is. Ze begon maanden geleden met hardlopen, maar maakte de overstap naar skeeleren. Ik begrijp dat wel.

Hardlopen
Ik heb zo mijn mening over hardlopen en twijfel of ik die wel moet luchten, zo niet herhalen. Ik maak er vast geen vrienden mee. Het is niet verkeerd om je mond te houden als je iets wilt zeggen dat een ander kwetst. Daar tegenover leven we in een vrij land en mag ik mijn zegje aanpassen. Dus zeg ik niet dat vrouwen niet bedoeld zijn voor hardlopen. Wel zeg ik dat ik niet geschapen ben om hard te lopen. Ik kan het niet, het voelt niet goed en ziet er vast onaanzienlijk uit. Celine is in veel dingen typisch moi. Daarom vermoed ik dat rennen niet bij haar past. Let op, ik noemde het een vermoeden, want ik zag haar nooit hardlopen. Ik ben stiekem gewoon jaloers. Zij heeft een strakker lijf en geen vetrolletjes die mee deinen op de cadans van het rennen. Zij ziet er vast strak uit in haar ren-kledij, hoewel ze dat inruilde voor skeeleren. Daar zag ik haar eens gaan, echt heel smooth.

Opstaan
    ‘Tof!’, zei ik bij het besef dat ik samenleef met een sportbomb en sportbabe. Voordat ik mezelf op de borst sloeg, melde Benjamin zich.
    ‘Ik ben ook sportief hoor.’ Drie personen keken hem aan alsof hij met een pompoen op zijn hoofd aan tafel zat.
    ‘Wat voor sport doe jij dan?’, vroeg ik nieuwsgierig.
    ‘Ik sta vaker op,’ antwoordde hij. Dat maakte het niet echt duidelijk, daarom vroeg ik:
    ‘Oh ja? Hoe moet ik dat voor me zien? Zet jij je wekker ’s nachts een paar keer, zodat je even opstaat om weer verder te slapen? Alles best, als ik die wekker maar niet hoor.’
    ‘Nee, mam,’ klonk Benjamin zoals hij altijd klinkt als ik denk leuk te zijn, maar het niet ben.
    ‘Sta je steeds vaker op voor een oude dame in de trein?’, vroeg Marcel. ‘Irene, dat opvoedtrucje is je gelukt! Boks!’, waarop Marcels en mijn vuisten tegen elkaar botsten. Benjamin zuchtte luid terwijl ik Marcel antwoordde:
    ‘Ik denk dat hij nog eerder opstaat om snoep uit de kast te pakken of voor een glas cola bij zijn lunch.’
    ‘Wat? Drinkt Benjamin cola bij zijn lunch?’, vroeg Marcel verbaasd.
    ‘Tja, dat is dus een mislukt opvoedkunstje,’ gaf ik teleurgesteld toe. ‘Ik deed nog zo mijn opvoedbest. Laten we even eerlijk zijn Benjamin, als jij opstaat om snoeptroep te pakken, kan je net zo goed blijven zitten.’

Verklaring
Wat Benjamin bedoelde met vaker opstaan, was precies wat hij zei. Sinds hij zichzelf verliest in het werk aan de computer, lijkt hij vastgeplakt aan zijn stoel en niet even een uurtje, maar werkelijk hele dagdelen. Blijkbaar staat hij tijdens die bezigheden vaker op. Waarschijnlijk om een plasje te lozen, een drankje te pakken of pizza te bakken. Soms drukt hij zich tussen de 2 tot 300 keer op en knuffelt zijn mum. Wacht, dat laatste moet hij gewoon vaker doen.
    Over gezond bewegen gesproken.