zaterdag 12 september 2020

Brievenwasserette

Wat een week!
    Het ging van twee bibliotheken, naar een interview, een kringloopwinkel en het bos - van energie krijgen tot instorten. Allemaal omdat ik de afgelopen week zulke leuke dingen ondernam en vooral mijn grenzen enorm voorbij ging. Of dat laatste wijs is? Time will tell. Tot dan ga ik door, want het is allemaal zo ontzettend gaaf.

Thuisblijvers

Hoewel ik die eerste zinnen vol goede moed op mijn beeldscherm mikte, moet ik de keerzijde erkennen. Hoe drukker ik ben, hoe minder bloginspiratie ik ervaar. Alsof ik door alle werk dat ik doe, minder oog heb voor mijn eigen verhaal.
    Wat zeker meespeelt zijn de kinderen of eigenlijk hun afwezigheid. Zij zijn er minder bij. Wat zeg ik nou? Zij minder aanwezig? Echt niet! Eentje is fulltime thuis als hij niet bij zijn vriendin is. Hij loopt zijn stage thuis. De ander loopt stage in groep 5, gaat regelmatig naar haar vriendje en telt in acht weken twee fysieke schooldagen. Waar is ze de rest van de tijd? Thuis!
    Hoe dan input voor mijn blogs missen als zij zoveel thuis zijn? Dat heeft alles te maken met het feit dat zij mij loslaten en ik daarmee ook vaker mijn eigen gang ga. Best lekker hoor, zolang thuis maar onze basis ligt. Voor mij voor altijd, voor de kinderen voor onbepaalde tijd.

Overvol
Soms maken zij die basis voller dan het al is. Daarmee is de titel van mijn tweede boek vastgesteld. Het vervolg op ‘Vanuit mijn Eierdopje’ wordt ‘Overvol Eierdopje’. Ik maak van de titel geen geheim; het boek komt er toch niet. De titel is echter reëel als wat, want regelmatig komen de andere helften van de kids hier logeren. Een berg drukte vult dan (meestal in het weekend) ons huis. Gelukkig is mijn werk dan vaak gedaan, concentratie op artikelen niet nodig. Zo kan ik meegenieten van lang natafelen met ons zessen.

Dreamteam
Dit weekend is het stil in huis. Best lekker, ik moet bijkomen. Of is het nagenieten?
    Afgelopen week, stonden twee dagen in het teken van de Brievenwasserette bij Bibliotheek Lek en IJssel in Houten en IJsselstein. Twee dagen boog ik me met anderen over het vereenvoudigen van brieven van instellingen. We werden zelfs het Dreamteam genoemd. Ik meldde me alvast voor volgend jaar. Naast dat vrijwilligerswerk mocht ik één van die dagen koppelen aan een artikel voor de plaatselijke krant. Die combi was tof, lees maar hier.  Daarbij vroeg de krant om een interview en artikel over biodiversiteit en gaf ik een kennismakingsworkshop Biblejournaling in Huis ter Heide bij ADRA Share & Care. Natuurlijk deed ik boodschappen voor die vrouw van de vorige blog. Ik zeg niets.

Verrassing
Vrijdag was wandeldag! Ik zocht het bos op en vond ruimte om op adem te komen. Zo jammer dat ik me daarna op mijn huishouden moest storten. Soms overweeg ik een hulp in de huishouding om meer te gaan voor wat ik het liefst doe. Mijn LinkedIn profiel heb ik al aangepast.
    Het is allemaal het gevolg van waar ik nu sta. Kon dit allemaal wat eerder mijn pad kruisen dan als zwaar 40+er, eigenlijk 50-er. Iemand kon dat afgelopen maandag trouwens moeilijk geloven. Echt lachen. Ik ontmoette de vrouw die mij tipte op werk bij de plaatselijke krant. Ze vroeg zich af hoe oud ik was.
    ‘Ik weet dat jij oudere kinderen hebt. Je kunt niet 38 zijn, zoals ik.’ Ik voelde het aankomen: she was going to make my day!
    ‘Klopt, ik ben niet 38. Ik ben 48.’ Haar stilte viel samen met ogen die groot werden.

Wolk
Later thuis vroeg ik Marcel:
    ‘Wanneer dender ik van die roze wolk af?’
    ‘Welke roze wolk?’ Hij keek om zich heen.
    ‘Die waarop alles wat ik doe tof is.’
    ‘Meid, voor zolang het duurt blijf jij er maar lekker op zitten.’ Zo heerlijk hè, hij denkt gewoon dit: happy wife, happy house, happy life! Hij is niet gek, dat is duidelijk!


Voorbeeld

Als klapper werd ik donderdag door een taalambassadeur een sterke vrouw genoemd.
    ‘Wie ik? Echt niet,’ reageerde ik geschrokken. Ze legde zichzelf uit:
    ‘Eerder vanmiddag vroeg iemand jou of jullie samen naar Houten terug konden fietsten en jij zei ‘nee’. Jij bent voor mij een enorme voorbeeld. Dank je.’
    ‘Dat vond ik zo lastig,’ antwoordde ik. ,Nee zeggen was nooit mijn beste kunstje. Ik zeg het nog te weinig, tot het om mijn eigen rust gaat,’ zei ik. Zeker in deze tijden van minder rust in huis, ga ik heel bewust om met mijn ruimte buitenshuis en daarom zei ik ‘nee’. Ik wilde op mijn gemak terug naar huis fietsen en stoppen voor een paar plekken die ik wil vereeuwigen. Dat was mijn plan, tot ik besloot binnenkort een middag door IJsselstein te struinen. Die dag relax gun ik mezelf.
    Over sterk gesproken, ik ga!


zondag 6 september 2020

Boterhamworst

Boodschappen doen kan een uitdaging zijn zeg!
    Sinds corona ons land beheerst, doe ik boodschappen voor een vrouw waar ik, als vrijwilliger, bijna zes jaar de boel onveilige maak. Geloof het of niet, ze heeft een hondje waar ik niet bang voor ben. Zelfs mee stoei!
    Als jij had gezegd dat ik ooit een hond zou knuffelen, had ik je volledig en totaal midden in je gezicht uitlachen. Die weddenschap ging ik in met een schrikbarend hoge inleg en weet nu dat ik verloren zou hebben. De trouwe volger (van 513 blogs) kent mijn angst en soms haat aan honden.
    Ik leerde dat het een kwestie van vertrouwen in het baasje is en meegroeien met een pup. Of ik hetzelfde vertrouwen op breng bij een baasje met vier hondjes? Ik neem het liever hondje voor hondje.

Ongezouten

Ik ben sowieso beter in boodschap voor boodschap. Daarom kreeg ik afgelopen maandag via WhatsApp twee korte boodschappenlijstjes van bovenstaande mevrouw. Eén voor Appie, de andere passend bij Jumbo. Ik dacht: ben zo klaar.
    Yeah, sure. Ik leerde dat ik met vier lijstjes sneller uitgewerkt kan zijn, dan met deze twee. Er volgde al snel een appje: mini saucijzen zijn op.
    Zij: Helaas pindakaas.
    Bij wijze van grap vroeg ik: Wil je pindakaas?!
    Zij: Nee, die maak ik zelf, is lekkerder.
    Zelf pindakaas maken? Daar moet ik haar eens vragen. Vervolgens zocht ik ‘Flora Plant’, wat boter bleek te zijn. Had ik maar beter moeten lezen, er stond ‘ongezouten’ bij. Ja, dan weet iedereen direct dat het om boter gaat. Not! Toch?

Schrappen
Daarna volgde Jumbo. Daar stond ‘flyer’ op het lijstje. Juist omdat het er nooit eerder op stond, vroeg ik me af wat het was? Kun je het eten? Bedoelde ze een folder van de winkel? Hoort er een folder bij twee actieproducten? Daar ging een appje: Wat is ‘flyer’?
    Zij: Het staat tegenwoordig op het lijstje, het is verder niets hoor.
    Ik dacht: Mooi! One shoppinkje down! Schrappen is voor mij, als schrijver, bekend terrein. Was het altijd maar zo gemakkelijk.

Zoektocht
Vervolgens las ik: Wit Duivekater brood met basterdsuiker. Wat? Brood ligt achter in de winkel, het is brood van laatste zorg. Wat volgt?: Blik Boterhamworst.
    Makkie, dacht ik en liep naar alle blikvoer. Dat klinkt niet echt sexy, ik weet het. Maar troost je, in huize Typisch Irene eten we ook wel eens uit blik. Zo stond ik tegenover vleesproducten in blik en zocht me suf. Ik checkte drie keer alle schappen en lege vakken. Tot ik bedacht dat het misschien bij de voorverpakte vleeswaren lag. Onderweg daarnaartoe vond ik wat bekende producten en bleef steken bij een ander onbekend item op het lijstje: Kinder Melkschijfjes.
    Zijn dat koekjes? IJsjes? Crackers? Ik herkende het Kinderchocolade logo. Terwijl ik naar de snoepschap wandelde, klonk een vrolijk swingliedje. Ik vond mezelf swingend tegenover de Kinderchocolade producten. Ik checkte even op medeplichtige dansers of ongewenste toeschouwers. Die waren er niet, wiebel-wobbel zo gingen mijn heupen.
    Geen Melkschijfje gevonden om bij navraag te horen:
    ,Hebben we niet.’ 

Blik
Tijd om me te herfocussen op die blik boterhamworst. Iets waar ik nooit in zal bijten en na lang zoeken opnieuw niet vond. Daar ging een appje: boterhamworst in blik kan ik niet vinden.
    Zij: de ovengebrande spek wel?
    Ik: jaaaa, hoeraa! Wat heeft dat ermee te maken?
    Zij: Ligt de blik boterhamworst daar niet bij?
    Ik: Nee, ik zie geen enkele blik.
    Zij: Blikboterhamworst is gesneden
    Ik: Hoezo gesneden? Zijn het plakjes?
    Zij: Yep. Ter verduidelijking volgde een foto van vleeswaar.
    Ik: Het zit niet in blik! Wat doet die blik er dan bij?
    Nu het duidelijk was, zocht ik nog eens alles af en bleek er één leeg plekje. Daar ging een appje: hebben ze niet. Ik lachte de tranen in mijn ogen. Verstoppertje spelen was niets bij deze zoektocht. Een paar collega winkelaars keken me raar aan, wat mijn humor vooral voedde. Die ernstige gezichten!

Brood

Nog één ding: Wit Duivekater brood met basterdsuiker. Zoek-moe als ik was, besloot ik het direct maar te vragen. Dat bleek het wijste besluit van mijn dag:
    ,Hebben we niet,’ zei de medewerker.
    ,Dat is de spreuk van mijn dag. Melkschijfjes hebben jullie niet, blik boterhamworst hebben jullie niet.’
    ,Heb je gekeken bij de blikken daar in de hoek?’
    ,Daar zocht ik een kwartier lang.’
    ,Maar het zit niet in blik,’ zei haar collega, waarop de ander haar aankeek of zij ingeblikt werd.
    ,Hoezo noemen ze het dan blik boterhamworst?’, vroeg de eerste.
    ,Omdat het in blik binnenkomt.’ Ik keek ondertussen de eerste aan.
    ,Jij wilt niet weten hoe graag ik je mag,’ zei ik. 
    ,Hoezo?’
    ,Ik dacht dat ik de enige sufferd was, nu blijkt dat niet zo. Heerlijk!’ Weer een band met iemand gesmeed.

zondag 30 augustus 2020

Smakelijk

Kom, we gaan wandelen. Hup, schoenen aan, vest mee en steek je arm door die van mijn nicht en mij. Op naar de Sallandse Heuvelrug. Of het gezellig wordt? Wat denk jij zelf? 
    Dit is mijn nicht Sophie: bij het maken van een heidefoto, sprong zij beweeglijk en vrolijk als ze is in beeld. Ze telt zestien jaar jong en zit midden in pubertijd 1.0. Dat matcht perfect met mijn pubertijd 2.0. Ze is de jongste dochter van mijn oudste zus, die toen ik in paniek uitriep waar mijn blog over moest gaan, riep:
    ,Over mij!’
    ,Dank voor de tip.’

Jongste
Sophie veroverde al voor haar geboorte mijn hart, omdat ze net als ik de jongste is. Zij lijkt zich er beter door heen te slaan. Ze oogt zelfverzekerder en minder gevoelig. Ik ben trots op haar en duikelde naast haar achterin onze auto. Mijn zwager belandde aan mijn rechterkant. Dit alles omdat dochterlief wilde rijden. Mijn zus zat naast haar als navigatie. Zo achterin kreeg ik spontaan zin om te keten en draaide me met een big smile naar Sophie. Als keek ik in de spiegel draaide zij zich met eenzelfde glimlach naar mij. Dat plezier bleef de hele dag.

Mais
    ,Kijk een veld suikerriet!’, riep ze onderweg. Ik keek en wees mijn zwager erop. Hij weigerde te kijken, stak nog net niet zijn tong uit. Hij zat erbij toen mijn neef, zijn zoon, het volgende zei:
    ,Het verbaast me hoe dom sommige hoog opgeleide mensen zijn.’
    ,Precies! Beter is praktisch opgeleid en slim, kijk naar mij.’ Ik kuchte hard. ,Wat bedoel je?’
    ,Ik vind dat iedereen wat algemene kennis moet hebben.’
    ,Nu word ik bang.’
    ,Tante,’ verzuchtte hij: ,Jij weet toch hoe een maisveld er uit ziet?’
    ,Jazeker, wat denk jij nou?’
    ‘Ik hoorde eens een paar hoger opgeleide grieten bij een maisveld vragen of dat suikerriet was.’
    ,Jippie, dan zit het goed met mijn algemene kennis.’
    ,Ja, tante!’

Rotzooi 
In de auto boog Sophie zich naar de grond.
    ,Wat is dit?’
    ,Dat is één van de twee speeldoosjes van Scheepslag’, antwoorde ik, waarop zij het opende en we een hoop pinnetjes en één bootje ontdekten.
    ,Oh ligt die hier? Ik was het al kwijt,’ mengde Celine zich in het gesprek.
    ,Het lag al die tijd aan je voeten,’ zei ik en plaatste terwijl Sophie meekeek het bootje in het veld en vroeg: ,Rara, waar ligt de boot?’
    ,Daar op de grond!’ Ik volgde haar vinger en zag half onder de automat meer pinnen en bootjes verscholen liggen.
    ,Hoera, je hebt gewonnen! Snel hang slingers op!’

Steen
    ,Wat doet deze hier?’, vroeg mijn zwager en hield een steen op.
    ‘Die komt uit Frankrijk.’
    ,Jullie zijn daar toch niet geweest?’
    ,Dit jaar niet nee, maar alle 18 jaar hiervoor wel. Ik weet niet van welk jaar die is, maar ja, ik zit nooit achterin. Sophie ik weet een spelletje: wie de leukste troep in de auto vindt. Daar ligt een herfstblad.’
    ,Delen!’, riep Sophie.
    ,Ik kan er niet bij.’
    ,Ik zie een schroevendraaier.’
    ,Bij mij ligt een wit pluizenballetje.’ We keken er beide naar met een “ah wat schattig”.
    ‘Tante Irene, jij wint de wie-vindt-de-leukste-rotzooi-wedstrijd. Gefeliciteerd.’


Oproep

Inmiddels aan de wandel, vroeg ik Sophie’s broer of er een meisje in zijn hart leeft.
    ,Nee.’
    ,Ik gun hem een leuke vriendin. Zullen we een oproep doen via jouw blog?’, opperde Sophie even later.
    ,Ja, stel een profiel op.’
    ,Een meisje van een jaar of negentien, hoog opgeleid, maar niet dom; ze moet tegen grappen kunnen en goed met mij om kunnen gaan. En ze moet er wel een beetje goed uitzien.’
    ,Waarom niet gewoon super goed, je broer ziet er ook top uit.’
    ,Dan stellen we wel heel hoge eisen hè?’
    Bij deze de oproep geplaatst.

Boom
    ,Irene! Ik vond een stok. Mag die mee?’, riep Rick ineens. Hij trok aan een boom van zo’n zes meter.
    ,Als je ‘m meekrijgt, ja. Je bent net zo’n hond met een te grote tak die de deur niet in kan. BOEM, tegen de deurposten opgebotst.’
    ‘Er bestaan ook Chihuahuas,’ zei Sophie. ,Die zijn zo klein, het lijken ratten. Ooit stamden ze af van de wolf. Wat is er mis gegaan met de mensheid dat ze zulke hondjes ontwierpen?’
    ,Dat is echt een levensvraag meid. Ik weet het ook niet.’

Theelepel
Weer thuis, schotelde mijn zwager me een Latte Macchiato voor. Raar eigenlijk voorschotelen, drink jij van een schotel? Het is dus voorbekeren.
    ,Sophie, pak even een theelepel, please?’
    ,Nee!’
    ,Jij staat toch bij de la?’, vroeg ik verbaasd.
    ,Ja, maar je krijgt geen theelepel. Het is vandaag eetlepeldag.’
    Zo roerde ik, na toevoeging van een kwart eetlepel suiker, met die eetlepel in mijn koffie. Het smaakte prima. De hele dag smaakte heerlijk.
    Wens ik jou een week met net zulke smakelijke contacten! 




zaterdag 22 augustus 2020

Scheiding

De kegel is door de kerk. Wacht, dat klopt niet. Er is iets door de kerk, maar niet de kegel. Ireen, think, think, think. Wat gaat er door de kerk? Ik in ieder geval niet, want onze kerk is nog steeds gesloten. Ik weet het! De klepel gaat door de kerk. Vraag ik me toch even af, waarom niet de hele klok? Zegt Marcel op mijn vraag of het nu klopt:
    ‘Irene, de kogel is door de kerk.’
    ‘De kogel? Hoezo?’
    ‘Ja, geen idee.’
    ‘Ik vind een kogel door de kerk niet meer kunnen. Het is walgelijk. Ik ga demonstreren vóór de klepel.’

Scheidverbod
Wat ik met die klepel wil zeggen is dat Marcel en ik gaan scheiden. Zo, dat is er uit en nu niet allemaal over ons heen buitelen met vriendin Judith voorop. Zij riep ooit een scheidverbod over ons uit. Luister goed: we doen het toch!
    Wij gaan scheiden; niet van tafel, maar van bed. Of all places. Om met de woorden van Herman Finkers* te zeggen: dan zijn we genoodzaakt het op tafel te doen. Ik kan slechtere plekken bedenken, maar oké. Deze scheiding is de schuld van vakantie 2020. We lieten het Franse buitenleven aan ons voorbij gaan. En eerlijk, ik heb het minder gemist dan verwacht. Daartegenover waren de nachten behoorlijk op z’n Frans. Hete nachten in overvloed.

Hotelovernachtingen
Van die overvloed beleefden we drie nachten in hotels. Ik kan er wel aan wennen om na een langere wandeling, de benen languit op een hotelbed te leggen, vervolgens buiten de deur te eten, een slaappoging te wagen en de volgende ochtend een compleet verzorgd ontbijt te verorberen! Met een goed gevuld rond buikje durfde ik de volgende lange wandeling met gemak aan.
    Over de nachten, hoewel te warm, niets dan lof. Dat had vooral te maken met de bedden, niet met Marcel en al zou dat wel zo zijn, dan zei ik het lekker niet. Tralala.

Schrikeffect
De hotelovernachtingen waren pure testmomenten, want we sliepen steeds in twee afzonderlijke bedden.
    ‘Gaaf om te testen of we beter slapen wanneer we elkaars gewiebel, gedraai of hitteaanvallen niet voelen.’ Het moge duidelijk zijn dat we slechte slapers zijn. Het is tijd om te zoeken naar oplossingen voordat we werkelijk uitgeput neervallen, wat af en toe al gebeurt. Daarbij mag je best weten dat vooral Marcel echt enorme moeite doet om mij met zijn nachtelijke uit-bedstapsels niet wakker te shaken. Als ik dan eens goed slaap en hij een tussenstop moet maken, sneakt hij als het ware het bed uit door zijn hele lichaam richting bedrand te schuiven, laat zijn benen uit bed glijden en staat heel zachtjes op. Het bed maakt amper beweging en tada: madam wordt toch wakker. Niet doorvertellen hoor, vind ik zielig. Ondertussen sluipt hij op tenen de kamer uit.
    Sluipen is over all zijn specialiteit. Sta ik nietsvermoedend te koken of zit ik aan mijn bureau, grijpt hij me ineens bij mijn… Ho, zing ik opnieuw tralala, mooi niet dat ik schrijf waar. Hou het er maar op dat hij plotseling achter me staat. Dat ik al mijn vingers nog heb, mag een wonder heten.

Aanpassingen
Tegen alle verwachtingen in beviel het los van elkaar slapen en hebben we nagedacht over de gevolgen voor thuis, met onze aangekondigde scheiding tot gevolg.
    We sliepen al op twee aparte boxsprings, echter de bovenste matrassen werden bijeen gehouden door één tweepersoons hoes. Die wordt vervangen door twee éénpersoons hoezen. Het grote tweepersoons topdekmatras was sowieso aan vervanging toe, dat worden eveneens twee losse exemplaren. Bij wijze van proef knipten we de topdekmatras door midden en sliepen een paar nachten op losse bedden. Zo telt onze scheiding wel 5 centimeter. Het is voldoende om niets van elkaar te voelen tijdens de slaap. Heerlijk!

Optelsom
We waren er echter nog niet. Wat volgde was het afscheid van het tweepersoons dekbed. Zo’n smalle scheiding kost best veel geld. Met dit voordeel: het jatten van het dekbed eindigt hier. Ik kreeg mijn eigen dekbed! Yes! Mijn tralala klinkt steeds harder.
    ‘Zullen we nog even geen nieuwe dekbedhoezen kopen?’, opperde manlief bij het aanschaffen van twee dekbedden. ‘Eerst wil ik de slaapkamer opknappen.’ Grappig, de vakantie is maandag voorbij en nu neemt kluszin hem over.
    ‘Goed plan, als we de kleuren van de kamer weten, zoeken we bijpassende dekbedhoezen.’
    ‘Hebben we tot die tijd wel beddengoed?’
    ‘Natuurlijk! Ik heb nog de kinderhoezen van vroeger. Kijk!’
    
‘Oh, leuk! Ik wil onder Pardoes, dan mag jij Pardijntje.’
    ‘Ik heb helemaal zin in mijn eigen bedje.’
    ‘Anders ik wel, kan ik na een nachtelijke tussenstop eindelijk in bed springen zonder dat jij iets voelt.’ Meneer demonstreert het gelijk even.
    ‘Plannen we wel af en toe een date op één van de bedden?’
    ‘Is dat nodig dan? We hebben de tafel toch?’




Hieronder Herman Finkers. Op 4.22, wat ik citeer:

 

zondag 16 augustus 2020

Natuurmo(nu)menten

Er gebeurt tegenwoordig niet zoveel en toch veel in huize Van Valen. Times are changing. Het is het gevolg van het hebben van volwassen kinderen. Zo leuk, weer een nieuwe fase en tegelijkertijd zo wennen. Zo klonk in juni:
    ‘De knoop is doorgehakt, we slaan La France over. Zijn er dingen die we dan wel samen kunnen doen in Les Pays-Bas?’ Een helder en duidelijk antwoord bleef uit. Wel zeiden de kinderen in koor:
    ‘Mama, trek gerust jullie eigen plan, doen wij ook.’ Nadat ik dat deelde met Marcel, trok hij nog sneller dan ik een tof plan.

Noodrantsoen

    ‘Irene, wij gaan er gewoon af en toe een dag of twee tussen uit. Als het ergens bevalt blijven we steken in een hotelletje. Nee, dat boeken we vooraf gewoon. Wat denk je daarvan?’
    ‘Dat klinkt als een nieuwe ervaring. Misschien ga ik het zo leuk vinden dat kamperen van ons menu geschrapt wordt.’ Ik besloot, door het eerste gedeelte van Marcels idee, om sowieso standaard tandenborstels, tandpasta en schoon onderkleding bij ons te hebben, waar we ook heen gingen. Dat is toch het meest noodzakelijke bagage als je ergens overblijft?

Inpakken 
Mag je raden wat ik bij onze eerste overnachting vergat?
    Precies, de tandenborstels. Serieus! Ik wilde ze uit de kast pakken, werd gestoord en vergat ze vervolgens volledig. Zo gaat dat vaker met mij. Ik ga er geen smoes op loslaten, het is mijn realiteit en maakt me bang. De dag komt dat ik mijn hoofd nog vergeet.
    Gelukkig gaan we niet dood als we één avond onze tanden niet poetsen en Xylifresh Peppermint is in nood een prima alternatief zei ooit mijn tandarts. Dus beter dat dan niets. Eenmaal thuis pakte ik nog voor het uitpakken de tandenborstels alvast in en weet nu al dat ik volgend jaar twee tandenborstels in die tas vindt. Ik durf ze er niet meer uit te halen.

Natuurmonumenten
Ondertussen zijn we twee keer twee dagen samen op stap geweest. Dat is voor sommigen oud nieuws, 
want foto’s daarvan zijn gedeeld op Feestboek. Gedeeld plezier is dubbel plezier. Valt het hoge aandeel van Natuurmonumenten daarbij op? Zonder dat zij er weet van hebben, bepaalden zij de afgelopen uitstappen en ook die van komende week.
    Twee jaar geleden vielen wij voor hun wandelingen in en rond ’s Gravenland en de Plassen ten westen van Hilversum. Hun app NatuurRoutes is daarbij onze leidraad en geeft naast de routes extra informatie. Zo wordt het naast een wandeling, een ervaring. We zijn nog nooit teleurgesteld.

Feedback
Oeps, dat lieg ik. Hun app, die geweldig is, loopt niet synchroon met onze GPS. Af en toe moeten we de route opnieuw starten om informatie te lezen over een bereikt punt. De app is voor de route zelf niet noodzakelijk, de routepaaltjes zijn overduidelijk aanwezig. Een andere teleurstelling was dat Bezoekerscentrum Oisterwijk op maandag gesloten was. Ik moest nodig en kon er niets mee. Vervolgens hoopte ik dat ik zo zou zweten dat het vocht op een andere manier mijn lijf zou verlaten.
    Kan ik nu zeggen: gelukt!
    Eigenlijk vergat ik bij het voorbijgaan aan de eerste routepaal iedere behoefte. Daar lag de eerste ven. Een pracht plek. Het is dat we nog dertien vennen te gaan hadden en er mistte een bankje, anders zou ik daar al gaan luieren en dagdromen. Niet echt een goede start van een tocht van negen kilometer. Ik wilde de schoonheid indrinken.

Verrassingen 
Dat deed ik de hele route. Die ik overigens niet helemaal ga bespreken hoor. Wel zeg ik dat iedere route van Natuurmonumenten fantastisch is. Ik vergeet nooit één van de eerste routes. Marcel zocht ‘m uit:
    ‘We gaan een vierkantje lopen, waarvan een gedeelte op de weg. Volgens mij kan het geen mooie tocht zijn, maar ja, we willen dicht bij huis en een paar kilometer.’ 
    Het bleek een meevaller van 100%, dat zich herhaalde bij andere ogenschijnlijk saaie routes.
    Op Gooilust ontdekten we een bloementuin, het Oppad en Krommeradepad bracht me dichter bij schapen dan ooit, Hilverbeek en Spanderswoud verraste met een prachtig ommuurde wijngaard, de Bomenroute verraste met prachtige bomen; vooral door de Moerascipres met luchtwortels die lijken op kabouters boven de grond. Elders ontdekten we een folly en banken die zo groot waren dat mini-me er alleen op kon komen met het bijhorende opstapje. Daar zat Pinkelientje. De afgelopen wandelingen verraste met teksten op iedere bank.
    Teksten en ik… onafscheidelijk. Sommige bankjes waren bezet en ik nog net fatsoenlijk genoeg om de bankzitters niet te vragen even te wieberen zodat ik een foto kon maken. Meestal kon ik in het voorbijgaan de tekst wel ontwaren.

Belevenissen
Het mag duidelijk zijn, wij zijn Natuurmonumentenfans. Iedere wandeling telt een of meerdere verrassingen. Daarmee maakt Natuurmonumenten waar wat hun boekje ‘Beleef de natuur’ zegt. Wij beleven volop en gaan weer door!
    Toedeloe!



zaterdag 8 augustus 2020

Afkraken

‘Jammer dat jouw auto niet op afstand open te bliepen is, dan zouden we ‘m zien staan,’ klonk mijn manneke na een nachtwandeling afgelopen donderdag. Rood mag overdag opvallen; in het donker niet. De eerste parkeerplaats herkenden we niet, daarom liepen we door naar de volgende. Daar stond mijn monstertje behoorlijk alleen en zonder bliep gewoon gevonden.

Airco
Het was, bij de weg, een zoveelste klacht op mijn auto. Vorige week moest mijn auto naar de garage, iets met de sensoren van de remmen. Het kon geen kwaad, maar men raadde me aan rustig te rijden naar Eindhoven. Ik dacht: ik heb een beter plan. Ik rij rustig terug naar huis. Een paar dagen later nam Marcel mijn karretje mee naar de garage en zijn werk. Die wonen naast elkaar. Later bij thuiskomst klonk:
    ‘Tjonge, dat is niet te doen, een auto zonder airco.’
    ‘Jawel hoor, ik leef nog. Dan nog wat, vorige week kwam je thuis met: Tjonge, dat is toch wat, een huis zonder airco. Ik werk hier in dit huis, rij in die auto. Hoor ik respect?’

Ramen
Dus meneer klaagt op ons aircoloos huis en mijn auto. Dat geklaag…
    Hij mag het allemaal hebben: mijn auto, dit huis en neem gelijk mijn opvliegers mee. Hij loopt te klagen, maar hoor je mij over oververhitting van een van deze drie? Nee, I accept! It’s my life! Iets met niet klagen, maar dragen.
    Dan nog wat, mijn auto heeft ramen. Die draai je open en tralala, wind! Ja, ook herrie, maar liever dat dan een plasje water in de stoel. Hoewel er vast mensen zijn die me graag zien smelten. Mijn leven is mij echter te dierbaar om hen dat plezier te gunnen.

Wind

Zo gingen Marcel en ik er twee daagjes tussenuit met mijn auto. Marcels auto was gereserveerd door dochterlief, want zij kon die grote VW Caddy XL wel gebruiken voor de verhuizing van haar lief, Rick. Sinds madam met haar rijbewijs wappert, is ze er steeds vandoor met mijn auto.
    Nu eens die van haar pa en dus rijden wij in het koekblikje naar Drenthe met ramen open.
    ‘Heerlijk die wind in de haren,’ zei ik nog rijdend op de rondweg. Eenmaal op de A28 vlogen mijn krullen meer voor de ogen dan dat ze achter mijn oren bleven zitten. Ik deed het raam wat dichter.
    ‘Ik zie de weg niet meer liggen door al dat haar.’ Waarop manlief met zijn hand door zijn net geknipte coup wreef. Het is dan niet langer dan anderhalve centimeter en staat stijf van de gel.
    ‘Nou, verschrikkelijk! Ik heb ook zo’n last van de wind in mijn haar.’ Hij praat graag mee.
    ‘Schatje, er wiebelt niet één haartje mee.’
    ‘Oh jawel, kijk deze,’ waarop meneer met zijn hand een plukje laat bewegen.
    ‘Warempel, nu je er aan zit, zie ik dat je haar kan bewegen. Wauw! Je hebt ook zo’n bos met haar.’
    ‘Precies na deze wind-rit zit mijn haar voor geen millimeter en dat omdat je geen airco hebt.’ Hij mag blij zijn dat hij mijn coup niet heeft. Hij zou heel snel klaar zijn met alleen al het wassen, spoelen, föhnen en behandelen tot antipluis modus.

Achteruit
Het was in Uffelte dat Marcel, nadat ik met mijn sleutels voor zijn neus rammelde, een ritje voor zijn rekening nam.
    ‘Jij mag rijden, ik heb nog geen koffie op.’ We stopten bij de Appie in een dorp verderop om onze boswandeling-pick-nick bij elkaar te scharrelen. Alles ingepakt in de rugzakken en onze plaatsen ingenomen, zette meneer de auto in zijn achteruit. 
    ‘Wat is dat, geen piep? Ook al geen achteruitrijbliepjes.’
    ‘Nee, in mijn auto betekent BOEM dat je had moeten stoppen. Werkt prima hoor.’
    ‘Dan moet ik maar weer eens achteruit kijken.’ 
    ‘Weet je wat ik zo onderhand vind?’
    ‘Nou?’
    ‘Dat ik van ons twee de beste chauffeur ben. Jij kraakt alles aan mijn auto af wat bij jou pure luxe en gemakzucht is. Ik rij tenminste door zonder al die luxe en klaag nooit. Het is net als met die E-bikes. Zeggen ze: ik heb heerlijk gefietst. No way! Op eigen kracht, zoals ik, dat is het echte werk en nog goed voor de benen ook. Hahaha, je dacht dat ik bips ging zeggen hè?’ Marcel is er stil van. 
    ‘Waar zit jouw cruise control?’
    ‘Als jij nu niet heel snel je mond houdt en stopt met het respectloze commentaar op mijn karretje, zet ik een mes op je keel.’
    ‘Die plastic mes uit de rugzak?’ klinkt enigszins angstig naast me. Meneer weet dat ik dwingend kan zijn. 
    ‘Jij vindt mijn auto een blikje op wielen dat allerlei gepiep mist. Ik geniet van die pieploosheid, maar hoor jou eens, Mister Piep. Ik wil genoegdoening: een winstuitkering ter waarde van een rode Fiat 500!’
    ‘Irene, jij hebt echt een heerlijke auto!’

zaterdag 1 augustus 2020

Navigatie

Als het aan mijn manneke lag belandde ik vrijdagavond onder zijn fiets en misschien nog wel verder, in het ziekenhuis. Van mijn wederhelft moest ik het bijna hebben. Je kent het wel: je bent samen fietsend onderweg. Wil de pipo die links fietst rechts afslaan, maar degene die rechts rijdt fietst stug rechtdoor. Lees het gerust nog eens om het goed te snappen. Het komt er op neer dat manlief en ik op weg waren en ik fietste links van hem. In mijn ogen klopt dat voor geen snelheid, want de vrouw hoort rechts van de man te fietsen, zodat hij haar beschermt voor wegpiraten. Zo lief! Noem het ouderwets, kan ik mee leven.

Linksrechtsen
Ik ben namelijk niet ouderwets in deze, want ik bescherm hem! Het heeft alles te maken met het herhaalde saaie verhaal van linksorige doofheid. Als ik rechts van meneer fiets kan hij van alles zeggen; het enige dat ik hoor is harde wind en zijn onverstaanbare gebral. Mijn enige antwoord steeds:
    ‘Wat?’
    Zo stom! Dus fiets ik alles behalve ouderwets links. Zoals ik links van hem loop en rechts van hem slaap, hoewel dat weer afhangt van of hij op zijn rug of buik ligt. Dat maakt voor deze blog totaal niet uit, dus we fietsen snel verder.

Richtingloosheid
Omdat het vrijdag zulk geweldig weer was, besloten we fietsend naar Utrecht te gaan en onze vakantiestart daar te vieren. Amper de rondweg onderdoor vroeg ik:
    ‘Marcel, nemen we de route over Lunetten of de Mereveldseweg.’
    ‘Geen idee, welke fietsstalling is het dichtst bij Il Pozzo?’
    ‘De Zadelstraat?’
    ‘Nee, Neude.’
    ‘Jij zegt het.’ Voor mij bleef nog even onzeker wat het werd. Wat ik wel wist is dat we na de tunnel rechts moesten om richting Domstad te fietsen. Een beschermend stemmetje waarschuwde me echter niet al te enthousiast de bocht te nemen. Gelukkig luisterde ik, want waar ik rechts wilde, fietste manlief rechtdoor om vliegensvlug bij te sturen, zodat we beiden nog in het zadel bleven. Toch zei ik geschrokken:
    ‘Schatje, hartje Utrecht ligt echt die kant op!’
    ‘Ja, ik weet het. Ik ben zo gewend om met de auto die kant op te gaan.’
    ‘Fiets jij ooit hier met je auto dan? Je mag hier helemaal niet komen met je Caddy.’

Navigatie
Dit voorval was mijn laatste wake-up-call. Mijn man die iedere dag op navigatie van huis naar werk en terug rijdt, is volledig afhankelijk van het pijltje op het beeldscherm. Als hij die niet heeft, moet ik maar als pijl fungeren. Of ik het nou wil of niet, ook in Houten voor ons rondje er om heen, bepaal ik de route. Volgens mij weet meneer na 21 jaar nog steeds niet de kortste route naar het Oude Dorp. Zal hij zeggen:
    ‘Hoef ik ook niet te weten, als jij het maar weet voor de boodschappen.’
    ‘Die doe ik niet daar.’ Dat meneer blind vertrouwt op mijn richtingsgevoel is wel tof natuurlijk, maar voor de route naar de Neude, raadde ik hem aan niet op mij te vertrouwen. Hij pakte al fietsend zijn smartphone erbij en praatte tegen Google, waarna Google Maps zich opende en manlief Neude intoetste. Ik keek even of ik geen politie zag, deze criminele actie kon maar zo € 90,- kosten.

Omleiding
Vanaf daar volgde ik de aanwijzingen van mijn man en kwam een heel eind met de route mee. Tot we de singel langer bleven volgen dan ik gevoelsmatig zou doen. We moesten de Voorstraat in en botsten tegen een wegafsluiting op. Zei Marcel in de rol van meneer RitsRatsReklame.nl, die nogal eens omleidingsborden voor gemeente Utrecht maakt:
    ‘Ik maakte pas 48 borden voor deze omleiding. Dit had ik moeten weten.’
    ‘Dus de route is al raar, moeten we nog omrijden ook. Heb je ons soms over de autoroute genavigeerd?’ Het zal toch niet…
    ‘Uhm,’ klonk ineens naast me, waarna Marcel zijn telefoonscherm voor mijn neus hield.
    ‘Weet jij wat dit pictogrammetje betekent?’
    



    ‘Geen idee, ik ken het wel, maar gebruik het nooit.’
    ‘Oh, het is de taxi.’
    ‘Wacht even, fietsten we de taxi-route? Waarom? En niks over een fingerslip of dikke vingers. Die heb je niet.’
    ‘Eigenlijk dacht ik: als de eerste knop auto is en de volgende lopen, dan is de derde optie toch fietsen? Wie heeft daar de taxi besteld?
    ‘Wat denk je van Google Maps?’
    ‘Vergeet niet dat ik fietste toen ik alles opzocht.’
    ‘Ook dat nog, het had jou € 90,- kunnen kosten, stouterd.’ Ondertussen arriveerden we bij de fietsenstalling. ‘Vanaf nu wijs ik de weg! Meekomen jij.’ We gingen rechts, rechts, links en rechts de trap af. ‘En nog wat: jouw band met Google Maps vertrouw ik vanaf nu al net zo min als die met buienradar. Vanaf nu vertrouw ik nog maar één kaart. Deze!’
    Ik hield een menukaart omhoog.




zondag 26 juli 2020

Midlifecrisis?


Zoveel mensen leerde ik kennen sinds oktober 2018. Zoveel leuke gesprekken heb ik gevoerd. Zoveel onderwerpen van dichterbij bekeken. Zoveel grappige momenten beleefd met soms een brok in de keel en zeker blunders gemaakt. Gelukkig waren de meeste weg te lachen.
    Bovenaan staat dat het werken voor Houtens Nieuws geweldig blijft.

Persoonlijk
Eén interview in het bijzonder, of in ieder geval een moment in dat gesprek, vergeet ik niet snel meer. Het speelde een week of twee geleden. Ik zat in een ontzettend leuk gesprek voor mijn vaste rubriek het ‘Zaterdagportret’; een tweewekelijkse rubriek waar ik met veel plezier aan werk, omdat ik mensen ontmoet die ik niet snel via een andere weg zou spreken en in korte tijd ietsie beter leer kennen. Eigenlijk blijft het steeds een feestje om mensen te ontmoeten en hun verhalen te horen.
    Ja, ik koester het Zaterdagportret als leukste rubriek van mijn hand, want het gaat daar om het persoonlijkere verhaal.

Zaterdagportret
Veelal noemt mijn redacteur de namen van mensen voor het portret. Dat is wijs, want zij zit meer dan ik op het nieuws en in de actualiteit. Ik ben blij met haar, mijn neus is daar nog niet zo uitgebalanceerd. Soms noem ik een naam, maar is het niet actueel genoeg en komt die in de wacht. Wie weet sta jij als Houtense inwoner genoteerd. Vaker noemt de redacteur een naam die mij niets zegt. Soms vond ik het spannend, want dan was het best een bijzonder iemand. Ik ben die angst echter meer en meer gaan verliezen want hé we gaan allemaal een paar keer per dag naar het toilet voor een nummer 1 of 2. Uiteindelijk ontmoet ik altijd een mens, met haar of zijn passie, pijn en kunstje.
    Niet alles wat ik hoor beschrijf ik, soms is het te persoonlijk, wel maakt het mijn plaatje compleet. Dat ik het weet, het me toevertrouwd wordt, is een bewijs van vertrouwen, dat is gaaf!

Verhuisbericht
Een enkele keer vraagt iemand:
    ‘Mag ik eens in het portret?’
    ‘Waar woon je?’ Vraag ik terug. Kijk, iemand moet meer dan beroemd of berucht zijn.
    ‘Ik woon niet in Houten.’ Waarop ik een PEP geluid maakt waardoor de ander weet dat het een fout antwoord is.
    ‘Je moet in Houten wonen om in het portret te komen.’ Ondertussen wacht ik op het verhuisbericht.

Blozen
Gaan we twee weken terug. Ik zat bij iemand aan tafel voor een Zaterdagportret. Een man deze keer. We wisselen ze af: na een man een vrouw en weer een man en weer een vrouw en weer een man en dan een vrouw, zo kom ik met gemak aan 800 woorden.
    De beste man vertelde dat hij vier kinderen heeft. Ik vergat de verdeling dochters en zoons. Wel weet ik dat één van de kinderen 38 is. Ik zat ineens rechterop op mijn stoel:
    ‘Dat ben ik ook!’ Evensnel zakte ik terug in de stoel en hield verschrikt mijn handen voor mijn mond. Ik kreeg de kleur van de binnenkant van een watermeloen. ‘Sorry, dat is zo enorm gelogen.’ De ander keek me niet begrijpend aan. Waarom zou hij het ook begrijpen? Ik interviewde hem, wat wist hij van mij? In ieder geval niet dat ik er tien jaar naast zat. Tien jaar! Dat zette ik direct recht:
    ‘Wat een leugen! Ik voel me 38, maar zit er in werkelijkheid tien jaar naast. Niet in mijn nadeel overigens. Ik ben 48.’

Back in time vooruit
Ik geloof  het gewoonweg zelf niet. Het is toch wat, voelt 48 zo? Het is helemaal niet erg. Ik bedoel: ik voel me 38, ben 48. Dat is toch tof! Ik had me ook 58 kunnen voelen en dat is niet zo! Ik vind 48 een feestje, een midlifefeestje! Waar anderen hun leven beginnen met een kleintje, sta ik op het punt de kleintjes het huis uit te schoppen. We gaan in huize Typisch Irene terug naar het begin, maar wel zo’n twintig jaar later, grijzer, uitgezakter en vergezeld van opvliegers.
    Echt, mijn bril moet soms af, omdat het beslaat bij weer een opvlieger. De hitte die ik afgeef veroorzaakt soms een walgelijke kloof tussen mijn lief en mij. Ik snap het en zoek weer een gastendoekje om mijn voorhoofd af te vegen.

Bergtop
Toch blijft het een feestje. Ik heb nooit eerder zo op mijn plek gezeten. Ik weet gave mensen om me heen, me gedragen door heerlijke vrienden, ik doe werk waarvan ik nooit dacht het ooit te doen. Het had-ik-maar klinkt hier niet en als ik het al zei, verzekerde mijn manneke me dat het nonsens is me dat af te vragen. Hij vraagt dan:
    ‘Ben je happy?
    ‘Ja!’, is mijn antwoord. ‘Ik sta op de top van mijn berg.’ Dat ik daar alleen maar af kan vallen, denk ik gewoonweg niet aan.

zaterdag 18 juli 2020

Rijbewijs


Met een PLING verscheen op mijn scherm:
    MOMMAA WANNEER BEN JE THUISS 😍😍😍?
    Het is toch grappig dat sommige mensen denken dat ik een bericht beter lees wanneer het in hoofdletters staat. Zo werkt het echter niet. Mijn antwoord volgde al snel in kleine letters op het antwoordscherm:
    Ik zit heerlijk op een bankje en moet nog naar de winkel.
    Wat er niet stond, maar wat ik eigenlijk schreef is dit: voorlopig ben ik niet thuis - ik zit heerlijk aan het water te dagdromen, bewonder de wolken, tel de eenden die voorbij zwemmen en schrijf een elfje of wat. Voel je ‘m? Mijn rust was compleet. Het was een zeer grote aangenaamiteit na een paar dagen die door migraine en behoorlijke rugpijn verpest werden. Daar op dat bankje voelde alles goed, dat wilde ik vasthouden: blijven zitten dus. Ik koos relaxitijd.

Roze papiertje
Opnieuw een PLING. Op mijn scherm verscheen een foto van dochterlief. Haar gezicht was gevuld met een enorme glimlach. Ze hield een roze kaartje in haar handen. Hij kwam vers van de gemeentehuispers. Ik noem het nog steeds liever het roze papiertje, terwijl het een pasje is.
    Hoor ik Benjamin in gedachten zeggen:
    ‘Boomer!’ Gevolgd door wéér een PLING, Celine komt bijna altijd in drieën:
    Maarrr ik wil een rondje rijden.
    Dat ze kilometers wilde maken, wist ik.
    Ga!!! Op de parkeerplaats bij de boerderij kun je alvast de auto ervaren.
    Ik dacht maar zo: wat ze nu oefent hoeft straks niet.

Angsthaas
Of was het uitstelgedrag? Wilde ik niet liever dat manlief naast dochterlief in de auto stapte om een oefenrondje te rijden. Ik heb toch vooral het idee dat hij als chauffeur veel beter in staat is te anticiperen op eventuele onzekerheden van zijn dochter. Hij is sowieso stoerder dan ik die overal angsten ziet en kent.
    Madammeke wilde echter niet wachten tot paps thuis kwam, ze wilde NU! Dat is typisch ADHD: ik moet meteen luisteren, ik moet meteen mee, ik moet, ik moet, ik… zucht. Hier kwam ik niet onderuit. Ik pakte de reserveautosleutel en overhandigde die met trots aan mijn meiske. Het is toch wat, ze heeft haar rijbewijs.
    Let’s do this.’

Uitvalverschijnselen
Ik vond het werkelijk vreemd en spannend om de koppeling, rem en gaspedaal aan mijn dochter over te laten en op de bijrijder stoel te zitten. Wat zit je dicht bij de stoeprand! Toch zei ik:
    ‘Je hebt je papiertje. Laat maar zien wat je kunt.’ Ze draaide de sleutel om, liet de auto afslaan en reed tenslotte de auto rustig van zijn plek. Het ging wat traag, maar hé, ik kom ook niet altijd even vlot van mijn plek. We wonen dicht bij de inprikker van de wijk en stonden al snel bij het verkeerslicht.
    Bij groen viel opnieuw de motor uit.
    ‘Mama, jou koppeling en gas werken heel anders dan de lesauto.’
    Welcome to my car, meid! Meer gas geven! Daar moet ik ook altijd aan denken als ik in Marcels auto heb gereden. Gassen!’

Taxi
Ik waarschuwde haar vervolgens mijn rood monstertje niet teveel af te kraken. Anders leverde ze de reservesleutel direct maar weer in.
    'Mijn auto is geen luxe Toyota, maar wel mijn auto. Sterker nog, je mag nooit vergeten dat ik jou hiermee,' ik klopte mijn auto op het dashboard, 'als taxi overal bracht. Vorige week nog. Jouw respect voor mijn auto zou niet misstaan. Basta!'
    Ondertussen waren we bijna een rondje rond op de rondweg. Round and round and round. Niet om de kerk, maar om het dorp, zolang Celine maar wilde. Links en rechts werden genegeerd, tot madam naar het Theater wilde rijden en terug. Het tweede rondje rondweg sloeg niets af, reed madam smooth de weg over en klonk geen enkele toeter van een ongeduldige flapdrol achter ons.

Wegpiraat
Dat getoeter van zo’n wegpiraat zette me aan het denken. Volgens mij moeten Fransen die net hun rijbewijs hebben een jaar lang met een grote A op de kont van de auto rijden. Zo weten anderen dat iemand nog kilometers aan ervaring maakt. Ik vind het wel wijs.
    Weten jullie trouwens dat die F niet is omdat het Fransen zijn, maar omdat het flapdrollen op de weg zijn? Mij zie je nog wel op de tolwegen rijden, niet dit jaar, maar toch. Alle andere wegen mag mijn manneke de honeurs waarnemen. Ik hou niet van de rijstijl van velen in dat prachtige land. Die grote A sticker vindt ik dan wel weer een goede vondst.

Getoeter
Dat moeten ze in het land van de NL stickers ook doen. Laten we eerlijk zijn, als jij door zo’n sticker weet dat de bestuurder die voor je staat een beginneling is, zou jij het dan durven om ongeduldig te gaan zitten toeteren! Ik niet, jij wel?
    Dan ben jij wel helemaal betoeterd!



zaterdag 11 juli 2020

Spelletjesavond


Hoewel de titel in meervoud is, moet jij je niet laten misleiden door dat woord. Na mijn vraag of we vanavond een spelletje konden doen, bogen de mannen zich over een spel, terwijl ik alle bewijzen van een heerlijke maaltijd (want ik kook heerlijk) wegmoffelde in de vaatwasser.
    Eenmaal samengeschoold bleek het spel een combi van De jongens tegen de meisjes, Mens-erger-je-niet, Boggle en allerlei extra rommel. Spelregels werden ter plekke bedacht, herschreven en aangepast.
    ,Ik leer regels door te spelen, waar is de dobbelsteen?’, vroeg ik. De ronde dobbelsteen werd weggerold. Vervolgens opende Marcel het potje met dobbelsteentjes die zonder leesbril onleesbaar zijn, waarop Benjamin de bruine dobbelsteen pakte. Hij gaf die aan de meisjes.
    ,Wie het hoogst gooit mag beginnen.’
    ,Mag ik iets zeggen?’, vroeg ik.
    ,Nee!’ Celine gooide de dobbelsteen. Wat ze gooide weet niemand, want Marcel gooide een andere dobbelsteen en riep:
    ,64! Wij mogen beginnen.’
    ,Die opdracht met de ijsklontjes in de broek is er niet bij toch?’, vroeg Benjamin. Die kaart kreeg hij ooit voor zijn kiezen, eigenlijk voor z’n ballen.’

Massage
Nog amper begonnen moesten de vrouwen de mannen (niet de eigen partner) masseren. Terwijl ik Ricks schouders verwende en Lara die van Marcel behandelde, werd Benjamin bijna vermoord: Celine zette haar nagels volledig in zijn huid met striemen tot gevolg. Zei ik al lange nagels? Dan ben ik duidelijk beter, geen klacht gehoord. Rick kent natuurlijk de gevolgen als hij durft te klagen over zijn schoonma.
    Klonk daar ineens: kies twee teamgenoten, blinddoek hen en knijp vijf wasknijpers op hun kleding. Vervolgens moesten de geblindoekten bij elkaar de wasknijpers zoeken. Lara en ik kregen de blinddoeken om, Celine versierde ons met wasknijpers. Ik vroeg Lara of ze het wel oké vond dat ik haar in mijn zoektocht naar de wasknijpers ging betasten. Ze stemde toe, waarna ik alvast mijn excuses aanbood als ik haar per ongeluk ergens ongepast zou aanraken.
    ,Eigenlijk zoek ik liever bij papa,’ gaf ik toe.
    ,En ik bij jou,’ zei hij.
    ,We weten allemaal waar jij je handen zou zetten hè?’ Gelukkig grepen wij vrouwen elkaar niet naar de tieten. Toch vroeg het om vertrouwen om elkaar zo dichtbij toe te laten, vooral als je elkaar nog maar een paar weken kent.

Stress
Vervolgens belandden we in een kring. Benjamin stond in het midden met een opgevouwen krant in zijn hand. Bij het noemen van een naam moest hij die persoon op de knie slaan, tenzij die persoon een volgende naam noemde. Marcel startte met:
    ,Celine.’ Ze schrok! In slow-motion verliep het zo: Marcel keek de cirkel rond, zag Celine en noemde haar naam. Zij  keek verschrikt op, want bedacht nog wie zij zou noemen na haar. Benjamin draaide zich traag (we zijn nog in slow-motion) om, bewoog de krant in haar richting en sloeg haar. Van schrik riep zij:
    ,Celine!’ BAM nog een mep! Het spel lag stil, iedereen lachte zich krom. She had one job: een ander te noemen en noemde zichzelf. Benjamins reactievermogen was buitengewoon fenomenaal. Hij sloeg zo snel dat Celine niet wist waar ze het had. Een volgende ronde verliep precies hetzelfde. Celine kon duidelijk niet goed denken onder stress.

IJsklontjes
Benjamin kreeg een uitdagingskaart iets met ijsklontjes. Kijk dit:


Ik kreeg een waarschuwing.
    ,Mama, je noemt mijn naam niet in je blog.’ Hij bedoelde zijn bedrijfsnaam. Zou ik dat wel doen, dan slingert hij twee foto’s van mij op het Wereldse Wauwel Web. Ik weet niet welke foto’s, maar zijn waarschuwende blik maakte me bang. Ik mag zijn naam niet noemen, maar wel verbergen, toch? Onthoudt Benny. Het andere woord volgt later.

Handstand
Kregen de meisjes deze opdracht: één van ons moest tien seconden in handstand tegen de deur staan.
    ,Nooit gekund, never will,’ riep ik.
    ,Wel mijn kunstje,’ riep Lara. Ze zette haar handen op de grond en hupte sierlijk haar benen boven zich tegen de deur waar achter de voorraadkast zich verstopt. Celine telde:
    ,Eén, twee, drie…’
    ,Whoops,’ hoorde ik ineens, waarna Lara haar benen liet zakken.
    ,Dat waren geen tien seconden,’ zei ik verschrikt en zag Lara haar trui in haar broek proppen. ,Oh, en het waren precies de mannen die je bh zagen. Is ie mooi?’, vroeg ik hen.

Blaastest
Rick gooide snel het spel verder en las de opdracht: leg een spel kaarten op een fles en blaas de kaarten er af. Wie de laatste kaart eraf blaast verliest.
    Marcel blies beheerst een paar kaarten weg. Benjamin blies rustig drie kaarten van de stapel. Rick blies een paar keer zonder resultaat, tot hij iets harder blies en de hele stapel van de fles viel. Hard gelach volgde, vooral nadat men helemaal blij werd van mijn gelach. Snap ik niets van, maar ik mag  dit verhaal alleen delen als ik die laat horen.

  
    Tenslotte moest Benjamin, die van de Productions, iemand bellen die niet op mocht nemen. Zal ze hem nog terugbellen?





zaterdag 4 juli 2020

Heulen

Weet je nog, de blog van twee weken geleden? Er moet me iets van het hart. Geen zorgen ik moest die blog zelf ook vluchtig scannen, want vijf artikelen, tig opvliegers en een blog verder, vergeet zelfs ik wat ik eerder schreef.
    Samengevat zegt die blog: men mistte groente in de Kip TandooriRemember?
    Ik ben gewend aan gepieper: ik kook te heet; te lekker (het bestaat); te laat; te vroeg; alweer dit?: waarom nooit meer dat? Echter dat destijds de groenten werden gemist, was een trigger!

Variatie
Hebben ze in huize Typisch Irene enig idee van hoe ik hullies gezondheid op het oog heb? Hoe ik zorg voor afwisseling in geur, kleur, smaak en vitamientjes? Het is de verscheidenheid van de vitamientjes waar ik de grootste zorgen ervaar. Ze eten hier het liefst alleen sperziebonen en Chinese wokgroenten. Celine schuift, net als ik, heel graag erwten naar binnen, maar daar houdt de afwisseling op. Daarom vul ik iedere maaltijd aan met konijnenvoer en klaar is het palet. Weliswaar een minipaletje.

Ovenschotel
Ik besluit als chef-kok meer verschillende ingrediënten op het menu te zetten. De vreters hoeven niet bang te zijn voor rode bieten, rode kool of witlof, hun afschuw daarvoor is walgelijk hoog. Dat eet ik wel in mijn eentje. Bloemkool leek me echter wel een goed alternatief ingrediënt. Dan niet gewoon gekookt, maar omgetoverd in een heerlijke ovenschotel à la Allerhande. Marcel keek in de oven:
    ,Irene, echt? Bloemkool?’ Hij stak er zijn tong bij uit.
    ,Ja, bloemkool.’
    ,Dat is niet lekker te maken.’
    ,Jawel hoor, gegratineerd met kaas is het jummie.’
    ,Nee, dan is het minder vies.’

Wortels
Benjamins blik werd er één alsof hij naar de ergste horrorfilm ooit keek - een en al gruweligheid. Ter aanvulling op het wit van de ovenschotel, zette ik een schaaltje rauwe worteltjes op tafel. Lekker gemakkelijk, dacht madam: lust je het één niet, dan toch het andere? Hoewel voor Benjamin dit geen enkel verschil maakte; wie eet er nou rauwe worteltjes?
    Ik! Echter toen ik er één wilde smikkelen bleken ze op twee na op. Ik bood ze Benjamin aan. Hij wuifde ze heftig zwaaiend weg.
    ,Hoezo zijn de wortels al op?’, vroeg ik.
    ,Nou, mam, ik ruik bloemkool en dacht: dan maar wortels,’ zei Celine.
    ,Precies mijn idee,’ vulde Marcel knagend aan.
    ,Goed, dan eet ik die zielige laatste twee op.’
    ,Mam, dit is pay-back voor de radijsje,’ lachte Celine en bokste haar vader tegen zijn schouder.

Grafsteen
Die opgevroten radijsje wordt mij de rest van mijn leven aangerekend. Op mijn grafsteen staat: ze at alle radijsje op - we zullen haar missen.
    Wacht! Celine leest blijkbaar toch af en toe een blog. Vandaag ontdekte ik dat zij ze niet allemaal leest, want ze vroeg of er kersen in mijn boompje groeien.
    ,Got you! Jij hebt mijn blog niet gelezen.’
    ‘Hoezo?’
    ‘Daar ging het vorige week over. Eigenlijk een verhaal over seks!’ Ik denk dat Celine vanavond die blog leest.

Heulen
Terug naar de bloemkoolschotel en drie opgetrokken neuzen.
    ,Mama, dat jij je inlaat met bloemkool is heulen,’ klinkt Celine beslist. ,,Ja, het is heulen met de vijand.”
    ,Dat maakt mij dan toch direct mede-vijand? Ik bedoel, heulen… Wat is heulen?’ Ik open encyclo.nl.
    1) Collaboreren. Oh ja, nu snappen we het massaal. Wat staat er verder?
    2) Gemene zaak maken. Het blijft onverhelderend. Wat zegt drie?
    3) Samenspannen. Nu hebben we het ergens over. Zeg dat dan gelijk! Optie vier en vijf verhelderen het extra:
    4) Samenwerken met de vijand
    5) Samenzweren. Was dat nou zo moeilijk? Ik werk dus samen met de vijand, dat maakt mij vijand.

Bekendmaking
Als ik dan toch de vijand ben, meld ik maar meteen het volgende:
    ,Vanaf nu eten we één keer per maand bloemkool en morgen een prei-schotel. Wie dat niet lust kan zijn boeltje pakken en bij opi en omi (mijn schoonouders) eten. Ik zie omi al in de deuropening staan springen met haar armen wijd en roepen: wat willen jullie eten?’ Klinkt driestemmig:
    ‘Jouw bami!’

Staken
Ik overweeg wat mij te doen staat en bedenk: er wordt tegenwoordig veel gestaakt. Dat lijkt mij ook
wat.
    ,Ik ga staken,’ meld ik compleet onverwacht aan tafel.
    ,Waartegen?’, vraagt mijn lief.
    ,Tegen het gezeur aan tafel. Ik wil mijn stem laten horen.’
    ,Ga jij lekker elke dag staken, Irene. Dan neem ik ondertussen een abonnement op Thuisbezorgd. Ze mogen alles bezorgen, als het maar geen groente is.’
    ,Joh, ze moeten een app ontwikkelen, waarop je in kunt vullen wat je niet lust aan groente,’ merkte Celine op.
    ,Dan ben jij snel klaar: alles selecteren en voorzien van een groot kruis. Ik ben serieus benieuwd hoe jij het later doet met koken.’
    ,Rick kookt!’, roept madam triomfantelijk.
    ,Gezond! Hij lust ook geen groente.’
    Ik snap ineens waarom ze hem koos.

zaterdag 27 juni 2020

Bloem zoekt bij

   ‘Marcel wil je kersen?’, vroeg ik vanuit de keuken.
   ‘Ja, lekker.’
Even later liep ik de serre in met twee bakjes kersen en plofte op mijn bankje. Jaja, we hebben ieder een eigen love-seat in de serre, met dit verschil: de benen van mister-veel-te-lang-voor-mij liggen altijd op mijn bankje. Als ik van mijn zijde hetzelfde wil doen, bungelen ze ergens tussen mijn en zijn bankje in. Daarom zat ik al snel met opgetrokken benen op mijn eigen bankje met een kers in mijn mond.

Kersentijd
   ‘Wat zijn de kersen van de Appie toch lekker hè?’
   ‘Inderdaad, ik denk dat het mijn favoriete fruit is,’ antwoordde manlief vlak voordat hij een pit uitspuugde. ‘En het is nog niet eens kersentijd.’
   ‘Wat? Marcel! Waar rijdt jij nou iedere dag langs?’
   ‘Hoe bedoel je?’
   ‘Jij rijdt dagelijks Houten uit en weer in. Daarbij rijdt je langs een kersenboomgaard. Raad eens wat ze daar verkopen?’
   ‘Oh ja, nu je het zegt, aardbeien!’
   ‘Vergeet dit nooit: juni is kersentijd!’
   ‘Gesnopen! Hoe zit het eigenlijk met ons kersenboompje?’

Arrogantie
Ik sprong zelden zo snel van mijn plek en stond sneller dan Marcel de volgende kersenpit uitspuugde bij de kersenboom in onze voortuin. Ik telde welgeteld nul kersen. Beteuterd liep ik terug naar mijn plekje.
   ‘Ons boompje is niet bestoven, bestuift, bevrucht.’
   ‘Wat? Is er niet één bijtje langs geweest om de bloesem plat op de bek te zoenen?’
   ‘Blijkbaar niet één. Ze zijn zo ons boompje voorbijgevlogen.’
   ‘Heb jij wel gezien of ze sowieso langs vlogen?’
   ‘Jochie, zie ik eruit alsof ik ze ooit zie vliegen?’ Lachte ik hard. ‘We hoeven ze nu ook niet te zien vliegen. Ze hadden hier in het voorjaar moeten vliegen.’
   ‘En dat deden die arrogante zoemers dus niet, wat een verraad! Was ons boompje niet goed genoeg? Het zijn duidelijk de bijen van vroeger niet.’ Tjonge, nog even en mijn lief gooide ergens mee. Wat een medeleven voor een kersenloze boom.

Lentekriebels
Hiermee hadden we ineens een uitdaging: om volgend jaar kersen uit eigen boom te hebben, moeten we aan de slag.
   ‘Zullen we de boel dan maar zelf bestuiven? Aangezien wij het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes kennen, moet dat lukken,’ klonk Marcel wijs.
   ‘Natuurlijk, wij zijn niet helemaal van de gekke,’ antwoorde ik om na een korte stilte te bekennen dat ik eigenlijk totaal niet weet hoe het werkt. ‘Marcel, ik denk toch dat we eens op moeten zoeken hoe dat zit met die bloemetjes en bijtjes. Ik heb zo’n idee dat we helemaal verkeerd zitten.’
   ‘Komt dat even goed uit, we kunnen ons achternichtje straks even vragen hoe het zit, zij heeft er vast meer over geleerd in de week van de lentekriebels. Die was nog niet zo lang geleden toch? Zij leert die dingen op school.’
   ‘Goeie, hé Marcel hadden jullie vroeger ook zo’n week op school. Ik herinner me er niets van.’
   ‘Och dat weet ik niet meer. Het zal me echter niets verbazen als jouw achternichtje van acht zegt: maar tante Irene dat is gewoon seks, weet jij dat niet eens?’
   ‘Zeg ik tegen haar, nee meid, weet ik niets van. Ik ben een boomer, weet je.’

Tinder
Marcel en ik besluiten dat we bijen moeten zien te lokken in plaats van te oefenen in zelfbestuiving of kruisbestuiving. Ik bedoel maar, is het voldoende om met een kwastje van het ene bloemetje over het andere te strijken of moeten het bloemen zijn van verschillende bomen?
   ‘Ik weet het!,’ roep ik uit. ‘Allesweter en liegbok Google weet raad. Wat wij niet weten, weet hij.’
   ‘Misschien kunnen we een advertentie plaatsen in de krant: bloem zoekt bij. Jij zit dicht bij de redactie, staat op gezellige voet met de redacteur, maak daar even misgebruik van.’
   ‘Misschien maken we beter een account aan op een datingsite à la Tinder. Bloesem zoekt bijenmatch,’ opperde ik ineens.
   ‘Daar hebben zij natuurlijk ZOOM voor. Ineens begrijp ik de naam. Wij denken dat het een perfecte site is voor online vergaderingen, maar het is stiekem een datingsite voor de bloemetjes en bijtjes.’
   ‘Snel! Maak een account aan voor ons boompje!’

Open huis
   ‘Kunnen we niet beter Open Huis houden?’, bedacht Marcel.
   ‘Dan heet het natuurlijk Open Bloem. Of Gluren bij de Buurbloemen.’
   ‘Of de Open Bloemen Route. Laat de bijen maar komen, snuffelen en ontdekken hoe heerlijk onze bloesem is.’
   ‘Weet je wat het beste zou zijn?’
   ‘Nou?’
   ‘Een eigen huisbij die voor de bloesem valt en blijft. Ja, een eigen bij.’
   ‘Stel dat het er meerdere zijn?’
   ‘Dat is alleen maar goed!’
   ‘Irene, heb jij door dat jij een bordeel aan het openen bent? Je bent gewoon een pooier, maar denk er om, sekswerkers mogen pas weer vanaf 1 juli aan het werk.’
   Eén keer raden wie zich verslikte in de laatste kersenpit!