zaterdag 22 februari 2020

Volger


‘Volg jij me als ik het bos in ga?’, vraag ik Marcel. Hij weet dat mijn angst voor enge mannen nog heel actueel is.
‘Nee, ik blijf thuis.’
‘Je vindt het zeker te winderig.’
‘Ja en koud, saai en zonloos. Waar blijft die zon?’ Die vraag wordt een levensvraag. Kom maar door zon!
‘Je hebt als altijd gelijk, het weer is boring’, erken ik, waarop de mond van manlief in de ik-heb-altijd-gelijk-stand beweegt.
‘Ik heb toch altijd gelijk?’
‘Uhu…’ hum ik. Nu denkt hij dat ik hem gelijk geef.

Spelbreker
De waarheid is dat ik de wind werkelijk een vieze spelbreker vindt. De temperatuur is heerlijk voor deze tijd van het jaar. Het is lente, hoera! Ik hang straks de bloesem buiten, eerst mijn wandelshoes aantrekken.
Al veterstrikkend bedenk ik dat meneer een smoesjesmaker is. Het zijn niet de weersomstandigheden die hem binnen houden. Mijn man is veel, maar geen watje. Zoals het bij mij altijd om één ding gaat, mijn haar, zo telt zijn haar voor hem. Zijn haren zijn geteld, maar niet door mij.

Kroelen
Nou niet gelijk denken dat hij weer kaler werd. Zeker niet, zijn losharigheid staat stil. Geen tranen meer om verloren haren. Waarom de wind dan toch een geduchte vijand is? Nou, net zoals mijn hand door zijn haren een vijand is.
‘Dat is niet fijn,’ zegt Marcel. Ik trek mijn hand terug.
Hij bedoelt: pas op mijn haar! Terwijl ik andersom bijna smeek of hij lekker op mijn koppie wil kroelen. Als ik daar krullen bij verlies, mag hij ze hebben.
Hoor ik zowaar de Irenespecialist zeggen: Niemand mag jouw haar aanraken, want als dat eenmaal goed zit is het afblijven. Klopt, dat is verboden terrein. Iets met: touch my hair, lose one finger. Tot ik ’s avonds op de bank plof, de lucht donker is, het werk gedaan. Hoef ik de deur niet meer uit? Kroelen maar!

Locatie delen
Terug naar de veiligheid waar alles mee begon en meneer die me volgt op mijn weg door het bos, zonder mee te gaan. Ik open Whatsapp, zoek onze levendige chat en druk op de bijlagepaperclip. Tada! Daar staat locatie tussen. Met een paar klikken deel ik mijn locatie met meneer. Zo kan hij me, lui vanaf de bank, acht uur lang in the holes keepen. Dat is Engels voor in de gaten houden.
    Ik ga buiten spelen, wat wandelen voor mij is, omdat ik van verrassing naar verwondering fladder. Wandelen maakt me lichter. Zeker nu de lentekriebels luidkeels opzetten. Ik zie het in een mannetjeseend die almaar rond een vrouwelijke soortgenoot ronddobbert; in de bloesempjes aan een boom; de ontluikende knoppen aan een tak. Er is zoveel moois en groots in alle klein.

Getreuzel
Ik schiet niet op. Dit rondje dat ieder ander in 45 minuten loopt, kost mij het dubbele, omdat ik zo vaak verwonderd stil sta. Kijk die weerkaatsing in het water, de leuke wolkenvorm in de lucht, een blad dat ontluikt, de blubber onder mijn schoenen, hé, waarom zijn die bomen gekapt?  Ik krijg het benauwd en hap naar adem tot ik even verderop, op een aanplakbrief van de gemeente, lees dat het beter is voor de biodiversiteit. Weg zorgen. Ik speel weer verder in de wetenschap dat mijn man er afwezig bij is.
    Eigenlijk best onnodig, want hoe kun je jezelf onveilig voelen als je alleen wandelt? Ik zag niemand anders onderweg. Als ik alleen ben, kan niemand me iets aandoen, toch? Of is iedereen, net als mijn lieverd, bang de wilde haren te verliezen? Doe een muts op en kijk hoe ze blijven zitten.

Kameraad
Bij het nemen van de volgende bocht draaide de wind en vloog ik zowaar de verloren tijd in. Wat is de wind een heerlijk speelse kameraad. De laatste kilometer op huis aan was extra genieten. Met ons huis in het vizier, checkte ik of mijn locatie klopte. Ik zag me een stukje verspringen, alsof ik de wandeling hupte. De app ging uit.
    Zou Marcel als trouwe volger nu al thee maken en de deur openzwaaien zodat ik zorgeloos binnenstap? Knal ik zo met mijn kop tegen de voordeur. Ik zat iets te veel in mijn droom.

Nepperd
Meneer verscheen, wrijvend in zijn ogen, in de gang.
    ‘Ah, je bent thuis. Je was ineens van mijn scherm verdwenen. Ik was zo ongerust, maar gelukkig ben je daar.’
    ‘Dank dat je me volgde, dat voelde fijn.’
 ‘Uhu…’, antwoord hij zonder me aan te kijken en haalde zijn hand door zijn haar.
 ‘Denk je echt dat ik daar in trap?’, verander ik ineens van toon, klink streng en dwing hem mij in de ogen te kijken.
 ‘Heb je in de poep getrapt?’
 ‘Nee, net zo min als jij me hebt gevolgd. Jij deed je schoonheidsslaapje, dat zie ik duidelijk!’ Ik kroel hem door zijn haar.





zondag 16 februari 2020

Vertraging


Als bij het avondeten het gesprek stil valt vraag ik soms:
    ‘Wat was jouw high?’ of ‘Wat was jouw low?’
    Gelukkig antwoordt niemand met: ‘Nou mam, ik was vandaag high, heb eens lekker de drug-addict uitgehangen.’ Alhoewel Celine donderdag op het randje balanceerde. Zij creëerde een prachtige prentenboek en was druk aan het werk met fotolijm.
    ‘Volgens mij ben ik high van de lijm.’ Nooit gedacht dat juist zij zo in mijn huis zou zitten.
    ‘Er uit!’ Ik doe aan een zero-tolerance-beleid. Zouden er meer moeten doen.

Dieptepunt
Over een low gesproken, als we een wedstrijd wie-ervaart de-diepste-low speelden, won Benjamin met stip. Zijn YouTube kanaal met ruim 160.000 abonnees is gehackt. Wat nu?, was dagenlang onze grote vraag. Tot vrijdag bleek dat zijn kanaal niet meer beschikbaar was. En nu?
    Ik zag in één week tijd mijn zoon breken, neervallen, maar ook weer opstaan. Hij dook vrijdagmiddag direct na zijn stage achter zijn computer en kwam er pas zaterdagavond achter vandaan. Zijn nieuwe kanaal was actief.
    Dit weet ik: mijn mannen kunnen vallen, hard op de bek gaan, maar als ze opstaan, dan zetten ze er niet alleen hun schouders onder, maar vooral hun kop en kont bij in. Iets met hoofd, schouders, knie en teen.
    Sterker nog, dit weet ik: Benjamin komt er sterker uit, watch him! Extra mooiïgheidje is dat hij zoveel hartverwarmende reacties krijgt van volgers, fans en abonnees, dat ik een brok waterlanders omhoog voel komen. Ze vinden nog net niet de weg naar mijn ogen.

Hoogtepunten
Tot zo ver de low. Nu de highs, waaronder de ontdekking dat ik enorm flexibel ben geworden.
    Mijn week was met drie grote en twee kleine interviews en vrijwilligerswerk iets te druk naast een sushi-lunch met een vriendin en tijd doorbrengen met mijn zus. Ja, mijn in-Amerika-gehuisveste-zus is weer in Nederland. Ze gaat alweer bijna terug naar Amerika, maar geniet eerst nog van haar nieuwe zesde kleinkind.
    Donderdagavond zette haar komst onze avondmaaltijd compleet op zijn kop. We aten wel, maar vooral met veel gelach, gegil en gejank. Omdat afscheid een ding is, spraken we elkaar vrijdag weer. We wilden samen door de stad struinen en fotogenieke spots vereeuwigen. Tot ze appte dat haar zoon mee wilde.
    Flexibel als ik ben vond ik het helemaal prima. Nu gaan echt bij sommige lezers de wenkbrauwen omhoog: Irene flexibel? Ja! Ik ben werkelijk beangstigend meewerkend geworden. Dat krijg je als je tot een uur voor de maaltijd niet weet wie er wel of niet mee eet of zelfs blijft slapen. Deze zekerheid heb ik: manlief en ik slapen thuis. Voor de rest hangt alles aan losse spijkers. Dat en werken voor de weekkrant maakt me flexibel als een telefoonsnoer – het kan netjes liggen, totaal overhoop of in de knoop, maar het is altijd uit elkaar te pulken.

Afspraak
Zuslief en ik spraken om 10.00 uur af bij de piano op station Utrecht. Tot een appje vroeg of 11.15 uur ook goed was, want haar schoondochter en pasgeborene kwamen mee. Buigzaam antwoordde ik met een ‘natuurlijk’. Ik vroeg me even af of ze 10.15 uur bedoelde en herhaalde de tijd in een antwoord. Ze antwoordde bevestigend.
    Vervolgens volgde een appje dat mijn zus en aanhang al om 11.00 uur bij de piano zouden staan. Meegaand klonk mijn 'goed hoor'.
    Onder ons gezegd: mijn zus, haar zoon en schoondochter zijn niet echt van de klok. Vermoedelijk ligt dat aan de laatste twee, misschien zelfs wel alleen aan de laatste. Daarom bedacht ik: zouden ze werkelijk op tijd zijn?

Klaarmaken
Ik ruimde op mijn gemakje de strijkspullen en gevouwen was op; ging op mijn dooie akkertje naar het toilet; waste uitgebreid mijn handen; liep kalmaan richting keuken en vulde een flesje met water, propte die in mijn tas; trok mijn schoenen aan en draalde even bij de kapstok: regenjas of rode jas? Droog blijven of er vrouwelijk bij lopen? Ik koos voor de regenjas, want met mijn zus houden we het nooit lang droog.
    Met één been buiten de deur besefte ik dat ik mijn gehoor vergeten was. Hup, weer naar binnen om mijn gehoorhulp te halen en klaar. De trein halen werd zo onderhand kielekiele. Zorgeloos wandelde ik richting NS station.
    Tot ik de vroegere stadsdichteres ontmoette en een praatje maakte, wel kort, want ik wilde geen vertraging oplopen. Liep ik uiteindelijk het hoekje om bij het gemeentehuis, zag ik de trein net vertrekken.

Gelukssprongetje
    Ik kon wel springen van geluk: Het is me gelukt, ik miste de trein. Ik kan het! Vijf minuten later volgde een appje van mijn neef: waar ben je?
    Ik schreef: trein gemist.
Eenmaal aankomen zei mijn neef flabbergasted: ‘Jij bent nooit te laat.’
Ik was verbaasder: ‘Jullie zijn nooit op tijd.’


zaterdag 8 februari 2020

Magnetron


Daar gáán we weer!
    ‘Mam, koop nou eens een magnetron!’ Zoonlief versterkt de opdracht met een harde zucht van ongeduld. ‘Ik heb er al zo vaak om gevraagd, waar blijft ie nou?'
    ‘Waarom zou ik?’
    ‘Omdat ik die wil,’ zegt Benjamin.
    ‘Oh ja, dat is natuurlijk de beste reden om er één aan te schaffen.’
    ‘Echt, ga je éindelijk om?’
    ‘Nee, dat bedoelde ik cynisch. Wanneer accepteer jij nou dat ik zo’n eng apparaat niet in mijn huis wil?'

Eng?
Ja, je leest het goed. Ik vind een magnetron eng. Toen ik voor het eerst hoorde dat dit apparaat je bord vol eten kan opwarmen en zelfs je maaltijd kan koken zonder een vlammetje vuur of verhitte kookplaat, dacht ik: ik lust geen onzichtbare microgolven. Ik wil mijn eten zien borrelen boven een rood opkleurende hittebron of open vuur. Onzichtbare golven die iets doen met de moleculen in mijn eten, doen mij boven alles huiveren. Het klinkt als telekinese. Dat komt mijn huis nooit in.
Natuurlijk klinkt dit alles belachelijk. Maar je hebt toch wel maffere dingen van mij gezien of gehoord? Ik ben er één met afwijkende hersenkronkels – accepteer het.

Waarheid
De waarheid is dat ik een betere smoes heb ofwel werkelijkheid ken. Benjamin en ik praten verder:
    ‘Mama, ik wil gewoon makkelijker dingen op kunnen warmen.’
    ‘Dat snap ik. Papa wil zijn chocomel net zo goed liever opwarmen in zo’n spiritistisch apparaat, in plaats van in een pannetje. Kijk nou even goed naar mijn keukentje.’
    ‘Wat moet ik daar zien?’
    ‘Die is klein. Waar moet ik zo’n joekel van een microwave kwijt? Zelfs voor mijn achterste is er meer plek.’
    ‘Ja mam, dat is omdat je er niet de hele dag blijft zitten.’ Zo helder die jongen!

Overdreven
    ‘Weet je wat? Dan koop ik er zelf één en zet ‘m in mijn slaapkamer,’ zegt ie.
    ‘Dan moet je wel eerst goed opruimen, want ik zie in jouw rommelkamer niet veel meer plek dan ik in mijn opgeruimde keuken heb. Wacht, ik pak gelijk even alle poetsstuff dan kun je meteen de boel eens goed schoonmaken. Moet ik nog uitleggen hoe een stofdoek, stofzuiger en dweil werken of weet je dat nu onderhand wel? Oh wacht, dit is een dienblad. Daar kun je alle vaat op zetten en naar beneden brengen. Nog één dag en ik heb geen glas meer in de keuken, want de hele voorraad staat op jouw bureau en dat staat een magnetron sowieso in de weg.’
    ‘Mam, zo erg is het niet in mijn kamer.’ Waarop Marcel plotseling overdreven nep kucht, hoest en proest. Ik moet toegeven dat ik het allemaal een ietsiepietsie erger voorstel dan de werkelijkheid is. We hebben voor twee dagen glazen.

Doorslaan
In plaats van de emmer aan te pakken blijft Benjamin aan tafel zitten en brandt onverwacht los; alsof hij een woordenkraan open draait:
    ‘Weet je wat? Naast die magnetron leggen we een waterleiding aan in mijn kamer. Ik heb genoeg aan koud water. Dan kan ik water tappen en hoef ik niet meer naar beneden om water bij mijn siroop te doen. Dan wil ik naast de magnetron een koelkast. Kan ik daar de siroop, cola en cassis voor Jolanda in koud houden. Hoeveel moeite kost het om naast de koude waterleiding een warme te leggen? Een eigen douche lijkt me ook wel wat.’
Terwijl mijn zoon losgaat in raaskallen, vraag ik me af waar hij dit alles in zijn kamer met een oppervlakte van negen vierkante meter kwijt wil. Er staan een bed, een bureau van voor tot achter en een kledingkast in. Klinkt dat alsof er nog veel bij kan? Het past uiteraard allemaal als hij zijn kamerdeur sluit en nooit meer opent. Wat een rust! Daarom interrumpeer ik hem met de vraag:
 ‘Waar wil je alles kwijt?
 ‘Daar heb ik over nagedacht: mijn bed kan er uit. Ik heb zo’n luxe bureaustoel, die zet ik in standje achterover en tada, een bed! Wat vergeet ik nu nog?’ De stilte die volgt is beangstigend. Iedereen aan tafel, ja we waren aan het natafelen is impressed door Benjamins wilde plannen. ‘Ik vergeet een eigen toilet. Wacht, maak er maar een toiletstoelbed van.’

Luie donder
Dat is dus mijn zoon. Ten diepste een kerel die zichzelf graag verliest in zijn YouTube channel, Instagram account en het werk dat hij krijgt om producten en diensten te promoten. Ik snap wel dat die jongen zijn kamer nooit uit wil, maar de wensen die hij hier noemt, maken mijn maffe ideeën over de occulte stralen in een magnetron volstrekt normaal in vergelijking met het rijtje waarmee hij zojuist komt. Ik bedoel maar: een toiletstoelbed in mijn huis?
   Die jongen of zijn ideeën moeten heel snel mijn huis uit.
Eén keer raden wat ik hem als ophoepelkado geef bij vertrek!

Voor mijn podcast klik hier: https://youtu.be/bBg6jY_pXkE 



zondag 2 februari 2020

Samenwonen


Weet je nog dat ik dit schreef in mijn blog puzzelen?
    De puzzel kostte een derde van de tafel waarbij vijf zitplaatsen overbleven. Precies genoeg zolang Benjamin geen vriendin heeft.”
    Got it?

Logee
Afgelopen dinsdag maakte ik een favoriete puzzel af en ruimde ‘m op, want steeds vaker neemt Benjamin een meisje mee naar huis. Zo vlak voor de half jaarlijkse stage hoeven ze amper nog naar school, daarom trekken ze met elkaar op, of zo. Dan zijn ze hier, dan weer in een dorpje in de buurt van Gorinchem. Zo vroeg ik hem meerdere keren al:
    ‘Benjamin wordt dit meisje je nieuwe vriendin?’
    ‘Maham, nee!’ Oef, als hij maham zegt, moet ik uitkijken. Oh wacht, mijn telefoon bliept.


Mamieeeee
Kijk dat, Mammieeeee. Meneertje gebruikt mammieeeee alleen wanneer hij iets van me wil. Normaal klinkt zijn donkere zware stem. Die klinkt net als die van manlief. Als ik boven aan het werk ben en ik hoor iemand thuis komen, roep ik bovenaan de trap:
    ‘Hallo?’ Bij een mannenstem die hallo terugroept, weet ik soms niet of het Benjamin of Marcel is. Deze zekerheid heb ik: Marcel zal nooit mammieeeee zeggen, zelfs niet als hij wat van me wil. Nu met Benjamin ben ik op mijn qui-vive. Hoewel ik niet gek ben. Ik weet wat hij wil. Kijk maar wat ik antwoord:


Hij blij, Jolanda blij!
    Ik verlies haar blijdschap als ik niet uitkijk. Soms noem ik haar Miranda en vandaag kwam maar zo Lojanda uit mijn strot. Ik heb echt een spraakprobleem. Hoewel Marcel de laatste naam wel mooi vindt voor een kindje.
    ‘Prima, maar niet voor de onze,’ vul ik direct aan. Met een kind van 21 en een van 18 weet ik helemaal waar ik aan toe ben. Dacht is zo.

Relaxte-tijd
Not! Dacht ik meer tijd te hebben voor relaxte-tijd lijkt dat verledentijd. Ik word verrast met meer monden te voeden. Dan weer komt Rick met zijn wiebelbeen aan tafel. Ja echt, hij heeft een tik. Zo’n trillende been, die tegen de tafel tikt en daarmee de hele tafel doet schudden. Scheelt wel, ik hoef alleen maar “been” te roepen en de tafel stopt met trillen.
    Weer een bliep:


Gaat mijn wandeling opnieuw niet richting bos, wel naar de winkel. Het maakt niet uit, als ik maar beweeg. Ondertussen verheug ik me op de gezelligheid bij het avondeten. Hoewel nu niet mijn puzzel maar knutselspullen hun plek eisen. Het hoort allemaal bij de dagelijkse onzekerheid die hoort bij de vraag: wie komt er vanavond eten en wie blijft slapen? Rick slaapt één vaste nacht hier, Jolanda lijkt hier zo langzamerhand naartoe te verhuizen. Van de afgelopen twee weken heeft zij zeven nachten bij ons geslapen. Dat ruikt naar inwoning of is dit verkapt samenwonen?

Regelement
Het is tijd om te voorkomen dat Huize Irene, werkelijk Hotel Chez Irene wordt:
  1. Bij één nacht logeren ligt een 10-nachtenkaart klaar. We drukken een knipje in de 6, wat boeit het? Als er maar geknipt wordt in een vakje.
  2. Bij twee nachten logeren ontvang je een welkomst pakket bestaande uit een handddoek, gratis gebruik van alles faciliteiten en lichaamsverzorgingsproducten in de badkamer, een contract waarin je afziet van juridische stappen tegen ons als gezin of gezinsleden en geef je toestemming tot gebruik van foto’s op social media.
  3. Bij drie nachten plaatsen we je op de corveelijst en span ik je in overleg voor mijn karretje. Ik bedenk er met liefde karretjes bij.
  4. Bij vier nachten wordt kostgeld in rekening gebracht. Betaling geschiedt per direct na het ontvangen van een tikkie. Ik geef natuurlijk geen harde tik.
  5. Bij vijf nachten…
Steunpunt
Ja, daag, vijf nachten? Is mijn relaxte-tijd werkelijk vervlogen?
    Wacht, de deurbel klinkt. Celine dendert de trap af en springt na het opendoen van de voordeur Rick om de hals. Hij is de enige met een inhuise-studentenabonnement. Hij woont als enige op zichzelf. Hij is de arme student, want werkt hard aan een studieschuld. Zo jammer. Ik zie hem struggelen om die schuld niet te hoog te maken, maar ja, een vriendin kost geld. Daarom krijgt hij elke keer dat hij bij ons is, één, twee of drie left-overs mee naar huis. Ik heb er bakjes voor bij moeten kopen en het hangt altijd af van wat wij over-leften. Als Celine in het weekend naar hem gaat, plundert ze het een en ander uit mijn voorraadkast.

Duidelijkheid
Kijk ik naar Benjamin.
    ‘Hoe zit het nou met Jolanda en jou? Is het al aan?’ Oeps, zijn blik wordt donker. Even vergeten, zo mag ik het niet noemen. Aan is uit! ‘Ik bedoel: heb je verkering?’ Nu doodt zijn blik me. Opnieuw is de bewoording verboden.
    ‘Mam, ga je mond spoelen. Wat een boomertaal.’
    ‘Boeie, hebben jullie nou…?’
    ‘Ja, mam, sinds gisternacht twaalf uur.’
    ‘Wat hebben jullie dan?’