zaterdag 19 september 2020

Huis uit

    
‘Mam, wie denk jij dat het eerst het huis uit gaat?’, vroeg Benjamin en stak een hap bami goreng in zijn mond. Zonder nadenken flapte ik er uit:
    ‘Celine.’
    ‘Echt?’
    ‘Ja, want zij is over twee jaar klaar met haar studie en wil dan verder met Rick. Oh, wacht, geen idee of dat haalbaar is, want Rick moet dan nog twee jaar naar het HBO. Eigenlijk denk ik dat jij eerder het huis uit gaat.’
    ‘Dat denk ik ook.’
    ‘Wanneer ga je?’
    ‘Binnen nu en twee jaar ben ik weg!’ Hij klonk al bijna opgelucht.
    ‘En wie span jij dan voor je karretje?’
    ‘Voor welk karretje mama?’
    ‘Nou, voor alle huishoudelijke taken die je nu al niet doet? Iets met de was, vaat en opruimen. Laat staan je kamer stoffen en zuigen. Je kijkt zelfs nu of ik het over een besmettelijke ziekte heb.’
    ‘Jij poetst mijn kamer, zoals afgesproken omdat ik kostgeld betaal.’
    ‘Ten eerste is dat smartengeld en ten tweede is de afspraak dat jij je kamer opruimt voordat ik de stofdoek er doorheen haal en wanneer doe jij dat?’
    ‘Uhm, ja, ik ben druk.’

Ongeschikt
Daar zei die man een waarheid als een koe, eigenlijk meer een stier. Hij komt zelden beneden en nog minder buiten. Hij werkt alleen maar of ontspant ook weer bij de computer met een VR-headset op. Toch wat beweging, denk ik opgelucht. Voor de rest laat hij een ander opdraaien.
    Eigenlijk vind ik hem ongeschikt om het huis uit te gaan, hoe graag ik hem zou zien gaan. Bot hè? Ik wil namelijk mogen genieten van een stil, leeg huis, voordat Marcel met zijn werkkoffer thuis komt en zegt:
    ‘Ik ben er helemaal klaar mee, wij gaan rentenieren.’
    Vorige week nog op de roze wolk, dender ik nu op een donderwolk. Ik moet my case resten: ik zal nooit meer alleen thuis zijn en huil een regenbui.

Regelmaat
Raar eigenlijk hoe ik jarenlang het gezinsleven zo enorm koesterde; me verheugde op alles, behalve een leeg nest. Eerder zag ik mezelf met een theedoek, want een zakdoek is te klein, dus eigenlijk is een badhanddoek sowieso het beste, mijn tranen van de wangen vegen, omdat mijn bloedjes hun thuis achterlaten.
    Hoor me nu! Madam puber 2.0. Het kan me niet snel genoeg met de rust in huize Typisch Irene. Iemand heeft behoefte aan ruimte, rust en vergeet regelmaat. Met de krant als werkgever is regelmaat ver te zoeken. Dat verbaast dan ook weer, want boy, wat leunde ik altijd goed en graag op een strakke regelmaat. Zo verandert er nogal wat, zelfs mijn eigen verwachtingen. Het lijkt wel of mijn ideeën, wensen en dromen steeds meer overhoop liggen. Ach ja, het is overduidelijk: ikzelf lig overhoop. Wend ik me even tot de ervaringsdeskundigen: het komt wel goed? Toch? Please, zeg ja!
    Eigenlijk weet ik wel zeker dat de hele coronacrisis hier mede debet aan is. Voor corona leefde ik een leven waarin ik mezelf twee of drie dagen per week wentelde in mezelfigheid. Dat vond ik heerlijk lekker.

Directeur
Toen kwam Benjamin met de vraag wie het eerst het huis uit gaat.
    ‘Jij hoopt natuurlijk dat Celine binnenkort vertrekt, dan kun jij haar kamer inpikken.’
    ‘Die kamer is niet eens waar ik aan denk, mama.’
    ‘Dat is maar goed ook, want als madammeke weg is, pik ik die kamer in. Waar gaat het wel om dan?’’
    Het komt er uiteindelijk op neer dat Benjamin onder onze neus en Lara diep in de ogen kijkend zegt:
    ‘Ik ga in ieder geval niet het huis uit als ik dan alleen woon.’
    ‘Is dit een huwelijksaanzoek aan Lara? Dat kan romantischer schatje,’ lach ik hard.
    ‘Nee mam, dat alleen wonen vind ik maar niks. Ik vind het best als jullie een paar daagjes weg zijn, een weekend kan ook nog wel, maar langer dan dat? Dat is echt verschrikkelijk saai in huis!’
    ‘Doe mij een week alleen!’, roep ik uit, waarna Marcel me beteuterd aankijkt. Ik vervolg met: ‘met Marcel!’ Hij lacht weer!
    ‘Mam, even serieus. Alleen wonen is toch niks aan?’
    ‘Wees gewoon eerlijk Benjamin. Jij wilt een hulpje die alles voor je doet. Dus Lara moet mee.’
    ‘Eerst wil ik mijn HAVO diploma halen,’ zegt zij wijs. Die halen is haar uitdaging voor 2021. Wat ze daarna wil studeren weet niemand. Benjamin weet dit:
    ‘Zij wordt met gemak leidinggevende. Zij stuurt graag mensen aan.’ Waarop Marcel zich naar Lara omdraait, haar diep in de ogen kijkt en zegt: 
    ‘Als jij Benjamin zo ver krijgt dat hij zijn troep opruimt, zijn vieze was en de sokken niet binnenste buiten in die mand gooit, zijn schone was netjes opbergt en alle vuile vaat voor het avondeten naar beneden brengt, wordt jij met zekerheid directeur bij Shell.’
    ‘Dat wil ik zien. Ik zit eersterangs.’





zaterdag 12 september 2020

Brievenwasserette

Wat een week!
    Het ging van twee bibliotheken, naar een interview, een kringloopwinkel en het bos - van energie krijgen tot instorten. Allemaal omdat ik de afgelopen week zulke leuke dingen ondernam en vooral mijn grenzen enorm voorbij ging. Of dat laatste wijs is? Time will tell. Tot dan ga ik door, want het is allemaal zo ontzettend gaaf.

Thuisblijvers

Hoewel ik die eerste zinnen vol goede moed op mijn beeldscherm mikte, moet ik de keerzijde erkennen. Hoe drukker ik ben, hoe minder bloginspiratie ik ervaar. Alsof ik door alle werk dat ik doe, minder oog heb voor mijn eigen verhaal.
    Wat zeker meespeelt zijn de kinderen of eigenlijk hun afwezigheid. Zij zijn er minder bij. Wat zeg ik nou? Zij minder aanwezig? Echt niet! Eentje is fulltime thuis als hij niet bij zijn vriendin is. Hij loopt zijn stage thuis. De ander loopt stage in groep 5, gaat regelmatig naar haar vriendje en telt in acht weken twee fysieke schooldagen. Waar is ze de rest van de tijd? Thuis!
    Hoe dan input voor mijn blogs missen als zij zoveel thuis zijn? Dat heeft alles te maken met het feit dat zij mij loslaten en ik daarmee ook vaker mijn eigen gang ga. Best lekker hoor, zolang thuis maar onze basis ligt. Voor mij voor altijd, voor de kinderen voor onbepaalde tijd.

Overvol
Soms maken zij die basis voller dan het al is. Daarmee is de titel van mijn tweede boek vastgesteld. Het vervolg op ‘Vanuit mijn Eierdopje’ wordt ‘Overvol Eierdopje’. Ik maak van de titel geen geheim; het boek komt er toch niet. De titel is echter reëel als wat, want regelmatig komen de andere helften van de kids hier logeren. Een berg drukte vult dan (meestal in het weekend) ons huis. Gelukkig is mijn werk dan vaak gedaan, concentratie op artikelen niet nodig. Zo kan ik meegenieten van lang natafelen met ons zessen.

Dreamteam
Dit weekend is het stil in huis. Best lekker, ik moet bijkomen. Of is het nagenieten?
    Afgelopen week, stonden twee dagen in het teken van de Brievenwasserette bij Bibliotheek Lek en IJssel in Houten en IJsselstein. Twee dagen boog ik me met anderen over het vereenvoudigen van brieven van instellingen. We werden zelfs het Dreamteam genoemd. Ik meldde me alvast voor volgend jaar. Naast dat vrijwilligerswerk mocht ik één van die dagen koppelen aan een artikel voor de plaatselijke krant. Die combi was tof, lees maar hier.  Daarbij vroeg de krant om een interview en artikel over biodiversiteit en gaf ik een kennismakingsworkshop Biblejournaling in Huis ter Heide bij ADRA Share & Care. Natuurlijk deed ik boodschappen voor die vrouw van de vorige blog. Ik zeg niets.

Verrassing
Vrijdag was wandeldag! Ik zocht het bos op en vond ruimte om op adem te komen. Zo jammer dat ik me daarna op mijn huishouden moest storten. Soms overweeg ik een hulp in de huishouding om meer te gaan voor wat ik het liefst doe. Mijn LinkedIn profiel heb ik al aangepast.
    Het is allemaal het gevolg van waar ik nu sta. Kon dit allemaal wat eerder mijn pad kruisen dan als zwaar 40+er, eigenlijk 50-er. Iemand kon dat afgelopen maandag trouwens moeilijk geloven. Echt lachen. Ik ontmoette de vrouw die mij tipte op werk bij de plaatselijke krant. Ze vroeg zich af hoe oud ik was.
    ‘Ik weet dat jij oudere kinderen hebt. Je kunt niet 38 zijn, zoals ik.’ Ik voelde het aankomen: she was going to make my day!
    ‘Klopt, ik ben niet 38. Ik ben 48.’ Haar stilte viel samen met ogen die groot werden.

Wolk
Later thuis vroeg ik Marcel:
    ‘Wanneer dender ik van die roze wolk af?’
    ‘Welke roze wolk?’ Hij keek om zich heen.
    ‘Die waarop alles wat ik doe tof is.’
    ‘Meid, voor zolang het duurt blijf jij er maar lekker op zitten.’ Zo heerlijk hè, hij denkt gewoon dit: happy wife, happy house, happy life! Hij is niet gek, dat is duidelijk!


Voorbeeld

Als klapper werd ik donderdag door een taalambassadeur een sterke vrouw genoemd.
    ‘Wie ik? Echt niet,’ reageerde ik geschrokken. Ze legde zichzelf uit:
    ‘Eerder vanmiddag vroeg iemand jou of jullie samen naar Houten terug konden fietsten en jij zei ‘nee’. Jij bent voor mij een enorme voorbeeld. Dank je.’
    ‘Dat vond ik zo lastig,’ antwoordde ik. ,Nee zeggen was nooit mijn beste kunstje. Ik zeg het nog te weinig, tot het om mijn eigen rust gaat,’ zei ik. Zeker in deze tijden van minder rust in huis, ga ik heel bewust om met mijn ruimte buitenshuis en daarom zei ik ‘nee’. Ik wilde op mijn gemak terug naar huis fietsen en stoppen voor een paar plekken die ik wil vereeuwigen. Dat was mijn plan, tot ik besloot binnenkort een middag door IJsselstein te struinen. Die dag relax gun ik mezelf.
    Over sterk gesproken, ik ga!


zondag 6 september 2020

Boterhamworst

Boodschappen doen kan een uitdaging zijn zeg!
    Sinds corona ons land beheerst, doe ik boodschappen voor een vrouw waar ik, als vrijwilliger, bijna zes jaar de boel onveilige maak. Geloof het of niet, ze heeft een hondje waar ik niet bang voor ben. Zelfs mee stoei!
    Als jij had gezegd dat ik ooit een hond zou knuffelen, had ik je volledig en totaal midden in je gezicht uitlachen. Die weddenschap ging ik in met een schrikbarend hoge inleg en weet nu dat ik verloren zou hebben. De trouwe volger (van 513 blogs) kent mijn angst en soms haat aan honden.
    Ik leerde dat het een kwestie van vertrouwen in het baasje is en meegroeien met een pup. Of ik hetzelfde vertrouwen op breng bij een baasje met vier hondjes? Ik neem het liever hondje voor hondje.

Ongezouten

Ik ben sowieso beter in boodschap voor boodschap. Daarom kreeg ik afgelopen maandag via WhatsApp twee korte boodschappenlijstjes van bovenstaande mevrouw. Eén voor Appie, de andere passend bij Jumbo. Ik dacht: ben zo klaar.
    Yeah, sure. Ik leerde dat ik met vier lijstjes sneller uitgewerkt kan zijn, dan met deze twee. Er volgde al snel een appje: mini saucijzen zijn op.
    Zij: Helaas pindakaas.
    Bij wijze van grap vroeg ik: Wil je pindakaas?!
    Zij: Nee, die maak ik zelf, is lekkerder.
    Zelf pindakaas maken? Daar moet ik haar eens vragen. Vervolgens zocht ik ‘Flora Plant’, wat boter bleek te zijn. Had ik maar beter moeten lezen, er stond ‘ongezouten’ bij. Ja, dan weet iedereen direct dat het om boter gaat. Not! Toch?

Schrappen
Daarna volgde Jumbo. Daar stond ‘flyer’ op het lijstje. Juist omdat het er nooit eerder op stond, vroeg ik me af wat het was? Kun je het eten? Bedoelde ze een folder van de winkel? Hoort er een folder bij twee actieproducten? Daar ging een appje: Wat is ‘flyer’?
    Zij: Het staat tegenwoordig op het lijstje, het is verder niets hoor.
    Ik dacht: Mooi! One shoppinkje down! Schrappen is voor mij, als schrijver, bekend terrein. Was het altijd maar zo gemakkelijk.

Zoektocht
Vervolgens las ik: Wit Duivekater brood met basterdsuiker. Wat? Brood ligt achter in de winkel, het is brood van laatste zorg. Wat volgt?: Blik Boterhamworst.
    Makkie, dacht ik en liep naar alle blikvoer. Dat klinkt niet echt sexy, ik weet het. Maar troost je, in huize Typisch Irene eten we ook wel eens uit blik. Zo stond ik tegenover vleesproducten in blik en zocht me suf. Ik checkte drie keer alle schappen en lege vakken. Tot ik bedacht dat het misschien bij de voorverpakte vleeswaren lag. Onderweg daarnaartoe vond ik wat bekende producten en bleef steken bij een ander onbekend item op het lijstje: Kinder Melkschijfjes.
    Zijn dat koekjes? IJsjes? Crackers? Ik herkende het Kinderchocolade logo. Terwijl ik naar de snoepschap wandelde, klonk een vrolijk swingliedje. Ik vond mezelf swingend tegenover de Kinderchocolade producten. Ik checkte even op medeplichtige dansers of ongewenste toeschouwers. Die waren er niet, wiebel-wobbel zo gingen mijn heupen.
    Geen Melkschijfje gevonden om bij navraag te horen:
    ,Hebben we niet.’ 

Blik
Tijd om me te herfocussen op die blik boterhamworst. Iets waar ik nooit in zal bijten en na lang zoeken opnieuw niet vond. Daar ging een appje: boterhamworst in blik kan ik niet vinden.
    Zij: de ovengebrande spek wel?
    Ik: jaaaa, hoeraa! Wat heeft dat ermee te maken?
    Zij: Ligt de blik boterhamworst daar niet bij?
    Ik: Nee, ik zie geen enkele blik.
    Zij: Blikboterhamworst is gesneden
    Ik: Hoezo gesneden? Zijn het plakjes?
    Zij: Yep. Ter verduidelijking volgde een foto van vleeswaar.
    Ik: Het zit niet in blik! Wat doet die blik er dan bij?
    Nu het duidelijk was, zocht ik nog eens alles af en bleek er één leeg plekje. Daar ging een appje: hebben ze niet. Ik lachte de tranen in mijn ogen. Verstoppertje spelen was niets bij deze zoektocht. Een paar collega winkelaars keken me raar aan, wat mijn humor vooral voedde. Die ernstige gezichten!

Brood

Nog één ding: Wit Duivekater brood met basterdsuiker. Zoek-moe als ik was, besloot ik het direct maar te vragen. Dat bleek het wijste besluit van mijn dag:
    ,Hebben we niet,’ zei de medewerker.
    ,Dat is de spreuk van mijn dag. Melkschijfjes hebben jullie niet, blik boterhamworst hebben jullie niet.’
    ,Heb je gekeken bij de blikken daar in de hoek?’
    ,Daar zocht ik een kwartier lang.’
    ,Maar het zit niet in blik,’ zei haar collega, waarop de ander haar aankeek of zij ingeblikt werd.
    ,Hoezo noemen ze het dan blik boterhamworst?’, vroeg de eerste.
    ,Omdat het in blik binnenkomt.’ Ik keek ondertussen de eerste aan.
    ,Jij wilt niet weten hoe graag ik je mag,’ zei ik. 
    ,Hoezo?’
    ,Ik dacht dat ik de enige sufferd was, nu blijkt dat niet zo. Heerlijk!’ Weer een band met iemand gesmeed.

zondag 30 augustus 2020

Smakelijk

Kom, we gaan wandelen. Hup, schoenen aan, vest mee en steek je arm door die van mijn nicht en mij. Op naar de Sallandse Heuvelrug. Of het gezellig wordt? Wat denk jij zelf? 
    Dit is mijn nicht Sophie: bij het maken van een heidefoto, sprong zij beweeglijk en vrolijk als ze is in beeld. Ze telt zestien jaar jong en zit midden in pubertijd 1.0. Dat matcht perfect met mijn pubertijd 2.0. Ze is de jongste dochter van mijn oudste zus, die toen ik in paniek uitriep waar mijn blog over moest gaan, riep:
    ,Over mij!’
    ,Dank voor de tip.’

Jongste
Sophie veroverde al voor haar geboorte mijn hart, omdat ze net als ik de jongste is. Zij lijkt zich er beter door heen te slaan. Ze oogt zelfverzekerder en minder gevoelig. Ik ben trots op haar en duikelde naast haar achterin onze auto. Mijn zwager belandde aan mijn rechterkant. Dit alles omdat dochterlief wilde rijden. Mijn zus zat naast haar als navigatie. Zo achterin kreeg ik spontaan zin om te keten en draaide me met een big smile naar Sophie. Als keek ik in de spiegel draaide zij zich met eenzelfde glimlach naar mij. Dat plezier bleef de hele dag.

Mais
    ,Kijk een veld suikerriet!’, riep ze onderweg. Ik keek en wees mijn zwager erop. Hij weigerde te kijken, stak nog net niet zijn tong uit. Hij zat erbij toen mijn neef, zijn zoon, het volgende zei:
    ,Het verbaast me hoe dom sommige hoog opgeleide mensen zijn.’
    ,Precies! Beter is praktisch opgeleid en slim, kijk naar mij.’ Ik kuchte hard. ,Wat bedoel je?’
    ,Ik vind dat iedereen wat algemene kennis moet hebben.’
    ,Nu word ik bang.’
    ,Tante,’ verzuchtte hij: ,Jij weet toch hoe een maisveld er uit ziet?’
    ,Jazeker, wat denk jij nou?’
    ‘Ik hoorde eens een paar hoger opgeleide grieten bij een maisveld vragen of dat suikerriet was.’
    ,Jippie, dan zit het goed met mijn algemene kennis.’
    ,Ja, tante!’

Rotzooi 
In de auto boog Sophie zich naar de grond.
    ,Wat is dit?’
    ,Dat is één van de twee speeldoosjes van Scheepslag’, antwoorde ik, waarop zij het opende en we een hoop pinnetjes en één bootje ontdekten.
    ,Oh ligt die hier? Ik was het al kwijt,’ mengde Celine zich in het gesprek.
    ,Het lag al die tijd aan je voeten,’ zei ik en plaatste terwijl Sophie meekeek het bootje in het veld en vroeg: ,Rara, waar ligt de boot?’
    ,Daar op de grond!’ Ik volgde haar vinger en zag half onder de automat meer pinnen en bootjes verscholen liggen.
    ,Hoera, je hebt gewonnen! Snel hang slingers op!’

Steen
    ,Wat doet deze hier?’, vroeg mijn zwager en hield een steen op.
    ‘Die komt uit Frankrijk.’
    ,Jullie zijn daar toch niet geweest?’
    ,Dit jaar niet nee, maar alle 18 jaar hiervoor wel. Ik weet niet van welk jaar die is, maar ja, ik zit nooit achterin. Sophie ik weet een spelletje: wie de leukste troep in de auto vindt. Daar ligt een herfstblad.’
    ,Delen!’, riep Sophie.
    ,Ik kan er niet bij.’
    ,Ik zie een schroevendraaier.’
    ,Bij mij ligt een wit pluizenballetje.’ We keken er beide naar met een “ah wat schattig”.
    ‘Tante Irene, jij wint de wie-vindt-de-leukste-rotzooi-wedstrijd. Gefeliciteerd.’


Oproep

Inmiddels aan de wandel, vroeg ik Sophie’s broer of er een meisje in zijn hart leeft.
    ,Nee.’
    ,Ik gun hem een leuke vriendin. Zullen we een oproep doen via jouw blog?’, opperde Sophie even later.
    ,Ja, stel een profiel op.’
    ,Een meisje van een jaar of negentien, hoog opgeleid, maar niet dom; ze moet tegen grappen kunnen en goed met mij om kunnen gaan. En ze moet er wel een beetje goed uitzien.’
    ,Waarom niet gewoon super goed, je broer ziet er ook top uit.’
    ,Dan stellen we wel heel hoge eisen hè?’
    Bij deze de oproep geplaatst.

Boom
    ,Irene! Ik vond een stok. Mag die mee?’, riep Rick ineens. Hij trok aan een boom van zo’n zes meter.
    ,Als je ‘m meekrijgt, ja. Je bent net zo’n hond met een te grote tak die de deur niet in kan. BOEM, tegen de deurposten opgebotst.’
    ‘Er bestaan ook Chihuahuas,’ zei Sophie. ,Die zijn zo klein, het lijken ratten. Ooit stamden ze af van de wolf. Wat is er mis gegaan met de mensheid dat ze zulke hondjes ontwierpen?’
    ,Dat is echt een levensvraag meid. Ik weet het ook niet.’

Theelepel
Weer thuis, schotelde mijn zwager me een Latte Macchiato voor. Raar eigenlijk voorschotelen, drink jij van een schotel? Het is dus voorbekeren.
    ,Sophie, pak even een theelepel, please?’
    ,Nee!’
    ,Jij staat toch bij de la?’, vroeg ik verbaasd.
    ,Ja, maar je krijgt geen theelepel. Het is vandaag eetlepeldag.’
    Zo roerde ik, na toevoeging van een kwart eetlepel suiker, met die eetlepel in mijn koffie. Het smaakte prima. De hele dag smaakte heerlijk.
    Wens ik jou een week met net zulke smakelijke contacten! 




zaterdag 22 augustus 2020

Scheiding

De kegel is door de kerk. Wacht, dat klopt niet. Er is iets door de kerk, maar niet de kegel. Ireen, think, think, think. Wat gaat er door de kerk? Ik in ieder geval niet, want onze kerk is nog steeds gesloten. Ik weet het! De klepel gaat door de kerk. Vraag ik me toch even af, waarom niet de hele klok? Zegt Marcel op mijn vraag of het nu klopt:
    ‘Irene, de kogel is door de kerk.’
    ‘De kogel? Hoezo?’
    ‘Ja, geen idee.’
    ‘Ik vind een kogel door de kerk niet meer kunnen. Het is walgelijk. Ik ga demonstreren vóór de klepel.’

Scheidverbod
Wat ik met die klepel wil zeggen is dat Marcel en ik gaan scheiden. Zo, dat is er uit en nu niet allemaal over ons heen buitelen met vriendin Judith voorop. Zij riep ooit een scheidverbod over ons uit. Luister goed: we doen het toch!
    Wij gaan scheiden; niet van tafel, maar van bed. Of all places. Om met de woorden van Herman Finkers* te zeggen: dan zijn we genoodzaakt het op tafel te doen. Ik kan slechtere plekken bedenken, maar oké. Deze scheiding is de schuld van vakantie 2020. We lieten het Franse buitenleven aan ons voorbij gaan. En eerlijk, ik heb het minder gemist dan verwacht. Daartegenover waren de nachten behoorlijk op z’n Frans. Hete nachten in overvloed.

Hotelovernachtingen
Van die overvloed beleefden we drie nachten in hotels. Ik kan er wel aan wennen om na een langere wandeling, de benen languit op een hotelbed te leggen, vervolgens buiten de deur te eten, een slaappoging te wagen en de volgende ochtend een compleet verzorgd ontbijt te verorberen! Met een goed gevuld rond buikje durfde ik de volgende lange wandeling met gemak aan.
    Over de nachten, hoewel te warm, niets dan lof. Dat had vooral te maken met de bedden, niet met Marcel en al zou dat wel zo zijn, dan zei ik het lekker niet. Tralala.

Schrikeffect
De hotelovernachtingen waren pure testmomenten, want we sliepen steeds in twee afzonderlijke bedden.
    ‘Gaaf om te testen of we beter slapen wanneer we elkaars gewiebel, gedraai of hitteaanvallen niet voelen.’ Het moge duidelijk zijn dat we slechte slapers zijn. Het is tijd om te zoeken naar oplossingen voordat we werkelijk uitgeput neervallen, wat af en toe al gebeurt. Daarbij mag je best weten dat vooral Marcel echt enorme moeite doet om mij met zijn nachtelijke uit-bedstapsels niet wakker te shaken. Als ik dan eens goed slaap en hij een tussenstop moet maken, sneakt hij als het ware het bed uit door zijn hele lichaam richting bedrand te schuiven, laat zijn benen uit bed glijden en staat heel zachtjes op. Het bed maakt amper beweging en tada: madam wordt toch wakker. Niet doorvertellen hoor, vind ik zielig. Ondertussen sluipt hij op tenen de kamer uit.
    Sluipen is over all zijn specialiteit. Sta ik nietsvermoedend te koken of zit ik aan mijn bureau, grijpt hij me ineens bij mijn… Ho, zing ik opnieuw tralala, mooi niet dat ik schrijf waar. Hou het er maar op dat hij plotseling achter me staat. Dat ik al mijn vingers nog heb, mag een wonder heten.

Aanpassingen
Tegen alle verwachtingen in beviel het los van elkaar slapen en hebben we nagedacht over de gevolgen voor thuis, met onze aangekondigde scheiding tot gevolg.
    We sliepen al op twee aparte boxsprings, echter de bovenste matrassen werden bijeen gehouden door één tweepersoons hoes. Die wordt vervangen door twee éénpersoons hoezen. Het grote tweepersoons topdekmatras was sowieso aan vervanging toe, dat worden eveneens twee losse exemplaren. Bij wijze van proef knipten we de topdekmatras door midden en sliepen een paar nachten op losse bedden. Zo telt onze scheiding wel 5 centimeter. Het is voldoende om niets van elkaar te voelen tijdens de slaap. Heerlijk!

Optelsom
We waren er echter nog niet. Wat volgde was het afscheid van het tweepersoons dekbed. Zo’n smalle scheiding kost best veel geld. Met dit voordeel: het jatten van het dekbed eindigt hier. Ik kreeg mijn eigen dekbed! Yes! Mijn tralala klinkt steeds harder.
    ‘Zullen we nog even geen nieuwe dekbedhoezen kopen?’, opperde manlief bij het aanschaffen van twee dekbedden. ‘Eerst wil ik de slaapkamer opknappen.’ Grappig, de vakantie is maandag voorbij en nu neemt kluszin hem over.
    ‘Goed plan, als we de kleuren van de kamer weten, zoeken we bijpassende dekbedhoezen.’
    ‘Hebben we tot die tijd wel beddengoed?’
    ‘Natuurlijk! Ik heb nog de kinderhoezen van vroeger. Kijk!’
    
‘Oh, leuk! Ik wil onder Pardoes, dan mag jij Pardijntje.’
    ‘Ik heb helemaal zin in mijn eigen bedje.’
    ‘Anders ik wel, kan ik na een nachtelijke tussenstop eindelijk in bed springen zonder dat jij iets voelt.’ Meneer demonstreert het gelijk even.
    ‘Plannen we wel af en toe een date op één van de bedden?’
    ‘Is dat nodig dan? We hebben de tafel toch?’




Hieronder Herman Finkers. Op 4.22, wat ik citeer:

 

zondag 16 augustus 2020

Natuurmo(nu)menten

Er gebeurt tegenwoordig niet zoveel en toch veel in huize Van Valen. Times are changing. Het is het gevolg van het hebben van volwassen kinderen. Zo leuk, weer een nieuwe fase en tegelijkertijd zo wennen. Zo klonk in juni:
    ‘De knoop is doorgehakt, we slaan La France over. Zijn er dingen die we dan wel samen kunnen doen in Les Pays-Bas?’ Een helder en duidelijk antwoord bleef uit. Wel zeiden de kinderen in koor:
    ‘Mama, trek gerust jullie eigen plan, doen wij ook.’ Nadat ik dat deelde met Marcel, trok hij nog sneller dan ik een tof plan.

Noodrantsoen

    ‘Irene, wij gaan er gewoon af en toe een dag of twee tussen uit. Als het ergens bevalt blijven we steken in een hotelletje. Nee, dat boeken we vooraf gewoon. Wat denk je daarvan?’
    ‘Dat klinkt als een nieuwe ervaring. Misschien ga ik het zo leuk vinden dat kamperen van ons menu geschrapt wordt.’ Ik besloot, door het eerste gedeelte van Marcels idee, om sowieso standaard tandenborstels, tandpasta en schoon onderkleding bij ons te hebben, waar we ook heen gingen. Dat is toch het meest noodzakelijke bagage als je ergens overblijft?

Inpakken 
Mag je raden wat ik bij onze eerste overnachting vergat?
    Precies, de tandenborstels. Serieus! Ik wilde ze uit de kast pakken, werd gestoord en vergat ze vervolgens volledig. Zo gaat dat vaker met mij. Ik ga er geen smoes op loslaten, het is mijn realiteit en maakt me bang. De dag komt dat ik mijn hoofd nog vergeet.
    Gelukkig gaan we niet dood als we één avond onze tanden niet poetsen en Xylifresh Peppermint is in nood een prima alternatief zei ooit mijn tandarts. Dus beter dat dan niets. Eenmaal thuis pakte ik nog voor het uitpakken de tandenborstels alvast in en weet nu al dat ik volgend jaar twee tandenborstels in die tas vindt. Ik durf ze er niet meer uit te halen.

Natuurmonumenten
Ondertussen zijn we twee keer twee dagen samen op stap geweest. Dat is voor sommigen oud nieuws, 
want foto’s daarvan zijn gedeeld op Feestboek. Gedeeld plezier is dubbel plezier. Valt het hoge aandeel van Natuurmonumenten daarbij op? Zonder dat zij er weet van hebben, bepaalden zij de afgelopen uitstappen en ook die van komende week.
    Twee jaar geleden vielen wij voor hun wandelingen in en rond ’s Gravenland en de Plassen ten westen van Hilversum. Hun app NatuurRoutes is daarbij onze leidraad en geeft naast de routes extra informatie. Zo wordt het naast een wandeling, een ervaring. We zijn nog nooit teleurgesteld.

Feedback
Oeps, dat lieg ik. Hun app, die geweldig is, loopt niet synchroon met onze GPS. Af en toe moeten we de route opnieuw starten om informatie te lezen over een bereikt punt. De app is voor de route zelf niet noodzakelijk, de routepaaltjes zijn overduidelijk aanwezig. Een andere teleurstelling was dat Bezoekerscentrum Oisterwijk op maandag gesloten was. Ik moest nodig en kon er niets mee. Vervolgens hoopte ik dat ik zo zou zweten dat het vocht op een andere manier mijn lijf zou verlaten.
    Kan ik nu zeggen: gelukt!
    Eigenlijk vergat ik bij het voorbijgaan aan de eerste routepaal iedere behoefte. Daar lag de eerste ven. Een pracht plek. Het is dat we nog dertien vennen te gaan hadden en er mistte een bankje, anders zou ik daar al gaan luieren en dagdromen. Niet echt een goede start van een tocht van negen kilometer. Ik wilde de schoonheid indrinken.

Verrassingen 
Dat deed ik de hele route. Die ik overigens niet helemaal ga bespreken hoor. Wel zeg ik dat iedere route van Natuurmonumenten fantastisch is. Ik vergeet nooit één van de eerste routes. Marcel zocht ‘m uit:
    ‘We gaan een vierkantje lopen, waarvan een gedeelte op de weg. Volgens mij kan het geen mooie tocht zijn, maar ja, we willen dicht bij huis en een paar kilometer.’ 
    Het bleek een meevaller van 100%, dat zich herhaalde bij andere ogenschijnlijk saaie routes.
    Op Gooilust ontdekten we een bloementuin, het Oppad en Krommeradepad bracht me dichter bij schapen dan ooit, Hilverbeek en Spanderswoud verraste met een prachtig ommuurde wijngaard, de Bomenroute verraste met prachtige bomen; vooral door de Moerascipres met luchtwortels die lijken op kabouters boven de grond. Elders ontdekten we een folly en banken die zo groot waren dat mini-me er alleen op kon komen met het bijhorende opstapje. Daar zat Pinkelientje. De afgelopen wandelingen verraste met teksten op iedere bank.
    Teksten en ik… onafscheidelijk. Sommige bankjes waren bezet en ik nog net fatsoenlijk genoeg om de bankzitters niet te vragen even te wieberen zodat ik een foto kon maken. Meestal kon ik in het voorbijgaan de tekst wel ontwaren.

Belevenissen
Het mag duidelijk zijn, wij zijn Natuurmonumentenfans. Iedere wandeling telt een of meerdere verrassingen. Daarmee maakt Natuurmonumenten waar wat hun boekje ‘Beleef de natuur’ zegt. Wij beleven volop en gaan weer door!
    Toedeloe!



zaterdag 8 augustus 2020

Afkraken

‘Jammer dat jouw auto niet op afstand open te bliepen is, dan zouden we ‘m zien staan,’ klonk mijn manneke na een nachtwandeling afgelopen donderdag. Rood mag overdag opvallen; in het donker niet. De eerste parkeerplaats herkenden we niet, daarom liepen we door naar de volgende. Daar stond mijn monstertje behoorlijk alleen en zonder bliep gewoon gevonden.

Airco
Het was, bij de weg, een zoveelste klacht op mijn auto. Vorige week moest mijn auto naar de garage, iets met de sensoren van de remmen. Het kon geen kwaad, maar men raadde me aan rustig te rijden naar Eindhoven. Ik dacht: ik heb een beter plan. Ik rij rustig terug naar huis. Een paar dagen later nam Marcel mijn karretje mee naar de garage en zijn werk. Die wonen naast elkaar. Later bij thuiskomst klonk:
    ‘Tjonge, dat is niet te doen, een auto zonder airco.’
    ‘Jawel hoor, ik leef nog. Dan nog wat, vorige week kwam je thuis met: Tjonge, dat is toch wat, een huis zonder airco. Ik werk hier in dit huis, rij in die auto. Hoor ik respect?’

Ramen
Dus meneer klaagt op ons aircoloos huis en mijn auto. Dat geklaag…
    Hij mag het allemaal hebben: mijn auto, dit huis en neem gelijk mijn opvliegers mee. Hij loopt te klagen, maar hoor je mij over oververhitting van een van deze drie? Nee, I accept! It’s my life! Iets met niet klagen, maar dragen.
    Dan nog wat, mijn auto heeft ramen. Die draai je open en tralala, wind! Ja, ook herrie, maar liever dat dan een plasje water in de stoel. Hoewel er vast mensen zijn die me graag zien smelten. Mijn leven is mij echter te dierbaar om hen dat plezier te gunnen.

Wind

Zo gingen Marcel en ik er twee daagjes tussenuit met mijn auto. Marcels auto was gereserveerd door dochterlief, want zij kon die grote VW Caddy XL wel gebruiken voor de verhuizing van haar lief, Rick. Sinds madam met haar rijbewijs wappert, is ze er steeds vandoor met mijn auto.
    Nu eens die van haar pa en dus rijden wij in het koekblikje naar Drenthe met ramen open.
    ‘Heerlijk die wind in de haren,’ zei ik nog rijdend op de rondweg. Eenmaal op de A28 vlogen mijn krullen meer voor de ogen dan dat ze achter mijn oren bleven zitten. Ik deed het raam wat dichter.
    ‘Ik zie de weg niet meer liggen door al dat haar.’ Waarop manlief met zijn hand door zijn net geknipte coup wreef. Het is dan niet langer dan anderhalve centimeter en staat stijf van de gel.
    ‘Nou, verschrikkelijk! Ik heb ook zo’n last van de wind in mijn haar.’ Hij praat graag mee.
    ‘Schatje, er wiebelt niet één haartje mee.’
    ‘Oh jawel, kijk deze,’ waarop meneer met zijn hand een plukje laat bewegen.
    ‘Warempel, nu je er aan zit, zie ik dat je haar kan bewegen. Wauw! Je hebt ook zo’n bos met haar.’
    ‘Precies na deze wind-rit zit mijn haar voor geen millimeter en dat omdat je geen airco hebt.’ Hij mag blij zijn dat hij mijn coup niet heeft. Hij zou heel snel klaar zijn met alleen al het wassen, spoelen, föhnen en behandelen tot antipluis modus.

Achteruit
Het was in Uffelte dat Marcel, nadat ik met mijn sleutels voor zijn neus rammelde, een ritje voor zijn rekening nam.
    ‘Jij mag rijden, ik heb nog geen koffie op.’ We stopten bij de Appie in een dorp verderop om onze boswandeling-pick-nick bij elkaar te scharrelen. Alles ingepakt in de rugzakken en onze plaatsen ingenomen, zette meneer de auto in zijn achteruit. 
    ‘Wat is dat, geen piep? Ook al geen achteruitrijbliepjes.’
    ‘Nee, in mijn auto betekent BOEM dat je had moeten stoppen. Werkt prima hoor.’
    ‘Dan moet ik maar weer eens achteruit kijken.’ 
    ‘Weet je wat ik zo onderhand vind?’
    ‘Nou?’
    ‘Dat ik van ons twee de beste chauffeur ben. Jij kraakt alles aan mijn auto af wat bij jou pure luxe en gemakzucht is. Ik rij tenminste door zonder al die luxe en klaag nooit. Het is net als met die E-bikes. Zeggen ze: ik heb heerlijk gefietst. No way! Op eigen kracht, zoals ik, dat is het echte werk en nog goed voor de benen ook. Hahaha, je dacht dat ik bips ging zeggen hè?’ Marcel is er stil van. 
    ‘Waar zit jouw cruise control?’
    ‘Als jij nu niet heel snel je mond houdt en stopt met het respectloze commentaar op mijn karretje, zet ik een mes op je keel.’
    ‘Die plastic mes uit de rugzak?’ klinkt enigszins angstig naast me. Meneer weet dat ik dwingend kan zijn. 
    ‘Jij vindt mijn auto een blikje op wielen dat allerlei gepiep mist. Ik geniet van die pieploosheid, maar hoor jou eens, Mister Piep. Ik wil genoegdoening: een winstuitkering ter waarde van een rode Fiat 500!’
    ‘Irene, jij hebt echt een heerlijke auto!’