zaterdag 11 juli 2020

Spelletjesavond


Hoewel de titel in meervoud is, moet jij je niet laten misleiden door dat woord. Na mijn vraag of we vanavond een spelletje konden doen, bogen de mannen zich over een spel, terwijl ik alle bewijzen van een heerlijke maaltijd (want ik kook heerlijk) wegmoffelde in de vaatwasser.
    Eenmaal samengeschoold bleek het spel een combi van De jongens tegen de meisjes, Mens-erger-je-niet, Boggle en allerlei extra rommel. Spelregels werden ter plekke bedacht, herschreven en aangepast.
    ,Ik leer regels door te spelen, waar is de dobbelsteen?’, vroeg ik. De ronde dobbelsteen werd weggerold. Vervolgens opende Marcel het potje met dobbelsteentjes die zonder leesbril onleesbaar zijn, waarop Benjamin de bruine dobbelsteen pakte. Hij gaf die aan de meisjes.
    ,Wie het hoogst gooit mag beginnen.’
    ,Mag ik iets zeggen?’, vroeg ik.
    ,Nee!’ Celine gooide de dobbelsteen. Wat ze gooide weet niemand, want Marcel gooide een andere dobbelsteen en riep:
    ,64! Wij mogen beginnen.’
    ,Die opdracht met de ijsklontjes in de broek is er niet bij toch?’, vroeg Benjamin. Die kaart kreeg hij ooit voor zijn kiezen, eigenlijk voor z’n ballen.’

Massage
Nog amper begonnen moesten de vrouwen de mannen (niet de eigen partner) masseren. Terwijl ik Ricks schouders verwende en Lara die van Marcel behandelde, werd Benjamin bijna vermoord: Celine zette haar nagels volledig in zijn huid met striemen tot gevolg. Zei ik al lange nagels? Dan ben ik duidelijk beter, geen klacht gehoord. Rick kent natuurlijk de gevolgen als hij durft te klagen over zijn schoonma.
    Klonk daar ineens: kies twee teamgenoten, blinddoek hen en knijp vijf wasknijpers op hun kleding. Vervolgens moesten de geblindoekten bij elkaar de wasknijpers zoeken. Lara en ik kregen de blinddoeken om, Celine versierde ons met wasknijpers. Ik vroeg Lara of ze het wel oké vond dat ik haar in mijn zoektocht naar de wasknijpers ging betasten. Ze stemde toe, waarna ik alvast mijn excuses aanbood als ik haar per ongeluk ergens ongepast zou aanraken.
    ,Eigenlijk zoek ik liever bij papa,’ gaf ik toe.
    ,En ik bij jou,’ zei hij.
    ,We weten allemaal waar jij je handen zou zetten hè?’ Gelukkig grepen wij vrouwen elkaar niet naar de tieten. Toch vroeg het om vertrouwen om elkaar zo dichtbij toe te laten, vooral als je elkaar nog maar een paar weken kent.

Stress
Vervolgens belandden we in een kring. Benjamin stond in het midden met een opgevouwen krant in zijn hand. Bij het noemen van een naam moest hij die persoon op de knie slaan, tenzij die persoon een volgende naam noemde. Marcel startte met:
    ,Celine.’ Ze schrok! In slow-motion verliep het zo: Marcel keek de cirkel rond, zag Celine en noemde haar naam. Zij  keek verschrikt op, want bedacht nog wie zij zou noemen na haar. Benjamin draaide zich traag (we zijn nog in slow-motion) om, bewoog de krant in haar richting en sloeg haar. Van schrik riep zij:
    ,Celine!’ BAM nog een mep! Het spel lag stil, iedereen lachte zich krom. She had one job: een ander te noemen en noemde zichzelf. Benjamins reactievermogen was buitengewoon fenomenaal. Hij sloeg zo snel dat Celine niet wist waar ze het had. Een volgende ronde verliep precies hetzelfde. Celine kon duidelijk niet goed denken onder stress.

IJsklontjes
Benjamin kreeg een uitdagingskaart iets met ijsklontjes. Kijk dit:


Ik kreeg een waarschuwing.
    ,Mama, je noemt mijn naam niet in je blog.’ Hij bedoelde zijn bedrijfsnaam. Zou ik dat wel doen, dan slingert hij twee foto’s van mij op het Wereldse Wauwel Web. Ik weet niet welke foto’s, maar zijn waarschuwende blik maakte me bang. Ik mag zijn naam niet noemen, maar wel verbergen, toch? Onthoudt Benny. Het andere woord volgt later.

Handstand
Kregen de meisjes deze opdracht: één van ons moest tien seconden in handstand tegen de deur staan.
    ,Nooit gekund, never will,’ riep ik.
    ,Wel mijn kunstje,’ riep Lara. Ze zette haar handen op de grond en hupte sierlijk haar benen boven zich tegen de deur waar achter de voorraadkast zich verstopt. Celine telde:
    ,Eén, twee, drie…’
    ,Whoops,’ hoorde ik ineens, waarna Lara haar benen liet zakken.
    ,Dat waren geen tien seconden,’ zei ik verschrikt en zag Lara haar trui in haar broek proppen. ,Oh, en het waren precies de mannen die je bh zagen. Is ie mooi?’, vroeg ik hen.

Blaastest
Rick gooide snel het spel verder en las de opdracht: leg een spel kaarten op een fles en blaas de kaarten er af. Wie de laatste kaart eraf blaast verliest.
    Marcel blies beheerst een paar kaarten weg. Benjamin blies rustig drie kaarten van de stapel. Rick blies een paar keer zonder resultaat, tot hij iets harder blies en de hele stapel van de fles viel. Hard gelach volgde, vooral nadat men helemaal blij werd van mijn gelach. Snap ik niets van, maar ik mag  dit verhaal alleen delen als ik die laat horen.

  
    Tenslotte moest Benjamin, die van de Productions, iemand bellen die niet op mocht nemen. Zal ze hem nog terugbellen?





zaterdag 4 juli 2020

Heulen

Weet je nog, de blog van twee weken geleden? Er moet me iets van het hart. Geen zorgen ik moest die blog zelf ook vluchtig scannen, want vijf artikelen, tig opvliegers en een blog verder, vergeet zelfs ik wat ik eerder schreef.
    Samengevat zegt die blog: men mistte groente in de Kip TandooriRemember?
    Ik ben gewend aan gepieper: ik kook te heet; te lekker (het bestaat); te laat; te vroeg; alweer dit?: waarom nooit meer dat? Echter dat destijds de groenten werden gemist, was een trigger!

Variatie
Hebben ze in huize Typisch Irene enig idee van hoe ik hullies gezondheid op het oog heb? Hoe ik zorg voor afwisseling in geur, kleur, smaak en vitamientjes? Het is de verscheidenheid van de vitamientjes waar ik de grootste zorgen ervaar. Ze eten hier het liefst alleen sperziebonen en Chinese wokgroenten. Celine schuift, net als ik, heel graag erwten naar binnen, maar daar houdt de afwisseling op. Daarom vul ik iedere maaltijd aan met konijnenvoer en klaar is het palet. Weliswaar een minipaletje.

Ovenschotel
Ik besluit als chef-kok meer verschillende ingrediënten op het menu te zetten. De vreters hoeven niet bang te zijn voor rode bieten, rode kool of witlof, hun afschuw daarvoor is walgelijk hoog. Dat eet ik wel in mijn eentje. Bloemkool leek me echter wel een goed alternatief ingrediënt. Dan niet gewoon gekookt, maar omgetoverd in een heerlijke ovenschotel à la Allerhande. Marcel keek in de oven:
    ,Irene, echt? Bloemkool?’ Hij stak er zijn tong bij uit.
    ,Ja, bloemkool.’
    ,Dat is niet lekker te maken.’
    ,Jawel hoor, gegratineerd met kaas is het jummie.’
    ,Nee, dan is het minder vies.’

Wortels
Benjamins blik werd er één alsof hij naar de ergste horrorfilm ooit keek - een en al gruweligheid. Ter aanvulling op het wit van de ovenschotel, zette ik een schaaltje rauwe worteltjes op tafel. Lekker gemakkelijk, dacht madam: lust je het één niet, dan toch het andere? Hoewel voor Benjamin dit geen enkel verschil maakte; wie eet er nou rauwe worteltjes?
    Ik! Echter toen ik er één wilde smikkelen bleken ze op twee na op. Ik bood ze Benjamin aan. Hij wuifde ze heftig zwaaiend weg.
    ,Hoezo zijn de wortels al op?’, vroeg ik.
    ,Nou, mam, ik ruik bloemkool en dacht: dan maar wortels,’ zei Celine.
    ,Precies mijn idee,’ vulde Marcel knagend aan.
    ,Goed, dan eet ik die zielige laatste twee op.’
    ,Mam, dit is pay-back voor de radijsje,’ lachte Celine en bokste haar vader tegen zijn schouder.

Grafsteen
Die opgevroten radijsje wordt mij de rest van mijn leven aangerekend. Op mijn grafsteen staat: ze at alle radijsje op - we zullen haar missen.
    Wacht! Celine leest blijkbaar toch af en toe een blog. Vandaag ontdekte ik dat zij ze niet allemaal leest, want ze vroeg of er kersen in mijn boompje groeien.
    ,Got you! Jij hebt mijn blog niet gelezen.’
    ‘Hoezo?’
    ‘Daar ging het vorige week over. Eigenlijk een verhaal over seks!’ Ik denk dat Celine vanavond die blog leest.

Heulen
Terug naar de bloemkoolschotel en drie opgetrokken neuzen.
    ,Mama, dat jij je inlaat met bloemkool is heulen,’ klinkt Celine beslist. ,,Ja, het is heulen met de vijand.”
    ,Dat maakt mij dan toch direct mede-vijand? Ik bedoel, heulen… Wat is heulen?’ Ik open encyclo.nl.
    1) Collaboreren. Oh ja, nu snappen we het massaal. Wat staat er verder?
    2) Gemene zaak maken. Het blijft onverhelderend. Wat zegt drie?
    3) Samenspannen. Nu hebben we het ergens over. Zeg dat dan gelijk! Optie vier en vijf verhelderen het extra:
    4) Samenwerken met de vijand
    5) Samenzweren. Was dat nou zo moeilijk? Ik werk dus samen met de vijand, dat maakt mij vijand.

Bekendmaking
Als ik dan toch de vijand ben, meld ik maar meteen het volgende:
    ,Vanaf nu eten we één keer per maand bloemkool en morgen een prei-schotel. Wie dat niet lust kan zijn boeltje pakken en bij opi en omi (mijn schoonouders) eten. Ik zie omi al in de deuropening staan springen met haar armen wijd en roepen: wat willen jullie eten?’ Klinkt driestemmig:
    ‘Jouw bami!’

Staken
Ik overweeg wat mij te doen staat en bedenk: er wordt tegenwoordig veel gestaakt. Dat lijkt mij ook
wat.
    ,Ik ga staken,’ meld ik compleet onverwacht aan tafel.
    ,Waartegen?’, vraagt mijn lief.
    ,Tegen het gezeur aan tafel. Ik wil mijn stem laten horen.’
    ,Ga jij lekker elke dag staken, Irene. Dan neem ik ondertussen een abonnement op Thuisbezorgd. Ze mogen alles bezorgen, als het maar geen groente is.’
    ,Joh, ze moeten een app ontwikkelen, waarop je in kunt vullen wat je niet lust aan groente,’ merkte Celine op.
    ,Dan ben jij snel klaar: alles selecteren en voorzien van een groot kruis. Ik ben serieus benieuwd hoe jij het later doet met koken.’
    ,Rick kookt!’, roept madam triomfantelijk.
    ,Gezond! Hij lust ook geen groente.’
    Ik snap ineens waarom ze hem koos.

zaterdag 27 juni 2020

Bloem zoekt bij

   ‘Marcel wil je kersen?’, vroeg ik vanuit de keuken.
   ‘Ja, lekker.’
Even later liep ik de serre in met twee bakjes kersen en plofte op mijn bankje. Jaja, we hebben ieder een eigen love-seat in de serre, met dit verschil: de benen van mister-veel-te-lang-voor-mij liggen altijd op mijn bankje. Als ik van mijn zijde hetzelfde wil doen, bungelen ze ergens tussen mijn en zijn bankje in. Daarom zat ik al snel met opgetrokken benen op mijn eigen bankje met een kers in mijn mond.

Kersentijd
   ‘Wat zijn de kersen van de Appie toch lekker hè?’
   ‘Inderdaad, ik denk dat het mijn favoriete fruit is,’ antwoordde manlief vlak voordat hij een pit uitspuugde. ‘En het is nog niet eens kersentijd.’
   ‘Wat? Marcel! Waar rijdt jij nou iedere dag langs?’
   ‘Hoe bedoel je?’
   ‘Jij rijdt dagelijks Houten uit en weer in. Daarbij rijdt je langs een kersenboomgaard. Raad eens wat ze daar verkopen?’
   ‘Oh ja, nu je het zegt, aardbeien!’
   ‘Vergeet dit nooit: juni is kersentijd!’
   ‘Gesnopen! Hoe zit het eigenlijk met ons kersenboompje?’

Arrogantie
Ik sprong zelden zo snel van mijn plek en stond sneller dan Marcel de volgende kersenpit uitspuugde bij de kersenboom in onze voortuin. Ik telde welgeteld nul kersen. Beteuterd liep ik terug naar mijn plekje.
   ‘Ons boompje is niet bestoven, bestuift, bevrucht.’
   ‘Wat? Is er niet één bijtje langs geweest om de bloesem plat op de bek te zoenen?’
   ‘Blijkbaar niet één. Ze zijn zo ons boompje voorbijgevlogen.’
   ‘Heb jij wel gezien of ze sowieso langs vlogen?’
   ‘Jochie, zie ik eruit alsof ik ze ooit zie vliegen?’ Lachte ik hard. ‘We hoeven ze nu ook niet te zien vliegen. Ze hadden hier in het voorjaar moeten vliegen.’
   ‘En dat deden die arrogante zoemers dus niet, wat een verraad! Was ons boompje niet goed genoeg? Het zijn duidelijk de bijen van vroeger niet.’ Tjonge, nog even en mijn lief gooide ergens mee. Wat een medeleven voor een kersenloze boom.

Lentekriebels
Hiermee hadden we ineens een uitdaging: om volgend jaar kersen uit eigen boom te hebben, moeten we aan de slag.
   ‘Zullen we de boel dan maar zelf bestuiven? Aangezien wij het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes kennen, moet dat lukken,’ klonk Marcel wijs.
   ‘Natuurlijk, wij zijn niet helemaal van de gekke,’ antwoorde ik om na een korte stilte te bekennen dat ik eigenlijk totaal niet weet hoe het werkt. ‘Marcel, ik denk toch dat we eens op moeten zoeken hoe dat zit met die bloemetjes en bijtjes. Ik heb zo’n idee dat we helemaal verkeerd zitten.’
   ‘Komt dat even goed uit, we kunnen ons achternichtje straks even vragen hoe het zit, zij heeft er vast meer over geleerd in de week van de lentekriebels. Die was nog niet zo lang geleden toch? Zij leert die dingen op school.’
   ‘Goeie, hé Marcel hadden jullie vroeger ook zo’n week op school. Ik herinner me er niets van.’
   ‘Och dat weet ik niet meer. Het zal me echter niets verbazen als jouw achternichtje van acht zegt: maar tante Irene dat is gewoon seks, weet jij dat niet eens?’
   ‘Zeg ik tegen haar, nee meid, weet ik niets van. Ik ben een boomer, weet je.’

Tinder
Marcel en ik besluiten dat we bijen moeten zien te lokken in plaats van te oefenen in zelfbestuiving of kruisbestuiving. Ik bedoel maar, is het voldoende om met een kwastje van het ene bloemetje over het andere te strijken of moeten het bloemen zijn van verschillende bomen?
   ‘Ik weet het!,’ roep ik uit. ‘Allesweter en liegbok Google weet raad. Wat wij niet weten, weet hij.’
   ‘Misschien kunnen we een advertentie plaatsen in de krant: bloem zoekt bij. Jij zit dicht bij de redactie, staat op gezellige voet met de redacteur, maak daar even misgebruik van.’
   ‘Misschien maken we beter een account aan op een datingsite à la Tinder. Bloesem zoekt bijenmatch,’ opperde ik ineens.
   ‘Daar hebben zij natuurlijk ZOOM voor. Ineens begrijp ik de naam. Wij denken dat het een perfecte site is voor online vergaderingen, maar het is stiekem een datingsite voor de bloemetjes en bijtjes.’
   ‘Snel! Maak een account aan voor ons boompje!’

Open huis
   ‘Kunnen we niet beter Open Huis houden?’, bedacht Marcel.
   ‘Dan heet het natuurlijk Open Bloem. Of Gluren bij de Buurbloemen.’
   ‘Of de Open Bloemen Route. Laat de bijen maar komen, snuffelen en ontdekken hoe heerlijk onze bloesem is.’
   ‘Weet je wat het beste zou zijn?’
   ‘Nou?’
   ‘Een eigen huisbij die voor de bloesem valt en blijft. Ja, een eigen bij.’
   ‘Stel dat het er meerdere zijn?’
   ‘Dat is alleen maar goed!’
   ‘Irene, heb jij door dat jij een bordeel aan het openen bent? Je bent gewoon een pooier, maar denk er om, sekswerkers mogen pas weer vanaf 1 juli aan het werk.’
   Eén keer raden wie zich verslikte in de laatste kersenpit!

zaterdag 20 juni 2020

Kip Tandoori


    ‘Eten!’, riep ik afgelopen donderdag van onder aan de trap naar boven.
    Ja, ik ben soms een schreeuwlijkerd die door het huis loopt te blèren? Ik haat geschreeuw, maar doe het uit luiheid toch. Natuurlijk houd ik het rustiger in huize Typisch Irene door naar boven te lopen en iedereen persoonlijk op de hoogte te brengen van een maaltje dat klaar is. Sterker nog, tot een uur of drie ’s middags doe ik dat probleemloos. Echter rond een uur of zes, als de dagelijkse activiteiten gedaan zijn en het eten bereid is, ben ik moe, klaar. Dan nog naar boven lopen om twee kinderen met hun eventueel aanwezige aanhang en nog een verdieping hoger mijn lief te zeggen dat we gaan eten, is zo vermoeiend!

Deal
Nu ik dat schrijf, bedenk ik een nieuwe deal. Ik spreek af dat zodra de aanwezige piepels in mijn huis de geur van eten naar boven ruiken stijgen, zij zelf iedere vijf minuten naar beneden komen om te kijken of het klaar is. Als ze dan toch beneden zijn kunnen ze meteen de tafel dekken en bewegen daarmee meer in mijn richting dan andersom. Vooral Benjamin mist beweging, eigenlijk in alle richtingen. Anyway, het gaat er mij vooral om dat de andere huisbewoners op mij letten in plaats van ik op hen. Laat zullie maar checken of het eten klaar is.
    Ik vind dit zo’n geweldig plan hè. Ik voer het per direct door. De anderen zullen me weer dwars noemen, maar boeie!

Dwars
De afgelopen tijd ben ik wel vaker dwars. Ik schuif het graag af op die vreselijk walgelijk verraderlijke hormonen. Zelfs manlief weet er soms geen raad mee. Hij kijkt me dan quasi gefrustreerd aan en zegt:
    ‘Blijf jij zo?’
    ‘Ja! Daar heb ik zin in. De tijd van ja-en-amen is voorbij.’ Wat bijna klinkt als: De tijd van onbezorgdheid is voorbij’, van die stomme serie GTST.
    ‘Is die tijd net zo voorbij, als de tijd dat je mijn appeltje ‘s avond regelt?’
    ‘Precies. Zo fijn dat je het snapt.’ Hoewel ik ook ietwat medelijden voel bij zijn hulpeloze blik.
    ‘Snappen? Niet echt, wel wil ik best mijn eigen appeltje regelen, maar...’
    ‘Wat is dan eigenlijk het probleem?’
    ‘Ik vergeet aan het appeltje te denken’
    ‘In dat geval: schatje je moet nog een appeltje eten.’ Prompt staat hij op en eet een appel. Wauw, als dat het enige is dat ik hoef te doen, wil ik wel voor hem denken.

Koken
Kon ik maar net zo gemakkelijk van het eten koken af komen. Elke avond dat kunstje ben ik wel klaar mee. Het is dat eten een noodzakelijkheid is, anders wist ik het wel. Klonk daar opnieuw:
    ‘Eten!’ Daar begon mijn blog mee. Wat jullie niet weten is dat ik dankzij een maaltje van onze Sterpoelier geen groente hoefde te snijden of vlees te kruiden. Het enige dat van mij gevraagd werd, was rijst te koken en de kant-en-klare Kip Tandoori te bereiden. Hoe moeilijk kan het zijn om boven het gas toe te kijken en af en toe te roeren?

Echo’s
Na mijn ‘eten’-geroep, bleef ik onderaan de trap staan, om te horen of ik het juiste aantal JA’s als echo terug kreeg.
    ‘Ja,’ klonk bij Celine vandaan.
    ‘Ja,’ klonk vanaf zolder. Bij Benjamin bleef het stil. Ik vermoedde de tussenkomst van een koptelefoon. Die zijn de ergste, dan moet ik naar boven lopen. Wil ik net de eerste trede opkrabbelen:
    ‘Ja.’ Opgelucht draaide ik me om en nam plaats aan tafel.

Deksel
Marcel zat als eerste tegenover me en opende het deksel van de pan.
    ‘Wat is dat? Geen groente?’
    ‘Echt wel, kijk rode paprika.’
    ‘Ja maar, jij doet normaal veel meer groente in ons eten.’ Even later schuift Benjamin aan naast mij. Net als zijn pa, koekeloert hij in de pan.
    ‘Wat eten we?’
    ‘Kip Tandoori.’
    ‘Maar mama, waar is de groente?’
 
Groenteloos
Werkelijk! Al jaren vinden ze dat ik niet moet zeuren over groente. Zo van: we gaan niet dood als we een dag geen groente eten. Nu dit!
    Celine kwam zingend de kamer in, nam haar stoel in, opende de pan en zei:
    ‘Wat is dat?’
    ‘Kip Tandoori.’
    ‘Oké,’ klinkt ze bedenkelijk.
    ‘Jij gaat niet piepen toch?’
    ‘Hoezo piepen? Wie piept er dan?’
    ‘De mannen. Ze missen groente. Wacht, ik heb een zak wortels in de koelkast.’
    ‘Missen jullie serieus groente? Ik niet,’ Celine nam een hap. ‘Mam dit is heerlijk!’
    ‘Nee, maar het is zó niet mama! Gaat het goed met je?’, vroeg Benjamin mij en wreef liefdevol over mijn rug.
    ‘Hou nu maar jullie koppen dicht,’ smeekte Celine. ‘Anders eten we volgende week alleen maar groente.’
    ‘Goed plan,’ viel ik bij. ‘Rode kool, spinazie, bloemkool, witlof en…’ Ineens klonk driestemmig:
    ‘Mam, je hebt heerlijk gekookt! Je bent er vast heel druk mee geweest.’

zondag 14 juni 2020

Blind date


    ‘Mam, pak je agenda,’ droeg Celine me twee weken geleden op, waarop ik direct de strijkbout wegzette en mijn phone van tafel pakte. Ik zwaaide ‘m voor haar gezicht door de lucht.
    ‘Zeg het maar.’
    ‘Je moet woensdag 10 juni 17.40 uur vrijhouden.’
    ‘Oh, ga ik met papa op date?’
    ‘Nee, mam, hij moet er wel bij zijn, dus deel die afspraak met hem.’
    ‘Moet ik werkelijk alles met die man delen? Ik wil een date met mij alleen!’
    ‘Zielig ja. Die me-date plan je zelf maar een keer. Nu moet papa het meekrijgen.’
    Check! Wij delen onze agenda’s.’
    ‘Jullie mogen echt niets anders plannen en niets vragen.’
    ‘Afspraak is afspraak, is onze lijfspreuk, dat weet je, maar niets vragen?’

Geen vragen
Daar vraagt madam nogal wat van me.
    ‘Tot hoe laat moet ik inplannen?’
    ‘Uhm,’ zei ze, duidelijk overvallen. ‘Doe maar de hele avond.’
    ‘Zo, wauw! Wat ben jij van plan?’
    ‘Mama! Geen vragen!’
    ‘Dat is veel gevraagd voor nieuwsgierig-mama. Ik kan het niet laten let maar op.’
    ‘Mam, alsjeblieft, doe je best. Je kent me,’ piepte madam.
    ‘Geen zorgen schatje, ik ken jou en ik ken mij. Ik weet dat ik achter jouw vage afspraak met ons kan komen als ik maar doorvraag. Je bent zo heerlijk eerlijk. Ik probeer mijn mond te houden.’
    ‘Ja, mam, ik ken jou ook. Ik denk dat ik je maar een poosje negeer. Het is verder niets persoonlijks, maar toch veiliger.’

Eén vraag
Tot ik maandag de achtste met boodschappen binnenstapte, hield ik woord. Ik vroeg me wel één ding af:
    ‘Celine, niet om je te pesten, maar moet ik voor woensdag eten in huis hebben?’ Dochterlief leek sprakeloos, twijfelde even en herstelde zich:
    ‘Ja.’
    ‘We gaan dus niet uit eten. Jammer.’
    ‘Je zou niets vragen.’
    ‘Het was geen vraag, nu weet ik dat ik dinsdag nog even een boodschapje moet halen.’

Scenario’s
Ik vroeg verder niets, terwijl in mijn hoofd de vragen over elkaar buitelden. Scenario’s van wat ons te wachten stond vulden mijn gedachten. Vooral als ik ’s nacht wakker werd van een hitteaanval. Vier tot vijf keer per nacht wakker worden is al drama, het werd erger door de rampscenario’s die mijn gedachten vulden. Alleen omdat ik dacht dat Celine een announcement wilde doen. Ik hou rekening met iets van deze:
  • ze heeft dubbele corona en nu moeten wij als gezin niet twee, maar zes weken in quarantaine;
  • ik wordt oma, van een drieling;
  • Rick en zij gaan samenwonen, want hij vond een leuk huisje in Breda;
  • ze kocht stiekem een paard en wil dat onze schuur omgebouwd wordt tot stal;
  • ze emigreert naar Texas om paardenfluisteraar te worden;
  • ze stopt met de PABO want is geselecteerd voor The Voice en wil zangeres worden;
  • ze verhuist naar Duitsland waar zaken beter geregeld zijn of gaat naar Scandinavië. Daar zijn juffen en meesters heel cool en hun levensstijl staat madam wel aan;
  • of ze roept ons op het matje om ons haarfijn uit te leggen wat wij als ouders allemaal fout hebben gedaan.

Mondkapjes
Wie kan met zoveel vragen en onzekerheden nog rustig slapen? Eigenlijk ik wel weer.
    Want wie oplette ziet dat de datum verleden tijd is. Afgelopen woensdag om precies te zijn. Celine zei rond een uur of vijf dat we ons wel wat netter moesten kleden en vervolgde met:
    ‘En geen zorgen, ik heb droge sokken en vier mondkapjes klaarliggen.’ Ze lagen inderdaad uitgestald op de bank naast een paar Napoleon bollen. Ze vervolgde:
    ‘Die sokken zijn voor het geval jullie natte voeten krijgen.’
    ‘En moeten onze OVkaarten mee?’, vroeg ik terwijl ik Marcels ogen groot zag worden.
    ‘Als ik dat had geweten, kwam ik niet naar deze date.’ Hij en ik vermijden iedere mogelijkheid om met de trein te reizen. We willen geen mondkapjes dragen.
    ‘Helaas, de OVkaarten moeten mee.’
 
Picknick
Samen met Benjamin die een vriendin af ging zetten op het station, Celine en Rick en aan de hand van mijn lief verlieten we het huis. Onderweg bedacht ik dat we gingen picknicken, want Celine droeg wel en erg grote weekendtas. Die is van Rick, maar ineens trapte ik niet in de smoes dat hij had gelogeerd bij zijn ouders en direct door was gereisd naar ons. Waarom droeg Celine die tas anders? Ik keek naar de lucht: gelukkig, het was droog, de zon scheen. Goed picknick weer.
    Tot Rick zich onder het station tot Marcel en mijn wendde en een envelop overhandigde.
    ‘Moet ik die nu openen?’, vroeg ik verbaasd.
    ‘Ja!’ (lees verder onder de foto)

Gelogen
    ‘Mam,’ vulde Celine aan. Ik hoop dat je trek hebt, we gaan naar Ming & Ming. En mama, ik heb tegen je gelogen, sorry.’
    ‘Als het betekent dat ik niet hoef te koken? Dan mag je vaker liegen meid! Nu wil ik eten!’





zondag 7 juni 2020

Lekker kontje


Afgelopen week stond ze weer met haar kop in de koeling om de schimmelkazen en tapas te checken en bij te vullen. Of ze het erom deed keek ik weer naar haar achterste. Ik besloot deze keer niets anders te zeggen dan:
    ‘Goedemorgen.’ Het kostte me moeite. Vaker vul ik aan met: ‘Lekker kontje.’ Ze vraagt er om door me haar bips toe te keren. Het is of ze het expres doet, zodra ze mij binnen ziet wandelen met een karretje. Zo van: Niet zij hè? Snel omdraaien. Als ik haar niet zie, ziet zij mij niet.

Kweknetwerk
Ik besef dat ik in de afgelopen twintig jaar een behoorlijk kweknetwerkje heb gekweekt in de Appie. Eigenlijk begint het gekakel daarvoor al bij de Sterpoelier. Bij drukte wacht ik netjes mijn beurt af of wandel door naar de Appie; ik kom er later weer langs. Andere keren telt hij geen klanten en lossen we alle wereldproblemen even op.
    Eenmaal doorgelopen weet ik Ton op de groenteafdeling. Hij kan maar zo acteur worden. Niemand reageert zoals hij, zodra hij me spot. Met zijn lengte is het dan ook niet zo moeilijk over alle hoofden (niet dat het er tegenwoordig zoveel zijn) heen te kijken en mijn krullenkop te ontwaren. Volgens mij kan hij, als hij op zijn tenen staat, de winkel van voor tot achter zien. Ziet hij mij, dan rolt hij met zijn ogen, zucht diep, en kijkt me eerder de winkel uit dan in.
    ,Heb je haar weer,' klinkt dan. Er zullen er meer zijn die dat denken en ik zeg: Boeie!

Boomer
Ik ben de wat-zullen-ze-van-me-denken fase ver voorbij. Dat voelt zo goed! Wat telt is wat Marcel van me denkt. Dat heb ik mooi beschreven in de vorige blog. Het was niet al te positief, dat geeft niet. Ik weet dat hij mijn kontje lekker vindt. Dat telt!
    Zoals ook wat mijn kinderen van me vinden. Celine vindt me helemaal the bomb. Ze is blij met mij. Benjamin, is een andere blog. Hij scheldt me zes keer per dag uit voor Boomer. Lief hè, hij bedoelt Boomer, dat schattige hondje uit die serie van 1972/1982
    Wacht! Kent Benjamin die serie dan?

Censuur
Over Benjamin gesproken. Hij vroeg me laatst zijn naam niet meer te gebruiken in mijn blogs. Nu hij Mister YouTube is, wil hij niet dat mensen hem googlen en als eerste hit een blog van mij zien (ik wel), of een foto waarop hij aller charmantst staat (not). Hij was er altijd zelf bij als ik hem vereeuwigde. Mijn tegenprestatie is dat hij me mocht vereeuwigen tot gifjes of stickers. Die gaan zijn hele vriendenkring rond. Moet je zien hoe dat er uit ziet!
    En nu vragen om censuur op mijn blog? Hij kan de pot, nee, Youtube op! Basta! Berepasta!
    Klink ik erg obstinaat? Klopt! Dat komt doordat ik mezelf eraan herinnerd heb dat zoonlief me Boomer noemt.

Dollen
Snel terug naar Appie. Ik besef dat ondanks allerlei coronamaatregelen het boodschappen doen nog steeds leuk is. We maken er wat van met elkaar, zeg maar. We dollen samen en lachen elkaar de winkel uit.
    Afgelopen maandag hield ik me één keer in en zei niets over het kontje van één iemand in de winkel. Ze stond er goed voor hoor. Maar genoeg is genoeg. Donderdag mistte ik haar en dacht: ze is toch niet gevlucht voor mij?
    Natuurlijk niet. Ik trof haar even later achter de broodrekken, waar ze en baguette voor me sneedt.
    ,Heb je gevraagd om een nieuwe afdeling?’
    ,Ja, ik ben jou ge-lekker-kontje zo zat!’, zei ze hard lachend. Haar collega draaide prompt en geschrokken om, iets van sprakeloosheid maakte zich meester van haar.
    ,Hier zie je mijn kont tenminste niet en werk ik ongestoord door.’ Ze legde vervolgens aan de geschrokken collega uit hoe het zo gekomen is en vooral hoe onschuldig het is. Een heel gesprek barste los.

Anoniem

    ‘Zei jij nou iets over ongestoord doorwerken?’, vroeg ik. Waarop gelach losbarstte. ,Je weet dat ik blogs schrijf en jouw achterste zo onderhand zeer blogwaardig is?’
    ,Ja, dat heb ik wel ergens opgevangen. Schrijf maar van je af.’
    ,Ik zal je naam niet noemen en ook de winkel niet. Hoewel iedereen die me op mijn blogs volgt, teveel weet. Sorry.’
    ‘Nee, joh, geen probleem. Noem mijn naam gerust.’
    ‘Dan heb ik wel een probleem.’
    ‘Wat dan?’
    ‘Omdat ik altijd je achterste zie, check ik nooit je naamplaatje. Waar zit die nu eigenlijk?’ Ze keek naar haar eigen borst.
    ‘Oh wacht, ik ben mijn naamplaatje vergeten op te spelden. Wacht even’, ze greep in haar broekzak.
    ‘Nee, nee, niet opdoen. Als ik je naam niet weet kan ik je anoniem houden en daarmee blijft jouw kontje ook anoniem. Tot in mijn blog.'

zondag 31 mei 2020

Ingezonden brief


Oké lieve Irene,

Nu is het tijd om in te grijpen. Ik schreeuw: INTERVENTIE! en neem je 500ste blog over.
    Het is mijn nieuwe koosnaam die me de ogen opende. Radijsje? Serieus? Dat ging een blog te ver. Honderden blogs geleden kon ik al je dollen wel hebben en iets later ook nog, maar die 499ste blog van vorige week? Dat je mijn knappe kop deelde op het walgelijk wispelturige web. Is dat jouw straf voor mijn slapen tijdens onze wandeling van vorige week? Hoe kan slapen verkeerd zijn? Jij wilt rust, daar had je rust! Daarmee bevestig ik dubbelop: ik deed echt werkelijk niets verkeerd.

Verorberen
Alhoewel ? Rust? Jij knaagde je behoorlijk te buiten aan de radijsjes in plaats van je te buiten te gaan aan mij en liet vervolgens niet één van die rode bollen voor mij over. Jij egoïstische radijsverorberaar!
    Ik hoop dat jij je straf hebt gevoeld in je blaas. Blijkbaar werken radijsjes vocht afdrijvend. Moet ik hier uitweiden over een wildplasser? Hoor ik jou al roepen:
    ‘Dat doe ik niet.” Klopt, tot die ene keer dan hè? Die weet ik als de dag van vorige week. Geen zorgen, ik ben niet als jij. Ik zet jou niet voor gek.

Koud
Blijven we even bij het slapen hangen. Want slapen is voor jou synoniem aan snurken. Jij denkt ik snurk? Oh girl… Mijn zware ademen waar jij je voor af kan sluiten door je enige goed werkende oor in het kussen te drukken, is een trucje dat ik niet in kan zetten wanneer jij met je opgezette allergieslijmviezen alle Buitenplaatsen van Natuurmonumenten van bomen ontdoet.
    Als jij eens wakker wordt en mij niet naast je vindt, hoef je niet bij de bank te komen staan en vragen of je bij mij mag liggen. Alleen ik kan overal slapen, jij niet. Dat is mijn kunstje, daar blijf jij af!
    Ik weet dat jij werkelijk stik jaloers bent op dat kunstje en omdat ik heerlijk snel en ongestoord slaap. Hoewel minder ongestoord sinds jij met je nachtelijke hitteaanvallen het dekbed met volle vaart niet alleen van jezelf maar ook van mij af smijt.
    Koud! Hou mij vooral buiten jouw afkoeling. Betrek mij sowieso niet in jouw oorlog met je hormonen. Ja, het is allemaal emotioneel, ik zie het. Je vliegt er nogal eens bij op. Ik voel heus wel met je mee als je door hitte overmand de serre deur open smijt.
    Opnieuw koud! Zo langzamerhand vraag ik me af voor wie jouw megamorfose erger is. Hoor je mij piepen?

Blondering
Dit gaat lekker, nog even dit:
    Heb jij geteld hoe vaak je mij pestte om mijn schijnbare kaalheid? Kijk eens beter? Er zit daarboven wat minder haar, maar het is niet minder dan een jaar geleden. Kijken we even bij jou, dan rijst de vraag: Wanneer ben je nou eens eerlijk en vermeld je dat jouw shampoo een grijsbevorderaar lijkt? Oeioeioei, gelukkig kun jij niet op jou neer kijken. Geloof me, hoe blond de zon je haar ook maakt, ze kunnen niet langer de grijze kronkels verhullen. Maar sluit gerust je ogen.

Buienradar
Dat probeer ik ook als het gaat om jouw stappendoel. Ik laat me steeds overhalen mee te lopen als jij nog niet op de 10.000 stappen zit. Zelfs als we naar buiten kijkend zien dat het spettert, stap ik zonder klagen in de schoenen. Ik doe het voor jou, want je wilt werken aan je bips.
    ‘Dat doe ik voor jou hoor, schatje!’, zeg jij dan overtreffend. Alsof ik daar de hele dag aan zit. Hallo, ik werk fulltime! Hoe kan ik dan… laat maar.
    Als ik buienradar bij een langere wandeling check, begin je te mekkeren:
    ‘Die app vertrouw ik niet.’ Tot die zegt dat het droog blijft. Dan geloof je er ineens in en ben je vol vertrouwen. Tot het tijdens de wandeling toch even anders loopt. Vorige week nog. Er vielen wat spetters en madam begint te pruttelen! Reageert het op mij af alsof ik buienradar in levende lijve ben. Wat onlief!
    Daarbij komt direct nog een frustratie boven: hoe ik mijn best ook doe: 99 van de 100 keer kom ik niet in de buurt van jouw stappendoel. Jij bent altijd de BOMB en speelt mij er ook bijna altijd uit met Jeu de Boules, dat bewees je gisteren opnieuw. Ballenspel!

Teller
Wat? Tel ik bijna 800 woorden. Dat gaat snel. Kijk! Zelfs daarin steun ik je en hou me aan die maffe regel en denk: bloggen is gelukkig jouw hobby. Gelukkig maar want je ziet wat nodig is om mij zover te krijgen, 499 blogs en een dosis frustraties. Ze beschrijven lucht trouwens wel op, maar of er nog iemand is die van je houdt na deze ontboezemingen?
    Oh ja, ik! *bloost als een radijsje*

Always will,
Marcel