zondag 18 april 2021

Verfklodders

Met alle gebruikte apparaten in huize Typisch Irene vormt zich een flinke berg snoeren. Zeg daar gerust “u” tegen. Niet te verwarren met wie “u” zegt tegen mij. Duik dan weg, want die pipo krijgt onherroepelijk te maken met een retourtje voordeur, om pas weer welkom te zijn als geoefende “je”-zegger. Gelukkig leren de meesten dat voordat ze over de drempel van huiskamer naar hal stappen. Ze blijven blijkbaar te graag.

Snoertje

Soms blijven ze zo lang dat ze vragen:
    ‘Hebben jullie een micro USB (of USB C) snoertje?’ Waarna ik met gemak een kluwen snoertjes voor iemands neus hou of de mijne aanbied met deze afspraak:
    ‘Na oplading wil ik dit snoertje persoonlijk ontvangen of leg je die op mijn bureau.’ Die boodschap wordt begrepen, ik vind ‘m altijd netjes terug. Mijn gezinsleden kunnen daar wat van leren. Zij weten inmiddels dat zij het lenen van mijn snoertjes op hun beeldscherm kunnen schrijven. Nou niet gelijk zeggen dat ik egoïstisch ben, ik heb er mijn ervaringen en redenen voor. Namelijk het kwijt-maak-gedrag van mijn inhuizige woongenoten. Twee van ons, ik noem geen namen, vinden meestal probleemloos hun stuff. Met de nadruk op meestal, want deze dames, ik noem toch nog steeds geen namen, zijn ook human. Voor de rest begrijp je het wel, maar ik zeg het toch maar: de andere twee in dit gezin, zijn beter in kwijtrakerigheid en roepen dan regelmatig:
    ‘Mama (of Irene) heb jij mijn *bedenk-maar-iets* gezien?’

Kwijt?
Laat ik nou een actueel voorbeeldje hebben. Gisteren werkte ik ongestoord in de keuken tot vanuit de serre klonk:
    ‘Irene, heb jij mijn stemapparaatje gezien?’
    ‘Nope.’ Ik keek niet eens op, roerde in een pan en hoorde Celine.
    ‘Papa, echt? Vraag jij dit zonder rond te kijken?’
    ‘Ik heb heus wel gekeken.’
    ‘Duidelijk niet goed, want hij ligt gewoon op de radiator achter je.’ Ik draai me om en kijk tegelijkertijd met manlief naar de radiator. ‘Hoe kun je die nou niet gezien hebben bij je kijken?’
    ‘Meis,’ antwoord ik bij het uitblijven van een antwoord van meneer: ‘Ik snap niet hoe, maar paps ziet meer dingen over het hoofd. Hij kijkt vooral niet lager dan ooghoogte. Dat hij mij nog ziet verbaast me, ik ben namelijk maar 1.64 en val ver buiten die kijkhoogte.’

Schilderen
Met dat snel gevonden apparaatje bedacht ik: hoe heerlijk dat ik mijn snoertjes zelden kwijt ben. Ik heb
dan ook de oplossing voor door-elkaar-geraakte snoeren en het herkennen van de mijne. Het heeft alles te maken met een snoertje dat zichzelf kleurde. Ja, dat gebeurde stomtoevallig, als echt buiten mijn bedoeling om kleurde de oplossing zich. We stappen even terug in de tijd dat ik nog bezig was met mijn laatste schilderwerk. Het is hier als eerste te zien.
    Daarop zie je veel blauw en rood, toch?

Rood

Kijk dit snoertje, dezelfde kleuren en nee, ik heb dat snoertje niet geschilderd. Dat deed het snoertje zelf. Het zit zo: Tijdens het schilderen luister ik altijd muziek en soms met oortjes in, omdat het verder in de kamer onrustig is. Zie je al hoe het snoertje tussen oor en phone losjes rondom mij hangt? In al zijn lossigheid dook het een keer zo in de verf. Plons!
    Zie je? Ik deed het niet, het snoertje koos er zelf voor. Het heeft nog smaak ook door van rood te snoepen. Even dacht ik: poep! Om snel daarna te denken: leuk!

Klodder
Want kijk nou zelf: met die ene lik zie ik in een oogopslag welk snoertje van mij is. Daarom pakte ik het volgende snoertje erbij en kleurde die. Dat deed ik dan weer wel zelf. Nu durft niemand nog een snoertje van mij te bietsen. Ik krijg bijna de neiging om meer te beschilderen; mijn kinderen, Marcel, och laat maar. Ik schaam me nog voor het kleuren van het stofzuigermondstuk. Ook dat deed ik niet zelf, dat deed mijn kast en weer rood!
    Al goed, natuurlijk baadde het mondstuk niet uit zichzelf in het rood. Een kwast kwam er evenmin aan te pas. Wel stofzuigde ik en bedacht dat het geen kwaad kon om mijn schilderkast van zijn plek te rollen en er onder te zuigen.

Besmeurd
Het kon wel kwaad. Het ging mis in een verfklodder, want ik zag een wiebelige pot verf over zijn deksel. Het viel en spatte kapot op de grond met flinke dotten rood tegen de muur, op de grond en aan mijn stofzuigermond. Over de laatste twee maakte ik me niet druk. Die waren schoon te krijgen of het droogt wel. De muur, die wordt niet meer wit. Ach wat, kast ervoor en onzichtbaar. Waar ik me nog wel druk om maak?
    Niemand stofzuigt meer voor me. Ik koor klinkt:
    ‘Wij durven niet aan te raken wat door jou voorzien is van een kleurtje.’

zaterdag 17 april 2021

Dwalen door IJsselstein

Na een stadswandeling vorige week, besloten we 11 april opnieuw te dwalen in een binnenstad. Nu niet weer Utrecht. We kennen die stad goed, door verschillende stadswandelingen en toch verrast het steeds weer. We wilden eens iets anders. Zoals je af en toe een nieuw recept test, want je wilt de bloemkool toch eens anders op je bord tegenkomen. Het loont om eens een andere stad te be- en onderzoeken. Nieuwe straten en gevels te ervaren, bewonderen en doorwandelen. Ik heb er zin in, het beter-dan-voorspelde weer gelukkig ook.


IJsselstein
Ons doel: IJsselstein. Nooit eerder dacht ik na over de herkomst van deze stadsnaam tot ik ontdekte dat de Hollandse IJssel hier stroomt. Dat moet er iets mee te maken hebben. De afgelopen jaren bezocht ik deze stad zo’n drie keer als vrijwilliger bij het Taalhuis en ontdekte daarmee de prachtig lichte bibliotheek. Echter in het voorbijfietsen ontdekte ik ook in mijn rechter ooghoek de pittoreske, knusse sfeer van het centrum. Daarom zei ik na de laatst keer:
    'Daar wil ik eens rondstruinen.'
    En off we go! Met de auto op weg. Bij het naderen van het centrum voelde ik mijn nieuwsgierigheid weer groeien. Eenmaal naast de auto, trok ik mijn das strakker om mijn nek; het was koud en guur. Hup naar de brug!
    'Wacht, daar staat een leuke foto,' riep ik ineens uit. Nog amper op IJsselsteinse grond stonden we al stil. Kijk zelf waarom: het water, de bomen, de huizen en de kerktoren. Zijn ze geen plaatje?


Dwalen
En weer door - de hoofdwinkelstraat in. Daar maakten we de afspraak te gaan dwalen, net als vorige week in Utrecht. Manlief bedacht dat ieder om de beurt de richting mocht bepalen. Heerlijk, zo speels een stad te verkennen.
    'Links!', riep ik, waarmee we recht op de kerk af liepen en vervolgens erom heen, omdat er geen andere weg was. Eenmaal achter de kerk koos Marcel voor rechts. Ik snap waarom: aan het eind van die weg lag een prachtig pandje. Hoewel het pad langs het water ook lonkte, vanwege de magnolia. Maar ja, deal is afspraak, Marcel mocht de richting kiezen. En daar is het pandje. Heerlijk zo’n brommer op de voorgrond.


Geveltjes
    'Links!,' zei ik logischerwijs. Bij rechts stonden we gewoonweg bij het beginpunt op de brug. Het schoot al lekker op, nu we opnieuw in de hoofdwinkelstraat waren. De straat deed heerlijk oud aan met de klinkers in de weg en de vele kleine winkelgevels. Ineens las ik ‘Blokker’ op het ene raam en op een andere ‘Hema’. Het kwam vreemd op me over, want met zulke kleine gevels past er toch geen groot winkelketen achter? Raar genoeg voelde ik me een gluurder bij het naar binnen turen. Ik deed het toch. Het klopte wel, ik herkende de Hema en Blokker stijlen. Het bleef in mijn hoofd niet passen - kleine gevels bij grote ketens? Voor de rest legde ik verschillende mooie gevels vast.


Gesloten
Stonden we even stil bij een restaurant: gesloten. Went het ooit, die stille terrassen? Hoewel dit terras er nog altijd aantrekkelijk uit zag. Het maakte dat ik de stemmen, het gerinkel van glas en hard gelach in mijn hoofd hoorde. Gezellig, laat maar komen, die open terrassen. Die vaccins dus. We willen weer leven in de straten, in de winkels.


Verder lopend en me verwonderend over de gezellige winkelstraat merkte ik ineens op:
    ‘Hier ga ik binnenkort eens shoppen,’ om het meteen weer te betreuren. Ik besef dat het niet zo spontaan kan als ik wil: ‘Please! Geef ons onze spontaan terug!’
    ‘Rechts,’ riep meneer dwars door mijn vochtige ogen heen. Heel goed, sommige gedachten moeten gestopt worden, voordat het huilen je uitbreekt. Rondkijkend snapte ik opnieuw meneers keus, verderop lag een brug. We hielden er stil. De fiets stond er perfect als versterkte het ons Hollandse leven, van actie en evengoed rust. Van alles wat.
    Het is altijd leuk twee kanten op te kijken. Welke kant is de beste, mooiste, fotogeniekste? Beide! Dat is soms de beste keus.
    Klik klik.

      

Bibliotheekje
    ‘Links,’ zei ik en trok manlief mee. Vervolgens ontdekten we al snel dat het een goede richting was, want het schattig kleine bibliotheekje dat aan de muur hing, wilde ik niet missen. De titels echter wel. Het kastje er onder trok mijn man meer aan. Hij doorzocht zijn jas en trok zijn broekzakken al bijna binnenstebuiten. Behalve touw kwam er niets zinnigs uit zijn zakken.
    ‘Wat doe jij nou?’
    ‘Er liggen zulke leuke dingen in dat kastje, ik wil er iets bij leggen. Ik denk niet dat zij iets hebben aan touw.' Er lagen inderdaad koddige en bovenal nutteloze zaakjes in dat kastje.
    ‘Ik denk niet dat touw daar iets toevoegt. Hou maar gewoon in je zak, wie weet redt het ons op een dag.’ Wel houd ik in gedachten dat als ik hier weer eens kom, ik iets mee moet nemen om er in te doen.

     

Inspiratie
Verderop in de straat ontdekken we Museum IJsselstein. Ik moest opnieuw bijna huilen. Ik wil zo graag weer een museum bezoeken. Deze lijkt me helemaal oké, al is het om de tekst aan de muur: als je bij mij bent. Het klinkt als het begin van een gedicht. Die ik overigens niet nu ga schrijven. Wel ben ik verkocht, want teksten raken me. Ik zou het liefst direct mijn reMarkable erbij pakken en doorschrijven. Zei ik een gedichtje? Een elfje, een stukje proza of gewoon wat in me opkomt kan ook. Gewoon waar ik zin in heb, oh, wacht dat is wandelen. En door.


Klein
Om aan het eind over het water dat pandje te zien dat mij de allereerste keer dat ik hier fietste al aantrok, me verwonderde. Daar staat het kleinste restaurant van Nederland, zeggen ze. Ik heb het niet onderzocht, maar wil ze blind geloven. Rara, waar ga ik eens eten als alles weer open is en ik aan de goede kant van het water sta. Ik hoop er straks dichterbij te komen.


Stadsmuur
Na twee keer rechts, staan we op een keuzepunt. We kunnen op straatniveau blijven of de stadsmuur af gaan en via een soort bloementuin langs de stadsmuur verder lopen. We verkiezen het laatste al is de tuin nog behoorlijk kaal. Kom maar op met warmte en zon. Laat alles eindelijk eens opbloeien. Planten staan op ontploffen als je het mij vraagt. Het is een mooi stukje genieten tussen water en stadsmuur om aan het eind de trap naar straatniveau te nemen. Of is het dakniveau? We lopen namelijk langs daken van huizen. Heel apart.



De tuin die lager lag boeide me evengoed. Kijk die stoelen. Kom je erbij zitten? Even verderop gelopen kon ik het niet laten om door de kier van een deur te kijken. Deze dame is toch eigenlijk onbeschaamd nieuwsgierig. Niet doorvertellen en sluit alle kieren als je gluur-risico wilt vermijden. Ik ben vast niet de enige gluur-fan.

     

Molen
We wandelden een keer links en rechts en zagen eindelijk de molen dichterbij komen. Wat is dat toch dat een molen zo aantrekt? Hij draaide niet. Hij stond gewoon. Torenend boven de huizen uit, uitkijkend over het water en het dorp. Doe mijn levenslang dat uitzicht. We liepen er om heen en zagen een ander stukje park. Prachtig met een bloeiende magnolia erbij.

          

Om vervolgens door de hoofdstraat en één doel voor ogen tussen twee torentjes door, de brug over, uit te komen bij eerder genoemde kleinste restaurant van Nederland. We moesten 'm gewoon van dichterbij bekijken. Ik koekeloerde er wat omheen, zag stoelen opgeklapt tegen een lantaarnpaal staan en weer dat gevoel dat me bekroop: Ga open!
    

Tegels
Tot Marcel achter me riep dat op de bewegwijzeringsbordjes een kasteeltoren aangegeven werd. Tijd om die te volgen. We liepen achter een andere kerk langs, over een pad met tegels over vrijheid. Sommige daarvan kwamen meer binnen dan andere. Het was duidelijk een schoolproject, want er stonden schoolnamen op de tegels. Ik bekeek ze allemaal en vereeuwigde de mooiste; die met de meeste waarheid in mijn ogen. Ik vergat daarmee naar de kerk om te zien. Tot we de laatst meters rondom de kerk liepen en bleek dat de toren verstop werd in steigers. Tegenvaller! Vergeet die foto.


Kasteeltoren
We vervolgden onze weg naar de kasteeltoren. Die eenzaam op een groot plein bleek te staan. Oh nee, wacht, Kasteelvrouwe Bertha van Heukelom stond er ook bij en de contouren van wat eens het kasteel was omringde het plein. Wat jammer dat het kasteel er niet meer bij stond. Ik liep er omheen en keerde om. Daar zag ik de besteigerde kerktoren van een afstand. Hij is toch echt bijzonder.
Klik klik!

    

Buitengebied
Tenslotte besloten Marcel en ik terug te keren naar het eerste plan: een gedeelte van een wandelroute langs de Hollandse IJssel te lopen. We vergaten alle reeds gezette stappen en zochten de kortste weg naar de Hollandse IJssel om daar nog een rondwandeling maken. Eenmaal op het Eiterense Jaagpad volgden we de rivier het dorp uit, ons ondertussen vergapend aan het ene na het andere prachtige huis of bewonderden het uitzicht over het water. Een mens heeft altijd wat te dromen.
    We wandelden maar zo het buitengebied in en volgden een deel van het jaagpad.


    ‘Marcel hoe ver ligt de eerstvolgende brug? Oh wacht ik zie hem al, ik bedoel de volgende daarna.' Meneer opende grote vriend GoogleMaps en zag dat het wel een behoorlijk eind lopen was.
    ‘Te ver. We lopen gewoon nog een stukje door en draaien later weer om.'
    ‘Omdraaien? Als in dezelfde weg terug?’ Dat is nogal wat voor meneer en mevrouw we-nemen-nooit-dezelfde-weg-terug, tot we een paar honderd meter verderop onze benen voelden. Het was werkelijk tijd om te keren. De kortste weg naar de auto. Daar terug bedacht ik dat ik mijn activity-tracker aan had moeten zetten om hier een screenshot van onze kris-kras route te delen… Vergeten!
    Hoe dan ook beveel ik IJsselstein-à-la-dwalen 100% aan.
    Voor ons was het mooi geweest.

 Tot wandels,

zaterdag 10 april 2021

In de hoek

    ‘And a happy new year!’, of zoiets, zongen Marcel en ik afgelopen week voor een jarige vriend. Een week eerder stond hij met zijn gezin bij ons op de stoep. Dat was om precies te zijn op 1 april. Een dag die niemand vergeet: mijn verjaardag!
    ‘Lang zal ze leven,’ zongen zij. Het klonk beduidend meer uit volle borst. Nogal logisch, zij stonden met vier borsten op mijn stoep. Wij met twee op de hunne. Hoe dan ook maakten we iets van elkaars verjaardag.

Pepermunt

Jarig zijn is niet mijn specialiteit - ik doe er al jaren niets aan. Daarom klonk op de vraag of ik door corona een feestje miste:
    Nope, al jaren niet en toch voel ik me ieder jaar super jarig.’ Dat heeft te maken met deze vriend en zijn gezin en het bosje bloemen en het rolletje pepermunt dat zij me ieder jaar geven. Dat laatste is een terugkerende grap. Ik vroeg aan ons kind-aan-huis (hun dochter des huizes) waar dit begon:
    ‘Geen idee,’ zei ze. ‘Maar dit jaar krijg je dit.’ Ze overhandigde een pakje met drie rolletjes zwart-witjes. ‘Lust je die?’
    ‘Zeker weten, die zijn lekkerder!’, antwoorde ik en had binnen een uur de eerste rol op. Is goed voor mijn lagere bloeddruk. 

Verwend
Net als op andere 1 aprillen volgden meer verrassingen. Zo kwam onverwacht een vriend een bakkie doen en bracht tegelijkertijd Celine thuis. Twee in één zeg maar. Herstel: drie in één. Hij had een bos bloemen bij zich. Van Celine kreeg ik eerder al mijn meest gewenst puzzel: The Starry Night van Vincent van Gogh in Smart Cut versie. Smart is het, walgelijk om te puzzelen, maar oh, wat heerlijk dat ze die voor me kocht. Van Marcel kreeg ik een reMarkable, een E-papertablet waarop ik notities en schetsen kan maken. Echt een dijk van een cadeau voor iemand die veel schrijft voor interviews en nu bomen redt. Van Benjamin kreeg ik een dag later het fantastische boek: De jongen, de mol, de vos en het paard. Hij vergat het 1 april te geven. Juist hij die zegt dat ik onder een steen leef, leeft zelf onder een rotsblok. Daarmee kaatst deze boomer die beschuldigende bal terug! Ligt die lekker weer bij hem.

Geschreeuw
Ik kaatste echter zelf ook een bal. Het rolde echter anders terug dan ik ik verwachtte.
    Hierbij even wat achtergrond informatie: 111 mensen feliciteerden me op mijn facebook tijdlijn waarvan zeven een dag te laat en weer drie anderen twee dagen te laat. Ik liet het met plezier over me heen komen. Dat mensen mijn verjaardag vergeten, maakt me niet uit.
    Hoor ik daar ineens Jeroen Balk schreeuwen vanuit Houten Zuid:
    ‘Wat?! Maakt het jou niet uit of iemand jouw verjaardag vergeet?’
    Schreeuw ik vanuit Noord terug:
    ‘Klopt, tenzij jij het vergeet!’ En steek er mijn tong bij uit.
    Lees gerust even mee wat op mijn verjaardag gebeurde op Feestbook:



Je leest het goed, hij schreef: DEAL! Zo begon het stille afwachten. Foto’s van de hoek bleven uit, daarom verwachtte ik iets anders, hoewel het stil bleef tot afgelopen donderdag. Een appje doorbreekte de stilte met de vraag of ik vrijdagavond of zaterdagochtend thuis was.
    Ik wist dat Jeroen me niet vergeten was, zo is hij niet. Hij houdt woord… Maar niet zonder toch een beetje opvoeren van de spanning. Hij liet nog weten dat de voorpret in huize Balk enorm was. Jaja, dat verhoogt mijn onzekerheid.

Profielfoto
Afijn, terwijl ik vrijdag mijn kookkunsten uitvoerde, zei Marcel ineens:
    ‘Jeroen staat voor de deur,’ waarop Celine naar de deur liep en deze opende. Daarmee kon ik mijn handen even wassen en drogen. Ik dacht nog wel: gelukkig is het geen 1 april, want dan zou ik niet lachend richting Jeroen durven lopen.
    Meneer kwam binnen met in zijn schaduw zijn vrouw en zoon. Alle drie met een grote glimlach en
hij met een flink pakket, dat hij mij in handen duwde. Het openen viel niet mee, daarom pakte ik een mes van het aanrecht om aan alle kanten plakband los te snijden. Bij het openen van het pakket schrok ik, want ik keek warempel mezelf aan. Serieus? Kreeg ik mezelf cadeau?

Chocolalalala
Eenmaal volledig geopend, bleek het cadeau behoorlijk gepersonaliseerd te zijn en nog verder geopend lagen negen chocoladerepen in drie smaken netjes naast elkaar. Zo voelde ik me een week na mijn verjaardag nog jarig, met dank aan Jeroen en co.
    Vroeg Jeroen nog wel even:
    ‘Volgend jaar mag ik toch wel je verjaardag een keer vergeten?’
    ‘Jeroen, jij mag ‘m vijf jaar vergeten, want zoals jij schrijft: dit is slecht voor mijn lijn.’
    Stel dat andersom Jeroen mij had gevraagd: in de hoek of een cadeau, dan koos ik voor de hoek. Daarom nu alvast voor iedereen waarvan ik de verjaardag vergeet: hier de foto van mij in de hoek.









zondag 4 april 2021

Aaibaar

    
‘Marcel, misschien ben ik wel zwanger,’ zeg ik in het besef dat ik zwaar overtijd ben en in breedte wat toeneem. ‘Wil je liever een jongen of een meisje?’ Meneer verslikt zich in een sperzieboon, maar herpakt zich snel.
    ‘Met die mogelijkheid hield ik geen rekening.’
    ‘Ik ook niet, het is wel goed om er even bij stil te staan, toch?’ Hij lijkt even de voor- en nadelen in zijn hoofd af te wegen en antwoordt met:
    ‘Een hond.’
    ‘Slim,’ mengt Lara zich in het gesprek. ‘Een hond heb je maar voor een jaar of 13.’
    ‘Een hond? Dan is er iets heel erg mis gegaan in mijn buik.’ Ik wrijf bezorgd over de bolling onder mijn borstkas.

Avondklok
Terwijl ik mijn buik aai, zit Celine met grote ogen en haar mond wijd open aan tafel.
    ‘Dus je wilt ons niet papa? En wel een hond?’ Ze schreeuwt het bijna uit met een paniekerige piepstem en vochtige ogen.
    ‘Nee, joh, ik heb jullie toch al. Ik wil er niet nog één. Wat ik wel wil is een reden om na 22.00 uur naar buiten te mogen. Dat heet een hond.’
    ‘Maar een baby kun je ook uitlaten,’ gooit Lara in de groep. ‘Er zijn baby’s die alleen door een wandeling in de kinderwagen in slaap vallen.’
    ‘Was ik die baby maar,’ zwijmel ik in het besef dat er een berg werk in de keuken ligt en de kabouters mijn adres nooit lijken te vinden.
    ‘Tot de politie een bon aan de kinderwagen hangt,’ zegt Marcel.
    ‘Nee hoor, mijn vriendin doet het gewoon en wordt nooit bij de luier gepakt.’
    ‘Nee, logisch, ze draagt geen luier en woont in een gat.’

Aaien

Het onderwerp huisdieren lijkt me te achtervolgen. Tijdens een wandeling met Celine loopt een vrouw in onze richting. In haar hand houdt ze een riempje met aan het eind daarvan een klein hondje.* Ik houd wat afstand, terwijl Celine juist op het beestje afloopt en hem aait. Ze geniet ervan, zolang het duurt. Eenmaal verder wandelend zegt ze:
    ‘Momma, weet je hoe satisfying aaien is? Als ik me verdrietig of alleen voel, wil ik een dier aaien.’
    ‘Dat kan ik me voorstellen ja.’
    Even later kruist een kat onze weg. Ben ik evenmin een fan van. Ik kreeg even te vaak de nagels in mijn lijf of een onverwachte uithaal terwijl ik wel lief was. Sommige katachtigen mogen mij blijkbaar niet. Prima, ik vertrouw die priemende ogen ook niet. Zo is het lekker wederzijds. Toch buig ik voorover naar deze kat.
    ‘Hallo kat, wat leuk je te zien. Geniet je ook zo lekker van de zon?’, zeg ik met zo’n piepstemmetje die we ook bij baby’s inzetten. Maf eigenlijk, maar blijkbaar koppelen we dat aan liefde en zachtheid.
    ‘Momma, ik snap niks van jou.’
    ‘Ik ook niet, moet je ook niet willen, maar hoezo nu dan niet?’
    ‘Je aait een kat! Je houdt er niet van en je bent er allergisch voor.’
    ‘Klopt, maar deze kwam gewoon op me af.’
    ‘Echt niet, als jij hem niet had toegesproken, was hij doorgelopen zonder op of om te kijken.’
    ‘Hatsjoe!’
    ‘Kijk daar heb je het al.’

Huisdier
Wat volgt is een gesprek over het feit dat Celine in mij iemand ziet die graag aait en kroelt. En of ze gelijk heeft zeg.
    ‘Momma, ik weet waar jij die behoefte in kwijt kunt.’
    ‘Ja, ik ook.’
    ‘Aan een cavia.’
    ‘Wat? Hatsjie!’ Klink hard over straat. ‘Ik ben allergisch voor hooi en dus is een cavia on-welkom.’
    ‘Oh ja, jammer. Je bent eigenlijk gek op die miep-beesten.’ Madam denkt in stilte na over een volgende optie. Ze zoekt naar een aaibaar dier dat kan leven zonder hooi of stro. Zo zwemt er een vis in haar uitgesproken gedachten voorbij, een schildpad kruipt langs en een leguaan ligt stil. Behalve zoonlief die blij opleeft bij het idee van deze diersoortigen, bedenken Celine en ik:
    ‘Ze zijn helemaal en totaal niet aaibaar.’
    ‘Momma, een koe! Die is aaibaar. Ik zie jou wel koe-huggen.’
    ‘En hooischudden in de stal zeker.’
    ‘Tjonge wat is dit moeilijk zeg. Een paard is teveel werk…,’ ze blijft even stil. ‘Oh, ik weet het. Een vogel.’
    ‘Echt niet, de hele dag dat getjilp in huis. Ik wil juist stilte! Ik denk dat ik mijn aai-behoefte maar op mijn bankstel afreageer, een dier wordt ‘m niet.’
    ‘Dus het idee van een huisdier moet ik maar echt verbannen?’
    ‘Ja, het lijkt me het beste om dit hele gesprek zo snel mogelijk te vergeten.’
    ‘Dan moet ik maar een vriend, die kan ik aaien.’
    Are you serious?’
    ‘Nee, mama, ik ben er nog niet aan toe.’
    ‘Jammer, ik ben er wel aan toe het huis weer meer voor mezelf te hebben.’
    ‘Nou momma, dan hoop ik voor jou dat je sowieso niet zwanger bent.’


* Op de foto pronkt Eefje, de hond van instagramvriendin en naamgenoot Irene van der Velden. Bedankt meid voor de vrolijke foto. Aai voor Eefje. En hieronder nog eens Eefje, bij mw. Koe. De stoere Eef!



zaterdag 27 maart 2021

Wiet-baas

Wat? Werkt mijn dochter bij een wietdealer?
    Ineens begrijp ik waarom het wat beter met haar gaat. Ik dacht dat het te maken had met haar medicatie, niets blijkt minder waar. Het is de schuld van haar baas*. Ik twijfel ineens of ik nog wel zo blij ben met haar contract. Zij steekt er haar tong bij uit:
    ‘Mama, ik ben meerderjarig en daarom eigen baas.’
    ‘Oh ja? Zal ik jou wat zeggen? In mijn huis gelden mijn regels of je meerderjarig bent of niet.’
    ‘Oh ja? Noem eens zo’n regel?’, daagt madam mij uit.
    ‘Wiet is verboden in mijn huis! Laat ik het niet vinden, want ik zet je mijn huis uit.’ Ze valt direct stil. Mijn boodschap komt over, al staat ze achter de toonbank op haar werk.

Loyaliteit
Dat is wonderlijk, want sinds zij een baan heeft, kent ze een loyaliteits-split. Die speelt overigens alleen op momenten wanneer zij werkt en ik als klant langs wandel. Er ontstaan dan van die situaties waarbij ze moet bepalen naar wie ze luistert: haar baas* of mama. De plek waar ze dan staat kan letterlijk bepalend zijn - staat ze aan mijn kant als klant of zijn kant als verkoper. De toonbank is de enige die zeker is van zijn rol. Trouwens: als verkoper mag ze niet aan mij verkopen; ze zou me eens matsen. Ik zeg verder even niet wie me het meest matst.

Kippie
Afijn, madam kakelt soms behoorlijk aan de ander kant van de toonbank, met oren die hangen naar haar baas*. Ik bedenk steeds vaker of ik niet beter direct mijn weg naar de Appie vervolg:
    ‘Ton! Wilma! Sylvia! Ik kom er aan!’ Met die twee tegen mij? Oh boy, daar is geen kalkoen tegen opgewassen. Dreigen met:
    ‘Ik ga naar Kippie!’, werkt niet. Dan zit madam ’s avonds:
    ‘Mam de kip is niet te eten!’
    ‘Wiet dan wel?

Wegmoffelen

Het was een stapeltje doosjes dat mijn alarmbellen deed afgaan. Het stond weggemoffeld achter een plantje in een pot.
    ‘René, wat ligt daar nou in jouw space?’
    ‘Waar?’
    ‘Daar!’, wees ik.
    ‘Dat is een plant.’
    ‘Ja, duh. Wat verstop je daar achter?’ Meneer keek niet eens!
    ‘Oh dat is niks.’
    ‘Dat zou ik ook zeggen als ik verstop wat onzichtbaar moet blijven. Celine, goed dat jij aan die kant staat. Kijk jij eens, wat daar ligt?’ Ze pakte het stapeltje, bekeek het en gaf het aan mij. ‘Dus dit stapeltje doosjes is niks?’, vervolgde ik.
    ‘Ja,’ zei Celine’s baas*. Hoorde ik wat schuldbewustheid?
    ‘Maar deze niks heeft wel volume. Dat maakt het toch echt iets. Hé, wacht even, staat er cake op?’ Celine stond ondertussen naast me, aan mijn kant van de toonbank dus.
    ‘Mama, dat is wiet!’
    ‘Wacht even, wiet in de space van jouw baas*?’
    ‘Ja, wat is daar mee?’, vroeg hij.
    ‘Celine eet hier wel eens cake hè?’
    ‘Tuurlijk mama, het is nog lekker ook.’
    ‘Ja, natuurlijk! Jij eet space-cake!’ Ik begon als een kip zonder kop te ijsberen. Daarmee was ik niet de enige. De hele vitrine lag vol met kippen zonder kop.
    ‘Mama, geen zorgen. Jouw cake is lekkerder.’
    Sure? Ben je niet stiekem een beetje erg afhankelijk van de cake in deze kippenhut?’
    ‘Nu je het zegt…’

Instorten
En ik maar denken dat Celine’s medicatie werkte. Daarmee is het tijd eerlijk te vertellen dat de coronacrisis er ook behoorlijk in hakt in huize Typisch Irene. Corona heeft ons nog niet geraakt, maar psychisch gaan Celine en ik er flink doorheen. We krabbelen wel op, al heeft de één een pittigere weg te gaan, waar de ander haar tijd uit moet zitten. De een kreeg medicatie via een psychiater, de ander vroeg de huisarts om in ieder geval één lichamelijke kwaal aan te pakken, zodat slapen weer beter wordt en daarmee de dagen beter hanteerbaar zijn. Bij beiden moet het middel een week of vier inwerken. Daarmee begon met de eerste tablet het aftellen.

Herstel
Na één week leefde Celine al wat op en twee weken later zagen we steeds vaker de Celine die we
kennen. Ze zingt, lacht en kwebbelt meer. Ze is zelfs vaker ondeugend. Het verklaart de noodzaak van het medicijn of... Is het de schuld van haar baas* en de doosjes die ik in handen heb? Mijn vertwijfeling was compleet. Is mijn kind verslaafd? Ineens snapte ik waarom ze vaker kakelt over meer werken zodra haar lijf zich beter voelt. Het is zekerweten de schuld van haar baas*. Van de bazen moet je het hebben hè? Tot hij mij uit mijn frustratie haalt:
    ‘Irene, dit is trassi.’
    ‘Watti? Oh wacht, dat lusten we ook niet!’
    ‘Weet je wat ik niet lust?
    'Nou?'
    'Dat je mij al die tijd baas* noemt.’
    ‘Niet zeuren jij, ik wilde dat onderaan de blog met een *baas bekend maken.’ Bij deze gedaan.

zaterdag 20 maart 2021

Geslijm

Ze schuift de achterdeur open, leunt ietsjes naar buiten en wacht op de:
    ‘Goede middag mag ik uw bestelling?’
    ‘Ja natuurlijk. Ik wil graag een BigMacMenu met frietsaus en bosvruchtenthee.’
    ‘Oké, een BigMacMenu. Een groot of medium menu?’
    ‘Groot.’
    'Wat wilt u erbij drinken?’
    ‘Oh, bosvruchtenthee.’
    ‘Bosvruchtenthee.’ Een stilte valt. Thee, is blijkbaar ingewikkelder dan de gebruikelijke cola. ‘We hebben geen bosvruchten thee, wel rooibos of forestfruit.’ Celine fronst haar wenkbrauwen en kijkt me lacherig aan.
    ‘Forestfruit.’ De muppet aan de andere kant van de bestel-hot-line weet duidelijk niet dat bos en forest hetzelfde zijn.
    ‘Oké, wilt u er frietsaus bij?’
    ‘Ja.’ We luisteren allemaal in stilte mee, benieuwd naar hoe dit af gaat lopen.

Dutje

    ‘Anders nog iets?’ Oei, nog maar one down; we zijn met vijf! Marcel die achter het stuur zit, zakt wat onderuit, legt zijn hoofd tegen het hoofdsteun, sluit zijn ogen en fluistert:
    ‘Maak mij maar wakker als ze klaar zijn.’
    ‘Ja, ik wil nog een BigMacMenu, maar nu met cola en geen frietsaus en…’
    ‘Een BigMacMenu, groot of medium?
    ‘Groot.’
    ‘Wat wilt u erbij drinken?’
    ‘Cola,’ klinkt Celine ineens relaxed. Ze past zich horenderoren (de zus van zienderogen) aan. Ze begrijpt ineens het systeem van vraag en antwoord.
    ‘Frietsaus?’
    ‘Nee.’
    ‘Anders nog iets?’
    ‘Ja, de BigMacMenu moet zonder kaas.’
    ‘Zonder kaas.’
    ‘Zonder saus.’
    ‘Zonder saus.’
    ‘En geen augurk.’
    ‘Geen augurk. Anders nog iets?’
    Het vervolg van de bestelling verloopt smoother. Dank aan de gezinsleden die rare fratsen achterwege laten.
    ‘Marcel, wakker worden we kunnen weer,’ zeg ik ondersteund door een por in zijn zij.

Hamburgèr
Wat mij betreft missen we de easy-order-zuilen. Die zijn zo gemakkelijk; vooral in Frankrijk, want tijdens onze vakanties en vóór het easy-order-tijdperk, schoof men mij vooruit om de bestellingen live te plaatsen. De rest van mijn gezin was te jong of verlegen. Stond ik daar met mijn Frans die niet verder gaat dan une baguette, bonjour et bon soiree… Gelukkig heten de producten daar hetzelfde als bij ons, hooguit omgedraaid, bijvoorbeeld de Filet ‘o Fish. Spreek ze wat Franser uit en het komt goed. Tot de verkoper iets onbegrijpelijks vroeg. Oh boy, dan keek ik de ander wollig aan en vroeg mijn escape:
    ‘Marcel wat vraagt hij?’ Waarop Marcel antwoorde, alles redde en onze bestelling klaargemaakt werd. Meestal klopte het ook nog. Zo niet, dan ging ik niet terug.

Aanpassingen
Het werd pas echt lastig toen Benjamin de hamburger ontdekte, maar dan wel alleen het broodje en de burger. Het viel me nog mee dat hij het broodje en de burger wilde, anders kregen we alleen nog zout. Boy, hoe moest ik die bestelling nou in het Frans doen? Dat klonk ongeveer zo:
    Un, of is het une, hamburgèr sans sauce et sans augurk, uhm wat is augurk in het Frans? Oh ja, cornichon, sans cornichon.’ Dat ze me daarbij aankeken als was ik een Hollandse alien in eigen persoon? Boy, snap ik dat! Ik ben altijd een alien in La France.

Gepiep
Terug naar nu: Hebben we eindelijk de bestelling, met alle aanpassingen, zet Benjamin het nog even op een piepen!
    ‘Tjonge jonge!’, klinkt meneertje van 1.86. ‘Ligt die burger wéér scheef.’ Het is iedere keer hetzelfde liedje. Hij heeft wel gelijk, zo moeilijk kan het toch niet zijn om een burger recht op het broodje te leggen. Deze burger hangt ook niet half uit bed tijdens het slapen.
    Tot Lara Benjamins klacht overtrof:
    ‘Ik mis de MaestroBurger.’ Ze veegt haar ogen droog.
    ‘Ja, inderdaad, die mis ik ook!’, klinken Marcel en Celine in koor. Geloof het of niet, in vervolg op mijn blog over luistervink Google, blijken de afluisterpraktijken verder te gaan dan we dachten. Het is werkelijk véél erger. Mister McDonalds luistert gebroederlijk mee, want prompt, een paar dagen na Lara’s huilbui, stuit ik op een reclame van de Mac en wat verkopen ze? Jawel, de MaestroBurger.
    Toen ik Lara, met haar grote ogen, hier gisteravond van vertelde, werden diezelfde ogen groot als QuaterPounders. Om haar geluk compleet te maken zei ik:
    ‘Weet je wat? De afgelopen weken koos ieder van ons een keer waar we onze zondagse-patat vandaan haalden of lieten het bezorgen. Ik koos laatst voor de Friet-Fabriek, want boy, verkoopt Gordi een heerlijke patat zeg. Nog lekkerder dan oma’s friet.’ Daarmee zet ik even die man en zijn maat in de spotlight, verdienen ze. ‘Marcel kiest altijd Kwalitaria, want ja, baas Frans is nou eenmaal onze vaste-pré-corona-uitbraak-zondagsvriend. En Benjamin? Die kiest altijd de Mac. Nu mag jij.’ Lara zat prompt rechtop, haar handjes hield ze gelukzalig als knuistjes voor haar mond, haar oogjes keken smekend als een hondje en fluisterend klonk:
    ‘De Mac.’ Waarna ze de beschrijving van de MaestroBurger hardop oplas. Dat klonk zo sexy... Nu zet zelfs ik er het liefst mijn tanden in, zoals een ander in een grote M&M.

Extension
Oeps! Daarmee bereikte ik de 800 woorden en vertelde nog niet eens over de vorige keer bij de Mac, of
eigenlijk wat eraan vooraf ging. Weet je wat? Voor de geoefende lezer en fan, ga ik de 800 voorbij. Daarbij moet je weten: Marcel en ik vinden de Mac af en toe best lekker, maar liever zeg ik dit:
    ‘We moeten de lokale ondersteuner ondernemen.’ Je snapt het.
    Toch gingen we vorige maand naar de Mac. De kids blij! Ze deden nog net geen ronde dansje, want voelen zich er vast te oud voor. Een week daarna werd mij gevraagd:
    ‘Mammie, gaan we naar de Mac?’
    ‘Weer? Dan moet je papa overtuigen.’
    'Oké!' Ik schreef al over Lara’s prachtige hondenoogjes. Ik zag ze niet, maar ze zette ze vast op terwijl ze naast Benjamin en Celine bij Marcel stond. Of Marcel hiervoor zou vallen? Ik volgde het gesprek ongezien vanuit de gang. Zij waren in de huiskamer.
    ‘Papa, wij willen naar de Mac,’ zei Benjamin
    ‘Oh?’
    ‘Ja, want het is heel erg lekker.’
    ‘En we kunnen er lekker makkelijk naartoe rijden en dan door de drive,’ vulde Celine aan. Ik zag voor me hoe Lara tussen beide kinderen stond.
    ‘En samen in de auto is altijd lachen’, versterkte Benjamin zuslief. Zo heerlijk als zij samenspannen.
    ‘Onzin, het makkelijkste is vanaf de bank online bestellen. Het eten komt dan naar me toe,’ zei Marcel, legde zijn voeten op de bank en pakte de tablet erbij.
    ‘Maar papa, we hebben beweging nodig,’ probeerde Celine.
    ‘Ja pap, dat is goed voor ons.’
    ‘Die wandeling naar de auto? Dat is 20 meter,’ zei Marcel. ‘Wij lopen er vanmiddag negen, ga maar mee.’
    ‘Papa, is ben helemaal depressief van dat binnen zitten. Als we nu even naar buiten gaan is er licht aan het eind van mijn tunnel.’
    ‘Haha, jij gaat voor patat aan het einde van de Mac Drive,’ lach ik hard bij het binnenlopen.
    ‘Maar papa, heeft geen idee. Hij komt iedere dag nog buiten, hij gaat naar zijn werk. Ik zit hier maar binnen,’ zegt Benjamin. Hij moet uitkijken anders stuurt Marcel hem lopend naar de McWalkthrough.
    ‘Papa, we willen gewoon een uitje. Wij zijn met ons drieën in de meerderheid, langer en zwaarder dan jullie samen,’ probeert Celine nog een laatste poging. Tot ik ingrijp:
    ‘Stelletje slijmballen. Kom Marcel we gaan naar de Mac.’
    ‘Oké prima. Ik wilde sowieso al vanaf de eerste seconde. Ik wilde hen alleen zien zweten.’




zaterdag 13 maart 2021

Mondkapje

Afgelopen week wees men me twee keer op mijn leeftijd of de afwezigheid daarvan, zou ik bijna zeggen. Dat kan echter niet hè? We kunnen ons geslacht willen negeren, bij onze leeftijd is dat echt onmogelijk. Of je moet jezelf graag voor de gek houden, net als ik:
    ‘Ik ben 38!’ Waarop mijn lijf antwoordt met:
    'Kraak, piep, kreun',  en weer een vlieg-opper.

Peoples
Genderneutraliteit past mij niet, ik snap het zelfs niet. Maar oké, ieder zijn ding. Daarom zeg ik trots zonder iemand tegen de borst, of de afwezigheid daarvan, te willen stoten: ik ben trots vrouw te zijn. Niet dat ik soms liever man ben. Die piepels (met een p van peoples) hebben voordelen, zoals iets met bomen en plassen. Daartegenover blijft de ongelijkheid zo enorm stinken.
    Ondanks dat sta ik voor mijn geslacht, waarbij meespeelt dat ik de vrouwelijke rondingen mooier vindt dan mannelijk vierkant. Zo, dat lucht op.

Wandelschoenen

Hoe ik hierbij kom?
    Nou, mijn wandelschoenen waren versleten. Door de sluiting van winkels en de huidige maatregelen, had ik echter niet zo’n zin in shoppen. Ik bestelde net zo lief precies dezelfde online. Als deze lekker zitten, dan de nieuwe variant ook, toch? Zeker toen ik fel rode wandelschoenen ontdekte, was ik verkocht. Die kleuren lekker bij mijn jas. Tot ik ze niet in mijn maat vond en bijna de zoektocht opgaf.

Geduld
    Wel opletten hè? Ik schreef bijna. Vorige week overwoog ik bijna mijn laatste blog te schrijven. Ik deed het echter niet. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Bijna is hierin bepalend, want Marcel zocht mee. Hij vond die rode wandelmuiltjes wel en stuurde mij de link. Ik zette het om in een bestelling en las dat ik vier dagen op de deurmat kon wachten. Een waarschuwing van Marcel volgde:
    ‘Verheug je niet op die bezorgdag. Alles loop achter.’
    ‘Goeie, ik verheug me een dag langer, oké?’
    Tot ik een dag vóór bezorging las dat de schoenen uitverkocht waren.
    ‘Aaarggghhh…!’ Nog één keer doorzocht ik het weerzinwekkende wilde web om te eindigen met een appje naar Lowa met de vraag of de schoenen nog bestaan. Hun antwoord:
    ‘Nee, dat model is uit 2018.’ Dubbel aaarggghhh…!! Mijn zoektocht eindigde direct. Ik zocht opnieuw en vond paarse wandelschoenen. Ook mooi, maar still in the making. Of ik geduld heb? Ik glij meer over straat dan dat ik loop. Nee!

Leeftijd
Ik besloot het anders te doen. Met een open view plande ik een afspraak bij Bever en wandelde een dag later de winkel binnen.
    ‘Mevrouw u bent voor dit tijdblok de laatste klant, alleen de luxe fauteuil is nog vrij,’ zei de verkoper.
    ‘Wat heerlijk om me de queen-of-the-shop te voelen. Kom je de schoenen dan ook brengen?’, vroeg ik met een glimlach vanachter mijn mondkapje.
    ‘Ja,’ zei hij, ‘maar eerst een voetscan.’ Werd daar mijn voet van alle kanten bekeken zeg. Zo kon meneer direct bepalen welk schoenen sowieso afvielen. Natuurlijk werd mijn on-maat ontdekt. Ik draag wel meer on-maten, maar die zijn alleen belangrijk bij Hunkemöller. ‘Wilt u de uitkomst van de scan via mail ontvangen?’
    ‘Graag.’
    ‘Dan voer ik wat gegevens in.’ Na het noemen van naam en dergelijk, vroeg hij: ‘U bent vrouw. Oh wacht, ik zie meer mogelijkheden. Dat is nieuw, u kunt ook neutraal zijn of het niet willen zeggen.’
    ‘Kan ik ook kiezen: weet ik niet?’, lachte ik. ‘Meneer kijk nou zelf. Ik draag een rok! Hoeveel trots op vrouw-zijn laat ik daarmee zien?’ Hij wist mijn antwoord.
    ‘Ik durf het bijna niet te vragen, maar bent u tussen de 45 en 55 jaar?’
    ‘Ho, wacht! Echt? Je bent de eerste die me op mijn waarde, leeftijdswaarde, schat.’ Hang de slingers op, blaas ballonnen op en geef die man een sticker. Oh nee, niet! Hoezo is hij hier zo confronterend goed in? It striked me.

Mondkapje

Natuurlijk is alles de schuld van het gezicht-ontsierende mondkapje. Die man zag alleen mijn ogen met wallen en rippels omlijst. Hoor mijn derde:
    ‘Aaaarggghhh…!!!”, en kijk die uitroeptekens. Zonder dat gezicht-bedervende mondkapje schatte hij me vast begin 40. Net als iedereen. Een after-interview gesprek met een kledingverkoopster bewees dat. Wij spraken elkaar zonder mondkapje.
    Ik beloofde binnenkort shirts te komen neuzen.
    ‘Wat zoek je?’
    ‘Niet al te synthetisch kleding, want dat matcht niet met vlieg-oppers.’ Ze schrok.
    ‘Hoe oud ben jij dan!’ Gelukkig stapte ze niet over op ge-u.
    ‘48.’
    ‘Dat gaf ik je niet.’ Daarmee bevestigend wat ik al dacht, dat de mondkapjes ons ontsieren.

Sprankelend
Marcel beaamde dit:
    ‘Zonder jouw full-face experience, missen we je guitige, gezellige smile, wat bepalend is in hoe jij overkomt.’ Ik sprankelde weer. Door hem durf ik geloven dat ik, zelfs als ik eenmaal vijftig ben, nog steeds niet op waarde word geschat. Zo klinkt geen vierde aaarggghhh…!!!! Maar een hele harde: YES!!!!!