zondag 13 juni 2021

Allergie

Ja hoor, daar was ze weer, onze vroege vogel, na Marcels vertrek, stapte ze de huiskamer binnen onder luid:
    ‘Hatjsoe!’
    ‘Bedoel je goedemorgen?’
    ‘Ja goede-ha-ha-hatsjie!’
    ‘Ik leerde je nog zo: je begint de dag met “goedemorgen” en bij een pestbui neem ik genoegen met “morgen”, maar wat is ha-ha-hatsjie nou weer?’ Ik was blij met de afwezigheid van mijn gehoorapparaat. Dit meiske nieste zo hard en schel, dat het te horen moest zijn tot op de camping in Ramatuelle. Zo horen ze toch iets van ons, want voor de rest gaat dat vakantiefeestje aan ons voorbij. Het enige feestje dat ik vooralsnog vierde is het genies van Celine. Daar klonk weer:
    ‘Ha-ha-ha-‘, lelujah? Helaas, het werd: ‘tsjooooeeee!’, gevolgd door een gaap.
    Nadat ze haar boterham met hagelslag verorberde, haar theeglas leeg dronk, een laatst tissue vol snoot, deze weggooide en haar handen waste, vertrok ze naar boven.

Plantje
Omdat ook ik mijn out-of-bed-look af moest schudden volgde ik haar al snel. Amper de laatste traptrede onder me gelaten, klonk een oorverdovende zucht vanuit Celine’s kamer.
    ‘Gaat het meiske?’
    ‘Momma, ik ben dit genies zo zat. Ik loop al dagen te snotteren.’
    ‘Alleen als je loopt?’
    ‘Doe niet zo leuk,’ zei ze met vochtige ogen en een rode neus. ‘Ik denk dat ik allergisch ben.’
    ‘Dat lijkt me nogal duidelijk.’
    ‘Denk je dat het hooikoorts is?’
    ‘Zekerweten!’
    ‘Dan moet het van buiten zijn.’ Ze stapte naar het raam en keek naar beneden. ‘Er groeit en bloeit ineens zoveel in de voortuin, jemig! Moet je zien.’ Ze veegde haar neus af aan de zoveelste tissue. Waarna ik hard lachte. Ze keek me aan alsof ze ieder moment haar neus aan mij af zou vegen.
    ‘Wat is hier ineens zo leuk aan?’
    ‘Ik zie duidelijk waar jij allergisch voor bent.'
    'Wat dan? Jij kan vanuit de deuropening de voortuin niet eens zien.'
    'Klopt, maar kijk dat plantje eens. Dat staat sinds vorige week in je kamer en sindsdien heb je klachten hè? Tada, plant eruit of jij…  Ze keek naar het enige plantje dat haar kamer rijk is, een Origami. Ken je die? Ruikt niet, sterft niet, hoeft geen water, verkleurt misschien, maar verder is het een zorgeloos plantje. Toch sneu dat madammeke juist daar allergisch voor is.



Bloempjes
Om mijn dochter toch te tonen dat ik haar wel serieus nam, stond ik even later naast haar en bewonderde de voortuin:
    ‘Momma, ik denk dat ik allergisch ben voor die paarse bollen.’
    ‘Nee joh. Je bent allergisch voor die witte bloempjes. Die helemaal vooraan staan bij het fietspad.’
    ‘Oké, wat nu?’
    ‘Vanavond tegen papa zeggen dat die de tuin uit moeten.’



Een halve dag later, de avondmaaltijd voor onze neus, nam Celine het woord:
    ‘Papa, ik ben allergisch voor die witte bloemetjes.’
    ‘Welke witte bloemen?’
    ‘Die witte in de voortuin.’
    ‘Wijs ze even aan, want het zijn er meerdere.’ Vanaf de bank keken ze de voortuin in. Celine wees de bloempjes aan die ik bedoelde.
    ‘Dus het enige bloemetje dat nog van mij is en dat ik heel mooi vindt, moet de tuin uit?’, klonk manlief met een snik in zijn stem.
    ‘Ja, papa, mama zegt dat ik er allergisch voor ben.’ Hij draaide zich abrupt om, keek me doordringend aan en zei:
    ‘Heeft mama ook gezegd dat ze al jaren dat plantje weg wilt hebben?’
    ‘Nee. Momma? Span jij mij nu voor je karretje?’
    ‘Uhm, het viel te proberen. Ik heb wel meer de tuin uitgewerkt tegen papa’s wensen in, hij hielp me er zelfs mee en kijk hoe mooi de tuin werd?’ Ze keken beide de tuin weer in.
    'Papa, mama heeft een punt.'
    'Dus weg met dat witte plantje, wat zeg jij Celine?’ Ik vroeg het haar en hoopte op een goed antwoord. Een beetje medestand kon ik wel gebruiken. Ondertussen gaf ik Marcel een tissue, want hij was zo zielig.
    ‘Hatsjoe!’
    ‘Dat is precies wat ik wilde horen. Dat is vrij vertaald: mama heeft altijd gelijk.'

zaterdag 5 juni 2021

Mededeling

Eens kijken of ik iets leuks kan maken van de volgende huishoudelijke mededeling:

Ik kap ermee

Ja je leest het goed. Ik geef er wat aan, en weet je wat? De brui. En ik gooi, echt hard en gefrustreerd een handdoek. Een keer raden waar.
    Inderdaad, in de ring.
    Of zal ik die pijp maar geven? Ik weet wel aan wie, namelijk aan Maarten. Want daar geven we in goed Nederlands de pijp aan. Het slaat trouwens echt nergens op, want ik rook niet eens. En waarom geef ik dan die pijp aan hem? Of all men? Hij ziet me al aankomen. Hoor ik hem zeggen:
    'Wat moet ik met jouw pijp? Je rookt niet eens.'
    'Volgens het spreekwoord moet ik 'm aan jou geven. Hier pak aan!’ De grap, of het zure, is dat ik zeker weet dat onze huisvriend Maarten mijn wekelijkse blog niet leest, tenzij ik over hem schreef en ik hem de link stuurde. Moet ik hem dan wel de pijp geven?
    Ik weet wel beter, ik geef 'm aan jou, mijn lezer. Bescherm 'm voor mij, oké? Misschien wil ik 'm een keer terug.

Hangen
Dan laat ik ondertussen mijn lip en hoofd even hangen. Nee beter, geef me jouw schoot even, dan buig ik mijn hoofd en leg die er in. Terwijl ik niet de bal maar de korf werp. En daarna ga ik strijken, niet de berg was die op zolder ligt. Dat komt volgende week wel, maar de vlag en het zeil. Dat is nou eenmaal wat ik moet doen.
    Zoals ik ook niet het bijltje, maar mijn laptop erbij neerleg. Dan ook maar muis en oplaadsnoer er als boeltje bij gegooid. Ja, gooien of smijten of rammen. Het is duur dit vel dat ik verkoop. Je denkt toch niet dat ik lachend een streep zet? Een dikke vette streek ergens onder. Eigenlijk voelt het meer als er dwars doorheen. Dit gebeurt met een brok in mijn keel en een hart dat schreeuwt: ik wil dit niet. Toch zet ik die punt en wel hier achter:


Sluiten
Daarmee sluit ik 'm, dit boek, nee, mijn blog. Want ik denk dat het nu beter keren is en dat ten halve, dan dat ik ga lopen dwalen en dat in zijn geheel. Daarmee hang ik mijn polssteun aan de haak. Nee, in de wilg, die aan de Kooikersplas. Ik hou nou eenmaal van de natuur. En kuis daarmee de schop af! Want de jeu is er af. Als is die gesloten. En je weet het: als ergens de jeu sluit, opent het zich ergens anders. In dit geval op de jeu de boules baan.

Mededeling
Dit alles om te zeggen dat ik stop met de zelf opgelegde verplichting van de vaste zaterdag-op-zondag blog. Ik doe dit niet met slingers en ballonnen. Niet omdat ik het schrijven niet meer leuk vind en niet omdat het bloggen me te zwaar is. Hallo!!! Ik ben een schrijver!
    Het heeft alles te maken met inspiratie die de koffer pakte en naar de Gallemiezen ging. Ken je dat woord? Ik ook niet. Een vriend zei het afgelopen week. Ik keek alsof ik een kiwi, die Nieuw Zeelandse vogel zonder vleugels, zag vliegen. Naar de gallemiezen betekent echter niets meer of minder dan dat iets kapot, dood of failliet gaat. Zoals er dingen naar de knoppen gaan.

Inspiratieloos
Dat mijn inspiratie me verliet kan ik niet verklaren. Het komt toch niet door al het schrijven van artikelen voor de weekkrant Houtens Nieuws? Of doordat deze tijd gewoon minder fun is? Of dat de niet openlijk beschreven privésituatie en de binnen-huise zorgen me teveel zijn?
    Feit blijft dat mijn sparkle minder is en de borrel en bruis afgenomen zijn. Hoe dan ook zijn mijn blogs niet meer wat ik er van wil maken.
    Ik zong, maar dit liedje gaat even uit.

Stoom
Wat blijft? Blazen! Heel veel stoom! Want dit gaat me aan het hart. Het doet me pijn. Maar ja, wat op is of er niet meer in zit, kan er ook niet meer uit, al zet ik er nog zo hard mijn tanden in.
    Zul je zien, komen er komende tijd verschillende memorabele gebeurtenissen op mijn pad. Vraag jij:
    ‘Wat dan?’
    ‘Dan schrijf ik een blog!’ Wat denk jij nou? Blogs schrijven blijft het liefste dat ik doe. Die hoef ik niet ter inzage in te sturen, die zijn 100% goedgekeurd, steeds weer. Dat is heerlijkst! Daarom is dit geen bye bye, zwaai zwaai, bedankt tot nooit, maar een:
    ‘Tot de volgende blog, whenever.'





zondag 30 mei 2021

De 8 van Marnemoende

Met het mooie weer van vandaag is de keus om te wandelen zo gemakkelijk gemaakt. Ik moet-en-zal iedere dag een rondje maken, zelfs door weer en wind zet ik door. Maar deze zaterdag is totaal geen sprake van doorzetten. Het is een makkie, want wat een cadeau de zon mee te hebben. Het is precies daarom dat ik mezelf in de auto insmeer met zonnebrand. De geur van die spray brengt me even naar Zuid Frankrijk - zal ik er komen dit jaar?
    Bij het openen van mijn ogen staan we geparkeerd bij Delos Yachtcharter - startpunt van de 8 van Marnemoende in IJsselstein en Montfoort. Nee, we kopen geen boot. Zo jammer.

Marnemoende
We kozen deze wandeling omdat het een kwartier bij ons vandaan ligt; het kan voor jou verder weg liggen, maar deze route ligt hier vast:
    Deze wandeling is niet alleen acht kilometer lang, maar ook lopen we als het ware een acht. Een rondje van drie en een rondje van vijf kilometer kruisen elkaar namelijk bij het startpunt. Klik vooral op de link en bekijk de plattegrond. Ligt het aan mij of moet je die acht er in willen zien?
    Voor mij telt de acht kilometer. Zin in, hup, de auto uit!

Denkwerk
Vol goede moed lopen we het pad op, nemen de brug over de Hollandse IJssel en slaan linksaf een fietspad op. Het volgen van deze route is aan de hand van TOP-paaltjes. De nummers staan op de site.
    Wij proberen altijd een paar cijfers achter elkaar te onthouden. Mij lukt het niet, Marcel is daar beter in. Gelukkig is hij erbij, mag hij het onthoud-werk doen.

Fietspad
Onze route loop voorlopig over een fietspad. Bij tegenliggende of achterop komende fietsers kunnen we een stap opzij zetten om in het gras door te lopen. Ik loop vooral liever op het asfalt, want met die stevige bodem is het gemakkelijker om me heen kijken.
    Voor de rest vind ik wandelen op het fietspad niet fijn of ontspannen. Het is steeds opletten of er iemand aan komt. Zeker omdat ik slechthorend ben, kijk ik vaak achterom, want liever weet ik dat er iets aankomt, dan me op het laatst uit mijn schoenen te schrikken van een plotselinge bel of zelfs niets horen. Fietst daar ineens iemand rakelings langs.
    Toch kan ik ondanks verschillende uitstapjes op het gras genieten van de weidsheid, het boerenland, de wolkenluchten en bomen die het beeld vullen. Jammer dat ik de warmte en wind niet vast kan leggen. Door de wind is het maar net te doen zonder vest.


Kievit
Al doorlopend horen we een soort 'wiepwiep' vanaf het veld naast ons. We stoppen en kijken naar wie het geluid maakt. Een onbekende vogel 'wiept' en wandelt in het veld.
    'Weet jij wat voor vogel dat is?'
    'Dat is een Kuifwiep.'
    'Jaja, hoe weet jij dat nou weer?'
    'Dat hoor je toch? Hij zegt: "wiepwiep" en heeft een kuif." Tja, zo'n kuif zou mijn lief vast ook graag willen hebben. Ik hou verder even mijn mond. Het antwoord van mijn lief zegt echter alles over zijn vogelkennis. Een vorige wandeling troffen we een Mwiepmwiep. Gelukkig beslist meneer niet over alle vogelnamen, want we zouden dan leven met een piefpief, een pwietpwiet en fietfieuw. Hou dat maar eens allemaal uit elkaar. Ondertussen weet ik door een vriend dat dit een Kievit is. Die zegt duidelijk niet: "KievitKievit".

Deceptie
Na ruim een kilometer leidt de route ons links het fietspad af. Rechts van ons ligt een camping. Geen slechte in onze ogen en vooral de plekken aan de Hollandse IJssel zijn niet verkeerd.
    We blijken niet de enigen op deze plek. Er zitten meerdere mensen en er dralen wat wandelaars. We begrijpen al snel waarom. Het jaagpad, waar onze route verder gaat, is gesloten. Een hek en daarop een bord, ontnemen ons de weg.
    'Dat bord heb ik gemaakt,' hoor ik naast me. Mijn man de beletteraar maakt wel meer borden en bumpt er soms gewoon tegenop.
    'Nou lekker dan, dat maakt je medeplichtig aan deze deceptie. Wat nu?' Andere wandelaars denken dat het pad dicht is vanwege de coronamaatregelen. Zo langzamerhand komt het toch wel onze strot uit hè, de invloed van corona? Even overwegen we als criminelen om het hek heen te klimmen zoals anderen doen, maar we horen dat er handhavers op het water varen. Dan toch maar niet.

Jaagpad
We aanvaarden de terugweg via de heenweg tot we terug zijn bij de brug aan het begin van onze wandeling. Het afgesloten stukje route eindigt onder de brug. Daarom lopen we daar even naartoe om daar eenzelfde bord en hek te zien als aan de andere kant. We besluiten even op het bankje aan het water te zitten en zien tot onze verrassing dat het jaagpad aan de andere kant van de brug open is. Het hek kan niet verder uitnodigend open staan.
    'Aangezien er geen waarschuwing staat, gaan we toch wel daar heen?', wijs ik naar het hek en het pad.
    'Zeker weten, al staat er aan de andere kant misschien wel een hek, hier niet! Kom we gaan!'

Dierengeluiden
We betreden een zeer mooi pad langs de Hollandse IJssel. Regelmatig horen we het geronk van boten op het water, evengoed is het soms stil en zijn het de vogels die de hemel vullen met hun gefluit. Beestjes, dieren, paddenstoelen en bloemen veraangenamen de route. Schapen in het weiland, ganzen op het water, gezoem in de lucht. Wat wil een wandelaar nog meer? Meer dan dit genieten hoeft niet. Het is mooi, frisgroen en rustig. 
    We komen op dit pad van ongeveer 2,5 kilometer drie mensen tegen. Dat maakt dit gedeelte rustiger dan de andere.





Glibberen
Paddenstoelen verraden de vochtigheid van de grond. En zij niet alleen. Waar ik vorige week nog tegen Marcel zei:
    'Met deze schoenen kan ik domweg niet meer uitglijden, want de grip is fantastisch,' neem ik die woorden hier terug. Ik voel af en toe geglibber onder mijn schoenen.  Het is het stro dat op modder ligt dat de route hier en daar glad maakt. Niet alleen ik, ook Marcel voelt het. De vocht en oneffenheid van het pad maken zorgeloos rondkijken over het water en het land onmogelijk, daarom stoppen we regelmatig om rond te kijken.
    Naarmate we Montfoort naderen, wordt de begroeiing voller. Ik moet uitkijken voor brandnetels, want draag blote benen onder mijn jurk. Ja, hé, de zon schijnt, dan draag ik geen broek.
    We zien een gebouw in het water en even verderop een terrein waar giftige grond ligt. Het is precies daar dat Marcel wijst naar ons droomhuis (lees: bouwval).
    'Succes schatje!'
    En bijna aan het eind van het pad zie ik een heel leuk verkeersbord. Weet je waarom die daar hangt? Aan de andere kant van het hek woont een behoorlijk grote hond en geloof me, die komt op je af. Deed hij ook bij mij, voor alleen het maken van deze foto. Maar stel dat jij, meneer, daar gaat staan plassen. Ik weet het niet hoor, wat mij betreft is het niet echt veilig met die scherpe tanden aan de andere kant van het hek.


 


Eindsprint
We verlaten het jaagpad, gewoonweg omdat we anders de tuin van iemand betreden, en volgen een smal pad langs huizen en tuinen tot we weer op het fietspad richting beginpunt wandelen. Eindigend bij een veld met een paar Alpaca's die al net zo min als schapen interesse hebben in mij. De liefde is nooit wederzijds. Ik maak het uit.




Nagenieten
Bijna bij het eindpunt, onder eerder genoemde brug, zijn de bankjes vrij (ik zeg liever onbezeten). Wij blijven er daarom graag even hangen. Gewoon omdat het kan en het weer zo ontzettend mooi is. Uitkijkend over het water, genietend van een libelle en manlief die even zijn ogen sluit bedenk ik: het was mooi. Wandelen is mooi.

Tot de volgende wandeling,
Irene

zondag 23 mei 2021

Neologisme: Wiegel

    ‘Momma, wat ben jij een wiegel,’ hoorde ik Celine zeggen.
    ‘Wat is wiegel?’
    ‘Wiegel? Waar heb jij het over?’
    ‘Jij zei wiegel.’
    ‘Nee, ik zei liegerd.’
    ‘Oei, dan ben ik liever een wiegel,’ merkte ik op.
    ‘Wat is dat dan?’
    ‘Boeit niet, het klinkt beter dan liegerd.’
    ‘Het klinkt zeker lekker.’
    ‘Precies! Maar wat is het?’
    ‘Sowieso een neologisme.’
    ‘Wat voor geloof of organisme!?’
    ‘Momma, het is geen geloof. Het is net als het woord "selfie" ooit nieuw was, een neologisme.’

Malapropisme
Natuurlijk weet die meid wat neologisme is. Zoals ze alles weet van pleonasmen, tautologieën, contaminaties, incongruenties en zo. Bij nader onderzoek zie ik malapropisme tussen de stijlfiguren staan. Nooit van gehoord, but it’s my favorite! Bij de malapropisme verhaspel je spreekwoorden. Doe ik nooit! Ik klets vooral heel erg uit mijn toetsenbord en ben een kei in het onbedoeld gebruiken van stijlfouten.
    Blijft feit dat madam met die top-hersenen mij mocht vertellen wat een wiegel nou eigenlijk is.
    ‘Nou,’ zei ze: ‘Het is een staat van lacherigheid, luidruchtigheid en gezelligheid met iemand anders. Vanuit een positieve vibe maken zij, huis, tuin en stad onveilig wat vooral de onderlinge band versterkt. Evengoed ontstaat in alle gein een serieus gesprek, waarin men moeiteloos terug switcht naar waar de fun begon.’
    ‘Wauw, dat gaat meligheid voorbij.’
    ‘Absoluut, want je voelt je zo goed bij iemand dat je schaamteloos dingen doet. Like: let your guard down. Momma, jij en ik zijn de besten daarin.’
    ‘Tuurlijk, want wiegel is onze way of life.’

Regenmuts
Ik word helemaal enthousiast en heb alleen maar meer zin in wiegel. Nog amper uitgepraat kruiste een taxi onze weg, de chauffeur parkeerde de auto langs de weg en claxonneerde. Celine wiegde letterlijk op van schrik, beide benen van de grond en bumpde tegen mij op. Ik kwam niet meer bij:
    ‘Liet jij even je guard down zeg! Dat was schaamteloos springen.’ Ze reageerde met hard gelach en trok haar regenmuts over haar hoofd.
    ‘Zou jij dat niet ook even doen?’
    ‘Mijn muts op? Het regent niet eens. Ik ga niet onnodig voor gek lopen.’
    ‘Ik daag je uit, wiegel!!!’ Daar ging mijn muts, zonder regen liepen we door.

Pyjaangekleed
Een grotere uitdaging volgde een dag later, vrijdagochtend aan de ontbijttafel, waar ik vluchtig het weer checkte:
    ‘Oh, de zon schijnt nu nog ongeveer een uur, daarna steekt een sterker wordende wind op en weer later regen. Als ik wil genieten van mijn wandeling moet ik nu gaan.’
    ‘Dat is een probleempje, hè momma?’
    ‘Ja, ochtend en snel gaan bij mij niet samen. Als ik opsta,’ ik illustreer het meteen, ‘ruim ik eerst de tafel af, haal de vaatwasser leeg, check de huiskamer op ongewenste rommel, pak vieze thee- keuken- en vaatdoek, neem die mee naar boven om daar de wasmand leeg te gooien en de wasmachine aan te zetten. Zie je? Ondertussen ben ik met heel andere dingen bezig en vergeet de wandeling, want een andere wind waait in huis. Die waarin ik zelfs nog aan moet kleden.’ Ik zucht hard.
    ‘Momma, laat alles maar staan, ik ruim wel op. Ga lekker wandelen in pyjama.’ Ik keek haar aan alsof ze haar onesie ondersteboven aan had.
    ‘Hallo, ik werk voor de krant, alsof iemand mij dan nog serieus neemt.’
    ‘Wat heeft de krant hiermee te maken?’
    ‘Stel dat ik een geïnterviewde dorsgenoot tegenkom, dan denkt die direct: wacht even, is Irene een zwerver? Hoe kan ik haar ooit nog serieus nemen?’
    ‘Dat ze jou sowieso serieus nemen is al bijzonder momma. Maar oké. Of ze jou nou herkennen of niet, ik vind het verraad.’
    ‘Hoezo verraad?’
    ‘Jij! Jij vergat eens iets te kopen en stuurde mij er op af, in mijn pyjama kon wel, zei jij.’
    ‘Toen was het donker. Bovendien ben ik een volwassen vrouw.’ Keek madam me toch kwaad aan! D’r onesie zat van schrik weer goed. ‘Oh sorry, jij bent natuurlijk ook een gewassen vrouw.’
    ‘Ja volwassen en zeker gewassen. Ik dwing jou voor straf in pyjama te gaan wandelen.’ Ik werd nog net niet door haar buiten gezet.
    ‘Ik kan toch niet zó naar buiten?’, zei ik en zette mijn handen met paniek in de ogen in mijn haar. ‘Dit is mijn coup-out-of-bed, die mag niet buiten loslopen.
    ‘Doe lekker een staart in en een beetje water in je pony. Hup mam, ga gewoon, dan pak je nog net wat zon mee.’ Ze had een punt, die zon! Ik waste me snel, deed mascara op, een bh aan, een staart in en fatsoeneerde mijn pony.
    ‘Mam, je ziet er helemaal niet out-of-bed uit. Stout, waar is je wiegel?’, zei ze toen ze me zag.
    ‘Meid, zonder jou ben ik sowieso niet wiegel, wat maakt het uit?’
    ‘Troost je, al je wiegel heb ik al op Instagram gewiegd.’



zaterdag 15 mei 2021

Huishoudlesje

Van mijn kinderen moet ik het hebben. Kunnen ze nou niet gewoon het huis uit gaan? Dan vragen zij me niet langer ter verantwoorden voor de dingen die ik nu doe, waar zij vroeger straf voor kregen. Times change!

Haast
Zo verscheen afgelopen week deze foto op Instagram, synoniem voor het Warboelige Weidse Web. Bijna als in triomf toonde mijn 22-jarige dochter wat rommel die ik achterliet.
    Vraag ik me even af: Zal ik haar rotzooi eens delen?
    Het voelde alsof madam jarenlang loerde op een pay-back-moment om mij terug te pakken op het jarenlange roepen:
    ‘Voeten vegen!’ Wilde ze bewijzen dat mama’s geen Saints zijn? Wist ik lekker al. Trouwens, ik zag in mijn ooghoek dat ik deze rommel achterliet, de klok tikte echter ook. Ik moest direct weg voor een afspraak en wist wie de rotzooi alsnog later voor de voeten kreeg.
    ‘Ik,’ zei de gek. Zo gaat het al jaren.

Profiel
Het is allemaal de schuld van het geweldige profiel onder mijn wandelschoenen. Buiten het feit dat ik niet meer uitglij over modderpaden, van steile hellingen of in de sneeuw, blijft na een modderige wandeling altijd zand of klei onder de schoenen zitten. Had ik maar die grip op mezelf.
    Eenmaal thuis denk ik altijd: als de modder opgedroogd is of als ik ze weer aantrek, sla ik de rommel er eerst af. Tot blijkt dat ik die volgende keer opnieuw haast heb. Dan is de oplossing het eruit te lopen of stampen. Het lost zich onderweg op.

Bloembakken

Beter is dit: meer tijd te nemen voor vertrek en voordat ik de schoenen aansnoer te checken op troep. Waarom zou je anders onder je schoenen kijken? Wat kan er anders onder zitten dan zand of steentjes – poep werk ik er wel direct af als ik thuis kom. Of verwacht je een bloementuintje? Dan zou ik de schoenen op de kop in de tuin zetten en het lekker laten bloeien. Laatst zag ik trouwens dat iemand haar versleten wandelschoenen vulde met bloemen en in de tuin zette. Waarom bedacht ik dat nou niet bij mijn oude wandelschoenen? Nu zijn ze weg; apart van elkaar weggegooid.
    Ik wilde een halve schoen op een eerder gemaakt kunstwerk van mijn eerste Lowa wandelschoenen lijmen, maar het doorzagen van die schoen bleek onmogelijk.
    ‘De zool doorzagen lukte nog wel,’ zo vertelde manlief, ‘maar de rest ging mis.’ Daarom dumpte hij die stuk gezaagde schoen in de container op zijn werk en ik mijn schoen hier in de kliko. Best zielig. Al die jaren waren ze een paar, nu vonden ze gescheiden hun weg naar de vuilnisbelt. Dat nooit meer. De volgende keer worden het bloembakken.

Huishoudgeheim
Terug naar die inhuizige zandresten en de foto die een wereldreis maakt. Ja, ik bedoel maar, wie weet wie nu mijn huiskamervloer checkt op die foto? Ik zei toch al: van je kinderen moet je het hebben. Het lef!
    Madam leerde trouwens een paar weken terug een oplossing voor zandresten op de vloer. Daarmee weet je nu dat dit niet de eerste keer was. Stoute ik.
    Vooral omdat niemand met vieze schoenen binnen mag komen. Ik wilde het ook niet tot ik bedacht dat mijn oortje en sleutels op mijn bureau lagen, achterin de kamer. Alleen daarvoor mijn schoenen uittrekken was geen optie, ik nam het risico en hoorde:
    ‘Momma er komt troep van je schoen.’
    ‘Oeps! Oh wacht, ik heb nog een paar tellen om het op te ruimen. Kan wel.’
    ‘Je pakt natuurlijk de stofzuiger.’
    ‘Nope, de veger. De stofzuiger pakken is teveel werk: ik moet ‘m uit de kast slepen, de stekker er uit trekken en in het stopcontact steken, stofzuiger aanzetten, het apparaat de kamer door slepen, stekker weer uit het stopcontact halen, de snoer op rollen en de boel weer in de kast zetten.’
    ‘Wat veel handelingen.’
    ‘Dat heet huishouden. Kijk, wat ik met de veger doe: Ik haal ‘m uit de kast, zet ‘m op de grond bij het hoopje afval dat het verst weg ligt en trek die via het het spoor van zandhoopjes naar één plek.’
    ‘Mama, moet dat zo dicht bij mij liggen?’
    ‘Hier illustreer ik het best wat volgt. Ik doe iets wat jij mij nooit eerder zag doen. Let op!’ Ik tilde de hoek van het vloerkleed op en veegde alle rommel daaronder. Liep de gang in en wilde ‘toedeloe’ roepen, maar Celine greep me bij de das.
    ‘Doe jij dit vaker?’
    ‘De laatste keer is vijf jaar geleden. Ik ken meer foefjes, waardoor het lijkt alsof ik heel druk ben met het huishouden.’
    ‘Vertel!’
    ‘Ik vertel niks, kijk hier maar naar: lesje huishouden. Ik zoek trouwens altijd nog zo’n lopende wasmand.’

ps. Voor wie niet genoeg krijgt van mijn blogs, ik schrijf ook wandelblogs.

zaterdag 8 mei 2021

Worsteling

Vanochtend aan de ontbijttafel besefte ik dat ik opnieuw de strijd aan moet gaan. Het houdt niet op. Ik zat wat onderuitgezakt aan tafel, mijn benen languit op de stoel naast me en genoot van mijn after-breakfast-time. Ik was vrij, niets moest, alles mocht. Zalig! Ik wreef voldaan over mijn buik.
    ‘Wow wanneer is die buik er één geworden om ‘u’ tegen te zeggen?’
    ‘Momma,’ zei Celine. ‘Jij haat ge-u. Nu zeg je het zelf.’
    ‘Ja, zo menens is het nu het over mijn buik gaat. Het vraagt om één ding.’
    ‘Wat dan?’
    ‘Interventie! Anders moet ik mijn kast vullen met nieuwe broeken en jurken.’

Mee-eter
No way! Dit alles is eigen schuld dikke buik. Ik was duidelijk het opletten wat de mond in komt spuugzat en jaloers op meneer de echtgenoot die alles kan eten wat hij wil. Ik at meer… Hoe stom kon ik zijn. Hoor ik jou denken: en dan ook languit natafelen?!
    Dat is hoe het lijkt en herinnert me aan mijn ouders.

Ochtendmens
Mijn moeder was een ochtendmens en daarmee altijd voor de middag klaar met het huishouden. In mijn beleving was ze dan ‘s middag vrij en thuis voor haar dochters. Als mijn vader thuis kwam zat ze aan tafel, gebogen over een puzzelboek of zo. Het bracht hem op het verkeerde been. Omdat hij dat zag bij thuiskomst, vulde dat zijn beeld voor de hele dag:
    ‘Volgens mij doe jij de hele dag niets dan puzzelen.' Vergat hij dan dat hij schone kleren droeg en dat iemand daar moeite voor deed? Wacht eens, hoe deed mijn moeder dat? Legde zij de gevouwen was in onze kasten? Ik herinner me niet dat ik ooit mijn eigen was opruimde.
    In huize Typisch Irene, waar de kids ook verwend worden, leg ik de stapels schone was in hun kamer op bed. De rest doen ze zelf maar. Mijn moeder bood betere roomservice. Topvrouw! Dank mam!

Jeugdherinnering
Ik besef eens te meer dat ik als kind in een bubbel leefde. Dat was mijn overlevingsstrategie in een tijd van onzekerheid en unhappiness. School vond ik moeilijk, vriendinnen had ik niet en ik werd een beetje gepest. Mij hoor je niet over die goede ouwe schooltijd. Echter ook niet over het opruimen van mijn eigen was of andere bezigheden in huis. Alhoewel ik wel hielp klusjes.
    Hoe dan ook ben ik nog geen lui varken. Al kan ik lekker lang natafel na het ontbijt. Sta ik eenmaal op, dan ben ik niet te stoppen en wandel het liefst overal naartoe. Toch zitten mijn broeken strakker om mijn buik en billen? Hoe dan?
 
Schuldvraag

Ik kan blind chocolade de schuld geven, maar wie pakt het? Wie drinkt er stiekem een derde bakkie cappuccino op een dag? Wie geniet van een extra koekje bij de thee, oké twee extra koekjes? Ik en dus volgt straf. Straf op emo-eten.
    ‘Waarom stijgt vet niet gewoon naar mijn petieties, maar zakt het naar de buik en billen?', piep ik tegen Celine. ‘Nu mag ik zelfs op zaterdag niet meer snaaien. Het is nog wel mijn feest-, rust- en SadL-dag,’
    ‘Wat voor dag?’
    ‘Schijt aan de Lijn dag.’
    ‘Maar momma, zaterdag is synoniem aan snoepdag. Dat mag jij jezelf niet ontnemen. Misschien moet je niet zo onderuitgezakt hangen, maar opstaan en je buik in houden.’
    ‘Mijn buik in houden? Begin jij nou ook al? Let op.’ Ik sta sneller dan madam met haar neusvleugels kan klapperen naast mijn stoel. ‘Kijk, als ik mijn buik niet inhoud zie je dit.’ Celine schrok zo heftig dat ze geen woord meer zei en haar ogen kregen formaat Café Noir koekjes.
    ‘Mam, dat is negen maanden zwanger.’ Ik illustreerde verder: 
    ‘Als ik mijn buik inhoud zoals ik bijna altijd doe zie je dit.’
    ‘Dat is toch oké?‘
    ‘Eigenlijk niet meer, maar wat sommigen willen is dit.’ Prompt houd ik mijn buik zo ver in dat ik mezelf beter meteen levend begraaf.
    ‘Momma, je wordt blauw, adem je wel?’
    ‘Nee,’ schud ik. Ik kan niet ademen.
    ‘Mommmmmaaaaaaa, adem, buik los!!!’ Schreeuwde Celine me toe, waarna ik mijn buik losliet, naar adem hapte en terug zakte op mijn stoel.
    ‘Dus mag ik niet meer snoepen.’
    Celine hulde zich weer in stilheid. Geen woord klonk uit haar eerder zo vrolijke kwetterend strotje. Sterker nog, haar ogen ontweken mij.
    ‘Wat is er? Wil je iets zeggen?’
    ‘Eigenlijk zoek ik de juiste woorden.’ Kun je nagaan, het kind dat er altijd alles uitflapt, woog haar woorden.
    ‘Dus je wilt iets zeggen, maar weet niet hoe?’
    ‘Klopt, ik wil tactisch zijn.’ Celine en tact? Zei ik al flapuit?
    ‘Voor de derde keer: Celine zeg nou maar wat je denkt! Ik ben het, momma!’
    ‘Oké, momma, jouw buik evaluerend, zou ik niet meer op zaterdag snoepen.’
    En dat zegt ze één dag voor Moederdag - uitgebreid ontbijt-op-bank-dag.

zondag 2 mei 2021

Houten een deceptie?

Twee weken gelden - een belangrijk detail.
Het hield niet op, foto’s van Houtense fietspaden vol bloesembomen kleurden social media. Rara, wat zei ik op de vraag:
    ‘Waar zullen we gaan wandelen?’
    ‘Op de wallen.’
    ‘De Amsterdamse wallen? Leuk!’
    ‘Nee, schatje, de Houtense Vijfwal. Ik wil alle bloesem met eigen ogen zien.’ Terwijl ik dat zei, viel me op dat de bloesem aan mijn kersenboompje bruin kleurde en er slapjes bij hing. Ik hoopte op een ander beeld op de fietspaden. Een poosje later parkeerde Marcel de auto aan Het Spoor ter hoogte van de Hagepreekland. Daar start één van de vijf wallen.

Deceptie
Voordat we de wandeling startten, liep ik de wal voorbij om de rij bomen aan weerszijden van het fietspad te bewonderen.
    ‘We zijn te laat!’ De bloesem was zijn uitbundig felle roze kwijt.
    ‘Wat een deceptie,’ hoorde ik manlief schuin achter me zeggen. We wandelden gedesillusioneerd de wal op. Wel of geen bloesem, wandelen was ons plan, al was het jankend en dat door hooikoorts. Altijd een goede smoes, net als Fisherman's Friend.
    We liepen door over het schelpenpad van deze eerste wal tot aan de boerderij die de wal doorboorde en ons het Smalspoor op dwong. Die boerderij stond er eerder dan de wal, besefte ik ineens. Ooit kende ik dit als weiland, nu is het bebouwde kom. Voorbij de boerderij liepen we de wal weer op.

Rietplas
Tot aan de Rietplas. Het was er gezellig met kinderen die een bal overgooiden en elkaar toe schreeuwden. Hardlopers haastten zich de brug over of langs de plas en fietsers kruisten elkaar op het kruispunt achter ons. Overal waar we keken was activiteit, zelf op het water waar vogels het water beroerden.
    Over een paar maanden liggen we hier in zwemkleding gestoken op het strand. Ik verheug me.
    We liepen een stukje door naar de meest gefotografeerde straat van Houten, alleen stond nu de zon  verkeerd. Wie verplaatste 'm?
    We vervolgden de route langs de huizen over het fietspad, op naar wal twee.


Hekwerk
Deze wal ligt aan het Westrumspad en werd omringd door hekken.
    ‘Zei ik al iets over deceptie?’, hoorde ik naast me.
    ‘Die hekken stonden er vorig jaar al. Toen was de wal niet klaar, nu lijkt ie af, wat doen die hekken dan nog hier?’ Ik rammelde er gefrustreerd aan. Je moet toch wat? We zagen om het hoekje een omgevallen hek. Even dacht ik: zal ik via daar toch de wal op klauteren? Ik voelde Marcel aan mijn jas trekken.
    We liepen verder over het pad naast de wal tot een roestig kunstwerk van een haan op de rug van een pony mijn blik ving. Dichterbij gekomen zag ik dat het twee pony’s voorstelde uit Cortenstaal. Op een informatiepaneel ernaast lazen we meer, zoals de naam Marijn. Leuk, ik interviewde haar een paar weken gelden.


Uitkijkpunt
Doorgelopen bevonden we ons op de derde wal, met een verhoogd plateau. Het voelde als een uitkijkpunt over de wijk achter ons en het Amsterdam-Rijnkanaal en de brug naar Schalkwijk voor ons.
    ‘Zou dit het hoogste punt van Houten zijn?’
    ‘Nee, dat is de flat in het centrum.’
    Noemde ik al twee keer Houten een deceptie? Dat nam ik daar terug: Houten is een mooi stukje stadsedorp. Het oogt zo groen. De andere kant op kijkend begreep ik niet waarom ik de tekst op het kunstwerk in het veld niet kon lezen.
    ‘Misschien ligt het aan de hoek vanwaar we kijken,’ merkte ik op en liepen verder de wal over. Steeds opkijkend of het te lezen was. Ineens stond het er: Hier wordt gewerkt aan geschiedenis, intussen vervliegt de tijd onherroepelijk.
    Wat ons onherroepelijk opviel was het uitkijkpunt bovenop het kunstwerk. Manlief zag een bord aan het hek bij het kunstwerk.
    ‘Zullen we er even naartoe lopen?’
    ‘Wat denk jij? Kom!’ Ik greep manlief bij zijn das, duwde hem de tunnel in om bij het bord uit te komen. Ons werd duidelijk dat vanaf de weg en in het voorbijrijden het beeld van dat kunstwerk verandert van die tekst in een afbeelding van een villa. Wij zagen het lopend niet, dan maar eens langsrijden. 



Schroef
Het bord gaf aan dat we via een wandelhek en door het veld bij het uitkijkpunt konden komen. Er stonden gedragsregels bij, waarbij wij beloofden braaf te zijn. We liepen op het hekje af, waarop meneer het open... Herstel, niet open duwde. Het wilde niet open, een ezel was er niets bij. Hij onderzocht de reden van geslotenheid en zei al snel:
    ‘Er zit een schroef doorheen.’
    ‘Dat maakt dit deceptie nummer drie.’
    ‘We kunnen over het hek klimmen, zelfs jou lukt dat wel,’ zei meneer. Waarna ik hem bij zijn arm greep.
    ‘Ik dacht het niet. Kom!’ We slenterden met moeite weg van het leuke plan. Op naar wal vier. Waar me opviel dat mensen niet over de wal, maar langs het fietspad bleven wandelen.
    ‘Op de wal lopen is toch leuker?’, zei ik. Waarop we hardop bedachten dat men niet wil klimmen en klauteren en via het fietspad loopt de weg recht toe recht aan. Dat is korter dan over de wal. 'Dus mensen willen wandelen, maar niet verder dan de kortste route. Ik zal het nooit begrijpen.' Net als het feit dat mensen met de auto naar de brievenbus rijden of de auto zo dicht bij de winkel parkeren, dat ik mezelf bijna afvraag: waarom rij je niet meteen naar binnen.
    Kom beweeg*! Ze de auto zo ver mogelijk weg.


Modeshow
We bewogen ondertussen verder op de vierde wal en ontdekten een plek waar we niets van snapten. Een informatiepaneel, bord, aanwijzing en zelfs informatie mistte op alle fronten. We tastten in het zonlicht tot Marcel van achter het kunstwerk op me af liep. Zie je het?
    ‘Het is een catwalk!’


Schonauwen
En door! Waar Kasteel Schonauwen lag. Ik schaamde me een paar weken geleden al voor het feit dat wij in 22 jaar deze plek nooit opzochten tot we hier toevallig voorbij reden op de fiets. Die toren is zo tof, bewonderenswaardig. Kijk die luiken!
    We besloten de wal te verlaten en er een rondje omheen te wandelen. Steeds kijkend naar die toren met de wens: daar wil ik eens binnenkijken.
    ‘Hoe kan ik vriendjes worden met hullie?’
    ‘Joh, Irene vraag gewoon onze burgervader of hij meer weet van dit gebouw.’ Hup, daar ging een foto op Instagram en een tag. Ik vermoed dat een blog volgt, nu liepen we door om eenmaal rond het kasteel - of wat er van over is - de wal weer op te wandelen.
 




Duin
Al gauw betraden we de vijfde wal waar bij mijn weten de enige duin van Houten ligt.
    ‘En wat ligt er altijd achter de duinen?’, vroeg ik mijn lief.
    ‘De zee,’ zei manlief.
    ‘Nee,’ antwoord ik. ‘Het laatste gedeelte van deze wal. Poep, waarom vergat ik nou mijn emmer en schepje?’ Lang baalde ik niet, want manlief riep:
    ‘Beer of tijger?’
    ‘Beer!’ Liever koos ik vlinder, die noemde hij echter niet. Waar dit over ging, wist ik ook niet, tot ik bij hem stond en een plaatje van een leeuw en een plaatje van een beer zag hangen.
    ‘Hallo, dat is niet zomaar een beer. Dat is een pandabeer.’ Ik sprak tegen de struik, want meneer liep alweer verder.


  

Vijfwalbrug 
    'Heb je haast of zo?'
    ‘Nee, ik voel mijn benen.’
    ‘Ik ook, troost je, daar is rust aan het eind van de wandeling,' wees ik vooruit. 'Die brug is onze laatste hobbel, daar achter ligt onze auto.’ We klauterden de trappen van de burg op en schrokken ons een stroomstoot.

    Nou Houten, bedankt: sindsdien raakt Marcel mij niet meer aan.
    


* Niet verteld, maar over de hele Vijfwal sieren verschillende fitnessapparaten de buitenruimte? Het is een weetje waar ik verder niet van zweet. Ik ben van de wandel, niet de fitness. En ondanks alles, vond ik deze wandeling leuk. Anders, maar leuk, want welke woonplaats kan nou zeggen:
    'Wij hebben de Vijfwal?'