zaterdag 15 mei 2021

Huishoudlesje

Van mijn kinderen moet ik het hebben. Kunnen ze nou niet gewoon het huis uit gaan? Dan vragen zij me niet langer ter verantwoorden voor de dingen die ik nu doe, waar zij vroeger straf voor kregen. Times change!

Haast
Zo verscheen afgelopen week deze foto op Instagram, synoniem voor het Warboelige Weidse Web. Bijna als in triomf toonde mijn 22-jarige dochter wat rommel die ik achterliet.
    Vraag ik me even af: Zal ik haar rotzooi eens delen?
    Het voelde alsof madam jarenlang loerde op een pay-back-moment om mij terug te pakken op het jarenlange roepen:
    ‘Voeten vegen!’ Wilde ze bewijzen dat mama’s geen Saints zijn? Wist ik lekker al. Trouwens, ik zag in mijn ooghoek dat ik deze rommel achterliet, de klok tikte echter ook. Ik moest direct weg voor een afspraak en wist wie de rotzooi alsnog later voor de voeten kreeg.
    ‘Ik,’ zei de gek. Zo gaat het al jaren.

Profiel
Het is allemaal de schuld van het geweldige profiel onder mijn wandelschoenen. Buiten het feit dat ik niet meer uitglij over modderpaden, van steile hellingen of in de sneeuw, blijft na een modderige wandeling altijd zand of klei onder de schoenen zitten. Had ik maar die grip op mezelf.
    Eenmaal thuis denk ik altijd: als de modder opgedroogd is of als ik ze weer aantrek, sla ik de rommel er eerst af. Tot blijkt dat ik die volgende keer opnieuw haast heb. Dan is de oplossing het eruit te lopen of stampen. Het lost zich onderweg op.

Bloembakken

Beter is dit: meer tijd te nemen voor vertrek en voordat ik de schoenen aansnoer te checken op troep. Waarom zou je anders onder je schoenen kijken? Wat kan er anders onder zitten dan zand of steentjes – poep werk ik er wel direct af als ik thuis kom. Of verwacht je een bloementuintje? Dan zou ik de schoenen op de kop in de tuin zetten en het lekker laten bloeien. Laatst zag ik trouwens dat iemand haar versleten wandelschoenen vulde met bloemen en in de tuin zette. Waarom bedacht ik dat nou niet bij mijn oude wandelschoenen? Nu zijn ze weg; apart van elkaar weggegooid.
    Ik wilde een halve schoen op een eerder gemaakt kunstwerk van mijn eerste Lowa wandelschoenen lijmen, maar het doorzagen van die schoen bleek onmogelijk.
    ‘De zool doorzagen lukte nog wel,’ zo vertelde manlief, ‘maar de rest ging mis.’ Daarom dumpte hij die stuk gezaagde schoen in de container op zijn werk en ik mijn schoen hier in de kliko. Best zielig. Al die jaren waren ze een paar, nu vonden ze gescheiden hun weg naar de vuilnisbelt. Dat nooit meer. De volgende keer worden het bloembakken.

Huishoudgeheim
Terug naar die inhuizige zandresten en de foto die een wereldreis maakt. Ja, ik bedoel maar, wie weet wie nu mijn huiskamervloer checkt op die foto? Ik zei toch al: van je kinderen moet je het hebben. Het lef!
    Madam leerde trouwens een paar weken terug een oplossing voor zandresten op de vloer. Daarmee weet je nu dat dit niet de eerste keer was. Stoute ik.
    Vooral omdat niemand met vieze schoenen binnen mag komen. Ik wilde het ook niet tot ik bedacht dat mijn oortje en sleutels op mijn bureau lagen, achterin de kamer. Alleen daarvoor mijn schoenen uittrekken was geen optie, ik nam het risico en hoorde:
    ‘Momma er komt troep van je schoen.’
    ‘Oeps! Oh wacht, ik heb nog een paar tellen om het op te ruimen. Kan wel.’
    ‘Je pakt natuurlijk de stofzuiger.’
    ‘Nope, de veger. De stofzuiger pakken is teveel werk: ik moet ‘m uit de kast slepen, de stekker er uit trekken en in het stopcontact steken, stofzuiger aanzetten, het apparaat de kamer door slepen, stekker weer uit het stopcontact halen, de snoer op rollen en de boel weer in de kast zetten.’
    ‘Wat veel handelingen.’
    ‘Dat heet huishouden. Kijk, wat ik met de veger doe: Ik haal ‘m uit de kast, zet ‘m op de grond bij het hoopje afval dat het verst weg ligt en trek die via het het spoor van zandhoopjes naar één plek.’
    ‘Mama, moet dat zo dicht bij mij liggen?’
    ‘Hier illustreer ik het best wat volgt. Ik doe iets wat jij mij nooit eerder zag doen. Let op!’ Ik tilde de hoek van het vloerkleed op en veegde alle rommel daaronder. Liep de gang in en wilde ‘toedeloe’ roepen, maar Celine greep me bij de das.
    ‘Doe jij dit vaker?’
    ‘De laatste keer is vijf jaar geleden. Ik ken meer foefjes, waardoor het lijkt alsof ik heel druk ben met het huishouden.’
    ‘Vertel!’
    ‘Ik vertel niks, kijk hier maar naar: lesje huishouden. Ik zoek trouwens altijd nog zo’n lopende wasmand.’

ps. Voor wie niet genoeg krijgt van mijn blogs, ik schrijf ook wandelblogs.

zaterdag 8 mei 2021

Worsteling

Vanochtend aan de ontbijttafel besefte ik dat ik opnieuw de strijd aan moet gaan. Het houdt niet op. Ik zat wat onderuitgezakt aan tafel, mijn benen languit op de stoel naast me en genoot van mijn after-breakfast-time. Ik was vrij, niets moest, alles mocht. Zalig! Ik wreef voldaan over mijn buik.
    ‘Wow wanneer is die buik er één geworden om ‘u’ tegen te zeggen?’
    ‘Momma,’ zei Celine. ‘Jij haat ge-u. Nu zeg je het zelf.’
    ‘Ja, zo menens is het nu het over mijn buik gaat. Het vraagt om één ding.’
    ‘Wat dan?’
    ‘Interventie! Anders moet ik mijn kast vullen met nieuwe broeken en jurken.’

Mee-eter
No way! Dit alles is eigen schuld dikke buik. Ik was duidelijk het opletten wat de mond in komt spuugzat en jaloers op meneer de echtgenoot die alles kan eten wat hij wil. Ik at meer… Hoe stom kon ik zijn. Hoor ik jou denken: en dan ook languit natafelen?!
    Dat is hoe het lijkt en herinnert me aan mijn ouders.

Ochtendmens
Mijn moeder was een ochtendmens en daarmee altijd voor de middag klaar met het huishouden. In mijn beleving was ze dan ‘s middag vrij en thuis voor haar dochters. Als mijn vader thuis kwam zat ze aan tafel, gebogen over een puzzelboek of zo. Het bracht hem op het verkeerde been. Omdat hij dat zag bij thuiskomst, vulde dat zijn beeld voor de hele dag:
    ‘Volgens mij doe jij de hele dag niets dan puzzelen.' Vergat hij dan dat hij schone kleren droeg en dat iemand daar moeite voor deed? Wacht eens, hoe deed mijn moeder dat? Legde zij de gevouwen was in onze kasten? Ik herinner me niet dat ik ooit mijn eigen was opruimde.
    In huize Typisch Irene, waar de kids ook verwend worden, leg ik de stapels schone was in hun kamer op bed. De rest doen ze zelf maar. Mijn moeder bood betere roomservice. Topvrouw! Dank mam!

Jeugdherinnering
Ik besef eens te meer dat ik als kind in een bubbel leefde. Dat was mijn overlevingsstrategie in een tijd van onzekerheid en unhappiness. School vond ik moeilijk, vriendinnen had ik niet en ik werd een beetje gepest. Mij hoor je niet over die goede ouwe schooltijd. Echter ook niet over het opruimen van mijn eigen was of andere bezigheden in huis. Alhoewel ik wel hielp klusjes.
    Hoe dan ook ben ik nog geen lui varken. Al kan ik lekker lang natafel na het ontbijt. Sta ik eenmaal op, dan ben ik niet te stoppen en wandel het liefst overal naartoe. Toch zitten mijn broeken strakker om mijn buik en billen? Hoe dan?
 
Schuldvraag

Ik kan blind chocolade de schuld geven, maar wie pakt het? Wie drinkt er stiekem een derde bakkie cappuccino op een dag? Wie geniet van een extra koekje bij de thee, oké twee extra koekjes? Ik en dus volgt straf. Straf op emo-eten.
    ‘Waarom stijgt vet niet gewoon naar mijn petieties, maar zakt het naar de buik en billen?', piep ik tegen Celine. ‘Nu mag ik zelfs op zaterdag niet meer snaaien. Het is nog wel mijn feest-, rust- en SadL-dag,’
    ‘Wat voor dag?’
    ‘Schijt aan de Lijn dag.’
    ‘Maar momma, zaterdag is synoniem aan snoepdag. Dat mag jij jezelf niet ontnemen. Misschien moet je niet zo onderuitgezakt hangen, maar opstaan en je buik in houden.’
    ‘Mijn buik in houden? Begin jij nou ook al? Let op.’ Ik sta sneller dan madam met haar neusvleugels kan klapperen naast mijn stoel. ‘Kijk, als ik mijn buik niet inhoud zie je dit.’ Celine schrok zo heftig dat ze geen woord meer zei en haar ogen kregen formaat Café Noir koekjes.
    ‘Mam, dat is negen maanden zwanger.’ Ik illustreerde verder: 
    ‘Als ik mijn buik inhoud zoals ik bijna altijd doe zie je dit.’
    ‘Dat is toch oké?‘
    ‘Eigenlijk niet meer, maar wat sommigen willen is dit.’ Prompt houd ik mijn buik zo ver in dat ik mezelf beter meteen levend begraaf.
    ‘Momma, je wordt blauw, adem je wel?’
    ‘Nee,’ schud ik. Ik kan niet ademen.
    ‘Mommmmmaaaaaaa, adem, buik los!!!’ Schreeuwde Celine me toe, waarna ik mijn buik losliet, naar adem hapte en terug zakte op mijn stoel.
    ‘Dus mag ik niet meer snoepen.’
    Celine hulde zich weer in stilheid. Geen woord klonk uit haar eerder zo vrolijke kwetterend strotje. Sterker nog, haar ogen ontweken mij.
    ‘Wat is er? Wil je iets zeggen?’
    ‘Eigenlijk zoek ik de juiste woorden.’ Kun je nagaan, het kind dat er altijd alles uitflapt, woog haar woorden.
    ‘Dus je wilt iets zeggen, maar weet niet hoe?’
    ‘Klopt, ik wil tactisch zijn.’ Celine en tact? Zei ik al flapuit?
    ‘Voor de derde keer: Celine zeg nou maar wat je denkt! Ik ben het, momma!’
    ‘Oké, momma, jouw buik evaluerend, zou ik niet meer op zaterdag snoepen.’
    En dat zegt ze één dag voor Moederdag - uitgebreid ontbijt-op-bank-dag.

zondag 2 mei 2021

Houten een deceptie?

Twee weken gelden - een belangrijk detail.
Het hield niet op, foto’s van Houtense fietspaden vol bloesembomen kleurden social media. Rara, wat zei ik op de vraag:
    ‘Waar zullen we gaan wandelen?’
    ‘Op de wallen.’
    ‘De Amsterdamse wallen? Leuk!’
    ‘Nee, schatje, de Houtense Vijfwal. Ik wil alle bloesem met eigen ogen zien.’ Terwijl ik dat zei, viel me op dat de bloesem aan mijn kersenboompje bruin kleurde en er slapjes bij hing. Ik hoopte op een ander beeld op de fietspaden. Een poosje later parkeerde Marcel de auto aan Het Spoor ter hoogte van de Hagepreekland. Daar start één van de vijf wallen.

Deceptie
Voordat we de wandeling startten, liep ik de wal voorbij om de rij bomen aan weerszijden van het fietspad te bewonderen.
    ‘We zijn te laat!’ De bloesem was zijn uitbundig felle roze kwijt.
    ‘Wat een deceptie,’ hoorde ik manlief schuin achter me zeggen. We wandelden gedesillusioneerd de wal op. Wel of geen bloesem, wandelen was ons plan, al was het jankend en dat door hooikoorts. Altijd een goede smoes, net als Fisherman's Friend.
    We liepen door over het schelpenpad van deze eerste wal tot aan de boerderij die de wal doorboorde en ons het Smalspoor op dwong. Die boerderij stond er eerder dan de wal, besefte ik ineens. Ooit kende ik dit als weiland, nu is het bebouwde kom. Voorbij de boerderij liepen we de wal weer op.

Rietplas
Tot aan de Rietplas. Het was er gezellig met kinderen die een bal overgooiden en elkaar toe schreeuwden. Hardlopers haastten zich de brug over of langs de plas en fietsers kruisten elkaar op het kruispunt achter ons. Overal waar we keken was activiteit, zelf op het water waar vogels het water beroerden.
    Over een paar maanden liggen we hier in zwemkleding gestoken op het strand. Ik verheug me.
    We liepen een stukje door naar de meest gefotografeerde straat van Houten, alleen stond nu de zon  verkeerd. Wie verplaatste 'm?
    We vervolgden de route langs de huizen over het fietspad, op naar wal twee.


Hekwerk
Deze wal ligt aan het Westrumspad en werd omringd door hekken.
    ‘Zei ik al iets over deceptie?’, hoorde ik naast me.
    ‘Die hekken stonden er vorig jaar al. Toen was de wal niet klaar, nu lijkt ie af, wat doen die hekken dan nog hier?’ Ik rammelde er gefrustreerd aan. Je moet toch wat? We zagen om het hoekje een omgevallen hek. Even dacht ik: zal ik via daar toch de wal op klauteren? Ik voelde Marcel aan mijn jas trekken.
    We liepen verder over het pad naast de wal tot een roestig kunstwerk van een haan op de rug van een pony mijn blik ving. Dichterbij gekomen zag ik dat het twee pony’s voorstelde uit Cortenstaal. Op een informatiepaneel ernaast lazen we meer, zoals de naam Marijn. Leuk, ik interviewde haar een paar weken gelden.


Uitkijkpunt
Doorgelopen bevonden we ons op de derde wal, met een verhoogd plateau. Het voelde als een uitkijkpunt over de wijk achter ons en het Amsterdam-Rijnkanaal en de brug naar Schalkwijk voor ons.
    ‘Zou dit het hoogste punt van Houten zijn?’
    ‘Nee, dat is de flat in het centrum.’
    Noemde ik al twee keer Houten een deceptie? Dat nam ik daar terug: Houten is een mooi stukje stadsedorp. Het oogt zo groen. De andere kant op kijkend begreep ik niet waarom ik de tekst op het kunstwerk in het veld niet kon lezen.
    ‘Misschien ligt het aan de hoek vanwaar we kijken,’ merkte ik op en liepen verder de wal over. Steeds opkijkend of het te lezen was. Ineens stond het er: Hier wordt gewerkt aan geschiedenis, intussen vervliegt de tijd onherroepelijk.
    Wat ons onherroepelijk opviel was het uitkijkpunt bovenop het kunstwerk. Manlief zag een bord aan het hek bij het kunstwerk.
    ‘Zullen we er even naartoe lopen?’
    ‘Wat denk jij? Kom!’ Ik greep manlief bij zijn das, duwde hem de tunnel in om bij het bord uit te komen. Ons werd duidelijk dat vanaf de weg en in het voorbijrijden het beeld van dat kunstwerk verandert van die tekst in een afbeelding van een villa. Wij zagen het lopend niet, dan maar eens langsrijden. 



Schroef
Het bord gaf aan dat we via een wandelhek en door het veld bij het uitkijkpunt konden komen. Er stonden gedragsregels bij, waarbij wij beloofden braaf te zijn. We liepen op het hekje af, waarop meneer het open... Herstel, niet open duwde. Het wilde niet open, een ezel was er niets bij. Hij onderzocht de reden van geslotenheid en zei al snel:
    ‘Er zit een schroef doorheen.’
    ‘Dat maakt dit deceptie nummer drie.’
    ‘We kunnen over het hek klimmen, zelfs jou lukt dat wel,’ zei meneer. Waarna ik hem bij zijn arm greep.
    ‘Ik dacht het niet. Kom!’ We slenterden met moeite weg van het leuke plan. Op naar wal vier. Waar me opviel dat mensen niet over de wal, maar langs het fietspad bleven wandelen.
    ‘Op de wal lopen is toch leuker?’, zei ik. Waarop we hardop bedachten dat men niet wil klimmen en klauteren en via het fietspad loopt de weg recht toe recht aan. Dat is korter dan over de wal. 'Dus mensen willen wandelen, maar niet verder dan de kortste route. Ik zal het nooit begrijpen.' Net als het feit dat mensen met de auto naar de brievenbus rijden of de auto zo dicht bij de winkel parkeren, dat ik mezelf bijna afvraag: waarom rij je niet meteen naar binnen.
    Kom beweeg*! Ze de auto zo ver mogelijk weg.


Modeshow
We bewogen ondertussen verder op de vierde wal en ontdekten een plek waar we niets van snapten. Een informatiepaneel, bord, aanwijzing en zelfs informatie mistte op alle fronten. We tastten in het zonlicht tot Marcel van achter het kunstwerk op me af liep. Zie je het?
    ‘Het is een catwalk!’


Schonauwen
En door! Waar Kasteel Schonauwen lag. Ik schaamde me een paar weken geleden al voor het feit dat wij in 22 jaar deze plek nooit opzochten tot we hier toevallig voorbij reden op de fiets. Die toren is zo tof, bewonderenswaardig. Kijk die luiken!
    We besloten de wal te verlaten en er een rondje omheen te wandelen. Steeds kijkend naar die toren met de wens: daar wil ik eens binnenkijken.
    ‘Hoe kan ik vriendjes worden met hullie?’
    ‘Joh, Irene vraag gewoon onze burgervader of hij meer weet van dit gebouw.’ Hup, daar ging een foto op Instagram en een tag. Ik vermoed dat een blog volgt, nu liepen we door om eenmaal rond het kasteel - of wat er van over is - de wal weer op te wandelen.
 




Duin
Al gauw betraden we de vijfde wal waar bij mijn weten de enige duin van Houten ligt.
    ‘En wat ligt er altijd achter de duinen?’, vroeg ik mijn lief.
    ‘De zee,’ zei manlief.
    ‘Nee,’ antwoord ik. ‘Het laatste gedeelte van deze wal. Poep, waarom vergat ik nou mijn emmer en schepje?’ Lang baalde ik niet, want manlief riep:
    ‘Beer of tijger?’
    ‘Beer!’ Liever koos ik vlinder, die noemde hij echter niet. Waar dit over ging, wist ik ook niet, tot ik bij hem stond en een plaatje van een leeuw en een plaatje van een beer zag hangen.
    ‘Hallo, dat is niet zomaar een beer. Dat is een pandabeer.’ Ik sprak tegen de struik, want meneer liep alweer verder.


  

Vijfwalbrug 
    'Heb je haast of zo?'
    ‘Nee, ik voel mijn benen.’
    ‘Ik ook, troost je, daar is rust aan het eind van de wandeling,' wees ik vooruit. 'Die brug is onze laatste hobbel, daar achter ligt onze auto.’ We klauterden de trappen van de burg op en schrokken ons een stroomstoot.

    Nou Houten, bedankt: sindsdien raakt Marcel mij niet meer aan.
    


* Niet verteld, maar over de hele Vijfwal sieren verschillende fitnessapparaten de buitenruimte? Het is een weetje waar ik verder niet van zweet. Ik ben van de wandel, niet de fitness. En ondanks alles, vond ik deze wandeling leuk. Anders, maar leuk, want welke woonplaats kan nou zeggen:
    'Wij hebben de Vijfwal?'

zaterdag 24 april 2021

Dukaatslag

    ‘Mama, wij hebben gewandeld,’ zei Benjamin, waarna ik van schrik bijna alle schrijf- en tekenspullen uit mijn handen liet vallen.
    ‘Huh? Staat mijn gehoorapparaat wel aan? Zei je iets over wandelen?’
    ‘Ja, mam.’
    ‘Dat is onmogelijk!’
    ‘Geloof je me niet?’
    Nope, ik geloof je voor geen stap.’
    ‘Toch is het zo,’ mengt ineens Lara zich in het gesprek.
    ‘Ga jij nou ook zitten liegen? Weten jullie sowieso wat wandelen is?’
    ‘Maham, waarom is het zo moeilijk om dit te geloven?’
    ‘Omdat ik al 100.000 keer zei dat jij meer moet bewegen en jij me 100.001 keer zuchtend aankeek! Keer ik vanavond mijn creatieve wandelkont om samen met Celine te tekenen, sneaken jullie mijn huis uit om te wandelen. Wat een gra… Wacht, jullie namen natuurlijk een retourtje PLUS ter aanvulling op jullie troep-voorraad. Die ene kilometer heen en terug heet nog geen wandeling.’

Meneertje

Benjamin en wandelen is als lopen op het water. Dat kon maar één iemand en Hij heette niet Benjamin. Ik trek zijn niet-wandelen even breder: zoonlief beweegt werkelijk te weinig. Meneertje hoeft heus niet te wandelen omdat ik het zo graag doe, maar het is iets en beter dan fulltime computer-hangen. Wandelt hij eindelijk, dan is het naar het station of de PLUS, om zijn vriendin of snoeptroep op te halen. Beide zijn ongezond dichtbij.
    De benaming Meneertje klopt overigens niet meer. Zoonlief steekt met schouder en hoofd boven mij uit. Om daar lengte bij te zetten staat hij vaak op zijn tenen tegen me aan. Het voelt voor mij dan of hij mij de baas wil zijn. Alsof ik bang ben.
    Ik denk in ieder geval niet dat hij dan mijn grijze haren telt.
    En nog wat, hè?! I am not impressed als hij op me neerkijkt. Al ben ik little, ik laat niet met me sollen. Niet in mijn huis waar ik me big mama voel, als in: I’m the boss en dat maakt hem meneertje.

Stenentijdperk
Of hij kleineert mij door te zeggen dat ik onder een steen leef. Hoe hard hij ook schreeuwt, ik roep:
    ‘Kijk naar jezelf.’
    ‘Hoezo?’, vraag hij dan.
    ‘Wat is het grote nieuws van vandaag?’ Waarop hij zijn schouders op haalt. Het boeit hem niet. Zijn leven draait om een bepaald genre films, NFT’s, vectoren, full HD, 4K’s, Photoshop, YouTube en van alles waarvoor ik graag mijn kop in het zand steek, oh nee, onder een steen. Not my party. Maar… mijn verstand van bewegen, afwisseling in werk en andere dingen waar hij niets van wil horen maken mij weer wereldwijs.

Route
Tot ik hem vrijdag hoorde over zijn wandeling. Mijn ongeloof maakte plaats voor geloof. Hij wandelde echt en ik ben trots. Kan dit de start zijn van een beter leven? 
    I hope so! Hoe dan ook herkende ik het effect van wandelen op hem. Hij sprak enthousiast over deze tocht met zijn lief en hoe zij naar de Dukaatslag liepen en vervolgens via de Lupine-Oord naar de Orthodontiepraktijk wandelden.
    ‘Die op de Molen?’
    ‘Ja, hoe weet jij dat?’
    ‘Dat vraag jij aan madam-wandelt-Houten rond? Meneertje, je zult wel moe zijn, want het rondje dat jullie liepen mag je een wandeling noemen.’
    ‘Ja, goed hè?’, straalde hij.
    ‘Yep, daarom mijn korte applaus*.’ Ik genoot vooral van zijn enthousiasme. Hij bleef maar ronddartelen in de kamer. Hij leek gewoonweg de happiness van lopen te voelen.

Genept

Dat was allemaal vrijdagavond. Vanmiddag vroeg ik:
    ‘Wie gaat er mee wandelen?’
    ‘Ik ga alleen mee als we naar de Dukaatslag gaan,’ antwoordde meneertje. ‘Trouwens we liepen gisteren via de Plus en daar wat rondjes tot het saai werd en toen naar de Dukaatslag, Lupine-Oord...’
    ‘Ja, ja, duidelijk. Wij gaan naar de Dukaatslag, dat heb ik ervoor over om jou mee te krijgen.’ Meneertje trok zijn jas sneller aan dan ik mijn woorden uitsprak. Wonderlijk! Al besefte hij niet dat we links de weg op gingen en daarmee de Dukaatslag rechts lieten liggen. Ik zei het vooral niet hardop en genoot van deze wandeling waar hij en Lara bij waren. Tot hij een paar straten verder weg vroeg:
    ‘Mam, we lopen zeker heel dicht bij de Dukaatslag?’
    ‘Niet echt nee, jij bent er verder van weg dan je ooit wandelend bent geweest.’
    ‘Ja, maar ik wil wel naar de Dukaatslag!’
    ‘Weet ik, dat kan op de terugweg.’
    ‘En de Lupine-oord dan?’
    ‘Die doen we een andere keer. Nu niet zeuren, anders sla ik je zo in de stoel van de orthodontistpraktijk op de Molen. Ben ik benieuwd of je daarna ooit nog daarheen wilt.’
    'Waar ligt die dan vanaf hier?'
    'Boeit niet, geloof me.'
    En dan zegt hij dat ik onder een steen leef? Ik weet tenminste waar ik wandel.


* kort applaus: is in huize Typisch Irene één letterlijke klap in de handen.
Bij een lang applaus gaan we helemaal los.

zondag 18 april 2021

Verfklodders

Met alle gebruikte apparaten in huize Typisch Irene vormt zich een flinke berg snoeren. Zeg daar gerust “u” tegen. Niet te verwarren met wie “u” zegt tegen mij. Duik dan weg, want die pipo krijgt onherroepelijk te maken met een retourtje voordeur, om pas weer welkom te zijn als geoefende “je”-zegger. Gelukkig leren de meesten dat voordat ze over de drempel van huiskamer naar hal stappen. Ze blijven blijkbaar te graag.

Snoertje

Soms blijven ze zo lang dat ze vragen:
    ‘Hebben jullie een micro USB (of USB C) snoertje?’ Waarna ik met gemak een kluwen snoertjes voor iemands neus hou of de mijne aanbied met deze afspraak:
    ‘Na oplading wil ik dit snoertje persoonlijk ontvangen of leg je die op mijn bureau.’ Die boodschap wordt begrepen, ik vind ‘m altijd netjes terug. Mijn gezinsleden kunnen daar wat van leren. Zij weten inmiddels dat zij het lenen van mijn snoertjes op hun beeldscherm kunnen schrijven. Nou niet gelijk zeggen dat ik egoïstisch ben, ik heb er mijn ervaringen en redenen voor. Namelijk het kwijt-maak-gedrag van mijn inhuizige woongenoten. Twee van ons, ik noem geen namen, vinden meestal probleemloos hun stuff. Met de nadruk op meestal, want deze dames, ik noem toch nog steeds geen namen, zijn ook human. Voor de rest begrijp je het wel, maar ik zeg het toch maar: de andere twee in dit gezin, zijn beter in kwijtrakerigheid en roepen dan regelmatig:
    ‘Mama (of Irene) heb jij mijn *bedenk-maar-iets* gezien?’

Kwijt?
Laat ik nou een actueel voorbeeldje hebben. Gisteren werkte ik ongestoord in de keuken tot vanuit de serre klonk:
    ‘Irene, heb jij mijn stemapparaatje gezien?’
    ‘Nope.’ Ik keek niet eens op, roerde in een pan en hoorde Celine.
    ‘Papa, echt? Vraag jij dit zonder rond te kijken?’
    ‘Ik heb heus wel gekeken.’
    ‘Duidelijk niet goed, want hij ligt gewoon op de radiator achter je.’ Ik draai me om en kijk tegelijkertijd met manlief naar de radiator. ‘Hoe kun je die nou niet gezien hebben bij je kijken?’
    ‘Meis,’ antwoord ik bij het uitblijven van een antwoord van meneer: ‘Ik snap niet hoe, maar paps ziet meer dingen over het hoofd. Hij kijkt vooral niet lager dan ooghoogte. Dat hij mij nog ziet verbaast me, ik ben namelijk maar 1.64 en val ver buiten die kijkhoogte.’

Schilderen
Met dat snel gevonden apparaatje bedacht ik: hoe heerlijk dat ik mijn snoertjes zelden kwijt ben. Ik heb
dan ook de oplossing voor door-elkaar-geraakte snoeren en het herkennen van de mijne. Het heeft alles te maken met een snoertje dat zichzelf kleurde. Ja, dat gebeurde stomtoevallig, als echt buiten mijn bedoeling om kleurde de oplossing zich. We stappen even terug in de tijd dat ik nog bezig was met mijn laatste schilderwerk. Het is hier als eerste te zien.
    Daarop zie je veel blauw en rood, toch?

Rood

Kijk dit snoertje, dezelfde kleuren en nee, ik heb dat snoertje niet geschilderd. Dat deed het snoertje zelf. Het zit zo: Tijdens het schilderen luister ik altijd muziek en soms met oortjes in, omdat het verder in de kamer onrustig is. Zie je al hoe het snoertje tussen oor en phone losjes rondom mij hangt? In al zijn lossigheid dook het een keer zo in de verf. Plons!
    Zie je? Ik deed het niet, het snoertje koos er zelf voor. Het heeft nog smaak ook door van rood te snoepen. Even dacht ik: poep! Om snel daarna te denken: leuk!

Klodder
Want kijk nou zelf: met die ene lik zie ik in een oogopslag welk snoertje van mij is. Daarom pakte ik het volgende snoertje erbij en kleurde die. Dat deed ik dan weer wel zelf. Nu durft niemand nog een snoertje van mij te bietsen. Ik krijg bijna de neiging om meer te beschilderen; mijn kinderen, Marcel, och laat maar. Ik schaam me nog voor het kleuren van het stofzuigermondstuk. Ook dat deed ik niet zelf, dat deed mijn kast en weer rood!
    Al goed, natuurlijk baadde het mondstuk niet uit zichzelf in het rood. Een kwast kwam er evenmin aan te pas. Wel stofzuigde ik en bedacht dat het geen kwaad kon om mijn schilderkast van zijn plek te rollen en er onder te zuigen.

Besmeurd
Het kon wel kwaad. Het ging mis in een verfklodder, want ik zag een wiebelige pot verf over zijn deksel. Het viel en spatte kapot op de grond met flinke dotten rood tegen de muur, op de grond en aan mijn stofzuigermond. Over de laatste twee maakte ik me niet druk. Die waren schoon te krijgen of het droogt wel. De muur, die wordt niet meer wit. Ach wat, kast ervoor en onzichtbaar. Waar ik me nog wel druk om maak?
    Niemand stofzuigt meer voor me. Ik koor klinkt:
    ‘Wij durven niet aan te raken wat door jou voorzien is van een kleurtje.’

zaterdag 17 april 2021

Dwalen door IJsselstein

Na een stadswandeling vorige week, besloten we 11 april opnieuw te dwalen in een binnenstad. Nu niet weer Utrecht. We kennen die stad goed, door verschillende stadswandelingen en toch verrast het steeds weer. We wilden eens iets anders. Zoals je af en toe een nieuw recept test, want je wilt de bloemkool toch eens anders op je bord tegenkomen. Het loont om eens een andere stad te be- en onderzoeken. Nieuwe straten en gevels te ervaren, bewonderen en doorwandelen. Ik heb er zin in, het beter-dan-voorspelde weer gelukkig ook.


IJsselstein
Ons doel: IJsselstein. Nooit eerder dacht ik na over de herkomst van deze stadsnaam tot ik ontdekte dat de Hollandse IJssel hier stroomt. Dat moet er iets mee te maken hebben. De afgelopen jaren bezocht ik deze stad zo’n drie keer als vrijwilliger bij het Taalhuis en ontdekte daarmee de prachtig lichte bibliotheek. Echter in het voorbijfietsen ontdekte ik ook in mijn rechter ooghoek de pittoreske, knusse sfeer van het centrum. Daarom zei ik na de laatst keer:
    'Daar wil ik eens rondstruinen.'
    En off we go! Met de auto op weg. Bij het naderen van het centrum voelde ik mijn nieuwsgierigheid weer groeien. Eenmaal naast de auto, trok ik mijn das strakker om mijn nek; het was koud en guur. Hup naar de brug!
    'Wacht, daar staat een leuke foto,' riep ik ineens uit. Nog amper op IJsselsteinse grond stonden we al stil. Kijk zelf waarom: het water, de bomen, de huizen en de kerktoren. Zijn ze geen plaatje?


Dwalen
En weer door - de hoofdwinkelstraat in. Daar maakten we de afspraak te gaan dwalen, net als vorige week in Utrecht. Manlief bedacht dat ieder om de beurt de richting mocht bepalen. Heerlijk, zo speels een stad te verkennen.
    'Links!', riep ik, waarmee we recht op de kerk af liepen en vervolgens erom heen, omdat er geen andere weg was. Eenmaal achter de kerk koos Marcel voor rechts. Ik snap waarom: aan het eind van die weg lag een prachtig pandje. Hoewel het pad langs het water ook lonkte, vanwege de magnolia. Maar ja, deal is afspraak, Marcel mocht de richting kiezen. En daar is het pandje. Heerlijk zo’n brommer op de voorgrond.


Geveltjes
    'Links!,' zei ik logischerwijs. Bij rechts stonden we gewoonweg bij het beginpunt op de brug. Het schoot al lekker op, nu we opnieuw in de hoofdwinkelstraat waren. De straat deed heerlijk oud aan met de klinkers in de weg en de vele kleine winkelgevels. Ineens las ik ‘Blokker’ op het ene raam en op een andere ‘Hema’. Het kwam vreemd op me over, want met zulke kleine gevels past er toch geen groot winkelketen achter? Raar genoeg voelde ik me een gluurder bij het naar binnen turen. Ik deed het toch. Het klopte wel, ik herkende de Hema en Blokker stijlen. Het bleef in mijn hoofd niet passen - kleine gevels bij grote ketens? Voor de rest legde ik verschillende mooie gevels vast.


Gesloten
Stonden we even stil bij een restaurant: gesloten. Went het ooit, die stille terrassen? Hoewel dit terras er nog altijd aantrekkelijk uit zag. Het maakte dat ik de stemmen, het gerinkel van glas en hard gelach in mijn hoofd hoorde. Gezellig, laat maar komen, die open terrassen. Die vaccins dus. We willen weer leven in de straten, in de winkels.


Verder lopend en me verwonderend over de gezellige winkelstraat merkte ik ineens op:
    ‘Hier ga ik binnenkort eens shoppen,’ om het meteen weer te betreuren. Ik besef dat het niet zo spontaan kan als ik wil: ‘Please! Geef ons onze spontaan terug!’
    ‘Rechts,’ riep meneer dwars door mijn vochtige ogen heen. Heel goed, sommige gedachten moeten gestopt worden, voordat het huilen je uitbreekt. Rondkijkend snapte ik opnieuw meneers keus, verderop lag een brug. We hielden er stil. De fiets stond er perfect als versterkte het ons Hollandse leven, van actie en evengoed rust. Van alles wat.
    Het is altijd leuk twee kanten op te kijken. Welke kant is de beste, mooiste, fotogeniekste? Beide! Dat is soms de beste keus.
    Klik klik.

      

Bibliotheekje
    ‘Links,’ zei ik en trok manlief mee. Vervolgens ontdekten we al snel dat het een goede richting was, want het schattig kleine bibliotheekje dat aan de muur hing, wilde ik niet missen. De titels echter wel. Het kastje er onder trok mijn man meer aan. Hij doorzocht zijn jas en trok zijn broekzakken al bijna binnenstebuiten. Behalve touw kwam er niets zinnigs uit zijn zakken.
    ‘Wat doe jij nou?’
    ‘Er liggen zulke leuke dingen in dat kastje, ik wil er iets bij leggen. Ik denk niet dat zij iets hebben aan touw.' Er lagen inderdaad koddige en bovenal nutteloze zaakjes in dat kastje.
    ‘Ik denk niet dat touw daar iets toevoegt. Hou maar gewoon in je zak, wie weet redt het ons op een dag.’ Wel houd ik in gedachten dat als ik hier weer eens kom, ik iets mee moet nemen om er in te doen.

     

Inspiratie
Verderop in de straat ontdekken we Museum IJsselstein. Ik moest opnieuw bijna huilen. Ik wil zo graag weer een museum bezoeken. Deze lijkt me helemaal oké, al is het om de tekst aan de muur: als je bij mij bent. Het klinkt als het begin van een gedicht. Die ik overigens niet nu ga schrijven. Wel ben ik verkocht, want teksten raken me. Ik zou het liefst direct mijn reMarkable erbij pakken en doorschrijven. Zei ik een gedichtje? Een elfje, een stukje proza of gewoon wat in me opkomt kan ook. Gewoon waar ik zin in heb, oh, wacht dat is wandelen. En door.


Klein
Om aan het eind over het water dat pandje te zien dat mij de allereerste keer dat ik hier fietste al aantrok, me verwonderde. Daar staat het kleinste restaurant van Nederland, zeggen ze. Ik heb het niet onderzocht, maar wil ze blind geloven. Rara, waar ga ik eens eten als alles weer open is en ik aan de goede kant van het water sta. Ik hoop er straks dichterbij te komen.


Stadsmuur
Na twee keer rechts, staan we op een keuzepunt. We kunnen op straatniveau blijven of de stadsmuur af gaan en via een soort bloementuin langs de stadsmuur verder lopen. We verkiezen het laatste al is de tuin nog behoorlijk kaal. Kom maar op met warmte en zon. Laat alles eindelijk eens opbloeien. Planten staan op ontploffen als je het mij vraagt. Het is een mooi stukje genieten tussen water en stadsmuur om aan het eind de trap naar straatniveau te nemen. Of is het dakniveau? We lopen namelijk langs daken van huizen. Heel apart.



De tuin die lager lag boeide me evengoed. Kijk die stoelen. Kom je erbij zitten? Even verderop gelopen kon ik het niet laten om door de kier van een deur te kijken. Deze dame is toch eigenlijk onbeschaamd nieuwsgierig. Niet doorvertellen en sluit alle kieren als je gluur-risico wilt vermijden. Ik ben vast niet de enige gluur-fan.

     

Molen
We wandelden een keer links en rechts en zagen eindelijk de molen dichterbij komen. Wat is dat toch dat een molen zo aantrekt? Hij draaide niet. Hij stond gewoon. Torenend boven de huizen uit, uitkijkend over het water en het dorp. Doe mijn levenslang dat uitzicht. We liepen er om heen en zagen een ander stukje park. Prachtig met een bloeiende magnolia erbij.

          

Om vervolgens door de hoofdstraat en één doel voor ogen tussen twee torentjes door, de brug over, uit te komen bij eerder genoemde kleinste restaurant van Nederland. We moesten 'm gewoon van dichterbij bekijken. Ik koekeloerde er wat omheen, zag stoelen opgeklapt tegen een lantaarnpaal staan en weer dat gevoel dat me bekroop: Ga open!
    

Tegels
Tot Marcel achter me riep dat op de bewegwijzeringsbordjes een kasteeltoren aangegeven werd. Tijd om die te volgen. We liepen achter een andere kerk langs, over een pad met tegels over vrijheid. Sommige daarvan kwamen meer binnen dan andere. Het was duidelijk een schoolproject, want er stonden schoolnamen op de tegels. Ik bekeek ze allemaal en vereeuwigde de mooiste; die met de meeste waarheid in mijn ogen. Ik vergat daarmee naar de kerk om te zien. Tot we de laatst meters rondom de kerk liepen en bleek dat de toren verstop werd in steigers. Tegenvaller! Vergeet die foto.


Kasteeltoren
We vervolgden onze weg naar de kasteeltoren. Die eenzaam op een groot plein bleek te staan. Oh nee, wacht, Kasteelvrouwe Bertha van Heukelom stond er ook bij en de contouren van wat eens het kasteel was omringde het plein. Wat jammer dat het kasteel er niet meer bij stond. Ik liep er omheen en keerde om. Daar zag ik de besteigerde kerktoren van een afstand. Hij is toch echt bijzonder.
Klik klik!

    

Buitengebied
Tenslotte besloten Marcel en ik terug te keren naar het eerste plan: een gedeelte van een wandelroute langs de Hollandse IJssel te lopen. We vergaten alle reeds gezette stappen en zochten de kortste weg naar de Hollandse IJssel om daar nog een rondwandeling maken. Eenmaal op het Eiterense Jaagpad volgden we de rivier het dorp uit, ons ondertussen vergapend aan het ene na het andere prachtige huis of bewonderden het uitzicht over het water. Een mens heeft altijd wat te dromen.
    We wandelden maar zo het buitengebied in en volgden een deel van het jaagpad.


    ‘Marcel hoe ver ligt de eerstvolgende brug? Oh wacht ik zie hem al, ik bedoel de volgende daarna.' Meneer opende grote vriend GoogleMaps en zag dat het wel een behoorlijk eind lopen was.
    ‘Te ver. We lopen gewoon nog een stukje door en draaien later weer om.'
    ‘Omdraaien? Als in dezelfde weg terug?’ Dat is nogal wat voor meneer en mevrouw we-nemen-nooit-dezelfde-weg-terug, tot we een paar honderd meter verderop onze benen voelden. Het was werkelijk tijd om te keren. De kortste weg naar de auto. Daar terug bedacht ik dat ik mijn activity-tracker aan had moeten zetten om hier een screenshot van onze kris-kras route te delen… Vergeten!
    Hoe dan ook beveel ik IJsselstein-à-la-dwalen 100% aan.
    Voor ons was het mooi geweest.

 Tot wandels,