zaterdag 24 oktober 2020

Regendans

De drempel is hoog. Toch weet ik dat ik straks thuis kom en zeg:
    ‘Dat was heerlijk. Ik voel me topf*!’ Daarom schop ik mijn sloffen van de voeten en wissel die in voor sokken. Vervolgens prop ik mijn voeten in mijn stappers, strik de veters, grijp mijn rode jas van de kapstok, steek mijn armen in de mouwen, sluit de knopen, pak daarna mijn regenjas en trek die over mijn winterjas aan. Ik verstop mijn krullenkop onder de capuchon, steek het stekkertje van mijn oortjes in mijn phone, zet het beste nummer van Beste Zangers 2020, Sanne's "Door de wind, door de regen" aan en laat de phone in de binnenzak van mijn regenjas glijden. Ik ben klaar en stap naar buiten. De regen in de straten door.

Eerder postte ik deze foto met tekst: 
Het is echt 
Het is waar 
Het is een feit 
Het is me wat 
Herfst 
Natter vind ik niet zo erg 
Kouder wel 
Blèh! 



Krabbel 
Waarop uiteraard reacties volgden. Eén vriendin zei:
    ‘Voor mij andersom. Nat haat ik, op kou kan ik me kleden. En vandaag en gister zon en weinig wind, heerlijk.’ Daar krijg ik geen regendruppel tussen, hoewel ik als ik het voor het zeggen krijg, temperaturen rond de 23 graden verkies met daarboven een blauwe lucht, veel ruimte voor de zon en een zacht briesje rondom ons. Regen valt ’s nachts en kou verdwijnt in de prullenbak.
    Geef me een pen! Waar mag ik die krabbel zetten?

Kou
Geen zorgen, net als andere feestjes, gaat ook dit feestje niet door. We hebben het weer en andere zaken totaal niet in onze macht. Corona heeft dat eens extra duidelijke gemaakt. Wie heeft die walgelijke grap aan zien komen?!
    Waar ik op terug kan komen is de reactie van die vriendin.
    ‘Op kou kan ik me kleden.’ Zij misschien wel, ik niet. Eenmaal koud, warm ik moeilijk op. Het is verschrikkelijk en ongezellig. Vraag me niet hoe ik dan toch geniet van een flinke regenbui, want dan ben ik niet alleen nat, maar ook koud.
    Klopt! Het enige dat je dan hoort is geklaag over de kou. Niet over de nat. Het nat gaat uit, in de wasmachine en droge kleren weer aan. Ik kan alleen niet zeggen dat ik het warm krijg. Ik krijg mezelf niet gekleed tegen kou. Wat misschien verklaard werd door een vrouw die ik interviewde. Kou schijnt een bijverschijnsel te zijn van fibromyalgie. Ben ik dan klaar mee. Geef me mijn deken en een kruik!

Krullenbol
Nog iets later schrijft dezelfde vriendin:
    ‘Ik dacht dat je niet van nat hield vanwege je krullenbol.’ Daar zit een flinke dosis waarheid in. Mensen mogen niet aan mijn haar komen en mijn haar mag niet buiten de deur nat worden. Ik schreef aan het begin al dat ik de krullen onder de capuchon verstopte. Daarmee is ook mijn gehoorapparaat gelukkig, want die heeft een nog grotere hekel aan regen dan die vriendin. Noem het maar een allergie.
    Natuurlijk kan ik een paraplu mee sjouwen, maar hé, mijn armen hebben een hekel aan dat vasthouden. Geloof me lieverdjes, ik heb serieus nagedacht over al deze zaken en heb voor mij goed geldende redenen om te wandelen in de regen. Het is heerlijk!

Zorgeloos
    Ondertussen was ik al aardig verzopen en belde een vriendin.
    ‘Waar ben jij?’
    ‘Buiten aan de wandel.’
    ‘En jij dan?’
    ‘Ik sta op de parkeerplaats bij de wink… Oh, Irene weet je wat ik zie?’
    ‘Een olifant die op een skateboard voorbij rijdt?’
    ‘Nee, ik zie een klein meisje dat aan komt hollen en in de plassen stampt. Echt zo schattig. Ze huppelt heen en weer, steeds weer door de plassen. Zo zorgeloos, zo lief. Echt je moet dit eens zien.’

Dansen
Ik had het graag gezien, maar dacht even na. Stampte ik als kleine meid in de regen? Voelde ik me zo vrij en blij? Ik voelde een rilling. Mijn herinneringen van mij als kind zijn van ver na mijn vijfde jaar. Alles daarvoor ben ik kwijt, tot mijn tiende zie ik flarden van herinneringen en over mijn tienerjaren weet ik weinig goeds te zeggen. Ik wil het niet over doen. Ik werd enigszins gepest, meer nog genegeerd. Waar meisjes me niet goed genoeg vonden, trok ik op met jongen die me wel accepteerden of met meisjes die net als ik afweken van de perfectienorm. Ik was in some way een eenzaam meiske, met vreselijke krullen. Nee, ik zie me niet dansen in de regen.

Stampen
Verander ik gewoon even het gesprek met mijn vriendin:
    ‘Irene, ik zie een meisje dat aan komt hollen en in de plassen stampt. Echt zo schattig...’
    ‘Kijk eens goed, heeft ze krullen en een rode jas aan?’
    ‘Ja!’
    ‘Kijk eens beter. It’s me. Het is heerlijk! Ik durf nu kind te zijn, een gelukkig kind.’
 

* topf (niet door mij bedacht) zou een blog op zich kunnen worden, maar het is een combi van top en tof. Het is net als knusje (wel door mij bedacht), een kusje en knuffeltje in één. 

zaterdag 17 oktober 2020

Gewoonte

Het is 22.45 uur:
    ‘Irene, zet de wekker maar op 07.15 uur.’
    ‘Huh? Niet zoals altijd 06.45 uur?’
    ‘Nee, ik had vandaag weinig werk.’
    ‘Wat heeft dat met morgen te maken? Straks staan ze morgen om 07.30 uur op de stoep.’
    ‘Dan hebben ze pech!’ Wauw, dat mag hij vaker zeggen. Niet dat van die pech, maar dat van de wekker en 07.15 uur. Ik draai me om en druk de tijd een half uur vooruit.
    ‘Dit voelt fantastisch! Kunnen we dit niet altijd doen?’
    ‘Nee!’, klonk Marcel streng. ‘We doen dit één keer, anders wen je er aan.’
    ‘Oh zeker, NOG ÉÉN KEER EN IK BEN GEWEND. Dan ziet die wekker nooit meer een cijfer met een zes er in.’ Ondertussen bedenk ik hoe ik dat voor elkaar krijg.

Wakker liggen

Kijk zelf eens naar 06.nog-wat-uur. Het klinkt, oogt en voelt als een vreselijk tijdstip om door de wekker ruw, luid en hard uit heerlijk dromenland te worden geramd. Hoor ik sommigen zeggen:
    ‘Maar juist dan droom ik niet prachtig en ben ik allang aan het werk.’
    Voel ik intense respect voor jou. Heb jij wel een leven? Ik gun je ochtendmenselijkheid, anders kan het niet bestaan. Ik droom graag verder.
    Dat heeft te maken met het verloop van mijn nacht. Ik lig nogal eens wakker. Dat is niet omdat ik dan een liedje zing, dansje oefen of een eitje bak. Nee, dat is omdat ik gewoon ergens wakker van word. Gelukkig slaap ik meestal weer snel in.

Weer zo’n week
De laatste week veranderde dat weer. Alleen al het inslapen was drama. Alsof dat al niet zwaar genoeg was, werd ik per nacht vier of vijf keer wakker en wel op tijdstippen die ik niet eens durf te noemen. Waarom ik wakker wordt? Geen idee.
    Dit weet ik wel: ik wil slapen!!! Het wakker liggen is weggegooide tijd, verspilling van rust en kost me het herstel van energie voor de nieuwe dag. Ik roep al haast: HELP!!!
    Dat voor één keer de wekker op 07.15 uur staat voelt daarom tof, kan ik eens even langer dromen. 

Gedraai
De wekker gezet, draai ik me om, blik op manlief gericht. Hij slaapt al. Ik sluit mijn ogen. Om me al snel op mijn rug te draaien. Hopend dat ik dan lekkerder lig. Na een paar minuten draai ik door en zoals je al verwacht nog even later lig ik op mijn buik. Armen onder het kussen en al die tijd mijn ogen dicht. Want, zo zegt Marcel altijd:
    ‘Je moet gewoon je ogen dicht doen.’
    ‘Ja, duh, die sluit ik, maar ik ben niet als jij.’
    ‘Hoezo als ik?’
    ‘Jij slaapt al voordat je hoofd het kussen raakt. Op het moment dat jij die ruikt, ben je bewusteloos. Daarmee valt je hoofd gewoon vanaf een paar centimeter PLOP op het kussen. Ik snap wel waarom jij een zacht kussen wilt.’
    ‘Wat heeft dat ermee te maken?’
    ‘Als je hoofd valt, wil je een zachte landing.’

Dansje
Niet getreurd, ergens in de nacht val ik heus wel in slaap tot ik wakker word en het gevoel heb dat ik al heel lang slaap. Zegt de wekker: 23.24 uur. Ik geef de moed niet op, draaikont weer van buik naar linkerzij en alle andere kanten. Nu ik dat zo schrijf, besef ik dat ik dus wel in bed dans. Ik moet er misschien een wals van maken en gaan tellen: één schaapje, twee schaapjes, drie schaapjes en ik draai weer door, vanaf het begin.

Half acht
Over begin gesproken. Na wat slaapschokken van manlief die ik via zijn hand tegen mijn romp voel, begint hij te snurken. Ik zeg niks, hij beweert nog altijd in alle hoogten, laagten en toonaarden dat hij niets hoort. Wat moet ik daarmee?
    Precies! Draaien op mijn rechterzij en mijn oor diep in het kussen drukken en slapen tot ik voor de vierde keer wakker word en de wekker 06.34 uur toont. Ik ga nog één keer slapen en beland eindelijk in heerlijk diep dromenland.
    Waar ik over droom? Dat manlief met pensioen is en de wekker altijd op 07.30 uur staat en geen seconde eerder. Luister zelf even hoe alle verschillende tijden klinken:
    06.45 uur - kwart voor zeven. Het klinkt lelijk en oogt onooglijker. De zes moet weg.
    07.15 uur - kwart over zeven, klinkt nog slecht door die zeven, maar oké, de zes is verdwenen. Het is ietsiepietsie beter!
    07.30 uur – luister nou zelf: half acht. Hoe heerlijk! Niet belachelijk vroeg en zeker niet te laat. Het klinkt hemels… en de wekker gaat:
    ‘PieperdepiepPieperdepiepPIEPERDEPIEP!’
    Bam! Uit!

Gewend
De dag begint, gaat z'n gang en ’s avonds vinden we ons bed. Ik wil de wekker weer op 06.45 uur zetten. Zegt manlief:
    ‘Laat maar op 07.15 uur staan.’
    ‘TOP!’
    Wat schreef ik aan het begin?

zondag 11 oktober 2020

Egoïstisch

Ik ben niet zo van het egoïstische. Wat ik niet zeg om me op de borst te staan – in dat geval valt nergens op te slaan, als je begrijpt wat ik bedoel en zo niet ook goed. Feit blijft dat als ik iets lekkers te eten heb en het niet genoeg is voor iedereen, ik het altijd de ander gun, hoe lekker ik het ook vind.
    Is er nog één Danio-toetje, dan mag Rick het hebben. Tel ik maar één tompouce, geef ik ‘m mijn manneke, tenslotte mag hij er nog van groeien op buik en heupen. Vult een laatste mango de fruitschaal, gun ik ‘m Celine en Benjamin krijgt het laatste ei.
    Voor Lara was er carpacciosalade. Benjamin vond het vooral stom dat ik weggaf wat ik voor Celine en mezelf had gekocht. Ik kon niet weten dat Lara het ook lust. Juist daarom gaf ik het haar.

Salade
De trouwe bloglezer weet dat ik alleen moeite heb met het delen van salade. Hoe suf en maf ook: sla, komkommer, tomaat, rood uitje en wat er verder bij past, vermengd met een lekkere slasaus, is voor mij echt het lekkerste dat er is. Alles geef ik met gemak weg, maar salade? No way, als ik salade moet delen, maak ik gewoon een extra groot portie. Zo blijft er altijd genoeg over voor mij. Schuilt daar dus toch een salade-egoïsme in mij.

Middagdutje
Tot vorige week zaterdag er een nieuw egoïsmetje bij kwam. Ik had een off-day met  zo’n hoofdpijn dat ik er scheel van keek en ervoor koos te gaan slapen. Met al mijn hobby's en bezigheden is overdag slapen not done. Het is pure wegsmijterij van kostbare tijd. Mij tref je niet slapend aan. Daarmee zeg ik niet dat ik nooit toegeef aan zware ogen waarbij mijn oogleden de strijd winnen. Als ik precies dan net te lang onderuit hang, slaap ik. Die keer is op één vinger te tellen, één keer per jaar. 

Gehorigheid
Vorige week zaterdag besloot ik een enorme stap verder te gaan. Nog vol in de blog van vorige week, sloot ik de laptop, strompelde naar boven, plofte op bed en gaf toe aan hoofdpijn en vermoeidheid. Ik sliep overigens omringd door allerlei geluiden en onrust.
    In de kamer naast me keken ze een film. Geloof me, de muur tussen die en mijn slaapkamer is dun.
De andere aangrenzende kamer werd gevuld met gepraat en muziek van een ukelele. Gelukkig kan ik het geluid reduceren door op mijn rechter oor te liggen, want de linker oor hoort amper geluid. Helaas klonk de bas van de film aan de ander kant van de muur door via mijn kussen.
    Nog jammerder is dat ik niet veel beter op stond. Ze zeggen dat wat er ook aan de hand is: chocolade begrijpt en thee helpt? Ik koos beide met het idee dat het dan dubbelop moest werken. Gelukkig werd ik iets sneller wakker.

Herhaling
Ondertussen was het etenstijd. Mams inventariseerde de inhoud van de koelkast en zag zes kipvleugeltjes. Ik rekende even hardop:
    ,Vier inwonende gekken plus twee geliefden is zes! Ieder een? Dat is flut! Vanavond zijn de kipkluifjes voor mij alleen.’ Wetend dat manlief ze lekker vindt, zoonlief ze lust, dochterlief ervan smult, Rick ze wenst en Lara… Dat wordt een andere blog. Wat bleef? Ik was bereid ze te delen met mijn lief, me herinnerend dat ik eerder bijna ruzie kreeg om dit soort knabbels, lees maar hier.
    Marcel zei:
    ,Irene je mag ze hebben,’ en keek me meelijdend aan. ,Jij hebt een zware dag, geniet ervan.’ Waarna ik ze verwarmde en me erop verkneukelde.

Dwang
Eenmaal aan tafel, ieder een gerecht naar keuze, want zaterdag is kliekjes of maak-maar-wat-je-wilt-dag, kwam mijn pannetje met kipvleugels erbij.
    ,Zo, nu ga ik lekker genieten…’
    ,Van je kluifjes,’ vulde Marcel aan. Kijkend in het pannetje voelde ik toch wat schuld opkomen, zoals altijd als ik egoïstisch ben. Zes vleugels, zes tafelgenoten. Ik keek rechts van me, naar Benjamin.
    ,Zal ik dan toch maar delen, voor ieder één?’
    ,Mam!,’ zei hij beslist. ,Nee! Jij eet ze nu op ook.’ Vier anderen vielen hem bij. Als kleinste in mijn gezin voelde het of een vloedgolf van dwang over me heen kwam. ,En als jij ze niet snel opeet prop ik
ze eigenhandig in je mik,' vervolgde Benjamin in zijn herkenbare taal. Marcel vulde aan:
    ,Ik stel het even scherper, als jij nu niet snel een hap neemt, kom ik wel even proppen.’ Hij stond al bijna op om van zijn kant naar mijn kant te lopen. Celine vond dat ik vooral snel moest beginnen voordat zij me zelfs dwong de botten op te eten. Het werd steeds gekker, wat een opdringerigheid.
    Wat blijft? Ze smaakten ineens zo lekker niet meer, ze smaakten voortreffelijk!



zondag 4 oktober 2020

Ontgluren

Ze dubt: deel ik deze blog nu of bewaar ik ‘m voor volgend jaar.
    Hoor ik jou vragen: Volgend jaar? Moet ik zo lang wachten? Ben jij helemaal gek geworden?
    Ik ben absoluut gek. Je weet niet half hoe. Eergisteren stampte ik in plassen, gisteren stak ik mijn tong uit van achter mijn mondkapje en vandaag… Nee, ik vertel niet alle gektes. Het is beter jou in bescherming te nemen.

Teleurstelling
Het is natuurlijk helemaal niet gek om die blog te schrijven die sowieso bedoeld was voor 4 oktober 2020, vandaag dus. Waarom uitstellen wat voor nu geldt? Temeer omdat het volgend jaar onmogelijk zondag 4 oktober kan zijn. Er bestaat geen zondag 4 oktober in 2021, wel een zondag 3 oktober. Blok die datum meten even. Zet 'Gluren bij Typisch van Valen' tussen 12.30-18.00 uur in het Eetatelier in je agenda.
    Dan schrijf ik nu alsnog de blog. Eigenlijk een aftreksel van de blog de ik wilde schrijven, want Gluren bij de Buren (GbdB) 2020 werd afgelast. Die vieze stink corona gooide alles overhoop. Hoe begrijpelijk ook, de teleurstelling was groot. Wat mij betreft het meest voor de organisatoren die zich enorm inzetten om met de toen geldende regels alles rond te breien en het lukte. Tot de maatregelen veranderden en BAM! GbdB werd gecanceld!

Interview
Terecht belde Jeroen van der Maat, kok bij het Eetatelier, me op met zware teleurstelling in zijn stem:
    ,Gecondoleerd!’, zei hij. We voelden ons verslagen in al het verheugen. Onze net opgepakte samenwerking en het gedeelde enthousiasme en plezier raakten in shock. Net toen de voorpret los ging, was het over en uit. Geen GbdB voor ons. Wij zouden ons act showen in het Eetatelier, wat het gevolg is van een vraag van mijn redacteur:
    ,Irene, wil jij een interview doen met Jeroen? Het moet gaan over zijn werk bij het Eetatelier en de invloed van corona?’ Een bijzonder interview volgde, want ik ontmoette een man die met plezier en passie vertelde over zijn werk, zelfs in tijden van corona. Corona verandert niet alles! Iedere keer dat ik Jeroen ontmoet, zie ik zijn enthousiasme en grote glimlach. Bewonderenswaardig, I drink to that.

Samenwerking
Na het interview en het lezen van mijn naam, legde Jeroens vrouw de link tussen GbdB en mij. De eerst volgende keer dat ik met de laptop onder de arm bij het Eetatelier binnenwandelde, vroeg Jeroen:
    ,Deden jullie vorig jaar mee aan GbdB?’
    ,Ja, hoezo?’
    ,Tijdens het interview herkende ik je al, maar ik wist niet waarvan. Mijn vrouw zag de link tussen jou en GbdB. Wat jullie lieten zien was bijzonder. Jullie toonden wat GbdB ten diepste is - een act waarin je laat zien wat je als gezin doet.’
    ,Ik vind vooral heel kneuterig wat ik doe. Mijn dochter is de bomb!’
    ‘Dat is wat GbdB volgens mij is. Niks professioneel, maar juist huiselijk.’
    Bij navraag herinnerde Marcel zich inderdaad een dolenthousiast jong echtpaar met dochter. Hij zei:
    ,Zij beloofden volgende keer weer te komen en vrienden mee te vragen.’ Toen lande bij mij een kwartje. Ik herinner me die enthousiasme en de angst… nog meer kijkers?

Kijkcijfers
Inderdaad meer kijkers en niet omdat Jeroen vrienden mee vraagt. Hij kwam met een spannender idee:
    ,Ik vraag mijn baas of we jullie in het Eetatelier kunnen uitnodigen voor GbdB. Zeker met de coronamaatregelen is hier meer ruimte om meer mensen toe te laten. Ik gun jullie dat.’ Die zag ik niet aankomen. 
    ,Wauw, fantastisch, tof, maar voer jij vooral de spanning op! Nog meer mensen die komen kijken,’ bloosde ik. Hij heeft geen idee hoe eng ik het al vind, laat staan daar.
    ,Irene, doe het! Laat mensen hier zien wat GbdB is.’

Extraatje
Ondertussen wandelden Jeroens vrouw en dochter binnen.
    ,Nou,’ zei Jeroen: ,hier zit de journalist die mij laatst interviewde.’ Jeroen vertelde me dat zijn dochter een spreekbeurt voorbereidde over het artikel dat ik over hem schreef.
    ,Kan deze journalist iets voor je doen zodat je spreekbeurt nog leuker wordt?’, vroeg ik haar. Ze keek me verrast aan.
    Lang verhaal kort? Een week later werd ik geïnterviewd via een life-stream in het klaslokaal op de basisschool van Jeroens dochter. Het ging over mijn werk als journalist voor Houtens Nieuws. Daarna mochten leerlingen vragen stellen. De eerste vraag was:
    ,Heb je huisdieren?’
    ,Dat hangt ervan af of mijn man en kinderen daarin meetellen. Dan ja! Anders niet.’

Verheugen

Zo blijft een warme lijn tussen Jeroen, het Eetatelier en ons. Naast een favoriete werkplek, gezellige babbels en lekker eten, staan wij volgend jaar in het Eetatelier bij GbdB. Laten we even eerlijk zijn. Het klinkt toch wel tof dat wij optreden in het restaurant waar Youp van ’t Hek 2 oktober 2020 gegeten heeft. Dat geeft toch extra gewicht?
    Tot dan of misschien al eerder?

zaterdag 26 september 2020

In de hoek

    ‘Celine, waar wil je komende mummy-daughty-evey heen? Il Pozzo zie ik niet zitten, maar wat dan?’
    ‘Mam, wat denk je van lekker dicht bij huis?’
    ‘Ik hou van dicht bij huis, als je Ming&Ming bedoelt.’ Celine knikte hard op en neer. Die deal was rond en werd later op tafel naast de bloemkool voorgeschoteld. Werd ik me toch teruggefloten door Benjamin!
    ‘Mama, het is mum-sun-evey. De vorige keer bestelden papa en ik pizza en keken een film.’ Marcel knikte al kauwend op een hapje kipschnitzel met Benjamin mee. Celine keek me wat teleurgesteld aan en zei:
    ‘Zij kunnen wel eens gelijk hebben mama.’
    ‘Tja, ik ben soms echt een vergeetachtige muts,’ en schakelde snel over op Benjamin: ‘Wat wil jij doen op mum-sun-evey?’
    ‘Mam, ik wil iets heel origineels doen. Wat denk je van Ming&Ming?’
    ‘Wat een ongelooflijk goed idee!’
    ‘Dat gaan wij ook doen, Celine?’, klonk mijn man alsof de kans anders voorbij vloog.
    ‘Doen we,’ antwoordde madam, maar ik wil hun niet zien hoor.’
    ‘Mooi, wij jullie ook niet. Zal ik die tafels maar reserveren?’, katte ik terug!

Verwarring
Omdat we aan het natafelen waren en mobieltjes niet mee mogen eten, stond ik op, pakte mijn phone van het aanrecht en belde ons favoriete restaurant. Vier mensen, Lara at mee, luisterden het gesprek dat zich aan hun oren opdrong af.
    ‘Goedenavond, met Irene, ik wil graag twee reserveringen doen.’
    ‘Ik pak even de planning erbij. Voor welke data wilt u reserveren?’
    ‘Alleen voor 24 september.’
    ‘Voor hoeveel personen?’
    ‘Nou, voor twee keer twee personen.’
    ‘Dat zijn dus vier personen?’
    ‘Ja, maar ik bedoel: twee tafels voor twee personen.’
    ‘Dat is toch een tafel voor vier personen?’
    ‘Wel als we samen zouden willen eten, maar dat willen we niet!’ Ondertussen begonnen mijn tafelgenoten te lachen. Ik hield me met moeite in.
    ‘Wilt u echt twee tafels voor twee personen?’
    ‘Ja. Zet je ze ver uit elkaar! Ik weet, het klinkt absurd, maar ik ben serieus,’ zei ik ondertussen hard lachend. ‘Ik leg het graag even uit. Heb je tijd?’
    ‘Ja hoor.’

Uitleg
    ‘Het zit zo,’ begon ik aan de telefoon. ‘Het is moeder-zoon en vader-dochter-avond. Iedere vier weken wisselt deze samenstelling. Over vier weken is het moeder-dochteravond. Nu wil het geval dat wij allemaal bij jullie willen eten, maar vooral apart.’
    ‘Oké, jullie willen niet bij elkaar.’
    ‘Dat zei ik. Als ik het scherper mag stellen: ik wil mijn man en dochter gewoon helemaal niet zien.’
    ‘Zal ik hen in de andere ruimte zetten?’
    ‘Ach mevrouw, zo agressief wil ik het niet spelen, maar zet ons aan de ene kant van de ruimte en hen aan de andere kant.’
    ‘Wilt u bij het raam?’
    ‘Waar zitten mijn man en dochter dan?’
    ‘In de hoek!’
    ‘Nu begrijpen we elkaar. Perfect!’ Ik lag dubbel, waar de vrouw aan de ander kant behoorlijk serieus bleef.
    ‘Hoe laat komen jullie?’
    ‘Mijn zoon en ik om 18.00 uur en mijn man en aanhang om 18.05 uur. Ik wil echt niet tegelijk binnenwandelen.’

Gesnopen?
Vervolgens liet ik onze gegevens achter en groette de vrouw aan de andere kant van de lijn met vochtige ogen. Ik had zelden zo’n lachwekkend raar gesprek. Wat bleef was afwachten of het echt goed opgepakt werd op het moment dat wij gescheiden van elkaar binnen wandelden. Verschillende medewerkers van Ming&Ming kennen ons als gezin.
    Nog amper de telefoon weggelegd, zag ik mijn man en dochter met elkaar smoezen.
    ‘Benjamin jij hebt toch wel gehoord wat zij ondertussen bekokstoven?’
    ‘Nee, mam, ik staar me blind op Lara.’
    ‘Nou, lekkere informant ben jij. Volgens mij spreken zij al af als eerste aan te komen bij de Chinees.’
    ‘Gesnapt!’, zei Marcel blozend.
    ‘Mijn zorg is of wij elkaar echt niet zien in het restaurant?’, zei Benjamin terecht.
    ‘Dan vragen we geld terug! We hebben nog zo gezegd, dat we elkaar niet willen zien. Wat is daar niet aan te begrijpen?’, merkte Celine op.

Check
Een dag voor onze dates, belde de bedrijfsleidster ons.
    ‘Ik zie dat jullie twee tafels hebben gereserveerd, moet dat niet één tafel zijn?’
    ‘Nee!!!’, schreeuwde ik bijna in de telefoon. ‘We willen zo ver mogelijk en onzichtbaar uit elkaar.’ Ik
legde het hele verhaal weer uit. Met haar:
    ‘Oké, dan begrijp ik het,’ kon het niet meer mis gaan.

Wegwezen
Zo zaten we afgelopen donderdag bij Ming&Ming. Marcel en Celine aan een tafel tegen de muur. Het was niet echt een hoek. Dat was ook niet nodig, laat anderen maar in de hoek zitten. Benjamin en ik zaten bij het raam. Hij keek rond en schrok:
    ‘Mama, ik zie papa!’ Hij pakte zijn phone, maakte een foto en toonde mij het bewijs.
    ‘Eten jongen! Deze avond kost ons niets!’
    ‘Echt waar?’
    ‘Natuurlijk! Als wij klaar zijn rennen wij de zaak uit, komen zij achter papa aan.’

zaterdag 19 september 2020

Huis uit

    
‘Mam, wie denk jij dat het eerst het huis uit gaat?’, vroeg Benjamin en stak een hap bami goreng in zijn mond. Zonder nadenken flapte ik er uit:
    ‘Celine.’
    ‘Echt?’
    ‘Ja, want zij is over twee jaar klaar met haar studie en wil dan verder met Rick. Oh, wacht, geen idee of dat haalbaar is, want Rick moet dan nog twee jaar naar het HBO. Eigenlijk denk ik dat jij eerder het huis uit gaat.’
    ‘Dat denk ik ook.’
    ‘Wanneer ga je?’
    ‘Binnen nu en twee jaar ben ik weg!’ Hij klonk al bijna opgelucht.
    ‘En wie span jij dan voor je karretje?’
    ‘Voor welk karretje mama?’
    ‘Nou, voor alle huishoudelijke taken die je nu al niet doet? Iets met de was, vaat en opruimen. Laat staan je kamer stoffen en zuigen. Je kijkt zelfs nu of ik het over een besmettelijke ziekte heb.’
    ‘Jij poetst mijn kamer, zoals afgesproken omdat ik kostgeld betaal.’
    ‘Ten eerste is dat smartengeld en ten tweede is de afspraak dat jij je kamer opruimt voordat ik de stofdoek er doorheen haal en wanneer doe jij dat?’
    ‘Uhm, ja, ik ben druk.’

Ongeschikt
Daar zei die man een waarheid als een koe, eigenlijk meer een stier. Hij komt zelden beneden en nog minder buiten. Hij werkt alleen maar of ontspant ook weer bij de computer met een VR-headset op. Toch wat beweging, denk ik opgelucht. Voor de rest laat hij een ander opdraaien.
    Eigenlijk vind ik hem ongeschikt om het huis uit te gaan, hoe graag ik hem zou zien gaan. Bot hè? Ik wil namelijk mogen genieten van een stil, leeg huis, voordat Marcel met zijn werkkoffer thuis komt en zegt:
    ‘Ik ben er helemaal klaar mee, wij gaan rentenieren.’
    Vorige week nog op de roze wolk, dender ik nu op een donderwolk. Ik moet my case resten: ik zal nooit meer alleen thuis zijn en huil een regenbui.

Regelmaat
Raar eigenlijk hoe ik jarenlang het gezinsleven zo enorm koesterde; me verheugde op alles, behalve een leeg nest. Eerder zag ik mezelf met een theedoek, want een zakdoek is te klein, dus eigenlijk is een badhanddoek sowieso het beste, mijn tranen van de wangen vegen, omdat mijn bloedjes hun thuis achterlaten.
    Hoor me nu! Madam puber 2.0. Het kan me niet snel genoeg met de rust in huize Typisch Irene. Iemand heeft behoefte aan ruimte, rust en vergeet regelmaat. Met de krant als werkgever is regelmaat ver te zoeken. Dat verbaast dan ook weer, want boy, wat leunde ik altijd goed en graag op een strakke regelmaat. Zo verandert er nogal wat, zelfs mijn eigen verwachtingen. Het lijkt wel of mijn ideeën, wensen en dromen steeds meer overhoop liggen. Ach ja, het is overduidelijk: ikzelf lig overhoop. Wend ik me even tot de ervaringsdeskundigen: het komt wel goed? Toch? Please, zeg ja!
    Eigenlijk weet ik wel zeker dat de hele coronacrisis hier mede debet aan is. Voor corona leefde ik een leven waarin ik mezelf twee of drie dagen per week wentelde in mezelfigheid. Dat vond ik heerlijk lekker.

Directeur
Toen kwam Benjamin met de vraag wie het eerst het huis uit gaat.
    ‘Jij hoopt natuurlijk dat Celine binnenkort vertrekt, dan kun jij haar kamer inpikken.’
    ‘Die kamer is niet eens waar ik aan denk, mama.’
    ‘Dat is maar goed ook, want als madammeke weg is, pik ik die kamer in. Waar gaat het wel om dan?’’
    Het komt er uiteindelijk op neer dat Benjamin onder onze neus en Lara diep in de ogen kijkend zegt:
    ‘Ik ga in ieder geval niet het huis uit als ik dan alleen woon.’
    ‘Is dit een huwelijksaanzoek aan Lara? Dat kan romantischer schatje,’ lach ik hard.
    ‘Nee mam, dat alleen wonen vind ik maar niks. Ik vind het best als jullie een paar daagjes weg zijn, een weekend kan ook nog wel, maar langer dan dat? Dat is echt verschrikkelijk saai in huis!’
    ‘Doe mij een week alleen!’, roep ik uit, waarna Marcel me beteuterd aankijkt. Ik vervolg met: ‘met Marcel!’ Hij lacht weer!
    ‘Mam, even serieus. Alleen wonen is toch niks aan?’
    ‘Wees gewoon eerlijk Benjamin. Jij wilt een hulpje die alles voor je doet. Dus Lara moet mee.’
    ‘Eerst wil ik mijn HAVO diploma halen,’ zegt zij wijs. Die halen is haar uitdaging voor 2021. Wat ze daarna wil studeren weet niemand. Benjamin weet dit:
    ‘Zij wordt met gemak leidinggevende. Zij stuurt graag mensen aan.’ Waarop Marcel zich naar Lara omdraait, haar diep in de ogen kijkt en zegt: 
    ‘Als jij Benjamin zo ver krijgt dat hij zijn troep opruimt, zijn vieze was en de sokken niet binnenste buiten in die mand gooit, zijn schone was netjes opbergt en alle vuile vaat voor het avondeten naar beneden brengt, wordt jij met zekerheid directeur bij Shell.’
    ‘Dat wil ik zien. Ik zit eersterangs.’





zaterdag 12 september 2020

Brievenwasserette

Wat een week!
    Het ging van twee bibliotheken, naar een interview, een kringloopwinkel en het bos - van energie krijgen tot instorten. Allemaal omdat ik de afgelopen week zulke leuke dingen ondernam en vooral mijn grenzen enorm voorbij ging. Of dat laatste wijs is? Time will tell. Tot dan ga ik door, want het is allemaal zo ontzettend gaaf.

Thuisblijvers

Hoewel ik die eerste zinnen vol goede moed op mijn beeldscherm mikte, moet ik de keerzijde erkennen. Hoe drukker ik ben, hoe minder bloginspiratie ik ervaar. Alsof ik door alle werk dat ik doe, minder oog heb voor mijn eigen verhaal.
    Wat zeker meespeelt zijn de kinderen of eigenlijk hun afwezigheid. Zij zijn er minder bij. Wat zeg ik nou? Zij minder aanwezig? Echt niet! Eentje is fulltime thuis als hij niet bij zijn vriendin is. Hij loopt zijn stage thuis. De ander loopt stage in groep 5, gaat regelmatig naar haar vriendje en telt in acht weken twee fysieke schooldagen. Waar is ze de rest van de tijd? Thuis!
    Hoe dan input voor mijn blogs missen als zij zoveel thuis zijn? Dat heeft alles te maken met het feit dat zij mij loslaten en ik daarmee ook vaker mijn eigen gang ga. Best lekker hoor, zolang thuis maar onze basis ligt. Voor mij voor altijd, voor de kinderen voor onbepaalde tijd.

Overvol
Soms maken zij die basis voller dan het al is. Daarmee is de titel van mijn tweede boek vastgesteld. Het vervolg op ‘Vanuit mijn Eierdopje’ wordt ‘Overvol Eierdopje’. Ik maak van de titel geen geheim; het boek komt er toch niet. De titel is echter reëel als wat, want regelmatig komen de andere helften van de kids hier logeren. Een berg drukte vult dan (meestal in het weekend) ons huis. Gelukkig is mijn werk dan vaak gedaan, concentratie op artikelen niet nodig. Zo kan ik meegenieten van lang natafelen met ons zessen.

Dreamteam
Dit weekend is het stil in huis. Best lekker, ik moet bijkomen. Of is het nagenieten?
    Afgelopen week, stonden twee dagen in het teken van de Brievenwasserette bij Bibliotheek Lek en IJssel in Houten en IJsselstein. Twee dagen boog ik me met anderen over het vereenvoudigen van brieven van instellingen. We werden zelfs het Dreamteam genoemd. Ik meldde me alvast voor volgend jaar. Naast dat vrijwilligerswerk mocht ik één van die dagen koppelen aan een artikel voor de plaatselijke krant. Die combi was tof, lees maar hier.  Daarbij vroeg de krant om een interview en artikel over biodiversiteit en gaf ik een kennismakingsworkshop Biblejournaling in Huis ter Heide bij ADRA Share & Care. Natuurlijk deed ik boodschappen voor die vrouw van de vorige blog. Ik zeg niets.

Verrassing
Vrijdag was wandeldag! Ik zocht het bos op en vond ruimte om op adem te komen. Zo jammer dat ik me daarna op mijn huishouden moest storten. Soms overweeg ik een hulp in de huishouding om meer te gaan voor wat ik het liefst doe. Mijn LinkedIn profiel heb ik al aangepast.
    Het is allemaal het gevolg van waar ik nu sta. Kon dit allemaal wat eerder mijn pad kruisen dan als zwaar 40+er, eigenlijk 50-er. Iemand kon dat afgelopen maandag trouwens moeilijk geloven. Echt lachen. Ik ontmoette de vrouw die mij tipte op werk bij de plaatselijke krant. Ze vroeg zich af hoe oud ik was.
    ‘Ik weet dat jij oudere kinderen hebt. Je kunt niet 38 zijn, zoals ik.’ Ik voelde het aankomen: she was going to make my day!
    ‘Klopt, ik ben niet 38. Ik ben 48.’ Haar stilte viel samen met ogen die groot werden.

Wolk
Later thuis vroeg ik Marcel:
    ‘Wanneer dender ik van die roze wolk af?’
    ‘Welke roze wolk?’ Hij keek om zich heen.
    ‘Die waarop alles wat ik doe tof is.’
    ‘Meid, voor zolang het duurt blijf jij er maar lekker op zitten.’ Zo heerlijk hè, hij denkt gewoon dit: happy wife, happy house, happy life! Hij is niet gek, dat is duidelijk!


Voorbeeld

Als klapper werd ik donderdag door een taalambassadeur een sterke vrouw genoemd.
    ‘Wie ik? Echt niet,’ reageerde ik geschrokken. Ze legde zichzelf uit:
    ‘Eerder vanmiddag vroeg iemand jou of jullie samen naar Houten terug konden fietsten en jij zei ‘nee’. Jij bent voor mij een enorme voorbeeld. Dank je.’
    ‘Dat vond ik zo lastig,’ antwoordde ik. ,Nee zeggen was nooit mijn beste kunstje. Ik zeg het nog te weinig, tot het om mijn eigen rust gaat,’ zei ik. Zeker in deze tijden van minder rust in huis, ga ik heel bewust om met mijn ruimte buitenshuis en daarom zei ik ‘nee’. Ik wilde op mijn gemak terug naar huis fietsen en stoppen voor een paar plekken die ik wil vereeuwigen. Dat was mijn plan, tot ik besloot binnenkort een middag door IJsselstein te struinen. Die dag relax gun ik mezelf.
    Over sterk gesproken, ik ga!


zondag 6 september 2020

Boterhamworst

Boodschappen doen kan een uitdaging zijn zeg!
    Sinds corona ons land beheerst, doe ik boodschappen voor een vrouw waar ik, als vrijwilliger, bijna zes jaar de boel onveilige maak. Geloof het of niet, ze heeft een hondje waar ik niet bang voor ben. Zelfs mee stoei!
    Als jij had gezegd dat ik ooit een hond zou knuffelen, had ik je volledig en totaal midden in je gezicht uitlachen. Die weddenschap ging ik in met een schrikbarend hoge inleg en weet nu dat ik verloren zou hebben. De trouwe volger (van 513 blogs) kent mijn angst en soms haat aan honden.
    Ik leerde dat het een kwestie van vertrouwen in het baasje is en meegroeien met een pup. Of ik hetzelfde vertrouwen op breng bij een baasje met vier hondjes? Ik neem het liever hondje voor hondje.

Ongezouten

Ik ben sowieso beter in boodschap voor boodschap. Daarom kreeg ik afgelopen maandag via WhatsApp twee korte boodschappenlijstjes van bovenstaande mevrouw. Eén voor Appie, de andere passend bij Jumbo. Ik dacht: ben zo klaar.
    Yeah, sure. Ik leerde dat ik met vier lijstjes sneller uitgewerkt kan zijn, dan met deze twee. Er volgde al snel een appje: mini saucijzen zijn op.
    Zij: Helaas pindakaas.
    Bij wijze van grap vroeg ik: Wil je pindakaas?!
    Zij: Nee, die maak ik zelf, is lekkerder.
    Zelf pindakaas maken? Daar moet ik haar eens vragen. Vervolgens zocht ik ‘Flora Plant’, wat boter bleek te zijn. Had ik maar beter moeten lezen, er stond ‘ongezouten’ bij. Ja, dan weet iedereen direct dat het om boter gaat. Not! Toch?

Schrappen
Daarna volgde Jumbo. Daar stond ‘flyer’ op het lijstje. Juist omdat het er nooit eerder op stond, vroeg ik me af wat het was? Kun je het eten? Bedoelde ze een folder van de winkel? Hoort er een folder bij twee actieproducten? Daar ging een appje: Wat is ‘flyer’?
    Zij: Het staat tegenwoordig op het lijstje, het is verder niets hoor.
    Ik dacht: Mooi! One shoppinkje down! Schrappen is voor mij, als schrijver, bekend terrein. Was het altijd maar zo gemakkelijk.

Zoektocht
Vervolgens las ik: Wit Duivekater brood met basterdsuiker. Wat? Brood ligt achter in de winkel, het is brood van laatste zorg. Wat volgt?: Blik Boterhamworst.
    Makkie, dacht ik en liep naar alle blikvoer. Dat klinkt niet echt sexy, ik weet het. Maar troost je, in huize Typisch Irene eten we ook wel eens uit blik. Zo stond ik tegenover vleesproducten in blik en zocht me suf. Ik checkte drie keer alle schappen en lege vakken. Tot ik bedacht dat het misschien bij de voorverpakte vleeswaren lag. Onderweg daarnaartoe vond ik wat bekende producten en bleef steken bij een ander onbekend item op het lijstje: Kinder Melkschijfjes.
    Zijn dat koekjes? IJsjes? Crackers? Ik herkende het Kinderchocolade logo. Terwijl ik naar de snoepschap wandelde, klonk een vrolijk swingliedje. Ik vond mezelf swingend tegenover de Kinderchocolade producten. Ik checkte even op medeplichtige dansers of ongewenste toeschouwers. Die waren er niet, wiebel-wobbel zo gingen mijn heupen.
    Geen Melkschijfje gevonden om bij navraag te horen:
    ,Hebben we niet.’ 

Blik
Tijd om me te herfocussen op die blik boterhamworst. Iets waar ik nooit in zal bijten en na lang zoeken opnieuw niet vond. Daar ging een appje: boterhamworst in blik kan ik niet vinden.
    Zij: de ovengebrande spek wel?
    Ik: jaaaa, hoeraa! Wat heeft dat ermee te maken?
    Zij: Ligt de blik boterhamworst daar niet bij?
    Ik: Nee, ik zie geen enkele blik.
    Zij: Blikboterhamworst is gesneden
    Ik: Hoezo gesneden? Zijn het plakjes?
    Zij: Yep. Ter verduidelijking volgde een foto van vleeswaar.
    Ik: Het zit niet in blik! Wat doet die blik er dan bij?
    Nu het duidelijk was, zocht ik nog eens alles af en bleek er één leeg plekje. Daar ging een appje: hebben ze niet. Ik lachte de tranen in mijn ogen. Verstoppertje spelen was niets bij deze zoektocht. Een paar collega winkelaars keken me raar aan, wat mijn humor vooral voedde. Die ernstige gezichten!

Brood

Nog één ding: Wit Duivekater brood met basterdsuiker. Zoek-moe als ik was, besloot ik het direct maar te vragen. Dat bleek het wijste besluit van mijn dag:
    ,Hebben we niet,’ zei de medewerker.
    ,Dat is de spreuk van mijn dag. Melkschijfjes hebben jullie niet, blik boterhamworst hebben jullie niet.’
    ,Heb je gekeken bij de blikken daar in de hoek?’
    ,Daar zocht ik een kwartier lang.’
    ,Maar het zit niet in blik,’ zei haar collega, waarop de ander haar aankeek of zij ingeblikt werd.
    ,Hoezo noemen ze het dan blik boterhamworst?’, vroeg de eerste.
    ,Omdat het in blik binnenkomt.’ Ik keek ondertussen de eerste aan.
    ,Jij wilt niet weten hoe graag ik je mag,’ zei ik. 
    ,Hoezo?’
    ,Ik dacht dat ik de enige sufferd was, nu blijkt dat niet zo. Heerlijk!’ Weer een band met iemand gesmeed.

zondag 30 augustus 2020

Smakelijk

Kom, we gaan wandelen. Hup, schoenen aan, vest mee en steek je arm door die van mijn nicht en mij. Op naar de Sallandse Heuvelrug. Of het gezellig wordt? Wat denk jij zelf? 
    Dit is mijn nicht Sophie: bij het maken van een heidefoto, sprong zij beweeglijk en vrolijk als ze is in beeld. Ze telt zestien jaar jong en zit midden in pubertijd 1.0. Dat matcht perfect met mijn pubertijd 2.0. Ze is de jongste dochter van mijn oudste zus, die toen ik in paniek uitriep waar mijn blog over moest gaan, riep:
    ,Over mij!’
    ,Dank voor de tip.’

Jongste
Sophie veroverde al voor haar geboorte mijn hart, omdat ze net als ik de jongste is. Zij lijkt zich er beter door heen te slaan. Ze oogt zelfverzekerder en minder gevoelig. Ik ben trots op haar en duikelde naast haar achterin onze auto. Mijn zwager belandde aan mijn rechterkant. Dit alles omdat dochterlief wilde rijden. Mijn zus zat naast haar als navigatie. Zo achterin kreeg ik spontaan zin om te keten en draaide me met een big smile naar Sophie. Als keek ik in de spiegel draaide zij zich met eenzelfde glimlach naar mij. Dat plezier bleef de hele dag.

Mais
    ,Kijk een veld suikerriet!’, riep ze onderweg. Ik keek en wees mijn zwager erop. Hij weigerde te kijken, stak nog net niet zijn tong uit. Hij zat erbij toen mijn neef, zijn zoon, het volgende zei:
    ,Het verbaast me hoe dom sommige hoog opgeleide mensen zijn.’
    ,Precies! Beter is praktisch opgeleid en slim, kijk naar mij.’ Ik kuchte hard. ,Wat bedoel je?’
    ,Ik vind dat iedereen wat algemene kennis moet hebben.’
    ,Nu word ik bang.’
    ,Tante,’ verzuchtte hij: ,Jij weet toch hoe een maisveld er uit ziet?’
    ,Jazeker, wat denk jij nou?’
    ‘Ik hoorde eens een paar hoger opgeleide grieten bij een maisveld vragen of dat suikerriet was.’
    ,Jippie, dan zit het goed met mijn algemene kennis.’
    ,Ja, tante!’

Rotzooi 
In de auto boog Sophie zich naar de grond.
    ,Wat is dit?’
    ,Dat is één van de twee speeldoosjes van Scheepslag’, antwoorde ik, waarop zij het opende en we een hoop pinnetjes en één bootje ontdekten.
    ,Oh ligt die hier? Ik was het al kwijt,’ mengde Celine zich in het gesprek.
    ,Het lag al die tijd aan je voeten,’ zei ik en plaatste terwijl Sophie meekeek het bootje in het veld en vroeg: ,Rara, waar ligt de boot?’
    ,Daar op de grond!’ Ik volgde haar vinger en zag half onder de automat meer pinnen en bootjes verscholen liggen.
    ,Hoera, je hebt gewonnen! Snel hang slingers op!’

Steen
    ,Wat doet deze hier?’, vroeg mijn zwager en hield een steen op.
    ‘Die komt uit Frankrijk.’
    ,Jullie zijn daar toch niet geweest?’
    ,Dit jaar niet nee, maar alle 18 jaar hiervoor wel. Ik weet niet van welk jaar die is, maar ja, ik zit nooit achterin. Sophie ik weet een spelletje: wie de leukste troep in de auto vindt. Daar ligt een herfstblad.’
    ,Delen!’, riep Sophie.
    ,Ik kan er niet bij.’
    ,Ik zie een schroevendraaier.’
    ,Bij mij ligt een wit pluizenballetje.’ We keken er beide naar met een “ah wat schattig”.
    ‘Tante Irene, jij wint de wie-vindt-de-leukste-rotzooi-wedstrijd. Gefeliciteerd.’


Oproep

Inmiddels aan de wandel, vroeg ik Sophie’s broer of er een meisje in zijn hart leeft.
    ,Nee.’
    ,Ik gun hem een leuke vriendin. Zullen we een oproep doen via jouw blog?’, opperde Sophie even later.
    ,Ja, stel een profiel op.’
    ,Een meisje van een jaar of negentien, hoog opgeleid, maar niet dom; ze moet tegen grappen kunnen en goed met mij om kunnen gaan. En ze moet er wel een beetje goed uitzien.’
    ,Waarom niet gewoon super goed, je broer ziet er ook top uit.’
    ,Dan stellen we wel heel hoge eisen hè?’
    Bij deze de oproep geplaatst.

Boom
    ,Irene! Ik vond een stok. Mag die mee?’, riep Rick ineens. Hij trok aan een boom van zo’n zes meter.
    ,Als je ‘m meekrijgt, ja. Je bent net zo’n hond met een te grote tak die de deur niet in kan. BOEM, tegen de deurposten opgebotst.’
    ‘Er bestaan ook Chihuahuas,’ zei Sophie. ,Die zijn zo klein, het lijken ratten. Ooit stamden ze af van de wolf. Wat is er mis gegaan met de mensheid dat ze zulke hondjes ontwierpen?’
    ,Dat is echt een levensvraag meid. Ik weet het ook niet.’

Theelepel
Weer thuis, schotelde mijn zwager me een Latte Macchiato voor. Raar eigenlijk voorschotelen, drink jij van een schotel? Het is dus voorbekeren.
    ,Sophie, pak even een theelepel, please?’
    ,Nee!’
    ,Jij staat toch bij de la?’, vroeg ik verbaasd.
    ,Ja, maar je krijgt geen theelepel. Het is vandaag eetlepeldag.’
    Zo roerde ik, na toevoeging van een kwart eetlepel suiker, met die eetlepel in mijn koffie. Het smaakte prima. De hele dag smaakte heerlijk.
    Wens ik jou een week met net zulke smakelijke contacten! 




zaterdag 22 augustus 2020

Scheiding

De kegel is door de kerk. Wacht, dat klopt niet. Er is iets door de kerk, maar niet de kegel. Ireen, think, think, think. Wat gaat er door de kerk? Ik in ieder geval niet, want onze kerk is nog steeds gesloten. Ik weet het! De klepel gaat door de kerk. Vraag ik me toch even af, waarom niet de hele klok? Zegt Marcel op mijn vraag of het nu klopt:
    ‘Irene, de kogel is door de kerk.’
    ‘De kogel? Hoezo?’
    ‘Ja, geen idee.’
    ‘Ik vind een kogel door de kerk niet meer kunnen. Het is walgelijk. Ik ga demonstreren vóór de klepel.’

Scheidverbod
Wat ik met die klepel wil zeggen is dat Marcel en ik gaan scheiden. Zo, dat is er uit en nu niet allemaal over ons heen buitelen met vriendin Judith voorop. Zij riep ooit een scheidverbod over ons uit. Luister goed: we doen het toch!
    Wij gaan scheiden; niet van tafel, maar van bed. Of all places. Om met de woorden van Herman Finkers* te zeggen: dan zijn we genoodzaakt het op tafel te doen. Ik kan slechtere plekken bedenken, maar oké. Deze scheiding is de schuld van vakantie 2020. We lieten het Franse buitenleven aan ons voorbij gaan. En eerlijk, ik heb het minder gemist dan verwacht. Daartegenover waren de nachten behoorlijk op z’n Frans. Hete nachten in overvloed.

Hotelovernachtingen
Van die overvloed beleefden we drie nachten in hotels. Ik kan er wel aan wennen om na een langere wandeling, de benen languit op een hotelbed te leggen, vervolgens buiten de deur te eten, een slaappoging te wagen en de volgende ochtend een compleet verzorgd ontbijt te verorberen! Met een goed gevuld rond buikje durfde ik de volgende lange wandeling met gemak aan.
    Over de nachten, hoewel te warm, niets dan lof. Dat had vooral te maken met de bedden, niet met Marcel en al zou dat wel zo zijn, dan zei ik het lekker niet. Tralala.

Schrikeffect
De hotelovernachtingen waren pure testmomenten, want we sliepen steeds in twee afzonderlijke bedden.
    ‘Gaaf om te testen of we beter slapen wanneer we elkaars gewiebel, gedraai of hitteaanvallen niet voelen.’ Het moge duidelijk zijn dat we slechte slapers zijn. Het is tijd om te zoeken naar oplossingen voordat we werkelijk uitgeput neervallen, wat af en toe al gebeurt. Daarbij mag je best weten dat vooral Marcel echt enorme moeite doet om mij met zijn nachtelijke uit-bedstapsels niet wakker te shaken. Als ik dan eens goed slaap en hij een tussenstop moet maken, sneakt hij als het ware het bed uit door zijn hele lichaam richting bedrand te schuiven, laat zijn benen uit bed glijden en staat heel zachtjes op. Het bed maakt amper beweging en tada: madam wordt toch wakker. Niet doorvertellen hoor, vind ik zielig. Ondertussen sluipt hij op tenen de kamer uit.
    Sluipen is over all zijn specialiteit. Sta ik nietsvermoedend te koken of zit ik aan mijn bureau, grijpt hij me ineens bij mijn… Ho, zing ik opnieuw tralala, mooi niet dat ik schrijf waar. Hou het er maar op dat hij plotseling achter me staat. Dat ik al mijn vingers nog heb, mag een wonder heten.

Aanpassingen
Tegen alle verwachtingen in beviel het los van elkaar slapen en hebben we nagedacht over de gevolgen voor thuis, met onze aangekondigde scheiding tot gevolg.
    We sliepen al op twee aparte boxsprings, echter de bovenste matrassen werden bijeen gehouden door één tweepersoons hoes. Die wordt vervangen door twee éénpersoons hoezen. Het grote tweepersoons topdekmatras was sowieso aan vervanging toe, dat worden eveneens twee losse exemplaren. Bij wijze van proef knipten we de topdekmatras door midden en sliepen een paar nachten op losse bedden. Zo telt onze scheiding wel 5 centimeter. Het is voldoende om niets van elkaar te voelen tijdens de slaap. Heerlijk!

Optelsom
We waren er echter nog niet. Wat volgde was het afscheid van het tweepersoons dekbed. Zo’n smalle scheiding kost best veel geld. Met dit voordeel: het jatten van het dekbed eindigt hier. Ik kreeg mijn eigen dekbed! Yes! Mijn tralala klinkt steeds harder.
    ‘Zullen we nog even geen nieuwe dekbedhoezen kopen?’, opperde manlief bij het aanschaffen van twee dekbedden. ‘Eerst wil ik de slaapkamer opknappen.’ Grappig, de vakantie is maandag voorbij en nu neemt kluszin hem over.
    ‘Goed plan, als we de kleuren van de kamer weten, zoeken we bijpassende dekbedhoezen.’
    ‘Hebben we tot die tijd wel beddengoed?’
    ‘Natuurlijk! Ik heb nog de kinderhoezen van vroeger. Kijk!’
    
‘Oh, leuk! Ik wil onder Pardoes, dan mag jij Pardijntje.’
    ‘Ik heb helemaal zin in mijn eigen bedje.’
    ‘Anders ik wel, kan ik na een nachtelijke tussenstop eindelijk in bed springen zonder dat jij iets voelt.’ Meneer demonstreert het gelijk even.
    ‘Plannen we wel af en toe een date op één van de bedden?’
    ‘Is dat nodig dan? We hebben de tafel toch?’




Hieronder Herman Finkers. Op 4.22, wat ik citeer:

 

zondag 16 augustus 2020

Natuurmo(nu)menten

Er gebeurt tegenwoordig niet zoveel en toch veel in huize Van Valen. Times are changing. Het is het gevolg van het hebben van volwassen kinderen. Zo leuk, weer een nieuwe fase en tegelijkertijd zo wennen. Zo klonk in juni:
    ‘De knoop is doorgehakt, we slaan La France over. Zijn er dingen die we dan wel samen kunnen doen in Les Pays-Bas?’ Een helder en duidelijk antwoord bleef uit. Wel zeiden de kinderen in koor:
    ‘Mama, trek gerust jullie eigen plan, doen wij ook.’ Nadat ik dat deelde met Marcel, trok hij nog sneller dan ik een tof plan.

Noodrantsoen

    ‘Irene, wij gaan er gewoon af en toe een dag of twee tussen uit. Als het ergens bevalt blijven we steken in een hotelletje. Nee, dat boeken we vooraf gewoon. Wat denk je daarvan?’
    ‘Dat klinkt als een nieuwe ervaring. Misschien ga ik het zo leuk vinden dat kamperen van ons menu geschrapt wordt.’ Ik besloot, door het eerste gedeelte van Marcels idee, om sowieso standaard tandenborstels, tandpasta en schoon onderkleding bij ons te hebben, waar we ook heen gingen. Dat is toch het meest noodzakelijke bagage als je ergens overblijft?

Inpakken 
Mag je raden wat ik bij onze eerste overnachting vergat?
    Precies, de tandenborstels. Serieus! Ik wilde ze uit de kast pakken, werd gestoord en vergat ze vervolgens volledig. Zo gaat dat vaker met mij. Ik ga er geen smoes op loslaten, het is mijn realiteit en maakt me bang. De dag komt dat ik mijn hoofd nog vergeet.
    Gelukkig gaan we niet dood als we één avond onze tanden niet poetsen en Xylifresh Peppermint is in nood een prima alternatief zei ooit mijn tandarts. Dus beter dat dan niets. Eenmaal thuis pakte ik nog voor het uitpakken de tandenborstels alvast in en weet nu al dat ik volgend jaar twee tandenborstels in die tas vindt. Ik durf ze er niet meer uit te halen.

Natuurmonumenten
Ondertussen zijn we twee keer twee dagen samen op stap geweest. Dat is voor sommigen oud nieuws, 
want foto’s daarvan zijn gedeeld op Feestboek. Gedeeld plezier is dubbel plezier. Valt het hoge aandeel van Natuurmonumenten daarbij op? Zonder dat zij er weet van hebben, bepaalden zij de afgelopen uitstappen en ook die van komende week.
    Twee jaar geleden vielen wij voor hun wandelingen in en rond ’s Gravenland en de Plassen ten westen van Hilversum. Hun app NatuurRoutes is daarbij onze leidraad en geeft naast de routes extra informatie. Zo wordt het naast een wandeling, een ervaring. We zijn nog nooit teleurgesteld.

Feedback
Oeps, dat lieg ik. Hun app, die geweldig is, loopt niet synchroon met onze GPS. Af en toe moeten we de route opnieuw starten om informatie te lezen over een bereikt punt. De app is voor de route zelf niet noodzakelijk, de routepaaltjes zijn overduidelijk aanwezig. Een andere teleurstelling was dat Bezoekerscentrum Oisterwijk op maandag gesloten was. Ik moest nodig en kon er niets mee. Vervolgens hoopte ik dat ik zo zou zweten dat het vocht op een andere manier mijn lijf zou verlaten.
    Kan ik nu zeggen: gelukt!
    Eigenlijk vergat ik bij het voorbijgaan aan de eerste routepaal iedere behoefte. Daar lag de eerste ven. Een pracht plek. Het is dat we nog dertien vennen te gaan hadden en er mistte een bankje, anders zou ik daar al gaan luieren en dagdromen. Niet echt een goede start van een tocht van negen kilometer. Ik wilde de schoonheid indrinken.

Verrassingen 
Dat deed ik de hele route. Die ik overigens niet helemaal ga bespreken hoor. Wel zeg ik dat iedere route van Natuurmonumenten fantastisch is. Ik vergeet nooit één van de eerste routes. Marcel zocht ‘m uit:
    ‘We gaan een vierkantje lopen, waarvan een gedeelte op de weg. Volgens mij kan het geen mooie tocht zijn, maar ja, we willen dicht bij huis en een paar kilometer.’ 
    Het bleek een meevaller van 100%, dat zich herhaalde bij andere ogenschijnlijk saaie routes.
    Op Gooilust ontdekten we een bloementuin, het Oppad en Krommeradepad bracht me dichter bij schapen dan ooit, Hilverbeek en Spanderswoud verraste met een prachtig ommuurde wijngaard, de Bomenroute verraste met prachtige bomen; vooral door de Moerascipres met luchtwortels die lijken op kabouters boven de grond. Elders ontdekten we een folly en banken die zo groot waren dat mini-me er alleen op kon komen met het bijhorende opstapje. Daar zat Pinkelientje. De afgelopen wandelingen verraste met teksten op iedere bank.
    Teksten en ik… onafscheidelijk. Sommige bankjes waren bezet en ik nog net fatsoenlijk genoeg om de bankzitters niet te vragen even te wieberen zodat ik een foto kon maken. Meestal kon ik in het voorbijgaan de tekst wel ontwaren.

Belevenissen
Het mag duidelijk zijn, wij zijn Natuurmonumentenfans. Iedere wandeling telt een of meerdere verrassingen. Daarmee maakt Natuurmonumenten waar wat hun boekje ‘Beleef de natuur’ zegt. Wij beleven volop en gaan weer door!
    Toedeloe!



zaterdag 8 augustus 2020

Afkraken

‘Jammer dat jouw auto niet op afstand open te bliepen is, dan zouden we ‘m zien staan,’ klonk mijn manneke na een nachtwandeling afgelopen donderdag. Rood mag overdag opvallen; in het donker niet. De eerste parkeerplaats herkenden we niet, daarom liepen we door naar de volgende. Daar stond mijn monstertje behoorlijk alleen en zonder bliep gewoon gevonden.

Airco
Het was, bij de weg, een zoveelste klacht op mijn auto. Vorige week moest mijn auto naar de garage, iets met de sensoren van de remmen. Het kon geen kwaad, maar men raadde me aan rustig te rijden naar Eindhoven. Ik dacht: ik heb een beter plan. Ik rij rustig terug naar huis. Een paar dagen later nam Marcel mijn karretje mee naar de garage en zijn werk. Die wonen naast elkaar. Later bij thuiskomst klonk:
    ‘Tjonge, dat is niet te doen, een auto zonder airco.’
    ‘Jawel hoor, ik leef nog. Dan nog wat, vorige week kwam je thuis met: Tjonge, dat is toch wat, een huis zonder airco. Ik werk hier in dit huis, rij in die auto. Hoor ik respect?’

Ramen
Dus meneer klaagt op ons aircoloos huis en mijn auto. Dat geklaag…
    Hij mag het allemaal hebben: mijn auto, dit huis en neem gelijk mijn opvliegers mee. Hij loopt te klagen, maar hoor je mij over oververhitting van een van deze drie? Nee, I accept! It’s my life! Iets met niet klagen, maar dragen.
    Dan nog wat, mijn auto heeft ramen. Die draai je open en tralala, wind! Ja, ook herrie, maar liever dat dan een plasje water in de stoel. Hoewel er vast mensen zijn die me graag zien smelten. Mijn leven is mij echter te dierbaar om hen dat plezier te gunnen.

Wind

Zo gingen Marcel en ik er twee daagjes tussenuit met mijn auto. Marcels auto was gereserveerd door dochterlief, want zij kon die grote VW Caddy XL wel gebruiken voor de verhuizing van haar lief, Rick. Sinds madam met haar rijbewijs wappert, is ze er steeds vandoor met mijn auto.
    Nu eens die van haar pa en dus rijden wij in het koekblikje naar Drenthe met ramen open.
    ‘Heerlijk die wind in de haren,’ zei ik nog rijdend op de rondweg. Eenmaal op de A28 vlogen mijn krullen meer voor de ogen dan dat ze achter mijn oren bleven zitten. Ik deed het raam wat dichter.
    ‘Ik zie de weg niet meer liggen door al dat haar.’ Waarop manlief met zijn hand door zijn net geknipte coup wreef. Het is dan niet langer dan anderhalve centimeter en staat stijf van de gel.
    ‘Nou, verschrikkelijk! Ik heb ook zo’n last van de wind in mijn haar.’ Hij praat graag mee.
    ‘Schatje, er wiebelt niet één haartje mee.’
    ‘Oh jawel, kijk deze,’ waarop meneer met zijn hand een plukje laat bewegen.
    ‘Warempel, nu je er aan zit, zie ik dat je haar kan bewegen. Wauw! Je hebt ook zo’n bos met haar.’
    ‘Precies na deze wind-rit zit mijn haar voor geen millimeter en dat omdat je geen airco hebt.’ Hij mag blij zijn dat hij mijn coup niet heeft. Hij zou heel snel klaar zijn met alleen al het wassen, spoelen, föhnen en behandelen tot antipluis modus.

Achteruit
Het was in Uffelte dat Marcel, nadat ik met mijn sleutels voor zijn neus rammelde, een ritje voor zijn rekening nam.
    ‘Jij mag rijden, ik heb nog geen koffie op.’ We stopten bij de Appie in een dorp verderop om onze boswandeling-pick-nick bij elkaar te scharrelen. Alles ingepakt in de rugzakken en onze plaatsen ingenomen, zette meneer de auto in zijn achteruit. 
    ‘Wat is dat, geen piep? Ook al geen achteruitrijbliepjes.’
    ‘Nee, in mijn auto betekent BOEM dat je had moeten stoppen. Werkt prima hoor.’
    ‘Dan moet ik maar weer eens achteruit kijken.’ 
    ‘Weet je wat ik zo onderhand vind?’
    ‘Nou?’
    ‘Dat ik van ons twee de beste chauffeur ben. Jij kraakt alles aan mijn auto af wat bij jou pure luxe en gemakzucht is. Ik rij tenminste door zonder al die luxe en klaag nooit. Het is net als met die E-bikes. Zeggen ze: ik heb heerlijk gefietst. No way! Op eigen kracht, zoals ik, dat is het echte werk en nog goed voor de benen ook. Hahaha, je dacht dat ik bips ging zeggen hè?’ Marcel is er stil van. 
    ‘Waar zit jouw cruise control?’
    ‘Als jij nu niet heel snel je mond houdt en stopt met het respectloze commentaar op mijn karretje, zet ik een mes op je keel.’
    ‘Die plastic mes uit de rugzak?’ klinkt enigszins angstig naast me. Meneer weet dat ik dwingend kan zijn. 
    ‘Jij vindt mijn auto een blikje op wielen dat allerlei gepiep mist. Ik geniet van die pieploosheid, maar hoor jou eens, Mister Piep. Ik wil genoegdoening: een winstuitkering ter waarde van een rode Fiat 500!’
    ‘Irene, jij hebt echt een heerlijke auto!’

zaterdag 1 augustus 2020

Navigatie

Als het aan mijn manneke lag belandde ik vrijdagavond onder zijn fiets en misschien nog wel verder, in het ziekenhuis. Van mijn wederhelft moest ik het bijna hebben. Je kent het wel: je bent samen fietsend onderweg. Wil de pipo die links fietst rechts afslaan, maar degene die rechts rijdt fietst stug rechtdoor. Lees het gerust nog eens om het goed te snappen. Het komt er op neer dat manlief en ik op weg waren en ik fietste links van hem. In mijn ogen klopt dat voor geen snelheid, want de vrouw hoort rechts van de man te fietsen, zodat hij haar beschermt voor wegpiraten. Zo lief! Noem het ouderwets, kan ik mee leven.

Linksrechtsen
Ik ben namelijk niet ouderwets in deze, want ik bescherm hem! Het heeft alles te maken met het herhaalde saaie verhaal van linksorige doofheid. Als ik rechts van meneer fiets kan hij van alles zeggen; het enige dat ik hoor is harde wind en zijn onverstaanbare gebral. Mijn enige antwoord steeds:
    ‘Wat?’
    Zo stom! Dus fiets ik alles behalve ouderwets links. Zoals ik links van hem loop en rechts van hem slaap, hoewel dat weer afhangt van of hij op zijn rug of buik ligt. Dat maakt voor deze blog totaal niet uit, dus we fietsen snel verder.

Richtingloosheid
Omdat het vrijdag zulk geweldig weer was, besloten we fietsend naar Utrecht te gaan en onze vakantiestart daar te vieren. Amper de rondweg onderdoor vroeg ik:
    ‘Marcel, nemen we de route over Lunetten of de Mereveldseweg.’
    ‘Geen idee, welke fietsstalling is het dichtst bij Il Pozzo?’
    ‘De Zadelstraat?’
    ‘Nee, Neude.’
    ‘Jij zegt het.’ Voor mij bleef nog even onzeker wat het werd. Wat ik wel wist is dat we na de tunnel rechts moesten om richting Domstad te fietsen. Een beschermend stemmetje waarschuwde me echter niet al te enthousiast de bocht te nemen. Gelukkig luisterde ik, want waar ik rechts wilde, fietste manlief rechtdoor om vliegensvlug bij te sturen, zodat we beiden nog in het zadel bleven. Toch zei ik geschrokken:
    ‘Schatje, hartje Utrecht ligt echt die kant op!’
    ‘Ja, ik weet het. Ik ben zo gewend om met de auto die kant op te gaan.’
    ‘Fiets jij ooit hier met je auto dan? Je mag hier helemaal niet komen met je Caddy.’

Navigatie
Dit voorval was mijn laatste wake-up-call. Mijn man die iedere dag op navigatie van huis naar werk en terug rijdt, is volledig afhankelijk van het pijltje op het beeldscherm. Als hij die niet heeft, moet ik maar als pijl fungeren. Of ik het nou wil of niet, ook in Houten voor ons rondje er om heen, bepaal ik de route. Volgens mij weet meneer na 21 jaar nog steeds niet de kortste route naar het Oude Dorp. Zal hij zeggen:
    ‘Hoef ik ook niet te weten, als jij het maar weet voor de boodschappen.’
    ‘Die doe ik niet daar.’ Dat meneer blind vertrouwt op mijn richtingsgevoel is wel tof natuurlijk, maar voor de route naar de Neude, raadde ik hem aan niet op mij te vertrouwen. Hij pakte al fietsend zijn smartphone erbij en praatte tegen Google, waarna Google Maps zich opende en manlief Neude intoetste. Ik keek even of ik geen politie zag, deze criminele actie kon maar zo € 90,- kosten.

Omleiding
Vanaf daar volgde ik de aanwijzingen van mijn man en kwam een heel eind met de route mee. Tot we de singel langer bleven volgen dan ik gevoelsmatig zou doen. We moesten de Voorstraat in en botsten tegen een wegafsluiting op. Zei Marcel in de rol van meneer RitsRatsReklame.nl, die nogal eens omleidingsborden voor gemeente Utrecht maakt:
    ‘Ik maakte pas 48 borden voor deze omleiding. Dit had ik moeten weten.’
    ‘Dus de route is al raar, moeten we nog omrijden ook. Heb je ons soms over de autoroute genavigeerd?’ Het zal toch niet…
    ‘Uhm,’ klonk ineens naast me, waarna Marcel zijn telefoonscherm voor mijn neus hield.
    ‘Weet jij wat dit pictogrammetje betekent?’
    



    ‘Geen idee, ik ken het wel, maar gebruik het nooit.’
    ‘Oh, het is de taxi.’
    ‘Wacht even, fietsten we de taxi-route? Waarom? En niks over een fingerslip of dikke vingers. Die heb je niet.’
    ‘Eigenlijk dacht ik: als de eerste knop auto is en de volgende lopen, dan is de derde optie toch fietsen? Wie heeft daar de taxi besteld?
    ‘Wat denk je van Google Maps?’
    ‘Vergeet niet dat ik fietste toen ik alles opzocht.’
    ‘Ook dat nog, het had jou € 90,- kunnen kosten, stouterd.’ Ondertussen arriveerden we bij de fietsenstalling. ‘Vanaf nu wijs ik de weg! Meekomen jij.’ We gingen rechts, rechts, links en rechts de trap af. ‘En nog wat: jouw band met Google Maps vertrouw ik vanaf nu al net zo min als die met buienradar. Vanaf nu vertrouw ik nog maar één kaart. Deze!’
    Ik hield een menukaart omhoog.




zondag 26 juli 2020

Midlifecrisis?


Zoveel mensen leerde ik kennen sinds oktober 2018. Zoveel leuke gesprekken heb ik gevoerd. Zoveel onderwerpen van dichterbij bekeken. Zoveel grappige momenten beleefd met soms een brok in de keel en zeker blunders gemaakt. Gelukkig waren de meeste weg te lachen.
    Bovenaan staat dat het werken voor Houtens Nieuws geweldig blijft.

Persoonlijk
Eén interview in het bijzonder, of in ieder geval een moment in dat gesprek, vergeet ik niet snel meer. Het speelde een week of twee geleden. Ik zat in een ontzettend leuk gesprek voor mijn vaste rubriek het ‘Zaterdagportret’; een tweewekelijkse rubriek waar ik met veel plezier aan werk, omdat ik mensen ontmoet die ik niet snel via een andere weg zou spreken en in korte tijd ietsie beter leer kennen. Eigenlijk blijft het steeds een feestje om mensen te ontmoeten en hun verhalen te horen.
    Ja, ik koester het Zaterdagportret als leukste rubriek van mijn hand, want het gaat daar om het persoonlijkere verhaal.

Zaterdagportret
Veelal noemt mijn redacteur de namen van mensen voor het portret. Dat is wijs, want zij zit meer dan ik op het nieuws en in de actualiteit. Ik ben blij met haar, mijn neus is daar nog niet zo uitgebalanceerd. Soms noem ik een naam, maar is het niet actueel genoeg en komt die in de wacht. Wie weet sta jij als Houtense inwoner genoteerd. Vaker noemt de redacteur een naam die mij niets zegt. Soms vond ik het spannend, want dan was het best een bijzonder iemand. Ik ben die angst echter meer en meer gaan verliezen want hé we gaan allemaal een paar keer per dag naar het toilet voor een nummer 1 of 2. Uiteindelijk ontmoet ik altijd een mens, met haar of zijn passie, pijn en kunstje.
    Niet alles wat ik hoor beschrijf ik, soms is het te persoonlijk, wel maakt het mijn plaatje compleet. Dat ik het weet, het me toevertrouwd wordt, is een bewijs van vertrouwen, dat is gaaf!

Verhuisbericht
Een enkele keer vraagt iemand:
    ‘Mag ik eens in het portret?’
    ‘Waar woon je?’ Vraag ik terug. Kijk, iemand moet meer dan beroemd of berucht zijn.
    ‘Ik woon niet in Houten.’ Waarop ik een PEP geluid maakt waardoor de ander weet dat het een fout antwoord is.
    ‘Je moet in Houten wonen om in het portret te komen.’ Ondertussen wacht ik op het verhuisbericht.

Blozen
Gaan we twee weken terug. Ik zat bij iemand aan tafel voor een Zaterdagportret. Een man deze keer. We wisselen ze af: na een man een vrouw en weer een man en weer een vrouw en weer een man en dan een vrouw, zo kom ik met gemak aan 800 woorden.
    De beste man vertelde dat hij vier kinderen heeft. Ik vergat de verdeling dochters en zoons. Wel weet ik dat één van de kinderen 38 is. Ik zat ineens rechterop op mijn stoel:
    ‘Dat ben ik ook!’ Evensnel zakte ik terug in de stoel en hield verschrikt mijn handen voor mijn mond. Ik kreeg de kleur van de binnenkant van een watermeloen. ‘Sorry, dat is zo enorm gelogen.’ De ander keek me niet begrijpend aan. Waarom zou hij het ook begrijpen? Ik interviewde hem, wat wist hij van mij? In ieder geval niet dat ik er tien jaar naast zat. Tien jaar! Dat zette ik direct recht:
    ‘Wat een leugen! Ik voel me 38, maar zit er in werkelijkheid tien jaar naast. Niet in mijn nadeel overigens. Ik ben 48.’

Back in time vooruit
Ik geloof  het gewoonweg zelf niet. Het is toch wat, voelt 48 zo? Het is helemaal niet erg. Ik bedoel: ik voel me 38, ben 48. Dat is toch tof! Ik had me ook 58 kunnen voelen en dat is niet zo! Ik vind 48 een feestje, een midlifefeestje! Waar anderen hun leven beginnen met een kleintje, sta ik op het punt de kleintjes het huis uit te schoppen. We gaan in huize Typisch Irene terug naar het begin, maar wel zo’n twintig jaar later, grijzer, uitgezakter en vergezeld van opvliegers.
    Echt, mijn bril moet soms af, omdat het beslaat bij weer een opvlieger. De hitte die ik afgeef veroorzaakt soms een walgelijke kloof tussen mijn lief en mij. Ik snap het en zoek weer een gastendoekje om mijn voorhoofd af te vegen.

Bergtop
Toch blijft het een feestje. Ik heb nooit eerder zo op mijn plek gezeten. Ik weet gave mensen om me heen, me gedragen door heerlijke vrienden, ik doe werk waarvan ik nooit dacht het ooit te doen. Het had-ik-maar klinkt hier niet en als ik het al zei, verzekerde mijn manneke me dat het nonsens is me dat af te vragen. Hij vraagt dan:
    ‘Ben je happy?
    ‘Ja!’, is mijn antwoord. ‘Ik sta op de top van mijn berg.’ Dat ik daar alleen maar af kan vallen, denk ik gewoonweg niet aan.