zaterdag 27 februari 2021

Bermudadriehoek

Afgelopen week gingen mijn ogen zo ver open, de Bermudadriehoek was er niets bij. Kun je nagaan, ik weet sinds deze week waar het ligt en ben jaloers omdat die Driehoek er warmer bij ligt dan ik. Ik wil daar liggen, aan het strand, maar niet in bermuda. Ik verkies bikini!

Compliment
Waar dit begon? Aan onze eettafel, de plek waar alle interessante vertelsels, humoraanvallen, tranen, frustraties, boosheid, grappen, grollen, hard gelach en zoveel meer worden gedeeld. Zeg maar gerust dat het de enige plek in huis is waar we elkaar nog iedere avond vinden. Gezellig samen met een vork in de ene en een mes in de andere hand, ondertussen kauwend op een overheerlijk maaltje.
    Dat laatste zeg ik met een gerust hart, want vandaag zeiden drie mensen dat ik een goede kok ben. Wel is het altijd te heet - niet van de peper, maar qua temperatuur. Wie heeft het kookpunt dan ook zo hot gemaakt?
Whatever, mijn dag kon niet meer stuk: ik ben een chef kok!

ADHD-ig
Heb je het al door? Dit wordt zo’n blog met een hak op de tak. Probeer me eens bij te houden, terwijl ADHD zegeviert. Ik laat het maar even gaan en laat jou meeleven ofwel meeBEleven hoe mijn hoofd veelal werkt. Een beetje begrip kan nooit kwaad.
    Stel je voor: de tosti is op en de thee lekker weg geslurpt. De middag ligt voor ons. Ik sta op van tafel om mijn vieze bord in de vaatwasser te zetten. Daar zie ik dat de theedoos bijgevuld moet worden en leg het bord op het aanrecht om in de voorraadkast thee te pakken. In de kast zie ik het toiletpapier liggen en bedenk ineens: oh ja, iemand heeft de rollen in de badkamer niet bijgevuld, laat ik het meteen doen. Eenmaal boven staat een lege fles Niveau doucheschuim op de trap als bewijs dat er een nieuwe fles in de douche nodig is. Ik leg er de toiletrollen naast, loop de slaapkamer in om een nieuwe douchefris te pakken en struikel bijna over een berg was. Ik besluit die berg meteen naar zolder te verplaatsen en prop ‘m in de wasmachine. Die zet ik aan en bedenk: wat wilde ik nou doen?
    Komt Marcel thuis en vraagt naar mijn dag.
    ‘Ik heb de wasmachine aangezet.’

Focus
Got the point? Een ADHD-mind brengt je tot meer rommel en dan ben ik nog niet eens zo’n heel erge ADHD-er. Ik overleef mezelf dag na dag, wat een kwestie is van doorgaan. Met schrijven van blogs en artikelen; het huishouden en boodschappen doen. En altijd het heen en weer, zo bereik ik met gemak de gezonde 10.000 stappen per dag… en daar voorbij.
    Vraag ik me ineens af, wat wilde ik ook alweer schrijven?
    Oh ja, ik weet het weer. Focus Irene, focus!

Wasgedrag
Vandeweek vroeg Benjamin:
    ‘Mama, was jij onze handdoeken vaak genoeg?’ Meneer ik-bemoei-me-nooit-met-iets-huishoudelijks werd ineens kritisch. Hij vind dat ik ze te weinig was, een ander boeit het niet en de laatste vindt alles best. We praatten er over door, zonder te beseffen dat we afgeluisterd werden. Sterker nog, ik had het een dag later pas door, toen ik via Google een artikel over het wassen van handdoeken onder mijn neus kreeg. Dit weet ik: ik doe het niet slecht.
    Wel bedacht ik: iemand luisterde mee, want dit artikel is te toevallig. Gisteren het gesprek, ofwel de vraag en nu het antwoord.

Kletspraat
Ik kreeg zin om een test à la Typisch Irene te doen. Die hoeven niet diep te gaan, maar juist lekker simpel en helder.
    ‘Piepels, Google luistert mee,’ zei ik aan tafel: ‘dus geef hem een bord en stoel. Laten we praten over een onactueel onderwerp.’
    ‘Mam, wat denk je van de Bermudadriehoek?’, vroeg Benjamin wiens levensvragen inhoudelijk gaan over StarWars, het wormgat, flat-earth-believers en de Bermudadriehoek.
    ‘Goed onderwerp.’ Vervolgens spraken we, heel dichtbij de smartphones, uitgebreid over de driehoek waar van alles verdwijnt. Daarbij zocht ik op waar het ligt en was verbaasd. Ik verwachtte ‘m ergens in de Zuidelijke Atlantische Oceaan ter hoogte maar vooral heel erg rechts van Comodoro Rivadavia (klinkt heerlijk toch?). Afijn, na ons nutteloze gekakel, moeten Google’s oren hebben getuut.

Politiek
Een paar uur later, terwijl ik worstelde met woorden en zinnen voor een mooi Zaterdagportret, keek Marcel naar Op1. Het gesprek ging over onze premier Rutte. Ed Nijpels zat aan tafel en zei prompt (vergeef me dat ik de context laat voor wat het is):
    ‘… het is een soort politieke Bermudadriehoek. Iedereen wil naar die Bermudadriehoek gaan…’
    Een keer raden wie er direct bij was, met gespitste oren. Mijn vermoeden was nog erger dan gedacht! Niet alleen Google luistert af, NPO 1 luistert mee.
    We hebben daarom maar besloten niet meer te praten in huize Typisch Irene. Wie weet wie er nog meer meeluisteren?
    Eindelijk rust!


zaterdag 20 februari 2021

Puntenslijper

Vanochtend stond ik op met het nummer ‘Lean on me’ van Imaginary Future uit de wekker. Zoals gebruikelijk ging ik na het opstaan naar beneden en wist dat momma in pyjama en een beetje onderuitgezakt aan tafel zou zitten.
    Momma neemt altijd rustig de tijd om wakker te worden. Ze is geen ochtendmens en kreeg mij als dochter. Ik ben gelijk wakker, vast iets te wakker naar haar zin. Ik kwebbel er al snel lustig op los. Niet eens altijd luchtig hoor. We gaan soms behoorlijk diep.
    Ik weet dat ze van me houdt en het accepteert en al is ze geen ochtendmens toch dollen we ook vaak. Iets met chemistry tussen ons, dat we vaak delen in ons verhaal op instagram of facebook. Wij denken maar zo: een beetje gekte maakt iedereen blij.

Verzoeknummer
    ‘Momma, ik werd vanochtend wakker met ‘Lean on me’.
    ‘Oh, dat is van Bill Withers, een heel mooi nummer over vriendschap.’
    ‘Nee mam het is van Imaginary Future.’
    ‘Hebben we het wel over hetzelfde nummer?’
    ‘Ja, want ik zong ‘m laatste met papa en jij zei dat het een golden oldie was en noemde die als verzoeknummer voor Gluren bij de Buren.’
    ‘Precies! Zelfde lied, andere performer, jij bent de beste!’
    ‘Ik besef ineens dat het jouw lied is.’
    ‘Mijn lied?’
    ‘Ja, jouw lied voor mij, luister maar.’ Ik zette het nummer aan: ,Het is zo hoe jij bent, en sterker nog momma: al voel jij je nog zo prut, je bent er altijd voor mij.’ Momma sloot ineens haar ogen en boog haar hoofd. ,Je huilt toch niet?’
    ‘Nee,’ zei ze en keek op. Ik zag geen tranen, maar de potentie was er wel, haar oogjes waren wat vochtig.

Bitchy
Tot deze zin klonk: If I have things you need to borrow (als ik dingen heb die jij wilt lenen).
    ‘Goed, mam het lied klopt niet helemaal. Ik wil mijn eigen puntenslijper hebben, dan hoef ik die van jou niet meer te lenen.’
    ‘Zeg je nu ineens dat ik de bitch ben die niets uit wil lenen?’, zei ze onverwacht met een schelle ondertoon. Oei, haar muts stond zo scheef. Ze kon maar zo ontploffen, want sinds zij die vlieg-oppers heeft, is ze zo wispelturig als wat. Die pubertijd 2.0 hakt er in hoor. Ik heb met haar te doen.
    ‘Mama, nee! Jij bent geen bitch!’
    ‘Ja, maar jij wil mijn puntenslijper niet meer! Dat zei je net. Ben ik zo’n egoïst?’
    ‘Oh nee, mama, als het er op aan komt mogen wij altijd in het heilig der heilige om te lenen wat we maar willen.’

Lijnbewaking
Kennen jullie het heilige der heilige? Nee, niet die uit de Bijbel, maar die in ons huis? Het ligt in de serre en is de ruimte waar mama’s schilderezel, schilderkast en bureau staan, met daaromheen allerlei belongings van haar. De naam ‘heilige der heilige’ ontstond toen ze gekscherend over de serre zei:
    ‘Nu ik eindelijk een eigen plekje heb, zal ik ‘m bewaken ook. Wil iemand iets van mijn bureau of kast, dan alleen met mijn toestemming. En wees blij, dat hoeft niet in drievoud en twee weken vooraf ingediend te worden, maar wel live.’ Ze stond op en wees een denkbeeldige lijn aan: ,Dit is het heilige der heilige.’
    Al een aantal keer hoorde ik als iemand haar ruimte in wandelde:
    ‘Wat doe je in het heilige der heilige?’ Waarop papa, Benjamin of ik per direct bevroren en beseften dat we holy ground raakten. Ze vergaf het ons altijd.

Puntenslijper

Zij mag dan vinden dat ze hierdoor een egoïstische bitch is, ik zie vooral mijn moeder, momma. Ze is van mij. Ze geeft, leent en deelt altijd alles. Wat betreft het lenen geldt wel: het moet teruggelegd worden op de plek waar het vandaan kwam. Eigenlijk is dat niet teveel gevraagd. Ze raakt niet graag iets kwijt. Behalve haar hoofd af en toe, maar hé, er zijn ergere dingen om te verliezen.
    Zo was daar die puntenslijper, een hele fijne. Ik leende ‘m vorige week met veel plezier, maar wilde er eentje voor mezelf. Want stiekem ben ik net als mama en wil ik mijn eigen stuf. Dus bestelde ik een punteslijper bij de Bruna en haalde die later op.
    Trots liet ik ‘m zien waarop ze zei:
    ‘Maar ik heb toch een fijne?’
    ‘Ja, maar ik heb de mijne.’
    ‘Dus je wilt mijn puntenslijper niet meer?’
    ‘Nee. Dat is toch goed?’
    ‘Nee, want als jij alles zelf hebt, wat kan ik dan nog uitlenen?’
    ‘Dat hoeft dan niet. Heb jij lekker je eigen spullen.’
    ‘Maar ik wil uitlenen! Breng ‘m terug, die puntenslijper!’
    Dit is nou precies wat ik bedoelde... Pubertijd 2.0, wat moet ik hier nou mee?

zaterdag 13 februari 2021

Huurbaas

De zoektocht naar rust zet zich voort en dwong zich onverwacht aan ons op in de vorm van een leegstaand huis. Om precies te zijn een huis of vijf verderop en waarschijnlijk eigendom van de woningbouw.
    ‘Irene, wist jij dat die mensen er uit zijn?’, vroeg mijn manneke terwijl we langs wandelden.
    ‘Nee, ik heb ze zelfs pas nog gezien. Het verbaasd me dat zij zomaar ineens verdwenen zijn.’
    ‘Wat denk je?’
    ‘Wat ik denk? Eigenlijk niks, want ik weet niet waar jij heen wil.’
    ‘Naar dit huis.’
    ‘Wacht, ho, dit gaat even te snel fast forward. Bedoel je dat jij hier wilt wonen? Jij denkt dat ik mijn hele huis inpak om dit hoekje om te gaan? Zoveel werk voor 30 meter verhuizing? Bovendien wat is op deze plek beter dan waar we nu zitten? Er rijden hier auto’s vlak langs en er liggen parkeerplaatsen voor het huis. Wil je dat?’ Eigenlijk is dat laatste best fijn. Nu wonen we aan een fietspad en heb ik voor het stofzuigen van mijn auto zes verlengsnoeren nodig of zuig ik de auto niet uit. Een plek voor de deur biedt perspectief.
    ‘Nee, ik wil er niet wonen. We kunnen het wel kopen, opknappen en verhuren.’

Verhuurder
Meneer wil huurbaas worden? Hier viel mijn deur van uit zijn kozijn. Ik probeerde die deur weer op zijn plek te hangen door Marcel te ondervragen:
    ‘Wil jij echt een huis kopen en verhuren?’
    ‘Ja, als goede investering. Het is beter dan de rente die we krijgen.’
    ‘Dat kan best, maar heb jij trek in de stress als verhuurbaas? Ik niet.’
    ‘Nee, maar wat dacht je van een eigen ruimte voor jou?’
    ‘Ruimte voor mij?’
    ‘Laten we even duidelijk zijn, het is beter dan die politiecel.’
    You’ve got a point, maar een heel huis is wat meer dan één kamer onder een dak.’
    ‘Natuurlijk heb ik een punt. Want wat denk je van ruimte voor Benjamin?’
    ‘Ruimte voor hem? Behalve één kamer, mag hij de rest van het huis.’

Kamerverdeling
Eigenlijk klopt dit verhaal als een huis. Ik zie Benjamin al juichen bij dit idee. Hij heeft als jongste kind, de kleinste kamer in dit huis. Ik schreef al eens eerder een blog over Celine’s overvolle kamer. Die kan in de herhaling, maar dan voor Benjamins stinkhol. Zijn spullen rollen nog net niet zijn kamer uit en steeds vaker moet ik iets naar binnen duwen om zijn kamerdeur dicht te kunnen doen.  
   
Natuurlijk droomt juist hij van een grotere kamer als opname studio voor zijn YouTube video’s. In een ander kamer etaleert hij bouwwerken, die nu in losse blokjes in kratten verstopt zitten en allerlei andere verzamelingen of show modellen vinden hun plek in dat huis. Hij zal dolblij zijn, want alles is groter en beter dan zijn zes-pixel-kamer. En ’s avonds schuift hij gewoon thuis (bij mij) aan voor zijn avondmaaltje.

Inrichting
Natuurlijk trekt Lara dan direct bij hem in. Daarmee is weer een kamer gevuld. Ze mag haar kamer naar eigen blieven inrichten. Wil ze okergeel aan de muur?
    ‘Prima meid, hier is de kwast. Vond jij je droomkast? Bestel maar! Nee, niet met mijn geld, ik ben geen charitatieve instelling! Daar ben ik mee gestopt bij het zien van Benjamins inkomen. Vraag hem maar om een pasje. Hij rooit zijn eigen aardappelen maar, ik wil ze dan wel koken."
    Met ons tweede huis bijna vol bedenk ik terloops of Celine extra ruimte wenst en besef ineens: zij wil de tuin. Hup gras er in, hek er om heen, stal er op en met een hinnik is het geschikt voor haar paard. Nu moet Benjamin wel zijn miljoen verdienen, want hij beloofde haar dan een paard te geven. Oh, wat zal Celine blij worden van dit plan, zeker als we de
gemeentegrond naast het huis er bij kunnen kopen. Dat is vast grond in het bakkie, want dan hoeft de gemeente er niet meer voor te zorgen. Alles bij elkaar is het een best stukje grond voor Celine’s viervoeter. Ik kan niet wachten het haar te vertellen.

Jaloers
De enige die geen ruimte nodig heeft is Marcel. Hij rijdt vijf dagen in de week naar zijn zaak, komt daar op adem van alle kreukels in huize Typisch Irene om eind van de dag weer verkwikt thuis te komen. Ik schotelde hem wel eens voor dat ik super jaloers ben, want hij is het gezinslid voor wie het leven bijna normaal verloopt ondanks de crisis waar we allemaal mee dealen. Het is ook door hem dat wij in ieder geval nog iets van een dagelijks ritme hebben. Best fijn eigenlijk en dan dat huis om de hoek. Beter kan niet. Tot ik Celine vertel van ons geweldige plan. Zegt zij:
    ‘Dus we vluchten allemaal naar dat huis?’
    ‘Ja!’
    ‘Mam, dat heet een verplaatsing van het probleem.’

zaterdag 6 februari 2021

Opgepakt

    ‘Mevrouw wat doet u nog op straat? U weet van de avondklok?’, zegt de agent tegenover me. Ik denk: yes!
    ‘Ik kom van een interview voor Houtens Nieuws.’
    ‘Heeft u een verklaring?’
    ‘Nee!’
    ‘U riskeert daarmee een boete.’
    ‘Dat weet ik, kom maar, neem me maar mee.’
    ‘Hoezo meenemen? U komt er deze keer vanaf met een waarschuwing.’
    ‘Wat? Een waarschuwing!’
    ‘Ja, mevrouw, daar bent u vast blij mee.’
    ‘Nou nee, ik wil dat u me meeneemt.’
    ‘Dat is helemaal niet nodig. Hoe komt u daar nou bij?’
    ‘Kom nou maar gewoon, we kunnen hier lang of kort over praten, maar ik wil mee.’
    ‘Ik neem u niet mee!’

Uitschelden
    ‘Wat? Nou niet moeilijk doen zeg of moet ik u beledigen om meegenomen te worden?’
    ‘Het lijkt me niet nodig dat u mij beledigt.’
    ‘Blijkbaar wel. We staan hier nog steeds te praten, omdat u mij niet meeneemt. Weet u dat anderen mij allang achterin hadden gegooid als het kon? Maar nee, ik moet u eerst beledigen.’
    ‘Doe geen moeite mevrouw.’
    ‘Ik doe dat ook liever niet, sterker nog, het is een enorme moeite voor me. Ik heb nog nooit iemand zo erg uitgescholden dat enige agent me mee hoefde nemen. Mijn middel vinger opsteken lukt me al net zo min. Dus u uitschelden is ondoenlijk, domweg omdat ik niet weet wat te zeggen. Hoe doen anderen dat, wat zeggen zij?’ De agent keek me aan alsof ik hem zojuist met handboeien om de trekhaak vast zette. ‘Sorry, kunt u mij iets geven om u mee uit te schelden?’
    ‘Geen denken aan.’
    ‘Maar hoe kom ik dan in de cel?’
    ‘Welke cel?’
    ‘Die van de gevangenis, meneer agent. Begreep u dat nog niet?’
    ‘Nee, mevrouw ik begrijp u niet. Heeft u gedronken?’
    ‘Er zijn er zoveel die mij niet begrijpen. Steeds vaker begrijp ik mezelf ook niet. Ik geef de overgang en vliegoppers de schuld, maar eigenlijk is alles de schuld van corona. Hoewel de avondklok mijn redding ineens is, want kijk, hier ben ik. Neem me nou mee! Please!’

Uitstapje
Werkelijk, ik had niet gedacht dat het zo’n moeite zou zijn om meegenomen te worden. Het koste me al zo’n moeite om te laat naar huis te gaan. Na een interview deed ik alsof ik het belangrijk vond om op tijd thuis te zijn. Ik wilde die lieve man niet de dupe maken van mijn snode plan. Ik vloog dus zijn huis uit, maar fietste op mijn gemak tussen alle haastige mensen en heel bewust door het centrum. Ik verwachtte daar controles van de politie in verband met de avondklok. En tada! Ik val zo ongeveer met mijn gezicht in blauw. Ik wist alleen niet dat maan en aarde bewegen, zo moeilijk kon zijn. Ik wil zo graag opgepakt worden. Heb ik alles goed doordacht denkt meneer dat ik dronken ben.
    ‘Agent, ik lust geen alcohol. Ik heb levenslang, ik bedoel ik ben levenslange geheelonthouder. Bevalt perfect.’
    ‘Ik wil toch even een alcoholtest doen.’
    ‘Prima dan weet u in ieder geval zeker dat ik bij volle tegenwoordigebewustheid tegenover u sta. Ik zeg u dit: ik wordt niet ontoerekeningsvatbaar verklaard.’ Niet doorvertellen dat ik daar iedere dag zelf aan twijfel, maar oké. ‘Meneer agent, neem me nou maar gewoon mee en zet me in die cel.’
    ‘Onder welke reden dan?’
    ‘Bedenk die lekker zelf en noteer het in een leesbaar handschrift op het verbaal. Schrijf vooral een heel erg scheldwoord op, dan zet ik er met plezier een handtekening onder.’ De agent staat er hoofdschuddend bij. ‘Terwijl u schrijft, stap ik vast in de auto, kom huphup! Oh, agent?’
    ‘Ja, wat nu weer?’
    ‘Stel nou dat u me eindelijk eens meeneemt en opsluit, dan wil ik geen bezoek.’
    ‘U mag één keer per dag bezoek.’
    ‘Nee, nee, nee, ik wil geen bezoek. Onder geen beding dat iemand welkom is. Je stuurt ze maar terug.’
    ‘Mevrouw u meent het echt hé?’
    ‘Ja, wat dacht u dan? Dat ik aan het dollen ben?’
    ‘Eigenlijk wel!’
    ‘Nou ja, zeg! Waarom zou ik hierover dollen? This is serious business, wat wij hier doen. Nou kom, voet op het gaspedaal, zwaailichten aan, want ik zit eindelijk in deze auto, dan moet het goed hè? Ik hou wel van extra drama. Schiet nou maar op, in al die tijd die wij hebben verkletst, had je heel wat mensen kunnen beboeten of waarschuwen, maar nee, u ging discuzeuren, met mij nog wel. Breng me weg en pak daarna maar eens de echte slechteriken.’
    ‘Nou mevrouw…’
    ‘Er is toch wel wifi in de cel? Kijk ik heb mijn laptop en oplaadsnoeren mee. Daarmee vermaak ik me
wel.’
    ‘Waarom wilt u eigenlijk zo graag de cel in?’
    ‘Snapt u dat dan echt niet? Dan ben ik eindelijk alleen, heb ik rust. Wat moet ik doen voor drie dagen cel?’

zaterdag 30 januari 2021

Instaverhaal

Ineens het besef dat mensen meer van me zien dan ik me realiseer. Zoiets van: ik weet het wel, maar sta er niet bij stil. Op één en dezelfde dag, sterker nog, binnen een uur op de 21ste, zeiden twee onbekenden tegen mij:
    ‘Maar ik ken jou al!’

Zaterdagportret
Alles begon met dit gesprek:
    ‘Celine, weet jij een vrouw voor het zaterdagportret?’
    ‘Wat is dat?’
    ‘Dat is een tweewekelijks item in de krant, waar ik een bekende inwoner van Houten mag portretteren. Dat gaat deels over hem of haar persoonlijk en deels over de reden waarom we iemand kennen. Denk aan een ondernemer, sporter, schrijver of wat ook.’
    ‘Oh leuk, mama, wat denk je van Natasja’
    ‘Wie is Natasja?’
    ‘Mijn rijinstructeur, weet je nog?’ Ik stuurde mijn redacteur een appje met dit voorstel en kreeg bijna direct als antwoord dat zij het een goed plan vond.

Verslapen
Zo zat ik een paar dagen later bij de vrouw die Celine aan haar rijbewijs hielp. Celine was heel blij met haar, voelde zich veilig en begrepen en vond een luisterend oor wanneer het niet lukte. Ik sprak Natasja zelfs een keer aan de telefoon. Ze belde met de vraag waar Celine bleef. Celine had in de auto moeten stappen. Wat nogal moeilijk ging, want ze lag nog in bed.
    Voor de rest had Celine veel lessen nodig om in één keer te slagen. Just like her mom!

Geslaagd

Ik herinner me als de dag van gisteren hoe blij ik was met mijn rijbewijs. Het straalde van de pasfoto af, die ik vlak na het rijexamen liet maken. Het was twee dagen na mijn verjaardag, wat ik ontdekt bij nader onderzoek van mijn roze kaartje: 3 april 1996. Wat ik weet als was het vanochtend: ik wreef Marcel hard onder zijn neus dat ik in één keer slaagde. Weliswaar na veel lessen, een stuk of 60, maar wel in één keer. Mijn manneke niet. Hij had vette pech, met een slechte rijschool en spanningen. Celine herhaalde mijn voorbeeld: veel lessen en één examen. Bam! Zo moeder zo dochter, dat horen we vaker.

Interview
Zo’n half jaar nadat Celine haar roze kaartje in ontvangst nam, bevroeg ik haar instructeur. Dat was leuk! Hoe langer het gesprek duurde, hoe losser het werd. I love it! Tot het moment dat ik door mijn aantekeningen bladerde en ontdekte:
    ‘Ik heb meer dan genoeg schrijfstof, zelfs teveel. We stoppen!’ Zo gaat het altijd. Maar ja, mensen hebben zoveel te vertellen en ik hoor het graag. De gesprekken zijn altijd te kort, maar te lang voor een artikel. Het schrappen volgt… zo pijnlijk!

Instaverhaal
Na een paar afsluitende woorden, liep ik richting de voordeur en eindigde met:
    ‘Tot ooit ziens en als je nieuws hebt, hoor ik het wel.’
    ‘Ik zie jou vast snel,’ lachte Natasja.
    ‘Hoe bedoel je?’, reageerde ik verbaasd.
    ‘Ik wilde het niet bij binnenkomst zeggen, maar ik ken je langer dan vandaag.’
    ‘Huh?’ Ik moet gekeken hebben alsof buiten een giraf een olifant zoende, want ze lachte en zei: ‘Iets met Instagram en Celine?’
    ‘Oeps, Celine’s instaverhaal.’

De real me
Ineens zag ik voor me wat zij zag: Irene in pyjama, dus Irene met coup-out-of-bed en make-uploos, Irene in de keuken, Irene’s dikke r**t, Irene dansend in de kamer, Irene aan tafel, heel vaak aan tafel, want daar gebeurt het bijna allemaal. Laat Albert Heijn ons maar een sponsoren, we delen constant een pak hagelslag in die filmpjes. Let maar eens op.
    Ineens bedacht ik: hoe kon Natasja mij serieus nemen met dat in haar achterhoofd? Hoe kan iemand mij sowieso serieus nemen?

Herkend
Kwam ik na het interview thuis, zat Marloes, een vriendin van Celine, aan tafel.
    ‘Hallo, ik ben Irene, de moeder van Celine,’ zei ik, want ik kende haar niet, dus zij mij niet.
    ‘Ja, dat weet ik.’
    ‘Oh help, Instagram hè?’ Haar glimlach was voldoende antwoord. ‘En Celine bewaart al die filmpjes ook nog.’
    Ik bedacht zomaar ineens dat kind-aan-huis-2.0 ooit eens zei:
    ‘Als ik me rot voel, kijk ik de filmpjes van Celine en jou en voel me gelijk weer beter.’

Therapeutisch?

Dat is toch topf? Als dat het effect is van onze gektes, dan moet het maar. En hé, Natasja liet me ondanks alles binnen en zag mijn serieuze kant. Zij zag de journalist, die ik niet ben, maar hoe ik mezelf wel mag noemen, want ik deel informatie met de media. Toch voel ik me niet gelijkwaardig aan journalisten met wie ik tegelijkertijd op locatie ben of waar ik artikelen van lees. Wel noem ik mezelf schrijver. Schrijver van andermans verhalen. Dat is leuk!!! Een verhaal lees je met een klik op de linker foto.
    Waar die verhalen doordacht hun weg vinden, zijn Celine’s filmpjes mijn heerlijke tegenhanger. Tegenover alle doordachtheid en serieus, is daar onze spontane gekte. It’s us, deal with us!









zaterdag 16 januari 2021

Kledingkast

De invloed van kleding of de afwezigheid ervan was ineens heel actueel tijdens onze laatste wandelingen. Het ging van een muts, naar mijn naki tot verboden kleding. Beginnend met Pipo Ireentje.

Clown
Zo liep ik vandaag in de Maasheggen, bij Oeffelt. Dat haar vanonder de muts ziet er niet uit! Bij een sollicitatie voor clown word ik zekerweten moeiteloos aangenomen.
    ‘Dat jij nog naast me durft te lopen,’ zei ik na de ontmoeting met mijn spiegelbeeld tegen Marcel.
    ‘Natuurlijk durf ik dat.’
    ‘Ik zie er niet uit.’
    ‘Ach, dat ben ik toch gewend. Ik zit er niet meer mee.’
    ‘Die is binnen!’
    ‘Wat?’
    ‘Dat compliment!’

Stop!
Het kan echter gekker, daarbij laat ik mijn gedachtenspinsels de vrije loop. Ik waarschuw je! Je kunt nog stoppen met lezen… 

Naki
Je bent er nog, topf!
    Dezelfde wandeling voerde gedeeltelijk langs de Maas en ik zag de overkant.
    ‘Gaan we naar de overkant tijdens deze route?’
    ‘Nee, hoezo?’
    ‘Hoe zeggen ze dat? Het gras is groener aan de overkant. Kijk dan!’
    ‘Je kunt er zwemmend heen.’
    ‘Ik heb mijn bikini niet mee.’
    ‘Jammer dan.’
    ‘Maar ik heb wel mijn naki mee.’
    ‘Het is wel heel koud hè?’
    ‘Jij bedoelt dat mijn naki kouder is dan mijn bikini?’ Ik lachte hard. ‘Jij ziet me hier al staan hè, in mijn nakie bij de rivier.’
    ‘Ja.’
    ‘Maar dan ziet iedereen mij.’
    ‘Dat valt tegen zeg, de wandelaars zijn op nul handen te tellen.’ We zijn inderdaad alleen.
    ‘Zeg meneer, wat denk je dat er gebeurt als mijn naki hier aan de kant staat? Dan belt die boer,’ ik wijs naar een boerderij, ‘naar die en die belt weer de volgende en voor je het weet staat heel Oeffelt naar mijn naki te staren.’ Meneer knikte alleen maar. ‘Je kunt me wat, mijn naki blijft bedekt. Trouwens, weet je?’
    ‘Nou?’
    ’Eigenlijk lopen we allemaal dag in dag uit in ons naki.’
    ‘Hoezo, we bedekken ‘m met anderhalve centimeter stof.’
    ‘Ja, maar ons naki is er toch altijd bij. Dat is toch grappig om te bedenken?’ Verder klinkt het als complete nonsens en blijft een foto van mijn naki achterwege.

Modderschoenen

Even wat anders. Mijn naakte voeten bedek ik graag met sokken en wandelschoenen. Zo deed ik dat ook vorige week voor een tocht bij Montfoort. Niet alleen de acht kilometer maakte deze tocht wandelschoenplichtig, het voerde ook nog eens (gedeeltelijk) over een enorm modderpad. Wat volgde waren een fietspad, landweg en de bebouwde kom van Montfoort. Gelukkig scheen de zon uitbundig, anders vonden we het best een saaie tocht.
    Op een bepaald moment stapte ik naast het fietspad, want een hardloper rende in onze richting en een fietser naderde van achter. Ik bedacht: drie sporten ontmoeten elkaar op één punt; als ik niet naast het pad ga lopen, bumpen we gedrieën op elkaar. We kunnen allemaal raden wie even later in de sloot dobbert. Hoor ik ineens de hardloper in het voorbijgaan zeggen:
    ‘Nu worden je schoenen vies.’
    ‘Daar zijn het wandelschoenen voor.’ Hij reageerde met een bevestigende knik, grote glimlach en opgestoken duim. Ik bedoel maar, wandelschoenen zijn niet voor onder een trouwjurk, hoewel je dat bij mij zomaar kunt verwachten. Als ik nog eens trouw dan… Laat maar. Dan zou ik ze trouwens wel eerst schoonmaken. Dat doe ik tegenwoordig niet meer, want iedere wandeling lijkt gepaard te gaan met modder. Ik gleed al eens onderuit. Wacht even, eigenlijk wil ik zeggen: laat Marcel de volgende zijn, maar als ik nou eens in mijn naki wandel, dan kan het maar zo doorgaan voor modderbad.
    Vergat ik toch even die buurtwhatsapp.

Bouwmaat
In die app zou de eerste foto van deze blog natuurlijk allang gedeeld zijn. Zag je al BOUWMAAT op de muts staan? Nou niet meteen denken aan die groothandel waar manlief materiaal vandaan sleept. Ik ben de bouwmaat in eigen naki, uhm, eigen persoon.
    Ineens begrijp ik waarom ik vorige week, al wandelend door Wijk bij Duurstede, werd aangegaapt. Dat was niet omdat ik voor gekkie liep. Men was jaloers. Ze beseften dat ik de sterke vrouw, de bouwmaat, achter de klusser ben. Weg met klusbabe. Bouwmaat klinkt sterker. Wij zijn als klusteam mega sterkt, omdat ik blind doe wat hij vraagt. Ons huwelijk strandt niet door samen klussen.

Broekrok of zoiets
Iets anders kan me wel mijn huwelijk kosten, ontdekte ik door het kledingmagazine van Peter Hahn. Geen idee waarom ik het krijg en meestal voer ik er de papierbak mee, deze keer bladerde ik er doorheen met Marcel. We bleven hangen op deze pagina:
    ‘Irene, als jij dat ooit aantrekt, ga ik van je scheiden!’
    ‘Ik was niet van plan die te kopen.’
    ‘Mooi zo.‘
    ‘Maar nu bestel ik ‘m toch maar.’
    ‘Hoezo?’ Hij keek verschrikt.
    ‘Stel dat ik van je af wil, geef ik jou reden om te gaan.’
    



zaterdag 9 januari 2021

Smart Cut

Ik kocht mezelf een puzzel! Dat is een directe vertaling van: I bought myself a puzzle, wat zalig klink. De puzzel is niet zozeer mooi; de smeltende klok intrigeert me. Het is alsof de tijd versmelt tot nietsige tijdloosheid door het loskomen van wijzers en cijfers. Weg met de tijd! Ik kan er vast een verhaal bij bedenken. Oh grappig, bij deze er al aan begonnen. 

Verslaafd
De relatie tussen puzzelen en mij begon tijdens de eerste lockdown. Met iets meer vrije tijd en behoefte aan alleenigheid, ontdekte ik pure ontspanning en vergeterigheid in het staren naar kleurtjes, vormpjes en het aan elkaar passen van alles. Het werd een verslaving. Zodra ik er aan begon was ik niet te stoppen. Vergat alles; daarom aten we soms wat laat; ik vergat tijdelijk mijn bed en de bom kon vallen. Ik zou niet eens merken dood te zijn.
    Gek als ik ben deed ik mezelf een paar puzzels cadeau. Nog beter was dat ik ze kreeg op mijn verjaardag en met kerst. Ik heb een voorraad! Afkicken hoeft niet!

Onsorteerbaar
Nu is het de Soft watch met-een-lange-naam van Salvador Dalí, die ik wil vervolmaken. Ik ontdekte een paar weken na aankoop de tekst: Smart Cut technology. Beter kijkend naar dat tekstje, zag ik twee hele rare vormpjes in elkaar. Ik opende vliegensvlug nieuwsgierig de doos om tot mijn verrassing heel vreemd gevormde stukjes aan te treffen.
    ‘Dit wordt een uitdaging!’, zei ik tegen Marcel, die languit op de bank lag.
    ‘Hoezo?’
    ‘Deze puzzel bestaat uit hele rare stukjes. Kijk!’ Ik gooide de nog gesloten zak op zijn benen.
    ‘Hé, ja, wat grappig,’ zei hij na inspectie.
    ‘Sorteren op stukjes wordt ‘m niet. Alleen op kleur, maar daar houdt het op.’
    ‘Gelukkig hou jij van uitdagingen en puzzels, succes.’ 

Rand 
Na opening van de zak begon ik vorige week vrijdagavond met opsnorren van alle randstukjes. Tot mijn schrik ontdekte ik, na een heleboel kantjes in vreemde vormen, maar met ten minste één rechte kant, dat sommige rechte stukken niet bij de rand hoorden en andere stukjes nog misten. Pas na twee avonden was de rand klaar op één onvindbaar stukje na. Ik besloot pas naar bed te gaan nadat die gevonden was. Het kon niet lang duren, zo dacht ik.
    Ik lag om half twee in bed, het stukje niet gevonden.

Onvindbaar

Gedurende een paar momenten in de week werkte ik door en liet daarbij het onvindbare stukje achterwege tot gisteravond. Celine keek mee en zei:
    ‘Mam, misschien zijn het wel twee stukjes.’
    ‘Op dat kleine stukje? Nee toch?’ Een poosje later vond ik stom toevallig een stukje dat qua aftekening moest passen, maar niet aan twee kanten. Dat kon toch niet kloppen? Ik paste het en warempel, het klopte met één kant. Nu moest ik nog langer zoeken naar weer één klein raar stukje.
    ‘Ik ga door tot ik die vind.’
    ‘Welterusten,’ zei Marcel. Ik volgde een uur later, het was half twaalf - stukje gevonden. Puzzelen is slecht voor de gezondheid! Ik lach er echter om, ik geniet deadlineloos van deze hobby.

Helpverbod
Kwam Marcel vandaag bij me en nam plaats naast me.
    ‘Dit is míjn puzzel, je mag niet helpen.’
    ‘Echt niet? Want ik zie iets.’
    ‘Dat denk ik steeds en het past zelden.’
    ‘Deze past daar.’
    ‘Marcel?’
    ‘Ik leg ‘m niet neer, ik wijs alleen.’
    
‘Dat mag niet!’ Ik pakte het stukje om te bewijzen dat het niet paste. ‘Poep, hij past! Moet jij niet gaan slapen?’
    ‘Nee.’ Terwijl ik me verloor in mijn eigen stukjes, pakte hij er eentje; ever later nog één en ongezien een derde. Hoe ik dat weet? Ineens zei hij:
    ‘Ik heb niks klaargelegd hoor.’ Ik keek hem vragend aan en volgde zijn hand wijzend naar de tafel. Voor me lagen een paar bij elkaar horende stukjes vlak naast elkaar. ‘Ik heb niet gepuzzeld toch?’ Ik keek naar de klok aan de muur.
    ‘Ja! Bedtijd! Ga jij maar vast.’ Hij begreep de hint.

Blikvolgend
Kwam Celine binnen. Zij dacht net als haar vader, het bloed kruipt dezelfde weg, dat ze mee mocht doen.
    ‘Celine, je mag niet helpen.’
    ‘Oh, maar ik denk...’
    ‘Bemoei je niet! Ik ben in deze lekker egoïstisch.’
    ‘Best goed mam, eindelijk denk jij eens aan jezelf. Maar doe dat ergens anders, niet bij puzzelen. Ik zie namelijk een stukje dat…’
    ‘Nee, ga weg!’
    ‘Maar mama, kijk!’ Ik volgde haar blik naar een stukje dat vrij lag van de rest. ‘Die past daar!’ Opnieuw volgde ik haar blik en legde het stukje daar waar ze keek. ‘Ja, hij past, goed hè mam, ik deed niks!’
    Het is dat ik niet opnieuw wilde beginnen met deze puzzelklus, anders zou ik terplekke iemand met de puzzel om de oren slaan.
    Oh wacht, de doos kan wel tegen een stootje. Nee, ik ga voor een harde stoot! BAM!




zaterdag 2 januari 2021

Kussen

Nog maar net alle bagage in huisje 601 gedumpt, stortten alle gezinsleden (uitgezonderd ik met mijn schouderpijn) zich op het opmaken van de bedden. Lara viel daarin het meest op. Zij begon met het opmaken van één van de twee bedden die in haar kamer stonden. Het was vooral Benjamins nietsdoenerigheid dat me trof en alarmbellen in mijn hoofd deden klepperen.
    ‘Lara, pas op wat je doet. Je kunt nu nog stoppen.’
    ‘Waarmee?’
    ‘Met het opmaken van Benjamins bed. Al doe je het uit pure liefde voor hem, als je dit nu al uit zijn handen neemt, doe je dat de komende 28 jaar. Kijk naar mij.’

Hulpgeroep
Vanuit de naastliggende kamer klonk:
    ‘Nee, doe maar, ga door. Is hartstikke goed voor hem.’ Dat was Marcel. Benjamin glimlachte maar wat blij met deze bijval van zijn pa.
    ‘Marcel, alles best, maar doe jij onze bedden nou maar,’ droeg ik hem op. Waarop hij riep:
    ‘Lara!’
    Helaas, of eigenlijk gelukkig, liet Lara zich niet boven ons bed spannen. Marcel was zelf de bedklos in de masterbedroom. Dat vind ik een heerlijk woord. Zie me liggen als master van het huis, slapend in de grootste slaapkamer.

Kreukvrij

Met zijn schouders moedeloos hangend en zijn mond niet meer zo opgewekt, scheurde manlief de bedlinnenzakken open en stortte zich op een klus die hij werkelijk niet vaak uitvoert. Ik mag niet zeggen nooit, want de laatste jaren was hij vaker de pineut. Hij verbood mij nog wel eens de dekbedden ook maar aan te raken.
    ‘Irene!’, riep hij al snel van uit de masterbedroom. ‘Welke kant wil jij liggen?’
    ‘Wat maakt het uit?’, vroeg ik en zag mijn man met handen en voeten op een bed staan terwijl hij een laken over het hoofdeind spande.
    ‘Dat maakt veel uit, zeg maar gewoon welke kant jij wilt?’
    Vanuit de deuropening keek ik de kamer in en scande de nooduitgangen: rechts was het raam en ik stond in de deuropening. Bij brand wil ik weg kunnen:
    ‘Ik wil rechts liggen.’
    ‘Dat is dus links van mij.’
    ‘Dat hangt af of jij op je buik of rug slaapt.’
    Voor het gemak wees ik het bed maar aan. Bleef mijn vraag: ‘Wat maakt het uit?’
    ‘Veel, want hoewel jij niet de prinses op de erwt bent…’
    ‘Gelukkig maar hè?’
    ‘Nou ja, je blijft sowieso de Prinses op het Frotje? Toch raar, dat je bed geen frotje mag zijn. Daarom wil ik weten welke kant jij wilt slapen, want aan die kant moeten het laken strak worden getrokken. Madam de prinses ligt namelijk graag op een gladgestreken bedje.’
    ‘Oh boy, je moest eens weten waar ik het liefst op lig,’ antwoorde ik en zag hoe hij werkelijk zijn best deed om de lakens strak over het matras te krijgen. Wat een vent.

Kussen
Een paar uur later veranderde mijn beeld compleet. Hij is echt niet 24/7 zo perfect, sttt niet doorvertellen.
    Later op de dag, zeg maar toen het de bedoeling was om onze ogen te sluiten, lag ik op mijn rug, kijkend naar het streepje licht dat van buiten op het plafond viel. Ik wist: dit wordt een zware nacht. Niet alleen omdat ik de eerste nacht elders, altijd slecht slaap. Of het nou in een hotel, appartement of de eigen opklapbare kasteel is; ik slaap de eerste nacht vreselijk. Daarbij leefde ik nog altijd met behoorlijke pijn, waarbij iedere draai in bed een drama was en stilliggen op mijn rug (zolang ik het volhoud) het fijnst is. Uit verveling en omdat Marcel nog niet snurkte, ik bedoel zwaar ademde, zei ik ineens:
    ‘Ik wil je kussen.’ Hij snapte waarom ik niet de moeite nam me naar hem om te draaien en ieder initiatief van hem liet afhangen. Waar ik wachtte op een draai van zijn zijde in mijn richting kreeg ik onverwacht snel ineens zijn kussen in mijn gezicht geslingerd.
    ‘Hier heb je mijn kussen!’ Zo jammer dat ik niet de kracht had het kussen knetterhard terug te smijten en de mijne er achteraan in zijn gezicht te gooien. Ik was wel in voor een kussengevecht, het duurde echter lang voor ik uitgelachen was. Daarbij lukte het amper het kussen terug te gooien.

Verlichting
Wat betreft mijn schouders, eindigde ons verblijf op CenterParcs op oudjaarsdag bijna direct in het ziekenhuis waar ik twee corticosteroïden-injecties in beide sleutelbeen/borstbeengewrichten kreeg. Het lachen van hierboven verging me. Tot ik gedurende oudjaarsavond voelde dat het pijnstillend effect begon te werken en ik voor het eerst in maanden, zeg maar gerust jaren, pijnloos sliep. Het emotioneerde me gewoonweg. Het bestaat!
    Nu nog opvliegervrij slapen. Och, ik herinner me ineens de woorden tegen een hondje eerder dit jaar:
    ‘Je kunt niet alles hebben in het leven.’
    Helemaal best, maar dit jaar wil ik een kussengevecht!