zaterdag 10 april 2021

In de hoek

    ‘And a happy new year!’, of zoiets, zongen Marcel en ik afgelopen week voor een jarige vriend. Een week eerder stond hij met zijn gezin bij ons op de stoep. Dat was om precies te zijn op 1 april. Een dag die niemand vergeet: mijn verjaardag!
    ‘Lang zal ze leven,’ zongen zij. Het klonk beduidend meer uit volle borst. Nogal logisch, zij stonden met vier borsten op mijn stoep. Wij met twee op de hunne. Hoe dan ook maakten we iets van elkaars verjaardag.

Pepermunt

Jarig zijn is niet mijn specialiteit - ik doe er al jaren niets aan. Daarom klonk op de vraag of ik door corona een feestje miste:
    Nope, al jaren niet en toch voel ik me ieder jaar super jarig.’ Dat heeft te maken met deze vriend en zijn gezin en het bosje bloemen en het rolletje pepermunt dat zij me ieder jaar geven. Dat laatste is een terugkerende grap. Ik vroeg aan ons kind-aan-huis (hun dochter des huizes) waar dit begon:
    ‘Geen idee,’ zei ze. ‘Maar dit jaar krijg je dit.’ Ze overhandigde een pakje met drie rolletjes zwart-witjes. ‘Lust je die?’
    ‘Zeker weten, die zijn lekkerder!’, antwoorde ik en had binnen een uur de eerste rol op. Is goed voor mijn lagere bloeddruk. 

Verwend
Net als op andere 1 aprillen volgden meer verrassingen. Zo kwam onverwacht een vriend een bakkie doen en bracht tegelijkertijd Celine thuis. Twee in één zeg maar. Herstel: drie in één. Hij had een bos bloemen bij zich. Van Celine kreeg ik eerder al mijn meest gewenst puzzel: The Starry Night van Vincent van Gogh in Smart Cut versie. Smart is het, walgelijk om te puzzelen, maar oh, wat heerlijk dat ze die voor me kocht. Van Marcel kreeg ik een reMarkable, een E-papertablet waarop ik notities en schetsen kan maken. Echt een dijk van een cadeau voor iemand die veel schrijft voor interviews en nu bomen redt. Van Benjamin kreeg ik een dag later het fantastische boek: De jongen, de mol, de vos en het paard. Hij vergat het 1 april te geven. Juist hij die zegt dat ik onder een steen leef, leeft zelf onder een rotsblok. Daarmee kaatst deze boomer die beschuldigende bal terug! Ligt die lekker weer bij hem.

Geschreeuw
Ik kaatste echter zelf ook een bal. Het rolde echter anders terug dan ik ik verwachtte.
    Hierbij even wat achtergrond informatie: 111 mensen feliciteerden me op mijn facebook tijdlijn waarvan zeven een dag te laat en weer drie anderen twee dagen te laat. Ik liet het met plezier over me heen komen. Dat mensen mijn verjaardag vergeten, maakt me niet uit.
    Hoor ik daar ineens Jeroen Balk schreeuwen vanuit Houten Zuid:
    ‘Wat?! Maakt het jou niet uit of iemand jouw verjaardag vergeet?’
    Schreeuw ik vanuit Noord terug:
    ‘Klopt, tenzij jij het vergeet!’ En steek er mijn tong bij uit.
    Lees gerust even mee wat op mijn verjaardag gebeurde op Feestbook:



Je leest het goed, hij schreef: DEAL! Zo begon het stille afwachten. Foto’s van de hoek bleven uit, daarom verwachtte ik iets anders, hoewel het stil bleef tot afgelopen donderdag. Een appje doorbreekte de stilte met de vraag of ik vrijdagavond of zaterdagochtend thuis was.
    Ik wist dat Jeroen me niet vergeten was, zo is hij niet. Hij houdt woord… Maar niet zonder toch een beetje opvoeren van de spanning. Hij liet nog weten dat de voorpret in huize Balk enorm was. Jaja, dat verhoogt mijn onzekerheid.

Profielfoto
Afijn, terwijl ik vrijdag mijn kookkunsten uitvoerde, zei Marcel ineens:
    ‘Jeroen staat voor de deur,’ waarop Celine naar de deur liep en deze opende. Daarmee kon ik mijn handen even wassen en drogen. Ik dacht nog wel: gelukkig is het geen 1 april, want dan zou ik niet lachend richting Jeroen durven lopen.
    Meneer kwam binnen met in zijn schaduw zijn vrouw en zoon. Alle drie met een grote glimlach en
hij met een flink pakket, dat hij mij in handen duwde. Het openen viel niet mee, daarom pakte ik een mes van het aanrecht om aan alle kanten plakband los te snijden. Bij het openen van het pakket schrok ik, want ik keek warempel mezelf aan. Serieus? Kreeg ik mezelf cadeau?

Chocolalalala
Eenmaal volledig geopend, bleek het cadeau behoorlijk gepersonaliseerd te zijn en nog verder geopend lagen negen chocoladerepen in drie smaken netjes naast elkaar. Zo voelde ik me een week na mijn verjaardag nog jarig, met dank aan Jeroen en co.
    Vroeg Jeroen nog wel even:
    ‘Volgend jaar mag ik toch wel je verjaardag een keer vergeten?’
    ‘Jeroen, jij mag ‘m vijf jaar vergeten, want zoals jij schrijft: dit is slecht voor mijn lijn.’
    Stel dat andersom Jeroen mij had gevraagd: in de hoek of een cadeau, dan koos ik voor de hoek. Daarom nu alvast voor iedereen waarvan ik de verjaardag vergeet: hier de foto van mij in de hoek.









zondag 4 april 2021

Aaibaar

    
‘Marcel, misschien ben ik wel zwanger,’ zeg ik in het besef dat ik zwaar overtijd ben en in breedte wat toeneem. ‘Wil je liever een jongen of een meisje?’ Meneer verslikt zich in een sperzieboon, maar herpakt zich snel.
    ‘Met die mogelijkheid hield ik geen rekening.’
    ‘Ik ook niet, het is wel goed om er even bij stil te staan, toch?’ Hij lijkt even de voor- en nadelen in zijn hoofd af te wegen en antwoordt met:
    ‘Een hond.’
    ‘Slim,’ mengt Lara zich in het gesprek. ‘Een hond heb je maar voor een jaar of 13.’
    ‘Een hond? Dan is er iets heel erg mis gegaan in mijn buik.’ Ik wrijf bezorgd over de bolling onder mijn borstkas.

Avondklok
Terwijl ik mijn buik aai, zit Celine met grote ogen en haar mond wijd open aan tafel.
    ‘Dus je wilt ons niet papa? En wel een hond?’ Ze schreeuwt het bijna uit met een paniekerige piepstem en vochtige ogen.
    ‘Nee, joh, ik heb jullie toch al. Ik wil er niet nog één. Wat ik wel wil is een reden om na 22.00 uur naar buiten te mogen. Dat heet een hond.’
    ‘Maar een baby kun je ook uitlaten,’ gooit Lara in de groep. ‘Er zijn baby’s die alleen door een wandeling in de kinderwagen in slaap vallen.’
    ‘Was ik die baby maar,’ zwijmel ik in het besef dat er een berg werk in de keuken ligt en de kabouters mijn adres nooit lijken te vinden.
    ‘Tot de politie een bon aan de kinderwagen hangt,’ zegt Marcel.
    ‘Nee hoor, mijn vriendin doet het gewoon en wordt nooit bij de luier gepakt.’
    ‘Nee, logisch, ze draagt geen luier en woont in een gat.’

Aaien

Het onderwerp huisdieren lijkt me te achtervolgen. Tijdens een wandeling met Celine loopt een vrouw in onze richting. In haar hand houdt ze een riempje met aan het eind daarvan een klein hondje.* Ik houd wat afstand, terwijl Celine juist op het beestje afloopt en hem aait. Ze geniet ervan, zolang het duurt. Eenmaal verder wandelend zegt ze:
    ‘Momma, weet je hoe satisfying aaien is? Als ik me verdrietig of alleen voel, wil ik een dier aaien.’
    ‘Dat kan ik me voorstellen ja.’
    Even later kruist een kat onze weg. Ben ik evenmin een fan van. Ik kreeg even te vaak de nagels in mijn lijf of een onverwachte uithaal terwijl ik wel lief was. Sommige katachtigen mogen mij blijkbaar niet. Prima, ik vertrouw die priemende ogen ook niet. Zo is het lekker wederzijds. Toch buig ik voorover naar deze kat.
    ‘Hallo kat, wat leuk je te zien. Geniet je ook zo lekker van de zon?’, zeg ik met zo’n piepstemmetje die we ook bij baby’s inzetten. Maf eigenlijk, maar blijkbaar koppelen we dat aan liefde en zachtheid.
    ‘Momma, ik snap niks van jou.’
    ‘Ik ook niet, moet je ook niet willen, maar hoezo nu dan niet?’
    ‘Je aait een kat! Je houdt er niet van en je bent er allergisch voor.’
    ‘Klopt, maar deze kwam gewoon op me af.’
    ‘Echt niet, als jij hem niet had toegesproken, was hij doorgelopen zonder op of om te kijken.’
    ‘Hatsjoe!’
    ‘Kijk daar heb je het al.’

Huisdier
Wat volgt is een gesprek over het feit dat Celine in mij iemand ziet die graag aait en kroelt. En of ze gelijk heeft zeg.
    ‘Momma, ik weet waar jij die behoefte in kwijt kunt.’
    ‘Ja, ik ook.’
    ‘Aan een cavia.’
    ‘Wat? Hatsjie!’ Klink hard over straat. ‘Ik ben allergisch voor hooi en dus is een cavia on-welkom.’
    ‘Oh ja, jammer. Je bent eigenlijk gek op die miep-beesten.’ Madam denkt in stilte na over een volgende optie. Ze zoekt naar een aaibaar dier dat kan leven zonder hooi of stro. Zo zwemt er een vis in haar uitgesproken gedachten voorbij, een schildpad kruipt langs en een leguaan ligt stil. Behalve zoonlief die blij opleeft bij het idee van deze diersoortigen, bedenken Celine en ik:
    ‘Ze zijn helemaal en totaal niet aaibaar.’
    ‘Momma, een koe! Die is aaibaar. Ik zie jou wel koe-huggen.’
    ‘En hooischudden in de stal zeker.’
    ‘Tjonge wat is dit moeilijk zeg. Een paard is teveel werk…,’ ze blijft even stil. ‘Oh, ik weet het. Een vogel.’
    ‘Echt niet, de hele dag dat getjilp in huis. Ik wil juist stilte! Ik denk dat ik mijn aai-behoefte maar op mijn bankstel afreageer, een dier wordt ‘m niet.’
    ‘Dus het idee van een huisdier moet ik maar echt verbannen?’
    ‘Ja, het lijkt me het beste om dit hele gesprek zo snel mogelijk te vergeten.’
    ‘Dan moet ik maar een vriend, die kan ik aaien.’
    Are you serious?’
    ‘Nee, mama, ik ben er nog niet aan toe.’
    ‘Jammer, ik ben er wel aan toe het huis weer meer voor mezelf te hebben.’
    ‘Nou momma, dan hoop ik voor jou dat je sowieso niet zwanger bent.’


* Op de foto pronkt Eefje, de hond van instagramvriendin en naamgenoot Irene van der Velden. Bedankt meid voor de vrolijke foto. Aai voor Eefje. En hieronder nog eens Eefje, bij mw. Koe. De stoere Eef!



zaterdag 27 maart 2021

Wiet-baas

Wat? Werkt mijn dochter bij een wietdealer?
    Ineens begrijp ik waarom het wat beter met haar gaat. Ik dacht dat het te maken had met haar medicatie, niets blijkt minder waar. Het is de schuld van haar baas*. Ik twijfel ineens of ik nog wel zo blij ben met haar contract. Zij steekt er haar tong bij uit:
    ‘Mama, ik ben meerderjarig en daarom eigen baas.’
    ‘Oh ja? Zal ik jou wat zeggen? In mijn huis gelden mijn regels of je meerderjarig bent of niet.’
    ‘Oh ja? Noem eens zo’n regel?’, daagt madam mij uit.
    ‘Wiet is verboden in mijn huis! Laat ik het niet vinden, want ik zet je mijn huis uit.’ Ze valt direct stil. Mijn boodschap komt over, al staat ze achter de toonbank op haar werk.

Loyaliteit
Dat is wonderlijk, want sinds zij een baan heeft, kent ze een loyaliteits-split. Die speelt overigens alleen op momenten wanneer zij werkt en ik als klant langs wandel. Er ontstaan dan van die situaties waarbij ze moet bepalen naar wie ze luistert: haar baas* of mama. De plek waar ze dan staat kan letterlijk bepalend zijn - staat ze aan mijn kant als klant of zijn kant als verkoper. De toonbank is de enige die zeker is van zijn rol. Trouwens: als verkoper mag ze niet aan mij verkopen; ze zou me eens matsen. Ik zeg verder even niet wie me het meest matst.

Kippie
Afijn, madam kakelt soms behoorlijk aan de ander kant van de toonbank, met oren die hangen naar haar baas*. Ik bedenk steeds vaker of ik niet beter direct mijn weg naar de Appie vervolg:
    ‘Ton! Wilma! Sylvia! Ik kom er aan!’ Met die twee tegen mij? Oh boy, daar is geen kalkoen tegen opgewassen. Dreigen met:
    ‘Ik ga naar Kippie!’, werkt niet. Dan zit madam ’s avonds:
    ‘Mam de kip is niet te eten!’
    ‘Wiet dan wel?

Wegmoffelen

Het was een stapeltje doosjes dat mijn alarmbellen deed afgaan. Het stond weggemoffeld achter een plantje in een pot.
    ‘René, wat ligt daar nou in jouw space?’
    ‘Waar?’
    ‘Daar!’, wees ik.
    ‘Dat is een plant.’
    ‘Ja, duh. Wat verstop je daar achter?’ Meneer keek niet eens!
    ‘Oh dat is niks.’
    ‘Dat zou ik ook zeggen als ik verstop wat onzichtbaar moet blijven. Celine, goed dat jij aan die kant staat. Kijk jij eens, wat daar ligt?’ Ze pakte het stapeltje, bekeek het en gaf het aan mij. ‘Dus dit stapeltje doosjes is niks?’, vervolgde ik.
    ‘Ja,’ zei Celine’s baas*. Hoorde ik wat schuldbewustheid?
    ‘Maar deze niks heeft wel volume. Dat maakt het toch echt iets. Hé, wacht even, staat er cake op?’ Celine stond ondertussen naast me, aan mijn kant van de toonbank dus.
    ‘Mama, dat is wiet!’
    ‘Wacht even, wiet in de space van jouw baas*?’
    ‘Ja, wat is daar mee?’, vroeg hij.
    ‘Celine eet hier wel eens cake hè?’
    ‘Tuurlijk mama, het is nog lekker ook.’
    ‘Ja, natuurlijk! Jij eet space-cake!’ Ik begon als een kip zonder kop te ijsberen. Daarmee was ik niet de enige. De hele vitrine lag vol met kippen zonder kop.
    ‘Mama, geen zorgen. Jouw cake is lekkerder.’
    Sure? Ben je niet stiekem een beetje erg afhankelijk van de cake in deze kippenhut?’
    ‘Nu je het zegt…’

Instorten
En ik maar denken dat Celine’s medicatie werkte. Daarmee is het tijd eerlijk te vertellen dat de coronacrisis er ook behoorlijk in hakt in huize Typisch Irene. Corona heeft ons nog niet geraakt, maar psychisch gaan Celine en ik er flink doorheen. We krabbelen wel op, al heeft de één een pittigere weg te gaan, waar de ander haar tijd uit moet zitten. De een kreeg medicatie via een psychiater, de ander vroeg de huisarts om in ieder geval één lichamelijke kwaal aan te pakken, zodat slapen weer beter wordt en daarmee de dagen beter hanteerbaar zijn. Bij beiden moet het middel een week of vier inwerken. Daarmee begon met de eerste tablet het aftellen.

Herstel
Na één week leefde Celine al wat op en twee weken later zagen we steeds vaker de Celine die we
kennen. Ze zingt, lacht en kwebbelt meer. Ze is zelfs vaker ondeugend. Het verklaart de noodzaak van het medicijn of... Is het de schuld van haar baas* en de doosjes die ik in handen heb? Mijn vertwijfeling was compleet. Is mijn kind verslaafd? Ineens snapte ik waarom ze vaker kakelt over meer werken zodra haar lijf zich beter voelt. Het is zekerweten de schuld van haar baas*. Van de bazen moet je het hebben hè? Tot hij mij uit mijn frustratie haalt:
    ‘Irene, dit is trassi.’
    ‘Watti? Oh wacht, dat lusten we ook niet!’
    ‘Weet je wat ik niet lust?
    'Nou?'
    'Dat je mij al die tijd baas* noemt.’
    ‘Niet zeuren jij, ik wilde dat onderaan de blog met een *baas bekend maken.’ Bij deze gedaan.

zaterdag 20 maart 2021

Geslijm

Ze schuift de achterdeur open, leunt ietsjes naar buiten en wacht op de:
    ‘Goede middag mag ik uw bestelling?’
    ‘Ja natuurlijk. Ik wil graag een BigMacMenu met frietsaus en bosvruchtenthee.’
    ‘Oké, een BigMacMenu. Een groot of medium menu?’
    ‘Groot.’
    'Wat wilt u erbij drinken?’
    ‘Oh, bosvruchtenthee.’
    ‘Bosvruchtenthee.’ Een stilte valt. Thee, is blijkbaar ingewikkelder dan de gebruikelijke cola. ‘We hebben geen bosvruchten thee, wel rooibos of forestfruit.’ Celine fronst haar wenkbrauwen en kijkt me lacherig aan.
    ‘Forestfruit.’ De muppet aan de andere kant van de bestel-hot-line weet duidelijk niet dat bos en forest hetzelfde zijn.
    ‘Oké, wilt u er frietsaus bij?’
    ‘Ja.’ We luisteren allemaal in stilte mee, benieuwd naar hoe dit af gaat lopen.

Dutje

    ‘Anders nog iets?’ Oei, nog maar one down; we zijn met vijf! Marcel die achter het stuur zit, zakt wat onderuit, legt zijn hoofd tegen het hoofdsteun, sluit zijn ogen en fluistert:
    ‘Maak mij maar wakker als ze klaar zijn.’
    ‘Ja, ik wil nog een BigMacMenu, maar nu met cola en geen frietsaus en…’
    ‘Een BigMacMenu, groot of medium?
    ‘Groot.’
    ‘Wat wilt u erbij drinken?’
    ‘Cola,’ klinkt Celine ineens relaxed. Ze past zich horenderoren (de zus van zienderogen) aan. Ze begrijpt ineens het systeem van vraag en antwoord.
    ‘Frietsaus?’
    ‘Nee.’
    ‘Anders nog iets?’
    ‘Ja, de BigMacMenu moet zonder kaas.’
    ‘Zonder kaas.’
    ‘Zonder saus.’
    ‘Zonder saus.’
    ‘En geen augurk.’
    ‘Geen augurk. Anders nog iets?’
    Het vervolg van de bestelling verloopt smoother. Dank aan de gezinsleden die rare fratsen achterwege laten.
    ‘Marcel, wakker worden we kunnen weer,’ zeg ik ondersteund door een por in zijn zij.

Hamburgèr
Wat mij betreft missen we de easy-order-zuilen. Die zijn zo gemakkelijk; vooral in Frankrijk, want tijdens onze vakanties en vóór het easy-order-tijdperk, schoof men mij vooruit om de bestellingen live te plaatsen. De rest van mijn gezin was te jong of verlegen. Stond ik daar met mijn Frans die niet verder gaat dan une baguette, bonjour et bon soiree… Gelukkig heten de producten daar hetzelfde als bij ons, hooguit omgedraaid, bijvoorbeeld de Filet ‘o Fish. Spreek ze wat Franser uit en het komt goed. Tot de verkoper iets onbegrijpelijks vroeg. Oh boy, dan keek ik de ander wollig aan en vroeg mijn escape:
    ‘Marcel wat vraagt hij?’ Waarop Marcel antwoorde, alles redde en onze bestelling klaargemaakt werd. Meestal klopte het ook nog. Zo niet, dan ging ik niet terug.

Aanpassingen
Het werd pas echt lastig toen Benjamin de hamburger ontdekte, maar dan wel alleen het broodje en de burger. Het viel me nog mee dat hij het broodje en de burger wilde, anders kregen we alleen nog zout. Boy, hoe moest ik die bestelling nou in het Frans doen? Dat klonk ongeveer zo:
    Un, of is het une, hamburgèr sans sauce et sans augurk, uhm wat is augurk in het Frans? Oh ja, cornichon, sans cornichon.’ Dat ze me daarbij aankeken als was ik een Hollandse alien in eigen persoon? Boy, snap ik dat! Ik ben altijd een alien in La France.

Gepiep
Terug naar nu: Hebben we eindelijk de bestelling, met alle aanpassingen, zet Benjamin het nog even op een piepen!
    ‘Tjonge jonge!’, klinkt meneertje van 1.86. ‘Ligt die burger wéér scheef.’ Het is iedere keer hetzelfde liedje. Hij heeft wel gelijk, zo moeilijk kan het toch niet zijn om een burger recht op het broodje te leggen. Deze burger hangt ook niet half uit bed tijdens het slapen.
    Tot Lara Benjamins klacht overtrof:
    ‘Ik mis de MaestroBurger.’ Ze veegt haar ogen droog.
    ‘Ja, inderdaad, die mis ik ook!’, klinken Marcel en Celine in koor. Geloof het of niet, in vervolg op mijn blog over luistervink Google, blijken de afluisterpraktijken verder te gaan dan we dachten. Het is werkelijk véél erger. Mister McDonalds luistert gebroederlijk mee, want prompt, een paar dagen na Lara’s huilbui, stuit ik op een reclame van de Mac en wat verkopen ze? Jawel, de MaestroBurger.
    Toen ik Lara, met haar grote ogen, hier gisteravond van vertelde, werden diezelfde ogen groot als QuaterPounders. Om haar geluk compleet te maken zei ik:
    ‘Weet je wat? De afgelopen weken koos ieder van ons een keer waar we onze zondagse-patat vandaan haalden of lieten het bezorgen. Ik koos laatst voor de Friet-Fabriek, want boy, verkoopt Gordi een heerlijke patat zeg. Nog lekkerder dan oma’s friet.’ Daarmee zet ik even die man en zijn maat in de spotlight, verdienen ze. ‘Marcel kiest altijd Kwalitaria, want ja, baas Frans is nou eenmaal onze vaste-pré-corona-uitbraak-zondagsvriend. En Benjamin? Die kiest altijd de Mac. Nu mag jij.’ Lara zat prompt rechtop, haar handjes hield ze gelukzalig als knuistjes voor haar mond, haar oogjes keken smekend als een hondje en fluisterend klonk:
    ‘De Mac.’ Waarna ze de beschrijving van de MaestroBurger hardop oplas. Dat klonk zo sexy... Nu zet zelfs ik er het liefst mijn tanden in, zoals een ander in een grote M&M.

Extension
Oeps! Daarmee bereikte ik de 800 woorden en vertelde nog niet eens over de vorige keer bij de Mac, of
eigenlijk wat eraan vooraf ging. Weet je wat? Voor de geoefende lezer en fan, ga ik de 800 voorbij. Daarbij moet je weten: Marcel en ik vinden de Mac af en toe best lekker, maar liever zeg ik dit:
    ‘We moeten de lokale ondersteuner ondernemen.’ Je snapt het.
    Toch gingen we vorige maand naar de Mac. De kids blij! Ze deden nog net geen ronde dansje, want voelen zich er vast te oud voor. Een week daarna werd mij gevraagd:
    ‘Mammie, gaan we naar de Mac?’
    ‘Weer? Dan moet je papa overtuigen.’
    'Oké!' Ik schreef al over Lara’s prachtige hondenoogjes. Ik zag ze niet, maar ze zette ze vast op terwijl ze naast Benjamin en Celine bij Marcel stond. Of Marcel hiervoor zou vallen? Ik volgde het gesprek ongezien vanuit de gang. Zij waren in de huiskamer.
    ‘Papa, wij willen naar de Mac,’ zei Benjamin
    ‘Oh?’
    ‘Ja, want het is heel erg lekker.’
    ‘En we kunnen er lekker makkelijk naartoe rijden en dan door de drive,’ vulde Celine aan. Ik zag voor me hoe Lara tussen beide kinderen stond.
    ‘En samen in de auto is altijd lachen’, versterkte Benjamin zuslief. Zo heerlijk als zij samenspannen.
    ‘Onzin, het makkelijkste is vanaf de bank online bestellen. Het eten komt dan naar me toe,’ zei Marcel, legde zijn voeten op de bank en pakte de tablet erbij.
    ‘Maar papa, we hebben beweging nodig,’ probeerde Celine.
    ‘Ja pap, dat is goed voor ons.’
    ‘Die wandeling naar de auto? Dat is 20 meter,’ zei Marcel. ‘Wij lopen er vanmiddag negen, ga maar mee.’
    ‘Papa, is ben helemaal depressief van dat binnen zitten. Als we nu even naar buiten gaan is er licht aan het eind van mijn tunnel.’
    ‘Haha, jij gaat voor patat aan het einde van de Mac Drive,’ lach ik hard bij het binnenlopen.
    ‘Maar papa, heeft geen idee. Hij komt iedere dag nog buiten, hij gaat naar zijn werk. Ik zit hier maar binnen,’ zegt Benjamin. Hij moet uitkijken anders stuurt Marcel hem lopend naar de McWalkthrough.
    ‘Papa, we willen gewoon een uitje. Wij zijn met ons drieën in de meerderheid, langer en zwaarder dan jullie samen,’ probeert Celine nog een laatste poging. Tot ik ingrijp:
    ‘Stelletje slijmballen. Kom Marcel we gaan naar de Mac.’
    ‘Oké prima. Ik wilde sowieso al vanaf de eerste seconde. Ik wilde hen alleen zien zweten.’




zaterdag 13 maart 2021

Mondkapje

Afgelopen week wees men me twee keer op mijn leeftijd of de afwezigheid daarvan, zou ik bijna zeggen. Dat kan echter niet hè? We kunnen ons geslacht willen negeren, bij onze leeftijd is dat echt onmogelijk. Of je moet jezelf graag voor de gek houden, net als ik:
    ‘Ik ben 38!’ Waarop mijn lijf antwoordt met:
    'Kraak, piep, kreun',  en weer een vlieg-opper.

Peoples
Genderneutraliteit past mij niet, ik snap het zelfs niet. Maar oké, ieder zijn ding. Daarom zeg ik trots zonder iemand tegen de borst, of de afwezigheid daarvan, te willen stoten: ik ben trots vrouw te zijn. Niet dat ik soms liever man ben. Die piepels (met een p van peoples) hebben voordelen, zoals iets met bomen en plassen. Daartegenover blijft de ongelijkheid zo enorm stinken.
    Ondanks dat sta ik voor mijn geslacht, waarbij meespeelt dat ik de vrouwelijke rondingen mooier vindt dan mannelijk vierkant. Zo, dat lucht op.

Wandelschoenen

Hoe ik hierbij kom?
    Nou, mijn wandelschoenen waren versleten. Door de sluiting van winkels en de huidige maatregelen, had ik echter niet zo’n zin in shoppen. Ik bestelde net zo lief precies dezelfde online. Als deze lekker zitten, dan de nieuwe variant ook, toch? Zeker toen ik fel rode wandelschoenen ontdekte, was ik verkocht. Die kleuren lekker bij mijn jas. Tot ik ze niet in mijn maat vond en bijna de zoektocht opgaf.

Geduld
    Wel opletten hè? Ik schreef bijna. Vorige week overwoog ik bijna mijn laatste blog te schrijven. Ik deed het echter niet. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Bijna is hierin bepalend, want Marcel zocht mee. Hij vond die rode wandelmuiltjes wel en stuurde mij de link. Ik zette het om in een bestelling en las dat ik vier dagen op de deurmat kon wachten. Een waarschuwing van Marcel volgde:
    ‘Verheug je niet op die bezorgdag. Alles loop achter.’
    ‘Goeie, ik verheug me een dag langer, oké?’
    Tot ik een dag vóór bezorging las dat de schoenen uitverkocht waren.
    ‘Aaarggghhh…!’ Nog één keer doorzocht ik het weerzinwekkende wilde web om te eindigen met een appje naar Lowa met de vraag of de schoenen nog bestaan. Hun antwoord:
    ‘Nee, dat model is uit 2018.’ Dubbel aaarggghhh…!! Mijn zoektocht eindigde direct. Ik zocht opnieuw en vond paarse wandelschoenen. Ook mooi, maar still in the making. Of ik geduld heb? Ik glij meer over straat dan dat ik loop. Nee!

Leeftijd
Ik besloot het anders te doen. Met een open view plande ik een afspraak bij Bever en wandelde een dag later de winkel binnen.
    ‘Mevrouw u bent voor dit tijdblok de laatste klant, alleen de luxe fauteuil is nog vrij,’ zei de verkoper.
    ‘Wat heerlijk om me de queen-of-the-shop te voelen. Kom je de schoenen dan ook brengen?’, vroeg ik met een glimlach vanachter mijn mondkapje.
    ‘Ja,’ zei hij, ‘maar eerst een voetscan.’ Werd daar mijn voet van alle kanten bekeken zeg. Zo kon meneer direct bepalen welk schoenen sowieso afvielen. Natuurlijk werd mijn on-maat ontdekt. Ik draag wel meer on-maten, maar die zijn alleen belangrijk bij Hunkemöller. ‘Wilt u de uitkomst van de scan via mail ontvangen?’
    ‘Graag.’
    ‘Dan voer ik wat gegevens in.’ Na het noemen van naam en dergelijk, vroeg hij: ‘U bent vrouw. Oh wacht, ik zie meer mogelijkheden. Dat is nieuw, u kunt ook neutraal zijn of het niet willen zeggen.’
    ‘Kan ik ook kiezen: weet ik niet?’, lachte ik. ‘Meneer kijk nou zelf. Ik draag een rok! Hoeveel trots op vrouw-zijn laat ik daarmee zien?’ Hij wist mijn antwoord.
    ‘Ik durf het bijna niet te vragen, maar bent u tussen de 45 en 55 jaar?’
    ‘Ho, wacht! Echt? Je bent de eerste die me op mijn waarde, leeftijdswaarde, schat.’ Hang de slingers op, blaas ballonnen op en geef die man een sticker. Oh nee, niet! Hoezo is hij hier zo confronterend goed in? It striked me.

Mondkapje

Natuurlijk is alles de schuld van het gezicht-ontsierende mondkapje. Die man zag alleen mijn ogen met wallen en rippels omlijst. Hoor mijn derde:
    ‘Aaaarggghhh…!!!”, en kijk die uitroeptekens. Zonder dat gezicht-bedervende mondkapje schatte hij me vast begin 40. Net als iedereen. Een after-interview gesprek met een kledingverkoopster bewees dat. Wij spraken elkaar zonder mondkapje.
    Ik beloofde binnenkort shirts te komen neuzen.
    ‘Wat zoek je?’
    ‘Niet al te synthetisch kleding, want dat matcht niet met vlieg-oppers.’ Ze schrok.
    ‘Hoe oud ben jij dan!’ Gelukkig stapte ze niet over op ge-u.
    ‘48.’
    ‘Dat gaf ik je niet.’ Daarmee bevestigend wat ik al dacht, dat de mondkapjes ons ontsieren.

Sprankelend
Marcel beaamde dit:
    ‘Zonder jouw full-face experience, missen we je guitige, gezellige smile, wat bepalend is in hoe jij overkomt.’ Ik sprankelde weer. Door hem durf ik geloven dat ik, zelfs als ik eenmaal vijftig ben, nog steeds niet op waarde word geschat. Zo klinkt geen vierde aaarggghhh…!!!! Maar een hele harde: YES!!!!!


zaterdag 6 maart 2021

Seks in mei

    ‘In mei wordt niet gesekst,’ zei Marcel bij het binnenkomen terwijl Celine en ik relaxed fröbelden aan de eettafel. Zijn entree haalde ons ruw uit onze inspiratie. We keken hem verbluft aan.
    ‘Gaan jullie het echt hier over hebben?’, vroeg Celine.
    ‘Blijkbaar,’ antwoorde ik en keek Celine aan met verbazing. ‘Eigenlijk kan ik er wel mee leven hoor, wat papa zegt.’ Celine kreeg een blik in haar ogen van: ik doe of ik hier niet ben en staar recht voor me uit naar de kast. Waarschijnlijk telde ze de lades van de kast. Iets met ik focus me op iets anders en vroeg hardop:
    ‘Zal ik maar gaan?’
    ‘Nee, blijf! Wie weet wat je hiervan leert,’ antwoorde ik Celine. ‘Al is het maar dat we willen weten waarom mijn man met zo’n uitspraak binnen dendert. Ben jij niet benieuwd?’
    ‘Eigenlijk wel.’

Kalender

Marcel plofte met een grote glimlach op de bank, waarna ik vroeg:
    ‘Waarom seksen wij niet in mei?’
    ‘Dat zei ik niet.’ Terugkijkend moest ik dat toegeven.
    ‘Waar komt die onverwacht rare uitspraak dan vandaan?’
    ‘Die komt uit het toilet.’
    ‘Wat is dat nou voor raar antwoord. Heb je het opgediept uit de toiletpot? Verklaar je nader.’
    ‘Nou kijk,’ zei mijn man. ‘Ik keek op de kalender…’
    ‘Oh help! We leven al een week in de maand maart en mijn kalender staat nog op februari. Ik moet verjaardagen vergeten zijn.’ Ik schoof onverwacht snel mijn stoel naar achter, sprong op van die stoel, holde naar het toilet en zag wat ik al dacht. Ik draaide snel februari weg en zag tot mijn geluk dat ik precies op tijd was om snel een kaart te regelen voor een jarige op dinsdag. ‘Ik ben zo blij met jouw opmerkzaamheid, Marcel. Thanks.’

Nageslacht
    ‘Nou, mam, je hebt je laten afleiden van de vraag: wat dat nou is met seks en mei?’
    ‘Nou kijk, in februari kennen wij blijkbaar geen jarigen. Reken je negen maanden terug, dan kom je uit op mei,' verklaarde Marcel.
    ‘Ach zo. Het maakt voor ons dan sowieso niets uit, al seksen we een heel jaar niet. Mijn vlieg oppers laten al maanden weten dat wij niet meer gaan zorgen voor namen op de verjaardagskalender.’ Marcel en ik kijken prompt naar Celine.
    ‘Wat?’, vroeg ze ongemakkelijk.
    ‘Gelukkig heb jij nageslacht beloofd.’ Celine legde ongekend snel haar handen over haar oren en zong er hard een lied bij. Tot ze zag dat onze monden niet meer bewogen. Ze liet haar handen zakken.
    ‘Ik verheug me op de dag dat jij de statistieken op de kalende omhoog krikt. Niet vergeten: plan mei in als seks-maand.’
    ‘Mama!’

Lentekriebels
    ‘Anders moeten we Postbus 51 even bellen,’ redde Marcel onze dochter. Zijn idee was dat via een commercial van algemeen belang, alsof mijn kalender van algemeen belang is, het seksen in mei bevorderd.
    Ik bedacht vooral dat wij (mensen) duidelijk los zijn van de natuurlijke cyclus. Mei is juist de maand die bekend staat om vogels en hun eieren. Alle nesten liggen vol, waarom niet de nesten van mensen? Wat is er mis met het leven dichtbij of met de natuur? Die vogels zijn zo gek nog niet. Zij hebben heerlijke lentekriebels en geboortegolven op het juiste moment.
    Ik vroeg me ineens af wanneer de week van de lentekriebels is en raadpleegde betweter Google even.
    ‘Oh, van 15 t/m 19 maart is die week. Dat moet uitgesteld worden.’

Verplaatsing
Wie spreken we daarop aan? Wie heeft de macht om zo’n week van de lentekriebels te verplaatsen? Complotdenkers zijn vast goed in het bedenken van een nepverhaal waar mensen in trappen en hup: verplaatst. Of willen we vertrouwen op de regering en hun macht om zo’n belangrijke week zomaar uit te stellen. We kunnen overwegen om een extra stofje in het coronavaccin te doen, waardoor iedereen in mei… Laat maar, slecht idee.
    Het makkelijkst is die week te veranderen in het kwartaal van de lentekriebels.

Kamperen
Tot ik ineens bedacht:
    ‘Marcel, mei is de maand van vrije weekenden en de meivakantie.’
    ‘Ja? Wat hebben die hier mee te maken?’
    ‘Alles! Luister! Ieder jaar gaan duizenden mensen met Hemelvaart en Pinksteren op pad, zeg maar 
massaal naar de camping. En wat doet niemand op de camping?’
    ‘Nou, vertel?’
    ‘Niemand op de camping sekst. Natuurlijk verschijnen er negen maanden later geen baby’s. Het idee; seks op de camping.'
    ‘Ik weet de oplossing.’
    ‘Wat dan?’
    ‘Alle tentkampeerders die nog in de leeftijd zitten van kroost, moeten vakantie vieren in hotels of appartementen. Geen tentdoek die hen weerhoudt om te seksen.’
    ‘Oh, was ik nog maar van die leeftijd.’
    ‘Hoezo?’
    ‘Hallo, wat denk jij?’
    ‘Dat je wilde seksen in mei.’
    ‘Ik? Hè bah. Nee zeg, het idee. Hoe komt je daar nou weer bij? Ik wil mijn meivakantie doorbrengen in overheerlijke luxe.’



zaterdag 27 februari 2021

Bermudadriehoek

Afgelopen week gingen mijn ogen zo ver open, de Bermudadriehoek was er niets bij. Kun je nagaan, ik weet sinds deze week waar het ligt en ben jaloers omdat die Driehoek er warmer bij ligt dan ik. Ik wil daar liggen, aan het strand, maar niet in bermuda. Ik verkies bikini!

Compliment
Waar dit begon? Aan onze eettafel, de plek waar alle interessante vertelsels, humoraanvallen, tranen, frustraties, boosheid, grappen, grollen, hard gelach en zoveel meer worden gedeeld. Zeg maar gerust dat het de enige plek in huis is waar we elkaar nog iedere avond vinden. Gezellig samen met een vork in de ene en een mes in de andere hand, ondertussen kauwend op een overheerlijk maaltje.
    Dat laatste zeg ik met een gerust hart, want vandaag zeiden drie mensen dat ik een goede kok ben. Wel is het altijd te heet - niet van de peper, maar qua temperatuur. Wie heeft het kookpunt dan ook zo hot gemaakt?
Whatever, mijn dag kon niet meer stuk: ik ben een chef kok!

ADHD-ig
Heb je het al door? Dit wordt zo’n blog met een hak op de tak. Probeer me eens bij te houden, terwijl ADHD zegeviert. Ik laat het maar even gaan en laat jou meeleven ofwel meeBEleven hoe mijn hoofd veelal werkt. Een beetje begrip kan nooit kwaad.
    Stel je voor: de tosti is op en de thee lekker weg geslurpt. De middag ligt voor ons. Ik sta op van tafel om mijn vieze bord in de vaatwasser te zetten. Daar zie ik dat de theedoos bijgevuld moet worden en leg het bord op het aanrecht om in de voorraadkast thee te pakken. In de kast zie ik het toiletpapier liggen en bedenk ineens: oh ja, iemand heeft de rollen in de badkamer niet bijgevuld, laat ik het meteen doen. Eenmaal boven staat een lege fles Niveau doucheschuim op de trap als bewijs dat er een nieuwe fles in de douche nodig is. Ik leg er de toiletrollen naast, loop de slaapkamer in om een nieuwe douchefris te pakken en struikel bijna over een berg was. Ik besluit die berg meteen naar zolder te verplaatsen en prop ‘m in de wasmachine. Die zet ik aan en bedenk: wat wilde ik nou doen?
    Komt Marcel thuis en vraagt naar mijn dag.
    ‘Ik heb de wasmachine aangezet.’

Focus
Got the point? Een ADHD-mind brengt je tot meer rommel en dan ben ik nog niet eens zo’n heel erge ADHD-er. Ik overleef mezelf dag na dag, wat een kwestie is van doorgaan. Met schrijven van blogs en artikelen; het huishouden en boodschappen doen. En altijd het heen en weer, zo bereik ik met gemak de gezonde 10.000 stappen per dag… en daar voorbij.
    Vraag ik me ineens af, wat wilde ik ook alweer schrijven?
    Oh ja, ik weet het weer. Focus Irene, focus!

Wasgedrag
Vandeweek vroeg Benjamin:
    ‘Mama, was jij onze handdoeken vaak genoeg?’ Meneer ik-bemoei-me-nooit-met-iets-huishoudelijks werd ineens kritisch. Hij vind dat ik ze te weinig was, een ander boeit het niet en de laatste vindt alles best. We praatten er over door, zonder te beseffen dat we afgeluisterd werden. Sterker nog, ik had het een dag later pas door, toen ik via Google een artikel over het wassen van handdoeken onder mijn neus kreeg. Dit weet ik: ik doe het niet slecht.
    Wel bedacht ik: iemand luisterde mee, want dit artikel is te toevallig. Gisteren het gesprek, ofwel de vraag en nu het antwoord.

Kletspraat
Ik kreeg zin om een test à la Typisch Irene te doen. Die hoeven niet diep te gaan, maar juist lekker simpel en helder.
    ‘Piepels, Google luistert mee,’ zei ik aan tafel: ‘dus geef hem een bord en stoel. Laten we praten over een onactueel onderwerp.’
    ‘Mam, wat denk je van de Bermudadriehoek?’, vroeg Benjamin wiens levensvragen inhoudelijk gaan over StarWars, het wormgat, flat-earth-believers en de Bermudadriehoek.
    ‘Goed onderwerp.’ Vervolgens spraken we, heel dichtbij de smartphones, uitgebreid over de driehoek waar van alles verdwijnt. Daarbij zocht ik op waar het ligt en was verbaasd. Ik verwachtte ‘m ergens in de Zuidelijke Atlantische Oceaan ter hoogte maar vooral heel erg rechts van Comodoro Rivadavia (klinkt heerlijk toch?). Afijn, na ons nutteloze gekakel, moeten Google’s oren hebben getuut.

Politiek
Een paar uur later, terwijl ik worstelde met woorden en zinnen voor een mooi Zaterdagportret, keek Marcel naar Op1. Het gesprek ging over onze premier Rutte. Ed Nijpels zat aan tafel en zei prompt (vergeef me dat ik de context laat voor wat het is):
    ‘… het is een soort politieke Bermudadriehoek. Iedereen wil naar die Bermudadriehoek gaan…’
    Een keer raden wie er direct bij was, met gespitste oren. Mijn vermoeden was nog erger dan gedacht! Niet alleen Google luistert af, NPO 1 luistert mee.
    We hebben daarom maar besloten niet meer te praten in huize Typisch Irene. Wie weet wie er nog meer meeluisteren?
    Eindelijk rust!


zaterdag 20 februari 2021

Puntenslijper

Vanochtend stond ik op met het nummer ‘Lean on me’ van Imaginary Future uit de wekker. Zoals gebruikelijk ging ik na het opstaan naar beneden en wist dat momma in pyjama en een beetje onderuitgezakt aan tafel zou zitten.
    Momma neemt altijd rustig de tijd om wakker te worden. Ze is geen ochtendmens en kreeg mij als dochter. Ik ben gelijk wakker, vast iets te wakker naar haar zin. Ik kwebbel er al snel lustig op los. Niet eens altijd luchtig hoor. We gaan soms behoorlijk diep.
    Ik weet dat ze van me houdt en het accepteert en al is ze geen ochtendmens toch dollen we ook vaak. Iets met chemistry tussen ons, dat we vaak delen in ons verhaal op instagram of facebook. Wij denken maar zo: een beetje gekte maakt iedereen blij.

Verzoeknummer
    ‘Momma, ik werd vanochtend wakker met ‘Lean on me’.
    ‘Oh, dat is van Bill Withers, een heel mooi nummer over vriendschap.’
    ‘Nee mam het is van Imaginary Future.’
    ‘Hebben we het wel over hetzelfde nummer?’
    ‘Ja, want ik zong ‘m laatste met papa en jij zei dat het een golden oldie was en noemde die als verzoeknummer voor Gluren bij de Buren.’
    ‘Precies! Zelfde lied, andere performer, jij bent de beste!’
    ‘Ik besef ineens dat het jouw lied is.’
    ‘Mijn lied?’
    ‘Ja, jouw lied voor mij, luister maar.’ Ik zette het nummer aan: ,Het is zo hoe jij bent, en sterker nog momma: al voel jij je nog zo prut, je bent er altijd voor mij.’ Momma sloot ineens haar ogen en boog haar hoofd. ,Je huilt toch niet?’
    ‘Nee,’ zei ze en keek op. Ik zag geen tranen, maar de potentie was er wel, haar oogjes waren wat vochtig.

Bitchy
Tot deze zin klonk: If I have things you need to borrow (als ik dingen heb die jij wilt lenen).
    ‘Goed, mam het lied klopt niet helemaal. Ik wil mijn eigen puntenslijper hebben, dan hoef ik die van jou niet meer te lenen.’
    ‘Zeg je nu ineens dat ik de bitch ben die niets uit wil lenen?’, zei ze onverwacht met een schelle ondertoon. Oei, haar muts stond zo scheef. Ze kon maar zo ontploffen, want sinds zij die vlieg-oppers heeft, is ze zo wispelturig als wat. Die pubertijd 2.0 hakt er in hoor. Ik heb met haar te doen.
    ‘Mama, nee! Jij bent geen bitch!’
    ‘Ja, maar jij wil mijn puntenslijper niet meer! Dat zei je net. Ben ik zo’n egoïst?’
    ‘Oh nee, mama, als het er op aan komt mogen wij altijd in het heilig der heilige om te lenen wat we maar willen.’

Lijnbewaking
Kennen jullie het heilige der heilige? Nee, niet die uit de Bijbel, maar die in ons huis? Het ligt in de serre en is de ruimte waar mama’s schilderezel, schilderkast en bureau staan, met daaromheen allerlei belongings van haar. De naam ‘heilige der heilige’ ontstond toen ze gekscherend over de serre zei:
    ‘Nu ik eindelijk een eigen plekje heb, zal ik ‘m bewaken ook. Wil iemand iets van mijn bureau of kast, dan alleen met mijn toestemming. En wees blij, dat hoeft niet in drievoud en twee weken vooraf ingediend te worden, maar wel live.’ Ze stond op en wees een denkbeeldige lijn aan: ,Dit is het heilige der heilige.’
    Al een aantal keer hoorde ik als iemand haar ruimte in wandelde:
    ‘Wat doe je in het heilige der heilige?’ Waarop papa, Benjamin of ik per direct bevroren en beseften dat we holy ground raakten. Ze vergaf het ons altijd.

Puntenslijper

Zij mag dan vinden dat ze hierdoor een egoïstische bitch is, ik zie vooral mijn moeder, momma. Ze is van mij. Ze geeft, leent en deelt altijd alles. Wat betreft het lenen geldt wel: het moet teruggelegd worden op de plek waar het vandaan kwam. Eigenlijk is dat niet teveel gevraagd. Ze raakt niet graag iets kwijt. Behalve haar hoofd af en toe, maar hé, er zijn ergere dingen om te verliezen.
    Zo was daar die puntenslijper, een hele fijne. Ik leende ‘m vorige week met veel plezier, maar wilde er eentje voor mezelf. Want stiekem ben ik net als mama en wil ik mijn eigen stuf. Dus bestelde ik een punteslijper bij de Bruna en haalde die later op.
    Trots liet ik ‘m zien waarop ze zei:
    ‘Maar ik heb toch een fijne?’
    ‘Ja, maar ik heb de mijne.’
    ‘Dus je wilt mijn puntenslijper niet meer?’
    ‘Nee. Dat is toch goed?’
    ‘Nee, want als jij alles zelf hebt, wat kan ik dan nog uitlenen?’
    ‘Dat hoeft dan niet. Heb jij lekker je eigen spullen.’
    ‘Maar ik wil uitlenen! Breng ‘m terug, die puntenslijper!’
    Dit is nou precies wat ik bedoelde... Pubertijd 2.0, wat moet ik hier nou mee?

zaterdag 13 februari 2021

Huurbaas

De zoektocht naar rust zet zich voort en dwong zich onverwacht aan ons op in de vorm van een leegstaand huis. Om precies te zijn een huis of vijf verderop en waarschijnlijk eigendom van de woningbouw.
    ‘Irene, wist jij dat die mensen er uit zijn?’, vroeg mijn manneke terwijl we langs wandelden.
    ‘Nee, ik heb ze zelfs pas nog gezien. Het verbaasd me dat zij zomaar ineens verdwenen zijn.’
    ‘Wat denk je?’
    ‘Wat ik denk? Eigenlijk niks, want ik weet niet waar jij heen wil.’
    ‘Naar dit huis.’
    ‘Wacht, ho, dit gaat even te snel fast forward. Bedoel je dat jij hier wilt wonen? Jij denkt dat ik mijn hele huis inpak om dit hoekje om te gaan? Zoveel werk voor 30 meter verhuizing? Bovendien wat is op deze plek beter dan waar we nu zitten? Er rijden hier auto’s vlak langs en er liggen parkeerplaatsen voor het huis. Wil je dat?’ Eigenlijk is dat laatste best fijn. Nu wonen we aan een fietspad en heb ik voor het stofzuigen van mijn auto zes verlengsnoeren nodig of zuig ik de auto niet uit. Een plek voor de deur biedt perspectief.
    ‘Nee, ik wil er niet wonen. We kunnen het wel kopen, opknappen en verhuren.’

Verhuurder
Meneer wil huurbaas worden? Hier viel mijn deur van uit zijn kozijn. Ik probeerde die deur weer op zijn plek te hangen door Marcel te ondervragen:
    ‘Wil jij echt een huis kopen en verhuren?’
    ‘Ja, als goede investering. Het is beter dan de rente die we krijgen.’
    ‘Dat kan best, maar heb jij trek in de stress als verhuurbaas? Ik niet.’
    ‘Nee, maar wat dacht je van een eigen ruimte voor jou?’
    ‘Ruimte voor mij?’
    ‘Laten we even duidelijk zijn, het is beter dan die politiecel.’
    You’ve got a point, maar een heel huis is wat meer dan één kamer onder een dak.’
    ‘Natuurlijk heb ik een punt. Want wat denk je van ruimte voor Benjamin?’
    ‘Ruimte voor hem? Behalve één kamer, mag hij de rest van het huis.’

Kamerverdeling
Eigenlijk klopt dit verhaal als een huis. Ik zie Benjamin al juichen bij dit idee. Hij heeft als jongste kind, de kleinste kamer in dit huis. Ik schreef al eens eerder een blog over Celine’s overvolle kamer. Die kan in de herhaling, maar dan voor Benjamins stinkhol. Zijn spullen rollen nog net niet zijn kamer uit en steeds vaker moet ik iets naar binnen duwen om zijn kamerdeur dicht te kunnen doen.  
   
Natuurlijk droomt juist hij van een grotere kamer als opname studio voor zijn YouTube video’s. In een ander kamer etaleert hij bouwwerken, die nu in losse blokjes in kratten verstopt zitten en allerlei andere verzamelingen of show modellen vinden hun plek in dat huis. Hij zal dolblij zijn, want alles is groter en beter dan zijn zes-pixel-kamer. En ’s avonds schuift hij gewoon thuis (bij mij) aan voor zijn avondmaaltje.

Inrichting
Natuurlijk trekt Lara dan direct bij hem in. Daarmee is weer een kamer gevuld. Ze mag haar kamer naar eigen blieven inrichten. Wil ze okergeel aan de muur?
    ‘Prima meid, hier is de kwast. Vond jij je droomkast? Bestel maar! Nee, niet met mijn geld, ik ben geen charitatieve instelling! Daar ben ik mee gestopt bij het zien van Benjamins inkomen. Vraag hem maar om een pasje. Hij rooit zijn eigen aardappelen maar, ik wil ze dan wel koken."
    Met ons tweede huis bijna vol bedenk ik terloops of Celine extra ruimte wenst en besef ineens: zij wil de tuin. Hup gras er in, hek er om heen, stal er op en met een hinnik is het geschikt voor haar paard. Nu moet Benjamin wel zijn miljoen verdienen, want hij beloofde haar dan een paard te geven. Oh, wat zal Celine blij worden van dit plan, zeker als we de
gemeentegrond naast het huis er bij kunnen kopen. Dat is vast grond in het bakkie, want dan hoeft de gemeente er niet meer voor te zorgen. Alles bij elkaar is het een best stukje grond voor Celine’s viervoeter. Ik kan niet wachten het haar te vertellen.

Jaloers
De enige die geen ruimte nodig heeft is Marcel. Hij rijdt vijf dagen in de week naar zijn zaak, komt daar op adem van alle kreukels in huize Typisch Irene om eind van de dag weer verkwikt thuis te komen. Ik schotelde hem wel eens voor dat ik super jaloers ben, want hij is het gezinslid voor wie het leven bijna normaal verloopt ondanks de crisis waar we allemaal mee dealen. Het is ook door hem dat wij in ieder geval nog iets van een dagelijks ritme hebben. Best fijn eigenlijk en dan dat huis om de hoek. Beter kan niet. Tot ik Celine vertel van ons geweldige plan. Zegt zij:
    ‘Dus we vluchten allemaal naar dat huis?’
    ‘Ja!’
    ‘Mam, dat heet een verplaatsing van het probleem.’

zaterdag 6 februari 2021

Opgepakt

    ‘Mevrouw wat doet u nog op straat? U weet van de avondklok?’, zegt de agent tegenover me. Ik denk: yes!
    ‘Ik kom van een interview voor Houtens Nieuws.’
    ‘Heeft u een verklaring?’
    ‘Nee!’
    ‘U riskeert daarmee een boete.’
    ‘Dat weet ik, kom maar, neem me maar mee.’
    ‘Hoezo meenemen? U komt er deze keer vanaf met een waarschuwing.’
    ‘Wat? Een waarschuwing!’
    ‘Ja, mevrouw, daar bent u vast blij mee.’
    ‘Nou nee, ik wil dat u me meeneemt.’
    ‘Dat is helemaal niet nodig. Hoe komt u daar nou bij?’
    ‘Kom nou maar gewoon, we kunnen hier lang of kort over praten, maar ik wil mee.’
    ‘Ik neem u niet mee!’

Uitschelden
    ‘Wat? Nou niet moeilijk doen zeg of moet ik u beledigen om meegenomen te worden?’
    ‘Het lijkt me niet nodig dat u mij beledigt.’
    ‘Blijkbaar wel. We staan hier nog steeds te praten, omdat u mij niet meeneemt. Weet u dat anderen mij allang achterin hadden gegooid als het kon? Maar nee, ik moet u eerst beledigen.’
    ‘Doe geen moeite mevrouw.’
    ‘Ik doe dat ook liever niet, sterker nog, het is een enorme moeite voor me. Ik heb nog nooit iemand zo erg uitgescholden dat enige agent me mee hoefde nemen. Mijn middel vinger opsteken lukt me al net zo min. Dus u uitschelden is ondoenlijk, domweg omdat ik niet weet wat te zeggen. Hoe doen anderen dat, wat zeggen zij?’ De agent keek me aan alsof ik hem zojuist met handboeien om de trekhaak vast zette. ‘Sorry, kunt u mij iets geven om u mee uit te schelden?’
    ‘Geen denken aan.’
    ‘Maar hoe kom ik dan in de cel?’
    ‘Welke cel?’
    ‘Die van de gevangenis, meneer agent. Begreep u dat nog niet?’
    ‘Nee, mevrouw ik begrijp u niet. Heeft u gedronken?’
    ‘Er zijn er zoveel die mij niet begrijpen. Steeds vaker begrijp ik mezelf ook niet. Ik geef de overgang en vliegoppers de schuld, maar eigenlijk is alles de schuld van corona. Hoewel de avondklok mijn redding ineens is, want kijk, hier ben ik. Neem me nou mee! Please!’

Uitstapje
Werkelijk, ik had niet gedacht dat het zo’n moeite zou zijn om meegenomen te worden. Het koste me al zo’n moeite om te laat naar huis te gaan. Na een interview deed ik alsof ik het belangrijk vond om op tijd thuis te zijn. Ik wilde die lieve man niet de dupe maken van mijn snode plan. Ik vloog dus zijn huis uit, maar fietste op mijn gemak tussen alle haastige mensen en heel bewust door het centrum. Ik verwachtte daar controles van de politie in verband met de avondklok. En tada! Ik val zo ongeveer met mijn gezicht in blauw. Ik wist alleen niet dat maan en aarde bewegen, zo moeilijk kon zijn. Ik wil zo graag opgepakt worden. Heb ik alles goed doordacht denkt meneer dat ik dronken ben.
    ‘Agent, ik lust geen alcohol. Ik heb levenslang, ik bedoel ik ben levenslange geheelonthouder. Bevalt perfect.’
    ‘Ik wil toch even een alcoholtest doen.’
    ‘Prima dan weet u in ieder geval zeker dat ik bij volle tegenwoordigebewustheid tegenover u sta. Ik zeg u dit: ik wordt niet ontoerekeningsvatbaar verklaard.’ Niet doorvertellen dat ik daar iedere dag zelf aan twijfel, maar oké. ‘Meneer agent, neem me nou maar gewoon mee en zet me in die cel.’
    ‘Onder welke reden dan?’
    ‘Bedenk die lekker zelf en noteer het in een leesbaar handschrift op het verbaal. Schrijf vooral een heel erg scheldwoord op, dan zet ik er met plezier een handtekening onder.’ De agent staat er hoofdschuddend bij. ‘Terwijl u schrijft, stap ik vast in de auto, kom huphup! Oh, agent?’
    ‘Ja, wat nu weer?’
    ‘Stel nou dat u me eindelijk eens meeneemt en opsluit, dan wil ik geen bezoek.’
    ‘U mag één keer per dag bezoek.’
    ‘Nee, nee, nee, ik wil geen bezoek. Onder geen beding dat iemand welkom is. Je stuurt ze maar terug.’
    ‘Mevrouw u meent het echt hé?’
    ‘Ja, wat dacht u dan? Dat ik aan het dollen ben?’
    ‘Eigenlijk wel!’
    ‘Nou ja, zeg! Waarom zou ik hierover dollen? This is serious business, wat wij hier doen. Nou kom, voet op het gaspedaal, zwaailichten aan, want ik zit eindelijk in deze auto, dan moet het goed hè? Ik hou wel van extra drama. Schiet nou maar op, in al die tijd die wij hebben verkletst, had je heel wat mensen kunnen beboeten of waarschuwen, maar nee, u ging discuzeuren, met mij nog wel. Breng me weg en pak daarna maar eens de echte slechteriken.’
    ‘Nou mevrouw…’
    ‘Er is toch wel wifi in de cel? Kijk ik heb mijn laptop en oplaadsnoeren mee. Daarmee vermaak ik me
wel.’
    ‘Waarom wilt u eigenlijk zo graag de cel in?’
    ‘Snapt u dat dan echt niet? Dan ben ik eindelijk alleen, heb ik rust. Wat moet ik doen voor drie dagen cel?’

zaterdag 30 januari 2021

Instaverhaal

Ineens het besef dat mensen meer van me zien dan ik me realiseer. Zoiets van: ik weet het wel, maar sta er niet bij stil. Op één en dezelfde dag, sterker nog, binnen een uur op de 21ste, zeiden twee onbekenden tegen mij:
    ‘Maar ik ken jou al!’

Zaterdagportret
Alles begon met dit gesprek:
    ‘Celine, weet jij een vrouw voor het zaterdagportret?’
    ‘Wat is dat?’
    ‘Dat is een tweewekelijks item in de krant, waar ik een bekende inwoner van Houten mag portretteren. Dat gaat deels over hem of haar persoonlijk en deels over de reden waarom we iemand kennen. Denk aan een ondernemer, sporter, schrijver of wat ook.’
    ‘Oh leuk, mama, wat denk je van Natasja’
    ‘Wie is Natasja?’
    ‘Mijn rijinstructeur, weet je nog?’ Ik stuurde mijn redacteur een appje met dit voorstel en kreeg bijna direct als antwoord dat zij het een goed plan vond.

Verslapen
Zo zat ik een paar dagen later bij de vrouw die Celine aan haar rijbewijs hielp. Celine was heel blij met haar, voelde zich veilig en begrepen en vond een luisterend oor wanneer het niet lukte. Ik sprak Natasja zelfs een keer aan de telefoon. Ze belde met de vraag waar Celine bleef. Celine had in de auto moeten stappen. Wat nogal moeilijk ging, want ze lag nog in bed.
    Voor de rest had Celine veel lessen nodig om in één keer te slagen. Just like her mom!

Geslaagd

Ik herinner me als de dag van gisteren hoe blij ik was met mijn rijbewijs. Het straalde van de pasfoto af, die ik vlak na het rijexamen liet maken. Het was twee dagen na mijn verjaardag, wat ik ontdekt bij nader onderzoek van mijn roze kaartje: 3 april 1996. Wat ik weet als was het vanochtend: ik wreef Marcel hard onder zijn neus dat ik in één keer slaagde. Weliswaar na veel lessen, een stuk of 60, maar wel in één keer. Mijn manneke niet. Hij had vette pech, met een slechte rijschool en spanningen. Celine herhaalde mijn voorbeeld: veel lessen en één examen. Bam! Zo moeder zo dochter, dat horen we vaker.

Interview
Zo’n half jaar nadat Celine haar roze kaartje in ontvangst nam, bevroeg ik haar instructeur. Dat was leuk! Hoe langer het gesprek duurde, hoe losser het werd. I love it! Tot het moment dat ik door mijn aantekeningen bladerde en ontdekte:
    ‘Ik heb meer dan genoeg schrijfstof, zelfs teveel. We stoppen!’ Zo gaat het altijd. Maar ja, mensen hebben zoveel te vertellen en ik hoor het graag. De gesprekken zijn altijd te kort, maar te lang voor een artikel. Het schrappen volgt… zo pijnlijk!

Instaverhaal
Na een paar afsluitende woorden, liep ik richting de voordeur en eindigde met:
    ‘Tot ooit ziens en als je nieuws hebt, hoor ik het wel.’
    ‘Ik zie jou vast snel,’ lachte Natasja.
    ‘Hoe bedoel je?’, reageerde ik verbaasd.
    ‘Ik wilde het niet bij binnenkomst zeggen, maar ik ken je langer dan vandaag.’
    ‘Huh?’ Ik moet gekeken hebben alsof buiten een giraf een olifant zoende, want ze lachte en zei: ‘Iets met Instagram en Celine?’
    ‘Oeps, Celine’s instaverhaal.’

De real me
Ineens zag ik voor me wat zij zag: Irene in pyjama, dus Irene met coup-out-of-bed en make-uploos, Irene in de keuken, Irene’s dikke r**t, Irene dansend in de kamer, Irene aan tafel, heel vaak aan tafel, want daar gebeurt het bijna allemaal. Laat Albert Heijn ons maar een sponsoren, we delen constant een pak hagelslag in die filmpjes. Let maar eens op.
    Ineens bedacht ik: hoe kon Natasja mij serieus nemen met dat in haar achterhoofd? Hoe kan iemand mij sowieso serieus nemen?

Herkend
Kwam ik na het interview thuis, zat Marloes, een vriendin van Celine, aan tafel.
    ‘Hallo, ik ben Irene, de moeder van Celine,’ zei ik, want ik kende haar niet, dus zij mij niet.
    ‘Ja, dat weet ik.’
    ‘Oh help, Instagram hè?’ Haar glimlach was voldoende antwoord. ‘En Celine bewaart al die filmpjes ook nog.’
    Ik bedacht zomaar ineens dat kind-aan-huis-2.0 ooit eens zei:
    ‘Als ik me rot voel, kijk ik de filmpjes van Celine en jou en voel me gelijk weer beter.’

Therapeutisch?

Dat is toch topf? Als dat het effect is van onze gektes, dan moet het maar. En hé, Natasja liet me ondanks alles binnen en zag mijn serieuze kant. Zij zag de journalist, die ik niet ben, maar hoe ik mezelf wel mag noemen, want ik deel informatie met de media. Toch voel ik me niet gelijkwaardig aan journalisten met wie ik tegelijkertijd op locatie ben of waar ik artikelen van lees. Wel noem ik mezelf schrijver. Schrijver van andermans verhalen. Dat is leuk!!! Een verhaal lees je met een klik op de linker foto.
    Waar die verhalen doordacht hun weg vinden, zijn Celine’s filmpjes mijn heerlijke tegenhanger. Tegenover alle doordachtheid en serieus, is daar onze spontane gekte. It’s us, deal with us!









zaterdag 16 januari 2021

Kledingkast

De invloed van kleding of de afwezigheid ervan was ineens heel actueel tijdens onze laatste wandelingen. Het ging van een muts, naar mijn naki tot verboden kleding. Beginnend met Pipo Ireentje.

Clown
Zo liep ik vandaag in de Maasheggen, bij Oeffelt. Dat haar vanonder de muts ziet er niet uit! Bij een sollicitatie voor clown word ik zekerweten moeiteloos aangenomen.
    ‘Dat jij nog naast me durft te lopen,’ zei ik na de ontmoeting met mijn spiegelbeeld tegen Marcel.
    ‘Natuurlijk durf ik dat.’
    ‘Ik zie er niet uit.’
    ‘Ach, dat ben ik toch gewend. Ik zit er niet meer mee.’
    ‘Die is binnen!’
    ‘Wat?’
    ‘Dat compliment!’

Stop!
Het kan echter gekker, daarbij laat ik mijn gedachtenspinsels de vrije loop. Ik waarschuw je! Je kunt nog stoppen met lezen… 

Naki
Je bent er nog, topf!
    Dezelfde wandeling voerde gedeeltelijk langs de Maas en ik zag de overkant.
    ‘Gaan we naar de overkant tijdens deze route?’
    ‘Nee, hoezo?’
    ‘Hoe zeggen ze dat? Het gras is groener aan de overkant. Kijk dan!’
    ‘Je kunt er zwemmend heen.’
    ‘Ik heb mijn bikini niet mee.’
    ‘Jammer dan.’
    ‘Maar ik heb wel mijn naki mee.’
    ‘Het is wel heel koud hè?’
    ‘Jij bedoelt dat mijn naki kouder is dan mijn bikini?’ Ik lachte hard. ‘Jij ziet me hier al staan hè, in mijn nakie bij de rivier.’
    ‘Ja.’
    ‘Maar dan ziet iedereen mij.’
    ‘Dat valt tegen zeg, de wandelaars zijn op nul handen te tellen.’ We zijn inderdaad alleen.
    ‘Zeg meneer, wat denk je dat er gebeurt als mijn naki hier aan de kant staat? Dan belt die boer,’ ik wijs naar een boerderij, ‘naar die en die belt weer de volgende en voor je het weet staat heel Oeffelt naar mijn naki te staren.’ Meneer knikte alleen maar. ‘Je kunt me wat, mijn naki blijft bedekt. Trouwens, weet je?’
    ‘Nou?’
    ’Eigenlijk lopen we allemaal dag in dag uit in ons naki.’
    ‘Hoezo, we bedekken ‘m met anderhalve centimeter stof.’
    ‘Ja, maar ons naki is er toch altijd bij. Dat is toch grappig om te bedenken?’ Verder klinkt het als complete nonsens en blijft een foto van mijn naki achterwege.

Modderschoenen

Even wat anders. Mijn naakte voeten bedek ik graag met sokken en wandelschoenen. Zo deed ik dat ook vorige week voor een tocht bij Montfoort. Niet alleen de acht kilometer maakte deze tocht wandelschoenplichtig, het voerde ook nog eens (gedeeltelijk) over een enorm modderpad. Wat volgde waren een fietspad, landweg en de bebouwde kom van Montfoort. Gelukkig scheen de zon uitbundig, anders vonden we het best een saaie tocht.
    Op een bepaald moment stapte ik naast het fietspad, want een hardloper rende in onze richting en een fietser naderde van achter. Ik bedacht: drie sporten ontmoeten elkaar op één punt; als ik niet naast het pad ga lopen, bumpen we gedrieën op elkaar. We kunnen allemaal raden wie even later in de sloot dobbert. Hoor ik ineens de hardloper in het voorbijgaan zeggen:
    ‘Nu worden je schoenen vies.’
    ‘Daar zijn het wandelschoenen voor.’ Hij reageerde met een bevestigende knik, grote glimlach en opgestoken duim. Ik bedoel maar, wandelschoenen zijn niet voor onder een trouwjurk, hoewel je dat bij mij zomaar kunt verwachten. Als ik nog eens trouw dan… Laat maar. Dan zou ik ze trouwens wel eerst schoonmaken. Dat doe ik tegenwoordig niet meer, want iedere wandeling lijkt gepaard te gaan met modder. Ik gleed al eens onderuit. Wacht even, eigenlijk wil ik zeggen: laat Marcel de volgende zijn, maar als ik nou eens in mijn naki wandel, dan kan het maar zo doorgaan voor modderbad.
    Vergat ik toch even die buurtwhatsapp.

Bouwmaat
In die app zou de eerste foto van deze blog natuurlijk allang gedeeld zijn. Zag je al BOUWMAAT op de muts staan? Nou niet meteen denken aan die groothandel waar manlief materiaal vandaan sleept. Ik ben de bouwmaat in eigen naki, uhm, eigen persoon.
    Ineens begrijp ik waarom ik vorige week, al wandelend door Wijk bij Duurstede, werd aangegaapt. Dat was niet omdat ik voor gekkie liep. Men was jaloers. Ze beseften dat ik de sterke vrouw, de bouwmaat, achter de klusser ben. Weg met klusbabe. Bouwmaat klinkt sterker. Wij zijn als klusteam mega sterkt, omdat ik blind doe wat hij vraagt. Ons huwelijk strandt niet door samen klussen.

Broekrok of zoiets
Iets anders kan me wel mijn huwelijk kosten, ontdekte ik door het kledingmagazine van Peter Hahn. Geen idee waarom ik het krijg en meestal voer ik er de papierbak mee, deze keer bladerde ik er doorheen met Marcel. We bleven hangen op deze pagina:
    ‘Irene, als jij dat ooit aantrekt, ga ik van je scheiden!’
    ‘Ik was niet van plan die te kopen.’
    ‘Mooi zo.‘
    ‘Maar nu bestel ik ‘m toch maar.’
    ‘Hoezo?’ Hij keek verschrikt.
    ‘Stel dat ik van je af wil, geef ik jou reden om te gaan.’
    



zaterdag 9 januari 2021

Smart Cut

Ik kocht mezelf een puzzel! Dat is een directe vertaling van: I bought myself a puzzle, wat zalig klink. De puzzel is niet zozeer mooi; de smeltende klok intrigeert me. Het is alsof de tijd versmelt tot nietsige tijdloosheid door het loskomen van wijzers en cijfers. Weg met de tijd! Ik kan er vast een verhaal bij bedenken. Oh grappig, bij deze er al aan begonnen. 

Verslaafd
De relatie tussen puzzelen en mij begon tijdens de eerste lockdown. Met iets meer vrije tijd en behoefte aan alleenigheid, ontdekte ik pure ontspanning en vergeterigheid in het staren naar kleurtjes, vormpjes en het aan elkaar passen van alles. Het werd een verslaving. Zodra ik er aan begon was ik niet te stoppen. Vergat alles; daarom aten we soms wat laat; ik vergat tijdelijk mijn bed en de bom kon vallen. Ik zou niet eens merken dood te zijn.
    Gek als ik ben deed ik mezelf een paar puzzels cadeau. Nog beter was dat ik ze kreeg op mijn verjaardag en met kerst. Ik heb een voorraad! Afkicken hoeft niet!

Onsorteerbaar
Nu is het de Soft watch met-een-lange-naam van Salvador Dalí, die ik wil vervolmaken. Ik ontdekte een paar weken na aankoop de tekst: Smart Cut technology. Beter kijkend naar dat tekstje, zag ik twee hele rare vormpjes in elkaar. Ik opende vliegensvlug nieuwsgierig de doos om tot mijn verrassing heel vreemd gevormde stukjes aan te treffen.
    ‘Dit wordt een uitdaging!’, zei ik tegen Marcel, die languit op de bank lag.
    ‘Hoezo?’
    ‘Deze puzzel bestaat uit hele rare stukjes. Kijk!’ Ik gooide de nog gesloten zak op zijn benen.
    ‘Hé, ja, wat grappig,’ zei hij na inspectie.
    ‘Sorteren op stukjes wordt ‘m niet. Alleen op kleur, maar daar houdt het op.’
    ‘Gelukkig hou jij van uitdagingen en puzzels, succes.’ 

Rand 
Na opening van de zak begon ik vorige week vrijdagavond met opsnorren van alle randstukjes. Tot mijn schrik ontdekte ik, na een heleboel kantjes in vreemde vormen, maar met ten minste één rechte kant, dat sommige rechte stukken niet bij de rand hoorden en andere stukjes nog misten. Pas na twee avonden was de rand klaar op één onvindbaar stukje na. Ik besloot pas naar bed te gaan nadat die gevonden was. Het kon niet lang duren, zo dacht ik.
    Ik lag om half twee in bed, het stukje niet gevonden.

Onvindbaar

Gedurende een paar momenten in de week werkte ik door en liet daarbij het onvindbare stukje achterwege tot gisteravond. Celine keek mee en zei:
    ‘Mam, misschien zijn het wel twee stukjes.’
    ‘Op dat kleine stukje? Nee toch?’ Een poosje later vond ik stom toevallig een stukje dat qua aftekening moest passen, maar niet aan twee kanten. Dat kon toch niet kloppen? Ik paste het en warempel, het klopte met één kant. Nu moest ik nog langer zoeken naar weer één klein raar stukje.
    ‘Ik ga door tot ik die vind.’
    ‘Welterusten,’ zei Marcel. Ik volgde een uur later, het was half twaalf - stukje gevonden. Puzzelen is slecht voor de gezondheid! Ik lach er echter om, ik geniet deadlineloos van deze hobby.

Helpverbod
Kwam Marcel vandaag bij me en nam plaats naast me.
    ‘Dit is míjn puzzel, je mag niet helpen.’
    ‘Echt niet? Want ik zie iets.’
    ‘Dat denk ik steeds en het past zelden.’
    ‘Deze past daar.’
    ‘Marcel?’
    ‘Ik leg ‘m niet neer, ik wijs alleen.’
    
‘Dat mag niet!’ Ik pakte het stukje om te bewijzen dat het niet paste. ‘Poep, hij past! Moet jij niet gaan slapen?’
    ‘Nee.’ Terwijl ik me verloor in mijn eigen stukjes, pakte hij er eentje; ever later nog één en ongezien een derde. Hoe ik dat weet? Ineens zei hij:
    ‘Ik heb niks klaargelegd hoor.’ Ik keek hem vragend aan en volgde zijn hand wijzend naar de tafel. Voor me lagen een paar bij elkaar horende stukjes vlak naast elkaar. ‘Ik heb niet gepuzzeld toch?’ Ik keek naar de klok aan de muur.
    ‘Ja! Bedtijd! Ga jij maar vast.’ Hij begreep de hint.

Blikvolgend
Kwam Celine binnen. Zij dacht net als haar vader, het bloed kruipt dezelfde weg, dat ze mee mocht doen.
    ‘Celine, je mag niet helpen.’
    ‘Oh, maar ik denk...’
    ‘Bemoei je niet! Ik ben in deze lekker egoïstisch.’
    ‘Best goed mam, eindelijk denk jij eens aan jezelf. Maar doe dat ergens anders, niet bij puzzelen. Ik zie namelijk een stukje dat…’
    ‘Nee, ga weg!’
    ‘Maar mama, kijk!’ Ik volgde haar blik naar een stukje dat vrij lag van de rest. ‘Die past daar!’ Opnieuw volgde ik haar blik en legde het stukje daar waar ze keek. ‘Ja, hij past, goed hè mam, ik deed niks!’
    Het is dat ik niet opnieuw wilde beginnen met deze puzzelklus, anders zou ik terplekke iemand met de puzzel om de oren slaan.
    Oh wacht, de doos kan wel tegen een stootje. Nee, ik ga voor een harde stoot! BAM!